Loading...
 

Pinksteren

2 Foto


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Vragen van kinderen

Wat is de Heilige Geest eigenlijk? - Lisa, 11 jaar
(C. LETERME in Samuel 2001, nr 8, p. 2)

Christenen spreken op drie manieren over God: ze spreken over God als over hun vader in de hemel. Ze herkennen Hem in de manier waarop Jezus geleefd heeft. En ze voelen God aan als de Geest die hen bezielt.
Maar wat kun je je nu voorstellen bij 'Geest'? Even proberen...
Ben je al eens buiten geweest toen het hard waaide? voelde je toen ook hoe die wind je vooruit duwde? Wind kun je niet zien, maar je kunt hem wel voelen.
Ben je al eens zo snipverkouden geweest dat je naar adem moest happen? Is het jou dan ook opgevallen hoe belangrijk die adem wel voor jou is? Hoewel je je adem niet kunt zien, toch is die levensbelangrijk voor jou.
Christenen vergelijken de heilige Geest met wind en met levensadem. Net zoals de wind duwt en stuwt de Geest hen vooruit, zodat ze enthousiast worden om van de wereld een plaats te maken waar mensen het goed hebben omdat ze van elkaar houden. En net zoals adem is de Geest van God voor christenen levengevend en levensbelangrijk.




Wie is dat, de Heilige Geest? - Lore, 12 jaar
(C. LETERME in Samuel 2005, nr 7, p. 2)

Christenen spreken over God als over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Van deze drie is de Geest de meest ongrijpbare, de meest onzichtbare. Van Hem wordt gezegd dat Hij de kracht van liefde is die van God komt.
Over de Heilige Geest wordt gesproken als wind. Wind zie je niet, maar je kunt die wel voelen: hij verfrist en brengt in beweging. Zoals wind je in de rug kan vooruit duwen, zo duwt de Geest je vooruit.
Over de Heilige Geest wordt ook gesproken als over adem. Adem zie je niet, toch zorgt je adem ervoor dat je in leven blijft. Zoals de lucht die de mens in en uitademt, zo werkt de Geest van God bij de mensen. Hij brengt bezieling, spirit, begeestering.
Zoals je de kracht van de wind kunt zien aan huizen en bomen, en de kracht van de levensadem in het leven van de mensen, zo kun je de kracht van de Heilige Geest zien in die mensen die er vol van waren: Jezus en alle mensen die heilig genoemd worden. Waar liefde, vreugde, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid zijn, daar is Hij werkzaam.




Waarom worden de apostelen soms voorgesteld met vlammetjes boven hun hoofd? - Ellert, 12 jaar
(C. LETERME, in Samuel 2007, nr 7, p. 2)

Schilderijen die de apostelen afbeelden met 'tongen van vuur' boven hun hoofd, proberen voor te stellen wat er met hen gebeurde op Pinksteren. Om dat te begrijpen kun je best even stilstaan bij de uitdrukking: 'Er gaat een lichtje branden'. Dit betekent dat men plots klaarheid ziet, dat men ineens de oplossing heeft voor dingen waarvan men voorheen dacht dat het problemen waren. Je ziet het ook in stripverhalen. Als een tekenaar duidelijk wil maken dat een personage plotseling een idee krijgt, dan tekent hij een oplichtend gloeilampje boven zijn hoofd.
Pinksteren is het feest van dergelijke opvlammende lichtjes. De apostelen zagen immers plotseling licht in de duisternis. Dagenlang waren ze verdrietig, ontgoocheld en ontmoedigd om de dood van Jezus. Maar vanaf die dag voelden ze Hem in hun midden, wisten ze wat hun te doen stond en vonden ze de moed en de kracht om naar buiten te gaan, zonder vrees.
Wie alleen maar vlammetjes ziet boven de hoofden van de apostelen, komt niet tot de kern van het gebeuren. De vurige tongen boven de apostelen willen vooral zeggen dat de H. Geest in hun leven kwam, zodat zij be-geest-erd werden om over Jezus te spreken.





De geschiedenis van Pinksteren

Sjavoeot, het joodse pinksterfeest

Oorspronkelijk was Pinksteren een oogstfeest waarbij de joden God dankten voor de opbrengst van de aarde. Van de gerstoogst, die in Israël rond Pasen begon, tot de tarweoogst, zeven weken later, oogstte men. Ze noemden dit feest: Wekenfeest.

Later noemden ze dit feest het feest van de wetgeving. Want op die dag vieren ze dat God tien woorden (hun wetgeving) aan Mozes gegeven heeft. Dit gebeurde vijftig dagen na de doortocht door de Rode Zee.



