Loading...
 

25 januari: Roeping van Paulus

Hevig Licht

EEN HEMELS LICHT
OMSTRAALDE HEM


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Handelingen 9, 1-22: De roeping van Paulus

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1733-1734)

Saulus was nog steeds een gevaar voor de volgelingen van de Heer Jezus. Hij wilde naar de stad Damascus om ook daar naar gelovigen te zoeken. Maar eerst ging hij naar de hogepriester. Hij vroeg of die hem brieven wilde meegeven voor de synagogen in Damascus. Want hij wilde toestemming hebben om alle gelovigen gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen.
Saulus vertrok naar Damascus. Toen hij daar bijna was, straalde er plotseling een licht uit de hemel om hem heen. Saulus viel op de grond en hoorde een stem zeggen: ‘Saulus, Saulus, waarom vervolg je mij?’ Saulus vroeg: ‘Heer, wie bent u?’ De stem zei: ‘Ik ben Jezus. Ik ben degene die jij vervolgt. Sta op en ga de stad in. Daar zal iemand je vertellen wat je moet doen.’ De mannen die met Saulus meereisden, hoorden wel een stem, maar ze zagen niemand. Ze waren zo verbaasd, dat ze niets wisten te zeggen. Saulus stond op van de grond. Zijn ogen waren open, maar toch kon hij niets zien. De mannen die bij hem waren, pakten zijn hand en brachten hem naar Damascus.
Drie dagen lang kon Saulus niets zien. En al die tijd at en dronk hij niet.
In Damascus woonde een gelovige die Ananias heette. In een droom zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Ananias antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’
Toen zei de Heer tegen hem: ‘Ga naar het huis van Judas, in de Rechte Straat. Vraag daar naar een man die Saulus heet, en uit de stad Tarsus komt. Hij is aan het bidden, en hij heeft een droom gehad. In die droom heeft hij gezien dat er een man naar hem toe komt die Ananias heet. En die man zorgt ervoor dat hij weer kan zien.’
Ananias zei: ‘Heer, Saulus heeft uw volgelingen in Jeruzalem veel kwaad gedaan. Dat heb ik van veel mensen gehoord. En hij is naar Damascus gekomen om iedereen die in u gelooft, gevangen te nemen. Hij heeft toestemming van de hogepriesters.’
Maar de Heer zei: ‘Toch moet je gaan. Want ik heb Saulus uitgekozen om voor mij te werken. Hij moet over mij vertellen aan alle volken, aan koningen en aan de Israëlieten. Als dienaar van mij zal hij veel moeten lijden. Dat zal ik hem laten zien.’
Toen ging Ananias op weg. Hij ging het huis in waar Saulus was, en legde zijn handen op hem. Hij zei: ‘Saulus, vriend, op de weg naar Damascus heb je de Heer Jezus gezien. Nu heeft hij mij naar jou toe gestuurd. Want hij wil dat je weer kunt zien, en dat de heilige Geest in je komt.’ Meteen kon Saulus weer zien. Het was alsof er een blinddoek voor zijn ogen weggehaald werd. Saulus stond op en liet zich dopen. En toen hij gegeten had, kreeg hij zijn kracht terug.
Saulus bleef nog een paar dagen bij de gelovigen in Damascus. Hij ging meteen in de synagogen vertellen dat Jezus de Zoon van God is.
Iedereen die hem hoorde, was erg verbaasd. De mensen zeiden: ‘Dat is toch de man die in Jeruzalem de gelovigen vervolgde? Hij wilde alle volgelingen van Jezus gevangennemen en naar de hogepriesters brengen. Daarvoor is hij toch ook hierheen gekomen?’
Saulus voelde zich steeds sterker. Hij bleef over Jezus vertellen, en hij maakte duidelijk dat Jezus de messias is. De Joden in Damascus wisten niet hoe ze op hem moesten reageren.



Dichter bij de tijd

(C. Leterme)

Saul is een Farizeeër. Hij wil de wet van God zo goed mogelijk navolgen.
Daarom bedreigt hij de leerlingen van Jezus met de dood,
want ze geloven niet zoals de andere joden.
Hij gaat naar de hogepriester en vraagt:
- Beste Hogepriester, mag ik de christenen van Damascus arresteren?
De hogepriester geeft hem brieven die hem de toelating geven
om christenen te arresteren in de synagogen van Damascus en hen naar Jeruzalem over te brengen.

Saul is op weg en nadert Damascus. Ineens is er een hemels licht.
Hij valt op de grond en hoort een stem:
- Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?
- Wie bent U dan, Heer? vraagt Saulus.
- Ik ben Jezus die jij vervolgt, zegt de stem, kom, sta op en ga de stad binnen.
Daar zal men je zeggen wat je moet doen.
Zijn reisgenoten staan sprakeloos. Ze horen wel een stem, maar zien niemand.
Saulus staat van de grond op. Hij heeft zijn ogen open en toch kan hij niets meer zien.
Daarom nemen ze hem bij de hand en brengen hem zo Damascus binnen.
Drie dagen kan hij niet zien. Hij eet of drinkt ook niet.
In Damascus woont een leerling van Jezus die Ananias heet. Jezus zegt in een droom tegen hem:
- Ananias, sta op en ga naar de Rechte Straat.
Vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saul heet.
Hij is nu juist aan het bidden en heeft in een droom gezien hoe iemand die Ananias heet,
binnenkomt en hem de handen oplegt, zodat hij weer kan zien.
- Maar Heer, zegt Ananias, iedereen vertelt hoeveel kwaad die man aan de christenen doet.
Ook hier wil hij elke christen gevangen nemen.
- Ga toch maar, zegt Jezus, want Ik heb hem uitgekozen om over Mij te spreken bij alle mensen.
Ananias vertrekt, gaat het huis binnen en legt hem de handen op.
- Saul, broeder, zegt hij, de Heer heeft mij gestuurd - Jezus, die je onderweg hebt gehoord -
zodat je weer kunt zien en vervuld wordt van Heilige Geest.
Meteen kan Saul weer zien. Hij staat op en laat zich dopen.
Hij eet iets om weer op krachten te komen.

