Loading...
 

24 juni: geboorte van de heilige Johannes de doper - vooravond: eerste lezing


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

DE ROEPING VAN JEREMIA - Jeremia 1, 4-10

Stilstaan bij een aantal woorden uit de tekst

Profeet voor de volken
Deze bestemming lijkt ruimer dan Jeremia's werkelijke optreden. Dit komt omdat de geschiedenis van Juda in die tijd sterk verstrengeld was met die van de grote machten van het Nabije Oosten.



Jeremia

Hij werd geboren omstreeks 650 in het dorp Anatot, in het stamgebied van Benjamin, aan de rand van de woestijn, een zevental km ten NO van Jeruzalem. Zijn vader Chilkia behoorde tot een priesterfamilie.
Als kind was hij getuige van de godsdienstvervolging onder de afvallige koningen Manasse en Amon. Hij vestigt zich later als een onafhankelijk man, die rijk genoeg is om te leven zonder zorg voor zijn inkomen: hij bezit grond en kan er zelfs bij kopen. Hij blijft ongehuwd, wat erg ongewoon en onsympathiek was in die tijd.
Hij treedt op als profeet onder de regering van Josia, Jojakim en Sedekia.



Historische situering

Rond 627 begint koning Josia een religieuze hervorming die als doel had, de cultus van de afgoden uit Juda te verwijderen zodat de mensen zich weer tot JHWH zouden richten.
De roeping van Jeremia wordt in het jaar 626 gesitueerd.



Een typisch roepingsverhaal

Bij zijn roeping stribbelt Jeremia tegen - net zoals Mozes - en zegt: 'Ach Heer, ik kan niet spreken, ik ben veel te jong.'

De opdracht van Jeremia wordt omschreven met beelden uit de boerenwereld (uitrukken, planten) en uit de bouwwereld (afbreken, opbouwen)
Jeremia moet uiteindelijk:
AFBREKEN: menselijke hoogmoed, eigengereidheid, absolute autonomie.
OPBOUWEN: een nieuwe gemeenschap


Dichter bij de tijd

God sprak tot mij:
‘Nog voor uw ouders elkaar kenden, koos Ik u uit.
Nog voor u geboren werd, koos Ik u uit voor Mij.
Ik heb je uitgekozen als profeet voor de volken.’
Ik zei: ‘Maar God, ik kan niet spreken in het openbaar.
En ik ben ook nog veel te jong.’
Maar God zei:
‘Zeg niet: “Ik ben veel te jong!”
Ga Maar naar iedereen tot wie Ik u zend.
Zeg hun alles wat ik u vraag te zeggen.
Wees niet bang voor hen
want Ik ben bij u om u te redden
– Dit zijn woorden van God zelf.’
God stak toen zijn hand uit,
raakte mijn mond aan en zei:
‘Hiermee leg ik mijn woorden in uw mond.
Zie, Ik stel u vandaag aan
over volken en over koninkrijken,
om ze uit te rukken en af te breken,
om ze te vernielen en te verwoesten,
om ze op te bouwen en te planten.’

En Jeremia werd een profeet van God.





Suggestie

Grote kinderen

Verhaal

(Bron: 'Kind op maandag')

Mies kijkt TV. Lekker spannend. Haar broer speelt buiten. Mama is aan het werk.
'Mies', zegt moeder, 'ik hoor dat Peter en zijn vriendjes ruzie hebben.
Ga jij er even naar toe? Zeg maar: 'Mama zegt dat jullie moeten stoppen met ruzie maken.
Zo is spelen helemaal niet leuk. Hou ermee op.'
Maar Mies heeft geen zin. Ze durft ook niet goed. Ze is bang dat ze tegen haar zullen schelden.
'Ik ben nog te klein', zegt ze, 'Ik weet niet wat ik moet zeggen.'
Maar mama zegt: 'Zeg maar precies wat ik jou heb voorgezegd.'
En dan gaat Mies. Ze ziet de jongens vechten. Ze hebben inderdaad ruzie.
'Hou ermee op!', zegt ze, 'zo is spelen niet leuk. Jullie moeten ophouden.'
De jongens komen nu naar haar toe...

Laat de kinderen reageren:
Wat zeggen de jongens?
Hoe loopt het verhaal af?

Bespreek die verder met de kinderen: herkennen ze dit:
Je ziet iets gebeuren op de speelplaats, op straat, of thuis... wat niet goed is. Je wil er wel iets van zeggen, maar je durft niet.
Vergelijk met de opdracht van de profeten.