Loading...
 

25e zondag door het jaar A - evangelie

2 Wijngaard

HIJ STUURDE ZIJN ARBEIDERS NAAR ZIJN WIJNGAARD


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 20, 1-16a: De werkers van het elfde uur

De tekst

Dichter bij de tijd

Op een dag vertelt Jezus aan zijn leerlingen:

“Het rijk van God kun je vergelijken ...
met de eigenaar van een wijngaard.
’s Morgens rond zes uur ging hij naar het marktplein
om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.
Hij vroeg: ‘Komen jullie vandaag bij mij werken?
Ik zal jullie daarvoor één denarie betalen.’
Rond negen uur kwam hij opnieuw op het marktplein.
Daar zag hij dat er nog andere mensen zonder werk stonden.
Hij zei: ‘Ga ook naar mijn wijngaard.
Ik zal jullie een juist bedrag betalen.’
De arbeiders gingen naar de wijngaard.
Rond de middag en rond drie uur in de namiddag
ging de eigenaar weer naar het marktplein.
Telkens weer vroeg hij aan de arbeiders die daar stonden:
‘Komen jullie vandaag bij mij werken?’
Toen hij rond het vijf uur ‘avonds op het marktplein kwam,
zag hij nog mensen staan.
Hij vroeg: ‘Waarom staan jullie hier nog zonder werk?’
Ze antwoordden: ‘Omdat niemand ons gehuurd heeft.’
Toen zei hij: ‘Ga ook maar naar mijn wijngaard.’

Toen het zes uur ‘s avonds was geworden,
zei de eigenaar van de wijngaard tegen zijn rentmeester:
‘Roep de arbeiders en betaal hun loon,
de laatsten het eerst.’
De arbeiders die maar één uur werkten,
kregen elk een denarie.
De eersten dachten toen:
‘Wij krijgen zeker meer!’
Maar ook zij kregen elk een denarie.
Ze namen die wel aan,
maar gingen naar de landeigenaar en mopperden:
“Die daar hebben één uur gewerkt,
en u betaalt hen evenveel als wij
die de hele dag in de brandende hitte gewerkt hebben.”
Maar de eigenaar zei tot een van hen:
“Vriend, ik doe toch niets verkeerd.
We waren toch akkoord voor een denarie?
Neem het geld maar, en ga.
Ik wil die laatste evenveel geven als aan jou.
Of mag ik soms met mijn geld niet doen wat ik wil?
Of ben jij jaloers omdat ik goed ben?”

Zo zullen de laatsten de eersten zijn
en de eersten de laatsten.’


Bij het herschrijven van de tekst
In deze ‘Dichter bij de tijd’ werden de uren aangepast aan onze tijdsindeling. Zo wordt het verschil in werkuren tussen de verschillende groepen arbeiders duidelijker.



Stilstaan bij ...

Gelijkenis
Een gelijkenis is een kort verhaal waarbij men een waarde, een begrip, plaatst naast een concreet gegeven dat er gelijkenis mee heeft, en het helpt te begrijpen.
Het woord ‘gelijkenis’ wordt in Vlaanderen vaak vervangen door ‘parabel’. Lees meer


Rijk der hemelen
Dit Rijk heeft te maken met een levensstijl waarbij men ruimte geeft aan het woord van God. Dit Rijk heeft niets te maken met het materiële noch met succes of met werelds machtsvertoon. Op dit punt botste Jezus op onbegrip en verzet bij zijn leerlingen en bij de mensen. Want die dachten dat bij de komst van het Rijk van God de Romeinse bezetter verdreven zou worden.
Volgens het toenmalig joodse gebruik spreekt Matteüs uit eerbied voor God over het ‘Rijk der hemelen’ wanneer hij het ‘rijk van God’ bedoelt.


Landeigenaar
Het is merkwaardig dat zo’n persoon er zelf op uitgaat om arbeiders te huren. Dat is eerder het werk van zijn dienaar.
Dit geeft aan dat Jezus niet zomaar over een landeigenaar vertelt, maar het heeft over een landeigenaar die het beeld van God is.


Wijngaard
In Jezus' tijd waren er veel wijngaarden in Palestina. Men plantte de wijnstokken in rijen en leidde de takken langs stokken. Bij elke wijngaard stond een uitkijktoren. Rond de wijngaard was een muur om roofdieren en dieven buiten te houden. Rijke boeren huurden arbeiders om met de oogst te helpen.
De wijngaard is een veel gebruikt beeld voor Israël, het volk van God. De mensen die naar Jezus luisterden, wisten dus dat Hij het niet over een echte wijngaard had en dat de roofdieren eigenlijk de vijanden waren en de verleidingen tot afgodendienst.


Arbeiders
Deze arbeiders werden per dag betaald. In elk dorp was een plek waar ze 's morgens verzamelden. Daar konden de werkgevers de arbeiders huren die ze op die dag nodig hadden. Dagloners hadden noch sociale noch juridische bescherming.


