Loading...
 

23e zondag door het jaar B - evangelie

2 Foto(CL2018)
Foto © Chantal Leterme (2018)


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Marcus 7, 31-37: Jezus en de dove man die moeilijk sprak

De tekst

Stilstaan bij...

Tienstedengebied / Dekapolis
Dit was oorspronkelijk een bond van tien Palestijnse steden die op één na, ten Oosten van de Jordaan lagen in de omgeving van het meer van Galilea. Toen Jezus leefde, was dit gebied sterk door het Griekse denken beïnvloed.


Doofheid
Een heel zware handicap in een tijd waarin niet iedereen leerde lezen en schrijven.


Handoplegging
Een typische handeling van rondtrekkende genezers.


Aanraken van de oren, met speeksel de mond aanraken
Gebaren die in de oudheid als afwerend golden. De eerste christenen namen ze op in het doopritueel als exorcismen (= duiveluitdrijvingen).


Speeksel
Erkend geneesmiddel in de oudheid.


Jezus richt zijn ogen naar de hemel
= Hij is gericht op de Vader, Hij is verbonden met God.


Zuchtte
Teken van vermoeidheid of een onderdeel van een oud genezingsritueel.


Effeta (= ga open)
= woord uit het Aramees, de taal die Jezus gesproken heeft.



Als je dit verhaal vertelt...

... vergeet dan niet dat dit een wonderverhaal is, een verhaal waarvan de betekenis belangrijker is dan de feiten die het vermeldt. Je kunt het verhaal inleiden met:
Marcus heeft over Jezus het verhaal neergeschreven dat ik je nu zal vertellen ...

Na het vertellen van het verhaal, kun je de kinderen vragen:
Waarom zou Marcus dit over Jezus verteld hebben?
Ze kunnen antwoorden dat Marcus dit gezien heeft of heeft horen vertellen (verhaal = weergave van feiten). Probeer dan samen met hen op zoek te gaan naar de betekenis die dit verhaal voor Marcus kon hebben (verhaal = drager van betekenis)
Om dit niveau te kunnen aanboren moeten kinderen reeds verder kunnen zien dan de letterlijke betekenis van een tekst. Je kunt dit bekomen door hen te laten vertrouwd raken met spreekwoorden die hierover in onze taal bekend zijn. B.v.:
Aan dat oor ben ik doof - daar wil ik niets van weten, van horen.
Geen harder doven dan die die niet horen willen.
Dat is niet tegen dovemans oren gezegd.
Daar heb ik oren naar.
Knoop dat in je oren.
Het ene oor in, het andere uit...



Spreken met beelden

Doof-zijn
betekent in de Bijbel: niet (kunnen) horen, niet (kunnen) ingaan op Gods woord.


Stom-zijn
wil zeggen: niet spreken, geen stem hebben om te kunnen loven of danken.



Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Marcus 7, 31-37, bevat:
. De Bijbeltekst
. Informatie bij de tekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over deze tekst
. Informatie bij een oud doopselritueel
. Wortel in het Oude Testament
. Tips bij het vertellen van deze tekst aan kinderen






Bij de tekst

Over ‘Doofstom’

Naar: http://www.dovenschap.nl/
Het woord 'doofstom' bestaat uit ‘doof’ (niet kunnen horen) en ‘stom’(niet kunnen spreken). Doven en mensen in hun omgeving vinden dit een achterhaald woord. Veel horende mensen veronderstellen dat doven niet kunnen spreken. Maar op scholen voor dove kinderen, wordt zo veel energie en tijd gestoken in logopedie, dat het aantal dove kinderen dat niet kan spreken te verwaarlozen is. Doofheid kan een aangeboren gebrek zijn maar dove mensen hebben wel een spraakvermogen.
Onderling communiceren ze in gebarentaal, hun eerste natuurlijke taal.
In het contact met horenden gebruiken ze hun stem om de communicatie te vergemakkelijken.
Horende mensen zeggen vaak dat het woord ‘doofstom’ helemaal niet denigrerend bedoeld is. Toch vindt iemand die niet kan horen het geen compliment als hij als ‘stom’ wordt bestempeld. ‘Stom’ in de betekenis van: ‘niet kunnen spreken’, heeft nl. plaats geruimd voor de betekenis: ‘dom’.