Toen de tempel er nog was, bracht men twee broden van de pas gemaaide tarwe naar de tempel als dank aan God.
Als herinnering daaraan, nemen kinderen in Israël allerlei vruchten mee naar school en lopen daarmee in een vrolijke optocht. Overal ter wereld versieren de joden voor dit feest hun huizen met bloemen en vruchten. In de synagoge versiert men dan de heilige ark, waarin de Torarollen bewaard worden en de biema (het verhoog) van waarop uit het boek Exodus (Hoofdstukken 19-20: over de wetgeving op de Sinaï) wordt voorgelezen. Op die dag dankt men God niet alleen om de vruchten van de aarde, maar ook om de tien geboden die op de Sinaï werden gegeven.



Toen Mozes afdaalde van de berg leerde hij de Kinderen van Israël alle wetten volgens Gods geboden. Deze wetten waren de tora. Zij luidden:
. Er is maar één God
. Vereer geen afgoden
. Je mag de naam God niet voor niets uitspreken
. Houd de Sabbat heilig
. Eer je Vader en Moeder
. Je zult niet doden
. Je zult de vrouw van een andere man of de man van een andere vrouw niet nemen
. Je zult niet stelen
. Je zult niet liegen
. Zet je zinnen niet op wat je niet toebehoort

De Kinderen van Israël leerden Gods wetten. En zij gehoorzaamden eraan.
En om deze allerbelangrijkste gebeurtenis in hun geschiedenis te gedenken, hebben de Joden daarna aldoor het feest Sjawoeot gevierd.

Maar het geven van de Tora op de berg Sinaï is slechts een van de redenen voor het Wekenfeest. Toen de Kinderen van Israël weggetrokken waren uit de woestijn van de Sinaï, kwamen zij in het Beloofde Land, het Land van Israël. Daar vestigden zij zich en de meeste mensen werden boer. Om God te bedanken dat Hij hun goede oogsten had gegeven, trokken de mensen drie keer per jaar te voet op naar de heilige stad Jeruzalem, naar de tempel, om aan de priesters van God de Kohaniem, een deel van hun oogst te brengen. (...)

Sjawoeot valt precies zeven weken na het Paasfeest, op de zesde dag van de hebreeuwse maand Siwan.
Veel Joden in Israël en overal in de wereld vieren dit feest door hun huizen met prachtige bloemen en bladeren te versieren. Dat doet hen denken aan de lente-oogst. Het is ook een gewoonte om maaltijden van zuivelproducten te eten, zoals kaas en eieren.

(G.F. CASHMAN, Joodse dagen en feestdagen, Gooi en Sticht, 1975, p. 52-55)






Pinksteren, een christelijk feest

Vijftig dagen na Pasen

. Christenen vieren met Pinksteren de doorbraak van de heilige Geest bij de leerlingen van Jezus, zodat ze de durf en de kracht vonden om over Jezus te spreken en te handelen zoals Hij dat deed.

. Pinksteren kan men ook de verjaardag van de Kerk noemen, de gemeenschap van mensen die Jezus volgen. Christenen herinneren zich dan de mensen die volgeling van Jezus wilden worden en gedoopt werden. Zij waren de 'eerste oogst' van het enthousiasme van de leerlingen van Jezus.

In het woord ‘Pinksteren’, herkent men het Griekse woord voor vijftig (pentekostè), net als het Franse woord voor Pinksteren: ‘Pentecôte’. In sommige streken van Vlaanderen heeft men het over ‘Sinksen’. Dit woord werd afgeleid van het Franse ‘cinquante’, dat ‘vijftig’ betekent. Want Pinksteren wordt gevierd op de vijftigste dag na Pasen. Met dit feest wordt de paastijd afgesloten. Vijftig is in de bijbel een symbolisch getal voor volheid, vervulling.




Pasen-Hemelvaart-Pinksteren

Jezus' dood en verrijzenis, zijn 'varen naar de hemel' en de nederdaling van de Heilige Geest, zijn verschillende aspecten van eenzelfde gebeuren.
Om dit beter te kunnen vatten, werden deze aspecten uiteen gelegd in verschillende dagen:

PASEN
verrijzenis van Christus
God geeft de gekruisigde Jezus nieuw leven over de dood heen.

