Loading...
 

23e zondag door het jaar A - tweede lezing

File0001770257563

BEMIN UW NAASTE ALS UZELF


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Romeinen 13, 8-10: Houd van de ander als van jezelf 

De tekst

Dichter bij de tijd

Op een dag schreef Paulus
in een brief aan de christenen van Rome:

Zorg ervoor
dat u bij niemand schuld hebt.
Uw enige schuld mag zijn:
de liefde voor de ander.
Wie anderen liefheeft,
leeft volgens de wet.
Want de geboden:
geen huwelijk breken
niet doden,
niet stelen,
niet willen wat van een ander is,
en alle andere
kun je samenvatten in dit ene woord:
‘Hou van uw naaste zoals van uzelf.’
Wie van zijn naaste houdt,
doet hem geen kwaad.
De wet wordt pas volledig
door de liefde.



Stilstaan bij ...

Wet
De wet waarover Paulus het heeft, is de joodse wet, waarvan christenen de samenvatting kennen onder de benaming ‘tien geboden’ of ‘tien woorden van God’. In de vroegere catechismus werden ze in rijmvorm opgetekend:
Bovenal bemin één God
Zweer niet ijdel, vloek noch spot
Heilig steeds de dag des Heren
Vader moeder zult gij eren
Dood niet, geef geen ergernis
Doe niets wat onkuisheid is
Vlucht het stelen en bedriegen
Ook de achterklap en het liegen
Wees steeds kuis in uw gemoed
Begeer nooit iemands goed


Dat er tien geboden zijn, heeft ondermeer te maken met onze tien vingers: voor elke vinger staat er één gebod. De manier waarop deze ‘woorden’/ ‘geboden’ gegroepeerd worden is verschillend bij joden en christenen.

Christenen groeperen de drie eerste ‘woorden’ onder de relatie met God.
(Bovenal bemin één God, zweer niet ijdel, vloek noch spot, heilig steeds de dag des Heren).
De zeven volgende ‘woorden’ geven richtlijnen over de relatie van mensen onder elkaar.

Joden groeperen die ‘woorden’ per vijf: voor elke hand vijf punten om te onthouden.
De eerste vijf ‘woorden’ zeggen iets over de relatie mens / God, de vijf volgende over de relatie mensen onder elkaar. Van de 'woorden' ‘Vader, moeder zult gij eren’; ‘Dood niet, geef geen ergernis.’
zeggen de joden dat ze het niet in de eerste plaats hebben over mensen, maar over God. Want als God aan de basis staat van alle leven, dan is het leven dat ouders aan hun kinderen doorgeven goddelijk, en kan men dat leven niet aan iemand ontnemen: het behoort God toe.


Op dit ogenblik kiest men ervoor om over ‘woorden’ te spreken ipv over ‘geboden’ of ‘wet’. Deze woorden kunnen als een verplichting aangevoeld worden, terwijl ze eerder als richtingwijzer bedoeld zijn: wie in zijn leven probeert met deze ‘woorden’ rekening te houden, handelt op een manier dat God dit goedvindt.
Omdat ‘woorden’ voor kinderen verwarrend werkt (nl. in de ‘tien woorden van God’ staan er meer dan tien woorden) kun je overwegen om naast ‘woorden’ ook ‘richtingwijzer’, ‘wegwijzer’ of ‘wenk’ te gebruiken, zodat kinderen de ‘tien woorden van God’ al vlug hiermee gaan associëren.

Dat de tora (wet) bij de joden niet als beperkend wordt ervaren is het meest duidelijk in het feest Simchat Tora. Een feest waarbij men zingt en danst rond de tora-rollen.





Suggesties

Kleine kinderen

BELEVEN

Kronen

Materiaal
brede stroken papier
nietjesmachine
kleurpotloden/stiften


Verloop
De kinderen tekenen op de stroken papier voor wie ze de volgende week extra lief willen zijn. Deze stroken worden daarna zo aan elkaar geniet, dat ze die als een kroon kunnen dragen.





