Loading...
 

29e zondag door het jaar C


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Lucas 18, 1-8: De rechter en de weduwe

De tekst

Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Lucas 18, 1-8, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijdens de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. De betekenis van de tekst




Bij de tekst

Context

Jezus is op weg naar Jeruzalem. Een aantal Farizeeën hebben Hem gevraagd wanneer het Rijk Gods zal komen. Een vraag waarop Jezus antwoordt dat men dit niet zomaar kan zeggen. Daarna gaat Hij voor zijn leerlingen even in op hoe het zal zijn als de Mensenzoon verschijnt en vertelt Hij een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven. Vanuit de context kan men opmaken dat dit bidden te maken heeft met de komst van het Rijk van God.
In het onzevader leert Jezus te bidden: 'Uwe rijk kome'. Deze bede wordt versterkt door de twee andere waar het tussen staat: 'geheiligd zij uw naam' en 'uw wil geschiede'. Elk van deze drie beden vraagt dat wat God droomt voor de mensen (rijk van God) zou mogen gerealiseerd worden.
In de gelijkenis die Jezus vertelt, wordt duidelijk dat dit rijk van God een situatie is, waarbij mensen gerespecteerd en gewaardeerd worden, waarbij hun recht wordt gedaan.



Een gelijkenis / parabel...

... zegt iets over God en zijn rijk
. God is een rechter die wél luistert als mensen hun recht niet krijgen
. In het rijk van God worden de rechten van de mensen gerespecteerd.


... roept ons op om ...
. net als de vrouw blijvend te vragen en betrokken te zijn op het realiseren van de waardering voor iedereen.





Bijbel en kunst

T. ZENZ

De bidder
Zens


Toni Zenz (geboren op 7 juni 1915 in Köln-Ehrenfeld) is een Duits kunstenaar.
Dit kunstwerk is te zien in de Sint Godelieve abdij (Brugge). Het stelt iemand voor die bidt.

Als we ons iemand voorstellen die bidt, dan denken we aan iemand die knielt, of rechtop staat, met handen die gevouwen zijn of in de hoogte worden uitgestoken. Niets van dit alles bij dit beeld: de persoon die bidt zit neer, heeft de handen onder de mond alsof hij wilde roepen, maar zijn mond is dicht, en zijn oren zijn erg groot.
Wilde de kunstenaar hiermee duidelijk maken dat bidden vooral luisteren is?




Suggestie
Toon een afbeelding van dit beeld, zonder er verder iets over te zeggen.
- Wat zie je?
- Wat valt op?

- Waarom zouden de oren zo groot gemaakt zijn?
- Wat willen de handen zeggen?
- Waarom is de mond dicht?
- Waarom zit deze figuur?
- Waar kijkt die naar?

Laat iedereen met elkaar van gedachten wisselen nav bovenstaande vragen.

Informeer dat de kunstenaar met dit beeld iets over bidden heeft willen zeggen.
Overloop de vragen en beantwoord ze nu vanuit deze informatie:

- Waarom zouden de oren zo groot gemaakt zijn?
- Wat willen de handen zeggen?
- Waarom is de mond dicht?
- Waarom zit deze figuur?
- Waar kijkt die naar?





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Een parabel van Jezus

29 Tekening

Bespreek deze tekening.
- Wie zien we?
- Hoe zijn ze gekleed? (besteed ook aandacht aan het schoeisel)
- Wat zegt de kleding over deze twee mensen?
- Wat wil de man met zijn armen en handen zeggen?
- Wat wil de vrouw met haar armen en handen zeggen?

Trek deze situatie door naar het eigen leven:
- Gebeurt het ook dat wij iets vragen en dat daar zo op gereageerd wordt?
- Op welk soort vragen wordt meestal zo gereageerd?