Wortels in het Oude Testament

Net zoals de Schepper zucht en de levensadem in de mens blaast, zo brengt Jezus leven in een afgesloten doods bestaan.

Zeg tot allen die radeloos zijn: 'Hou moed, wees niet bang, hier is uw God, hij voltrekt de wraak, de goddelijke vergelding, hij brengt u redding. Dan gaan de ogen van de blinden open, open de oren van de doven. Dan springt de kreupele op als een hert en juicht de mond van de stomme.'
Jesaja 35, 4-5



Een wonderverhaal...

... informeert over God en Zijn Rijk
. Jezus realiseert het koninkrijk van God door het leven terug te schenken aan wie geen leven had of niet voluit kon leven.
. Mensen zijn 'doofstom' als ze geen oren hebben voor Gods bevrijdende boodschap en niet over Hem willen spreken.


... roept op
mensen te bevrijden zoals Jezus deed, nl.: een stem te geven aan wie geen stem heeft, en ervoor te zorgen dat iedereen erbij hoort.



Een kijk in de geschiedenis van de Kerk

(Relatie tussen de genezing van de man die moeilijk sprak en het doopsel)
Marc Gallant, trappist (Orval)

In de eerste eeuwen van het christendom werden alleen die kinderen gedoopt waarvan de beide ouders christenen waren en die zich engageerden hun kind met het doopsel ook een christelijke opvoeding te geven. De anderen werden, op aanvraag, na een ernstige voorbereiding op volwassen leeftijd gedoopt. De ritus van die voorbereiding was geïnspireerd door het evangelie dat wij zojuist gehoord hebben.

Men brengt een doofstomme bij Jezus, met de vraag Hem de hand op te leggen. Zo ook brachten de peter en de meter hun doopselkandidaat bij de bisschop, met de vraag hem de hand op te leggen.
Jezus nam de doofstomme terzijde, buiten de kring van het volk. Zo ook werden de catechumenen afgezonderd voor een retraite om zich voor te bereiden op het doopsel. Die afzondering had plaats na de ritus van het exorcisme. Dat exorcisme vinden wij terug in de passage die het evangelie van vandaag voorafgaat: Jezus drijft er een duivel uit (Marcus 7, 29). De catechumenen moesten bij het exorcisme verzaken aan de duivel en aan al zijn werken (afgodendienst, magische praktijken...) Voortaan zullen zij Jezus volgen en Hem alleen.

Daarop volgde de ritus van het beademen. Jezus slaat zijn ogen ten hemel en, letterlijk vertaald, Hij “ademt op hoorbare wijze”. Het Griekse werkwoord “estenaxen” dat wij hier vinden, wordt ook gebruikt voor het bruisen van de grote wateren. In de Nederlandse tekst werd dit vertaald door “zuchten”. In het scheppingsverhaal beademt God de mens, Hij blaast hem een levensgeest in (Genesis 2, 7). Bij zijn verschijning aan de apostelen op paasavond, blaast Jezus over de apostelen en zegt: ”Ontvangt de Heilige Geest” (Johannes 22, 22). Paulus spreekt over de onuitsprekelijke "verzuchtingen" van de Geest die voor ons ten beste spreekt (Romeinen 8,26). Wij zijn telkens in een context van schepping of van herschepping: en dat is meer het bruisen van de oceaan dan een verzuchten … ! Zodra Jezus over hem blaast, zal de doofstomme genezen zijn, herschapen worden in zijn luisteren. Ook de catechumeen zal herschapen worden tot kind van God. De bisschop blaast over hem, wat betekent dat hij een nieuwe Geest van leven zal ontvangen, die van Jezus zelf.

