Loading...
 

1e zondag van de veertigdagentijd A -evangelie

Woestijn

IN DIE DAGEN WERD JEZUS DOOR DE GEEST
NAAR DE WOESTIJN GEVOERD


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 4, 1-11: Jezus in de woestijn

Matteüs 4, 1-11 // Marcus 1,12-15 // Lucas 4, 1-13




De tekst

Dichter bij de tijd

Nadat Jezus door Johannes gedoopt werd
trok Hij naar de woestijn.

Daar bleef Hij veertig dagen zonder te eten.
Jezus dacht na en bad.
Hij vroeg aan God:
'Wat wil Jij dat ik doe?'

Na veertig dagen kreeg Jezus honger.
Overal zag Hij grote en kleine stenen.
Hij dacht:
'Als Ik nu eens tot deze stenen zeg
dat ze broden moeten worden...'
Maar dan bedacht Jezus zich
en zei bij zichzelf:
'Waarom zou Ik dat doen?
Een mens leeft niet van brood alleen.'

Dan kwam Jezus op het dak van de tempel.
Hij dacht:
'Als Ik zo belangrijk ben voor God,
dan kan Ik rustig naar beneden springen.
God zal er dan wel voor zorgen
dat Ik mijn voeten niet breek.'
Maar dan bedacht Hij zich
en zei bij zichzelf:
'Waarom zou ik dat doen?
Zoiets moet Ik toch niet aan God vragen.'

Dan kwam Jezus op een hoge berg.
Van daaruit zag Hij heel veel.
Hij dacht:
'Als alles wat Ik zie
nu eens van Mij zou zijn, dan...'
Maar dan bedacht Jezus zich
en zei bij zichzelf:
'Waarom zou Ik dat willen?
Alleen wat God wil is belangrijk.'

Dan ging Jezus weg uit de woestijn
en zei tot de mensen:
'Het rijk van God is nu heel dichtbij.
Begin anders te leven!'



Stilstaan bij…

Woestijn
Omdat er in een woestijn weinig te zien is, doet een woestijn nadenken over wat belangrijk is in het leven.
In de Bijbel is de woestijn de plaats waar men honger en dorst lijdt en waar men getest wordt op de diepgang van het engagement en op de sterkte van de trouw aan God. Het is een plaats waar men zich voorbereidt op een nieuwe taak.


Veertig
Als men in de bijbel ‘veertig’ schrijft’, wil dat niet zeggen: precies veertig. Het is de tijd die nodig is om zich op iets voor te bereiden, om zich over iets te bezinnen.
Zo trok het joodse volk veertig jaar door de woestijn, vooraleer het in het beloofde land aankwam. Het kreeg zo de tijd om zich de geboden eigen te maken die het aan het begin van die tocht kreeg.
Zo was Jezus veertig dagen in de woestijn om zich te bezinnen vooraleer Hij overal in Palestina rondtrok om het evangelie te brengen.


Duivel (= Grieks: diabolos; Frans: diable)
In het Grieks is de duivel letterlijk iemand die er zich tussengooit en een bepaalde orde verstrooit.
(B.v. het verbond tussen Jezus en de Geest / God). Op die manier verpersoonlijkt de duivel het kwade (goddeloosheid, onrecht... ). De voorstelling van de duivel met bokkenpoten, een staart en horens is daar een volkse inkleuring van.


Zoon van God
Titel die gegeven werd aan wie op een bijzondere wijze door God bemind werd.



Bij het vereenvoudigen van de Bijbeltekst

In het verhaal van Matteüs is er sprake van de duivel. Kinderen kunnen in de duivel nog geen verpersoonlijking zien van de tweestrijd die zich in het gemoed van de mens kan afspelen. Daarom wordt hij bij het herschrijven niet met naam genoemd en wordt de bekoring omschreven als een innerlijk gesprek met zet en tegenzet.



Als je deze tekst vertelt...

... hou er dan rekening mee dat bezit, succes en macht niet bij voorbaat kwade dingen zijn. Het al of niet goed zijn ervan hangt af van de manier waarop men ermee omgaat.





Bij de tekst

Drie 'bekoringen'

. stenen in brood veranderen
= beeld voor materieel voordeel / veel hebben / bezit


. werp u naar beneden, de engelen zullen er voor zorgen dat u uw voet niet stoot aan een steen
= beeld voor hoogmoed, zucht naar succes / belangrijk zijn


. alle koninkrijken der wereld zullen van u zijn
= beeld voor macht, hebzucht / machtig zijn



Wortel in het Oude Testament

Matteüs roept met deze tekst herinneringen op aan de veertig jaar lang durende tocht van de Israëlieten na de uittocht uit Egypte.
Zoals God zijn volk door de woestijn leidde om het op de proef te stellen, zo leidt Gods Geest zijn Zoon in de woestijn, om er door de duivel op de proef gesteld te worden. Jezus lijkt dezelfde beproevingen mee te maken als het joodse volk.

Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar die de Heer uw God u in de woestijn heeft laten maken. Hij heeft u toen vernederd en op de proef gesteld om uw gezindheid te leren kennen: Hij wilde zien of u zijn geboden zou onderhouden of niet. Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden, maar u ook het manna te eten gegeven dat u noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde u daardoor laten beseffen dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt. Deuteronomium 8, 2-8


Wanneer gevraagd wordt stenen in brood te veranderen, wordt de joodse verwachting in herinnering gebracht van de Messias die in de woestijn opnieuw een spijzigingswonder verricht.



Deze tekst zegt...

... over Jezus
Hij is een mens die met vragen geconfronteerd werd. Hij wou zich inzetten voor het Rijk Gods… maar waren de consequenties van die keuze niet te zwaar?
Hij is de Messias, die wil handelen in de lijn van Gods verwachtingen, eerder dan gemakkelijk succes te oogsten. Bijvoorbeeld: ‘van stenen brood maken’


... over het Rijk Gods
Dit Rijk heeft te maken met een levensstijl waarbij aan Gods woord de juiste plaats wordt gegeven. Het heeft dus niets te maken met het materiële noch met succes, en het is ook niet te verenigen met werelds machtsvertoon. Op dit punt botste Jezus op onbegrip en verzet bij zijn leerlingen en bij het volk, die dachten dat de Romeinse bezetter verdreven zou worden bij de komst van het Rijk Gods.


... over bekering
De radicale afwijzing van de bekoringen geven een zicht op wat bekering is: bewust worden van wat echt waardevol is en afwijzen wat hiervan afleidt.
Bijvoorbeeld:
. leven in dienst van de ander, i.p.v. in dienst van zichzelf.
. leven in dienst van gerechtigheid i.p.v. in dienst van macht.
. leven in dienst van Gods wil i.p.v. leven als God.


… over het leven van Jezus
Deze tekst is een soort programmaverklaring van Jezus. Wat Hij afwijst brengt je op het spoor van wat Hij belangrijk vindt: niet materieel voordeel (brood), noch hebzucht (veel hebben), noch hoogmoed (kicks, sensationele uitdagingen) maken een mens gelukkig, maar wel het doen van wat God goedvindt voor de mens. Wat dit inhoudt, wordt duidelijk in het vervolg van dit evangelie. In wat Jezus doet en zegt wordt geleidelijk de wil van God kenbaar: aandacht voor wie in nood is, liefde, rechtvaardigheid, vrede...



Eerste zondag van de veertigdagentijd

Deze tekst wordt aan het begin van de veertigdagentijd voorgelezen, omdat ze herinnert aan de veertig dagen die Jezus in de woestijn doorbracht als voorbereiding op zijn ‘openbaar’ leven.
Die veertig dagen waren op zich al een herinnering aan de veertig jaar die het joodse volk in de woestijn doorbracht, vooraleer het in het beloofde land aankwam. Zo kregen ze veertig jaar de tijd om zich de geboden eigen te maken die aan het begin van deze tocht werden gegeven.




Over de duivel

De duivel is eerder een mythologische figuur. Het is een dankbaar medium om er waarheden mee uit te drukken die niet gemakkelijk verwoord kunnen worden. Met de duivel wil men de realiteit van het kwaad aanduiden, waarmee men in de wereld en in zijn leven geconfronteerd wordt (onrecht, goddeloosheid, verwarring).