Vertel het verhaal dat Jezus vertelde. Vertel ook over de weduwen in de tijd van Jezus: het waren arme vrouwen die de hulp van anderen nodig hadden om te kunnen overleven. Ze hadden bijna geen rechten. Als ze geen familie hadden die voor hen kon zorgen, kenden ze een moeilijker leven dan bedelaars. De vraag van de weduwe is geen vraag om een bijkomstigheid. Ze vraagt dat de rechter zou laten gebeuren waar ze recht op heeft.

In de grote stad woonde een rechter.
Dat is iemand waar de mensen naartoe gaan
als er ruzie is of als ze andere problemen hebben.
Maar die rechter was niet zo'n goede rechter:
hij dacht alleen aan zichzelf en aan wat hij kon verdienen.
In die stad woonde ook een arme vrouw.
Ze ging naar die rechter.
- Rechter, help mij, want mijn buurman vindt
dat ik hem een zak graan moet geven,
maar ik heb geen enkele schuld bij hem.
- Waarom zou ik naar die vrouw moeten luisteren, dacht de rechter
en hij ging zijn tuin in om in de schaduw van een boom te zitten.
De volgende dag kwam de vrouw terug.
En de dag nadien nog eens:
- Rechter, alsjeblief, ik heb gelijk.
- Wat een zeurkous, dacht de rechter, dat ze naar iemand anders gaat!
Dagen na elkaar kwam de vrouw
en elke dag dacht de rechter hetzelfde.
Tot hij op een dag zei:
- Ik zal doen wat die vrouw vraagt.
Ik ben haar gezeur beu!

Ch. Leterme


Na die parabel zegt Jezus dat God veel rapper dan de rechter ingaat op de vraag van wie tekort wordt gedaan.

De kinderen kleuren de tekening in.





VERRUIMEN

Hoe bidden wij?

De kinderen tonen aan elkaar hoe ze bidden.
Ze zeggen ook aan elkaar met welke woorden ze bidden.


Gesprek
Weet je ook hoe Jezus heeft gebeden?
(vermeld hierbij het onzevader, dat de kinderen tijdens de eucharistieviering samen met de priester rond het altaar bidden)

Eventueel maken de kinderen een mooie tekening om God te danken. Die tekening nemen ze dan niet mee naar huis, maar leggen ze bij het altaar.





Grote kinderen

VERRUIMEN

Veel manieren om te bidden

Over de hele wereld, in verschillende godsdiensten bidden mensen.
Op deze bladzijde maken kinderen kennis met verschillende manieren om te bidden, zowel in het christendom als in andere godsdiensten.



Hoe bidden mensen?

- Wanneer bidden mensen?
- Hoe bidden ze? (aandacht voor gebedshoudingen in verschillende godsdiensten)
- Hoe bid jij?
- Wat bid je het meest?

Eventueel maken de kinderen een eigen gebed.
Noteer hiervoor op een groot papier enkele woorden waarvan kinderen vinden dat ze zeker in een gebed moeten voorkomen.
Nadien gebruiken ze die woorden bij het maken van hun gebed.





DOEN

Een gebedskubus

C. LETERME in Zonnestraal + Zonnestraal plus nr 18 - 2001-2002

Laat elk kind zijn eigen kubus maken uit karton. Zorg hierbij voor wat 'lipjes', om het geheel nadien tot een echte kubus te kunnen kleven.
Ze versieren elke zijde in een ander kleur.

Laat de kinderen tijdens de bijeenkomst op elk van de zijden van de kubus een ander gebed opschrijven.
Bijvoorbeeld:


. Op een kant van de kubus kleven ze een foto die hen doet nadenken.
Het zoeken van een geschikte foto is een opdracht voor thuis.


. Op een andere kant schrijven ze een gebed in hun eigen woorden.
Help hierbij de kinderen op weg door ze de eerste zin van het gebed te geven.
B.v. Dank je wel, goede Vader voor...
Lieve God, Je bent voor mij als een vriend.
Vandaag wil ik je bidden
...