HEMELVAART
verheerlijking aan Gods rechterhand
Jezus leeft verder naast God

PINKSTEREN
zending van de H. Geest
Jezus leeft door zijn Geest onder ons


De zondagen van de periode waarin die drie feesten vallen, worden paaszondagen genoemd, omdat ze doortrokken zijn van de typische sfeer van Pasen.


Pasen en Pinksteren leunen bovendien inhoudelijk sterk aan bij de sacramenten van doopsel en vormsel.
Pasen: vieren van de bevrijding uit de dood - doopsel
Pinksteren: vieren van de inspiratie door de H. Geest – vormsel



Een overzicht

NATUURFEESTENJOODSE FEESTENCHRISTELIJKE FEESTEN
LentefeestPesachPasen
Feest van de eerstelingen van de kudde (lam) (herdersfeest / nomadenfeest)herinnering aan de uittocht uit Egypte (paaslam)Verrijzenis van Jezus Christus (Lam Gods / paaslam)
LentefeestPesach Witte Donderdag
Feest van de eerstelingen van de oogst (gerst) (landbouwersfeest)herinnering aan de snelle uittocht uit Egypte (matse – ongedesemd brood)Instelling van de eucharistie (hostie, ongedesemd brood, wordt het lichaam van Christus)
ZomerfeestSjawoeotPinksteren
Feest van de eerstelingen van de oogst graan) LandbouwersfeestHerinnering aan het verbond tussen God en zijn volk op de SinaïNederdaling van de heilige Geest


Pasen en Pinksteren zijn bepaald door wat met Jezus is gebeurd (lijden, dood, verrijzenis). Toch zijn ook de trekken van de joodse feesten erin herkenbaar:
Pasen is een nieuw begin, een nieuwe bevrijding door de dood en verrijzenis van Jezus.
Pinksteren wordt het feest van de nieuwe oogst.





Pinksteren en kunst

Pinkstericoon

Pinkstericoonj
Klik hier voor meer toelichting bij de pinkstericoon van het klooster Stavronikita op de Athosberg (17e eeuw).



Sieger KÖDER

Pinksteren
Pinksteren WB4
In dit kunstwerk staan twee 'beelden' uit de Bijbel op elkaar.
Onderaan wordt de bouw van de toren van Babel afgebeeld. In de stellingen van die toren zitten mensen geïsoleerd en eenzaam. Ze bouwen iets zonder met de Geest van God rekening te houden. Daarom blijft de bouw onvoltooid en zitten ze in het duister.

Daarboven wordt Pinksteren afgebeeld: er wordt een nieuw huis gebouwd.
. Het fundament van dit nieuwe gebouw is Jezus, over wie geschreven staat in het evangelie.
Dit evangelie wordt hier voor het eerst na de kruisdood van Jezus gebracht door Petrus. Achter hem zijn de andere apostelen, die net als Petrus vol zijn van Heilige Geest. Dat is te zien aan de vlammen boven hun hoofd. Het hele gebouw is trouwens vol van die Geest. Dit is te zien aan de opvallend rode kleur.

. Op de 1e verdieping van het huis zijn er drie open ramen.
Helemaal links wordt Dietrich Bonhoeffer voorgesteld. Deze protestantse dominee vertegenwoordigt de protestantse Kerken. De Bijbel in zijn hand herinnert aan de gemeenschappelijke basis van alle christenen: het evangelie van Christus.
In het middelste raam kijkt de orthodoxe patriarch Athenagoras van Constantinopel. Hij houdt de paaskaars in de hand. Hij verkondigt Christus als het licht in de wereld.
Helemaal rechts werd paus Johannes XXIII afgebeeld met uitgestrekte handen, een teken van warme genegenheid voor de mensen.
De eenheid onder christenen is mogelijk wanneer men zich openstelt voor de Geest van God.

. Op de tweede verdieping is er ruimte voor de eenheid van de gehele mensheid.
Een jonge man draagt een vlag met het symbool van Christus.
Naast hem een jonge vrouw die samen met een jonge zwarte man een spandoek mee helpt dragen waarop 'sjalom - vrede' staat. Hij vertegenwoordigt de overwinning op alle vooroordelen tegen buiten-landers en mensen van een ander ras.
De paus die met het wierookvat zwaait, schreef over het belang van vrede op aarde ('Pacem in terris' is de titel van een encycliek - omzendbrief van de paus).

. Het belangrijkste venster volgens S. Köder staat helemaal bovenaan. Dat is nog vrij!
Misschien de plaats voor wie naar dit schilderij kijkt?