Uur
De uren in de parabel zijn uren volgens de joodse dagindeling. Een dag was de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang. Die tijd werd verdeeld in 12 ‘uren’.
Zo komt het derde uur overeen met: 9.00 uur; het zesde met de middag; het negende uur met 15.00 uur en het elfde uur met 17.00 uur.
De indeling van een dag in 24 gelijke uren, zoals dat nu gebeurt, dateert van de 4e eeuw.


Rentmeester
Een rentmeester is iemand die de pachten (rente) ontvangt van de landgoederen van een eigenaar.


Denarie
Eén denarie was een normaal loon voor één dag werken. Met één denarie kon men een schaap kopen, dertig mussen of vijftien porties wijn.


De eersten
Jezus zou hiermee de joden kunnen bedoeld hebben. Zij wisten zich als eersten geroepen door God en begrepen Jezus niet wanneer Hij zei dat ook de heidenen bij God welkom waren.

Ofwel bedoelde Jezus met die eersten zijn leerlingen zelf. Zij moeten zich niet belangrijker vinden dan wie na hen komt.


Onrecht
Strikt genomen doet de landeigenaar niets verkeerds: hij betaalt uit wat hij overeenkwam. Maar door de arbeiders die het laatst aankwamen eerst uit te betalen tot ongenoegen van de arbeiders van het eerste uur, wil Jezus iets duidelijk maken.


Kwaad omdat ik goed ben
In het Rijk van God wordt niet geteld, maar gegeven wat ieder toekomt.
Wie alleen ‘tellend’ denkt, moet vaststellen dat zijn verzet tegen de goedheid van de heer voortkomt uit afgunst.



Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Matteüs 20, 1-16a, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijden de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over de betekenis van deze tekst





Bij de tekst

Wie is wie?

Met de eersten die komen werken in de wijngaard kan Jezus de joden bedoeld hebben: zij werden door God geroepen om zijn volk te zijn. Maar Hij kan ook zijn eigen leerlingen voor ogen gehad hebben: zij moeten niet te hoog van de toren blazen.
In de parabel is de landeigenaar: God.
Bij de komst van Jezus worden ook niet-joden geroepen tot het volk van God. Zijn liefde is zo groot dat Hij allen bij Hem opneemt.
En welk uur men ook begint ... God kent zelf geen uren of dagen.
Met deze parabel doorbreekt Jezus de toenmalige joodse gedachte dat God in de eindtijd loon naar werken zou uitbetalen.



Een boeiende vergelijking

De parabel van de 'arbeiders in de wijngaard' zijn te vergelijken met de parabel van de 'verloren zoon' (Lucas 15, 11vv)
Zowel de eerste arbeiders als de oudste zoon morren en vinden dat ze het slachtoffer zijn van een onrechtvaardigheid.
Het antwoord van de landeigenaar en van de vader laat zien hoe God handelt t.o.v. de mensen.
Deze parabel helpt om het optreden van Jezus beter te verstaan. Want zoals ‘God’ handelt in deze parabels, zo handelt Jezus.



Sitz im Leben

De meeste exegeten menen dat vers 16 niet de conclusie van de parabel is zoals Jezus die heeft verteld, omdat ze die uitspraak in een andere context bij Lucas vinden. Matteüs zou dit vers 16 toegevoegd hebben omdat hij dacht dat de 'laatsten' de christenen waren, die eersten werden en de plaats innamen van het joodse volk.



Een parabel

... zegt iets over God
God wil dat iedere mens voluit kansen krijgt
Zijn liefde is zo groot, dat hij iedereen, zowel de eersten als de laatsten die op zijn uitnodiging ingaan om te behoren tot zijn Rijk, evenveel waardeert.
Het Rijk van God is gebaseerd op goedheid en rechtvaardigheid en op liefde die niet beperkt wordt door 'loon naar werken'


... roept op tot ...
handelingen zoals de eigenaar van de wijngaard: vol goedheid en één en al ruimte voor de mensen.





Bijbel en kunst

REMBRANDT

De uitbetaling
Rembrandt Harmenszoon van Rijn (Leiden 15 juli 1906 of 1907 - Amsterdam 4 oktober 1669) was een bekend Nederlands kunstschilder. Hij ondertekende heel wat van zijn werken met zijn voornaam, iets wat Italiaanse kunstenaars zoals Michelangelo, Rafaël en Titiaan in die tijd ook deden.

Rembrandt

Dit werk van Rembrandt stelt het einde van de parabel voor: de arbeiders worden uitbetaald voor hun werk.




Suggestie
Bekijk goed de lichaamshouding van de verschillende arbeiders.
- Wat zou de man zeggen die een ander man bij zijn rechterarm vastneemt?
- Wat zou de man met zijn rechterhand tegen het hoofd zeggen aan de man die uitbetaalt?

De man helemaal rechts staat wat te kijken op het gebeuren.
- Wat zou hij van dit alles denken?