. Op een derde kant schrijven ze het gebed dat Jezus leerde: Onze Vader...
Bij het neerschrijven van het onzevader krijg je een zicht hoe goed de kinderen dit gebed nog kennen. Indien dit niet meer zo fris in het geheugen ligt, bidt het dan wat regelmatiger.


. Op een vierde kant schrijven ze een gebed waarvan de eerste letters zijn: DANK U. Bv.:
Dank u God, voor
Al het mooie in de
Natuur en de
Kinderen in mijn groep.

U wil ik daarvoor danken

Hier wordt 'DANK U' voorgesteld als de eerste letters van een gebed, maar elk ander woord kan ook. Bijvoorbeeld de eigen naam van het kind, de periode van het jaar (bv. ADVENT, PASEN..., een thema uit de actualiteit.)
Het is bij deze manier van werken handig om een woordenboek in de buurt te hebben voor het geval de inspiratie opdroogt en men niet zo meteen een woord vindt dat met een bepaalde letter begint.


. Op een vijfde kant schrijven de kinderen een gebed dat je zelf heel mooi vinden en dat ze bv. in een boekje of een tijdschrift vinden.


. Op de zesde kant van de kubus schrijven ze hier met eigen woorden een psalm, een gebed dat de mensen al meer dan 3000 jaar bidden.
Looft God met trommels en dansen
Looft Hem met gitaren en fluiten
Alles wat ademt, looft de Heer.'
(Psalm 150 2.5-6)


Knip het geheel uit en plooi het karton op de plaats van de lijntjes. Breng wat lijm aan op de 'lipjes'. Vouw alles aaneen en druk goed aan zodat je een mooie kubus bekomt.
Spreek af hoe en wanneer de kinderen hun kubus zullen gebruiken.
Om af te sluiten kun je alvast drie kinderen vragen om hun kubus (voorzichtig) te gooien en het gebed voor te lezen dat bovenaan is komen te staan.


Belangrijk
Er zijn verschillende manieren waarop mensen inhoud geven aan hun gebed. Het is goed om hiermee bij de voorbereiding van bovenstaande activiteiten rekening te houden.
Bidden kan zijn:
Vragen, om iets voor zichzelf of voor een ander
Loven, om God te eren
Danken, om wat we van God krijgen
Spreken, om Hem iets toe te vertrouwen (angst, vreugde, hoop)
Verontschuldigen, om vergiffenis te vragen.





Jongeren

VERDIEPEN

Lucas 18, 1-8

29 Ill Par

Lees of beluister de parabel over de rechter en de weduwe.
Beschrijf de twee figuren uit de parabel: wat verneem je van hen?
(Rechter: machtig, goddeloos, onmenselijk
Weduwe: arm, weerloos, hulpeloos, onmachtig)

Waarom besluit de rechter om de zaak van de weduwe te regelen?
(hij vreest dat de weduwe op zekere dag handtastelijk zal worden en wil van haar gezeur afkomen)

Welke betekenis geeft Jezus zelf aan zijn parabel?
(Als een rechter al zo handelt - dan zeker God!)

Op het einde van dit stukje evangelie staat:
'Ik zeg u: Hij (God) zal hun spoedig recht verschaffen.
Zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?'
- Wat zegt dit over God?
- Wat zegt dit over geloven?



Een dovemansgesprek?

C29tekening

Bekijk goed deze tekening.
- Wat zou de vrouw te zeggen hebben?
- Wat zegt de man met zijn lichaam? (houding, gezicht, linkerhand)

- Zegt deze tekening iets over bidden?
- Waarom vind je dat?

Lees de tekst bij Lucas 18, 1-8
- Wat zou Jezus met zijn parabel willen duidelijk maken?



Bidden, vragen om te krijgen?