Het duivelse aan de duivel is dat hij zich zo verduiveld moeilijk bij de horens laat vatten. Nu eens verschuilt hij zich achter de sociale druk van je omgeving. Dan weer verschijnt hij in de ogenschijnlijk wijze raad van je vrienden. Soms lijkt zijn redenering wondergoed op die van het gezond verstand, soms dient hij zich aan in een groot en fantastisch plan. Als alles opperbest meevalt, maakt hij gebruik van je succes en je sterkte; als je vermoeid of ten einde raad en krachten bent, profiteert hij van je nood. Altijd is het resultaat hetzelfde: je wordt weggelokt van de weg die je vanuit je diepste overtuiging wilde volgen. Je meest echte levensidealen komen op de helling, je waardenschaal wordt onder druk gezet. Jan DUMON



Bij de voorstellingen van de duivel
Gislebertus

Vermoedelijke kunstenaar: Gislebertus (1090-1146?)
Kapiteel in de kathedraal Saint-Lazare - Autun (Saône-et-Loire)


Door de duivel (Middeleeuwen) zo voor te stellen, zegt men dat het kwaad buiten de mens te situeren is, waardoor de mens uiteindelijk geen verantwoordelijkheid heeft voor het kwaad.


Jezus Bekoord

Voorstelling in een kinderbijbel
(uitgegeven eind XXe eeuw - verdere gegevens onbekend)


Een aantal kinderbijbels stelt de duivel voor als een soort schaduw. Zo'n voorstelling maakt duidelijk dat het kwaad iets is wat in de mens is, een soort tweede ik.



De woestijn van Judea

De Woestijn Van Judea
In het westen van de Jordaan ligt een wild en eenzaam gebied: de woestijn van Judea. Het is er zo droog dat er zo goed als niets groeit, behalve enkele planten en struiken die bijna geen water nodig hebben.
De weinige mensen in een woestijn vroeger waren handelaars die er doorheen reisden met hun kamelen die de koopwaar en de eigen tenten droegen.

Omdat een woestijn zo schraal is, doet ze mensen nadenken over wat echt belangrijk is in hun leven. Daarom krijgt de woestijn in de Bijbel een belangrijke rol: het joodse volk trekt uit Egypte en verblijft veertig jaar in de woestijn (Mozes), David verblijft een tijd in de woestijn, de profeet Elia vlucht de woestijn in...
Ze bereiden er zich voor op een leven waarin ze aan God en de medemensen belangrijke plaats willen geven.





Bijbel en kunst

J. TISSOT

De bekoring van Jezus

SatanTriedToTemptJesus Tissot

De Franse kunstenaar James Tissot (Nantes, 15 oktober 1836 - Doubs, 8 augustus 1902) stelde als eerste de duivel voor als een soort doorluchtige schaduw.
Later gingen andere kunstenaars nog een stap verder, en gaven de duivel zelfs trekken van Jezus zelf. Zo maakten ze duidelijk dat het kwade iets is wat mensen in zichzelf kunnen waarnemen.



R. JALLOW

De bekoring van Jezus
Rosetta

Acryl op canvas


In dit schilderij van Rosetta Jallow (1953) valt vooral de spanning op tussen licht en donker.::
Jezus is wit gekleed, de persoon die bekoort is donker gekleed.
De achtergrond van Jezus is licht. De achtergrond van wie bekoort is donker.
Wie bekoort heeft een wit gezicht. Van Jezus zijn alleen de donkere haren te zien.




Suggestie
Benader dit schilderij met de volgende vragen:
- Welke kleuren vallen op?
- Wat zou de kunstenares met deze kleuren willen uitdrukken?

Weet je wat de kunstenares hier heeft afgebeeld? Ken je deze situatie?

- Wat drukt de houding van Jezus uit?
- Wat drukt de houding van de persoon in het zwart uit?
- Wat zouden hun handen willen zeggen?

Als je hun gedachten kon lezen...
- Wat zou Jezus denken?
- Wat zou de persoon in het zwart denken?

Als je hen zou kunnen horen spreken...
- Wat zou de persoon in het zwart zeggen?
- Wat zou Jezus zeggen?

De persoon in het zwart wordt ook wel eens de verleider genoemd.
- Waartoe worden mensen verleid?
Dit kun je vlug ontdekken door een aantal reclames te bestuderen.
- Waartoe werd Jezus verleid?
Lees de tekst van het evangelie van deze zondag.
Zoek drie actuele situaties voor de bekoringen van Jezus.





Inkijkje in de kinderpsychologie

(Juf Leonie - Nederland)

De duivel zei tegen Jezus:
"Als jij de Zoon van God bent, zeg dan tegen deze stenen dat ze veranderen in brood".
Maar Hij antwoordde:
"Er staat geschreven: een mens leeft niet van brood alleen".
- Wat gebeurt er als bij kinderen als je dit stukje evangelie voorleest?
Drie kinderen van verschillende leeftijden reageerden als volgt:


Kind van 6
Ik vind het stom! Waarom doet Jezus dat niet even?
Hij kan toch gemakkelijk die stenen in brood veranderen!
Ik snap niet waarom hij dat niet doet!

Voor een kind van 6 is Jezus als een held, een goede tovenaar die alles kan.


Kind van 10
... Maar Jezus, die luistert lekker niet naar die duivel,
Die duivel is een slechte en Jezus is de goeie!

Een kind van 10 probeert het gedrag van Jezus logisch te verklaren,
zodat Jezus als held overeind kan blijven.


Kind van 12
... maar Jezus doet dat niet, hij verandert geen stenen in brood,
want dan zou het kwade het winnen van het goede,
en Jezus is heel flink en kiest voor het goede, ook al is dat moeilijker! ...

Een kind van 12 kan al abstracter denken en begrijpt al iets van de betekenis van deze tekst: het gaat niet om de exacte concrete inhoud, maar om de bedoeling ervan.





Vragen van kinderen

Bestaat de duivel echt? - Eva (12 jaar)
(K. JANSSEN in Samuel, uitgeverij Averbode, 2002, nr 2, p. 2)

Soms zie je wel eens afbeeldingen van een duiveltje, een wezen in zwart en rood, met hoorntjes op zijn kop en een lange staart. Volgens de oude verhalen zou hij een zwavelgeur verspreiden.
In het echt kom je zo'n duivel nooit tegen. Wat je in het leven wel de hele tijd tegenkomt, zijn mensen die elkaar de duivel aandoen. Die elkaar pijn doen of bedriegen of lelijk behandelen. Het kwade bestaat dus zeker wel, jammer genoeg, en het is vaak heel sterk. Gelukkig is het goede juist nog een beetje sterker: waar mensen van elkaar houden, smelt het kwaad weg als sneeuw voor de zon.
Op heel veel momenten in je leven kun je als mens kiezen voor het goede of het kwade. Vaak is het gemakkelijker om voor het kwade te kiezen: dat is meestal in je eigen voordeel. Maar als je kiest voor het goede, ben je achteraf wel gelukkig.
Wie kiest voor het goede komt een stapje dichter bij God. Misschien brengt kiezen voor het kwade je wel dichter bij de duivel. Of je hem nu voorstelt als een wezen of gewoon als de macht van het kwaad, hij bestaat in elk geval wel. Maar hij heeft alleen invloed als mensen met hem meewerken. Als je kiest voor liefde in plaats van egoïsme, maak je de duivel machteloos.





Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Om in te kleuren

jezusindewoestijn.jpg



Om aan te vullen

Tekening van een open woestijnvlakte

Teken Jezus in de woestijn.
Schrijf op het donkerste deel van de woestijn waartoe Jezus verleid werd.
Schrijf in de buurt van de zon wat Jezus belangrijk vond.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Kiezen

Drie situaties

Louis, Zitta en Maya staan voor een moeilijke keuze.
- Voor wie kiezen ze?
- Wat zou jij doen in hun plaats?

