Loading...
 

Engelen

2


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Wat is een engel?

‘Engel’ komt van een Grieks woord dat 'bode', 'boodschapper' betekent. Een engel brengt dus een boodschap. In een religieuze context treedt er een engel op telkens als God iets wil 'zeggen' aan de mensen (‘Engel des Heren’). Zo leggen de engelen de band tussen God ver weg en de wereld van de mens.

"Engelen, geconcretiseerde aandacht van God voor de mensen." (Wilfried Rossel)


Tijdens en na de Babylonische ballingschap evolueerde het jodendom steeds meer naar een monotheïsme (geloof in één God). Daardoor werd de afstand tussen JHWH en de mens steeds groter. Zo ontstond bij de joden de nood om de krachten die zij in het leven ondervonden te personifiëren en begonnen ze over engelen te spreken. Hiervan zijn in het Nieuwe Testament nog sporen te zien.





Hoe zien engelen eruit?

Onder invloed van de Byzantijnse kunst worden engelen met vleugels afgebeeld. Hiermee toonden de kunstenaars dat engelen in verbinding staan met God en met grote snelheid de boodschap van God (boven in de hemel), willen brengen aan de mens. Toch zijn er in de Bijbel nergens teksten die het over het uiterlijk van engelen hebben.

Arhangel Mikhail

Aartsengel Michaël
Andrei Roebljew (1414)



Hedendaagse engelen worden nog altijd met vleugels afgebeeld. Maar zo’n engel blijkt nu gebruik te maken van een gsm / mobieltje om de boodschap door te geven …

Engel Mobieltje

Engel aan de zuidgevel van de Sint-Janskathedraal in Den Bosch (op 15 meter hoogte)

Het idee voor deze zandstenen engel (1, 25 meter hoog) kwam van beeldhouwer Ton Mooy, die samen met zijn medewerkers voor de restauratie van de kathedraal 25 nieuwe engelenbeelden maakte.

Den Bosch





Soorten engelen

Serafijnen / Serafs / Serafim

Serafijnen worden voorgesteld met zes vleugels, die hun gelaat en voeten bedekken uit eerbied voor God. Hun naam komt van een woord dat ‘branden’ betekent.

Ik zag de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon. De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel. Serafs stonden boven Hem, elk met zes vleugels: twee om het gelaat te bedekken, twee om de voeten te bedekken, twee om te vliegen. Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer. Heel de aarde is vol van zijn heerlijkheid.’ Ik zei: ‘Wee mij! Ik ben verloren! Ik ben een mens met onreine lippen, en ik heb met eigen ogen de koning, de HEER van de machten gezien!’ Eén van de serafs vloog op mij af met een gloeiende kool. Hij raakte er mijn mond mee aan en sprak: ‘Zie, nu dit uw lippen heeft aangeraakt, is uw zonde verdwenen.’ Dan hoorde ik de stem van God: ‘Wie zal Ik zenden, wie zal in onze naam gaan?’ Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, zend mij.’
(Naar Jesaja 6, 1-8)




Cherubijnen / Kerubs

Cherubijnen, de ‘lijfwacht’ van de God van Israël, werden aanvankelijk voorgesteld in half menselijke, half dierlijke gedaante.

Cherubijnen bewaakten de weg naar de boom van het leven:

Daarom verwees de HEER God hem uit de tuin van Eden, en moest hij de grond gaan bebouwen waaruit hij was genomen. Hij verjoeg dus de mens uit de tuin, en aan de oostkant van de tuin van Eden plaatste Hij de kerubs en de vlam van het wentelend zwaard, om de weg naar de boom van het leven te bewaken.
(Genesis 3, 23-24)


Ze werden afgebeeld op het verzoendeksel van de Ark van het Verbond:

U moet ook een verzoendeksel maken van zuiver goud, tweeëneenhalve el lang, anderhalve el breed. Maak ook twee kerubs, in goud gedreven, aan de beide uiteinden van de dekplaat, één kerub aan het ene uiteinde en één aan het andere, in reliëf. De vleugels van de kerubs moeten naar boven uitgestrekt zijn, zodat zij het verzoendeksel bedekken. De kerubs moeten met hun gezicht naar elkaar toe gekeerd staan, hun gezicht moet op het verzoendeksel gericht zijn.
Plaats het verzoendeksel bovenop de ark en leg in de ark de verbondsakte neer die Ik u geven zal. Daar zal Ik naar u toe komen, boven het verzoendeksel; vanaf de plaats tussen de beide kerubs die op de ark met de verbondsakte staan zal Ik u alle opdrachten voor de Israëlieten meedelen.
(Exodus 25, 17-22)




Aartsengelen

Het woord 'aartsengel' komt uit het Grieks en betekent: opperboodschapper. De bekendste aartsengelen zijn Michaël (= Wie is als God?), Gabriël (= Man van God) en Rafaël (= God geneest).
Merk op dat hun namen eindigen op ‘el’, een verwijzing naar God (‘El’ komt van ‘Elohim’, een naam voor God).