E. NOLDE (Emil Hansen)

Pinksteren (1909)
PinsterenWB1
Dit schilderij (olie op doek (87x107cm) is te vinden in de Neue Nationalgalerie SMPK te Berlijn.
De Duitse kunstschilder, E. NOLDE (Emil Hansen) leefde van 1867 tot 1956. Hij is een van de belang-rijkste Duitse expressionisten uit het begin van de twintigste eeuw.

"Nolde heeft het moment geschilderd dat de leerlingen vervuld worden van de Heilige Geest. Dat gebeurt onverwacht; en de emotie van wat daar plaats vindt, heeft hij zo ook willen schilderen. Dus we zien geen minutieuze details, geen verfijnde kleurnuances en geen 'mooie' figuren. Nee, de schilder heeft, als in vervoering lijkt het, de intensiteit van het gebeuren direct vastgelegd in expressieve kleuren en vormgeving. (...)
Waar de Geest werkzaam is, daar is emotie!"

Marije Bijleveld in Gerardus.





Suggestie
Benader het schilderij met de volgende vragen:
- Hoeveel mensen zie je?
- Wat doen ze?

Let eens op hun ogen.
- Wat wil de kunstenaar daarmee duidelijk maken?

Let eens op de handen van een aantal.
- Wat willen die handen uitdrukken?
(hand op schouder: bemoediging, troost...
Gevouwen handen: bidden
Elkaar de hand geven: steun, verbondenheid...)

Boven de hoofden van deze mensen staan vlammen. Lees het verhaal waarin over die vlammen geschreven wordt:

Toen de dag van Pinksteren aanbrak
waren allen bijeen op dezelfde plaats.
Plotseling kwam er uit de hemel een gedruis
alsof er een hevige wind opstak
en heel het huis waar zij gezeten waren was er vol van.
Er verscheen hun iets dat op vuur geleek,
en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette.
Zij werden allen vervuld van de Heilige Geest
en zij begonnen te spreken in vreemde talen,
naargelang de Geest hun te vertolken gaf.
Nu woonden er in Jeruzalem Joden,
vrome mannen die afkomstig waren uit de volkeren onder de hemel.
Toen dat geluid ontstond liepen die te hoop
en tot hun verbazing hoorde iedereen hen spreken in zijn taal.
Ze waren buiten zichzelf en zeiden vol verwondering:
‘Maar zijn al die daar spreken dan geen Galileeërs?
Hoe komt het dan
dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal?
Parten, Meden en Elamieten,
bewoners van Mesopotamië, van Judea en Kappadocië,
van Pontus en Asia, van Frygië en Pamfylië,
Egypte en het gebied van Libië bij Cyrene,
de Romeinen die hier verblijven,
Joden zowel als proselieten, Kretenzen en Arabieren,
wij horen hen in onze eigen taal spreken van Gods grote daden.’


Zoek op het schilderij wat die vlammen doen met de mensen.
- Welke reacties had je nog verwacht, die de kunstenaar niet heeft afgebeeld?

Wie alleen maar de vlammetjes ziet boven de hoofden van de apostelen, kan dit wel spectaculair vinden, maar hiermee komt men niet tot de kern van het gebeuren.
vurige: verwijst naar God
tong - langue- : verwijst naar taal, spreken, verkondigen.
'Vurige tongen' boven de apostelen wil dan zeggen dat zij onder de invloed staan van de Heilige Geest, dat zij niet kunnen nalaten om over Hem te spreken.




ARCABAS

Pinksteren
Arcabas
Op het werk van Arcabas komt vaak een kruis voor, een verwijzing naar God.
Op dit schilderij verwijst het kruis naar de geest van Jezus.
De golvende beweging naar beneden geeft weer dat die geest neerdaalt.
Links geeft de richting van de vlammen de wind weer, waarmee de geest opgeroepen wordt.
De vele handen suggereren een massa die zich voor die geest openstelt.
Waar de Geest zal komen is een warme gloed te zien



Glasraam (Taizé)

Pinksteren WB2
Dit kleine glasraam uit Taizé stelt Pinksteren voor.
De Heilige Geest wordt symbolisch voorgesteld als een duif.
Heel opvallend is de kleur van die duif en de achtergrond waarin ze vliegt: rood!
Dit rood doet denken aan de warme vuurgloed van het innerlijke vuur dat die Geest ons brengt.




Zelf een glasraam maken
Kinderen
Maak een lijntekening op een dik transparant papier.
Kleur de vlakken in met een kleurpotlood.
Overtrek de lijnen van de tekening met een dikke zwarte stift.
Hang het 'glasraam' voor het raam.




