Loading...
 

Kerstmis en de kerststal

2 Stal


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Suggesties

ONDERZOEKEN

Kerstmis over de hele wereld

Sta met de kinderen stil bij de kerststal.
- Hoe zien Maria en Jozef eruit?
- Welke dieren staan er bij de stal?
- Hoe ziet de plaats eruit waar Jezus geboren werd?
- Hoe ziet Jezus eruit?

Wij staan er niet bij stil dat we de geboorte van Jezus afbeelden alsof Hij in onze streek geboren is.
De stal ziet eruit zoals de stallen er bij ons in de Middeleeuwen uitzagen.
Jozef, Maria en Jezus zijn blanke mensen.
Ze zijn gekleed in eenvoudige lange kleren.
De dieren bij de stal zijn herkenbaar: het zijn dieren die je ook bij ons in een boerderij kunt zien.

Het is opvallend dat christenen de geboorte van Jezus meestal niet voorstellen zoals het toen geweest zou kunnen zijn, maar volgens de gewoontes in hun eigen streek en de kentrekken van hun eigen volk.
Let eens op de klederdracht; de geboorteplaats; de aanwezige dieren; de huidskleur...

Bijvoorbeeld:
Japanse kerstfiguren zijn in kimono.
Bij de Eskimo's ligt Jezus op een slee in een iglo.
In Peru wordt de kribbe omringd door lama’s.
En in Afrika door dieren die daar voorkomen.
In Zuid-Frankrijk is het hele dorp aanwezig (santons)
In Afrika is de geboorteplaats een hut, elders kan het een grot zijn, een oude stal, een huisje...
Het kind Jezus heeft andere gelaatstrekken en huidskleur naargelang de plaats waar het gebeuren wordt voorgesteld.


6 Wereldkaart

Leg deze wereldkaart in het midden van de kring. Schik er de verschillende afbeeldingen van kerststallen rond.
Verbind elke afbeelding met het land waar die bij thuishoort. (touw; pijl in papier; ...)
Zorg eventueel voor een atlas.

Bespreek:
Waarom wordt zou het kerstgebeuren op zoveel verschillende manieren afgebeeld worden.

Dat men de geboorte van Jezus zo gemakkelijk laat inpassen in allerlei culturen, geeft de ervaring weer dat men in Jezus God aanwezig ziet voor iedereen en in alle omstandigheden.





VERTELLEN

Vooraf

Een stal om in geboren te worden … deze sobere huisvesting voor dieren roept in onze tijd armoede op als het een verblijfplaats voor mensen wordt.
Door te vertellen dat Jezus in een stal geboren is, toont men zijn solidariteit met mensen die leven aan de rand van de maatschappij.



Kerstmis bij oma

(naar een kerstverhaal in Naomi, uitgeverij Averbode, december 2009, p. 10-12)

Pauline is die namiddag helemaal alleen bij oma op bezoek.
- O, oma! Heb jij jouw kerstboom nog niet versierd?
- Nee! Zullen we dat samen doen?
- Ja, ja, ja!
Pauline is daar heel blij mee.

