Loading...
 

1e zondag van de advent A B C - evangelie

Waakzaam
WEEST WAAKZAAM


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Wees waakzaam

Matteüs 24, 37-44
// Marcus 13, 33-37 // Lucas 21, 25-28.34-36



De tekst

Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via het: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Matteüs 24, 37-44, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijdens de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over de betekenis van deze tekst
. Tip bij het vertellen aan kinderen

De fiche die hoort bij Marcus 10, 17-25, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijdens de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over de betekenis van deze tekst
. Informatie bij de liturgie van de 1e zondag van de advent

De fiche die hoort bij Lucas 21, 25-28.34-36, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijdens de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie bij de liturgie van de 1e zondag van de advent






Suggesties

Kleine kinderen

TIP

Het evangelie op deze eerste zondag van de advent is niet zo toegankelijk voor kleine kinderen. Daarom kun je met hen beter stilstaan bij de advent. Klik hier voor suggesties.





Grote kinderen

VERDIEPEN

Wachten

Mensen kunnen op verschillende manier wachten:
- passief gelaten, zoals voor een bus, een trein.
- actief, zoals voor een feest

Geef voorbeelden van passief wachten op Kerstmis, en van actief wachten op Kerstmis.



Wachten op

Zorg er voor dat de ruimte waarin je dit gesprek voert niet verlicht is.
- Stel je nu eens voor dat de zon niet meer zou schijnen. Alles donker, verdriet van 's morgens tot 's avonds. Hoe zou dat aanvoelen?

Zoals de kinderen zich afvragen hoe zij zich zouden voelen in sommige situaties, zo voelen heel wat mensen zich. Ze hebben verdriet, zijn eenzaam, arm, zieken, opgesloten of voelen zich verlaten en alleen. Zij zoeken zoals iedereen een beetje geluk. God wil geluk voor iedereen. Bij Hem zijn al deze mensen thuis. Op de eerste zondag van de advent hebben wij het over dat lange wachten van mensen naar een beetje geluk, warmte, vriendschap en vreugde.

De kinderen brengen een slogan aan op een flap: 'Wachten op vrede, geluk, warmte, vriendschap'.
Bij de woorden hoort een tekening: vrede: duif - geluk: bloem - warmte: zon - vriendschap: hart.



Waakzaamheid

Vertel dat Jezus in het evangelie van vandaag vraagt om waakzaam te zijn. Het woord ‘waakzaam’ kennen de kinderen wellicht niet. Maar misschien wel het woord ‘waken’.

Kunnen de kinderen een zin maken waarin dat woord voorkomt?
. Vertel over mensen die waken bij iemand die heel erg ziek is. En dat mensen binnenin een familie onder elkaar afspreken dat er steeds iemand bij de zieke blijft waken.
. Je kunt ook vertellen dat mensen soms bij hun woning een plaatje aanbrengen met de foto van een hond, waarbij de woorden staan: ‘Hier waak ik.’
. Misschien kun je vertellen over mensen die een gebouw bewaken (security; militairen; politie)
Kom dan samen met de kinderen tot de vaststelling dat iemand die waakzaam is, iemand is bij wie alle zintuigen erg gespannen zijn zodat ze bij het minste wat ze horen of zien, gepast reageren (doen / handelen; spreken / zeggen).





BIDDEN / MEDITEREN

De vier J's

(Bron onbekend)

Eeuwen heeft het volk van God
uitgekeken naar de Verlosser,
naar diegene die hen zou bevrijden
en een nieuw leven schenken.
Samen met de grote profeten
willen wij uitkijken naar Jezus,
het licht van de wereld.
Wij willen ook zelf in dat licht gaan staan.

De eerste J. is van Jesaja, de profeet.
Zijn naam betekent: God helpt.
Jesaja zag lichtpuntjes in de donkere tijd.
"Een nieuwe tijd breekt aan", zei hij.
"Droom er maar van.
Dan zal de Messias komen
en zullen alle mensen zien
dat God met hen begaan is,
dat Hij hen liefheeft.
Het licht van God zal over ons opgaan.”
Wij steken een kaarsje aan.

De tweede J is van Johannes de Doper, de profeet.
Hij zag het licht waarvan Jesaja droomde.
Velen zagen het nog niet.
"Keer je af van het kwaad,
richt je leven op wat goed is", zei hij.
Dan pas zul je de Heer herkennen,
Hij die midden onder u is.
Wij steken een kaarsje aan.

De derde J is van Jezus.
Zoon van de Vader, Licht uit Licht!
Het licht waarvan Jesaja droomde,
de Verlosser die Johannes aankondigde.
Jezus, naar wie wij uitzien als een licht,
een licht voor blinden en zieken,
een licht voor ieder van ons.
Hij die wij zo dikwijls gedenken.
We steken een kaarsje aan.

De vierde J ben jij...jij...jij.
Wij allen zoals we hier samen zijn.
Heel de advent willen we uitkijken naar Jezus.
Onszelf tot Jezus bekeren.
Wegen recht maken.
Aandacht hebben voor kleine mensen.
Vrede brengen waar het kan.
Wij steken een kaarsje aan.