Saul blijft enkele dagen bij de christenen in Damascus.
In de synagogen zegt hij dat Jezus de Zoon van God is.
Al wie dat hoort staat versteld:
- Is dat niet de man die in Jeruzalem elke christen wilde doden en dat ook hier wilde doen?

Een tijd later laat Saul zich Paulus noemen.
Zo laat hij zien dat hij een ander mens geworden is, want hij wil Jezus volgen.



Stilstaan bij ...

Saul
(Hebreeuws = afgesmeekte van God; Grieks: Paulus = klein)
De dubbele naam Saulus/Paulus toont aan dat Paulus tot twee culturen hoorde: de Joodse en de Grieks-Latijnse.
Pas vanaf Handelingen 13, 9 wordt Saulus Paulus genoemd. Het is niet duidelijk of dit gebeurde omdat hij buiten Palestina optrad en daarom zijn Grieks-Latijnse naam gebruikte, of omdat hij ermee wilde aantonen dat hij een ander mens was sinds hij volgeling van Christus werd.


Synagoge (Grieks = bijeenkomst, vergadering)
In een synagoge komen joden bijeen om te bidden (God loven en danken) en de bijbel, het woord van God, te bestuderen. Synagogen ontstonden tijdens de Babylonische ballingschap, toen de joden niet meer naar de tempel in Jeruzalem konden gaan. Synagogen zijn niet alleen religieus, maar ook sociaal gezien een belangrijke plaats.


Damascus
Damascus was de oude hoofdstad van Syrië en een belangrijk handelscentrum, zo'n 240 km ten noordoosten van Jeruzalem.
Na de dood van Stefanus vluchtten vele christenen naar Damascus.
Lees meer


Aanhangers van de weg
= aanhangers van een bepaalde manier van leven (way of life).
Met deze omschrijving benoemt Lucas een aantal keer de christenen. Het zou kunnen betekenen: mensen die de weg van Jezus volgen. Een mogelijke verwijzing naar Jezus zelf, die zich 'de weg, de waarheid en het leven' noemde. Ze zijn dus niet in de eerste plaats aanhangers van een leer of een theorie.
De naam ‘christen’ werd volgens Lucas voor het eerst gebruikt in Antiochië (Handelingen 11, 26).


Saul, Saul
Dit dubbel roepen gebeurt in de Bijbel wanneer iemand een belangrijke opdracht krijgt.


Drie dagen
De derde dag verwijst naar de beslissende dag, de dag van God. God treedt dan bevrijdend op en opent een nieuwe toekomst. Vergelijk met: na drie dagen is Jezus verrezen.


Ananias
Griekse vorm van het Hebreeuwse Chananja = JHWH heeft zich ontfermd.


Visioen
Een visioen is als een droom. Een droom die iets zegt over wat God wil voor de mensen.
In de Oudheid zag men een visioen als de toegangsweg tot het bovennatuurlijke.


Rechte straat
Dit was een doorgangsweg (2 km) van oost naar west in Damascus. Wellicht was het een hoofdstraat met aan weerszijden een zuilenrij. Deze straat bestaat nog steeds.


Tarsus
Stad in Cilicië (in het zuiden van het huidige Turkije). In die stad waren bloeiende wijsgerige scholen. De stad was een ontmoetingsplaats tussen oost en west. Paulus werd waarschijnlijk geboren in die stad.
Lees meer


Handen opleggen
Ten tijde van Jezus was dit een populair genezingsgebaar bij rondtrekkende genezers.
Bij christenen is het ook een symbolisch gebaar, waarmee men de gave van de Heilige Geest aan iemand doorgeeft. (Zie: handoplegging bij het doopsel, het vormsel en de priesterwijding)


Heiligen
Vooral Paulus gebruikt in zijn brieven het woord 'heiligen' als hij christenen bedoelt. Dit gebeurt veel minder in het boek Handelingen.


Lijden omwille van mijn naam
In de context lijkt het alsof Jezus vraagt dat mensen lijden voor Hem. Maar dat is niet het geval.
In het kader van een roepingsverhaal schrijft Lucas wat later het leven van Paulus sterk zal bepalen. Dat hij als farizeeër ervoor koos om volgeling van Jezus te worden, werd door de joden niet gewaardeerd. Daarom wordt hij vaak gevangen genomen
Ook christenen werden in de eerste eeuwen van het christendom regelmatig vervolgd en later in de loop van de geschiedenis tot op vandaag.


Broeder / zuster
Dit is de manier waarop christenen elkaar aanspreken. Dat Ananias Paulus zo aanspreekt, geeft aan dat hij Paulus als christen aanvaardt.


Dopen
(= onderdompelen in water)
Met het doopsel geven christenen te kennen dat ze Jezus willen volgen en willen deel uitmaken van de groep christenen.