MICHAËL
Deze engel wordt vermeld in het boek ‘apokalyps’:

Toen brak er in de hemel een oorlog uit. Michaël en zijn engelen vochten tegen de draak, en de draak en zijn engelen vochten terug. Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. De grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die Duivel en Satan heet en de hele wereld misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen met hem. En ik hoorde een stem in de hemel luid roepen: ‘Nu zijn de redding en de macht en het koningschap van onze God gekomen en de heerschappij van zijn Messias, want de aanklager van onze broeders is neergeworpen, hij die hen aanklaagde bij onze God, dag en nacht. Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het lam en door het woord van hun getuigenis, want zij waren niet gehecht aan het leven, zelfs niet met de dood voor ogen. Daarom: juich, hemelse sferen, en u die daar woont. Wee u, aarde en zee: de duivel is ziedend van woede naar u afgedaald, want hij weet dat zijn dagen geteld zijn.’
(Apokalyps 12, 7-8)



GABRIËL
Deze engel wordt vermeld in het boek Daniël, waar hij een visioen verklaart aan de profeet.
In het Nieuwe Testament kondigt de engel Gabriël in het evangelie van Lucas de geboorte aan van Johannes bij zijn vader Zacharias, en van Jezus bij zijn moeder Maria.


RAFAËL
Belangrijke figuur in het prachtige verhaal van Tobit.




De Rooms-katholieke Kerk viert de drie bovenstaande aartsengelen op 29 september. Wanneer het op die dag mooi weer is, spreekt men van een ‘michielszomer’, een verwijzing naar de aartsengel Michaël.



Engelbewaarders / Beschermengelen

Cortona Guardian Angel 01

Cortona


De Rooms-katholieke Kerk zegt dat iedere gelovige beschermd en geholpen wordt door een engel (beschermengel / engelbewaarder) vanaf de geboorte tot zijn dood.
Die heilige engelbewaarders viert de Kerk op 2 oktober.


Merk op
Niet alleen vroeger sprak men over engelen. Ook nu zijn er mensen die zeggen in contact te zijn gekomen met engelen, vaak in levensbedreigende situaties waaruit ze op wonderlijke wijze gered werden. Een engel wordt dan bijvoorbeeld ervaren als "mens" die stoffelijk aanwezig is en hulp of ondersteuning biedt en even later plotseling (in het niets) is verdwenen.





Vertellen over engelen

Kinderen hebben nog nooit een engel gezien, maar hun papa, mama, juf of meester evenmin. Daarom zou je kunnen overwegen niet meer over die engelen te spreken. Maar dan wordt bijvoorbeeld het verhaal over de aankondiging van de geboorte van Jezus een verhaal over een gewoon jongentje ergens in Palestina.

Dus toch?
Het woord engel komt van een Grieks woord dat ‘boodschapper’ betekent. Een engel komt dus een boodschap brengen. Wat een engel te zeggen heeft… daar komt het op aan. Dat is het belangrijkste.

Trouwens - in de gehele Bijbel is de aanwezigheid van een engel een soort oranje knipperlicht in de tekst. Elke engel wil zeggen: mensen hebben in het gebeuren dat hier verteld wordt, de aanwezigheid van God ervaren.
Omdat het belangrijk is dat kinderen deze betekenis met engelen associëren doe je er goed aan met zorg uit te kijken naar voorstellingen van engelen: niet naïef en ook niet overdreven realistisch. Ze moeten iets oproepen van God zelf van wie ze de boodschapper zijn.





Ken je taal

Engelengeduld
= erg geduldig

Iemand is een engel
= iemand is erg goed, lief, behulpzaam

Iets is alsof er een engeltje over je tong pist
= iets lekker vinden

Mensen zijn geen engelen
= mensen hebben gebreken

Een reddende engel
= iemand die hulp biedt





Suggesties

VERTELLEN

Het wonder

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 29)

Twee boeren reden met volgeladen karren.
Het had de laatste tijd veel geregend
en de wegen waren vol modder.
De karren bleven steken.
Eén van de boeren
viel op zijn knieën in de modder,
en vroeg aan God:
‘Help me hieruit alstublieft!’
Hij bad zonder ophouden.