Louis is de grootste van de klas. Hij kiest altijd het spel op de speelplaats. Iedereen vindt dat normaal, want zo is het altijd geweest. Op een dag stapt Arnoud naar Louis. Hij vraagt wanneer hij of de anderen eens een spel mogen kiezen. 'Louis is toch niet de baas van de klas.'

Louis moet hier even over nadenken. Hij ...

Louis kiest ervoor om ...

Zitta heeft pas een nieuwe fiets gekregen. Ze vertelt iedereen dat haar fiets de mooiste is van de hele school. Op een dag komt Nathan naar school met een nieuwe fiets. Zitta vindt die nog veel toffer dan haar fiets. Maar dat geeft ze niet graag toe. Daar komt Nathan net aangefietst. 'Hoi, Zitta, wat vind je van mijn nieuwe fiets? ‘, vraagt hij. Zitta ...

Zitta kiest ervoor om ...

Maya krijgt van oma een zak snoepjes. Maya besluit om er erg zuinig mee te zijn. De volgende dag neemt ze het snoep mee naar school. Ze neemt één snoepje uit de zak en zet er haar tanden in. Mmm, zegt Lore, haar beste vriendin, daar heb ik ook wel trek in. Ook Stephen, Inias en Arne komen erbij staan. Maya ...

Maya kiest ervoor om...



- Hebben jullie ook al eens voor zo'n keuze gestaan?
- Wat heb je toen gedaan?
- Wat ging er toen allemaal door je heen?



Werken met reclame

(naar: C. LETERME in Samuel Opsteker, uitgeverij Averbode 2002 nr 5)

Materiaal
Reclame uit tijdschriften, kranten... vooraf gegroepeerd rond thema's (shampoo, tandpasta, auto's...)


Verloop
Verdeel de groep kinderen in kleine groepjes (net zoveel als je soorten reclame bijeengezocht hebt).
Opdracht: 'Als je XXX nodig hebt, wat zou je dan kiezen?
Elk groepje bespreek zijn keuzen a.d.h.v. een aantal vragen:
- Kun je een keuze maken op basis van de gegevens die je krijgt?
- Vind je de reden waarom reclame zegt dat iets gekocht moet worden wel goed?
- Waarom is kiezen moeilijk?
- Waarom kies je uiteindelijk voor iets? Wat bepaalt je keuze?

Nadien stellen de verschillende groepen hun keuze voor samen met de verantwoording van hun keuze.




KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Jezus gaat de woestijn in

Vooraf
. Suggereer met stenen, wat zand, een cactus of een vetplantje op een tafel de woestijn uit het evangelie.
. Knip uit tekenpapier 'platte keien' uit, zoveel als er kinderen zijn. Je kunt natuurlijk ook echte keien gebruiken.
. Maak een aantal wegwijzers. Op één ervan staat: 'het woord van God'. Dit is de wegwijzer van Jezus in zijn leven.


Verloop

Nadat Jezus door Johannes gedoopt werd, trok Hij naar de woestijn.

Jezus gaat gedurende veertig dagen de woestijn in.
- Wat is een woestijn?
- Hoe ziet die eruit?
- Is er eten in de woestijn?
- Is er in ons leven iets wat je met zo'n woestijn kunt vergelijken?
(Een plekje waar je door niemand gestoord wordt?
Bv. een plekje in de tuin, eigen kamer, bij oma of opa, aan zee op vakantie ...)


Daar blijft Hij veertig dagen zonder te eten.

Sta dan stil bij het woord 'veertig'.
Informeer: in de Bijbel heeft het getal veertig een betekenis. Het geeft een tijd aan van bezinning, van inkeer. Geef hierbij het voorbeeld van het joodse volk dat, nadat het de woorden (geboden) van God kreeg, veertig jaar door de woestijn trekt om zich voor te bereiden op het leven in het beloofde land.


'Een mens leeft niet van brood alleen.'

- Waar kan een mens nog van leven?


'Maar van elk woord dat uit de mond van God komt.'

God was de wegwijzer in het leven van Jezus.
- Wie of wat wijst de weg in jouw leven?
Schrijf dat op de blanco wegwijzers.
- Vind je dat een goede gids? Waarom?


'Het rijk van God is nu heel dichtbij. Begin anders te leven!'

We zijn nu in de veertigdagentijd.
Dat zijn veertig dagen waarop christenen zich willen voorbereiden op Pasen.
Ze doen dat door na te denken over hun manier van leven.
- Bereid jij je voor op Pasen? Hoe? Waarom (niet)?
- Zou jij nu anders beginnen te leven? Wat kan dat zijn voor jou?
De kinderen schrijven dit op de 'keien'.





EVEN TESTEN

Waar of niet waar?

Jezus blijft 40 jaar in de woestijn.
De duivel vraagt: 'Verander deze stenen in brood.' (waar)
Jezus zegt dat Hij alles wil doen wat de duivel vraagt.
De duivel zegt dat een mens niet van brood alleen leeft.
Jezus zegt: 'Ik wil alleen God dienen.'(waar)
De duivel wil dat Jezus voor hem op zijn knieën valt. (waar)
Jezus loopt in veertig minuten de woestijn uit.
De duivel zegt dat de apostelen Jezus zullen opvangen wanneer Hij van het dak van de tempel springt.





VERDIEPEN

Woorden met een extra betekenis

Woestijn

Een vrij ruig gebied dat oog doet krijgen voor wat echt belangrijk is. In de Bijbel is dit een belangrijke plaats waar God spreekt tot het hart van de mensen. Veel gebeurtenissen uit de geschiedenis van Israël vonden plaats in de woestijn.

Zo was er een belangrijke gebeurtenis waarbij Mozes een belangrijke rol speelde. Weet je welke? Duid het goede antwoord aan.
O De schepping van de wereld
O De uittocht van de Hebreeën uit Egypte
O De zondvloed
O De bouw van de tempel te Jeruzalem
O De vlucht van Jozef, Maria en Jezus naar Egypte.



Veertig

In de Bijbel hebben veel cijfers en getallen een betekenis. Het getal veertig staat voor een tijd waarin men getest wordt, waarin men zich voorbereidt op een nieuw of ander leven.
Elk van de volgende gebeurtenissen duurde veertig dagen of veertig jaren.

• Noach verbleef in zijn ark tijdens de zondvloed.
• Jezus bereidde zijn optreden voor in de woestijn.
• Mozes ontving tien woorden van God.
• De verrezen Christus verscheen aan zijn apostelen.
• De Hebreeën gingen door de woestijn naar het Beloofde Land.
• David is koning van Israël

- Ken je iets in het leven van christenen dat veertig dagen duurt?



De keuze van Jezus

(C. LETERME in Samuel Opsteker, uitgeverij Averbode, 2002 nr 5)

Materiaal
Drie woordkaarten met daarop:
. van stenen brood maken
. van de tempel springen
. heersen

Woordkaarten met een andere kleur: Succes, kick, macht
(eventueel nog meer woorden: eer, roem, profijt, rijkdom, plezier..)
Tekst over de bekoring van Jezus (Matteüs 4, 1 – 11)


Verloop
Vertel over Jezus in de woestijn. Gebruik de woordkaarten als verhaalsteun voor jezelf en als start voor de volgende activiteit. Leg ze op de grond als je in een kring werkt. In het andere geval breng je ze aan tegen een muur.


Haal de volgende woordkaarten boven: Succes, kick, macht
(eventueel nog meer woorden: eer, roem, profijt, rijkdom, plezier..)


Zoek met de kinderen om welk soort bekoring het telkens gaat:
. Stenen in brood veranderen – succes
. Van de tempel naar beneden springen – kick
. Berg – macht


Sta nadien stil bij de reactie van Jezus:
. Een mens zal leven van ieder woord dat komt uit de mond van God
. God mag je niet testen (= op de proef stellen)
. Alleen God is het aanbidden en het dienen waard.

Dit betekent dat Jezus bij elke bekoring kiest voor God.
Vraag of de kinderen weten wat voor God belangrijk is. Als ze het niet weten kun je ze uitnodigen om extra aandacht te hebben voor wat Jezus doet en zegt. Zo komen ze op het spoor van wet God wil.
Nl.: Hulp voor wie in nood is, liefde, rechtvaardigheid, vrede…


Tijdens een paar minuten stilte kunnen de kinderen bij zichzelf nagaan op welk punt ze zich voor de rest van de week niet meer willen laten bekoren.
(Dit spreken ze alleen voor elkaar uit wanneer er een voldoende sfeer van vertrouwen is in de groep.)


