Loading...
 

20e zondag door het jaar C - evangelie


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

VERDEELDHEID EN GEEN VREDE - Lucas 12, 49-53

De tekst

Stilstaand bij enkele woorden

Vuur
Jezus bedoelde met 'vuur' waarschijnlijk het vuur dat het oordeel op het einde der tijden zal begeleiden.
Lucas dacht bij het schrijven van deze tekst wellicht aan het vuur van Pinksteren. Dit vuur is dan het symbool voor enthousiasme, elan, spirit, innerlijke kracht, geestdrift ... dat ook conflicten kan veroorzaken.


Doop
Wellicht moet men doop zien als iets concreet om iets abstract uit te drukken: Jezus zal 'ondergedompeld' worden in lijden.


Vrede
De vrede die Jezus brengt, blijkt verdeeldheid met zich mee te brengen.


Verdeeldheid
Deze verdeeldheid kan zich uiten in discussie, verdachtmaking, tweedracht.



Dichter bij de tijd

Op een dag zegt Jezus:
'Ik kwam om vuur op aarde te brengen
en Ik wil heel graag dat het al brandt.
Ik moet een doop ondergaan,
en ik voel me heel erg bedrukt tot dat dit gebeurd is.
Denken jullie dat Ik ben gekomen
om vrede te brengen op aarde?
Nee, zeg Ik jullie, ik breng eerder verdeeldheid.
Vanaf nu zullen vijf mensen in één huis verdeeld zijn,
drie tegen twee, en twee tegen drie:
vader tegen zoon, en zoon tegen vader;
moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder;
schoonmoeder tegen schoondochter,
en schoondochter tegen schoonmoeder.’



Bij de tekst

Betekenis

Het vuur dat Jezus komt brengen, zal door de tegenstand die het ontmoet, de mensen in twee groepen splitsen, die elkaar vijandig zijn.
Jezus roept niet op tot verdeeldheid, Hij roept ons op om het rijk van God te verkiezen boven elk ander engagement zelfs wanneer dit voor gevolg heeft dat dit verdeeldheid zaait in de relaties die mensen kennen.



Herinnering aan het Oude Testament

'Want de zoon maakt zijn vader voor dwaas uit,
de dochter verzet zich tegen haar moeder,
de schoondochter tegen haar schoonmoeder;
huisgenoten zijn vijanden.
Ik daarentegen blijf wakend uitzien naar de heer,
blijf hopen op de God die mij zal redden:
mijn God zal mij verhoren!'





Suggesties

Grote kinderen

VERDIEPEN

Gesprek: vuur

- Wie heeft deze vakantie een kampvuur meegemaakt?
- Hoe vond je dat? Lekker warm, veel licht in de donkere nacht, eng?
- Vuur kan fijn zijn, maar kan ook erg zijn. Kun je daar een voorbeeld van geven?
(zich verbranden - zon, gasvuur - / afbranden van een gebouw, de heide ...)


Jezus vergelijkt zichzelf met vuur.
- Wat heeft Jezus gedaan of gezegd dat je fijn vindt?
- Soms wordt na het voorlezen van het evangelie gezongen dat het woord van God een licht is op ons pad. Wat wil men daarmee zeggen?
- Ken je woorden of handelingen van Jezus die voor jou zijn als licht?





HANDEN UIT DE MOUWEN

Collage

Materiaal
Knip uit geel/oranje/rood papier allerlei vuurtongen uit.

Vlam

www.alittlemarket.com/stickers/sticker_stylise_flamme


Verloop
Na een gesprek over de manier waarop Jezus vuur is, nemen de kinderen een gekleurd blaadje in de vorm van een vuurtong en schrijven daarop op welke manier Jezus voor hen vuur is.
Nadien wordt met al die vuurtongen een collage gemaakt.
Bespreek vooraf met de kinderen hoe ze de vuurtongen zullen opkleven (in de vorm van een groot vuur, een kruis, een zon ...) en waarom ze die keuze maken.