Pauline en oma nemen de kartonnen dozen uit de kast. Het zijn er heel veel!
Oma zet ze in de woonkamer.
Pauline kan niet wachten. Ze opent ze allemaal.
- Kijk oma, een kerstbal! En hier een snoer met lichtjes! En oma, wie is dat?
Pauline toont een herder uit gips aan oma.
- Het is één van de herders uit de kerststal.
- De kerststal? Waarom is er een stal met Kerstmis?
Voor oma kan antwoorden, ziet Pauline weer iets nieuws.
- Wat leuk, een babyster!
- Maar neen, Pauline, dat is de ster van de kerststal. Daarom is hij kleiner.
- Waarom moet er een ster op de kerststal?
En waarom heb je vier grote kaarsen genomen? Wordt er iemand vier jaar oud?
- Neen, ze zijn voor de adventskrans.
- Waarvoor dient zo'n adventskrans, oma?
- Maar Pauline, zoveel vragen! Kom eens even bij me zitten!
Oma en Pauline gaan zitten in de zetel.
- Met Kerstmis zet ik een stal. Want Jezus werd na een lange reis, ver van huis in een stal geboren, omdat er nergens anders plaats was. De eersten die op bezoek kwamen waren de herders uit de buurt. De herder die je daarnet gezien hebt, doet daaraan denken.
- En de vier kaarsen, vraagt Naomi?
- De vier kaarsen plaats ik op de adventskrans. De eerste zondag van de advent laat ik één kaars branden. De tweede zondag laat ik twee kaarsen branden. Dan drie en daarna vier. Hoe dichter we bij Kerstmis komen, hoe meer licht er is.
Ik zet ook altijd een ster boven op de kerststal. Want de wijze mannen die van ver kwamen volgden een ster. Ze wilden de pasgeboren Jezus bezoeken en hadden heel bijzondere cadeaus bij zich.
- En de boom, oma?
- De boom is altijd groen, zelfs in de winter. Hij vertelt ons dat er altijd leven is, ook al lijkt alles dor en dood.
- Oma, Kerstmis is echt wel een mooi feest.



Kerstversiering

(C.LETERME e.a., Zes kruiken wijn, Standaard educatieve uitgeverij, 1994, p. 28-29)

Lien en Sam zijn samen met mama in de stad.
Het wordt donker.
De winkels in de stad zijn mooi versierd.
In de straten hangen lichtjes.
Er klinkt kerstmuziek en het is erg druk.
De meeste mensen haasten zich
om voor iedereen thuis
nog een geschenkje te vinden.

Lien, Sam en mam willen nog wat kopen om het huis te versieren.
Gisterenavond hebben ze samen met papa
de kerstboom neergezet met het stalletje eronder.
Dat hadden ze vorig jaar gemaakt met allerlei blokjes hout en oude sigarenkistjes.
Nu zijn ze op zoek naar plastic beeldjes van schapen.
Eindelijk vinden ze wat ze zoeken...
net zo groot als ze willen.

In de auto zegt Sam: 'Mama, ik vindt het toch maar erg hoor...!'
Wat vind je erg, Sam?'
'... Dat Jezus in een stal geboren is!
Een stal, dat is toch een schuilplaats voor de dieren!'
'Ja, Sam... dat is waar,
maar weet je... God houdt van alle mensen
en het meest van hen die niets hebben.
Daarom vertellen de mensen dat Jezus in een stal is geboren.'
'Is dat zo, mama?'
'Jazeker, wie je ook bent, rijk of arm, voor God is iedereen even belangrijk.
Dat heeft Jezus ons laten zien.'

's Avonds legt mama Sam in bed.
'Mama, is dat echt waar dat God van alle mensen houdt?
'Ja, Sam.'
'Dan vind ik hem toch wel heel lief hoor.'

Dit verhaal wil de kinderen attent maken op de situatie waarin Jezus ter wereld kwam en wil duidelijk maken dat mensen, wie ze ook zijn, bij Jezus geborgenheid kunnen vinden. Omdat Jezus solidair is met eenvoudige mensen, worden de armoedige omstandigheden van zijn geboorte beklemtoond.




Een aparte kerststal

(C. LETERME in Simon, uitgeverij Averbode, november-december 2012, p. 13-14)