Bij de tekst

Paulus

Paulus is een jood, die rond 10 na Christus zou geboren zijn te Tarsus in Cilicië (zuiden van het hedendaagse Turkije). Men vermoedt dat hij in zijn jeugd naar Jeruzalem ging om er les te volgen bij Gamaliël. Als Farizeeër was hij een felle bestrijder van het opkomende christendom. Hij bestreed de opvattingen van Jezus en zijn volgelingen en was het ermee eens dat diaken Stefanus met stenen werd bekogeld en daardoor omkwam.
Toen hij op weg was naar Damascus om er christenen gevangen te nemen, werd hij door Jezus geroepen. Deze roeping situeert zich tussen 32 en 35 na Christus.

Onder het impuls van Paulus en dankzij zijn reizen door Klein-Azië en Griekenland, kwam er een doorbraak van het christendom naar de niet-joodse volkeren. Daarom noemt men Paulus ‘de apostel van de heidenen’. Hij hield veel contact met de christenen via brieven. In het Nieuwe Testament zijn er een aantal van opgenomen.

Er wordt verteld dat Paulus in 64 met een zwaard onthoofd werd, op hetzelfde uur en dezelfde dag waarop Petrus gekruisigd werd in Rome. Daarom viert men deze twee heiligen samen op 29 juni.

Lees meer over Paulus.



Roepingsverhaal

De roeping van Paulus lijkt in alles op een ‘roepingsverhaal’ zoals dat in de bijbel te vinden is. Daarbij maakt de schrijver gebruik van een schema en van beelden, waarmee de Bijbel gewoonlijk de roeping van iemand verwoordt. Hij doet dat op die manier omdat hij iets onder woorden wil brengen, wat erg moeilijk is en omdat hij niet weet hoe hij dit anders moet zeggen.
Van het ene ogenblik op het andere komt Paulus tot het besef ('licht') bij zichzelf dat Jezus, die hij tot nog toe in zijn volgelingen heeft bestreden, hem zo sterk aangrijpt ('Jezus spreekt hem aan'), dat hij op de grond valt.'

Lucas schrijft over deze roeping op drie plaatsen in het boek 'Handelingen':
Handelingen 9, 3-9
Handelingen 22, 1-21
Handelingen 26, 1-23.

Klik hier voor meer informatie over 'roepingsverhalen'.



Spreken met beelden

Het belangrijkste beeld in dit roepingsverhaal van Paulus is: 'LICHT'
Het is hét beeld om naar God / Jezus te verwijzen.
(God spreekt tot Mozes via een brandende struik; Hij gaat zijn volk voor in de woestijn als een vuurkolom; Jezus noemt zichzelf het licht in de wereld, Hij geneest veel blinden / 'blinden' zodat zij het licht / 'licht' kunnen zien)


Een ander beeld is de 'VAL' van Paulus.
Kunstenaars beelden deze val vaak uit als Paulus die van zijn paard valt. Een paard is symbool van macht, van militair geweld. In die zin kan zo'n paard staan voor de vroegere levensstijl van Paulus. Dat hij er van afvalt spreekt boekdelen!


Paulus staat op na zijn val. Het werkwoord 'OPSTAAN' wordt in het Nieuwe Testament gebruikt om 'verrijzen' weer te geven. (verrijzenis / opstanding)


Merk op
Er zijn drie dagen tussen de 'val' van Paulus en het moment dat Ananias bij hem komt. (Jezus is verrezen op de derde dag!)
Deze tekst wort afgesloten met de zin: Hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen.'



Ken je taal

Dat lijkt wel een paulusbekering
Dit wordt gezegd van iemand die plotseling en met nogal veel vertoon voor een andere levensstijl kiest.





Bijbel en kunst

Vooraf

Merk op dat kunstenaars de zin 'Paulus viel op de grond' meestal uitbeelden als: 'Paulus viel van zijn paard op de grond', hoewel er in de tekst nergens een spoor van een paard is. Zo voegen ze een extra dimensie aan de tekst: het paard illustreert de macht van Paulus. Als hij van zijn paard valt, betekent dat dat hij afstand neemt van zijn 'macht'.



MICHELANGELO

De bekering van Paulus

Michelangelo

Fresco in de Cappella Paolina


Dit fresco werd gemaakt door de ruim zeventigjarige Michelangelo Buonarrotti. Bovenaan is Christus te zien, omringd door engelen en beneden is Paulus op de grond gevallen, overweldigd door het licht, dat het hele fresco oplicht en de duisternis verdrijft. Paulus krijgt inzicht in Jezus, die het licht in de wereld wordt genoemd.



CARAVAGGIO

De bekering van Paulus

5a Carvaggio Bekering Van Paulus

Santa Maria del Popolo, Rome


In het kunstwerk van Caravaggio zijn alle details weg die men zich bij dit gebeuren kan indenken, zodat alle aandacht gaat naar de essentie.


Let eens op Paulus
Hij ligt op de grond. Hij is gekleed als een soldaat. Zijn zwaard ligt naast hem. Hij steekt zijn handen omhoog.


Let eens op de oude bediende (rechts boven op het schilderij)
Hij houdt het paard in bedwang. Hij staat achter het paard zodat hij niet betrokken is met wat er met Saulus gebeurt.


Let eens op het licht
Het valt op Saulus. Caravaggio gebruikt het om de relatie tussen Jezus en Saul weer te geven.


Let eens op het paard
Het neemt enorm veel plaats in op het doek, zijn rechter voorhoef staat in het midden van het schilderij. Het houdt die zo gedraaid alsof het paard nadenkt over waar het die kan neerzetten zonder Paulus pijn te doen. Met zijn kracht zou het hem ernstig kunnen verwonden. Maar het handelt met grote voorzichtigheid. Een beeld voor de manier waarop God met mensen omgaat?