EXTRA

Bij deze eerste zondag van de advent kun je met de kinderen ook stilstaan bij de advent. Klik hier voor suggesties.





Jongeren

KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Een eigen manier van spreken in de Bijbel

De sfeer die in het begin van deze evangelietekst wordt opgeroepen, kennen jongeren van science-fictionfilms. Ze maken hierbij kennis met een eigen manier van spreken, waarbij de op hol geslagen natuur het decor wordt voor het opnieuw komen van de Mensenzoon.
Midden in al dat beangstigende natuurgeweld en de machtige verschijning van de Mensenzoon, moeten mensen rechtop staan, het hoofd omhoog houden en stand houden.
En hoe dit kan, wordt ook gezegd: door alert, waakzaam te zijn!





SPREKEN MET BEELDEN

Stilstaan bij twee foto's

Bespreek eerst deze foto.

Wachten 2


- Wat zie je?
(huis, bomen, meer / rivier, weg, vrouw, rugzak, drinkbeker, stapschoenen)
- Wat zou die vrouw doen? Wat zou ze denken?
- Welk woord past volgens jou het best bij deze foto? En waarom is dat?
UITKIJKEN, RUSTEN, WACHTEN, VERVELEN, ZITTEN


Bespreek dan deze foto.

Wachten

- Wat zie je?
(speelveld, man)
- Wat zou die man doen? Wat zou hij denken?
- Welk woord past volgens jou het best bij deze foto? En waarom is dat?
UITKIJKEN, RUSTEN, WACHTEN, VERVELEN, ZITTEN


Kom in groep bijeen en vertel elkaar wat je bij deze foto's door het hoofd ging (maak eventueel gebruik van de vragen.
- Welk woord kan voor de twee foto's gebruikt worden? (eventueel: UITKIJKEN en WACHTEN)
Vergelijk de houding van deze twee mensen.
- Welk soort uitkijken / wachten toont de vrouw? (eerder passief: bij de pakken - rugzak- zitten en afwachten)
- En de man? (actief: al zijn spieren en al zijn zintuigen zijn gespannen op de bal die er zal komen. Hij is er klaar voor; hij zal die zo goed mogelijk opvangen.)

Het uitkijken naar de komst van Jezus zou een actief wachten moeten zijn: alert zijn om in je omgeving actief mee te werken aan alles wat helpt om de droom van God te realiseren.





VERDIEPEN

’Bericht aan de bevolking’ (A-jaar)

Roep de beelden op van een overstroming. Eventueel heb je eigen herinneringen aan een overstroming: aan de snelheid waarmee het water opkomt, waardoor je nog heel weinig kunt doen.
Jezus roept dit beeld op door te verwijzen naar het verhaal van de zondvloed dat iedereen kent vanuit de bijbel. Hij grijpt naar dit beeld om op te roepen waakzaam te zijn en zich daarop voor te bereiden.
Men kan zich bijna niet meer wapenen tegen een overstroming op het moment dat het hard aan het regenen is. Men moet dit voordien doen.

Wel, ... zegt Jezus, als de Mensenzoon komt, dan moet je daarop voorbereid zijn.

Het woord ‘Mensenzoon’ is een titel die men vroeger aan Jezus gaf, maar die na tweeduizend jaar niet meer gebruikt wordt. Men leest dat woord 69 keer in de evangelies. Op zich betekent het ‘mens’, maar in het oude Testament zijn teksten bewaard van de profeet Daniël die over de Mensenzoon spreekt als over een koning die zorgt voor vrede en die de mensen komt oordelen. Een beeld dat terug te vinden is in de parabel van het Laatste oordeel.
Lees deze parabel nog eens voor (Matteüs 25, 31-46 evangelie van Christus Koning - jaar A)

Als die Mensenzoon nu komt om te mensen te oordelen naar hun daden, dan, zegt Jezus, moet je je daarop voorbereiden. Eens dat het zover is, kun je daar niets meer aan doen.


Maak een ‘BERICHT AAN DE BEVOLKING’
Uit goede bron heb je vernomen dat diegene die de mensen komt beoordelen over goed en kwaad binnen vier weken komt.
Maak samen met de jongeren een lijst van 10 punten waarmee de mensen kunnen nagaan of ze zich hier wel goed op hebben voorbereid, zodat ze op die dag niet voor verrassingen komen te staan.
Hang die lijst nadien op in het kerkportaal.





BIDDEN

Heer,

schud ons wakker.
zodat we weer luisteren
naar het gefluister van uw Geest.

Wij willen ons engageren
waar leven kapot wordt gemaakt,
liefde met de voeten getreden,
hoop bedreigd, mensen veracht …

Zo willen wij Uw komst voorbereiden.
Dan kan uw Rijk komen,
Een Rijk waar liefde het laatste woord heeft.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Verlangen naar nieuw leven (A-jaar)

Bij het begin van de Advent
worden wij herinnerd aan onze uiteindelijke toekomst.
En voor gelovigen is dat: onze definitieve ontmoeting met de Heer.