ZINGEN / BELUISTEREN

Lied: Vuur uit de hemel

Elly en Rikkert Zuiderveld: We hebben allemaal wat, Een boom vol liedjes (deel 1)

Dit lied is te beluisteren op youtube.

Vuur uit de hemel
breng vuur in mijn hart
Vuur uit de hemel
breng vuur in mijn hart

Maak mij warm
Maak mij zacht
Dat ik leef
Uit uw kracht

Vuur uit de hemel...

Maak mij vol
Van Uw geest
Maak mij klaar
Voor het feest

Vuur uit de hemel...

Geef mij licht
Uit Uw bron
Dat ik straal
Als de zon

Vuur uit de hemel...





Overwegingen

Ambro Bakker s.m.a., deken van Amsterdam

De aanklacht van het evangelie

Het Evangelie van vanmorgen is een aanval op een christendom dat niets mag kosten, dat niet gestoord wil worden, dat leeft van een lieve schijnvrede. Het is een aanval op een christendom dat zich overal buiten wil houden, omdat er aan oorlog en geweld toch niets te doen valt! Het Evangelie van vanmorgen is 'n aanklacht tegen een vergrijsd christendom dat geen boodschap meer heeft voor deze wereld. Jezus is vuur komen brengen. Vuur laat niets bij 't oude! Vuur sticht onrust. Dan loeien de sirenes. Maar de heilige Geest is niet neergedaald over een groep mensen die massaal op de sofa ligt. De leerlingen van Jezus kwamen op pinkstermorgen naar buiten, ramen en deuren wijd open. En duizenden mensen lieten zich dopen. Maar de tegenstand werd ook groter! Er ontstond verdeeldheid, zoals er verdeeldheid was ontstaan in de omgeving van Jezus.

Jezus wist dat hij een fakkel droeg van gerechtigheid en liefde. Hij was de laatste die anderen afschreef. Iedereen probeerde Hij over de streep te krijgen. Maar Hij wist ook dat Hij het daarmee moest opnemen tegen duivelse krachten. De kinderen van de duisternis tegenover de kinderen van het licht. Sint Franciscus werd door zijn eigen vader voor de rechtbank gebracht. Martin Luther King kwam op zijn weg de dood tegen. ‘Ik breng u geen vrede, maar verdeeldheid’. Wij kunnen om Christus' wil niet alle conflicten uit de weg gaan. We moeten de moed hebben van het Evangelie te getuigen, ook als dat conflicten oproept. Waar het gaat om de rechten van het ongeboren leven, om ontwapening en milieubescherming, om rechtvaardigheid voor de kleine mens, daar zouden christenen op de bres moeten staan. Zij zouden de bakens moeten neerzetten voor een nieuwe tijd.

Als volgeling van Jezus zijn wij geen laffe toeschouwers van de strijd die in de wereld wordt gevoerd op dood en leven. Strijd tussen honger en overvloed, tussen vrijheid en verdrukking. We mogen ons best eens afvragen waarom een miljard christenen niet in staat zijn deze wereld te veranderen in de wereld van God. Als we zouden delen in het vuur van de eerste christenen, dan zouden we de wereld kunnen verbazen dat het anders kan!



Marc Mistiaen sj

Geen vrede zonder vurigheid

Dit is wel één van de eigenaardige teksten uit het evangelie.
Het lijken harde woorden over verdeeldheid in de families
die totaal in tegenstelling staan met de vrede en de eenheid
waarvoor wij bidden in elke Eucharistieviering.
Jezus vraagt echter helemaal niet dat wij verdeeldheid zouden stoken,
maar hij zegt wel:
"Denk niet dat er echte vrede bestaat
zonder het vuur van de loutering en de bezieling."
In feite zijn deze woorden van Jezus een waarschuwing
tegen een te gemakkelijke opvatting over vrede en eenheid.
 