Suggestie
Bespreek:
- Wat zie je op dit schilderij?
- Wie / Wat neemt het meest plaats in op dit schilderij?

Let eens op het paard.
- Waar kijkt het naar?
- Wat doet het met zijn been?

Let eens op de man op de grond.
- Waarom ligt hij daar? Wat kan er gebeurd zijn?
- Hoe is hij gekleed?
- Wat ligt naast hem?
- Wat wil hij met zijn handen zeggen?

- Wie zie je nog op dit schilderij?
- Wat doet die met het paard?
- Hij staat achter het paard. Wat kan dit duidelijk maken?

Let eens op het licht
- Vanuit welke richting komt dit licht?
- Wat zou de schilder ermee willen duidelijk maken?


Lees de tekst in de Bijbel: Handelingen 9, 1-22
- Welke zinnen kunnen de schilder geïnspireerd hebben?
- Welke elementen heeft hij zelf aan deze gebeurtenis toegevoegd?
- Waarom zou hij dat gedaan hebben?



P. BREUGEL

Bekering van Paulus (1567)

Conversion Of St Paul 1567

Pieter Breugel (1520-1569) leefde in de tijd van de tachtigjarige oorlog, de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden( 1568-1648). Filips II van Spanje had heel strenge opvattingen over het geloof, die indruisten tegen de visie van de Nederlanden. Er was ook de beeldenstorm geweest. Daarom stuurde Filips II hertog Alva om de mensen in de Nederlanden tot de orde te roepen.


Met dit schilderij over Paulus plaatst Pieter Breugel de roeping van Paulus die in de eerste eeuw na Christus plaatsvond, in de 16e eeuw.
De soldaten op het schilderij zijn die van de hertog van Alva die op weg zijn naar de Nederlanden om daar de opstand te onderdrukken.
De kunstenaar zou met zijn schilderij hebben willen zeggen: Alva is net als Paulus iemand die mensen met een andere mening wil uitroeien.
Maar hopelijk komt hij net als Paulus tot inzicht.



R. SERRIN

Paulus op de weg naar Damascus

Serin

Richard Serrin is een kunstenaar (1928 - ), die geboren werd in Amerika, maar al sinds lange tijd in Italië verblijft. Het werk, waarin hij de roeping van Paulus weergeeft, valt op door de weergave van wat essentieel is aan het gebeuren:
. Een licht verplettert Paulus zo, dat hij ervan op de grond valt. Dat licht staat symbool voor Jezus.
. De handen drukken een afwerend gebaar uit. Maar elk van beide handen kan ook een houding uitdrukken tegenover wat er gebeurt: afwijzend en ontvangend.
. De dichte ogen van Paulus stellen zijn (tijdelijke) blindheid voor.





Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Kleuren

Maak een keuze tussen de volgende kleurplaten:
Paul Voit La Lumiere 25919




Roeping




Saul To Paul Conversion Coloring Page





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Twee betekenissen van roepen

(S. VERHULST in Zonneland, uitgeverij Averbode, 2005 11/12 p. 19-20)

's Morgens roept mijn mama mij op. Overdag roept de meester mij soms.
En op de speelplaats hoor ik soms kleuters mijn naam roepen.
Eigenlijk wordt ik veel geroepen.
Eva, 12 jaar


Ik voelde mij altijd geroepen om brandweerman te worden.
Het is een spannend en soms gevaarlijk beroep.
Maar ik vind het belangrijk dat we mensen en dieren kunnen redden.
Tom, 27 jaar


- Welke zijn de twee betekenissen van het werkwoord 'roepen'?
- Ken jij mensen met een speciale roeping?
- Welke roeping draag jij in je hart?





KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

De roeping van Paulus

Vertel het verhaal over de roeping van Paulus:

Op een dag werd in Tarsus een kleine jongen geboren. Hij kreeg van zijn ouders de naam Saul. Saul was heel trots omdat hij jood was. Hij vond dat de joodse godsdienst de enige juiste godsdienst was en was woedend op de christenen van zijn tijd, omdat ze de joodse leer niet volgden. 'We moeten die christenen gevangen nemen' riep hij. Hij drong hun huizen binnen en sleepte mannen en vrouwen mee naar buiten. Mensen die tot Jezus baden, gooide hij zonder medelijden achter de tralies. Toen hij eens zag hoe andere joden een christen stenigden, zei hij: 'Dat is zijn verdiende straf'.

Op een dag kreeg hij een brief van de joden van Damascus. Daarin stond: 'Kom alsjeblieft zo gauw je kunt naar deze stad. Wij willen dat alle christenen in de gevangenis komen, want ze bedreigen de stad.' Saul spoedde zich naar Damascus. Toen hij de poorten van de stad naderde schoot er iets als een lichtflits door hem heen. Hij viel op de grond en hoorde een stem die zei: 'Saul, Saul, waarom vervolgt gij mij? Saul keek om zich heen. 'Wie is het die spreekt?' vroeg hij. 'Ik ben Jezus, de man die je vervolgt' zei de stem. 'Sta op en ga de stad in, daar zal iemand u zeggen wat je moet doen.'

Drie dagen lang at of dronk Saül niet. De derde dag ging hij naar een christen van Damascus. 'Wil je mij dopen" vroeg hij. 'Ik wil ook christen worden. Ik heb de stem van Christus gehoord en ik heb begrepen, dat je niemand mag doden of gevangennemen omdat hij in Jezus gelooft.'

De joden waren woedend en sloten alle poorten van de stad. Ze zegden: 'Zo kan hij de stad niet meer uit. Als we hem vinden, vermoorden we hem!'. Maar zijn vrienden lieten hem in een mand over de stadsmuur heen aan een touw naar beneden zakken. Eenmaal op de grond, sprong hij uit de mand en haastte zich naar zijn geboortestad.