Dat "de één zal worden meegenomen en de ander achterblijven”
is het gevolg van het onderscheid
dat wordt gemaakt tussen de mensen
die op een verschillende manier uitkijken
naar die komst van de Heer.
Want “wachten” kan twee betekenissen hebben.

Men kan inderdaad wachten en waken zoals de slechte dienaar,
met schrik om betrapt en gestraft te worden
door een strenge Meester.
Men kan ook waken en wachten zoals een verloofde,
die vol vreugde verlangend uitkijkt
naar de uiteindelijke verbondenheid met haar Bruidegom
of zoals een moeder die haar kindje verwacht.
De aard van de ontmoeting waarnaar wij uitkijken,
bepaalt in grote mate de manier waarop wij ernaar verlangen,
en omgekeerd.

Wij, christenen, kijken uit naar de uiteindelijke ontmoeting
met de Heer van het nieuwe leven.
En dit zal niet onze eerste ontmoeting zijn met Hem,
want er zijn er reeds verschillende geweest.
Maar welke soort ontmoetingen zijn dat?
Ervaren wij nu, tijdens ons leven, de Heer
vooral als een strenge Meester of als een barmhartige Vader?
Leven wij nu reeds met schrik voor God
of zijn wij nu vooral dankbaar voor Zijn vriendschap en vergeving.
Dat bepaalt hoe wij Hem dan zullen ontmoeten.

“Wanneer” Hij komt blijft onbekend.
Hoe wij ook naar Hem verlangen, Zijn komst zal altijd
een verrassing zijn voor allen, een overweldiging.
En ook hier geldt hetzelfde onderscheid:
Zullen wij worden verrast door Zijn strengheid
of vooral door Zijn barmhartigheid?
Wij, christenen, geloven dat wij vooral zullen worden overspoeld
door de mateloosheid van Gods barmhartigheid.
(Als ik aan de einddag denk, dan denk ik niet zozeer aan
de timpanen van de Romaanse kerken
met “de Rechter en Zijn weegschaal”,
maar aan het schilderij van Rembrandt, waar
de verloren zoon wordt ontvangen in de armen van zijn Vader.)

Met Kerstmis zullen wij weer een ontmoeting met God vieren,
maar dan nu met Hem als een pasgeboren Kind.
Wat ervaren wij vooral bij die ontmoeting?
De geboorte van een kind is steeds het teken
van “nieuw leven” onder de mensen.
De diepere, persoonlijke beleving van Kerstmis
nl. de doorbraak van het nieuwe, goddelijke leven
van “waarheid, vergeving en vrede”,
zal wel niet door iedereen juist op 25 december worden ervaren.
Maar voor elk van ons klinkt vanaf vandaag
de oproep tot waakzaamheid en wakkerheid
om, ook te midden van crisis en aftakeling, heel alert te zijn
om toch de schamele tekens van dat nieuw leven reeds te erkennen.
Ziet ge niet dat God weer nieuw leven van “vergeving en vrede”
begint te brengen onder ons, mensen?

Laten wij maar kijken naar de natuur,
want die heeft ons, ook in deze periode, weer iets te leren.
Zijn de bomen deze laatste weken soms aan het doodgaan?
Zijn die kale herfstbomen het teken
dat de totale ondergang en vernietiging van de natuur op komst is?
Helemaal niet! Dat kan misschien zo lijken,
maar dan alleen voor een oppervlakkige toeschouwer.
Wie met gelovige ogen kijkt, ziet veel meer.
Hij voelt aan dat die bladerloze bomen eigenlijk veel missen
en nu met groot verlangen uitzien naar de nieuwe lentescheuten,
die al aanwezig zijn, maar onzichtbaar nog, onder de schors.
De natuur is onderhuids al volop bezig
de nieuwe lente van volgend jaar aan het voorbereiden.
Voorlopig echter komt het erop aan te wachten,
actief te wachten, dwz. met een grote hoop in het hart.

Welnu dat gevoel van gemis
en dat verlangen naar het nieuwe leven,
dat is in deze adventsperiode zeer heilzaam voor de bomen,
én voor de mensen.



Wakker zijn bij de komst van onze God (B-jaar)

God is er altijd.
Toch zeggen sommige teksten dat Hij "terugkomt".
Hoe kunnen wij dat verstaan?