Jongeren
Maak een eenvoudige tekening met een dikke zwarte stift (de lijnen mogen 0,5 cm dik zijn) op een stevig papier.
Snijd de vlakken binnen de lijnen weg met een cutter.
Vul de vlakken nadien op en stukken gekleurd transparant papier.





HE QI

De komst van de Heilige Geest
He Qi is een Chinees kunstenaar die in Amerika verblijft.
He Qi
Op zijn werk 'De komst van de Heilige Geest' valt veel te ontdekken:
. er worden gebouwen van overal ter wereld afgebeeld
. de vlam boven de hoofden zien eruit als een duif, een verwijzing naar de heilige Geest.
. de personen die afgebeeld werden lijken vrouwen te zijn

. doen de wolkjes denken aan Hemelvaart?
. en wat zou de brandende kaars kunnen betekenen?





Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Mobile

Vergroot enkele keren een illustratie van een duif (symbool van de heilige Geest). Kopieer ze op stevig papier.
Maak ze nadien vast aan een draad om ze te bevestigen aan een ijzeren ring (bv. Velg van een fiets) of een klerenhanger.
Hang de mobile, als het even kan, ergens buiten zodat de wind erin kan spelen. Want 'wind' hoort bij Pinksteren. Wind en Geest brengen beweging.

Grotere kinderen schrijven op elk van de duiven wat de Heilige Geest met gelovigen kan doen.



Origami-duif

Op dit blad vind je stap voor stap de manier om een papier te plooien tot een duif.


TIP
Maak verschillende soorten duiven door een groter of kleiner papier en andere kleuren voor het papier te gebruiken.
Maak hiermee een 'wolk' van duiven: hang de verschillende duiven op aan het plafond met fijne draden.



EXTRA

Klik hier voor suggesties bij de eerste lezing van Pinksteren.





Grote kinderen

VERDIEPEN

De Geest van God werkt doorheen ons allen

(C. LETERME in Zonnestraal, uitgeverij Averbode, 2001 nr 40)

In het leven van mensen werkt de Geest van God doorheen andere mensen.
Schreef hier een voorbeeld van in de linkervleugel van de duif.

Het kan ook gebeuren dat de Geest doorheen jou werkt, dat je zelf mensen 'meer levend' maakt.
Schijf hier een voorbeeld van in de rechtervleugel van de duif.

Duif





VERTELLEN

Op arendsvleugels gedragen

Uit: 'God blijft altijd jong - geloofsverhalen voor kinderen' Altiora Averbode p.66-69.

Volgend verhaal biedt de mogelijkheid om de betekenis van Pinksteren voor de joden weer te geven. Het gaat ook in op het volgend beeld van de relatie tussen God en zijn volk: 'Ik heb jullie op arendsvleugels gedragen.'