Franciscus is op stap in de heuvels rond het dorpje Greccio.
Hij is op zoek naar een echte kribbe. Die wil hij in de kerk zetten.
Daar ziet hij de vriendelijke boer weer,
die hem een paar weken eerder eieren heeft gegeven.
- Antonio, roept Franciscus,
kan ik de voederbak van jouw dieren voor een paar dagen lenen?
- Wat een gekke vraag Francesco!
Ben je soms van plan om boer te worden?
- Niet echt, Antonio, ik wil die voederbak met Kerstmis in de kerk zetten.
Dan begrijpen de mensen veel beter
wat de geboorte van Jezus in een stal betekent.
- Francesco, waarom is dat nu nodig?
We weten toch dat er engelen waren en herders,
en dat er wijzen op bezoek gingen.
- Klopt, Antonio,
maar de mensen moeten begrijpen hoe arm Jezus wel was.
Als ze die voederbak zien, zullen ze dat beter begrijpen.
Want Jezus was arm, net zoals zij.
En Hij was niet met goud behangen
zoals onze bisschoppen en onze paus.
- Oké, Francesco. Is dat een goede voederbak voor de kerk?
Franciscus bekijkt de voederbak.
- Heel goed Antonio.
- Neem hem maar mee.
- Kun je me ook nog wat stro en hooi geven, Antonio?
- Maar natuurlijk!
Franciscus is daar heel blij mee.
Hij wil al verder gaan, maar draait zich om.
- Antonio, nog iets.
Misschien moeten er ook een schaap en een ezel bij staan.
Wat denk je?
- Maar Francesco, dieren in een kerk?
- Ja, ik dacht even:
dan zien de mensen nog beter dat Jezus er is voor de arme mensen.
Dan zien ze nog beter dat Hij geleefd heeft zoals wij.
Weet je, ik zal aan de paus vragen of dat wel mag.

En ... het mocht.

Ezel




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 20 december 2017, p. 1)

Nergens in de Bijbel wordt ook maar iets gezegd
over een stal waarin Jezus geboren werd.
Toch wordt elk jaar rond Kerstmis verteld en gezongen
over de kleine Jezus in een ‘stalletje’.
Het verhaal hierbij vertelt hoe dat komt.

Franciscus deed er alles aan
om het evangelie dichter bij de mensen te brengen.
Hijzelf was erg getroffen door de eenvoud, de soberheid
en de betrokkenheid van Jezus op mensen
die in de rand van de maatschappij leefden.

In de Bijbel had hij bij de evangelist Lucas gelezen
dat Jezus na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd.
Omdat een kribbe, een voederbak voor dieren,
in de tijd van Franciscus in een stal stond,
vertelde hij daarom dat Jezus in een stal geboren werd.

Er moest ook stro zijn en hooi en dieren.
Want dat kenden de mensen. Dat was ook hun leven.
Dat bracht het kerstgebeuren dichter bij de mensen.
Op die manier kon hij veel beter
de solidariteit van Jezus met eenvoudige mensen tonen.

Zijn volgelingen, franciscanen, trokken overal de wereld in.
Waar ze ook kwamen zorgden ze met Kerstmis
voor een stal met stro en dieren.
Zo komt het dat men tot op vandaag
in kerken, in dorpen én in huizen een kerststal plaatst.




Suggestie
(Naar: Sophie VEULEMANS in Simon plus, 2012, nr 2)

Laat de kinderen het verhaal naspelen.
Verdeel de kinderen in twee groepen: één groep is reporter, de andere groep is Franciscus.

De reporters interviewen Franciscus.
- Waarom wil jij zo graag een kerststal met een echte voederbak en dieren in de kerk?
- Wat heb je de mensen hiermee willen duidelijk maken?
- Waarom vraag je aan de paus of er een voederbak en dieren in de kerk mogen komen?
- ... (vragen die de kinderen toevoegen)
De reporters brengen nadien verslag hierover uit.