God is altijd onder ons aanwezig, maar wel versluierd,
aan de binnenkant van de wereld, onderhuids.
Maar soms ervaren mensen Hem ook merkbaar aan de oppervlakte.
Dan zeggen zij: "dat Hij Zich openbaarde".
Men kan God inderdaad ervaren
in de blijde lach van een kind,
in een vragende handen van een arme,
in de lijdende ogen van de Gekruisigde.
Ziet iedereen Hem dan? Neen!
Alleen wie gelovig kijkt, kan doorheen een kind dat glimlacht
de menslievendheid zien van onze God, die ons nieuw leven biedt.
Alleen wie gelovig kijkt,
kan doorheen de arme die hem aanklampt
het gelaat zien van onze God, die om medelijden smeekt.
Alleen wie gelovig kijkt,
kan doorheen de Gekruisigde
de aanwezigheid zien van onze God,
die Zich aan ons uit liefde totaal geeft.
Gods merkbare, maar steeds verhulde aanwezigheid,
vraagt dat wij met een gelovig hart en een gelovige blik kijken
naar de dingen en de mensen op onze wereld.

God is nooit afwezig.
Wel hebben wij soms het gevoel dat Hij ver weg is.
Gods afwezigheid is een manier om te zeggen
dat wij soms gedeeltelijk blind kunnen zijn
voor Zijn merkbare tegenwoordigheid.
Dan is dat omdat wij met te weinig diepte kijken,
omdat wij, overweldigd misschien door tegenslagen,
slechts oppervlakkig waarnemen
en niet meer doorheen de zichtbare dingen
Zijn onzichtbare aanwezigheid erkennen.
Als God verdwijnt uit ons gezicht is het
omdat wij Hem minder zien en ervaren.

Dat "God terugkomt" betekent dan
dat er bij ons een bekering, een verandering, kan gebeuren
waarbij wij opnieuw bewuster en dieper
gaan kijken naar de gebeurtenissen in ons leven,
zodat wij opnieuw Zijn aanwezigheid gaan erkennen
doorheen de schamele, uiterlijke tekens rondom ons.

Tegenslagen, weemoedigheid en ontgoocheling
kunnen zó de overhand krijgen
dat onze gelovige blik vertroebeld wordt.
Onze maatschappij lijkt nogal ontwricht,
door geweld, door een financiële crisis, door morele ontreddering.
Zo kunnen wij als gemeenschap perioden meemaken
dat verschrikkingen ons van alle kanten tegelijk
lijken te treffen, zodat wij ons afvragen:
"Hoelang gaat dat nog duren?"
Het evangelie geeft hierop geen antwoord
en doet geen voorspellingen
over tijd en uur waarop de situatie zal veranderen.
Wel verkondigt het evangelie drie dingen:
de zekerheid dat God terugkomt;
de noodzaak van actieve inzet ondertussen
en dat op de concrete plaats
waar wij op het huidig ogenblik verantwoordelijkheid kunnen nemen;
en de uitnodiging tot voortdurende wakkerheid
om de tekens van nieuw leven nu reeds te durven herkennen.

Het is merkwaardig dat het evangelie met zo’n stelligheid zegt
dat God zeker terugkomt, zich opnieuw zal openbaren en ons zal redden.
Het wordt inderdaad Kerstmis, ook dit jaar.
Voor een gelovige is daar duidelijk geen twijfel over.
Daarmee wordt niet alleen verkondigd dat onze God absoluut trouw is,
trouwer dan onze ontrouw.
Maar daarmee wordt ook geaffirmeerd
dat wij opnieuw tot leven kunnen komen.
Wat wij ook aan donkere ervaringen hebben meegemaakt,
wij hebben in ons het vermogen om opnieuw levende mensen te worden.
Want Gods komst betekent voor ons een bevrijding,
het herstel van een levensverbondenheid die heilzaam is.
Wij hebben daartoe de mogelijkheid in ons!

Alleen het tijdstip waarop dit zal gebeuren, blijft onzeker.
De echte beleving van Kerstmis
valt niet voor iedereen precies op 25 december.
De nadruk op de onzekerheid van het tijdstip
is een manier om te zeggen
dat de bekering dringend noodzakelijk is.
Het is nodig dat wij nú
onze verantwoordelijkheid opnemen
en ons zeker nú gedragen als goede beheerders
van de ons toevertrouwde taken.
Het evangelie zegt ons met andere woorden :
"Doe juist nu uw werk voort.
Blijf goed doen wat gedaan moet worden,
zelfs te midden van de meest duistere tegenslagen."

Maar daarbij klinkt een oproep tot wakkerheid,
een uitdaging om ook thans,
te midden van de ontgoochelingen, alert te zijn
en toch de schamele tekens van schoonmenselijkheid te zien
die verwijzen naar Gods liefdevolle aanwezigheid.

Bij het begin van de advent
worden ons geen waardeloze bespiegelingen
over de onzekere toekomst voorgehouden,
wordt ons geen schrik
voor het zogenaamde einde van de wereld aangepraat,
maar worden wij uitgenodigd tot actieve inzet
in onze dagelijkse verantwoordelijkheden,
ieder op zijn eigen plaats binnen onze gemeenschap.
Dat is de beste manier
om, ondanks de huidige catastrofes,
mee te werken aan de komst van Gods koninkrijk
van vrede, waarheid en gerechtigheid.