N. BUBE

De werkers in de wijngaard

Nelly Bube

De kunstenares Nelly Bube verdeelt het doek in twee delen: bovenaan stelt ze het begin van de parabel voor, onderaan het einde.
De arbeiders /werkers staan klaar om te werken. Ze worden door de man van de wijngaard uitgenodigd om in zijn wijngaard te werken. De een na de ander wordt aangeworven, maar telkens op een ander moment. Op het einde van de dag wordt hun loon uitbetaald. De rood geklede man met een geel lint om zijn hoofd wordt het eerst uitbetaald. Hij werd het laatst aangeworven. Nu al protesteert de man in het geel. Wat zou hij zeggen? Welk antwoord zal hij krijgen?





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE PARABEL

Vertellen met prenten

Maak gebruik van de volgende prenten om de parabel te vertellen. Het is het gemakkelijkst om te vertellen vanuit de tekeningen. Zeg wat je ziet, en laat de personen op de prent zoveel mogelijk 'rechtstreeks' spreken.

Klik op de prent om een grotere prent te bekomen.

11uur   1

11 Uur   2

11uur   3

11uur   4

11uur   5

11uur   6


Heb je de prenten apart afgedrukt, dan schud je ze - na het vertellen - door elkaar. De kinderen plaatsen de prenten daarna terug in de juiste volgorde.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Eerlijk of niet eerlijk?

(naar H. BERGHMANS in Simon 2015, nr 4, p. 6-7)

In de parabel is er sprake van verschillende arbeiders.
Sta stil bij een arbeider 'van het eerste uur', en bij een van het laatste uur.

- Hoelang heeft elke arbeider gewerkt?
- Hoe groot was het overeengekomen loon?
- Hoe groot was het loon dat werkelijk werd uitbetaald?

Om over na te denken:
is de eigenaar van de wijngaard eerlijk of niet?!!!EVEN TESTEN



De omslag

Te gebruiken nadat je de parabel verteld hebt.
Klik hier (zie RODE DRAAD) om te vernemen wat je in die omslag kunt steken en hoe je deze parabel een eerste keer kunt bespreken.





EVEN TESTEN

Stel het verhaal opnieuw samen

Materiaal
Kopieer deze werkbladen waarop je de parabel terugvindt in zes tekeningen en zes tekeningen met de bijhorende tekst. Knip de tekeningen uit en eventueel ook de tekst.


Verloop
Mogelijkheid 1
De kinderen schikken de tekeningen in de juiste volgorde en zetten er de tekst bij die erbij hoort. Zo reconstrueren ze het verhaal.


Mogelijkheid 2
De kinderen plaatsen de tekeningen in de juiste volgorde en schrijven er zelf de tekst bij.


Mogelijkheid 3
De kinderen plaatsen de tekeningen in de juiste volgorde. Ze tekenen tekstballonnen en schrijven erin wat die personen zeggen.



Vul in

Dit zijn de ontbrekende woorden:
één uur, evenveel, goed, laatst, werken, wijngaard,


’s Morgens rond zes uur gaat een man naar het marktplein.
Hij wil er arbeiders huren voor zijn ..............................
- Komen jullie vandaag bij mij werken? Ik zal jullie daarvoor goed betalen.

De arbeiders gaan naar de wijngaard. Ze snoeien de ranken. Zo kunnen de druiven goed groeien.

Rond vijf uur 's avonds ziet de man nog mensen op het marktplein.
- Waarom ............................. jullie niet?
- Niemand is ons dat komen vragen.
- Ga maar naar mijn wijngaard. Daar is nog werk!

‘s Avonds, tegen zes uur, zegt de man tegen zijn bediende:
- Roep de arbeiders en betaal hun loon.
Begin met de arbeiders die het ............................. zijn gaan werken.
De arbeiders die één uur werkten, krijgen hun loon.
De arbeiders die de hele dag werkten krijgen hetzelfde loon.

De mannen die de hele dag gewerkt hebben, kijken heel beteuterd naar het geld.
- Kijk eens, ik heb daar een hele dag moeten voor werken, en jij maar een uur. Dat vind ik niet eerlijk.

Ze gaan naar de landeigenaar en mopperen:
- Wij hebben de hele dag in de hitte gewerkt.
Toch krijgen we maar evenveel als iemand die maar ............................. gewerkt heeft.
- Vriend, ik doe toch niets verkeerd. We waren toch akkoord voor dat loon?
Ik wil die laatste ............................. geven als aan jou.
Of mag ik soms met mijn geld niet doen wat ik wil? Of ben jij jaloers omdat ik ............................. ben?




Waar of niet waar

Waar Niet waar
De mensen die het laatst erbij kwamen kregen meer geld dan diegene die er al van het 1e uur bij waren.
Iedereen kreeg op het einde van de dag één denarie.
De arbeiders die het minst gewerkt hadden, kregen het minste geld.
Iedereen kreeg per uur dat hij werkte één denarie.
De arbeiders moesten werken in een wijngaard.
De arbeiders die de hele dag gewerkt hadden mopperden omdat de anderen die minder gewerkt hadden, evenveel kregen.