Daarop volgde bij de voorbereiding tot het doopsel de ritus van het driedubbele “Effeta”. In het evangelie raakt Jezus de oren en de tong van de doofstomme aan terwijl Hij “effeta” uitspreekt, wat betekent: ‘ga open’. Bij het aanraken van de tong van de doofstomme gebruikt Jezus speeksel. In zijn tijd werd het speeksel beschouwd als een soort condensatie van de adem, als gecondenseerde levensgeest. Wie op sterven ligt krijgt een droge mond, hij heeft geen speeksel meer, zijn levensgeest verlaat hem, zo vatte men dat op. Door speeksel te gebruiken wil Jezus het zijn tijdgenoten duidelijk maken dat de genezing zal geschieden door de gecondenseerde kracht van de Geest. De bisschop op zijn beurt sprak een driedubbel effeta uit terwijl hij de oren en de mond van de catechumeen aanraakte. Schroomvalligheid en respect waren echter de regel, en de bisschop raakte bij een vrouw niet haar mond aan, maar haar neus.

Nu zijn oren geopend waren door de kracht van de heilige Geest, mocht de catechumeen voor het eerst de evangelielezing bijwonen. De heilige Schrift, geïnspireerd door de heilige Geest, kunnen wij slechts begrijpen door de aanwezigheid in ons van de Heilige Geest. De catechumeen mocht nu ook de evangelielezing acclameren, want daartoe was nu zijn mond geopend. Wij zien hier onmiddellijk dat de genezing van de doofstomme voor de eerste christenen de voorafbeelding was van de echte genezing, de geestelijke genezing die wij bij het doopsel ontvangen, en die ons toelaat Gods Woord te aanhoren, te begrijpen, te acclameren en het op onze beurt door te geven.

Daarna was nog een allerlaatste voorbereiding op het doopsel samen met heel de gemeenschap: een driedaagse radicale vasten: er werd niets gegeten en alleen maar water gedronken. Als wij het vervolg van het evangelie lezen (Marcus 8, 1-10), dan zien we dat Jezus als aanleiding tot de broodvermenigvuldiging aan zijn apostelen zegt : “Ik heb te doen met deze mensen: ze zijn al drie dagen bij me en ze hebben niets te eten” (Marcus 8, 2). De broodvermenigvuldiging was een voorafbeelding van de eucharistie die, bij de eerste christenen onmiddellijk volgde op het doopsel en het vormsel. Zelfs als een kindje werd gedoopt dat nog te klein was om te eten, kreeg het een lepeltje uit de kelk toegediend. Doopsel, vormsel en eucharistie werden toen altijd samen gegeven als initiatieritus: een “inlijving” in Christus.

Voor de catechumenen werden de drie dagen vasten verrekend te beginnen vanaf de avond van Witte Donderdag. Het doopsel werd toegediend in de Paasnacht, en de paasvasten begon na het Avondmaal van Witte Donderdag. Onmiddellijk na hun doopsel werden de nieuwe christenen dan ook getrakteerd op een zeer voedzaam mengsel van melk, honing en amandelnootjes, om te beduiden dat zij nu het Beloofde Land binnengegaan waren dat overvloeit van melk en honing. Doopsuikers met amandelnootjes, die soms nog uitgedeeld worden bij een doopsel, zijn daarvan nog een laatste aandenken. (Meestal werd de vorm behouden en kwam er chocolade ipv de amandelnoot)

Als besluit kunnen wij zeggen dat de eerste christenen de ritus van het doopsel zeer precies in verband brachten met Jezus’ handelen. De sacramenten doen wat Jezus heeft gedaan. In de sacramenten is Jezus tegenwoordig. Hij is het die er handelt. De bisschop of de priester doen niets dan Jezus’ actie te verlengen in het heden. Jezus is het die ons, bij ons doopsel, herschept en er de oren van ons hart opent zodat wij in staat zijn Gods Woord te aanhoren. Hij opent ook onze mond opdat wij zijn woord zouden kunnen doorgeven en God dank zeggen.



Een wonderverhaal

Klik hier voor meer info bij dit soort teksten.





Bijbel en kunst

Gebedenboek van Abt Ulrich Rösch (1463-1491)

Ulrich


Ulrich Rösch was van 1463 tot 1491 Abt van de abdij Sankt Gallen. Deze abt, de zoon van een bakker, was de eerste abt in Sankt Gallen van burgerlijke afkomst.