Schrijf op een blad papier:
BIDDEN =
VRAGEN OM IETS TE KRIJGEN


Bespreek
- Is dat zo? Is dat ook zo voor ons?
- Wat kan er gevraagd worden?
- 'Krijgt' men waar men om gebeden heeft?
- Is bidden alleen 'vragen'?
- Wat kan bidden nog zijn?
- Tot wie wordt gebeden? ... Waarom zou dat zijn?
- Zijn er vaste plaatsen om te bidden?

Confronteer met de volgende tekst:

Ik vroeg om kracht
en ontving moeilijkheden om me sterk te maken.

Ik vroeg om wijsheid
en kreeg problemen om ze op te lossen.

Ik vroeg om voorspoed
en kreeg verstand en spierkracht om te kunnen werken.

Ik vroeg om moed
en kreeg obstakels om te overwinnen.

Ik vroeg om liefde
en kreeg mensen met problemen die ik kon helpen.

Ik vroeg om gunsten
en ontving kansen.

Ik kreeg niets van wat ik vroeg
maar ontving ik alles wat ik nodig had.


- Kunnen jullie zich in deze tekst terugvinden?
Vul per twee elk van de zinnen uit de bovenstaande tekst concreet in.

Bijvoorbeeld:
. Ik vroeg om goede examenvragen,
en kreeg heel goede nachtrust waardoor ik zonder stress naar het examen kon gaan.
. Ik vroeg om te mogen genezen,
en kreeg een moeder die heel goed voor me zorgde.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

De macht van de rechter en de kracht van de weduwe

(naar Frans CROMPHOUT sj, God is een verhaal, p. 46-47)

Twee mensen staan tegenover elkaar: de rechter en de weduwe.
In het evangelie betekenen zij meer dan twee individuele personen,
zij zijn de vertegenwoordigers, de symbolen,
van twee verschillende opvattingen,
twee tegengestelde sociale groepen.
De weduwe dat is “de machteloze”.
In Jezus' tijd had een vrouw alleen aanzien en sociale betekenis
door afhankelijk te zijn van haar de man.
Een weduwe was dus de meest machteloze van allen.
De rechter, dat is “de macht”.
In Jezus’ tijd was hij niet alleen, zoals thans bij ons,
de toepasser van het recht, dat voor iedereen gelijk was.
Hij máákte zelf het recht.
Hij was bij zijn rechtspraak totaal oppermachtig.
En dan zijn willekeur en misbruiken natuurlijk onvermijdelijk.
 
Macht houdt geen rekening met machtelozen.
Dat is de nuchtere waarheid van de wereld, vroeger zoals nu.
Macht wordt alleen in beweging gebracht door tegen-macht:
de macht van het getal, van het geld, van de wapens, van de staking.
Dat is juist politiek: macht uitspelen tegen macht.
En dat spel moet inderdaad worden gespeeld.
De macht goed gebruiken voor de opbouw van de best mogelijke
- of de minst slechte - samenleving,
dat is de wezenlijke opdracht van al wie politiek verantwoordelijk is.
 
Maar wat kan iemand beginnen die over geen enkele van die
hefbomen beschikt waarmee macht in beweging wordt gebracht?
Welke macht heeft de machteloze?
Wat betekent de weduwe tegenover de rechter?
Wel, zij kan roepen, aankloppen.
Blijven roepen, blijven kloppen. Blijven staan. Het volhouden.
En zie, de onwrikbare macht komt in beweging.
“Ik zal die weduwe toch maar recht verschaffen
om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.”
Misschien is de geweldloze houding van de weduwe
zelfs een grotere, meer onweerstaanbare kracht,
dan het brute geweld van wapens, massabetogingen, stakingen
of het sluipende geweld van onrechtvaardige structuren.
Want tegenover het stille, niet aflatende aandringen,
heeft de macht geen verweer. Zij is daar niet op berekend.
De tactiek van de macht is die van hard tegen hard.
Door de tactiek van zacht tegen hard te gebruiken,
wordt de macht in de war gebracht.
Daarvan blijven de geweldloze acties van een Gandhi in India en
Martin Luther King in de Verenigde Staten de grote voorbeelden.
Het volhardende, taaie geduld is een kracht
die de wereld misschien op een meer ingrijpende wijze verandert,
dan het vierkante, niets ontziende optreden van hen,
die de werkelijkheid naar hun hand willen zetten.
Wie wacht, heeft de tijd als bondgenoot.
 