Correctiesleutel
Waar
Iedereen kreeg op het einde van de dag één denarie.
De arbeiders moesten werken in een wijngaard.
De arbeiders die de hele dag gewerkt hadden mopperden omdat de anderen die minder gewerkt hadden, evenveel kregen.


Niet waar
De mensen die het laatst erbij kwamen kregen meer geld dan diegene die er al van het 1e uur bij waren.
De arbeiders die het minst gewerkt hadden, kregen het minste geld.
Iedereen kreeg per uur dat hij werkte één denarie.





BELEVEN

Spel

(naar een idee van Anneke van Wijngaarden - Liturgiekrant 2008 IKV Pax Christi Nederland. Te vinden in: Vierend en bezinnend vredesweek 2008 p. 69)

Materiaal
. Een kleine beloning voor alle kinderen die aanwezig zijn.
B.v. sticker; tekening om in te kleuren, snoepje ...


Activiteit
Stel een viertal vragen aan de kinderen. Maak een keuze tussen de volgende vragen:
- Wie brengt mij als eerste een witte sok?
- Wie brengt mij als eerste een papieren zakdoekje?
- Wie brengt mij als eerste een balpen?
- Wie brengt mij als eerste een zwarte schoen?
- Wie brengt mij als eerste een ring?
- Wie brengt mij ...
(aanvullen of wijzigen met voorwerpen die de kinderen zouden kunnen bij hebben.)

Laat de kinderen die iets bij hebben telkens naar voren komen om hun voorwerp te tonen. Daarna mogen ze terug naar hun plaats.

Vraag dan: Wie van jullie heeft niets kunnen brengen?
Geef deze kinderen een beloning.
Vraag dan wie er één ding heeft kunnen meebrengen.
Geef die kinderen dezelfde beloning.
Vraag dan wie er meer dingen heeft kunnen meebrengen
Geef die kinderen dezelfde beloning.


Gesprek
Bespreek deze activiteit met de kinderen:
. Vonden ze dit fijn?
. Vonden ze dit eerlijk?

Indien de kinderen dit fijn vonden, feliciteer ze, want dat is iets wat Jezus ook fijn vond. Vertel dan de parabel van deze zondag.

Indien de kinderen dit niet fijn vonden, vertel dan dat de meeste mensen het daar ook moeilijk mee hebben. Vertel de parabel van deze zondag.





DOEN

Stripverhaal

Elk kind van de groep tekent een onderdeel van de parabel. Nadien maak je met die tekeningen een boek.



Maquette

Met materiaal dat anders weggegooid wordt maken de kinderen een grote maquette.
Er komt een decor: markt met een aantal huizen rond en een wijngaard.
Er worden ook figuren gemaakt: de arbeiders, de landeigenaar, de man die uitbetaalt.
Als de maquette klaar is, spelen de kinderen het verhaal een paar keer na met de figuren in het decor.





Jongeren

VERDIEPEN

Stilstaan bij een illustratie van Fano


A 25 Fano

- Wat zie je op deze illustratie?

Lees of beluister het evangelie van deze zondag.

- Welke figuren uit de parabel herken je op deze illustratie?
- In de parabel is er sprake van geld. Wat krijgen de mensen hier? Wat kan dit betekenen?

- Schrijf in je eigen woorden de betekenis van de parabel. Maak gebruik van wat je ontdekt hebt bij het bekijken van deze illustratie.



De parabel in een nieuw kleedje

Nodig de jongeren uit om bij elke persoon die in deze parabel voorkomt, zijn type te omschrijven.

Bv.:
. De eigenaar van de wijngaard... ,,, doet me denken aan iemand die...
. De arbeiders van het derde uur...
. De arbeiders van het zesde uur...
. De arbeiders van het negende uur ...
. De arbeiders van het elfde uur ...

Met wat de jongeren zo ontdekken, schrijven ze de parabel opnieuw uit in een situatie uit deze tijd.
Bijvoorbeeld: De eigenaar van een restaurant gaat naar de VDAB op zoek ...


Als jongeren zo bezig zijn, herschrijven ze de parabel naar deze tijd, zodat die voor hen toegankelijker wordt. Wijs hen er op dat de parabels van Jezus iets zeggen over hoe het eraan toegaat in het 'Rijk van God'. Dit zou ook in hun nieuwe tekst aan bod moeten komen.





REFLECTEREN

Werker van het eerste uur?

Doorgaans en al te gemakkelijk identificeren mensen zich met de werkers van het 11e uur, die evenveel betaald werden als zij die een hele dag hadden gewerkt.
Maar stel je eens voor dat men tot de werkers van het eerste uur zou behoren?