Als kind heeft Jezus waarschijnlijk - zoals alle joodse jongetjes - in een synagogeschool leren lezen (schrijven, leerden de kinderen in die tijd niet. Alleen degenen die 'schrijver' wilden worden van beroep, leerden schrijven). In de synagogeschool kreeg Jezus samen met de andere jongens uit Nazaret ook les over het joodse geloof. Als het pinksterfeest dichterbij kwam, las de leraar voor uit de boeken van Mozes. (Het pinksterfeest was vroeger één van de twee jaarlijkse oogstfeesten en later werd het een feest ter herdenking van de afkondiging van de Mozaïsche wet op de Sinaï.) We kunnen ons zo'n les als volgt voorstellen:
"Drie maanden na hun vertrek uit Egypte bereikten de Israëlieten de Sinaï woestijn, waar zij dicht bij de berg hun kamp opsloegen. Wie van jullie kan daarover iets vertellen?"
Jezus is goed op de hoogte, want zijn vader heeft hem al vaak verteld over Mozes, de sterke leider, en over de uittocht uit Egypte. "Ons volk was bevrijd uit de slavernij in Egypte. Mozes was hun leider. God begeleidde hen. Ze trokken weg, door de zee. De koning, de farao, achtervolgde ze. Maar onze God Jahweh versloeg het leger van de farao en zo trokken ze verder, tot diep in de woestijn."
"Goed jongen", zegt de leraar. "Luister nu hoe het verder ging. Ze trokken dus dagenlang door de woestijn. Ze leden honger en dorst en moesten vaak tegen vijanden vechten. Toen ze aan de berg Sinaï kwamen, zei God tegen Mozes: met eigen ogen hebben jullie gezien hoe Ik opgetreden ben tegen Egypte, hoe Ik jullie op arendsvleugels gedragen en hier bij Mij gebracht heb."
"Op arendsvleugels gedragen?", vragen de kinderen.
"Ik weet wat dat betekent", roept Dan, een van de kinderen. "Mijn abba heeft het mij eens uitgelegd toen we vorig jaar in de bergen waren en een arendsnest gezien hebben. De arenden zitten op hun eieren om de jongen uit te broeden. Als de jongen uit het ei gekomen zijn, krijgen ze na een tijdje zin om te vliegen. Maar ze zijn nog bang en durven niet uit het hoge nest naar beneden springen."
"Horst", zegt een andere jongen. "Een arendsnest noemt men horst. Omdat het zo groot is en zo hoog boven alle andere kleine vogelnesten gebouwd, heeft het een speciale naam."
"Vertel eens verder, Dan", dringen de anderen aan.
"De ouders van de arend geven het aarzelende jong een duwtje, en dan fladdert het heel voorzichtig uit het nest. Zodra het bang wordt en zijn krachten verzwakken, komt moeder of vader arend, vliegt onder het jong, vangt het op zijn schouders op en draagt het voorzichtig terug naar het nest, naar de horst voor mijn part. Na een pauze proberen ze het nog eens en nog eens tot ..."
"... tot de jonge arend zonder hulp kan vliegen", roepen de jongens enthousiast en ze willen nog meer over arenden horen, maar de leraar zegt:
"Op een andere keer. Wat we vandaag moeten onthouden is: wat God voor zijn volk Israël gedaan heeft, doet hij net zo voor elk van ons. Hij laat ons niet in de steek. Hij helpt ons om zelfstandig te worden. Bij Hem hebben we het goed. Bij Hem zijn we geborgen, zoals jonge arenden bij oude, ervaren arenden, zoals kinderen bij hun ouders."
"Dat is genoeg voor vandaag", zeggen de kinderen, want zij willen naar buiten. Het is prachtig weer om te spelen. Het is al juni, in onze tijdrekening tenminste.
"Niet zo ongeduldig", zegt de leraar. "Het belangrijkste moet nog komen."
Ze gaan weer zitten en kijken naar de grote boekrollen die de leraar opengerold heeft.
"Mozes zei tegen de Israëlieten: God wil jullie toespreken. Zorg dat jullie gewassen zijn en netjes gekleed, want het wordt een feestdag. De mensen deden wat Mozes gevraagd had en bereidden zich voor op Gods toespraak. Op de derde dag, vroeg in de morgen, begon het te donderen en te bliksemen. Boven de berg hing een dichte wolk, machtig bazuingeschal weerklonk en alle mensen in het kamp beefden van angst. De Sinaï was helemaal in rook gehuld omdat Jahwe in vuur was neergedaald, en de aarde beefde."
De kinderen zijn vergeten dat ze buiten wilden gaan spelen. Ademloos luisteren ze naar de leraar, wiens borstelige wenkbrauwen op en neer gaan terwijl hij leest.
"Toen sprak God: Ik ben Jahwe, die u weggeleid heeft uit Egypte, het slavenhuis. Gij zult geen andere goden buiten Mij vereren. Gij moet Mijn naam heiligen. Ook de sabbat moet heilig zijn voor u. Zes dagen moogt gij werken maar de zevende dag is de sabbat voor Jahwe, uw God. Dan moet gij rusten en moogt gij geen enkel werk verrichten."
"En verder?", dringen de kinderen in de synagogeschool aan. "Wat heeft Jahwe nog gezegd?"
"Eer uw vader en uw moeder. Dan zult gij lang leven in het land waar Ik u heen zal brengen. Gij zult niet doden. Gij zult geen echtbreuk plegen. Gij zult niet stelen. Gij zult geen leugens vertellen die uw medemensen schade kunnen berokkenen. Gij zult niet begeren, wat uw naaste toebehoort."
'Wat hebben de mensen, wat heeft ons volk geantwoord?"
"Aanvankelijk hebben ze niets geantwoord. Ze beefden van angst en ze bleven op een veilige afstand van de berg. Ze zeiden tegen Mozes: spreek jij met Jahwe, want wij zijn bang. We sterven van angst. Maar Mozes zei: wees niet bang, Jahwe heeft het goed voor met jullie. De mensen zeiden: al wat de Heer gezegd heeft, zullen we doen."
"Daar had ik bij willen zijn", zegt Jezus, en een paar anderen zeggen: "Ja, ik ook. Ik zou niet bang geweest zijn, want onze God is geen kwade God, maar een goede God."
"Maar die aardbeving! De rook! Het vuur! De donder en de bliksem!", zeggen anderen. "Ik ben blij dat ik er niet bij was. Ik zou zeker gebibberd heb ben van angst."
"Op deze dag", gaat de leraar verder, "sloot God een verbond met het volk."
"Een verbond?", vraagt een van de kinderen. "Dat woord heb ik al eens ergens gehoord. Ik zou graag weten wat dat betekent, een verbond." "Een verbond sluiten is zoiets als vriendschap sluiten, maar nog sterker dan vriendschap. Jullie weten toch dat God met Abraham vroeger al een verbond geslo-ten had. Dat hij Abrahams vriend geworden was en Abraham Gods vriend. Zo was het ook bij de Si-naï: God werd de vriend van het volk Israël en het volk Israël werd het vrienden-volk van God. God zei: als jullie luisteren naar mijn woorden en ernaar leven, als jullie mijn geboden onderhouden, dan zal Ik bij jullie blijven en jullie altijd en overal beschermen..." "... zoals een arend!", roept Dan.
"Ja, zoals een arend, zoals een hert, zoals een vader, zoals een moeder."
De leraar kijkt door het raam. Hij ziet hoe heerlijk de zon schijnt en zegt: "Nu is het echt wel genoeg voor vandaag. Tegen de volgende keer denk je maar eens na hoe je in een paar zinnen kan zeggen, wat Pinksteren betekent."
De jongens stormen naar buiten om te gaan spelen. Ze hebben helemaal geen zin om hun hoofd te breken over de betekenis van Pinksteren en hoe ze dat in een paar zinnen moeten weergeven. Het volgende uur zitten ze daar allemaal met de mond vol tanden en de leraar moet het zelf proberen: "Met Pinksteren vieren wij dat God met ons, mensen, een vriendschapsverbond gesloten heeft. Dat God ons draagt en leidt. Dat hij ons de tien geboden gegeven heeft, die wij als leidraad in ons leven moeten gebruiken." "Dat heeft onze leraar mooi gezegd", fluistert Ruben zijn buurman in het oor. "Ik had het er niet zo goed afgebracht", antwoordt Dan en gluurt door het raam. Wat een fantastisch weer om te spelen, denkt hij.