De kerststal

(Geïnspireerd door een verhaal van M.E. Breur)

Het is eind november. Yana en Louis wonen in een kleine stad. Ze zitten samen in het zesde leerjaar. Als de school gedaan is, wacht Louis in de gang op Yana. Op weg naar huis steken ze een plein over met oude huizen en een kerk. Ze zien dat de deur van de kerk openstaat. Twee mannen laden grote dozen uit een bestelwagen en dragen die de kerk in.
- Zou je in de kerk mogen? vraagt Louis, ik zou wel eens binnen willen kijken!
- Ik weet het niet, antwoordt Yana, willen we het aan die mannen vragen?
Samen lopen ze de trap op. Bij de open deur blijven ze staan.
- Wat een mooi gebouw, fluistert Yana.
Dan zien ze de twee mannen. Ze werken vooraan in de kerk in een hoek. Eén van de twee kijkt op en loopt naar hen toe.
- Hallo, komen jullie kijken?
- Mag dat? vraagt Yana.
- Natuurlijk, we maken iets moois. Komen jullie maar mee!
Dat laten Yana en Louis zich geen twee keer zeggen. In de hoek bij de zijmuur staan twee lange tafels. Er liggen bruine en groene doeken op. Aan de muur achter de tafels hangen er wandkleden. Die vormen een decor, met bergen tegen een blauwe lucht, een stad in de verte, een paar dorpen, bossen, akkers en weilanden. Er staan ook mensen op en een herder met een grote kudde schapen.
- Wat maken jullie? vraagt Louis.
- Een kerststal, antwoordt één van de mannen, nog vier zondagen en dan is het Kerstmis. Dan vieren we de geboorte van Jezus. Dat bereiden we nu al voor. Die tijd noemen we: advent. Op deze tafels beelden we het kerstverhaal uit. Elke week komt er een stukje bij.
De mannen werken verder. In het midden plaatsen ze een grote stal. Uit de dozen halen ze huizen, zoals die er in het oosten uitzien en bomen, mensen en dieren.
- Dat zal mooi zijn als het helemaal klaar is, denkt Louis.
- Kom Louis, we moeten naar huis. Mama wacht op ons, zegt Yana.
Eén van de mannen loopt even met hen mee naar de deur.
- Als jullie willen zien hoe het gaat worden, kom dan volgende week vrijdag gerust weer even kijken, zegt hij, we bouwen iedere week een stuk van het kerstverhaal bij.
- Dat doen we, roepen ze enthousiast, tot volgende week!

Een week later gaan Yana en Louis na de school naar huis. Op het plein staat de bestelauto weer voor de kerk.
- Kom mee! zegt Louis.
In de kerk zijn dezelfde mannen aan het werk. Een van hen kijkt op en lacht vrolijk als hij hen ziet.
- Kom maar, roept hij.
Yana en Louis lopen naar de tafels. Ze zijn nieuwsgierig hoe het kerstverhaal er nu uitziet. Links is er een dorp gemaakt. Er zijn huizen met bomen en een plein met een waterput.
- Kijk, zegt Louis en hij wijst naar één van de huizen, dat is zeker het huis van een timmerman: ik zie een werkbank en een zaag en een hamer! En daar ligt een stapel planken!
- Oh ja, roept Yana, en die man en een vrouw met bagage zijn zeker Jozef en Maria die op reis gaan!
- Jullie hebben allebei gelijk, zegt de man naast hen. Dat dorp heet Nazaret en Jozef is de timmerman van het dorp. Hij is verloofd met Maria. En weten jullie ook waar Jozef en Maria naartoe gaan?
- Ja, ze gaan naar Betlehem! antwoordt Yana.
- Waarom gaan ze daarnaar toe? vraagt Louis.
- De Romeinse keizer Augustus had gezegd dat iedereen zich in zijn rijk moest laten inschrijven in de stad van zijn voorouders. Zo kon hij weten hoeveel mensen er precies in zijn rijk woonden. Jozef stamde van koning David af en die kwam uit Betlehem. Jozef en Maria moesten het hele eind lopen. Kijk, hier moeten ze naar toe.
De man loopt met Louis en Yana naar het midden van de tafels, waar de stal staat. Rechts daarvan werd een dorp gebouwd met in het midden een groot huis met een groep mensen ervoor. Er staan ook soldaten naast het huis.
- Dit is Betlehem, vertelt de man verder, en dat is het huis waar de mensen zich moeten laten inschrijven. De soldaten houden de wacht en zorgen dat alles ordelijk verloopt.
Yana wijst naar een huis vlakbij. Daar staan een paar ezels en een kameel.
- Dat is zeker de herberg! zegt ze, die was vol toen Jozef en Maria een plekje zochten om te slapen.
Louis loopt verder. Aan het einde tegen de muur is een heuvel gebouwd, met een huis erop en een weg erheen met bomen. Eén van de mannen zet een paar beelden in het huis. Door de grote ramen heen kun je ze goed zien: ze staan bij een tafel vol boekrollen.
- Dit is het oosten! zegt de man. Hier woonden de geleerden die de sterren bestudeerden.
- De wijzen uit het oosten, weet Yana, die er ook bij is komen staan.
- Volgende week gaan we weer verder, komen jullie dan weer kijken? vragen de mannen.
- Zeker en vast! zeggen Yana en Louis enthousiast.

