Loading...
 

19e zondag door het jaar A - evangelie

2 Israël Mei 2012     Meer Van Galilea

TEGEN DE MORGEN
KWAM HIJ TE VOET OVER HET MEER NAAR HEN TOE


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 14, 22-33: Jezus wandelt op het water

Matteüs 14, 22-33 // Marcus 6, 45-52



De tekst

Dichter bij de tijd

Op een dag zegt Jezus tegen de leerlingen:
‘Ga in de boot en steek het meer over.’
Intussen stuurt Jezus de mensen weg.
Wanneer Hij dat gedaan heeft,
gaat Hij alleen de berg op om te bidden.
Als het al avond is, is Hij daar nog alleen.
Intussen is de boot met de leerlingen al ver van de kust.
Hij heeft heel veel last van de golven, want de wind zit tegen.
Op het einde van de nacht
loopt Jezus over het meer naar hen toe.
Wanneer de leerlingen Jezus op het meer zien lopen, worden ze bang.
‘Een spook!’, roepen ze, en ze schreeuwen het uit van angst.
Maar Jezus zegt: ‘Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’
‘Heer,' zegt Petrus, 'als U het echt bent,
laat me dan over het water naar U toekomen.’
Jezus zegt: ‘Kom maar.’
Petrus stapt overboord,
loopt over het water en gaat naar Jezus toe.
Maar dan begint hij te letten op de kracht van de wind. ,
Hij wordt bang.
Wanneer hij begint te zinken, schreeuwt hij: ‘Heer, red me.’
Meteen steekt Jezus zijn hand uit en grijpt Petrus vast.
Hij zegt: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’
Wanneer ze in de boot stappen, gaat de wind liggen.
De leerlingen in de boot vallen voor Jezus op de knieën
en zeggen: ‘Echt waar, U bent de Zoon van God.’



Stilstaan bij ...

Meer
Met dit meer wordt het meer van Galilea bedoeld. Een meer dat een prominente rol speelde in het leven van Jezus en van zijn volgelingen.
Lees meer over dit meer.


Boot
Later is een boot het beeld geworden van de Kerk, van een grote of kleine geloofsgemeenschap.


Golven
Beeld voor wat het leven bedreigt.


Water
Water is zowel een symbool van leven als van dood (en afgeleid daarvan van een leven dat bijna geen leven meer is: zware ziekte, tegenslag, ruzie, misverstand, wantoestand, geloofstwijfel ...)


Lopen op het water
Beeld voor het beheersen van het kwade.
Dat Jezus op het water loopt, wil zeggen dat Hij alles wat doodt, onder de voet loopt, er meester over is. In die zin is dit verhaal een paasverhaal: Jezus geeft nieuw leven want de dood heeft geen vat op Hem.


Jezus
Deze naam betekent: ‘God redt’.
Het is God die doorheen Jezus bevrijdend optreedt.


Ik ben het
Herinnert aan Exodus 3, 12.14: 'Ik ben er voor u.'
Met deze woorden wordt de nauwe relatie tussen Jezus en God duidelijk.


Wees niet bang / vrees niet
Wordt vaak gezegd als God of een engel een mens toespreekt om hem een taak of een zending te geven.





Bij de tekst

Jezus, de redder

Matteüs wijzigde de versie van Marcus door er een verhaal over Petrus in te lassen. De christenen waarvoor hij schreef kenden de vele bekoringen in het dagelijkse leven. Matteüs laat zien dat dit normaal is: zelfs Petrus, de kei (rots), ontkomt er niet aan!

Hij laat ook zien waar de redding in deze nood en crisissituatie te vinden is: bij Jezus, die een drenkeling niet in de steek laat.



Herinneringen aan het Oude Testament

'Ik ben'
.'Ik ben er voor u.' (Exodus 3, 12.14)


'Hij wilde voorbijgaan'
. Tijdens de tiende plaag gaatde engel des Heren, die alle eerstgeborenen van de Egyptenaren doodt, sparend de huizen van de Hebreeën voorbij. (Exodus 11, 12)

. Tijdens de uittocht uit Egypte, smeekt Mozes tijdens een hevige roepingscrisis, dat Jahweh zelf zou komen.
Jahwe komt voorbij. (Exodus 33, 34)

. De profeet Elia, die een depressief moment kent, wordt aangemoedigd, wanneer Jahwe aan hem voorbijgaat. (1 Koningen 19)


'Voorbijgaan' betekent in het Oude Testament: God toont dat Hij er is als hulp, steun, aanmoediging en troost.
Als Jezus voorbijgaat, betekent dat dat Hij zich openbaart zoals Jahwe dat deed in het Oude Testament. Hieruit blijkt zijn grote betrokkenheid op God.