Jezus wil ons echter niet zozeer een les geven
in menselijke wijsheid bij sociale conflicten.
Hij wil ons vooral duidelijk maken hoe God is.
Hij wil ons laten nadenken en doen besluiten:
“Als de rechter, die zich om God noch gebod bekommert,
al toegeeft,
als de onwillige macht al bewogen wordt
door dat onvermoeibare aandringen van de machteloze,
hoeveel te meer dan zal God bewogen worden,
Hij, die, zoals we weten, geen onbarmhartige Rechter is,
maar integendeel een welwillende kracht en een algoede Vader.”
Wij mogen er echt zeker van zijn
dat Jezus’ God niemand tevergeefs laat roepen en aankloppen.
Bij de liefdevolle Vader hoeft niemand
het spel te spelen van macht tegen macht.
Wij mogen naar Hem toe gaan
en Hem zeggen wat ons op het hart ligt.
Wij mogen vragen wat wij verlangen.
Hij zal ons verhoren.
Maar opgepast. Niet op onze manier.
Maar op Zijn wijze en op Zijn tijd
en als wij met Hem meewerken.
Wij durven maar iets vragen aan iemand die wij vertrouwen.
Wij mogen maar iets vragen aan God
als wij ons terzelfder tijd ook engageren
voor het goede dat wij vragen.
Tot God bidden en Hem vragen,
aandringend en herhaaldelijk vragen,
doen wij niet om te zagen
of omdat wij menen dat Hij doof is of slaapt,
maar om ons vertrouwen uit te drukken
in onze God, die ons als een Vader Zijn liefde mag tonen,
op Zijn wijze en op Zijn tijd
en Die wij willen helpen bij de opbouw van Zijn liefderijk.
Op die manier mogen wij
aandringend vragen en aanhoudend bidden.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Echt geloof (2013)

Er loopt een spanning van de eerste naar de laatste zin van dit evangelie. De eerste zin: “Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven”, wordt uitgeklaard in een parabel die met een sterke bevestiging “ik verklaar u“ optimistisch besluit dat God spoedig recht zal verschaffen aan wie tot Hem roepen. Maar de laatste zin is dan wel de meest pessimistische van al de evangeliën: “Maar als de Mensenzoon komt, zal hij dan geloof vinden op aarde?”
Jezus legt een sterke band tussen het geloof en het gebed. Ja, God verhoort het gebed, zegt Hij, maar is ons geloof voldoende om het te bemerken? Het echte geloof, zoals trouwens het ware geloof, bestaat er altijd in te zoeken wat God verlangt en in zelfovergave zijn verlangen bij te treden. En wel opgemerkt: Jezus spreekt die woorden uit terwijl hij op weg is naar Jeruzalem, op weg naar een onrechtmatige veroordeling en de dood op het kruis. En toch verklaart hij rustig dat God altijd de zijnen verhoort. Hij weet dat de Vader leven en verrijzenis zal geven aan wie Hij bemint, leven en vreugde in overvloed, zelfs als men daarvoor eerst door de dood moet gaan.

Jezus schijnt er zich van bewust dat hij hier een moeilijke boodschap moet doorgeven: hij gebruikt daartoe een parabel waarvan de beeldspraak moet aantonen dat de normale gang van zaken soms ondersteboven gezet wordt.