Overal in het centrum hangt er kerstversiering: bogen en slingers met dennengroen en lichtjes. Midden op het plein staat een enorme kerstboom. Louis en Yana lopen er langs en gaan dan voor de derde keer de kerk binnen. Ze zien meteen de grote ster die in de donkere hoek hangt, in het oosten. Er brandt een lampje in. De wijzen staan nu buiten het huis, met een paar knechten en kamelen met bagage op hun rug. Ze kijken allemaal omhoog, naar de ster.
- Nu gaan ze op reis, weet Yana, de ster wijst hun de weg naar Betlehem.
- Hoe kan een ster nu de weg wijzen? vraagt Louis.
- Dat kan, omdat het een bijzondere ster was, legt een van de mannen hem uit. Omdat de wijzen zoveel wisten van de sterren, wisten ze ook dat als ze die speciale ster zouden zien, er een langverwachte koning geboren moest zijn. Zo wisten ze ook waarheen ze moesten reizen.
Louis knikt, dat kan hij begrijpen.
Aan de linkerkant zijn Jozef en Maria op één derde afstand van Nazaret naar Betlehem. Er lopen ook een paar Romeinse soldaten op de weg en een wat verderop nog een groepje reizigers. Dicht bij Betlehem, links van de stal, staat een kudde schapen met een paar herders.
Even later lopen Yana en Louis weer naar huis langs de versierde etalages van de winkelstraat.

De volgende vrijdag zijn Louis en Yana wat later uit school dan anders. Ze hebben met een paar andere kinderen na schooltijd nog geoefend voor het schoolkerstfeest.
- De mannen zullen er toch nog wel zijn, zegt Louis als ze op het plein lopen. Hij vindt de kerststal heel bijzonder en is benieuwd hoe hij nu weer veranderd is. Gelukkig is de kerk nog open. Er zijn geen nieuwe dingen meer bij de kerststal gekomen. Er zijn wel een paar dingen veranderd: in het oosten hangt de ster nu halfweg de weg naar Betlehem en de wijzen zijn ook halfweg. Aan de andere kant zijn Jozef en Maria vlakbij Betlehem. Ze staan bij de herders en hun kudde.
- Volgende week vrijdag maken we de stal klaar voor de vierde zondag van de advent, zegt één van de mannen als Louis en Yana naar de deur lopen. Pas op kerstavond, voor de kerstnachtdienst, zetten we Maria en Jozef met het kindje in de stal en de engel bij de herders.