Een wonder verhaal

De tekst van Matteüs waarbij Jezus op het water wandelt, wordt een wonderverhaal genoemd.
Klik hier voor meer info ivm dit type verhalen.



De eerste toehoorders

Matteüs schreef zijn evangelie voor joden die christen waren geworden en geloofden dat Jezus van Nazaret de langverwachte Messias / Christus was. Met Hem was het rijk van God begonnen. Zijn volgelingen riep Hij op om zich voor dat rijk in te zetten en het te rea-liseren. Maar dat rijk van God kwam niet zo snel als ze dachten en het bleek ook niet zo gemakkelijk te realiseren.

Daarom herkenden de toehoorders van Matteüs zich in de leerlingen van Jezus, die vol enthousiasme de boot namen, maar al vlug moesten vaststellen dat er veel tegenwind was en woelige golven. Toen de leerlingen tegen de morgen Jezus naar zich toe zagen komen, dachten ze dat Hij een spook was, een verschijning uit het rijk van het kwaad, dat zich in de golven en de felle wind op het meer had gemanifesteerd. Ze konden niet gelo-ven dat Jezus duisternis, chaos en kwaad in naam van God had overwonnen.

Matteüs wilde met dit verhaal dat zijn toehoorders zouden ophouden bang te zijn en te wanhopen. Doorheen het verhaal liet hij weten: God is trouw aan zijn belofte van zijn rijk. Jullie mogen vaste grond voelen onder jullie voeten.



Parallel in het boeddhisme

"Dit vertelde de Meester over een gelovige lekenbroeder wanneer hij in het Jetavana (plaats waar boeddhistische monniken bijeenkomen) was.
Toen deze gelovige naar het Jetavana ging, kwam hij 's avonds aan de oever van de Aciravati (een rivier). De schipper had zijn boot aan de oever getrokken en was weggegaan om naar de prediking te luisteren. Toen hij aan de doorwaadbare plaats geen boot zag, ging hij, gedreven door vreugdevolle gedachten aan Boeddha, op de stroom. Zijn voeten zonken niet in het water: hij ging als op vaste bodem. Maar toen hij in het midden gekomen, de golven zag, werden zijn vreugdevolle gedachten aan Boeddha zwakker en begonnen zijn voeten in het water te zinken. Maar hij wekte weer vreugdevolle gedachten aan Boeddha op en ging verder op het water. Ze kwam hij in het Jetavana, waar hij de meester begroette en zich aan zijn zijde neerzette.
De meester begon een vriendelijk gesprek met hem en voeg: 'Beste lekenbroeder, ben jij zonder al te veel moeilijkheden naar hier kunnen komen?' De broeder antwoordde: 'Heer, omdat ik vol vreugde aan Boeddha dacht, ging ik op het water, en kwam naar hier, alsof ik op de grond ging.'
Daarop zei de Meester: 'Niet alleen u, lekenbroeder, hebt een vaste grond verworven, door te denken aan de eigenschappen van de Boeddha, maar ook vroeger vonden lekenbroeders vaste grond te midden van de oceaan, wanneer hun boot vernield was, door aan de goede eigenschappen van de Boeddha te denken.'"

(uit de Dzjataka - de geboorten -, een bundel zeer oude vertellingen en fabels, waarin Boeddha in één van zijn vroegere levens een rol speelt!)






Bijbel en kunst

ICOON

5 Christ Walking On Water

Deze icoon illustreert de tekst van Matteüs, waarbij hij schrijft dat Petrus naar Jezus op het water wil gaan, maar onderweg door het water zakt.


Merk op:
. De krachtige stevige houding van Jezus terwijl Hij op het water staat.

. De typische afbeelding van Petrus op iconen: als een man met grijs haar en baard en een geel bovenkleed.

. De houding van Jezus die sterk lijkt op de afbeelding van de verrijzenis in de Chorakerk te Istanbul. Jezus pakt Petrus vast aan de pols net zoals Hij Adam en Eva vastnam. Hij draagt op de icoon een rood onderkleed (verwijzing naar zijn goddelijke natuur) en een blauw bovenkleed (verwijzing naar zijn menselijke natuur).