Er is eerst kwestie van een rechter. De eerste taak van een rechter bestaat erin de rechtvaardigheid uit te oefenen. Maar de rechter in kwestie trekt zich niets aan van recht of rechtvaardigheid, noch van God, noch van de mensen. Kortom, hij is juist wat een rechter niet moet zijn. In Jezus’ tijd was de algemene verwachting dat de komst van de Messias een einde zou stellen aan dergelijke situaties van machtsmisbruik.

Er is ook een weduwe. Wij zien in de Bijbel dat de profeten de weduwe voorstellen als het typische voorbeeld van de machteloze en minder begunstigde mens: de weduwe heeft niemand aan wie zij haar recht kan opeisen; zonder bescherming, kan ze ongestoord uitgebuit worden en verdrukt. De weduwe in kwestie is echter het tegenovergestelde van een vrouw die zich zomaar laat doen. Om zijn ontzag uit te spreken dat die weduwe hem inboezemt gebruikt de onrechtvaardige rechter een term die gangbaar is bij de boksers: “dat ze mij knock-out slaat” (Grieks: hupopiazè), “mij een blauw oog geeft”. Als hij haar geen gelijk geeft riskeert hij het gezicht te verliezen en belachelijk gemaakt voor heel de stad.

Kortom, die rechter en die weduwe stellen ons in een omgekeerde wereld. Ook het gebed is een omgekeerde wereld. Jezus bevestigt dat wie volhardend bidt zich paradoxaal genoeg, tegenover God in sterke positie bevindt. Als een rechter van kwade wil zich moet schikken naar de argumenten van een aandringende weduwe, dan zal onze liefhebbende Vader a fortiori zonder dralen ingaan op ons aanhoudend gebed. God bevindt zich immers tegenover ons in een zwakke positie, omdat Hij het risico genomen heeft ons te scheppen als beperkte maar vrije wezens. De eerste die bidt is God. Ons scheppen is van Gods kant als een gebed dat Hij tot ons richt: “Ik vraag je, ben je ermee akkoord te bestaan in een eindige en onvolmaakte wereld ?” Wij hebben dus deemoedig een bestaan te aanvaarden van onvolmaakte wezens in een wereld die ons veel lijden en kommer kan bezorgen. Als wij dan naar Hem gaan om ons leed en onze nood te klagen, bevindt God zich in een zwakte positie. Hij zal zeker alles doen wat Hij kan. Hij zal ons helpen in de maat van het mogelijke opdat wij nu reeds in onze levensloop deel zouden hebben aan zijn geluk, want dit is wel zijn bedoeling met de schepping. Wij herinneren er Hem nog telkens aan als wij het ‘Onze Vader’ bidden: “Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel”. God is Liefde. Hij bemint ons en het is zijn wil dat wij gelukkig zouden zijn, op aarde reeds als in de hemel.

Nochtans bemerken wij meestal zijn bijstand niet tot ons geluk, omdat de weg die leidt naar zijn geluk kan kronkelen doorheen een noodzakelijke loutering. Daar vloeit onherroepelijk een beproeving uit voort van ons geloof. Een beproeving die vergelijkbaar is met die van Jezus, en die hard kan aankomen. Hijzelf heeft uitgeroepen: “Mijn God, waarom hebt Ge mij verlaten?” 

In deze duistere nacht betekent geloven volharden in het gebed. Wij trachten er niet God te veranderen, we nemen de tijd om ons onbeschermd aan zijn genade bloot te stellen. Wij laten er ons door God omvormen tot onze wording tot zijn kinderen. Voor Jezus is het volhardend gebed, in de overtuiging dat God zal helpen, de test van het geloof. Er is geen volhardend gebed zonder geloof in Gods barmhartig luisteren. Zoals er ook geen geloof is zonder volhoudend gebed.
In feite is geloof zonder gebed toch maar liefde zonder liefdesverklaring.