Intussen was de andere boer druk in de weer.
Hij trok aan zijn ezel,
duwde tegen de kar,
zocht stukken hout, bladeren en aarde bij elkaar,
legde die voor de wielen van de kar
en vloekte tegen de sterren op.

Toen gebeurde een wonder.
Een engel daalde neer uit de hemel.
Tot hun grote verrassing
begon die de vloekende boer te helpen.
De man was er helemaal door in de war en zei:
‘Neem me niet kwalijk,
ik denk dat je je vergist.
Jouw hulp is vast en zeker
voor mijn vriend bestemd,
want hij heeft het hardst gebeden.’
Maar de engel zei:
‘Helemaal niet,
God helpt diegene
die zelf ook zijn best doet.’

(Toegeschreven aan de Braziliaanse bisschop Helder Camara)



De extra maand

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 140)

Er was eens een rijk man, die heel gierig was.
Op een dag stierf hij.

Hij kwam in een kamer met uitzicht op de hel en de hemel.
Niets lag er, zelfs niet het kleinste kruimeltje brood.
Hij riep een engel en vroeg:
‘Waarom word ik zo slecht behandeld?’
De engel zei:
‘Omdat je jou niet voorbereid hebt tijdens je leven.’
De man zei:
‘Maar daar heeft niemand me ooit iets van gezegd!
Mag ik misschien nog een maand langer leven
om me hier beter op voor te bereiden.’
De engel zei:
‘Goed. Je mag nog een hele maand langer leven.’

Zo kwam de oude gierige man terug op aarde.
Hij begon alle soorten voedsel klaar te maken.
Aan zijn kok vroeg hij
om heel veel droge koekjes te bakken.
Maar de arme kok
liet er een paar van verbranden.
Toen de rijke man hem begon uit te schelden,
klopte er een bedelaar aan de deur.
Omdat het de laatste dag was,
van de maand die hij langer mocht leven,
maakte de rijke man voor het eerst in zijn leven een groot gebaar:
hij gaf de bedelaar één van de verbrande koekjes.

Wat later kwam hij terug in de kamer met uitzicht op de hel en de hemel.
Daar vond hij in een hoek het verbrande koekje
dat hij aan de bedelaar had gegeven.

(Naar een verhaal uit Marokko)



Drie mannen en een engel

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 215)

Er waren eens drie mannen:
een melaatse, een kale en een blinde.
Allah wilde hen testen en stuurde een engel.
Die engel ging naar de melaatse en vroeg:
‘Wat wil je het liefste?’
‘Een mooie huid en een goede gezondheid,’ zei de melaatse.
De engel streek over het lichaam van de man,
en onmiddellijk was hij genezen.
‘Ik zal je ook rijk maken,’ zei de engel,
en hij gaf hem een zwangere kameel.
Daarna ging de engel
naar de kale man en de blinde man.
Ook zij kregen een goede gezondheid
en een zwangere kameel.
Korte tijd nadien kregen de dieren jongen
en na enige jaren waren de drie mannen rijk.

Toen stuurde Allah de engel terug naar het dorp.
Hij ging naar de man die melaats was geweest en zei:
‘Ik ben een arme man op weg naar huis,
maar ik kan niet verder als Allah en jij mij niet helpen.
In naam van Allah die jou heeft gezegend
met een mooie gave huid en rijkdom, vraag ik jou
om een kameel, zodat ik naar huis kan rijden.
De man antwoordde:
‘Ga weg, ik heb het druk, ik heb niets om aan jou te geven.’
De man die vroeger kaal was geweest reageerde ook zo.
Maar de man die vroeger blind was zei:
‘Ik ben niet vergeten wat Allah voor mij deed.
Neem zoveel je wilt.’
De engel antwoordde:
‘Je mag al je rijkdom houden. Ik wil niets van jou.
Allah is tevreden over jou,
maar de andere twee zal Hij hun rijkdom weer ontnemen.’

(Naar een moslimverhaal)



De geleerde en de arbeider

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 260)

Er waren eens een geleerde en een arbeider
die in hetzelfde huis woonden.
De geleerde stond elke dag vroeg op
om te bidden en de bijbel te bestuderen.
De arbeider stond elke dag vroeg op om te gaan werken.
Hij had geen tijd om te bidden.
Als de arbeider de geleerde zag, zuchtte hij diep.
Op de lippen van de geleerde zweefde een lichte spot.