Suggesties

Kleine kinderen

ONDERZOEKEN

Gesprek: over oren en een mond

Materiaal
enkele foto's van een mond


Verloop
Bespreek:
- Wat kun je met je oren doen?
- Wat hoor je graag?
- Wat hoor je liever niet?
- Wat kun je met je mond doen?
- Wat kun je zeggen?

- Met welke woorden maak je iemand blij?
- Met welke woorden maak je iemand verdrietig?

Ondersteun eventueel het gesprek rond de mond met een collage waarop alleen ‘monden’ te zien zijn, in allerlei standen: blij, verdrietig, gapend, etend...

Nadien tekenen de kinderen iemand met grote oren en een grote mond. Ondervraag de kinderen bij het tekenen of ze nog weten waar ze die oren en die mond het best kunnen voor gebruiken.





Grote kinderen

INFORMEREN

Doof zijn

Iemand die doof is, is iemand die niet kan horen.
Vroeger was iemand die doof was vanaf zijn geboorte ook vaak ‘stom’, iemand die niet kon spreken. Men noemde zo iemand ‘doofstom’.
Omdat het woordje ‘stom’ nu meestal betekent ‘dom’, gebruikt men het woord doofstom zo goed als niet meer.

Heel veel mensen zijn in deze tijd erg in de weer om iemand die doof is toch zo goed mogelijk te laten spreken. Want met ‘horen’ en ‘spreken’ kan men gemakkelijk met anderen in contact komen.





ONDERZOEKEN

Horen / spreken

Hoe praat jij met andere kinderen?
Omcirkel wat bij jou past.

. Ik praat niet alleen zomaar, maar ook via: gsm / sms / e-mail / chat / skype.

. Ik praat graag / niet graag / veel / weinig / luid / stil / rustig / druk

. Als ik praat gebruik ik ook mijn handen / armen / ogen / gezicht om iets duidelijk te maken.

. Ik vind luisteren belangrijk / even belangrijk / belangrijker dan praten.

. Ik luister graag naar muziek / naar de stem van andere mensen / naar het geluid van de zee / een bos / een rivier.






KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Effata

Jezus trok weer weg en ging naar het Meer van Galilea.
Toen hij daar was, kwamen mensen naar Hem toe
samen met iemand die doof was.
Ze zeiden: 'Deze man is doof en spreekt moeilijk.
Wil je hem alsjeblief de handen opleggen, zodat hij beter wordt.'

Jezus nam de man bij de arm en ging er mee weg,
ver van de anderen.

Dan stak hij zijn vingers in de oren van de man.
En Hij raakte met speeksel zijn tong aan.
Toen keek Jezus op naar de hemel.
Hij zuchtte.
Daarna zei hij tegen de man in zijn eigen taal: 'Effata'.
In het Nederlands wil dat zeggen: 'Ga open'

Meteen gingen zijn oren open en kwam zijn tong los.
Hierdoor kon de man horen en sprak hij normaal.
En Jezus zei hem: 'Zeg het aan niemand.'

Maar dat hielp niet.
Hoe meer Jezus aan de mensen zei dat ze moesten zwijgen
des te meer gingen ze het rondvertellen.

De mensen werden steeds enthousiaster en zeiden:
'Het is toch knap wat Jezus allemaal doet.
Hij laat doven horen en stommen laat Hij spreken.'
Naar Mc. 7, 31-37
C.Leterme


- Merk in deze tekst: de vele aspecten van lichaamstaal
- Dat de tong loskwam is een beeldende manier om Jezus als verlosser voor te stellen
- Enthousiast. Dit Nederlandse woord komt uit het Grieks en betekent in vertaling: ‘geestdriftig’.





EVEN TESTEN

Woordzoeker

Vooraf
Kopieer dit werkblad voor de kinderen, met de correctiesleutel voor de begeleider. Voorzie eventueel één blad voor twee kinderen.
Noteer de woorden die in het rooster komen op kaartjes.