Geen schrik voor totale vernietiging, maar waakzaamheid voor nieuwe groei! (C-jaar)

Het is niet moeilijk te zien
dat onze wereld vandaag uiterlijk in de grootste verwarring verkeert.
Orkanen en aardbevingen, oorlogen en aanslagen
zijn duidelijke tekens dat de "hemelse heerscharen" ook vandaag
in alle geweld losbarsten.
Ook nu verkeren vele mensen in grote angst.

Gelovigen echter - en dit is veel moeilijker -
zien nu juist meer dan alleen maar uiterlijke chaos en verwarring.
Zij erkennen een evolutie, een lijn,
een richting, een hoopvol perspectief.
Zij erkennen dat onze wereld, doorheen chaos en verwarring,
groeit naar ware bevrijding.
Dat is Gods uiteindelijke diepe bedoeling, die in onze wereld steekt.
En die beginnen wij, gelovigen, nu reeds te zien.
"Wanneer zich dit alles begint te voltrekken;
hef dan uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij!"
Pessimisten en defaitisten beweren wellicht
dat onze wereld op weg is naar een totale vernietiging.
Maar christenen geloven
dat de schrikwekkende dingen van dit ogenblik
een doorgangsfase zijn naar iets nieuws:
de uiteindelijke overwinning van de Mensenzoon
en Zijn Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Neen, onze wereld wordt niet totaal vernietigd,
maar zij wordt voortdurend herschapen,
getransformeerd tot een nieuwe schepping,
nl. tot het liefderijk van Christus.
Dit is de blijde boodschap.
Dit is het hoopvol perspectief, de diepere waarheid over onze wereld,
volgens het evangelie.

Het is met veel nadruk dat de evangelist Lucas
ons wil duidelijk maken dat die bevrijdende komst van de Liefde
niet zàl gebeuren in een verre toekomst,
maar vandààg, nù, elke dag gebeurt.
Binnen onze, inderdaad verwarde wereld,
is het Rijk van de liefde, vrede en gerechtigheid
nu reeds aan het groeien.
En gelovigen die dat reeds zien, worden dan ook uitgenodigd
om als eersten, ondanks de heersende verwarring,
mee te werken aan de stichting van dat Rijk Gods.

"Wees dus waakzaam!" betekent dan ook zoveel als:
"Wees niet angstig voor de schrikwekkende dingen van de toekomst,
maar concentreer vooral uw aandacht en energie
op het goede dat nu reeds aan het gebeuren is.
Het komt erop aan, te midden van de huidige verwarring,
nu reeds de tekenen van bevrijding, vrede en gerechtigheid
te onderscheiden en mee te bevorderen!"
Dit is de kern van de boodschap van vandaag:
"Heb geen schrik voor vernietiging,
maar wees waakzaam voor nieuwe groei in de schepping,
waaraan je kunt meewerken!"

Inderdaad, het nieuwe is er al!
Maar, waarom zien wij het dan zo weinig?
Misschien omdat wij soms zo moeilijk durven verwachten
dat er nog iets nieuws mogelijk is
in die oude, vertrouwde wereld rondom ons
of in die verstarde gewoontes van ons eigen hart.
Maar het nieuwe is wel degelijk mogelijk!
Dat zullen wij over vier weken vieren, met Kerstmis.

Laten wij ondertussen kijken naar de natuur,
want die heeft ons ook in deze periode weer iets te leren.
Zijn de bomen, deze laatste weken, soms aan het doodgaan?
Zijn die kale herfstbomen het teken
dat de totale ondergang en vernietiging van de natuur op komst is?
Helemaal niet!
Dat kan misschien zo lijken,
maar dan alleen voor een oppervlakkige toeschouwer.
Wie met gelovige ogen kijkt, ziet veel meer.
Hij voelt aan dat die bladerloze bomen eigenlijk veel missen
en nu met groot verlangen uitzien naar de nieuwe lentescheuten,
die al aanwezig zijn, maar onzichtbaar nog, onder de schors.
De natuur is onderhuids al volop bezig
een nieuwe lente aan het voorbereiden.
Voorlopig echter, komt het erop aan te wachten,
dat wil zeggen actief te verlangen, met grote hoop in het hart.

Welnu dat gevoel van gemis
en dat verlangen naar het nieuwe leven,
dat is in deze Adventsperiode zeer heilzaam voor de bomen,
én voor de mensen.



Marc Gallant, monnik te Orval

A-jaar

Overweging (2013)

Twee vrouwen lopen op het voetpad om te winkelen. Een wagen vliegt in volle vaart uit de bocht het voetpad op. Een vrouw is op de slag gedood, de andere komt er met de schrik van af. 'De een is meegenomen, de andere is achtergelaten'. Zoiets hebben wij zojuist gehoord in het evangelie: een schielijke dood aan het werk op het land of aan de molen. Wij zijn de tijdgenoten van mensen rondom ons die de komst van de Mensenzoon beleven op het uur dat zij het niet verwachten. Voor hen is, met hun dood, het einde van de wereld aangebroken, onvoorzienbaar.