Wellicht kent u ook wel die bepaalde groeperingen en sekten
die de mensen in trance willen brengen
met goedkope slogans over "peace" en "love",
die al te gemakkelijk verkregen worden.
Zij creëren zo een artificiële sfeer
waarbij alle conflicten gladgestreken worden.
 
De echte, duurzame vrede, die Jezus verwacht,
is echter iets anders.
Echte vrede groeit langzaam, heel langzaam,
en vereist een bekeringsproces
waarbij elkeen wat water in zijn wijn doet.
Dat doet een mens niet graag,
en dus vraagt dit een toegeven dat pijn doet,
een loutering, een vuurdoop.
Jezus zegt ons vandaag dat de vrede die Hij bewerkt
het gevolg is van een loutering in het mensenhart
door het vuur van Zijn liefde.
De echte christelijke vrede
wordt stapje voor stapje werkelijkheid
als mensen zichzelf durven verloochenen,
terug wat meer bescheiden willen worden,
aandachtig voor de gevoeligheden van anderen,
vergevensgezind en moedig.
De echte vrede draagt dus
de zelfverloochening en het kruis in zich.
Maar die vrede bestaat ook niet zonder vurige strijd en bezieling.
Wie liefdevol wil reageren bij alles wat hij meemaakt,
zal voortdurend strijd moeten leveren,
niet zozeer tegen de anderen,
maar vooral tegen het egoïsme en de zelfzucht
die in en rondom hem de kop opsteken.



Marc Gallant, monnik te Orval

Overweging (2013)

De drie lezingen van de eucharistie convergeren rond de vervolging: Jeremia wordt ons voorgesteld als een profetische figuur van de vervolgde Christus, de brief aan de Hebreeën bemoedigt ons Jezus na te volgen tot aan het martelaarschap toe en Lucas laat ons Jezus horen waar hij het heeft over de vervolgingen die zijn leerlingen zullen treffen.

Christenvervolgingen zijn een actualiteit, zelfs als onze media die liefst verzwijgen om niet als te christelijk door te gaan (1). We moeten wel vaststellen dat het godsdienstig gevoel zich gemakkelijk radicaliseert in de naam van een god die als absoluut aangevoeld wordt. Christenen hebben elkaar vervolgd zoals het thans shiitische en soennitische moslims doen. Iets is klaar: de vervolgers denken altijd God in hun bagage te hebben! Het resultaat is echter dat onze tijdgenoten gemakkelijk alle godsdiensten hetzelfde pak aanmeten, als zouden ze de oorzaak zijn van tweespalt in de wereld. Het wordt zelfs gewoon het geloof in een God te beschouwen als ouderwets, onwetenschappelijk en voorbijgestreefd.

Dat misprijzen kun je een psychologische vervolging noemen. Er is echter een ergere vervolging en die komt van onszelf. De monnik begrijpt best de atheïst. Want hij weet wat het kost om het in de stilte en de eenzaamheid uit te houden met God. Je geloof wordt er vervolgd door je eigen tendens God in beslag te willen nemen. Dat is juist het punt waar de atheïst gelijk in heeft: de God waar men de hand op kan leggen bestaat niet. De God die wel bestaat ontsnapt ons, Hij laat zich niet grijpen, noch evenmin be-grijpen door ons verstand. God heeft geen extentie in tijd en ruimte, Hij bestaat niet als object voor de wetenschap, want Hij is niet meetbaar.
Daarom stelt Benedictus dat God zoeken de absolute voorwaarde is om monnik te worden. Men heeft God niet op zak. God geeft zich aan wie hem zoeken, aan wie hun hart voor hem openstellen. Als God zich kenbaar heeft gemaakt als de Enige, heeft Hij dan ook gevraagd van Hem geen afbeeldingen te maken (Exodus 20,4; Deuteronomium 4,16; 4,25; 5,8). In de magische mentaliteit kan men, door het beeld, op iemand de hand leggen. Zo ik denk God in mijn bereik te hebben door het beeld dat ik van Hem maak, herleid ik hem tot onze aardse wereld en mijn geloof komt onvermijdelijk in de verdrukking te staan.