Vanaf dat ogenblik reisde Saul over land en zee naar alle uithoeken van de wereld om Christus te vertellen.


of maak gebruik van de tekst 'Dichter bij de tijd' (zie hoger).


Laat de kinderen daarna het verhaal opnieuw vertellen met behulp van dit werkblad.





VERDIEPEN

Een schokkende ommekeer

(Samuel, 2007, nr 8, p. 11)

Het leven van Paulus voor en na zijn ontmoeting met Jezus is totaal verschillend!

Onderstreep met rood alles wat te maken heeft met Paulus voor hij door Jezus werd geroepen.
En met blauw wat met Paulus daarna is gebeurd.
Je wordt al een flink stuk op weg geholpen wanneer je de Handelingen van de apostelen leest (Handelingen 8, 1-3; 9, 1- 30).

O Hij vraagt brieven om de christenen te kunnen arresteren.
O Hij schrijft brieven om de christenen te helpen.
O Hij sluit christenen op in de gevangenis.
O Hij nodigt mensen uit om christen te worden.
O Hij haat christenen
O Hij houdt van God
O Hij gaat akkoord met de dood van Stefanus
O Hij wordt gedood om zijn geloof





VERGELIJKEN

Bewogen worden, bewegen

(naar: A.-D. DEROITTE, C. LETERME in Zonneland 2004 nr 37-38, p. 19-20; C. LETERME in de bijlage bij Zonneland 2004 nr 37-38)

AMOS
Amasja, de priester van Betel, riep Amos op het matje. Want Amos zei dat de koning zou vermoord worden en Israël in ballingschap zou moeten gaan.
Maar Amos zei tegen de priester: “‘Profeet zijn” is niet mijn beroep. Ik ben veehoeder en ik kweek vijgenbomen. Maar de Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald. Hij heeft mij gezegd: ‘Trek als profeet naar mijn volk Israël en zeg hen wat Ik te zeggen heb.’”
Maar wat Amos zegt in de naam van God, klinkt niet aangenaam in de oren. Hij zegt dat God zo spreekt: ‘Ik haat, ik verfoei uw feesten. Uw vieringen kan ik niet luchten. De brandoffers en meeloffers die gij mij brengt behagen mij niet; uw vredesoffers van gemeste kalveren kan ik niet meer aanzien. Spaar mij het lawaai van uw liederen. Neen, het recht moet stromen als water, de gerechtigheid als een nooit uitdrogende beek.’
(Naar Amos, 7, 10-15; 5, 21-24)

MOEDER TERESA
Teresa werd in 1910 in Skopje (Joegoslavië) geboren. Toen ze 18 jaar was, werd ze zuster en ging ze naar Indië. Daar was ze lerares aardrijkskunde in een groot college in Calcutta (Indië) Ze hield veel van haar werk, haar leerlingen en de andere zusters die samen met haar in het college les geven.
Op een dag, ze was toen 36 jaar oud, zag ze een stervende vrouw op de stoep. Ratten en mieren kropen reeds op haar lichaam. Teresa nam de vrouw mee naar het hospitaal. Maar daar wass alles volzet. Teresa besloot om aan de toegangspoort te blijven zitten tot er bed vrijkomt voor de vrouw. Vanaf dat moment, begreep Teresa dat Jezus haar vroeg om haar leven te wijden aan mensen die door iedereen in de steek gelaten worden.
Twee jaar later ging ze wonen in een arm deel van de stad. Ze bad: 'Lijdende Jezus, zorg ervoor dat ik Jou altijd weet te herkennen, ook al ben je verstopt achter woede, misdaad, of vreugde. En dat ik Jou kan zeggen: ‘Lijdende Jezus, wat doet het goed om Jou te dienen.’”

SAUL
Saul (de joodse naam van Paulus) wilde de eerste christenen weg. Hij drong binnen in hun huizen, arresteerde mannen en vrouwen en gooide ze in de gevangenis. Op een dag was hij op weg naar Damascus, om er christenen te arresteren. Onderweg zag hij een verblindend licht. Hij viel op de grond, en hoorde een stem die zei: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?' Hij antwoordde: ‘Wie ben je Heer?’ ‘Ik ben Jezus die jij vervolgt. Sta op en ga naar de stad. Men zal je wel zeggen wat je moet doen.’ Saul stond op. Hij was blind geworden. Drie dagen lang at of dronk hij niet meer. Dan kwam Ananias, een leerling, hem opzoeken. Hij legde hem de handen op. De kracht van de geest van Jezus kwam over hem. Hij verbleef enkele dagen bij de leerlingen van Damascus en, meteen ging Saul over Jezus spreken in de synagogen. Iedereen die hem hoorde was verbaasd. ‘Is hij niet de man die in Jeruzalem alle christenen wilde opsluiten? Maar met grote kracht toonde hij aan dat Jezus de redder is.
(Naar de Handelingen van de apostelen 9, 1-31)



Zet vooraan in de ruimte drie stoelen waarop:
Op de eerste: een stok
Op de tweede: een atlas
Op de derde: dik touw

Ga bij de eerste stoel staan, neem de stok in de hand en vertel het verhaal van Amos, alsof je Amos zelf bent: ‘Ik ben Amos, een veehoeder en een vijgenkweker…'
Lees ook de passages voor uit de bijbel. Verontschuldig je bij de leerlingen voor de wat moeilijke zinnen, maar ja… je bent nu eenmaal 2760 jaar oud…

Ga daarna bij de tweede stoel staan, neem de atlas in de hand en vertel het verhaal van Moeder Teresa: Ik ben moeder Teresa, een lerares aardrijkskunde, die vanuit Europa naar Indië is gegaan.
Op een dag zie ik een stervende vrouw … Vertel verder op basis van wat hierboven in het kader staat.