Verloop
Lees de tekst voor zoals je die op de tweede bladzijde kunt vinden in de map 'Bijbel in 1000 seconden' (dichter bij de tijd).
Toon dan de verschillende woordkaarten en vraag de kinderen ze in zo'n volgorde te plaatsen dat ze er het verhaal opnieuw mee kunnen vertellen.
Daarna zoeken de kinderen die woorden terug in het woordrooster.
Met de letters die overblijven kunnen ze de woorden vormen: 'Breng redding'
Bespreek met de kinderen op welke manier zij zelf redding kunnen brengen:
Jezus kon een dove genezen die niet kon spreken; zij kunnen ... (dat hoeft niet eens spectaculair te zijn - als ze maar beseffen dat ook zij 'redding' kunnen brengen).



Waar of niet waar?

Waarom was het voor Jezus belangrijk om zijn tijdgenoten te genezen?
- er waren toen niet veel geneesheren
- om te tonen hoe God is
- om indruk te maken en zijn macht te tonen
- om daarmee te zeggen dat ziekte geen straf is van God
(spreek erover en zoek naar het goede antwoord – nl. 2 en 4)





ERVAREN

Niet goed kunnen horen

Maak met gebaren duidelijk dat je honger hebt, snoep wil, naar de stad wil...
Is dit voor de kinderen niet echt moeilijk, laat ze dan een gesprek voeren zonder één woord te zeggen.
Of: zet een koptelefoon op. Laat de muziek hard spelen. Laat je vriend nu iets tegen je zeggen.
Kun je van zijn lippen lezen wat hij bedoelt? Veel dove mensen kunnen dat!



Spreken met handen

Materiaal
Handalfabet


Verloop
Selecteer een aantal woorden of korte zinnen.
Verdeel de groep kinderen in een aantal kleinere groepjes.
Bezorg ze elk een 'handalfabet'.
Elk van de kinderen probeert het woord met handen te tonen.
Dove mensen kunnen dat goed. Ze kunnen ook anderen gemakkelijk op die manier verstaan.



Handen opleggen

'Aan Jezus vragen om de hand op te leggen'
Deze zin komt vaak voor in het evangelie:
- Wat betekent ze?
Laat de kinderen hierover nadenken:
- Wat betekent het als iemand de hand op je schouders legt?
- Wat doet dat? Hoe voelt dat aan?
- Wanneer gebeurt dat?
Laat de kinderen het eens doen:
- Wat betekent dat?


Besluit
Men legt alleen maar de hand op iemand als men er een goede verhouding mee heeft.
Met dit gebaar wil men zeggen dat men het beste wenst voor de ander.
Dan kan er een kracht van uitgaan die ook de ander ervaart.





INLEVEN

Foto'-maken (bibliodrama)

Nadat de kinderen de meest treffende passage uit de tekst uitgebeeld hebben, ‘interview’ je de kinderen:
- Wie ben je?
- Wat denk je hiervan?
- Ga je dit vertellen?
- Aan wie?
- Waarom?





ZINGEN / BELUISTEREN

Open mijn oren

Tekst & Muziek: Elly & Rikkert Zuiderveld (Samen, Een boom vol liedjes (deel 3))

Jezus, open mijn oren
Leer mij Uw stem te verstaan
leer mij uw woorden te horen
Te weten waar ik moet gaan
Om Uw licht te verspreiden
Uw naam te belijden
Leer mij uw stem te verstaan

Jezus, open mijn ogen
Leer mij de mensen te zien
Zoals U ze ziet uit de hoge
U bent de Heer die ik dien
Om Uw liefde te geven
Aan wie met mij leven
Leer mij de mensen te zien

Jezus, ik open mijn handen
Leer mij een zegen te zijn
Maak mij een hulp voor de anderen
Die leven met honger en pijn
Om aan wie U niet kennen
Genezing te brengen
Leer mij een zegen te zijn

De eerste strofe van dit lied sluit goed aan bij het verhaal van de genezing van de dove man die niet kon spreken en helpt om stil te staan bij een van de redenen waarom Marcus dit verhaal in zijn evangelie heeft geschreven.