Vanuit die vaststelling vraagt het evangelie vandaag onze aandacht voor de komst van de Heer.
Niemand kent de dag noch het uur van de komst van de Heer. Alle speculaties over het einde van de wereld zijn dus totaal nutteloos. Wanneer zal de wereld vergaan? Wie met een datum komt, miskent het evangelie. Hoe zal de wereld vergaan? Door de inslag van een grote meteoriet? Door de ontregeling van de zon? Door het waanzinnig gebruik van atoombommen, gifgasbommen of virusbommen die alle leven vernietigen op aarde? Of eenvoudigweg door een geleidelijke klimaatramp? Niemand weet hoe of wanneer. Ook het wanneer of het hoe van je eigen dood, waarmee voor je het einde van de wereld geslagen is, ken je niet. Speculaties daaromtrent zijn tijdverspilling.

Onze dood komt altijd onvoorzien. De komst van de Heer is onverwacht. Zijn komst is zo brutaal als die van de zondvloed. De mensen in de dagen van Noach vermoedden niets en gingen door met eten en drinken totdat de zondvloed kwam en hen wegrukte. 'Zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon', zegt Jezus. In een van zijn preken legt Kardinaal Newman de volgende woorden in Jezus’ mond: 'Als ik zal aankloppen, dan zullen er maar weinigen gereed staan om Mij onmiddellijk open te doen. Zij zullen altijd nog iets te doen hebben vooraleer te openen. Zij zullen eerst nog moeten bekomen van de verrassing en van de ontsteltenis waarin mijn komst hen zal werpen. ... Zij zijn voldaan met op aarde te zijn; zij wensen nergens elders te gaan; zij willen niets anders' (Parochial and plain Sermons, IV, 22). Opdat wij ons niet blindelings zouden installeren op aarde als in een blijvende woonplaats, wordt ons het wachtwoord meegegeven: 'weest dus waakzaam, weest bereid, want de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht'.

De christen is vrijgesteld van het vragen naar het hoe en het wanneer van de komst van de Heer. Hij kan al zijn aandacht besteden aan de komst van de Heer, de waakzaamheid: 'hoe kan ik waakzaam leven, zoals de Heer het mij vraagt?'

Is het al gebeurd dat je ‘s nachts moest waken? Als jij je comfortabel gaat installeren, dan dommel je in nog vòòr je het weet. Om wakend te blijven en niet in te dutten moet je bezig blijven. Je moet op gang blijven: je kunt wat rondlopen, je bezig houden met wat je interesseert, of nog met het slurpen van straffe koffie.

Bij het geestelijk waken liggen de kaarten evenzo. Je moet geestelijk actief blijven en voortgaan met je geest op scherp te houden, en het luisteren naar Gods Woord kan je dienen als geestelijke espresso. Waken betekent aandachtig zijn nu, aan wat er gaande is nu. 'Het is nu het oordeel van de wereld', zegt Johannes (Johannes 12, 31). Het Johannes stelt heel duidelijk dat het oordeel op het einde van de tijden plaats grijpt, nu. Het is nu dat Jezus naar ons toe komt, het is nu dat wij naar Hem luisteren of niet luisteren. Het is nu dat wij handelen naar zijn woord of er niet naar handelen, en uiteindelijk is het oordeel verbonden aan het al of niet ontvankelijk staan voor zijn aanwezigheid. Waken is de Heer aan de deur horen kloppen, nu, en Hem aandacht schenken met hetgeen waarmee wij bezig zijn.

Waakzaam zijn heeft dus niets dat koortsachtig is of gespannen. Het is leven in de tegenwoordige tijd bij het trouw vervullen van de persoonlijke zending. Als jij je door Jezus gezonden weet, dan doe je alles in relatie met Hem, dan ben je wakend. Waakzaam zijn, dat is dankbaar je talenten gebruiken, bewust dat jij ze van de Heer gekregen hebt om ze Hem terug te geven door te delen met de anderen. Waakzaam zijn, dat is immers de lamp van je geloof brandend houden met de olie van de naastenliefde. Waakzaam leven betekent: leven in plaats van geleefd te worden, leven in plaats van zich te laten leven, gedrongen door de omstandigheden. Waken is bewust het leven in handen nemen en het zijn volle zin geven. Waken is nog, om het met de woorden van Paulus te zeggen: 'ons ontdoen van de werken der duisternis en ons wapenen met licht' (Romeinen 13, 12).

Jezus eindigt zijn betoog met de parabel van de dief. Moest je weten waar en wanneer de carjacker zal toeslaan, dan zou je alvast achteraan in je wagen een paar politiemannen verbergen. De komst van de Mensenzoon vergelijken met het toeslaan van de dief kan ons verbijsteren. Het spreekt met helle kleur tot de verbeelding. Er gebeurt iets totaal onverwachts, zoals die revolver van de carjacker die je plots onder je neus geduwd krijgt.

Zelfs als we Hem verwachten zal de komst van de Heer ons verrassen: het plots ontwaren van zijn, voor ons onvoorstelbare, oneindige liefde, zal bij ons inslaan als iets oneindig onverwachts.