Ga tenslotte bij de derde stoel. Neem het touw in de hand en vertel het verhaal van de roeping van Saul: Ik ben op weg naar Damascus om er christenen te arresteren. Maar wat gebeurt er onderweg: ik zie een verblindend licht. Ik val op de grond… Vertel verder op basis van wat hierboven in het kader staat.

De kinderen verdelen een blad in drie kolommen verdeeld wordt. Boven elke kolom komen de namen: Amos, Teresa, Saul.
In deze kolommen noteren ze per persoon:
- Welk beroep oefenden ze eerst uit?
- Welke gebeurtenis heeft hun leven veranderd?
- Wat deden ze na die gebeurtenis?
- Wat vind jij van hun leven na die ommekeer?


Wie schreef:
1 - ‘Lijdende Jezus, wat doet het goed om Jou te dienen.’
2 - ‘Spaar mij het lawaai van uw liederen. Het recht moet stromen als water.’
3 - ‘Ik zend u om de mensen de ogen te openen en zich te richten naar het licht.’
Schrijf het nummer bij de uitspraken in de juiste kolom.





SPREKEN MET BEELDEN

'Beeldende taal'

Vooraf
Zoek in een aantal kinderbijbels naar de manier waarop de illustrator de roeping van Paulus heeft afgebeeld. (In sommige kinderbijbels zoek je er vruchteloos naar omdat men vreest dat zo'n afbeelding suggereert dat alles precies gebeurd is zoals het er staat, terwijl het een weergave is van wat zich innerlijk bij Paulus heeft afgespeeld.)
Leg alle kinderbijbels open op die bladzijde.
(maak eventueel gebruik van dit werkblad)


Verloop
Vertel het verhaal van de roeping van Paulus.
Daarna bespreken de kinderen de verschillende illustraties:
- Wat staat er op die afbeeldingen?
- Wat wilde de kunstenaar ermee duidelijk maken?
- Vergelijk de illustratie met de tekst over de roeping van Paulus in de Handelingen van de apostelen.
- Waarom hebben schrijver en kunstenaar deze beelden gebruikt?


Het is de bedoeling dat kinderen ontdekken dat elke afbeelding van wat met Paulus gebeurde op weg naar Damascus een poging is om uit te beelden wat moeilijk te zeggen is.


Merk op
Veel kunstenaars en illustrators beelden Saulus af op een paard, terwijl de 'Handelingen' daar niets over zeggen. Dat paard onderstreept in deze context de macht van Saulus. Als hij op sommige illustraties van zijn paard valt, dat betekent dat dat ...



Ziende blind

(Naar S. Veulemans in www. averbode.be/zonneland, oktober 2013)

In de klas van Saar komt een nieuw meisje: Julia.
Ze ziet er supercool uit. Ze lijkt wel weg gestapt uit een tijdschrift voor tieners.
Haar lange haren vallen als die van een filmster en met haar kleren kan ze zo een modeshow lopen. Saar wil maar wat graag haar vriendin worden. De eerste dag durft ze niets te zeggen aan Julia, maar de volgende dag verzamelt ze haar moed en spreekt haar aan.
- Hoe bevalt het je op de nieuwe school?
- Oh, goed, zegt Julia , maar ik heb het moeilijk met wiskunde.
Op mijn vorige school stonden we zo ver niet. Mag ik je huiswerk even zien?
Saar laat het inkijken en even later pent Julia haar huiswerk over. Stilaan worden ze vrienden.
Dankzij Julia behoort Saar stilaan tot de meest populaire meisjes.
Op een dag neemt Lisa, de vroegere vriendin van Saar, haar apart.
- Let op met Julia, fluistert ze, ze gebruikt je gewoon voor haar huiswerk.
Saar trekt zich los.
- Pfoe. jij bent gewoon jaloers omdat jij niet tot het groepje behoort.
Ze trekt zich niets aan van wat Lisa zegt.
En elke dag pent Julia het huiswerk van Saar over …
Op een dag vraagt de meester aan Saar:
- Laat jij soms je huiswerk overschrijven? Jouw antwoorden zijn altijd net dezelfde als die van Julia.
- Nee hoor, liegt Saar en ze haast zich naar buiten.
Ze besluit wel dat het overpennen moet stoppen, want de meester wordt achterdochtig. Wanneer ze dit aan Julia zegt, wordt die woest.
- Stomme trut, gilt ze, denk je dat ik dan nog je vriendin wil zijn? Dacht je echt dat ik in jou geïnteresseerd was? Saar is in schok. Ze loopt naar Lisa.
- Sorry Lisa, zegt ze, ik was ziende blind.


Bespreek:
- Is Saar echt blind? (Nee)
- Toch heeft ze iets niet gezien. Wat?
(Ze zag niet dat Julia het niet goed bedoelde. Ze was ‘verblind’ door haar uiterlijk.)
- Wat betekent dat hier ‘ziende blind zijn’? (iets niet zien, iets niet opmerken)


Vergelijk met het verhaal van Paulus:
- Zou Paulus echt blind geweest zijn?
(Misschien ... Maar misschien wil de verteller er iets anders mee duidelijk maken.
- Wat zou die tweede betekenis van ‘blind zijn’ kunnen zijn?
- Wanneer is iemand op die manier blind? Geef daar een voorbeeld van.