Resurrection 495x400

Verrijzenis (fresco) 1310, Chorakerk, Istanbul


De witte stralende kledij van Jezus op het fresco verwijst naar zijn verrijzenis.



L. VENEZIANO

Petrus gered uit het water (1370)

Lorenzo Veneziano Christ Rescuing Peter From Drowning 2

Staatliche Museen, BERLIN


Lorenzo Veneziano ('Lorenzo de Venetiaan') (actief van 1356–1372) was een belangrijk kunstschilder in Venetië in de 2e helft van de 14e eeuw. Hij evolueerde van de Byzantijnse manier van schilderen naar een gotische stijl. Zijn werk had een grote invloed op de generatie Venetiaanse schilders na hem.



S. KÖDER

5 Sieger Köder

De aandacht van de Duitse kunstschilder Sieger Köder gaat naar de handen van Petrus die zich vastklampen aan de uitgestoken hand van Jezus. Zo legt de schilder alle initiatief bij Petrus die door Jezus gered wil worden.



DIGITALE KUNST

5 Peter Drowning Digitale Kunst

In dit digitale kunstwerk gaat alle aandacht naar Petrus. Hij zit in het water en steekt een hand uit naar Jezus met op zijn gezicht de grote vraag om hem uit het water te redden.

Of wilde de kunstenaar de kijker oproepen om te handelen zoals Jezus?





Suggestie

Grote kinderen

INLEVEN

'Grond onder mijn voeten'

(Beloofd blijft beloofd B )

Noteer op een flap: 'Geen grond onder mijn voeten' en laat de kinderen hierbij ervaringen vertellen.
Bijvoorbeeld:
in diep water komen, terwijl je nog niet kunt zwemmen.

Je kunt deze zin dus heel letterlijk lezen, maar je kunt ze ook lezen als een beeld om er een ervaring mee op te roepen.

Hassan voelt zich alleen.
Hij droomt van Marokko. Daar had hij veel vrienden.

Saskia kan niet zo goed met de nieuwe meester opschieten.
Ze droomt van de vorige meester. Die was veel leuker.

Subash en Anita hebben het koud.
Ze dromen van Suriname. Daar was het altijd heerlijk warm.

De ouders van Ellen maken de laatste tijd veel ruzie met elkaar.
Ellen droomt van vroeger. Toen was het thuis veel gezelliger.


Deze kinderen voelen soms even geen grond onder de voeten: ze voelen zich niet zo goed en beginnen te dromen van toen het beter was.
- Kennen jullie ook zo'n gevoel van: 'Ik heb geen grond onder mijn voeten.'
- En dromen jullie dan ook van toen het beter was?

Vertel hierbij dat wat men van vroeger vertelt, vaak niet helemaal precies is: men fantaseert wat, men maakt het hier en daar een beetje mooier.
Maar wat ze voelden is wel waar: 'Nu voel ik me nergens (alleen, koud, ruzie, geen goed contact ...), maar toen had ik grond onder mijn voeten, voelde ik me thuis (vrienden, warm, leuk, gezellig ...)




Bespreking van de evangelietekst
- Hoe voelden Petrus en zijn vrienden zich in de boot?
- Wat willen ze van Jezus zeggen als ze vertellen dat Jezus over het water naar hen toekwam.
(Jezus laat hen in hun nood niet alleen en geeft hen opnieuw grond onder de voeten)





Jongeren

VERTELLEN

Als op vaste grond

Een broeder wilde naar het Jetavana gaan,
naar de plaats waar boeddhistische monniken bijeenkwamen.
's Avonds kwam hij aan bij de oever van de rivier Aciravati.
De schipper had zijn boot al op de oever getrokken
om naar de prediking te gaan luisteren.
Omdat de broeder geen boot zag om over te varen,
ging hij, vol vreugdevolle gedachten aan Boeddha,
op het water van de rivier.
Zijn voeten zonken niet in het water:
hij ging zoals op vaste grond.
Maar toen hij in het midden van de rivier de golven zag,
werden zijn vreugdevolle gedachten aan Boeddha zwakker
en begonnen zijn voeten in het water te zinken.
Hij dacht opnieuw vol vreugde aan Boeddha
en ging verder op het water.