Sluit af met het voorlezen van de tekst zoals je die in de Bijbel vindt (Matteüs 4, 1 – 11).



Drie bekoringen

(Samuel, uitgeverij Averbode, 2010 nr 4, p. 7)

Jezus wordt geconfronteerd met drie vormen van bekoring:
- hebben wat men wil
- machtig zijn
- succes hebben.
Niet alleen wil Jezus er niet op ingaan, Hij maakt zelfs duidelijk dat Hij dat anders beleeft.

Een steen veranderen in brood voor Hem alleen

Alle macht hebben op aarde

Zieken genezen en hun zeggen dat ze er niet mogen over spreken

Succes hebben dankzij buitengewone handelingen

Vijf broden en twee vissen delen met een hele menigte

Een meester die de voeten van zijn vrienden wast


- Kleur rood wat met de duivel te maken heeft
en groen wat met Jezus te maken heeft.
- Verbind daarna elk voorstel van de duivel met de reactie van Jezus.


- Waarom verzet Jezus zich tegen deze 'bekoringen'?
Omdat ze van Hem iemand willen maken die Hij helemaal niet wil zijn: een egoïst die uit is op macht en succes. Jezus weet wat Hij wil: solidair zijn, eenvoudig, echt mens, zonder vals te spelen.




Correctiesleutel
Een steen veranderen in brood voor Hem alleen / Vijf broden en twee vissen delen met een hele menigte
Alle macht hebben op aarde / Een meester die de voeten van zijn vrienden wast
Succes hebben dankzij buitengewone handelingen / Zieken genezen en hun zeggen dat ze er niet mogen over spreken



Bart kiest

Materiaal
Drie woordkaarten met de woorden: MACHTIG ZIJN, BELANGRIJK ZIJN, VEEL HEBBEN.
Bijbel: Matteüs, 4, 1-11


Verloop
Vertel:

Het is woensdagmiddag en Bart komt van school.
Hij heeft veel om over na te denken
en wil graag alleen zijn.
Hij besluit om naar het bos te gaan.
Het is er heerlijk stil.
Hé hé, net wat ik nodig had.
Bart sluit zijn ogen
en denkt na over wat er vanochtend gebeurd is.
Stef, zijn beste vriend, had hem gevraagd
om vanavond naar de boshut te komen.
Wout zou er ook zijn en daar draaide het om.
Stef had vorige week een flinke mep van Wout gekregen
en dat nam hij niet.
Hij had bedacht dat zij met z'n tweeën
Wout wel eens een lesje konden leren.
Ze zouden hem wel eens laten zien wie de sterkste was.
En daarbij kon Bart de volgende dag
als een held over de speelplaats paraderen.
Voor dit werkje had Stef Bart een cd beloofd.
Het was een aanlokkelijk voorstel.
Bart kon echt niet kiezen,
dan weer dacht hij ja en dan weer neen.
Na een uur denken,
hield Bart het voor bekeken.
Hij zou tegen Stef zeggen
dat hij niet meedeed aan zulke laffe daad,
en die cd kon de boom in.
Opgelucht liep Bart terug naar huis.
Pff die moeilijke keuzes soms, hij kreeg er wat van.
(K. Van Cleynenbreugel)


Lees daarna over Jezus die 40 dagen in de woestijn verbleef (Matteüs, 4, 1-11).


Toon de drie woordkaarten: MACHTIG ZIJN, BELANGRIJK ZIJN, VEEL HEBBEN.
Zoek bij elke bekoring van Jezus welke woordkaart van toepassing is.
(Jezus kon alle koninkrijken van de wereld bezitten en MACHTIG ZIJN.
Jezus kon van de tempelpoort naar beneden springen en BELANGRIJK ZIJN.
Jezus kon stenen in brood veranderen en VEEL HEBBEN.

Zoek nadien waar diezelfde woorden passen in de tekst over Bart.
Bart kreeg een cd als hij wou, hij kon ..................maar hij weigerde het aanbod van Stef
Bart kon als een held over de speelplaats paraderen en ................als hij wou maar hij zei neen tegen Stef.
Bart kon laten zien wie de sterkste was en ...............als hij wou maar hij wou niet meedoen aan de laffe daad.

Toen Jezus zich veertig dagen terugtrok in de woestijn, zei Hij drie maal nee. Ook Bart zei drie keer 'neen'. Hebben jullie ook al eens NEEN gezegd tegen: veel hebben, de baas spelen en de belangrijkste zijn ?
Wist je dat christenen tijdens de veertig dagen van de vasten, tijd nemen om na te denken over hun leven. Daarvoor moeten ze soms neen kunnen zeggen en kiezen voor weinig.
Zo kunnen ze meer tijd maken voor de anderen en voor God.

Veertigdagentijd betekent dat je veertig dagen tijd krijgt
om je af en toe eens terug trekken
op je eigen plaats, jouw woestijn,
jouw bos, jouw kamer.
Het is stilstaan
en voelen hoe belangrijk andere mensen zijn
Het is soms 'neen' kunnen zeggen
en kiezen voor weinig.
Zo kan men meer tijd maken voor de anderen en voor God.






INLEVEN

Bij een illustratie

Vooraf
Print de illustratie uit. Vergroot en in kleur. (Klik op de illustratie)
Maak een werkblad voor de kinderen. Leg hiervoor het blad in de breedte. Kleef de illustratie (kleiner) in het midden van het blad, en teken links en rechts telkens drie gedachteballonnen .
Jezus in de woestijn

Gedachteballon




Bespreek
- Wie zie je? Wat doet die? Waarom doet die dat?
- Waar speelt zich dit af? Hoe kun je dat zien?
- Ken je een moment uit het leven van Jezus dat zich in een woestijn afspeelt?
- Ken je nog een ander moment uit de bijbel waarin de woestijn heel belangrijk is?

- Let eens op de kleuren: wat zouden ze willen zeggen?
- Wat zouden de donkere kleuren willen zeggen?
- Wat zouden de lichtere kleuren willen zeggen?

- Als je de gedachten van Jezus kon lezen ... wat zou Hij dan denken?
Schrijf dat in gedachteballonnen links van de illustratie.

Lees de evangelietekst van deze zondag voor.

Nu heb je een idee van wat Jezus toen kon denken.
Schrijf dit met je eigen woorden op in gedachteballonnen rechts van de illustratie.
Denk jij soms ook zo over je eigen leven?




Correctiesleutel
Belangrijk: hieronder worden alleen die vragen beantwoord waar een precies antwoord op gegeven kan worden.
- Wie zie je? (Jezus)
- Waar speelt zich dit af? (woestijn)
- Ken je een moment uit het leven van Jezus dat zich in een woestijn afspeelt? (Bekoring van Jezus in de woestijn)
- Ken je nog een ander moment uit de bijbel waarin de woestijn heel belangrijk is? (De Uittocht van het joodse volk uit Egypte)

Schrijf met je eigen woorden wat Jezus toen dacht.
(Bv. Ik wil veel dingen hebben; ik wil veel macht hebben; ik wil veel succes hebben)



Wat voor iemand wil Jezus zijn?

(Naar C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2004 nr 6)

Materiaal
Drie ballonnen, drie stokken, drie houten latjes, repen papier, touw, speld.
Blaas de ballonnen op en maak ze vast aan een stok, alsof ze een hoofd zijn. Bevestig aan die stok, horizontaal onder de ballon, een lat, waaraan je repen papier hangt / kleeft.
Zo lijkt het alsof je drie figuren hebt, die met de armen wijd open staan.




Verloop
Vertel het evangelieverhaal.
Toon daarna de drie figuren die je gemaakt hebt, en zeg dat er de drie bekoringen van Jezus voorstellen. Ga daar dieper op in:

FIGUUR 1: (van stenen brood maken) "hebben, hebben, hebben"
- Wanneer willen jullie alles voor jezelf?
- Wanneer is dat al eens meegemaakt? Wat heb je toen gedaan?
Schrijf de antwoorden (met trefwoorden) op de repen papier.