God komt tot ons. Dat gaat alle verwachting te boven.



B-jaar

Overweging (2014)

In dit nieuwe liturgische jaar lezen we het Marcusevangelie. Wij horen er welke houding Jezus ons aanraadt voor de Advent, de tijd van de verwachting. Tot driemaal toe geeft Jezus ons het wachtwoord: 'Waakt!'. Dit ‘wachtwoord’ is Jezus’ laatste uitspraak voor het passiegebeuren dat aanvangt met de zalving van Betanië en de paasmaaltijd met zijn leerlingen. Onmiddellijk daarop schrijft Marcus over het complot dat moet leiden tot Jezus’ aanhouding (Marcus 14,1-31). Kenmerkend is dat Jezus ook ons betrekt bij zijn laatste aanmaning: 'En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: 'Waakt!'.

Wat betekent die waakzaamheid waartoe we opgeroepen worden? Waakzaamheid is veel meer dan wakker blijven. Ze is wakkere aandacht voor alles wat kan gebeuren, op alles voorbereid zijn; waakzaamheid is open staan voor, is verlangend uitzien naar, leven in verwachting.
Het verwachten van iets heerlijks kan ons spontaan wakker houden. Als kind konden we moeilijk slaap vatten de vooravond van Sinterklaas of van een mooie reis: ons popelend hartje naar dat heerlijke dat komen moest hield ons wakker, we waren in verwachting, we keken uit en de slaap kwam niet.
Er is echter ook een angstige, negatieve verwachting die ons uit de slaap kan houden. Angst kan leiden tot slapeloosheid, je slaapt niet als iets ergs je kan overvallen. Het ervaren van een acute doodsbedreiging kan zelfs leiden tot hardnekkige slapeloosheid, want in de slaap zijn we zonder verweer en, bewust of onbewust, doemt die bedreiging steeds weer op.

Onze verwachting van de Heer in deze adventstijd kan dus zeer verschillend ingekleurd worden. Wie verwachten wij? Een bemind persoon, of een onverbiddelijke rechter? Vervult onze verwachting ons van vreugde of van angst?
Leven wij echt in deze verwachting? Hoeveel personen rondom ons zien we die beleven, en die in de organisatie van hun leven rekening houden met de komst van de Heer? Misschien moeten we de vraag stellen hoe we dat praktisch kunnen beleven.

Het evangelie kan inzicht bieden. De man in de parabel die op reis gaat is sterk: hij is in staat om gedurende zijn afwezigheid volledig vertrouwen te stellen in zijn personeel en aan ieder volmacht (Grieks: exousian) te geven voor zijn taak. De portier moet daarenboven waken op de terugkomst van de meester, en dat zou kunnen gebeuren tijdens een van de vier waakronden waarin het Romeinse leger de nacht verdeelde (Marcus richt zich blijkbaar tot een Romeins publiek!): als hij komt moet de meester niet voor een gesloten deur blijven staan!

Het is zonneklaar dat in afwachting van de komst van de Heer, iedereen de verantwoordelijkheid moet opnemen die hij gekregen heeft. Ieder moet handelen in naam van de Heer, zoals de Heer, met zijn liefde. Wij mogen ons identificeren met die dienstknechten aan wie de Heer een verantwoordelijke vertrouwensfunctie geeft. De liefde is de olie die de lampen brandend houdt. Het talent dat de Heer ons geeft om het te vermenigvuldigen is dat van zijn liefde. Met die liefde in het hart zien we ongeduldig uit naar de komst van de Heer. Want hij komt niet om te oordelen maar om te redden (Johannes 3,17). Hij komt ons redden uit ons gebrek aan vrijheid dat onze verantwoordelijkheidszin en onze liefde in de weg staat. Omdat hij liefde is, verlost de Heer ons van onszelf.
Wij verwachten dan ook de komst van de Heer die ons komt beminnen, ons bevrijden van onszelf, ons redden uit de niet-liefde.



C-jaar

Overweging (2015)

