Loading...
 

17e zondag door het jaar C - eerste lezing

2 Foto


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Genesis 18, 20-32: Abraham spreekt ten beste bij God

De tekst

Dichter bij de tijd

(C. Leterme)

- Ik ben van plan om de steden Sodom en Gomorra te verwoesten,
zegt God tegen Abraham,
want de bewoners van die steden hebben grote misdaden gepleegd.
- Wilt U werkelijk die steden vernietigen? vraagt Abraham.
Het zou kunnen dat u dan met de misdadigers
ook de rechtvaardige mensen doodt.
Als er vijftig goede mensen in de stad zouden wonen,
zult U dan die stad vernietigen?
Wilt U de stad geen vergiffenis schenken
omdat er vijftig goede mensen in wonen?’
- Als Ik in de stad Sodom vijftig goede mensen vind, zegt God
zal Ik heel de stad vergiffenis schenken.
Abraham begint weer:
- God, mag ik U nog eens spreken, alhoewel ik maar stof en as ben?
Misschien zijn er maar vijfenveertig goede mensen.
Zult U dan toch om die vijf misdadigers de hele stad verwoesten?’
- Ik zal de stad niet verwoesten, zei God,
als Ik er maar vijfenveertig goede mensen vind.
Opnieuw sprak Abraham tot Hem:
- Maar misschien zijn er maar veertig.
- Ik zal het niet doen, omwille van die veertig.
- God, U mag echt niet kwaad worden als ik nog eens aandring,
misschien zijn er maar dertig te vinden.
- Ik zal het niet doen als Ik er dertig vind.
- God, ik ben wel vrijpostig als ik bij U blijf aandringen,
maar misschien worden er maar twintig gevonden.
- Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van die twintig.
- God, wil zeker niet kwaad worden als ik nog één keer spreek.
Misschien zijn er maar tien te vinden.
- Ik zal de stad niet verwoesten, omwille van tien goede mensen.
Na dit gesprek met Abraham, gaat God weg,
en Abraham keert terug naar de tent waarin hij woonde.



Stilstaan bij ...

De Heer
Gewoonlijk is ‘Heer’ een respectvolle manier om iemand aan te spreken.
De joden gebruiken het woord ‘Heer’ wanneer ze over God spreken. Want uit eerbied voor God willen ze de eigen naam niet gebruiken.


Sodom en Gomorra
Sodom was de woonplaats van Lot, een neef van Abraham. De stad die zich in de omgeving van de Dode Zee bevonden zou hebben, werd volgens het boek Genesis verwoest in een regen van zwavel en vuur.


Abraham
(= vader van vele volkeren)
Stamvader van het joodse volk. Hij leefde rond 2000 voor Christus. Hij kwam uit Ur, een stad die ligt in wat nu het zuiden van Irak is. Hij trok naar het land Kanaän, dat nu Israël heet. Daar kreeg hij op hoge leeftijd kinderen: Ismaël bij Hagar, een Egyptische dienares van Sara, en later Isaak bij zijn vrouw Sara. Later verandert God zijn naam 'Abram' in 'Abraham.




Merk op
Abraham vraagt niets voor zichzelf.





Bij de tekst

Abraham

Klik hier voor meer info over deze aartsvader.



De God van Abraham

God wordt omschreven als een partner/een vriend in het leven van de mensen. Hij luistert naar hun zorgen en verdriet en neemt hen ernstig als zij voor hun vrienden opkomen. Hij is niet ver noch afstandelijk.



Invloed van de tijdsgeest op het lezen van de Bijbel

In dit verhaal herkent men nu het beeld van God als vriend. Dit kon vroeger niet, omdat zowel de maatschappij als de kerk piramidaal gestructureerd waren. Wie bovenaan stond, dicteerde wat onderaan moest gebeuren. Wie onderaan stond, knikte onderdanig.
Deze structuur maakte plaats voor een nieuwe relatie waarbij ieder een inbreng heeft vanuit zijn eigen mogelijkheden.
Deze nieuwe ervaring zorgt ervoor dat men ook bij het lezen van de Bijbel oog begint te krijgen voor God als Partner, als Vriend. Dit heeft gevolgen voor de invulling van die relatie.
Bijvoorbeeld: je kunt moeilijk tot een vriend zeggen: 'Ik word je vriend op voorwaarde dat...', terwijl men dit vroeger wel deed.





Suggestie

Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Bidden als Abraham

(Naar: 'Regenboog 3A, p.52-54 + bijhorend deel van de leerling)

Vertel dat het spreken van Abraham een gebed is. Nodig de kinderen uit om zich in te leven in de situatie van Abraham. Daarna schrijven ze kort het gebed van Abraham neer in hun eigen woorden.

Drie kinderen lezen dan elk één van de volgende gebeden voor:

Goede God,
morgen is het mijn verjaardag.
Ik zou het fijn vinden
als ik vele cadeautjes kreeg.
Ik hoop een nieuwe fiets te krijgen.

Goede God,
op T.V. zie ik wenende kinderen.
Kinderen uit verre landen,
die het niet zo goed hebben als wij.
Het doet me wat.
Kan ik iets voor hen doen?

Goede God,
ik kreeg van oma wat spaargeld.
Ik stop het in mijn spaarpot.
Als ik er nog wat krijg,
koop ik mij lekker snoep.


- Zoek het gebed dat het meest lijkt op het gebed dat Abraham bidt.
- Waarom lijkt dat gebed op dat van Abraham?
(Het is een gebed waarin men opkomt voor een ander)

Nodig tot slot de kinderen uit om, wanneer zij bidden, niet alleen voor zichzelf te bidden, maar ook op te komen voor anderen.


Deze activiteit die kinderen wil helpen ook te bidden voor anderen, is op haar plaats vanaf 8 / 9 jaar, wanneer ze hun egocentrisme geleidelijk doorbreken.