FIGUUR 2: (vanuit de hoogte springen) "Snoever, opschepper"
- Hoe zorg je ervoor dat iemand naar je omkijkt?
- Schep je soms op over dingen die je niet hebt of niet kunt?
Schrijf de antwoorden (met trefwoorden) op de repen papier.

FIGUUR 3: (heersen en macht) "Ik ben de baas"
- Spelen jullie soms de baas over iemand?
De kinderen vertellen over een situatie op de speelplaats: wie kiest het spel?
Of: wie speelt thuis de baas over zus of broer?
Schrijf de antwoorden (met trefwoorden) op de repen papier.

Bij elke figuur worden de repen papier aan de horizontale lat vastgemaakt.


Bespreek:
- Wil Jezus zijn zoals één van de drie figuren? Hoe wil Hij dan wel zijn?
- Wie zou jij willen zijn? Lukt dat? Waarom is dat?


Activiteit:
Als we niet willen zijn zoals die drie figuren, dan kunnen we net zo goed die ballonnen stuk prikken. Wat zouden we daar dan mee willen zeggen? (Zo iemand willen we niet zijn.)
De ballonnen worden stuk geprikt.



Een muurkrant

(Naar: Samuel, uitgeverij Averbode, 2010 nr 4, p. 7)

Dadelijk krijgen wat men wil, supermachtig zijn, gemakkelijk succes hebben … Het lijkt wel om reclame te gaan.
De kinderen zoeken in tijdschriften of kranten naar advertenties die deze woorden gebruiken.
Ze knippen ze uit en maken er een muurkrant mee met als titel:
'Bekoring in overvloed'
Telkens als ze iemand zien die het tegengestelde doet van een advertentie, schrijven ze dat op een post-it dat ze kleven op de advertentie van de muurkrant.
Benieuwd hoe deze muurkrant er zal uitzien met Pasen.





VERTELLEN

Water!

(C. LETERME, 99 verhalen met een knipoog, uitgeverij Averbode 2014, p. 91)

Een man strompelde door de woestijn.
Hij had een zware zandstorm overleefd
en zocht moeizaam zijn weg naar de oase.

Alles had hij in de storm verloren:
zijn vrienden, zijn bagage, zijn kameel ...
Hij had alleen nog zijn drinkzak om zijn schouder.

Hij tuurde de horizon af
in de hoop de oase terug te vinden.
Zijn dorst leste hij met de laatste druppels in zijn drinkzak.

De zon bleef branden.
De oase was nog steeds niet in zicht.
De man kreeg steeds meer dorst.

Ineens zag hij in de verte een tas.
Die stak half uit het zand.
Een drinkzak, dacht de man blij.

Hij liep in de richting van de tas.
Moeizaam en geveld door de hitte.
Maar de redding was nabij!

Totaal uitgeput kwam hij bij de tas.
Met veel moeite
dolf hij die op uit het zand.

Maar groot was zijn ontgoocheling
toen hij de tas geopend had:
die stak vol met diamanten.




Bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 10 februari 2016, p. 1)

De veertigdagentijd is de tijd om zich voor te bereiden op Pasen.
Niet toevallig duurt die voorbereiding veertig dagen.
Ouders die uitzien naar de geboorte van hun kindje
krijgen ook veertig weken om zich daarop voor te bereiden.
De zondvloed duurde veertig dagen en nachten.
Daarna kreeg Noach de kans om de aarde opnieuw te bewonen.
Mozes en Elia gingen veertig dagen de Berg op
om God te ontmoeten en Hem hun leven te laten inkleuren.
In het nieuwe Testament staat
dat Jezus veertig dagen doorbracht in de woestijn
voor Hij rondtrok in Palestina.
Veertig dagen in ‘quarantaine’!
Genoeg dagen om zijn verdere leven
een richting te geven en voor te bereiden.

Jezus bracht die dagen door in de woestijn.
Dit is niet zomaar een plaats.
Zeker niet voor wie de Bijbel wat kent:
het is de plaats waar het joodse volk veertig jaar door trok,
na jaren verdrukking in een naburig land.
Een woestijn is echt geen plaats om in te wonen:
warm, koud, zonder schaduw, zonder water.
Het is een plaats waar alles teruggebracht wordt
tot zijn oorspronkelijke waarde.
Het verhaal hierbij maakt dit duidelijk:
diamanten worden gewone steentjes en water vloeibaar goud.

De veertigdagentijd is te vergelijken met die tijd in de woestijn.
Het is een tijd om na te denken over wat echt de moeite waard is:
kansen geven aan wie op een dwaalspoor raakte,
solidair zijn met de medemens in nood,
sober leven om mensen en natuur overlevingskansen te geven,
God een inspirerende plaats geven in zijn leven,




Suggestie
Bespreek:
- Hoe zouden jullie reageren mocht je een zak vol diamanten vinden?
- Waarom was de man zo ontgoocheld?
- Wat heeft de woestijn die man geleerd?
(De woestijn doet anders naar de dingen kijken en leert de dingen zien wat ze echt waard zijn.)



Het brood van het leven

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2012, p. 150)

Toen de christenen in Rusland vervolgd werden,
liet men in het land weten:
‘Het is streng verboden om een Bijbel te hebben.
Wie er één heeft,
moet die op het stadhuis inleveren.’

Ergens wilde een moeder de Bijbel niet afgeven.
Ze zei: ‘De kerken zijn al een tijd gesloten,
maar ik wil thuis nog iets van Jezus hebben:
zijn woord in de Bijbel.’

Op een dag,
toen ze deeg kneedde
om er brood van te bakken,
zag ze door het keukenraam
de geheime politie aankomen.
Vlug nam ze de Bijbel,
verstopte die in het deeg
en schoof het deeg in de oven.

De geheime politie doorzocht
het hele huis heel nauwkeurig,
maar vond niets.
Toen ze weg waren
en het brood gebakken was,
haalde moeder het uit de oven.

Het kwam op tafel
met een ongeschonden Bijbel erin.





Jongeren

EVEN TESTEN

Vier op een rij

Nadat je het had over het evangelie van deze zondag, over de veertigdagentijd en over Aswoensdag kun je het volgende spel spelen. De jongeren zoeken vier woorden die bijeen horen. Ze zeggen wat die woorden met elkaar verbindt.
Wanneer alle woorden gevonden zijn, mag diegene die het woord gevonden heeft, uitleggen wat de vier woorden met elkaar te maken hebben.

40stenenpalmtakjesduivel
soberheidwoestijnasstilte
kruisjesolidariteitvoorhoofdberg



Correctiesleutel
Aswoensdag: as; kruisje; voorhoofd; palmtakjes
Bekoring van Jezus in de woestijn: woestijn; duivel; stenen; berg
Veertigdagentijd: 40; soberheid; stilte; solidariteit


TIP
Schrijf die twaalf woorden op aparte kaartjes. De jongeren groeperen die kaartjes en zoeken een verband tussen de verschillende woorden.





VERDIEPEN

Wat Jezus belangrijk vindt


De Bekoring Van Jezus

Leg bovenstaande illustratie op een groot blad papier.
Naast Jezus schrijven de jongeren alles waar Jezus voor staat, wat Hij belangrijk vindt.
Aan de linkerkant, bij de figuur die zijn gezicht niet laat zien, schrijven ze alles wat die waarden van Jezus in vraag kan doen stellen. (wat mensen belangrijk vinden; wat in de media komt; publieke opinie...)

Daarna beluisteren ze het evangelie van deze zondag.
Ze staan stil bij de argumenten van Jezus om niet op die 'bekoringen' in te gaan.
- Wat vind je daarvan?
- Zou jij dat ook zeggen?
- Probeer in één zin het antwoord van Jezus samen te vatten.