Louis en Yana zijn blij als ze de school uitlopen.
- Hoera, twee weken vakantie! roept Yana en ze trekt Louis aan zijn mouw. Kom, we gaan snel kijken naar de kerststal!
Even later staan ze vol bewondering bij de kerststal in de kerk. Die is af. De wijzen staan met hun kamelen en hun bedienden vlakbij het stadje Betlehem. De ster hangt boven de stal te schitteren.
- Louis, kijk, de engel is bij de herders, wijst Yana, hij komt ze vertellen dat Jezus geboren is in de stal. Dan gaan alle herders erheen om te kijken. En de engelen zingen: Eer aan God.
Samen gaan ze naar de stal in het midden. Jozef en Maria staan er nu in en in een voerbakje ligt een kindje: Jezus. Maria zit er op haar knieën naast en Jozef staat erbij met een lantaarn in zijn hand.
- Ik zal jullie iets leuks laten zien, glundert een van de mannen, Hij buigt zich voorover en pakt voorzichtig het kindje uit het kribje. Hij legt het op de arm van Maria.
- Oooh! Yana zucht van bewondering, zo is het nét echt.
De mannen lachen en knikken. Nog één keer lopen Louis en Yana langs het hele kerstverhaal en bekijken alles nog eens heel goed.
- Vandaag is de Redder van de mensen geboren in de stal van Betlehem, zegt één van de mannen, als ze weggaan, denk daar maar aan met Kerstmis.





ACTUALISEREN

De kerststal van Castenaso (Italië)

Castenaso Kerststal 2017

(December 2017)
Onder een stralende winterzon kan men in Castenaso, in de buurt van Bologna (Noord-Italië), een actuele kerststal zien. Alles wat doorgaans in een kerststal te zien is, is er: Jezus en Maria, Jozef, de os ende ezel, herders met hun schapen, koningen … Apart aan deze kerststal is dat Maria zit in een rubberbootje, een verwijzing naar de bootmigranten.

Dat zorgt voor nogal wat commotie. Op de facebookpagina van het stadje staat te lezen:
‘Een aanval op onze christelijke cultuur’
‘Misbruik van een traditie voor politieke propaganda’
Maar ook:
‘Als Jezus nu zou geboren worden zou Hij op zo’n rubberboot willen geboren worden, op zee, tussen de zwaksten, tussen de mensen, die worden afgewezen.’

Stefano Sermenghi, de burgemeester van Castenaso wilde – in samenspraak met de parochie - een boot in de stal plaatsen om de mensen te doen nadenken over het verwelkomen van migranten. Hij vond dat veel mensen hun mond vol hebben over integratie en het verwelkomen van bootmigranten, maar weinigen concreet iets bijdragen.




Suggestie
Lees bovenstaande tekst voor of bezorg de deelnemers hiervan een kopie die ze in stilte lezen. Nodig hen daarna uit om zelf een korte reactie te schrijven die op facebook zou kunnen komen.
Bespreek daarna alle reacties in de groep.
Bij dit gesprek is vooral de argumentatie heel belangrijk – ook het inzicht in de betekenis van de plaats van de geboorte van Jezus en de gevolgen hiervan in het leven van christenen.





DOEN

Tekendictee: Kerstmis

Lees de tien opdrachten voor. De kinderen tekenen wat ze horen.
1. In het midden van je blad teken je een grote stal.
2. In de stal ligt een kindje in een voederbak voor de dieren.
3. Naast het kindje staan de mama en de papa.
4. In de stal staan een os en een ezel.
5. Naast de stal is er een herder.
6. Rond de herder staan twee schaapjes.
7. Boven de stal is een grote ster.
8. In de verte zijn er drie koningen.
9. Het is midden in de nacht.
10. Teken nog 1 ding wat hierbij past.



Knutselen van een kerststal

Zomaar een stal

Nodig de kinderen uit om elk hun eigen kerststal te maken. Alle materialen en technieken zijn mogelijk. Het ging immers om een schuilplaats voor dieren!
Organiseer daarna in de kerk of op school een tentoonstelling.
Wie deelneemt kan een prijs winnen.
Zorg voor zoveel categorieën dat elk kind naar huis kan met een 'prijs'.
Hier alvast enkele mogelijkheden: de kleurrijkste, de grootste, de kleinste, de meest ontroerende, de meest speciale, de meest verzorgde, de origineelste, ...
in papier, in hout, in klei, in plastiek, in karton, in plasticine, in lego, in papier, in zoutdeeg, in stof, in kurk, in pleister...