Overwegingen

Een joods meisje

DS Bram Grandia, IKON pastor Liturgiekrant 2008 IKV Pax Christi Nederland, in: Vierend en bezinnend vredesweek 2008 p. 70

'Ik vertelde de gelijkenis tot op het moment van de betaling. Ik had de kinderen verteld dat een denarie een goed dagloon is. Wie met een denarie thuiskomt aan het einde van de dag, kan zijn hele gezin voeden. Ik vroeg de kinderen om uit te rekenen hoeveel iedereen aan het einde van de dag zou krijgen.
De slimsten van de klas hadden al heel snel berekend hoeveel iedereen kreeg. Toen iedereen klaar was, las ik het slot van de gelijkenis voor. Vrijwel iedereen was woedend en voelde zich genomen. 'Wat een oneerlijke heer.' 'Wat een onrecht.' 'Werk je daar nu een hele dag voor?'
'Vindt iedereen dat?' vroeg ik. Een meisje stak haar vinger kop. 'Ik vind het een mooi verhaal,' zei ze. 'Waarom?' 'Omdat die avond het hele dorp feest kon vieren.'
Haar antwoord raakte me. Ze was het enige kind in de klas uit een joods gezin. Ze kende de kracht van de joodse feesten. Iedereen één dag een goed loon. Dat is feest.



Agnes Lameire

De toehoorders die zich rond Jezus van Nazaret verdrongen moeten met stijgende verbazing hebben geluisterd toen Hij het verhaal vertelde dat ook wij zojuist hebben gehoord. Dat klopte helemaal niet met de situatie waarin ze leefden daar bij de wijngaarden in het groene Galilea. Geen enkele landheer trok er ‘s morgens op uit om arbeiders te zoeken. Wie geld wilde verdienen moest zichzelf voor dag en dauw als werkwillige gaan aanbieden. Bovendien werd een arbeider nooit per uur betaald. Men kende enkel het dagloon, het loon voor een hele dag werken van de morgen tot de avond. Dat loon was voldoende om er voor één dag met het hele gezin van te leven. Wat die Jezus vertelde was dus puur verzinsel, fantasie, verhaal...
Hij had het inderdaad over een ander land dan dat van zijn luisteraars. Hij had het over het land van zijn Vader, over het Rijk Gods waar trouwens alle parabels over handelen. En daar gaat het er heel anders aan toe. Dat hoorden we al in de eerste lezing waar Jahwe-God door de mond van de profeet Jesaja zegt: ‘Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten en mijn wegen zijn niet uw wegen. Mijn wegen gaan uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten.’ En daarvan is deze parabel een sterke illustratie. Jezus vertelt over een God die WEL op zoek gaat naar arbeiders voor zijn wijngaard. En dat doet Hij elke dag: ’s morgens héél vroeg, en dan nog omstreeks het derde, het zesde en het negende tot zelfs nog op het elfde uur.’ Dat wil zeggen dat God altijd mensen nodig heeft die meewerken aan het tot stand komen van zijn Rijk.

Als we deze parabel ‘de werkers van het elfde uur, zijn gaan noemen dan schieten we midden in de roos van wat niet alleen de toehoorders van indertijd maar ook ons dwarszit: dat de laatsten evenveel worden uitbetaald als de eersten. Eensgezind scharen we ons achter de slogan: Gelijk loon voor gelijk werk.
Jezus slaagt er wel vaker in om ons te choqueren. Denk maar aan de goede zoon die op zijn verjaardag nog geen bokje krijgt terwijl voor zijn broer -de verloren zoon- het gemest kalf wordt geslacht. Of de talentenparabel waar de minst bedeelde zijn ene deel wordt afgenomen en gegeven aan de degene die al het vijfdubbele heeft. Telkens weer confronteert Jezus ons met een God die anders is: Hij zaait anders, Hij oogst anders en Hij betaalt anders uit. Ons hart is gewoon te klein om dat te vatten.

Hoe handelt die goddelijke Heer van de wijngaard?
Vijf maal trekt Hij er persoonlijk op uit om volk aan te werven. En wie neemt Hij in dienst? Gewoon de mensen die voorhanden zijn. Hij schift niet, sorteert niet, vraagt niet naar diploma’s of goede referenties, nee, Hij neemt de mens zoals die voor Hem staat. En tot in de late namiddag zijn ze welkom in zijn wijngaard. Dat zijn de laatsten, zij die nooit aan hun trekken komen, die altijd achter het net vissen, die de bal misslaan, het deksel op de neus krijgen. ’Niemand heeft ons aangenomen’ zeggen ze.
‘KOM’ zegt de Heer. Met je tekorten, je falen, je onhebbelijkheden...KOM!

En ‘s avonds komt de uitbetaling. Maar waarom moet de rentmeester bij de laatsten beginnen? Hij had toch evengoed de langst werkenden vooraf kunnen nemen? Dan had er geen haan naar gekraaid. Nu zijn de eersten er getuige van dat ook de laatsten- net als zijzelf- dezelfde tienling ontvangen.
Ja, de goddelijke Heer mikt op een volwaardig leven voor iedereen. Daar komt Hij voor uit, daar mag iedereen getuige van zijn.

‘Zij begonnen te morren’ hoorden we.
Morren is een veel voorkomend werkwoord in het oude Bijbelboek van Israël. Jezus kent die zwakke plek van zijn volk maar al te goed. In het joodse denken van zijn tijd moet God loon naar werken betalen. Nee, zegt Jezus met deze parabel, God kent geen kleine maat. Elke arbeider verdient het om met zijn gezin minstens voor één dag weer behoorlijk te kunnen leven.