BIDDEN / MEDITEREN

Woestijn vol bekoring

(W. BRUYNINCKX, Tussen gisteren en morgen, Patmos 1971, p. 115)

Ieder mens moet wel door een woestijn
vol bekoring.
- Profiteer van het leven!
Maak van alle stenen brood!
Vreet u dik op het zweet van de arme!
- Zie dat je een mens wordt
men naam en prestige!
Buig princiepen naar je ijdelheid!
Mensen kun je gebruiken
om omhoog te klimmen!
- Maak dat je zo vlug mogelijk rijk bent!
Aanbid het geld, nestel je warmpjes
in het aanzien!
En grijp de macht!

En mens moet dan
heel diep kiezen -
een keuze die zijn leven bepaalt.

Een keuze die van hem de mens maakt
die hij worden zal.

Zo koos Jezus
voor God, voor Zijn woord, voor Zijn wil.

Hij verkoos mens te worden.





Overwegingen

Kinderwijsheid

De Engelse godsdienstpsycholoog Goldman vertelde aan kinderen het verhaal van Jezus' bekoring in de woestijn.
- 'Een mens leeft niet van brood alleen' - Wat zou dat kunnen betekenen?
- Nogal logisch, je moet er ook boter op doen.



Paul Kevers

Jezus in de woestijn

Het eerste wat drie van de vier evangelies ons over de volwassen Jezus vertellen, is dat Hij door Johannes gedoopt wordt in de Jordaan en dat Hij daarna veertig dagen in de woestijn verblijft. Dan pas begint Hij aan zijn openbaar leven.

Waarom veertig dagen in de woestijn? Dat doet denken aan Mozes en de Israëlieten, die veertig jaar door de woestijn trokken, op weg naar het beloofde land. Jezus treedt in de voetsporen van Mozes en van zijn volk.
In de woestijn is het leven hard. Je lijdt er honger en dorst, en je krijgt er oog voor wat echt belangrijk en noodzakelijk is in het leven. In de woestijn zijn geen gebaande wegen. Je moet er keuzes maken, de goede richting zoeken. Je wordt er 'op de proef gesteld', zegt de Bijbel. Zo gaat het ook met Jezus. Voor welke levensweg kiest Hij? Wat voor een Messias zal Hij zijn? Een die succes zoekt, eer en macht? Een die mensen met verstomming slaat door zijn grootse prestaties? Of een die zich ten dienste stelt van de armen en de kleinen? De evangelies stellen het zo voor, alsof Jezus deze beslissende keuze aan het begin van zijn openbaar leven heeft gemaakt, tijdens een bezinningsperiode in de woestijn. Maar 'veertig dagen' of 'veertig jaar': dat is in Bijbelse taal 'een zeer lange tijd'. In feite heeft Jezus die keuze telkens opnieuw moeten maken, zijn leven lang, tot op het moment van zijn arrestatie en zijn terechtstelling. Want kiezen moet je elke dag.



Frans Mistiaen sj

Vastentijd is groeitijd: onze zelfzucht leren ontmaskeren en nu kiezen voor het goede

Jezus werd meer dan drie keer bekoord.
Maar de evangelisten hebben dat
bij het begin van het evangelie gezet
en samengevat in drie bekoringen
over de drie fundamentele relaties van elke mens:
onze relatie met de dingen, met de anderen en met God.
Zoals voor ons, is ook voor Jezus het hele leven
een dagelijkse strijd vóór het goede, tégen het kwaad.
Maar nu is het kwaad daarbij een zeer bedrieglijke, valse macht,
juist omdat het meestal opkomt “vermomd als het goede”.
Een bekoring is altijd aanlokkelijk,
omdat er inderdaad iets goeds in steekt.
Met grote spitsvondigheid stelt het kwaad zich altijd aan ons voor
als iets dat “volledig” goed en normaal zou zijn.
De waarheid vraagt echter dat wij, vooral in deze vastenperiode,
die valse strategie durven ontmaskeren.

De eerste bekoring gaat over het gebruik
van de levensnoodzakelijke dingen.
Onze zorg voor het materieel welzijn is goed.
"Waarom zouden wij niet mogen genieten
van de welstand die voorhanden is?"
"Wij hebben eigenlijk toch wel een minimum
aan bezittingen en comfort nodig!" En wij hebben gelijk!

Maar de vraag is alleen:
"Hoe groot is dat minimum mettertijd wel geworden?"
Om zogezegd "gewoon" te leven
blijken wij stilaan steeds méér dingen nodig te hebben,
die wij met steeds minder mensen willen delen
en waaraan wij op de duur zelfs verslaafd zijn geraakt.
Zo wordt iets dat oorspronkelijk "goed" was tot een "kwaad".
Van zodra onze zeer terechte materiële zorg
overdreven proporties aanneemt,
verandert die in een hebzucht die steeds méér nodig heeft
en een prioriteit voor ons alleen wordt.
Als alles moet dienen om “onze honger” te stillen,
dan gaan wij de essentiële geestelijke noden
op de tweede plaats zetten of zelfs vergeten:
eenvoud van leven en mededeelzaamheid.
"De mens leeft niet van brood alleen!" zegt Jezus.


Hebben wij de dingen die wij de laatste tijd
voor onszelf aan het verzamelen zijn,
echt nodig om gelukkig te zijn?
Zo ja. Goed dan! Laten wij ze maar goed gebruiken. Zo niet,
dan doen wij ze best zo vlug mogelijk, als ballast, van de hand.

De tweede bekoring is de bekoring van de magie,
en dat betekent: God gebruiken voor eigen voordeel.
Het is begrijpelijk dat wij vertrouwen op Gods bescherming
en regelmatig zeggen: "God zal mij wel helpen!"
En wij hebben weer groot gelijk.

Alleen kunnen wij hier zodanig overdrijven
dat ons geloof verglijdt tot magie; en dat gebeurt namelijk
wanneer wij Gods bescherming voor onszelf gaan opeisen:
"God, vermits ik zoveel voor U doe, moet Gij nu toch wel eens
een spectaculair mirakel doen voor mij!"
Dan verandert ons vertrouwen in God
in een opeisen van Zijn bescherming.
En zo wordt zelfs onze geloofsbeleving "een kwaad".
Want echt geloof stelt nooit eisen aan God,
maar durft zich dagelijks opnieuw aan Hem toevertrouwen.
"Gij zult de Heer uw God nooit uitdagen!", zegt Jezus.

De derde bekoring gaat over onze relatie met de anderen.
Bij de concrete organisatie van onze sociale verhoudingen
zijn macht en eer eigenlijk heel noodzakelijk.
"Macht is toch onontbeerlijk voor de orde in onze maatschappij!"
"Wij hebben toch wel recht op een minimum aan respect
vanwege de anderen zeker!"
En ook dat is weer heel waar.

Alleen blijkt, bij nader toezien,
dat wíj onze macht en eer maar steeds hebben uitgebreid,
zonder te zorgen voor de macht en de eer van de anderen.
Als wij niet opletten,
dan verandert ons rechtmatig verlangen naar orde en respect
in een heerszucht en een eerzucht, die niemand meer ontziet.
Zo wordt weer "iets goeds" tot "een kwaad".
Want dan gaan wij vergeten wat nog veel belangrijker is:
elkaar dienen in waardering en solidariteit.
"Gij zult geen ander macht dan alleen de liefde van de Heer uw God
aanbidden en dienen!" zegt Jezus.

Wij laten regelmatig onze macht voelen over anderen.
Wij staan dikwijls op onze eer, want wij hebben zere tenen.
Maar de vraag is telkens: bevordert dit nu
het samen-werken, het samen-leven?
Zo ja. Goed! Dan moeten wij die macht gebruiken.
Zo neen. Laten wij dan maar de tegenovergestelde methode kiezen:
de bescheiden, weerloze dienstbaarheid.

Elke bekoring is een spitsvondige mengeling van goed en kwaad.
Maar de drie fundamentele bekoringen geven ons duidelijk aan
naar welke richting wij neigen, zeker als wij onszelf laten gaan,
als wij moe zijn of zwak, kwetsbaar of eenzaam:
dan neigen wij altijd spontaan in de richting van onze zelfzucht.
Dan verlangen wij tevéél en voor onszelf alléén.
De materiële dingen zijn goed,
het vertrouwen op God is goed,
de macht is goed.
Maar zelfs iets dat goed is, wordt een kwaad,
telkens wanneer ons eigenbelang en onze zelfverdediging
daarbij onze uiteindelijke bedoeling of onze eerste prioriteit worden.