INLEVEN

Paulus en Ananias

(Naar Naomi 5, mei-juni 2018, p. 5)

Ananias was bang voor Saulus. Toch laat hij Saulus binnen.
Stel, jij bent Ananias en Saulus wil bij jou op bezoek komen.
- Hoe zou jij je voelen?
- Wat zou jij zeggen?
- Wat zou jij doen?
- Waarom zou je Saulus toch binnenlaten?


Saulus wilde een vriend worden van Jezus.
Stel, jij bent Saulus.
- Wat zou jij aan Ananias zeggen?
- Wat denk je hoe Ananias zich voelde?
- Wat zou je doen?



Bibliodrama

(C. LETERME in Samuel plus, uitgeverij Averbode, 2004 nr 5)
Materiaal
Tekst over de roeping van Paulus in zes delen verdeeld:

Saulus ging fel te keer en bedreigde de christenen met de dood. Hij ging naar de hogepriester en vroeg toelating om de christenen die hij in Damascus zou vinden, gevangen te nemen en naar Jeruzalem over te brengen.

Hij was op weg en naderde Damascus, toen hem plotseling een hemels licht omstraalde. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: 'Saul, Saul, waarom vervolg je mij'?' Hij zei: 'Wie bent u dan, heer'?'

De stem antwoordde: 'Ik ben Jezus die jij vervolgt. Kom, sta op en ga Damascus binnen. Daar zal men je zeggen wat je moet doen.' Zijn reisgenoten stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand. Saulus stond op van de grond, maar hoewel hij zijn ogen open had kon hij niets zien.

Ze namen hem dus bij de hand en brachten hem zo Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niets zien en at of dronk hij niet.

Nu was er in Damascus een leerling die Ananias heette. Die legde Saul de handen op. 'Saul. broeder.' zei hij, ‘Christus heeft mij gestuurd opdat je weer kunt zien en vervuld wordt van Heilige Geest.' Meteen vielen hem als het ware de schellen van de ogen. Hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen.

Saul was enkele dagen bij de leerlingen in Damascus en meteen al verkondigde hij in de synagogen dat Jezus de zoon van God is. AIle toehoorders stonden versteld en zeiden: 'Is dat niet die man die christenen vervolgde?' Saulus' optreden werd steeds sterker.


Per groep is een ander stuk tekst met stift gemarkeerd, zodat de groep weet welke tekst ze moeten uitbeelden.
Eventueel: 6 gelijke lappen stof – die dienen om Paulus te onderscheiden van de andere spelers bij de uitbeelding van zijn roepingverhaal.


Verloop
Verdeel de groep in zes groepjes. Elke groep beeldt een ander moment uit het verhaal uit, zonder erbij te spreken, alsof het om een tafereel in een wassenbeelden museum gaat.
Tafereel 1: Saul is op weg naar Damascus om de christenen te vervolgen.
Tafereel 2: Saul lijkt wel een slag op zijn hoofd te hebben gekregen
Tafereel 3: Saul praat met Jezus
Tafereel 4: Zijn vrienden nemen hem bij de hand om naar Damascus te gaan
Tafereel 5: Ananias legt de handen op het hoofd van Saulus
Tafereel 6: Paulus handelt als een apostel.

Bezorg de zes groepen de gehele tekst, die ze eerst in zijn geheel lezen. Nadien bespreken ze het stukje dat ze moeten uitbeelden (aangeduid met markeerstift).

Elk groepje spreekt af hoe ze het stukje zullen uitbeelden. Eén kind in de groep beeldt niemand uit, maar geeft nadien aan de groep uitleg bij het tafereel.

Wanneer alle taferelen werden voorgesteld, verwoorden de kinderen, die Paulus uitbeeldden, wat ze gevoeld hebben toen ze de rol van Paulus speelden.





ZINGEN

Rappen

Zing het volgende lied als een rap. Meteen zit je middenin het onderwerp.

RAP
Iets vertellen op muziek was een oude traditie bij de Afro-Amerikanen.
Dit rijmend praten/zingen wordt rap genoemd in de New Yorkse wijk The Bronx.
Het woord rappen komt uit het Amerikaanse dialect en betekent praten.





Saul van Tarsus
(Alles wordt nieuw IV, lied 29)

Saul van Tarsus gaat op reis,
klein van stuk en eigenwijs.
Hij tracht mensen op te sporen
die bij de beweging horen.
Wie een vriend van Jezus is,
komt in de gevangenis.

Saul van Tarsus jaagt maar door
als een vos volgt hij elke spoor.
Wie kan vluchten voor zijn handen
zoekt zijn heil in vreemde landen.
Saul van Tarsus wordt niet moe
hij gaat naar Damascus toe.

Saul van Tarsus is op pad,
hij is niet ver van de stad,
als een vuur, een licht van boven,
al Sauls plannen komen doven.
En een stem klinkt van dichtbij:
waarom Saul, vervolg je mij?

Saul van Tarsus is verblind
en men leidt hem als een kind.
De vervolger is verslagen
hulpeloos is hij drie dagen.
Tot dat Ananias komt;
hij maakt Saulus weer gezond.

Saul die dreiging sloeg en moord
wordt gedoopt, van nu aan hoort
Saul bij Jezus' volgelingen,
omgekeerd zijn alle dingen!
Saul, al heeft hij zich vergist,
weet voorgoed wie Jezus is!