MEDITEREN

Nieuw

Vandaag gaat het over het nieuwe begin,
dat begon met Pinksteren.
Dan viert men het eerste van alles.
Het eerste van de oogst van het koren
een pracht van bloemen buiten en binnen;
het begin van de zomer
en het begin van de Kerk,
toen door Petrus en de vrienden
meer dan drieduizend mensen
op één dag gedoopt werden.
Voordien waren het maar een paar mensen.
Ni is het een echt begin:
eerst in Jeruzalem,
en dan over de hele wereld.



Pinksteren

(Levensecht nr 120 mei 1998 p. 17)

Pinksteren
kun je vergelijken

met een vuur
waaraan je je verwarmen kunt

met een licht
dat je leidt door de duisternis


Pinksteren

is een storm in een zeil
waardoor het schip meer vaart krijgt

het heeft iets van een regenbui
op dorre grond, die weer vruchtbaar wordt

een wegwijzer
die de verdwaalde de juiste richting toont

Het heeft iets te maken met fluiten en feest
met jeugd, lente en vernieuwing




EXTRA

Klik hier voor suggesties bij de eerste lezing van Pinksteren.





Kinderwijsheid

- Wat vieren we met Pinksteren?
- De nederlaag van de Heilige Geest.





Overwegingen

Zoals je de wind alleen maar kunt zien
aan het effect op de bomen,
zo is de Geest alleen maar te zien
aan het effect op de mensen.
Op voorwaarde dat men daar oog voor heeft.


De Heilige Geest is het werkzame deel van God
dat het werkloze deel van de mens in beweging brengt.



Marc De la Marche s.j.

Laat het maar Pinksteren

(Ignis webmagazine, 16 mei 2016)

Ik hou niet van de wind. Hij kan soms lelijk tegenzitten en kil en bijtend aanvoelen. Hij belet mij onbekommerd rond te lopen en te fietsen of mij zalig en gedachteloos te koesteren in de warmte van de zon. Soms dreigt hij zelfs alles wat niet stevig geworteld en gegrondvest is omver te blazen. Ik hou niet van die wind.
Maar diezelfde wind brengt in de zomer koelte en verjaagt de drukkende hitte en de vuile smog. Hij blaast de grijze mist weg. Hij zuivert, brengt beweging, nieuw leven. En een zachte geurige avondbries in de zomer is als balsem voor mijn huid en voor mijn ziel. Wat hou ik van die wind.