VERTELLEN

De mooie grote vis

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 134)

File0001282392720

Er was eens een jongen die ervan droomde
om een heel grote vis te vangen.
Op een dag wierp hij zijn hengel uit en wachtte geduldig.
Ineens was zijn dobber onder water verdwenen.
Hij greep de hengel en trok uit alle macht.
Eindelijk had hij zijn grote mooie vis.
Hij nam hem op en liep er fier mee naar huis.
Onderweg kwam hij een boer tegen.
‘Mag ik die vis van jou kopen om op te eten?’
‘Nee!’ zei de jongen, ‘hij moet blijven leven en gelukkig zijn!"
Hij kwam thuis en liet de vis in de badkuip.
De vis had net genoeg ruimte om rustig te kunnen liggen.
Heen en weer zwemmen kon hij niet.
Hij zag er ongelukkig uit.
‘Ik zal bloemen voor je plukken,’ troostte de jongen.
En 's avonds las hij voor uit een boek.
De vis luisterde, maar gelukkig was hij niet.
De volgende morgen was de vis ziek.
De jongen ging ermee naar de dokter.
Die gaf hem een flesje met medicijnen.
Toen de jongen met zijn vis thuis kwam,
legde hij hem weer in de badkuip en gaf hem meteen zijn drankje.
De vis was blij dat hij weer in het water was.
‘Morgen ben ik weer gezond,’ dacht hij en viel in slaap.
Die nacht droomde hij dat hij in een grote vijver zwom.
Maar toen hij wakker werd, ontdekte hij bedroefd
dat hij nog steeds in de badkuip lag.
De volgende dag zag de jongen
dat zijn vis maar niet gezond werd in die badkuip.
‘Misschien wil hij terug naar de rivier,’ dacht hij.
En omdat hij veel van zijn vis hield,
bracht hij hem terug naar de rivier,
waar hij hem voorzichtig in het water liet glijden.

(Naar een verhaal van M. VELTHUYS)




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 6 september 2017, p. 1)

Alles had de jongen voor zijn vis gedaan:
hij had er bloemen voor geplukt, voor hem uit een boek voorgelezen,
hij was ermee naar de dokter gegaan, had medicijnen gegeven.
Maar niets maakte de vis gelukkig.

Die hele tijd had de jongen gedacht
dat de vis was zoals hij.
Dat was lovenswaardig!
Toch was de vis niet gelukkig!

Omdat de jongen echt van de vis hield,
bleef hij verder zoeken
naar dé reden waarom de vis zo ongelukkig bleef,
en naar het middel dat die vis gelukkig kon maken.

Toen begon de jongen
te denken alsof hij een vis was:
hij zag zich eenzaam zwemmen
in het water van de badkuip.

Ineens wist hij het:
vissen zwemmen in beken, rivieren of zeeën,
niet in een badkuip,
hoe groot en proper die ook mag zijn.



Liefde begint wanneer men niet langer
alleen denkt vanuit zichzelf,
maar ook vanuit de ander:
wat heeft de ander nodig om gelukkig te zijn?

Wat kan ik doen om daartoe bij te dragen?
Voorschriften, wetten en geboden
zijn hierbij eigenlijk niet nodig.
Liefde maakt de hele wet uit.




Bespreek
- Waarom laat die jongen de vis, waar hij zo veel van hield, terug het water in?
- Zou je als vis graag in een badkuip zwemmen?
Leg vanuit het antwoord op die vraag het verband met: ‘Hou van de naaste als van uzelf’’





EXTRA

Klik hier voor extra suggesties.





Grote kinderen

BELEVEN

Wegwijzers

Wegwijzers

Materiaal
Stroken papier in de vorm van een richtingwijzer.


Verloop
Het schooljaar is een week oud. Naar aanleiding van dit stukje uit de brief van Paulus aan de Romeinen kun je stil bij wat voor kinderen belangrijk is om een goede groep te hebben.
Laat ze nadien hun ideeën in een aantal zinnen samenvatten. Bespreek die ideeën:
- Wat is echt belangrijk en wat niet?
Als twee verschillende wegwijzers ongeveer hetzelfde zeggen met andere woorden, probeer dan een nieuwe ‘wegwijzer’ te schrijven met woorden en ideeën van beide wegwijzers.

Nadien schrijven de kinderen van de ‘wegwijzers’ op een papier in de vorm van een wegwijzer. Eventueel kunnen ‘wegwijzers die niet passen in de lijn van ‘onderlinge liefde’, in de andere richting wijzen.

Het zou mooi zijn mocht men een tiental ‘wegwijzers’ vinden, maar zo’n specifieke opdracht kan ook beklemmend of belemmerd zijn voor de kinderen. Dus: vijf, zes, zeven of... kan ook!

Paulus vond ‘liefde’ de belangrijkste ‘wegwijzer’.
- Vinden jullie dat ook?
- Herkennen jullie die liefde in de ‘wegwijzers’ die jullie zelf gevonden hebben?

Schik nadien die ‘wegwijzers’ voor het altaar, in het portaal van de kerk of in de ruimte waar je bijeenkomt.



EXTRA

Klik hier voor extra suggesties.