Zo kwam hij in het Jetavana.
Hij groette de meester en zette zich naast hem neer.
De Meester sprak hem vriendelijk aan en vroeg:
'Beste broeder,
niet te veel moeilijkheden gehad om naar hier te komen?'
De broeder antwoordde:
'Heer, omdat ik vol vreugde aan Boeddha dacht,
ging ik op het water alsof ik op vaste grond ging.'
Toen zei de Meester:
'Broeder, niet alleen u hebt een vaste grond verworven,
door te denken aan de eigenschappen van de Boeddha,
maar ook broeders vonden vroeger vaste grond
te midden van de oceaan, toen hun boot vernield was,
door aan de goede eigenschappen van de Boeddha te denken.'

(Uit de Dzjataka - de geboorten -, een bundel oude vertellingen en fabels, waarin Boeddha in één van zijn vroegere levens een rol speelt! Bewerking: C. Leterme)




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 9 augustus 2017, p. 1)

Als we het verhaal hierbij lezen, zeggen we al vlug:
‘Dat kan niet! Mensen kunnen niet op water gaan’
en we leggen het opzij om het te vergeten.
Maar dit verhaal is gemakkelijk meer dan tweeduizend jaar oud
en al die tijd heeft er blijkbaar niemand moeite gedaan
om het opzij te leggen en te vergeten.
Wat is er dan aan de hand met dit verhaal?

In de Bijbel staat een gelijkaardig verhaal.
Op een dag wandelde Jezus op het water.
De enen zeggen: ‘Dat kan niet!’
Anderen zeggen: ‘Dat is een mirakel’!
Toch wordt het verhaal verder verteld
en legt men het niet opzij om het te vergeten.
Wat is er aan de hand met dat verhaal?

Beide verhalen worden het best niet benaderd met de vraag:
‘Wat is er precies gebeurd?’
Maar met de vraag:
‘WAAROM heeft men dit verhaal verteld?’

Het verhaal uit het boeddhisme
wil gelovigen duidelijk aanmoedigen
om vol vreugde te denken
aan de goede eigenschappen van Boeddha.
Dit geeft hun vaste grond in hun leven,
ook als er zich moeilijkheden voordoen.

Het verhaal over Jezus wil christenen
iets over Hem duidelijk maken.
Water is niet alleen iets wat levensnoodzakelijk is,
het roept ook dood op: in water kan men verdrinken.
Als Jezus op water gaat,
wordt duidelijk dat Hij boven de dood staat.

Water





Volkswijsheid

Geen wonder!

Twee toeristen komen bij het meer van Genezaret.
Ze willen naar de andere kant varen.
Op de oever staat een visser die dat wil doen.
Hij vraagt daar 200 sjekel (ongeveer 40 euro) voor.
- Dat is veel te veel, zeggen de toeristen.
- Maar dit is wel het meer waarover Jezus te voet heeft gewandeld!
- Geen wonder! Als het toen ook al zo duur was!



Natuurlijk!

Petrus loopt op het water, Jezus tegemoet.
Maar onderweg zakt hij door het water.
Twee apostelen in de boot geven commentaar als ze dit zien:
‘Wist hij dan niet waar de stenen onder water lagen?’




Seewandel





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Over het water naar christus toe!

Een boot op het water, geteisterd door de golven,
het is een beeld van ons geloof,
te midden van de gevaren, de twijfels en het ongeloof.
Wij kunnen inderdaad heel wat tegenwind krijgen in ons leven,
waardoor ons geloof schipbreuk dreigt te lijden:
de ziekte of de dood van een jonge, talentrijke vriend,
een mislukking met de kinderen in het gezin,
een tegenslag op het werk, een bekoorlijke ontmoeting,
een grove fout die niet meer recht te zetten is.
Wij kunnen in ons leven door vele golven geteisterd worden.
Pijn, kwaad en dood bedreigen ons
en trekken ons naar beneden, onder water.

Stilstaand water is in de bijbel
het symbool van de dreigende de dood.
Vandaag hoorden wij dat Jezus juist “over” het water liep.
Het is een beeld om te zeggen dat het hier gaat over een ontmoeting
van de leerlingen met de Heer, die de dood heeft overwonnen,
met de verrezen Heer, dus.
Matteüs heeft de tekst weergegeven zoals die in de liturgie
van de eerste Kerk - dus na de verrijzenis - werd gebruikt.
De jonge geloofsgemeenschap, die vervolging en moeilijkheden kende,
kwam samen om eucharistie te vieren
en werd bemoedigd, sterker dan elke tegenkanting of dood,
door deze ontmoeting met de verrezen Heer,
die hen bovenop het water toewenkte: "Kom!"