Dat is onze eerste opdracht in deze veertigdagentijd:
meer helder kijken: durven onze gewoontes in vraag stellen
en eerlijk het kwaad durven ontmaskeren
dat zich heeft vermomd als iets dat volledig goed en normaal is,
maar dat in feite als zelfzucht in ons leven is binnengeslopen.

Maar er is nog een tweede opdracht die Jezus ons geeft:
Niet alleen een meer helder inzicht,
ook een grotere wilskracht om ons tegen dat kwaad te verzetten.

Eigenlijk heeft het kwaad in ons weinig varianten.
Het zijn steeds dezelfde fouten die terugkomen.
Het gevaar bestaat dat wij op de duur minder weerstand bieden
en een compromis sluiten: "Ik zal hiermee moeten leren leven!"
Maar daardoor juist groeit
de innerlijke ontevredenheid en de leegte in ons hart.
Daarom kennen wij geen echte vreugde meer.
Ons door het kwaad laten meeslepen
is eigenlijk een kinderachtige houding
van blijven steken in enkele hebberigheden
en kleine pleziertjes, zoals een verwend kind.
Reageren tegen het kwaad is een moedige stap
naar grotere, innerlijke volwassenheid.

Zo is de veertigdagentijd een tijd van meer helder inzicht
om de verraderlijke tactiek van het kwaad te ontmaskeren
en vooral van vernieuwde, vindingrijke weerbaarheid.
Wie niet kritisch oppast, wordt misleid.
Wie niet weerstaat, wordt meegesleurd.
En de drie bekoringen van het evangelie
duiden ons ook aan waar wij die strijd zullen moeten leveren:
nl. op het domein van onze fundamentele relaties:
méér met God verbonden leven, méér solidair met elkaar
en vrijer tegenover de dingen die ons worden gegund.
Daarom zullen wij tijdens deze veertigdagentijd proberen:
tegenover God minder eisen te stellen,
wij gaan wat meer tijd nemen
om Hem uitdrukkelijk te danken voor het leven, dus om te bidden;
de dingen die ons ter beschikking staan, gaan wij minder te grijpen,
wij gaan ze meer delen, broederlijk delen;
en de medemensen met wie wij omgaan
gaan wij niet proberen te domineren of te overheersen,
wij gaan integendeel de zwakkeren meer beschermen.
Dat is echt vasten:
méér danken, méér delen en méér dienen dan wij al doen.

En vanuit die innerlijke vernieuwing
zullen wij tijdens de volgende weken wel ontdekken
hoe wij ons leven uiterlijk beter gaan reorganiseren,
met welke prioriteiten en met welke beperkingen.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Wat de woestijn leert (2014)

'Jezus werd geleid naar de woestijn'. Het Hebreeuws heeft een mooi woord voor de woestijn: 'Midbar'. Als men weet dat 'mi' het voorvoegsel is van afkomst, en 'dabar' 'woord' betekent, dan komt de woestijn voor als het ‘oord van oorsprong van het woord’, zijn geboorteplaats. Jezus zal zijn prediking beginnen. Wat zal Hij zeggen? Hij wordt geleid naar de woestijn waar het woord van God in zijn hart kan geboren worden en Hem richten in zijn actie.

In de woestijn is er maar zand en zon, en de wind die je schreden in het zand wegvaagt. Alles wordt er herleid tot het enige dat duurzaam is: God, die blijven zal, alleen. Maar anderzijds, na veertig dagen - veertig is in de bijbel het cijfer van de voldoende tijd - zal je hart blootgelegd zijn, en verhongerd uitzien naar illusoire paradijzen om het hoofd te bieden aan je onuitstaanbare ellende. Eigenlijk heb je dan zelfs geen Verzoeker nodig om je aan die dromen te zetten. De Verzoeker biedt zich overigens bij Jezus aan als een Engel van Licht met mooie edelmoedige voorstellen. Hij stelt Jezus niets anders voor dan dat hij zijn geloof, hoop en liefde zou beleven. Kan het beter?

De Satan begint met iets dat tof is. De stenen in brood veranderen: kan men groter naastenliefde bedenken in een wereld waar de helft van de bevolking honger leidt? Daarna stelt hij Jezus voor te getuigen van het hoogste vertrouwen in God. Door zich van boven de tempel naar beneden te werpen zou Jezus het bewijs leveren dat Gods engelen hem niet zullen laten vallen. Had Hij dat maar gedaan, dan zou Hij veel problemen uit de weg gegaan zijn! De bewoners van Jeruzalem zouden hem onmiddellijk als Messias hebben erkend.
Ten slotte stelt de Verzoeker Jezus voor, Heer te worden van heel de wereld en het Rijk Gods op aarde te stichten. Waarom heeft Jezus deze daad van geloof niet gesteld en zijn verantwoordelijkheid niet opgenomen voor onze wereld? Het zou buitengewoon geweest zijn: geen oorlog meer, noch hongersnood, noch kwaad.

Waarom toch is Jezus niet ingegaan op dat driedubbel eervolle aanbod? Waarom heeft hij niet onmiddellijk gedaan wat later toch zou doen? Hij heeft brood vermenigvuldigd voor de hongerige massa. Hij heeft het risico genomen zich te werpen in de dood, in de leegte van het kruis om aan allen te tonen dat God redt van de dood. En hij zal uiteindelijk, op het einde van de tijden, zijn Rijk inhuldigen en de Heer worden van deze wereld.

Waarom is Jezus dan niet op dit drievoudig voorstel gesprongen? Het Woord van God was, in de woestijn, in zijn hart geboren. Dat liet Hem toe de valse kant van Satans aanbod te onderscheiden. Heel het probleem voor Jezus, en nu voor ons, is het verschil te kunnen zien tussen schijn en waarheid. Te kunnen onderscheiden tussen een weg die echt de weg is van het geloof, de hoop, de liefde, en de weg die er maar de schijn van is.
Hoe dat onderscheid maken? Hoe kunnen wij de schijnbeelden ontmaskeren in wat de verzoeking ons aanbiedt?

Het treft ons in de eerste plaats dat Jezus telkens spontaan zijn actie confronteert met Gods Woord, in plaats van rekening te houden met zijn persoonlijke verlangens. De Bijbel zegt: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat komt uit Gods mond” (Deuteronomium 8, 3). Jezus blijft dus met zijn veertigdaagse honger, liever dan brood te maken en geen honger meer te hebben van God. Hij legt dat eerste voorstel van Satan naast zich neer. Hij zoekt het Rijk Gods en hij krijgt de rest op de hoop toe: “en de engelen dienden hem” (Matteüs 4,11).
De Bijbel zegt ook: “Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen” (Deuteronomium 6,16). Jezus zal dus van God niet eisen zijn macht te bewijzen, en Hij zal zich niet van de tempel naar beneden werpen. Daarmee wijst Hij ook het tweede voorstel van Satan af.
En als de Bijbel zegt: “De Heer uw God zul je aanbidden” (Deuteronomium 6,13), zal Jezus zich geen afgoden maken, zelfs niet van zijn verlangen om het Rijk Gods uit te bouwen. Ook dit derde aanbod wijst hij af.
Onder elke verzoeking lag er een verraderlijke neiging om te starten met een aards koninkrijk. Daarmee zou Jezus zijn zending verloochend hebben die Hij bij zijn doopsel had ontvangen. De Welbeminde Zoon is gezonden voor een koninkrijk dat niet van deze wereld is. Het volk voldoende eten te bezorgen, is het eerste wat een politicus moet doen om aan de macht te komen. Jezus zal het brood vermenigvuldigen bij het verkondigen van het Rijk, maar Hij zal de menigte vluchten die hem daarom koning wil maken (Johannes 6, 15). De vraag is steeds: zoeken wij ons eigen succes, ofwel het Rijk Gods, in al datgene wij vol edelmoedigheid verrichten? Als wij het Rijk Gods zoeken, dan krijgen wij er onze edelmoedigheid bovenop.