De dieptepysychologie heeft het christelijk geloof een goede dienst bewezen door de beelden te analyseren die we maken van God. Onze psychè projecteert een godsbeeld naar ons eigen beeld en verlangens. Als ik verlang veel vrouwen te hebben, of mijn vijand de kop af te hakken, dan projecteer ik een god die mij zegt veel vrouwen te hebben en koppen af te hakken. Ik kan me evengoed een god projecteren als een beschermende moeder die mij zou verzekeren tegen alle risico’s van het bestaan. Het is een god waar ik mij goed bij vind. Als ik dan uiteindelijk vaststel dat die god niet bestaat, heb ik mijn geloof niet verloren: ik ben juist maar een illusie kwijt !
De echte God zegt aan Abraham: “Verlaat uw huis en uw land - symbolen van zekerheid - en ga naar het land dat ik u tonen zal”. En in het geloof “ging Abraham op weg zonder te weten waarheen” (Hebreeën 11, 8). Jezus verkondigt ons die ongerieflijke God die niet in de lijn ligt van mijn verlangens, wel integendeel ! Hij brengt een God die een Andere is dan ik. Een God die arm is, klein en weerloos, een God die zich ten dienste stelt. Het vuur dat Jezus op aarde werpt, het vuur van de liefde, verteert in ons alles wat niet strookt met de ware God, alles wat in ons tegen de liefde ingaat.

Ik kan niet het centrum zijn van God. Ik kan God niet naar mij toehalen. God geeft zich wanneer Hij wil en zoals Hij het wil. De eerste die mijn geloof vervolgt zit in mij: mijn drang om alles naar me toe te halen, te bezitten, om meester te zijn over de situatie. Tegenover God kan ik alleen maar arm zijn, alles van Hem verwachten. In de liefde neem je de andere niet, je laat hem of haar vrij zich te geven. God eerbiedigt mijn vrijheid, Hij verplicht me niet tot zijn liefde. Ook ik heb zijn vrijheid van komen en gaan te eerbiedigen.

Het komt er dus op aan het geloof niet met het godsdienstig gevoel te verwarren. Al het psychische in ons is egocentrisch. Dus ook het gevoel, zelfs het godsdienstige gevoel. Ik voel mij goed als het gebed meevalt. Ik kan God niet voelen: God is een geest. Ik voel mij, of ik voel mij niet reageren bij mijn contact met God. Het geloof in die God is niet op eerste plaats een gevoel. Geloof is niet egocentrisch, maar het decentreert me, het richt me op God-anders-dan-ik. Geloof is liefde. Iemand beminnen is hem of haar zeggen: “ik geloof in je, ik kan op jou vertrouwen”. Als ik bid en ik voel niets, dan ben ik heel zeker in het geloof als ik mijn gebed niet afkort: ik ben er niet voor mij, maar voor God, met Hem. Geloof en liefde gaan boven het gevoel uit: het is er zijn of handelen voor en met de beminde. En des te beter als het gevoel ook van de partij is! Het gevoel kan echter het geloof ‘vervolgen’ als het zegt : “ik voel niets, dus ik geloof niet”.

Jezus heeft de vervolgingen voorzien, de kleine in ons, of de grote die van buiten kunnen komen. We mogen op Hem vertrouwen: Hij laat ons niet in de steek, Hij weet wat het betekent schrik te hebben zijn leven te verliezen. Het vertrouwen redt ons van de angst die op verkapte manier de christen vervolgt. Het vertrouwen brengt God in ons hart: het overwint de angst.
__
(1) Op de 2 miljard christenen zouden er tussen de 100 en 150 miljoen verdrukking lijden :
http://www.opendoors.nl/vervolgdechristenen/
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/108860-christenvervolging-in-de-wereld.html
http://www.paxchristi.be