De Advent is een tijd van verwachting. We verwachten de komst van de Heer, en wel op en driedubbel niveau. Met zijn geboorte is hij reeds gekomen, en op Kerstmis zullen wij er de herdenking van vieren. De Heer komt ook nu, op ieder ogenblik, en het belangrijkste voor ons is wel het ‘nu’ van zijn komst te beleven. De Heer zal ook komen op het einde der tijden om de geschiedenis van de mensheid af te sluiten. Het mag ons op eerste zicht verwonderen dat wij vandaag beginnen met het einde, en dat ons zondagsevangelie een perspectief opent over het einde van de wereld. Deze lezing wil ons echter van meetafaan het eindpunt voor ogen stellen waar de geschiedenis naartoe gaat en dat er zijn volle betekenis aan geeft.
Het Lucasevangelie zal onze gids zijn gedurende dit nieuwe liturgische jaar. Het brengt ons vandaag een tekst ontleend aan de rede van Jezus over het einde van de wereld, (in technische termen: “de eschatologische rede”). Deze is in de stijl van de Joodse Apocalypsen, die we, met het boek Daniël, voor het eerst in de Bijbel vinden, tweehonderd jaar vòòr Christus. In deze Apocalypsen is het einde van de wereld een complex geval met natuurrampen, de verrijzenis van alle doden, het oordeel met de straf van de kwaden, de komst van een nieuwe wereld: het hemels Jeruzalem dat uit de hemel nederdaalt …
Marcus, Mattheüs en Lucas plaatsen juist voor Jezus’ passie, een rede in deze apocalyptische stijl die we bij Jezus niet gewoon zijn. Omwille van de verwoesting van Jeruzalem die, dacht men, het einde van de wereld betekende, leefden hun gemeenschappen in een psychose van het einde van de wereld, en die stijl kwam daar goed over. Marcus en Matteüs kleurden die rede in met spectaculaire apocalyptische natuurrampen.
Van zijn kant had Lucas reeds wat afstand genomen van de speculaties over het einde van de tijden met deze woorden van de Heer: “Het koninkrijk van God komt niet op een spectaculaire wijze. Je kunt niet zeggen: “Kijk hier is het !” of: “Daar is het !” Ziet u, het koninkrijk van God ligt binnen in u” (Lucas 17, 20-21). Lucas zal vooral steunen op de nodige waakzaamheid (Lucas 21, 36). Hij blijft daarbij dichter bij Jezus’ denken dat het niet heeft voor apocalyptiek. Deze is trouwens totaal afwezig in het Johannesevangelie. Het drama van de eindtijd is in de eerste plaats een menselijk drama: voor ieder van ons komt het einde van de wereld met onze dood.
Zo Lucas de angst noteert waarin de mensheid door deze gebeurtenissen geworpen wordt (Lucas 21, 26), dan is het om daar onmiddellijk aan toe te voegen dat Jezus’ getrouwen echter niets te vrezen hebben, want die rampen drukken de overwinning uit van hun Heer op het kwaad, en betekenen dus hun “bevrijding” (Lucas 21, 28: Grieks: apolutrôsis). We vinden dat woord ‘bevrijding’ niet terug in de andere evangeliën. Lucas ontleent het zonder twijfel aan Paulus, die hij op zijn reizen vergezeld heeft. Deze gebruikt het dikwijls om Jezus’ heilswerk uit te drukken (Romeinen 3, 24) en de vruchten van heiligheid (1 Korintiërs 1, 30) en vergeving der zonden (Kolossenzen 1, 14 ; Efesiërs 1, 7) die er voor ons uit voortvloeien. Voor Paulus gaat die bevrijding samen met de verrijzenis van ons lichaam (Romeinen 8, 23). Lucas denkt hier aan die ultieme gave die onze hoop een vaste basis geeft. Wij mogen dus met vreugde de tekenen onthalen van de komst van onze Heer: ze kondigen onze definitieve bevrijding aan van alle kwaad.
Een heel ander perspectief opent zich met de slotverzen (Lucas 21,34-36). Hier wordt de komst van de Heer niet meer aangekondigd door tekenen, maar ze is er plots en onvoorzien, zoals in de parabels over de waakzaamheid (Lucas 12, 35-46 ; cf. Lucas 21, 36). Jezus heeft beide voorstellingen gebruikt, want hij was niet bezorgd letterlijk de toekomst te beschrijven, maar wel zijn leerlingen uit te nodigen tot een durende waakzaamheid. Dat zij zich vooral hoeden voor de grove bekoringen van losbandigheid en dronkenschap (vgl. Lucas 12,45 ; 1 Tessalonicenzen 5, 6-7 ; Romeinen 13, 13), om nog niet te spreken over de aardse bekommernissen die de mens afleiden van het enig noodzakelijke. Ze moeten paraat staan want “die dag” zal plots alle mensen overvallen (cf. 1 Tessalonicenzen 5,3). Ook hier mogen we denken aan onze dood.

Het evangelie van de komst van de Mensenzoon past bijzonder goed bij deze eerste adventszondag. Natuurlijk, de komst van Jezus is er reeds geweest in de armoede en de vreugde van Betlehem. De Heer is ons reeds de Goede Boodschap komen brengen, we zijn reeds in zijn Kerk. Als we echter zijn eerste komst in de schamelheid van de kerststal gedenken, dan is het om ons vandaag op weg te begeven naar de uiteindelijke komst van de Heer in glorie, die ons bij onze dood zal geopenbaard worden. Ieder mens is, de hele geschiedenis door, geroepen tot waakzaamheid. We hebben met ons geloof reeds een optie genomen in die zin. Wij weten echter maar al te goed dat er in ons nog duistere zones zijn van ongeloof. Vandaag nodigt het evangelie ons uit die zones te reduceren: Keert u tot de Heer die komt, weest waakzaam, en ge zult paraat staan om Hem te onthalen en zijn Rijk binnen te gaan”.