BIDDEN

Bidden om ontvankelijkheid

God,
open mijn oren
om jouw woorden van leven te horen,

open mijn ogen
om het wonder van jouw schepping te zien,

open mijn mond
zodat ik Je kan loven en bidden,

open mijn handen
zodat ik kan verzorgen en delen,

open mijn hart,
zodat ik in ieder mens mijn broer of zus kan herkennen.

Heer, open mijn ogen:
zodat ze geen gekleurde kinderen zien,
maar gewoon kinderen van de wereld!

Open mijn oren:
zodat ze niet de verschillende talen horen
maar de unieke taal van vriendschap.

Open mijn mond:
zodat die niet langer gewelddadige woorden spreekt
maar woorden van liefde!

Open mijn handen:
zodat ze zich niet uitsluitend openen voor vrienden,
maar ook voor allen veraf en dichtbij.

Open mijn hart:
zodat het zich openstelt voor alle mensen
want in elk van hen bent U te vinden.

Open mijn gedachten:
zodat uw woord in mijn leven kan werken
en allen voluit kunnen leven!




Gebeden bij het doopsel

Ik wil jou aanraken,
zegt God,
net zoals Jezus dat deed
bij die doofstomme.
Ik wil je oren openen
zodat je goed kunt luisteren
naar wat je vrienden
je te vertellen hebben.
En misschien hoor je dan ook beter
wat Ik jou toefluister.
Ik wil je mond openen
zodat je mensen kunt troosten
en nieuwe moed inspreken.
En ik wil je hart openen
zodat je van iedereen kunt houden,
in mijn aam.
(Bron: Kerk en Leven,6 september 2000)

Ik zegen je kleine oogjes
Opdat ze altijd de diepte van je ziel
Zouden uitstralen.

Ik zegen je kleine oortjes,
Dat je mag horen,
het zingen van de dingen,
Het roepen van een mens in nood.
Dat je leert luisteren
naar het verhaal van de mensen;

Ik zegen je kleine mondje,
Dat je mag lachen
en woorden spreken
van bemoediging,
Dat je je mond durft openen
Om dingen te noemen
bij hun naam.
Dat je taal eerlijk mag zijn en mild.

Ik zegen je kleine handjes,
Dat ze leren geven en delen.
Dat ze sterk en teder mogen zijn.

Ik zegen je kleine voetjes,
Dat je vrijuit mag gaan
en staan in deze wereld,
Dat het met vallen en opstaan
mag doorgaan, je eigen weg.

L. DEBROEY & A. VANDENHOECK,
‘Ik word gedoopt’, Averbode 2001, p. 39






Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Effeta, ga open!

De lezingen uit het evangelie
zijn veel meer dan alleen maar reportages
over de gebeurtenissen uit het leven van Jezus.
Het zijn verhalen met een diepere betekenis
voor ons, gelovige mensen, nu.
Jezus heeft een doofstomme genezen 2000 jaar geleden.
Maar dit verhaal is in het heilig evangelieboek opgenomen
als geloofsverhaal en het “gebeurt” vandaag opnieuw,
hier binnen onze gelovige gemeenschap, echter dan ooit.
Jezus geneest vandaag al het doofstomme in ons!
Want zijn wij niet allemaal op één of ander domein
wat doof en een beetje stom?

Wij zijn soms doof om Jezus’ woord te horen.
Sommige dagen weten wij wel wat de Heer van ons vraagt,
maar toch doen wij juist het tegenovergestelde.
Wij horen wel diep in ons hart een stem die ons uitnodigt
die ruzie in de familie bij te leggen,
iemand een nieuwe kans te geven op school of op het werk,
maar wij sluiten de oren voor die stem in ons binnenste.
Wij zijn ook doof voor de nood van onze medemensen.
Wij kunnen met bewondering opkijken naar een rijk geklede persoon,
terwijl wij tot een armere gemakkelijk zeggen:
“Blijf daar maar even wachten!”
Hoe dikwijls gebeurt het ons niet,
deels onbewust inderdaad, maar deels ook welbewust,
goed wetend dat de Heer vraagt
dat wij juist geen onderscheid maken tussen rijken en armen.

