Loading...
 

21e zondag door het jaar A - tweede lezing

Kaart
HOE ONNASPEURBAAR ZIJN ZIJN WEGEN ...


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Romeinen 11, 33-36: Over God

De tekst

Dichter bij de tijd

Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis,
Hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen
Hoe onbegrijpelijk zijn wegen

Wie kent de gedachten van de Heer?
Wie was ooit zijn raadsman?
Wie heeft Hem iets gegeven dat door Hem moest worden terugbetaald?

Alles is door Hem ontstaan,
Alles is door Hem geschapen,
Alles heeft in Hem zijn doel.

Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid.
Amen.





Bij de tekst

Een oud lied

Wellicht is deze tekst een lied uit de jonge Kerk. Paulus gebruikt het hier dit als afsluiting van dit deel van zijn brief aan de Romeinen.
De dichter van het lied slaagde erin om twee dingen tegelijk te zeggen:
. God is ongenaakbaar, onkenbaar, geheel anders dan wij weten en kennen.
. Hij gebruikt menselijke woorden om toch iets te zeggen over God. Hij spreekt over de rijkdom van God, die helemaal buiten onze begrippen van rijkdom, kopen en betalen valt.





Overweging

Jan Wuyts

Een lied van de eerste christenen (27.08.2017)

Deze prachtige Godshymne die Paulus inlast in zijn brief aan de Romeinse christenen, telt maar vier verzen. Paulus drukt daarin zijn geloof in God uit. De Romeinen, die zich bekeerd hadden, hadden afstand genomen van hun uitgebreide godenwereld en de aanbidding van hun keizer, maar waren nog niet vertrouwd met de God van de Joods-christelijke traditie.

De hymne is heel mooi opgebouwd: drie strofen van drie regels. In elke strofe beginnen de regels met hetzelfde woord. Dit is wel te danken aan de Nieuwe Bijbelvertaling. Maar zulke structuur geeft kracht aan dit letterkundig pareltje.

“Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis,
hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen
en hoe onbegrijpelijk zijn wegen.”
Zo verwoordt Paulus op een eerste manier de paradox van deze hymne. Hij zet een aantal menselijke eigenschappen of kenmerken op een rij: rijkdom, wijsheid, kennis, oordelen, de weg die een mens gaat. Hoe kunnen wij, mensen, anders over God denken dan in deze en andere menselijke eigenschappen. Maar Paulus ontneemt ons meteen de greep op God, want die menselijke kenmerken die hij God toedicht, noemt hij meteen onuitputtelijk, ondoorgrondelijk en onbegrijpelijk. Hij brengt God heel dichtbij én houdt Hem tegelijk heel ver af. God gelijkt eerst op ons, maar dan is Hij ook weer helemaal anders.


“Wie kent de gedachten van de Heer?
Wie was ooit zijn raadsman?
Wie heeft hem iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald?”
Hetzelfde procédé! Menselijke gegevens: het denken, raad geven, schulden betalen. Vertrouwde domeinen voor ieder van ons. Maar als het gaat over God, dan stelt Paulus vragen: wie kent zijn gedachten, wie geeft hem raad? En dan hebben we maar één antwoord: niemand kent de gedachten van God, niemand is zijn raadsman, aan niemand is hij iets verschuldigd. Hij is heel anders dan wat wij ons ook maar kunnen inbeelden.

Tot slot volgt nog een soort lofzegging:
“Alles is uit Hem ontstaan,
alles is door Hem geschapen,
alles heeft in Hem zijn doel.
Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid.”
Na de vraag naar het ‘hoe’ - eerste strofe - , waarop we het antwoord schuldig blijven; na de vraag naar ‘wie’ - tweede strofe - , waarop we moeten antwoorden: ‘niemand’, komt de derde strofe als het enige goede antwoord op onze vragen, geen antwoord dat ons aangereikt wordt door een menselijke wetenschap, maar het antwoord van ons geloof op de vragen van het leven: waar komt alles vandaan en waar moet het heen? Uit Hem, door Hem, in Hem.
Deze woorden geven diepgang en eindeloze ruimte aan wie wij zijn. Geloven in deze God geeft perspectief en uiteindelijk zin aan ons bestaan.