Het kan gebeuren dat het Woord Gods niet duidelijk genoeg is om ons onderscheidingsvermogen te leiden. Dan kunnen wij er een tweede criterium bijnemen. Als we aarzelen tussen twee manieren van handelen, dan kiezen we best voor ons kleinste zelfbelang. Driemaal komt de Verzoeker met een voorstel dat blijkbaar de eer van God en de dienst van de naaste beoogt. Alle drie zouden ze echter Jezus op de voorrang hebben gezet. Later zal Jezus brood vermenigvuldigen, niet om zijn eigen honger te stillen, maar die van de menigte. Later zal hij zich nog laten werpen op het kruis, en zijn vertrouwen tonen dat God hem niet zal laten vallen in de leegte van de dood. Maar in dit risico zal hij door allen onbegrepen worden en misprezen: zijn getrouwen zullen hem in de steek laten. De Vader zal Hem echter door zijn verrijzenis Heer maken van hemel en aarde. Jezus stuurt Satan de laan uit omdat Hij niet God wil dienen en zijn eigen glorie. Hij gaat alle eigenliefde uit de weg.

Daarenboven kiest Jezus telkens ook voor een oplossing die nergens geweld aandoet, die ruimte laat aan het onverwachte, aan de genade en aan Gods vrijheid. De Verzoeker stelt steeds voor te forceren, wonderen te bevelen. Bevelen, het woord ligt in de mond van Satan: beveel dat stenen brood worden, beveel de engelen u te dragen, beveel de komst van het Rijk. Bevelen, order geven, beslissen, dwingen, opleggen. Vooruit, neem maatregelen, ga er niet zachtjes tegenaan. Zekerheid en verplicht geluk, dat is het! Het herstel van de morele en religieuze waarden moet worden opgelegd en afgedwongen. Dat kadert helemaal niet met God die liefde is en dus promotor van de vrijheid. Hoe kun je immers zonder vrijheid de liefde beantwoorden?

Jezus leert ons alles gratis uit Gods handen te ontvangen. Want de wonderen, zoals de liefde, zijn niet op bevel. Ze zijn van het domein van de gratuïteit, ze komen van de verrassing en de vrijheid eigen aan God. Dat is het wat Jezus doet. De woestijn, waar er niets is dan God, heeft Hem die vrijheid geleerd.



'Zoon van God'(2017)

Matteüs richt zich tot bekeerde Joden. Door de vlucht naar Egypte had hij reeds gesuggereerd dat Jezus een nieuwe Mozes is (Matteüs 2, 13-15). Hij houdt die link aan: Jezus vast veertig dagen en veertig nachten zoals, volgens de rabbijnse traditie, Mozes dit gedaan heeft. Boven op de berg Nebo had God aan Mozes heel het beloofde land getoond (Deuteronomium 34, 1-4). Nu brengt de duivel Jezus boven een hoge berg om Hem al de koninkrijken der aarde die hij beheerst te tonen, en ze Hem te beloven (Matteüs 4,9) (1). Jezus weigert de macht van de duivel te erkennen.

Na zijn verrijzenis laat Hij echter zijn leerlingen naar een berg komen, en daar verklaart Hij: “Alle macht is Mij gegeven in de hemel en op aarde” (Matteüs 28, 16-19). De heerschappij, die Jezus geweigerd heeft te ontvangen van de duivel, wordt Hem in zijn verrijzenis door de Vader gegeven. De universele zending van de leerlingen ontspruit uit die macht.

Nemen we even het bekoringsverhaal door. Bij Jezus’ doopsel weerklonk er een stem uit de hemel: “Deze is mijn welbeminde Zoon” (Matteüs 3, 17). Ook de duivel heeft dat gehoord. Wat is de betekenis van deze verklaring? Het symbolische scenario van de bekoringen van de “Zoon van God” in de woestijn zal ons klaarheid brengen over de complexe betekenis van deze titel.

Jezus is eerst en vooral “Zoon van God” omdat Hij, door zijn onderdanigheid aan de Vader, de roeping waarmaakt van Israël. In het Oude Testament is Israël de zoon van God: “Mijn eerstgeboren zoon is Israël” (Exodus 4, 22), in die zin dat het door God uitverkoren is voor een particuliere zending die het tot een absolute onderdanigheid aan God verplicht (Jeremia 31, 20; Jesaja 45, 11, enz.). Daar waar Israël bij de bekoringen in de woestijn gefaald heeft in zijn onderdanigheid aan de ene God en zo zijn roeping als zoon verraden heeft, overwint Jezus de bekoringen, en vervult Hij de roeping van Israël.

In de woestijn heeft Israël honger geleden en gemord tegen God (Exodus 16, 2-3). Wanneer Jezus, die honger heeft, bekoord wordt, antwoordt Hij aan de duivel met de woorden zelf van het Deuteronomium: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van alles wat er komt uit de mond van God” (Deuteronomium 8, 3). De zoon van God is in de eerste plaats de arme van geest die zich voedt met het woord van God, het woord dat hem doet bestaan: “Dit is mijn Welbeminde Zoon”!

Jezus citeert de Heilige Schrift! De duivel zal Hem bij zijn woord nemen, en uitkomen met de psalm die zegt van wie op God vertrouwt: “De engelen hem op handen zullen dragen, zodat hij zich niet aan een steen stoot” (Psalm 90 (Hebreeuws 91),12). Als Jezus op God vertrouwt, dat Hij dan van boven de tempel naar beneden springt! Jezus antwoordt hem dat hij de dwaling van Israël van aan God te twijfelen en Hem een teken te vragen niet zal over te doen (Exodus 17, 1-7). Israël heeft God beproefd, en dat is nu wel juist geen teken van vertrouwen. “U zult de Heer uw God niet op de proef stellen”, is Jezus’ repliek. In feite stelt Jezus tegenover de duivelse fundamentalistische en letterlijke verklaring van de psalmtekst, een evenwichtige verklaring die de tekst niet uit zijn context haalt. Dat is bij Jezus een blijvende houding (vgl. Matteüs 18, 4-8; 22, 29-33, enz.).

Daarop speelt de duivel al zijn troeven uit. Hij toont aan Jezus al de koninkrijken der aarde met hun indrukwekkende rijkdom aan militaire en politieke macht. “Dat alles” (Grieks: tauta panta) behoort hem toe en hij zal “dat alles” aan Jezus geven als deze zijn vazal wordt. Jezus wordt geplaatst voor de radicale keuze: de Macht of de filiale Dienst van de Vader. Door die Macht te aanvaarden zou Jezus zijn identiteit van Zoon verliezen. Jezus reageert hier door met gezag de bekoorder af te wijzen: Hij ontmaskert hem door hem bij zijn naam “Satan” (2) te noemen. Dat herleidt de duivel tot onmacht (3).

We bemerken dat Jezus telkens de duivel antwoord geeft met schriftteksten die niet als messiaans beschouwd worden, maar die de conditie en de gehoorzaamheid uitdrukken van ieder mens tegenover God. Jezus, Zoon van God, is ons voorbeeld, wij die zonen zijn in de Zoon. Zoals Hij zullen wij bekoord worden. Zoals Hij zullen we ons vertrouwen stellen in God alleen.

___
(1) De duivel neemt Jezus mee boven op de tempel of op een berg. Voor onze gevoeligheid zijn dergelijke scènes vrijuit surrealistisch. De lezers van Matteüs zijn echter bekend met de joodse apocalyptische literatuur, waar de helden vrijuit door de lucht reizen, een literair procedé waar niemand om verlegen was. De apocriefe verhalen, die de christelijke traditie niet overgenomen heeft, waren overigens nog overvloediger gespijsd met wonderlijke feiten, waar het publiek gretig op was.

(2) Het Hebreeuwse ‘Satan’ dat ‘tegenstander’ betekent, wordt in het Grieks vertaald door: ‘diabolos” (zelfde wortelstam als het Nederlands ‘duivel’): ‘hij die zich dwars zet’.

(3) In de Hebreeuwse mentaliteit heeft men macht over wie men een naam geeft, over wat men benoemt.