Wij zijn soms ook stom.
Wij spreken de woorden niet uit die wij zouden moeten spreken.
Die goede, milde woorden,
waarmee wij iemand kunnen doen heropleven, die weer moed geven,
wij voelen ze wel opwellen in ons hart,
maar ze blijven ergens steken in onze keel.
Wij spreken ze niet uit,
omdat wij vergeetachtig zijn of onaandachtig.
Om anderen proficiat te wensen,
hebben wij schrik of zijn wij te fier.

“Liefde” is “openheid”, “beminnen” betekent “open staan”,
en dat is het tegenovergestelde van “opgesloten blijven in zichzelf”.
De doofstomme die Jezus geneest
is het symbool van de liefdeloze, gesloten mens,
die ook nog voor een stuk aanwezig is in ieder van ons.
Want op sommige dagen, in sommige perioden van ons leven,
zijn wij in onszelf opgesloten en geïsoleerd,
niet zozeer door de houding van anderen,
maar vooral door onze eigen keuzes.

Ons leven is te vergelijken
met het wonen in een huis met een mooie tuin,
met er rond een dikke haag.
Het is heerlijk om ons regelmatig
in een luie tuinstoel neer te vleien
om te genieten van onze mooi tuin.
Maar nu is het wel zo
dat wij niet te lang in onze luie tuinstoel mogen blijven liggen.
Want die haag groeit rap omhoog.
Eigenlijk moeten wij elke dag een stukje van onze haag knippen,
onze gemakzucht snoeien,
zodat wij, over onze haag heen,
contact kunnen houden met diegenen die naast en met ons leven:
de man met zijn vrouw,
de ouders met hun kinderen,
de vrienden met elkaar.
Nu zijn er spijtig genoeg mensen
die dagen aan een stuk toegeven aan hun luiheid
en nalaten te werken aan die levensnoodzakelijke openheid.
Voor zij het goed beseffen
zijn zij dan geïsoleerd en eenzaam.
En wanneer men van anderen afgesloten geraakt
en verder nalatig blijft,
dan groeit die haag zo hoog,
dat zelfs de zon niet meer binnen kan.
Dan geraakt men ook geïsoleerd van God.

Jezus is Diegene die ons steeds opnieuw uitnodigt
onze haag te knippen,
dagelijks te werken aan grotere openheid:
aan nieuw contact, aan nieuwe ontmoetingen.
Grotere openheid tegenover diegenen met wij dagelijks samenleven
en dan ook met Zijn Vader.
“Open je oren, open je mond! Hoor en spreek!”

Vandaag staat de Liefde weer voor onze tuinhaag,
neemt ons apart,
raakt ons aan met Zijn nabijheid
en spreekt ons persoonlijk toe:
“Effeta! Ga open”
“Doe een inspanning dat je niet opgesloten geraakt
in je eigen wereldje!”

Jezus is diegene die onze oren wil openen opdat wij beter
de vragen en noden van anderen zouden horen.
Hij wil onze mond openen
zodat wij weer die goede woorden zouden spreken
die opbeuren en aanmoedigen.
Jezus komt vandaag in ons leven voorbij
en Hij wil de doofstomme in ons genezen,
zodat ook wij vandaag zouden kunnen zeggen:
“Hij heeft alles wel gedaan!
Hij laat doven horen en stommen spreken!”



Marc Gallant, trappist (Orval)

Aandachtig luisteren (2015)

Marcus is begaan met de christenen die komen uit het heidendom. Hij toont hen aan dat Jezus hen niet vergeten heeft. Onmiddellijk na de genezing van de dochter van een Griekse, afkomstig uit Syro-Fenicië (Marcus 7, 24-30), vermeldt hij nog een wonder van Jezus op heidense grond, dat Matteüs en Lucas overgeslagen hebben. De tekst van Jesaja, die we in de eerste lezing gehoord hebben (Jesaja 35, 4-7a), verklaart immers, als een teken van de komst van de Messias, dat de doven horen en de stommen spreken. De eerste christelijke gemeenschap heeft dan ook aan de geste van Jezus’ “effata”, zijn “open u”, een plaats gegeven in het ritueel van het doopsel.

