Loading...
 

22e zondag door het jaar A - eerste lezing

Mor Vuur

DAN LAAIT ER EEN VUUR OP IN MIJN HART


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Jeremia 20, 7-8: God is Jeremia te sterk

De tekst

Dichter bij de tijd

God, U hebt mij verleid
en ik ben bezweken,
U was te sterk voor mij.
Ik kan niet tegen U op.
De hele dag lacht men mij uit,
iedereen spot met mij.
Telkens als ik spreek, moet ik schreeuwen:
'Ik word mishandeld. Ik word onderdrukt.'
Het woord van God brengt mij
iedere dag schande en vernedering.
Maar als ik denk:
Ik wil er niets meer van weten,
ik spreek niet meer in zijn naam...
... dan laait er een vuur op in mijn hart,
het brandt in mijn gebeente.
Ik doe alle moeite om het in bedwang te houden
maar het lukt me niet.



Stilstaan bij ...

Jeremia
Klik hier om meer over de profeet Jeremia te vernemen.


Heer
De joden gebruiken het woord ‘Heer’ wanneer ze over God spreken. Want uit eerbied voor God willen ze zijn eigen naam niet uitspreken.


Schande en smaad
In het eerste vers van Jeremia 20 vernemen we dat Jeremia een pak stokslagen kreeg en in een schandblok te kijk werd gezet voor zijn stadsgenoten te Jeruzalem in de hoge Benjamintoren bij de tempel.





Bij de tekst

Waar het om gaat

Jeremia had nooit profeet willen zijn: hij vond zich daarvoor te jong en niet bekwaam. ‘Ik kan niet goed spreken,’ zei hij, net zoals Mozes reageerde bij de opdracht die God hem gaf. Uiteindelijk ging hij toch met hart en ziel in op die roeping. Hij zei dat mensen goed en rechtvaardig met elkaar moesten omgaan, anders zou Jeruzalem verwoest worden en zijn inwoners gedeporteerd.

Die woorden vielen niet in goede aarde. Priester Pashur, hoofd van de bewakers van de tempel, liet Jeremia arresteren. Hij liet hem met stokken slaan en opsluiten in een blok, een marteltuig waarin de gevangene in een gebogen en verwrongen houding moest staan. De volgende dag werd Jeremia daaruit bevrijd. (Jeremia 20, 1-3a)

En dan kwam de reactie van Jeremia: ontmoediging, spijt eraan begonnen te zijn, twijfel aan zijn roeping. Hij wilde zijn engagement opgeven en niet meer spreken in Gods naam. De negatieve reactie van de mensen was er voor hem te veel aan: ze hebben liever profe-ten die hen naar de mond praatten, dan profeten die rampen aankondigden.

Jeremia

Jeremia verweet God dat Hij zijn profeten verleidt taken doet opnemen die veel zwaarder zijn dan men kan vermoeden.

Maar dan stelde de profeet vast: 'Als ik er de brui wil aan geven, laait er een vuur op in mijn hart. Ik kan het niet in bedwang houden. Iets of Iemand in mij roept op tot trouw, tot volharden, tot uithouden, tot herbeginnen.'





Suggestie

Jongeren

SPREKEN MET BEELDEN

'Er laait een vuur op in mijn hart'

Hieronder staan een aantal uitdrukkingen waarin het woord 'hart' voorkomt.

Het hart zinkt hem in de schoenen.
Hij is een voetballer in hart en nieren.
Iemand een warm hart toedragen.
Iets na aan het hart hebben liggen.
Je hart volgen.
Waar het hart van vol is, loopt de mond van over.


Zoek de betekenis van elk van deze uitdrukkingen op in het woordenboek of op het internet.
Al deze uitdrukkingen kunnen iets zeggen over Jeremia.

Schrijf het gebed van Jeremia opnieuw en gebruik daarbij zoveel mogelijk van deze uitdrukkingen. In het gebed zelf gebruikt Jeremia zelf al de uitdrukking 'er laait een vuur op in mijn hart'.


Correctiesleutel
Het hart op de goede plaats hebben:
een oprecht en menslievend karakter hebben.

Het hart op de tong dragen/hebben:
meteen vertellen wat je bezighoudt.

Het hart zinkt hem in de schoenen:
hij verliest alle moed.

Hij is een voetballer in hart en nieren:
hij is een voetballer vanuit volle overtuiging.

Iemand een warm hart toedragen:
iemand steunen.

Iets na aan het hart hebben liggen:
er erg mee begaan zijn.

Zijn hart volgen:
doen wat men het liefst wilt.

Waar het hart van vol is, loopt de mond van over:
men spreekt honderduit over datgene waar men enthousiast voor is.





Overweging

Agnes Lameire

Jeremiëren

In onze taal kennen we de woorden jeremiëren, jeremiade. Ze betekenen jammeren, klagen. Een jeremiade is een klaaglitanie, een klaagzang. Die woorden zijn afgeleid van de naam Jeremia, de profeet die deze tekst geschreven heeft. Veertig jaar lang was hij een Godsman in Israël in een tijd toen zijn volk ver was afgedwaald van wet en recht. Altijd weer moest hij, in de naam van de HEER, waarschuwen voor dreigende rampen. Maar het volk dat hij van de ondergang wilde redden, wilde precies niet gered worden. Jeremia werd uitgelachen, verjaagd, vervolgd, gegeseld, in een put geworpen. Toch bleef hij trouw aan zijn profetenroeping. Toen hij zag dat de ondergang niet meer te stuiten was en hij voorspelde dat Jeruzalem de prooi van Babylon zou worden, werd hij als ongeluksprofeet gedoodverfd. Hoe hij ook klaagde en jeremieerde, het volk wilde niet luisteren.
Moe gepreekt en moegestreden ging hij op een dag bij God zijn ontslag aanbieden. Hij wilde van zijn taak ontheven worden. Hij gaf er de brui aan.

De woorden van de HEER brengen mij
dag in dag uit schande en vernedering.
Maar als ik denk: Ik wil hem niet meer noemen,
niet meer spreken in zijn naam,
dan laait er een vuur op in mijn hart.
Ik doe moeite om het in bedwang te houden,
maar ik kan het niet.

Het is een stukje uit wat men ‘ de belijdenissen van Jeremia’ is gaan noemen. Hij was een profeet die heel openhartig tegen God sprak. Hij bad zoals nog nooit iemand vóór hem durfde te bidden.
Maar deemoedig gaf hij ook toe:
Heer, u hebt mij verleid en ik ben bezweken,
U was te sterk voor mij en U hebt mij in uw greep gekregen.’
Hoe moeilijk ook, hij bleef JHWH's profeet. En wat hij voorzien en voorzegd had, gebeurde inderdaad. Babylon veroverde Jeruzalem. Stad en tempel werden verwoest en het volk werd gedeporteerd naar het land van zijn overwinnaars. Jeremia zelf bleef in Jeruzalem achter bij de sukkelaars die onder militaire bewaking de wijnvelden moesten bewerken.

Als je het op een dag beu bent te werken voor Gods kerk; als je zegt: ‘Het haalt niets uit, het blijft maar bergaf gaan,’ dan ben je een beetje ‘Jeremia’. Maar allicht zal ook jij mogen ondervinden dat God de sterkste is, dat Hij naast en voor en achter je staat. Dat je, haast tegen jezelf in, je taak toch maar weer opneemt en verder doet. Misschien zelfs tegen alle gezond verstand in.