Als wij ons door onheil bedreigd voelen,
is het echter dan zo moeilijk om die verrezen Heer te herkennen,
juist zoals voor de leerlingen in de boot trouwens.
"Zij meenden een spook te zien",
een angstaanjagende verschijning.
Geloven in Jezus betekent: zich durven toevertrouwen,
niet aan de macht van de angst, maar aan de kracht van de liefde.
Wie in moeilijkheden zit, zal op dat moment spontaan
helemaal geen redding verwachten van Jezus’ liefde.
Neen, in een crisis zijn wij zo overspoeld door onze problemen
dat wij verlamd geraken van de schrik.
Dan kijken wij vooral naar de gevaren die onze persoon bedreigen,
zodat wij dan geen oog hebben voor de liefde die ons toch draagt,
die ons omringt, die op ons afkomt en die ons redding kan brengen.

Bij problemen is angst echter een slechte raadgever.
Christen-gelovigen herkennen,
ook te midden van de mislukkingen,
een uitnodiging tot een surplus aan liefde,
- een liefde die zichzelf vergeet,
zoals de verrezen Heer ons die voorleeft
en die sterker is dan elke dood.
Wij geloven dat het de liefde is,
die ons de vindingrijkheid en de creativiteit kan geven
om de tegenkantingen, die op ons af komen, het hoofd te bieden.

Petrus stapte uit de boot
en liep over het water van dreiging en dood naar Jezus toe.
Dat wil zeggen dat Petrus midden in de storm een stap zet
die indruist tegen elk gezond verstand
en tegen de normale, spontane reactie van de mens in nood.
In de plaats van zich met beide handen
vast te klampen aan eigen zekerheden,
overwint Petrus hier zijn angst
en steekt zijn hand uit naar de Heer,
een gebaar
van vertrouwen en overgave aan de liefde die zichzelf vergeet.

Maar, weldra begon hij toch opnieuw te twijfelen,
zoals wij zo dikwijls.
Ons geloof is nooit af.
Het ontwikkelt mee met ons leven, met onze persoon,
en kent dan ook steeds opnieuw hoogten en laagten.
Naarmate wij ouder worden,
krijgen wij immers steeds nieuwe ervaringen te verwerken,
nieuwe redenen voor ons geloof om te gaan twijfelen.
Inderdaad. Maar geloof groeit juist
door het overwinnen van de telkens nieuw opkomende twijfels.

In plaats van naar Jezus te blijven zien, kon Petrus het niet laten
toch weer naar de golven en de wind te kijken,
toch weer aan de angst te denken voor zijn eigen persoon.
Wie zijn blik afwent van de liefde en weer naar zichzelf kijkt,
kan alleen maar constateren hoe kritiek zijn situatie geworden is.
Wie een moment aarzelt te vertrouwen
in de kracht van de zichzelf-vergetende liefde
en weer op eigen macht gaat speculeren om de gevaren te bezweren,
zinkt weldra weg in het water.
Telkens opnieuw dient onze twijfel overwonnen te worden.
Tot wij durven grijpen naar de enige, echt reddende hand:
de liefde die dankbaar en belangeloos
zichzelf geeft, breekt en deelt.
Als wij de zichzelf-vergetende liefde erkennen
als de enige God in ons leven,
dan gaan de wind en de storm liggen.



Marc Gallant,

Monnik te Orval



Jezus volgen (2014)

Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen naar de overkant van het meer te varen. Het werkwoord hier is drastisch ‘ènagkasen’: Jezus ‘dwong’ hen. Matteüs geeft ons de reden niet op van Jezus’ doortastendheid. Johannes vermeldt dat “Jezus doorhad dat de mensen Hem met alle geweld gingen meenemen en tot koning uitroepen”. Daarom “trok Hij zich weer terug in het gebergte, geheel alleen” om te bidden (Matteüs 6, 15). Jezus stuurt zijn leerlingen weg om hen te beletten zich te laten meeslepen in een perspectief van machtsname.

Jezus heeft er alles aan gedaan om alle verleidingen van macht van zijn leerlingen en zijn Kerk af te houden. In de woestijn is Hij zelf door de Satan op dit punt beproefd geworden (Matteüs 4, 8-9). Hij moet er ook voortdurend zijn leerlingen voor terechtwijzen. Als ze twisten over wie onder hen de grootste is, zegt Jezus hen: “Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar” (Marcus 9, 33-37). Maar de ruzie herbegint wanneer Jakobus en Johannes aan Jezus vragen om hun de eerste plaatsen te reserveren. Jezus moet herhalen: 'Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.' (Marcus 10, 35-45).