Als nieuw lid van het Godsvolk, zal de gedoopte “een hart en oren die luisteren” ontvangen (Baruch 2, 31), of eenvoudigweg “een hart dat luistert” (1 Koningen 3,9), en hij zal tot God kunnen zeggen : “Gij hebt mij de oren doorboord” (Psalm 40,7-9). De catechese van Marcus oriënteert duidelijk de genezing van de doofstomme in die richting, en wijst Jezus aan als drager van de openbaring van God: Hij is in staat het hart van de gelovigen te openen. Volgens het Bijbelse vocabularium kan het begrijpend hart zowel verbonden worden met het oor als met het oog (Deuteronomium 29, 3; Jesaja 6, 9-10; Jeremia 5, 21; 7, 24). Het oor dat onthaalt is het kanaal van de openbaring, zoals het oog dat waarneemt, weg is naar de kennis.

De oren moeten openstaan voordat de tong zich kan ontbinden: “En hij sprak recht” (Grieks: elalei ortôs, v.35). Marcus interesseert zich niet alleen aan de wording van het geloof in het hart van de leerlingen, maar ook aan de juiste uitdrukking ervan. Men kan op veel manieren zeggen wie Jezus is (vgl. Marcus 6, 14-16; 8, 27-30). De uitdrukking van de christelijke geloofsbelijdenis verschijnt bij Marcus slechts voor de eerste maal aan de voet van het kruis (Marcus 15, 39). Tot dan toe, zelfs als ze die geloofsbelijdenis benaderen, komen de leerlingen er niet toe (Marcus 4, 40-41; 6, 48-52; 8, 29-30). Hoe zouden ze het kunnen, zolang hun hart gesloten is, “want uit de overvloed van het hart spreekt de mond” (Lucas 6, 45)? 

Het woord van de leerlingen is gebonden zolang hun oren niet geopend zijn. In de genezing van de doofstomme kan de christen zijn eigen ervaring lezen. Eens heeft het woord van Jezus hem gegrepen tot in het diepste van zijn hart. Sindsdien heeft hij er niet mee opgehouden, zich in Jezus’ woord te verdiepen. Dat aandachtig luisteren heeft hem gebracht tot een groeiend begrip van Jezus’ mysterie. Gegrepen tot in het diepste van zijn ziel kan hij nu, op zijn beurt, zijn geloof uitdrukken met zijn eigen woorden.

Het is dus niet te verwonderen dat de initiatieliturgie zich zo sterk geïnspireerd heeft aan de verhalen van Marcus: aanrakingen op de zintuigen, gebruik van het speeksel, het ‘Effeta’, hebben in de oude doopselritus de betekenis die Marcus hen reeds toegekend heeft. Wie Jezus op de voet volgt, weet dat hij door hem bevrijd werd van de opgeslotenheid buiten God (cf. Marcus 8, 33). Dan eerst is zijn tong vrij geworden voor een lofprijzing die heel zijn wezen opent op God. Goed luisteren is de voorwaarde om goed te spreken.

Marcus’ verhaal kan nog altijd een leidraad zijn voor de christenen vandaag. In de doopselliturgie blijft het actueel. Het doopsel is niet afgelopen na de doopritus. Het geheim van Jezus moet verder uitgediept worden, het leven lang. Het volstaat niet formules te herhalen. Niet voor niets beginnen de monniken iedere dag met de kreet: “Heer, open mijn lippen, en mijn mond zal uw lof verkondigen” (Psalm 51, 15). De Heer zelf moet het openen van onze lippen vernieuwen, dat we bij ons doopsel ontvangen hebben, opdat wij Hem zouden kunnen verkondigen met de juiste woorden die ontsnappen aan de formules.
En de Heer zal ons mogen aanraken met het ‘speeksel’ dat de gecondenseerde adem is van de Geest!