Parabels zijn spiegels waarin ik mezelf mag herkennen. Het beeld dat ik te zien krijg is - helaas- vaak maar weinig vleiend. Maar achter dat spiegelbeeld staat een HEER met een hoofdletter die mij ‘vriend’ blijft noemen.
Nog elke dag is Hij in de weer om arbeiders voor zijn wijngaard te vinden en elke dag betaalt Hij aan allen de volle tienling uit.
Zoekt Hij ook mij op? Hoor ik zijn stem die zegt: ‘Kom ook jij naar mijn wijngaard.’?
De ene dag sta ik er meer voor open dan de andere. De ene dag lukt het werken in zijn wijngaard me beter dan de andere. Meewerken aan het Rijk van God, - zijn Rijk van liefde - vertaalt zich vaak in kleine dingen: werk maken van dat ziekenbezoek dat ik al zolang uitstel, dat kwaad woord dat ik heb ingeslikt, een beetje mildheid tegenover het falen van de ander... De plek waar ik leef is een stukje wijngaard van de Heer. Daar kan ik aan de slag, elke dag en op ieder uur.



Frans Mistiaen sj

Ga ook gij naar mijn wijngaard!

"Zijt gij soms kwaad omdat God goed is?" vraagt Jezus.
Natuurlijk niet!
Maar wij blijven toch met een wrevel zitten,
omdat wij menen dat God hier onrechtvaardig handelt.
De Heer heeft weliswaar het afgesloten contract correct nageleefd.
Maar toch stoot ons hier iets tegen de borst:
wij verwachten namelijk dat hij evenredig beloont.
Wij huldigen terecht het sociaal principe: "gelijk loon voor gelijk werk,
voor verschillend werk, dus verschillend loon."
Is dat geen elementaire sociale rechtvaardigheid? Zeker!
Doet God dat dan niet? Het antwoord is "neen!"
Neen, want God betaalt ons geen loon uit!
Dit fijne verhaal wil ons juist duidelijk maken
dat de relatie tussen de christelijke God en de mens
heel anders is dan de relatie tussen een patroon en een loonarbeider.
In het christendom is God geen baas die loon naar werk geeft,
die rekent en cijfert om te betalen naar verdienste.
Neen! God geeft ons oneindig veel meer!
Dat wil de parabel ons juist doen aanvoelen.
 
Zie maar hoe de Heer nog verschillende keren naar het marktplein
loopt, zelfs nog een keer een uur vóór zonsondergang.
In onze ogen is dat een beetje dwaas, economisch totaal onverantwoord.
Inderdaad, God kijkt niet op de eerste plaats
naar onze uiterlijke prestaties, die rendabel zouden moeten zijn.
God kijkt op de eerste plaats naar de mens.
Zijn bekommernis gaat ernaar uit
dat ieder van ons werkt in Zijn wijngaard,
dwz. meewerkt aan de uitgroei van Zijn Rijk van Liefde hier op aarde.
Daarom houdt God niet op om op zoek te gaan naar ons.
Hij keert voortdurend terug om ons uit te nodigen
en Hij wordt nooit moe ons te vragen mee te werken aan de liefde,
en dat met de talenten en de mogelijkheden die wij - maar - hebben.
"Ga ook gij naar Mijn wijngaard" zegt de Heer ons steeds opnieuw.
Hij zegt het ons in het frisse begin van de morgen van ons leven,
wanneer we jeugdig enthousiast en edelmoedig zijn,
maar evenzeer op de vermoeide avonden,
waar wij uitgenodigd worden ook dan nog liefdevol te zijn,
tegenover de drukdoende kinderen rond onze tafel,
of tegenover een onverwachte gast voor onze deur,
of tegenover onze dagelijkse huisgenoten.
“Werk mee met de liefde!” vraagt Hij ons steeds opnieuw.
Ja, God doet toch wel heel anders
dan een landeigenaar met zijn knechten of een baas van arbeiders.
Hij heeft eigenlijk geen nood aan economisch rendabele werkkrachten.
Hij zoekt vrienden, die komen meeleven in zijn vriendschap.
Dat is een relatie van een ander niveau.
 
Tegen de avond komt de uitbetaling
en dan ontstaat voor ons het probleem:
God beloont niét evenredig volgens onze verdiensten.
 
Misschien krijgen wij wat klaarheid
als wij inzien wat die "denarie" in dit verhaal eigenlijk betekent.
Een “denarie” was in Jezus’ tijd
het loon waarmee een arbeider zijn gezin
in leven kon houden voor één dag.
"God geeft ons één denarie" betekent dus:
"God gunt ons het leven voor de dag."
Hij gunt het ons te werken in Zijn wijngaard.
Hij gunt het ons te leven in Zijn vriendschap
voor de hele dag, elke dag opnieuw.
En Hij gunt Zijn vriendschap, Zijn leven aan allen,
ook aan diegenen die er - niemand weet juist waarom -
vanaf het begin niet bij waren: de laatkomers, de kansarmen.
 