Kerstkijkdoos

Materiaal
Schoendoos waarin een klein gaatje (grootte van een euro) uitgeknipt werd aan de voorkant, en een groot gat in het deksel (grootte van een vuist) dat nadien met crêpepapier wordt dichtgeplakt.
Tekenpapier, materiaal om te tekenen en te kleuren, schaar, lijm.


Verloop
Nadat de kinderen het verhaal van de geboorte van Jezus beluisterd hebben, sommen ze de figuren op die een rol spelen in dat verhaal. Nadien tekenen / kleuren ze deze figuren, die niet groter mogen zijn dan de hoogte van de schoendoos. Onder elk van deze figuren laten ze wat ruimte vrij om ze nadien te kunnen kleven in de doos.
Ze knippen deze figuren uit met wat extra ruimte onder de voeten / poten dat ze omplooien. Het omgeplooide deel plakken ze vast aan de doos.


TIPS
. Elk kind maakt zijn eigen kerstkijkdoos – dit vraagt wel veel tijd, maar heeft het voordeel dat elk kind nadien met een eigen doos naar huis kan.


. In een kleine groep kan men aan één kijkdoos werken:
- Eén of meer kinderen werken aan de buitenaankleding van de doos (buitenkant stal? Grot?)
- Iemand werkt aan de binnenaankleding van de doos (stal? Grot?)
- Verschillende kinderen werken aan de figuren die zowel in als buiten de doos gekleefd kunnen worden.
Maak hierover vooraf precieze afspraken.


. In een grote groep kunnen verschillende kerstkijkdozen gemaakt worden, die telkens een ander moment of een andere plaats uitbeelden. Nadien kun je de verschillende dozen verspreiden over het hele lokaal. Wandel dan met de kinderen van de ene doos naar de andere, terwijl het grote verhaal opnieuw verteld wordt.


. Men kan tijdens deze activiteit kerstliederen laten beluisteren die gebruikelijk zijn in onze streken. Kinderen die deze liederen al kennen, kunnen ze meezingen / neuriën. Anderen hebben het nadien gemakkelijker om deze liederen aan te leren.


. Men kan ook de schoendoos openlaten en op een van de zijden laten staan. Daarin kan men het hele tafereel opbouwen en hoeft men geen gaten bovenaan en in een zijkant te maken.



Een actuele kerststal

De kinderen / jongeren vertrekken vanuit de volgende vragen:
Als Jezus nu in onze tijd opnieuw geboren zou worden ...
- Waar zou Hij dan geboren worden?
- Wie zouden dan de herders zijn?
- Wie zouden dan de wijzen zijn?
- Wie / Wat zou dan het nieuws brengen van zijn geboorte?

Ze bespreken eerst in groep wie of waar of wat. Dan maken ze een collage van tijdschriften, kranten, een tekening … of een kerststal in drie dimensies vertrekkend van een schoenendoos.



Kerstfiguren

Jozef, Maria, herders, wijzen ...

Laat je voor het maken van de figuren in de stal inspireren door dit materiaal.


Je kunt de figuren ook laten boetseren in klei. Ze kunnen nadien eventueel aangekleed worden met stof die door stijfsel gehaald is. Zo blijven de plooien zoals je wilt.


Wie een actuele kerststal uitwerkt kan een geschikte foto kleven op karton, uitknippen en rechtzetten met behulp van klei, legoblokjes ...



Schaapjes

Ponpomschaap

Materiaal
Witte wol, wiebelogen (of knoopjes, of draad waarmee je oogjes kunt borduren), dikke naald waar verschillende draden wol door kunnen, witte en zwarte vilt, schaar, karton, textiellijm.