Mensen van de wind
De wind. Hij is storm én zachte zomerbries, kil en warm, bijtend en helend, verfrissend en zuiverend, stuwend en hinderend, bedreigend en vernieuwend: de wind is het allemaal.
Aan die wind moest ik denken toen ik de afgelopen dagen in de oude teksten las over de eerste christelijke geloofsgemeenschappen. Merkwaardig hoe die eerste christenen in de wind stonden en in de wind durfden gaan staan. In alle soorten wind. Ze waren als het ware mensen van en in de wind. Zoals ze mensen waren van de weg. Want het is op de weg dat de wind waait.

Stormwind
Ze waren mensen in de stormwind. Vervolgd, bedreigd, uit hun huizen verdreven, in de gevangenis geworpen, gestenigd, op de vlucht gejaagd. Het is niet toevallig maar juist typisch dat aan ‘vluchtelingen’ voor het eerst de naam ‘christenen’ werd gegeven.
Mensen in de stormwind. Maar ook mensen staande in een verfrissende zuiverende, vernieuwende wind. Die wind stak op, vertellen ze in die oude teksten, dikwijls onverwacht, op plaatsen waar ze het niet verwachtten, op een wijze die ze niet verwachtten, heel ongewoon, verbazingwekkend, niet-te-geloven voor de gelovige joden die ze waren. Ze waren mensen van de tempel, de Schriften, de Thora, van het door God uitverkoren volk, en nu werden voor hun ogen ‘heidenen’, niet-Joden, Grieken, onbesnedenen, gegrepen door de Geest van de Verrezen Heer.

Wonderwerken
Ze konden het niet loochenen, het gebeurde onder hun ogen, tot hun verrassing en grote verbazing. Het was bedreigend. Vaste zekerheden bleken niet langer te kloppen. Sommigen werden bang, anderen keken verrast en blij verwonderd naar wat gebeurde. Ze zagen ‘Gods wonderwerken’, zeggen de oude teksten.
En dus kwamen ze samen, brachten verslag uit over wat ze meemaakten. Ze overlegden samen, probeerden te verstaan wat niet te verstaan was, verschilden van mening, probeerden elkaars ervaring toch te begrijpen. Waar leidde die Geest van Jezus hen naartoe? Moesten die ‘onbesnedenen’ niet besneden worden? Moesten die niet het heilige joodse geloof overnemen? En de reinigingswetten? Werd alle voedsel ‘rein’? Ook voor hen? Het werd een moeilijke onderscheiding.

Pinksterfeest
Maar ter plaatse, op het terrein, daar waar het leven geleefd werd, waar de vragen ontstaan waren, en waar de wind waaide, ontstonden ook de antwoorden. Velen kozen resoluut om in die waaiende wind te gaan staan. Ze verkozen zich niet terug te trekken in de veilige beschutting van het gekende, van wat altijd was geweest.
Toch wilden ze ook verbonden blijven met de ‘thuisblijvers’. Ze luisterden naar wat er op het terrein gebeurde, probeerden het te verstaan, en vertrouwen te hebben in wat zich zo onverwacht aan hen openbaarde. Ze bleven in de wind, ook al wisten ze niet vanwaar hij kwam en waar hij heenging. Maar ze herkenden met een schok wat voorheen aan henzelf was gebeurd, op dat Pinksterfeest, in dat bovenzaaltje in Jeruzalem: hoe het hele huis toen werd vervuld als door een hevige wind en hoe ze allen vervuld waren geworden met Gods Geest, met licht uit den hoge en met vurige kracht. Die herkenning werd bepalend: 'Wie kan nu nog weigeren deze mensen met water te dopen, nu ze net als wij de heilige Geest hebben ontvangen', zei Petrus.

Bevrijdend
De wind waait nog altijd. Nu zoals toen. Op de weg. Op alle mogelijke wijzen. Op het eerste gezicht de rust verstorend, oncomfortabel en vervelend. Maar ook bevrijdend, zuiverend, verfrissend, vernieuwend, zalvend, helend, smog en mist en onnodige ballast wegblazend…
Laat het maar waaien.
Laten we maar in de wind gaan staan.
Niet bang zijn en vertrouwen.
Laat het maar Pinksteren.





Pinksteren in 'bijbelin1000seconden.be'

Handelingen 2, 1-11: Pinksteren