Het heeft dan ook geen zin
aan de laatsten slechts een deel uit te betalen,
want dan zouden zij niet kunnen leven.
God gunt ook aan de kleineren, de zwakkeren
het echte, goddelijk leven, de liefdeskracht voor de dag.
Méér uitbetalen aan de eersten kan ook niet.
Want in de denarie geeft God Zichzelf reeds volledig,
heel Zijn leven, heel Zijn vriendschap.
Kan een mens nog iets meer verlangen
dan Gods vriendschap te mogen ontvangen,
dan te mogen beminnen als een vrije mens, heel de dag?
 
De moeilijkheden beginnen natuurlijk
als wij onze aandacht niet meer richten
op de relatie van elke mens persoonlijk met God,
maar eerder de mensen met elkaar onderling gaan vergelijken,
en dan vooral hun uiterlijke prestaties gaan beoordelen.
Maar God, Hij is er niet op uit de mensen tegen elkaar op te zetten
door hen uiterlijk met elkaar te vergelijken als concurrenten.
God is er vooral op uit om ieder van ons heel persoonlijk
met Hem verbonden te houden in Zijn vriendschap.
Door zo iedereen gelijk te stellen en iedereen tot vriend uit te nodigen,
toont Hij, in onze ogen, blijkbaar een voorkeur,
de voorkeur er de kansarmen ook bij te willen.
 
God is mateloos goed voor iedereen.
Dat is de boodschap voor vandaag.
God werkt niet met een tarief.
Hij schenkt inderdaad geen loon naar werk;
Hij schenkt ons veel meer dan wij ooit kunnen verdienen,
Hij schenkt ons de kans te leven,
te leven in Zijn vriendschap, te leven in de liefde, elke dag opnieuw.
 
Het is eigenlijk Gods droom dat wij, mensen,
minder en minder concurrenten zouden blijven van elkaar,
maar allemaal dankbare werkers zouden worden in Zijn wijngaard,
ieder volgens zijn mogelijkheden.
Het is Gods droom dat wij dankbaar zouden zijn
omdat anderen ook meewerken, ook al zijn zij zwakker.
Het is Gods droom dat wij, ook al zijn wij sterker,
toch dankbaar zouden blijven omdat wij het geluk hebben
te mogen meewerken met Zijn liefde.
 
Ik weet niet bij welke groep u zich het meest thuis voelt:
bij de trouwe werkers van het eerste uur
of bij de fortuinlijke laatkomers van het elfde.
Geef toe: soms zijn wij de enen, soms de anderen.
Op sommige domeinen, op sommige plaatsen,
in sommige perioden van ons leven, zijn wij inderdaad bij de eersten,
bij de sterken, bij de edelmoedigen.
Maar op andere domeinen, op ander plaatsen, in andere perioden,
zijn wij wat toch traag en komen wij eigenlijk te laat.
Dikwijls zijn wij blij er nog bij te mogen horen.
En als ik eerlijk ben, dan moet ik bekennen,
dat de tweede soort ervaringen in mijn leven
talrijker zijn dan de eerste.
Ik breng soms zo weinig aan
en toch word ik overstelpt door Gods vriendschap.



Marc Gallant

Monnik te Orval



Werken in de wijngaard

Met deze parabel bevinden wij ons op een dorpsplaats van Palestina in het seizoen van de wijnoogst. Het gaat er luid aan toe: de arbeiders die onder de brandende zon in de wijngaard gewerkt hebben van zeven uur ‘s morgens tot zeven uur ‘s avonds zijn juist maar zoveel uitbetaald geweest als de slenteraars van het laatste uur, die maar één uurtje gewerkt hebben, vanaf zes uur ‘s avonds, als de hitte voorbij was. Dat is nu eens je reinste onrechtvaardigheid.
Een priester, die in de jaren zeventig met een werkliedenbond op retraite was, verklaarde onomwonden: 'die parabel is onaanvaardbaar voor ons die ons inzetten voor de sociale rechtvaardigheid; hij moet worden geschrapt uit het evangelie'. Wat later hoorde ik een zakenman die vond dat Jezus toch maar naïef was, want met zo een systeem zullen ze met zijn allen een uurtje komen werken, en de zaak gaat failliet.
Aan beiden heb ik gevraagd: 'U bent geschandaliseerd?' De een zoals de andere antwoordde: 'uitermate'. 'Wel, zei ik, dan moet die parabel niet worden geschrapt, want het is juist Jezus’ bedoeling daarmee farizeeërs, priesters en Schriftgeleerden te schandaliseren'. Jezus streeft hier een schokeffect na, juist omdat Hij iets wil meegeven dat van groot belang is. Hij herhaalt wat God reeds zei door Jesaja: 'Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen. Maar zoals de hemel hoog boven de aarde is, zo hoog gaan mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten' (Jesaja 55,8-9).
Deze parabel moet in zijn context gelezen worden, verbonden aan de zin die er juist aan voorafgaat: 'een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn naam, zal vele malen meer terug ontvangen en het eeuwige leven erven. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn, en vele laatsten de eersten (Matteüs 19,29-30), want het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een heer des huizes, die des morgens vroeg arbeiders voor zijn wijngaard ging huren'. Jezus spreekt mensen aan die hun bijbel kennen. Wie is ‘de Heer des huizes’ in het Rijk van God? God zelf, natuurlijk. En welke is de wijngaard van God? Het godsvolk Israël natuurlijk. De eersten die in de wijngaard van God gezonden worden, zijn de joden. Ze zijn de eersten die er werken, en worden als laatsten betaald. De laatsten die er werken zijn Jezus’ leerlingen. Anders dan de joden, hebben zij alles verlaten om Jezus te volgen, maar ze zijn de laatsten. In de ogen van de heer des huizes hebben ze echter evenveel recht als de joden, en Hij behandelt ze op gelijke wijze.