Jezus deed er dus beter aan zijn leerlingen met hun machtshonger, verwijderd te houden van de menigte die Hem tot koning wilde maken. Hij zendt dan ook de boot naar de overkant van het meer. De boot is bij Matteüs het symbool van de Kerk. In het verhaal van de storm die Jezus bedaart, horen we: 'Jezus stapte in de boot en zijn leerlingen volgden Hem.' (Matteüs 8, 23). Onder de storm slaapt Jezus in die boot. 'Ze maakten Hem wakker en riepen: ‘Heer, red ons, wij vergaan!’ Hij zei: ‘Waarom zijn jullie bang, kleingelovigen?’ Toen stond Hij op en bestrafte wind en zee, en het werd volkomen stil.' (Matteüs 8,25-26). Van zijn kant noteert Marcus dat Jezus, gezeten in de boot, de menigte onderwees (Marcus 3, 9): een ander sprekend beeld voor de Kerk waar het Jezus is die onderwijst.

De boot als symbool van de kerk, roept een ander beeld op. Volgens de Bijbel is de zee een beeld van de kwaadaardige krachten, want de mythische wezens, Gods vijanden: Leviathan (Jesaja 27, 1) en Rahab (Psalm 89, 11), werden in de zee geworpen. Zo is de boot blootgesteld aan alle gevaren waar de machten van het kwaad mee dreigen. Jezus alleen kan de boot veilig naar wal loodsen. Inderdaad, tot tweemaal toe toont Jezus zich in staat, zoals God, de zee te beheersen. Wanneer Jezus de storm doet zwijgen (Marcus 4, 38-39), doet Hij wat de psalm zingt: “Ze riepen in hun angst tot de Heer - Hij leidde hen weg uit vele gevaren, Hij bracht de storm tot zwijgen, de golven gingen liggen.' (Psalm 107, 28-29). En Jezus, die over het water loopt, krijgt op zijn rekening de lof die de psalm aan God toebedeelt: 'Over de zee ging uw weg, uw pad voerde dwars door het machtige water.' (Psalm 77, 20).

Wanneer Jezus zich aan de apostelen toont met zijn vermogen de zee te beheersen, haar stilte te gebieden en te wandelen over haar golven, herkennen de apostelen Hem dan? Neen, ze nemen Hem voor een spook! Petrus, dat is het toppunt, vraagt Hem te bewijzen Hij Jezus is, en dat door ook hem over het water te doen wandelen. Doen zoals God, zijn zoals God, dat was reeds de bekoring in het aardse paradijs: 'Jullie zullen zijn als goden!' (Genesis 3, 5). Het is de blijvende bekoring van hen die zich tot de dienst van God willen stellen. Tendens om zich pachters van God te wanen, zich van Gods macht te bedienen, zijn weldaden en gunsten uit te delen en zichzelf te imponeren door met God boven de hoofden te zwaaien. Men meet zich vlug magische krachten aan: ergens diep in zichzelf bewaart de mens de kinderlijke almachtsdroom van toen die twee jaar oud was. Droom van alles te zijn, alles te vermogen, de droom van God te zijn. Op het water te lopen zoals Jezus.

Jezus steekt de hand uit naar Petrus, niet om hem over het water te laten lopen, maar hem in de boot te helpen. Daar is zijn plaats. Wij zijn niet in staat Jezus 'na te doen', en we moeten daar nooit de pretentie voor hebben. Het is waar, Jezus hoorde de vraag van Petrus en Hij zei hem: “Kom!”. Zo naar Jezus gaan is geen nabootsen, maar navolgen. Het verschil tussen die twee staat in ons verhaal. Zolang Petrus denkt dat hij over het water kan lopen zoals Jezus, dat hij Hem kan nabootsen, dat hij kan zijn zoals Jezus, doen zoals Hij, gaat hij recht naar een ramp. Maar hij wordt weer een leerling die Jezus volgt als hij roept: “Red mij!”.

Uiteindelijk gaat het voor Matteüs in dit verhaal over het geloof van de Kerk. Over een geloof nog vol twijfel en misverstand in de jonge gemeenschappen. Die moeten de aanwezigheid van de Verrezen Jezus in hun midden nog erkennen en Hem zien tussenkomen om een leerling te redden die wegzinkt, zelfs als is hij de leider van zijn broeders.