Jongeren

INLEVEN

'Sollicitatiebrief'

Geachte
Omdat ik vernam dat er een vacature is in uw parochie,
ben ik zo vrij naar deze open plaats te solliciteren.
Ik heb heel wat eigenschappen, die u naar ik meen zult waarderen.
Ik kan goed prediken.
Ik heb ook succes als auteur.
Sommigen zeggen dat ik goed kan organiseren.
In de meeste plaatsen waar ik geweest ben,
heb ik een leidende rol gespeeld.
Ik ben boven de vijftig;
Ik heb nergens langer gepreekt dan drie of vier jaar achter elkaar.
Sommige plaatsen moest ik verlaten,
omdat er door mijn werk onenigheden en opstootjes waren gekomen.
Ook heb ik drie of vier keer in de gevangenis gezeten.
Maar dat was niet mijn fout.
Mijn gezondheid is niet zo best,
hoewel ik nog heel wat kan verzetten.
Ik kon het niet te best kunnen vinden met de kerkelijke kopstukken
in de verschillende steden waar ik predikte.
Sommigen van hen hebben mij zelfs bedreigd
en voor de rechter gedaagd.
Nog erger: ze hebben mij lichamelijk letsel toegebracht.
Ik ben niet zo goed in administratief werk.
Toch hoop ik dat u mij kunt gebruiken.
Ik zal mijn uiterste best doen.
Hartelijke groeten.

Deze kandidaat werd volkomen ongeschikt bevonden:
een man die ziekelijk was en twist veroorzaakte,
die lastig en verstrooid was
en die de gevangenis van binnen kende.

De schrijver was Paulus





MEDITEREN

Mensen van de weg

(Geïnspireerd door een tekst van Wim Holterman)

Christenen zijn mensen van de weg.
Ze staan niet stil, ze sluiten zich niet op.
Met open oog en oor gaan ze de wereld tegemoet.

Het is goed dat ze nu en dan de stilte opzoeken,
om te zien of ze in de goede richting gaan.
de richting die Jezus wijst.

Zijn weg is er een van diep bewogen zijn
door het lot van mensen
en intens leven vanuit God.





Overwegingen

Paul Kevers

De bekering van Paulus

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2002 nr 9, p. 9)

Bij het ontstaan en de groei van de eerste Kerk heeft de apostel Paulus een zeer grote rol gespeeld. Wij zeggen 'de apostel Paulus', maar hij was geen apostel zoals de twaalf andere, die Jezus hadden gekend en met Hem waren rondgetrokken. Paulus heeft Jezus pas na zijn dood echt leren kennen.

Paulus - die met zijn joodse naam Saulus heette - was een zeer overtuigde jood: een Farizees Schriftgeleerde, die de joodse wet heel strikt en nauwgezet onderhield. Alleen zo kon een mens gered worden, dacht hij. Wat hij over Jezus hoorde vertellen, en wat hij de eerste christenen zag doen, wat iets helemaal anders. Zij waren ook joden, maar zij vonden het strikt onderhouden van de joodse wet niet het belangrijkste. Paulus vond dat een gevaarlijke stroming, waar hij zich met kracht tegen verzette. Hij vervolgde de christenen en nam ze gevangen.
Maar dan is er met Paulus iets gebeurd. Hij heeft ingezien dat het niet juist was dat een mens zichzelf kon redden door wetten en regels te onderhouden. Een mens kon alleen gered worden als hij zich toevertrouwde aan Gods liefde, en als hij die liefde beantwoordde door de andere mensen onvoorwaardelijk lief te hebben. Dat had Jezus gedaan, en dat trachtten ook de christenen te doen. Het kan zijn dat de twijfel al een tijdje aan het knagen was bij Paulus, maar dat nieuwe inzicht is toch plots bij hem doorgebroken. Als in een lichtflits. Op de weg naar Damascus. Toen heeft hij Jezus gezien zoals Hij werkelijk was. En Paulus is helemaal veranderd. In plaats van vervolger van christenen, voelde hij zich nu een volgeling van Jezus Christus. En daarom kon hij zich met recht en reden 'apostel' noemen.



De roeping van Paulus

(P. KEVERS in Samuel plus, uitgeverij Averbode, 2007 nr 8)

Lucas vertelt in de Handelingen van de apostelen hoe Paulus, die een wetsgetrouwe farizeeër was, een vurig christen werd. Hij doet dat in een verhaal vol Bijbelse symboliek. Paulus in onderweg naar Damascus om daar de volgelingen van Jezus gevangen te nemen. Plotseling krijgt hij een visioen. Er is een schitterend licht en een Stem die hem aanspreekt: 'Ik ben Jezus die jij vervolgt.' Paulus is totaal van de kaart. Hij kan niets meer zien en dagenlang eet en drinkt hij niets. Tot Ananias, een christen uit Damascus, zich over hem ontfermt. Dan vallen hem de schellen van de ogen. Hij wordt gedoopt en sluit zich aan bij de christelijke gemeenschap van Damascus.
In dit verhaal beschrijft Lucas de innerlijke ommekeer die er bij Paulus gebeurd is. Paulus dacht dat je alleen gered kon worden door de joodse wet nauwkeurig te onderhouden. Op een zeker moment heeft hij ingezien dat een mens zichzelf niet kan redden. Een mens kan alleen gered worden door zich toe te vertrouwen aan Gods oneindige liefde. Dat is hem duidelijk geworden in en door de ontmoeting met Jezus Christus, de Levende. Bovendien hebben andere christenen, zoals Ananias, daar een beslissende rol in gespeeld. En zo is Paulus van kerkvervolger een vurig christen geworden, die zich zijn leven lang heeft ingezet om de boodschap van Jezus te verspreiden in de wereld.