Jezus brengt hier revolutie in de gangbare mening van zijn tijd. Die mening is ten andere nog niet uitgestorven. Er zijn nog altijd mensen die denken dat je tegenover God jouw rechten kunt doen gelden op het Rijk der hemelen. Als je Gods geboden onderhoudt van A tot Z, van het eerste uur tot het laatste uur, dan heb je recht op de hemel. Als ik dit en dat doe voor God, dan is God mij dit en dat verschuldigd. Dat is God neerhalen tot een schakel van menselijk rechtssysteem. De parabel van vandaag is echter geen parabel die handelt over sociale rechtvaardigheid. Jezus zegt duidelijk dat hij iets vertelt over het Rijk der hemelen. Jezus wil het ons nog eens goed duidelijk maken dat God niet van onze wereld is en dat wij Hem niet kunnen reduceren tot onze gedachten of tot onze manier van doen. Als God oneindige goedheid is, absolute vrijheid, gratuïteit, dan is onze menselijke waardeschaal niet in staat God te benaderen, dan is er geen evenredigheid tussen onze werken en de genade die God ons schenkt. Tegenover de denarie van het Rijk der hemelen maakt één uur werken of twaalf uur werken geen verschil uit. Er is geen evenredigheid. In de elementaire wiskunde hebben wij geleerd dat ∞/1 niet verschilt van ∞/12. Het blijft oneindig: voor ons, mensen, totaal onoverbrugbaar.
Het volstaat overigens even na te denken om Jezus te begrijpen. Wat is de hemel? De hemel is deelname aan het leven van God zelf. Deelnemen aan Gods eigen leven, intreden in de oneindige uitwisseling van liefde tussen de Vader en de Zoon: als mens kunnen wij daar nooit recht op hebben, al onze prestaties en verdiensten ten spijt. God geeft zijn leven als genade, als gratie, op gratuite wijze, gratis, kosteloos, voor niets. God vraagt ons niet de hemel te verdienen: dat is gewoon boven onze mogelijkheden. Hij vraagt alleen dat wij nu reeds trachten te leven in harmonie met zijn leven dat liefde is, zodat wij bij onze dood afgestemd zijn op zijn leven, bereid, zoals Hij, alles te geven en alles te ontvangen. Hoe kunnen wij leren leven als God? Wij kunnen het evangelie openslaan en zien hoe Jezus geleefd heeft op aarde, in totale luisterbereidheid, steeds gereed om Gods wil te volbrengen.

Op ieder uur van de dag nodigt God ons uit om in zijn wijngaard te gaan werken. Dat spreekt ons, monniken, geweldig aan: de eigenaar van de wijngaard nodigt uit, vroeg in de morgen, als wij de lauden zingen, op het derde uur, als wij de terts zingen, rond het zesde uur, als wij eucharistie vieren, op het negende uur als wij de none bidden en op het elfde uur, onze vespertijd. Telkens opnieuw worden wij uitgenodigd er te zijn voor zijn wijngaard, niet voor de onze. Telkens weer zijn wij geïnviteerd tijd te nemen voor Hem, ons werk te laten staan, uit handen te geven. Met gratis ons leven te geven voor Hem, zoals Hij ons gratis zijn leven geeft, leren wij groeien in het besef dat wij niet kunnen steunen op eigen rechtvaardigheid of verdienste. Gods onmetelijke liefde wordt er ons steeds duidelijker om. Alleen in de gratuïteit van het gebed kan je iets begrijpen van Gods gratuïteit.

In dit besef van de barmhartigheid die onze hemelse Vader eigen is, zullen wij bevrijd worden van alle naijver of jaloersheid, en zullen wij in oprechtheid des harten God kunnen danken voor al het mooie en edele dat Hij voortdurend geeft aan de mensen rondom ons.
Mag de eucharistie ons nu doen ingaan in Jezus’ dankzegging voor de onuitsprekelijke goedheid van onze hemelse Vader die ons alles geeft, ons leven, en deelname aan zijn leven.