Werkwijze
Knip twee cirkels met een diameter van 6,5cm uit een stuk karton. Knip een ronde opening in het midden van beide cirkels. Maak deze opening niet te klein.
Wikkel de wol zo gelijkmatig mogelijk rond de kartonnen schijven. Doe dit zo lang tot het gat in het midden goed vol is. Gebruik hiervoor een dikke naald. Knip dan de wol tussen de twee kartonnetjes. Houd daarvoor je duim stevig op de wol en verplaats je duim voorzichtig tijdens het knippen.
Neem twee draden wol en trek die tussen de twee cirkels door. Trek ze stevig aan en knoop goed vast. Trek dan voorzichtig de kartonnen cirkels uit de pompon of scheur ze open. Knip de pompon bij zodat die mooi rond wordt.
Knip dan een schapenkopje uit vilt. Plak er met textiellijm twee oogjes op (of naai er twee kleine knoopjes op of borduur twee oogjes met draad). Plak het kopje op de pompon.
Maak vier pootjes van stevig karton. Plak die daarna vast onder het schaapje.


TIPS
Zoek op het internet hoe je pompons kunt maken.
Inspireer je voor het kopje op dit schaapje:
Tekening Schaapje





MEDTEREN

Een vreemde kerststal

(Mark Van de Voorde, in Kerknet.be, woensdag 20 december 2017 - 20:56)

Dakloze Jezus Sn
Foto: Mark Van de Voorde

In Brugge staat een bank. Op die bank ligt een man. Het zou een kersttafereel kunnen zijn. (...)

Het hoofd van de man op de bank zit verborgen onder een deken waarin de man zich heeft gewikkeld. Alleen zijn voeten steken uit, zoals je zelf wel eens ervaart als je een dutje doet onder een leuke plaid op de cosy bank in je knusse zithoek.
Maar de plek waar de bank staat, is niet knus: het is de publieke ruimte in de vrieskou. De bank is geen cosy sofa maar een harde parkbank. Het dek is geen leuke plaid maar de ruige deken van een dakloze.

'De kleinsten der mijnen', zou Jezus de man op de bank hebben genoemd. Daarom heet de man op die bank op dat pleintje in Brugge ook 'De dakloze Jezus'.

De bank en de man zijn van brons, het metaal waarvan klokken worden gegoten om ons op te roepen. Ook De dakloze Jezus wil ons oproepen. Om oog te hebben voor hen wier gezicht anoniem wordt gemaakt onder de statistieken, zoals dat van de man op de bank onzichtbaar onder die deken.
Het kunstwerk van de Canadese beeldhouwer Timothy Schmalz staat sinds enkele weken op een pleintje voor de Magdalenakerk in Brugge. Ik zag het op zondagmorgen 10 december, die ochtend dat Vlaanderen onder een sneeuwdeken wakker was geworden.
Het beeld van de man op de bank leek me onder de sneeuw nog schrijnender. En het bleef sneeuwen, toen ik ernaar keek. Met de minuut verdween de man een beetje meer uit het zicht.
Op de foto die ik ervan maakte, trokken de schuin vallende sneeuwvlokken vale strepen over het beeld, als wilden ze de liggende man uitgommen.

Doen wij dat ook niet vaak, vroeg ik me af, wat we liever niet zien onder laten sneeuwen en van ons netvlies verwijderen?

Met de sneeuw erop zou die bank met de dakloze een plaatsje kunnen krijgen in een grote folkloristische kerststal. Een dakloze op een bank als kersttafereel? Meer dan we denken.
Jezus kwam als dakloze ter wereld. Hij werd geboren in een stal, een grot waarin dakloze dieren komen schuilen voor de koude nachten. Jezus stierf als dakloze. Hij werd neergelegd in het graf van een ander, een eigen had hij niet. En tussen begin en einde had Hij, vertelt de Bijbel, geen steen om zijn hoofd neer te leggen.
De dakloze Jezus is een ongemakkelijk zittend maar misschien wel passend beeld van wat Kerstmis ons wil zeggen. Christus is niet gekomen als een machtige prins maar als hulpeloos kind, niet als een triomferende heerser maar als lijdende mens.
Van de lijdende mens moet je het gezicht opdelven, zegt Hij ons, niet de triomferende heerser naar de ogen zien.