Na vele jaren stierven ze allebei.
In de hemel vroeg een engel aan de geleerde:
‘Wat heb je in je leven gedaan?’
Met enige hoogmoed en trots zei hij:
‘Ik heb alle dagen van mijn leven mijn Schepper gediend,
de bijbel bestudeerd en gebeden.’
‘Maar,’ klonk het in de achtergrond,
‘hij keek met minachting neer
op zijn buurman, een arbeider.’
Dan legde de engel op een weegschaal
aan de ene kant zijn studie en gebed
en op de andere kant zijn minachting voor de arbeider.
De minachting deed de weegschaal in zijn nadeel doorslaan.

Toen vroeg de engel aan de arbeider:
‘Wat heb jij in je leven gedaan?’
‘Ik heb hard gewerkt om mijn gezin te kunnen voeden,’ zei hij;
‘Ik had geen tijd om te bidden en de bijbel te bestuderen.’
‘Maar,’ klonk het in de achtergrond,
‘als hij zijn geleerde buurman zag, zuchtte hij.’
Dan legde de engel op de weegschaal aan de ene kant zijn zuchten,
en aan de andere kant, zijn tekort aan tijd
om te bidden en in de bijbel te lezen,
Het zuchten deed de weegschaal in zijn voordeel doorslaan.

(Naar een joods verhaal)



Een aparte engel

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 357)

Bwito zag er anders uit dan de andere kinderen,
want hij kwam uit Afrika.
Nu wilde de juf met haar klas een kerstspel spelen
en Bwito wilde de engel zijn
die aan de herders vertelt dat Jezus geboren is.
Marian, die zelf engel wilde spelen, zei:
‘Een jongen kan geen engel zijn!’
‘Dat kan wel,’ riep Bwito, ‘ik heb nog nooit gehoord
dat engelen vrouwen of mannen zijn.’
‘Maar ze zien er niet zwart uit,’ riep Marian,
‘ze hebben blonde haren en lieve stemmen.’

De volgende dag zei Bwito:
‘Mijn papa zegt dat in de bijbel nergens staat
hoe engelen eruit zien en wat voor stem ze hebben.’
‘Dat is zo,’ zei de juf, ‘jouw papa heeft gelijk.’
Om te zaak te beëindigen, besloot ze om er om te loten.
Bwito won en Marian mocht met het engelenkoor zingen.
Op een dag kwam Bwito op de repetitie
met de linker arm in het gips.
Hij had geprobeerd om vanaf het garagedak te leren vliegen.
Maar zijn landing mislukte en hij brak zijn arm.
Marian zei: ‘Nu kan Bwito geen engel meer zijn, hè?’
Maar Bwito zei: ‘Mijn mama zegt dat het is niet belangrijk is
of een engel zijn armen kan uitstrekken.
Het komt op de boodschap aan!’

Dat jaar had de engel zwart kroeshaar, en zijn linkerarm in het gips.
Bwito zei luid:
‘Schrik niet, want ik heb een goede boodschap voor u,
een grote vreugde voor het hele volk.
Vandaag is in de stad van David uw Redder geboren.
Hij is de Messias, de Heer.’
Toen de mensen hem hoorden wisten ze
dat niemand een betere engel kon zijn.

(Naar een Duits verhaal)





Overwegingen

Leni

Een engel

Kaart 77



Kolet Janssen

Vele engelen

(Kerknet, zaterdag 17 november 2018)

Engelen zitten meestal ergens aan de rand van je blikveld, bijna buiten beeld. Een winkelbediende die echt moeite doet om te vinden wat ik zoek. Een postbode die mijn te grote envelop netjes achter mijn geranium verstopt, zodat ik hem vind maar niemand anders. Een kleinzoon die je heel even een inkijkje in zijn gedachten geeft. Een zorgzame huisgenoot of buur.

En dan dat hele peloton engelen dat werkt in rust- en ziekenhuizen. Altijd gericht op het helpen en ondersteunen van mensen, elke dag opnieuw. Ik begrijp dat het om allerlei redenen zwaar kan zijn om in de zorgsector te werken, maar aan de collega’s kan het niet liggen, want dat zijn bijna allemaal engelen.





Engelen in ‘bijbelin1000seconden.be’

Oude Testament
Aankondiging van de geboorte van Isaak
De engel Rafaël zorgt voor Tobit


Nieuwe Testament
De engel Gabriël kondigt de geboorte aan van Johannes de Doper aan Zacharias
De engel Gabriël kondigt de geboorte aan van Jezus aan Maria
Een engel kondigt de geboorte aan van Jezus aan Jozef
Een engel kondigt de geboorte aan van Jezus aan herders
De vrijlating van Petrus