Loading...
 

21e zondag door het jaar A - eerste lezing


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Jesaja 22, 19-23: Uitspraak over Sebna en Eljakim

De tekst

Dichter bij de tijd

God zei tegen mij, Jesaja:
- Ga naar Sebna, die eerste minister, en zeg:
'Wat komt u hier doen?
Welke voorouders hebt u hier,
dat u hier voor uzelf zo'n graf kunt laten uithouwen?
God zal u wegwerpen naar een uitgestrekt land, hoe geweldig u ook bent.
Dáár zult u sterven.
U bent een schande voor het huis van uw meester.
Daarom geef ik u uw ontslag.
Op die dag laat ik Eljakim, de zoon van Chilkia, komen.
Ik zal hem met uw klederen kleden.
Ik zal hem uw macht geven.
Hij zal als een vader zijn voor de inwoners van Jeruzalem
en voor het volk van Juda.
Ik zal hem de sleutel geven van het huis van David.
Wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten.
Wanneer hij sluit, kan niemand openen.
Ik zal hem vast zetten, als een pin in stevige grond.
Voor zijn familie zal hij als een erezetel zijn.'



Stilstaan bij ...

Sebna
(verkorte vorm van Sebanja)
Sebna was een hoge functionaris, een soort eerste minister, aan het hof van koning Hizkia. Hij had voor zich een prachtig graf laten uithouwen.
Dit kan men zien als een vorm van hoogmoed, maar uit de context blijkt dat Sebna geen volwaardig burger van Israël was, en dus geen recht had op zo'n graf.


Eljakim
(= God zal opbeuren)
De zoon van Chilkia.
De woorden die Jesaja gebruikt om hem zijn nieuwe functie te geven, zijn te vergelijken met de woorden die Jezus gebruikt om Petrus aan te duiden als zijn plaatsvervanger.


Sleutel
Die sleutel geeft toegang tot Jeruzalem.
In het Nieuwe Testament wordt die sleutel het beeld voor de macht en het gezag van de Messias.





Bij de tekst

De profeet Jesaja

Klik hier voor meer info over de schrijver van deze tekst.



Herinnering aan het Nieuwe Testament

(Deze Bijbelteksten hieronder zijn ontleend aan de Willibrordvertaling, © Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995)

Jezus kwam in de streek van Caesarea van Filippus en vroeg zijn leerlingen: ‘Wie is de Mensenzoon volgens de mensen?’ Ze zeiden: ‘Volgens sommigen Johannes de Doper, volgens anderen Elia, volgens weer anderen Jeremia of een van de profeten.’ Hij zei hun: ‘En jullie, wie ben Ik volgens jullie?’ Simon Petrus antwoordde hem: ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God.’ Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Gelukkig ben jij, Simon Barjona; niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel. Ik zeg jou: jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar er niet onder krijgen. Ik zal je de sleutels geven van het koninkrijk der hemelen, en wat je op aarde bindt zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ Toen verbood Hij de leerlingen om iemand te zeggen dat Hij de Messias was.
Matteüs 16, 13-20


En schrijf aan de engel van de gemeente te Filadelfia:
Zo spreekt de Heilige, de waarachtige, die de sleutel van David heeft,
die opent zonder dat iemand sluit, die sluit zonder dat iemand opent:
Openbaring 3, 7