Het bootje van de Kerk (2017)

Het succes was geweldig. De apostelen hebben voedsel uitgedeeld aan vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen niet meegeteld. In plaats van hen te laten rusten op hun lauweren, besluit Jezus de opleiding van zijn leerlingen te intensiveren. Hij geeft hen een eerste les van leven in de Kerk. Hij verplicht zijn leerlingen de voldane menigte los te laten en terug in de boot te stappen, 's nachts, bij tegenwind. In plaats van zich te laten dragen door de sympathie van het publiek, moeten de apostelen leren dat de Kerk een bootje is dat tegen de wind op moet varen. Er is geen gemakkelijke Kerk.

Er is geen kerkgemeenschap, waar we niet zouden moeten roeien, en tegen de wind dan nog. Jezus neemt op zich de menigte weg te sturen. De tijd van het passief-gevoede massa-christendom is voorbij. Het bootje van de Kerk lijkt dan wel heel klein en kwetsbaar in de storm. Wat geeft dat? Jezus gaat bidden, alleen op de berg. Dat is het belangrijkste. Jezus is reeds in de intimiteit van zijn Vader. Hij is reeds op de oever van de Opstanding waar het bootje van de Kerk naartoe zeilt, ingebeukt door de golven van de dood.

Het evangelie vandaag begint aldus met in de Kerk een dubbele realiteit vast te stellen: apostelen die tegenwind moeten roeien, en Jezus die er bidt in de eenzaamheid.
Er zijn dan ook twee complementaire manieren om de christelijke roeping te beleven, comfortabel noch de ene, noch de andere. Men kan er dromen zowel van publiek succes, om de eenzaamheid te compenseren, als van de wind in de zeilen te hebben om niet te moeten roeien. Van meetaf aan blokkeert Jezus deze verleidingen.

We moeten ons ook niet vast willen klampen aan het publiek, en anderzijds ons ook niet door persoonlijke uitstraling willen distantiëren van de gewone gelovigen. Waarom naar de Heer gaan in dat trage bootje van de Kerk? Waarom in dit zware instituut blijven, als ons persoonlijk charisma ons in staat zou stellen ons naar Christus te haasten? De eerste die het bootje verlaten heeft om vlug alleen naar Christus te gaan, was Petrus, de eerste leerling-paus. Hij vroeg het spectaculaire charisma om over het water te lopen, en hij kreeg het onmiddellijk.
Christus gaf daarmee een tweede les om in de Kerk te leven. Wat gebeurt er als we naar de Heer willen gaan buiten de Kerk om, op buitengewone wegen? De oude monniken hebben sterk op discretie aangedrongen. Ze zegden: "Als je een jonge monnik ziet die, in het transport van het gebed, naar de hemel opstijgt, pak hem bij de voeten en zet hem terug op de grond: daar is zijn plaats”. Dit woord is rechtstreeks geïnspireerd door het gebaar van Jezus die de zinkende Petrus grijpt, om hem in de boot terug te brengen. Het sensationele is egocentrisch, het mysterie van God is discreet. We moeten ons de geestelijke discretie van God eigen maken toen hij zich toonde aan Elia in gebed op de berg (1 Koningen 19, 11-13). Als we ermee ophouden ons een God te maken naar ons eigen beeld, dan is Hij niet te vinden in de storm, noch in de aardbeving, noch in het vuur. God is de discretie zelf. Een licht briesje, nauwelijks waarneembaar, kan Hij alleen maar ontwaard worden in de innerlijke wezensstilte. Vaak vinden we God niet, omdat we praten waar we zouden moeten zwijgen en luisteren. Maar om Hem te horen, moeten we terug in het bootje klimmen met Christus. Dan valt de wind en de lichte bries van de Heilige Geest wordt merkbaar in ons hart.

Uiteindelijk volstaat het ons vertrouwen te schenken aan de verrezen Christus, die alleen de golven van de dood bedwingt en ons uitnodigt om in de boot te stappen. Om Hem vertrouwen te schenken, moeten we Hem eerst herkennen. Om Hem te herkennen, moeten we Hem beminnen. Om Hem te beminnen moeten we tijd durven verliezen om Hem te leren kennen. En om Hem te kennen, openen we elke dag biddend het evangelie.