Bidden (2016)

Lucas zou geen volgeling van Paulus zijn, moest hij niet gesproken hebben over de volharding in het gebed. Hij vermeldt nauwgezet hoe Jezus zelf bidt op de beslissende momenten van zijn leven (vgl. Lucas 3, 21; 5, 16; 9, 18.28; 11, 1; 22, 41; 23, 34.46) en dat hij steeds weer uitnodigt om te bidden (vgl. Lucas 11, 1-13; 21, 36; 22, 40.46). Paulus geeft daar een weerklank van in zijn "bidden zonder ophouden" (1 Thessalonicenzen 5, 17; vgl. Romeinen 12, 2 ; Filipenzen 4, 6 ; Kolossenzen 4, 2 ; Efeziërs 6, 18 ; 1 Timoteüs 2, 1-2).

De gelijkenis die Jezus vertelt, gaat over een weduwe. In Jezus’ tijd is ze de belichaming van afhankelijkheid en sociale kwetsbaarheid. Alleenstaand, zonder man of kinderen, zoals ze hier voorkomt, is ze overgeleverd aan de egoïstische druk van de machtigen in de samenleving. Lucas, die het opneemt voor wie zwak is, arm of gering, is bezorgd voor de weduwen. Hij stelt haar voor als begunstigd door Christus die geneest en redt (Lucas 7, 11-17). Zij typeert de leden van de christelijke gemeenschap die een bijzondere aandacht verdienen (vgl. Handelingen 6, 1-6) omdat ze leven in een context van gebrek, ontbering en armoede (vgl. Lucas 21, 1-4).

Deze weduwe komt tegenover een rechter te staan die noch God noch mens respecteert. Hij veegt zijn voeten aan de twee hoogste geboden die Lucas vermeldt vanaf het begin van zijn evangelie: hij is de tegenpool van degenen die God dienen “in gerechtigheid en heiligheid” (Lucas 1, 74-75), en hij overtreedt het dubbele gebod van de liefde dat door alle wetgeleerden onderschreven wordt (Lucas 10, 21).

De weduwe die naar de rechter stapt, zal door haar doorzettingsvermogen de rechter van gedrag doen veranderen. De Griekse iteratieve-onvolmaakt- verleden tijd 'èrcheto', die Lucas gebruikt, beduidt dat ze niet aflaat haar stappen te herhalen tot dat de rechter toegeeft. Het verhaal vermeldt zelfs de motivatie van de rechter. Deze is puur egoïstisch: hij geeft toe uit schrik - en het Grieks gebruikt hier een term van de bokssport: ”hupopiazè” - ”dat ze mij knock-out zou slaan” (v. 5)!
Jezus’ betoog is eenvoudig (v.6-8): als een onrechtvaardige rechter uiteindelijk toegeeft op het aandringen van een weduwe, hoeveel te meer zal God, die rechtvaardig is, zijn uitverkorenen tegemoet komen, als ze door hun tegenstanders belaagd worden.
De gelijkenis betekent ook dat God prompt rechtvaardigheid bewijst (v. 11), zelfs als die vertraging oploopt (v.7). Die christen moet daarom in zijn gebed de tijd van Gods oponthoud incalculeren. Bijgevolg zal hij onvermoeid blijven bidden.

Het gebed van de christen is niet langer een roep tot onmiddellijke tussenkomst of tot wraakneming van God, zoals dat nog voorkomt in de Apocalyps: “Hoe lang nog, heilige en waarachtige heerser, zult U het oordeel uitstellen en ons bloed niet wreken op de bewoners van de aarde?” (6.10). Het gebed rekent met het geduld van God, opdat de zondaars de tijd hebben om zich te bekeren (vgl. 2 Petrus 3, 9-15).

Bidden is niet verwachten dat God in onze plaats zal doen wat wijzelf niet vermogen: 'Geef ons brood, geef ons vrede, geef ons genezing'. God is geen noodoplossing! Het gebed kan beginnen als een protest: ‘het is niet aanvaardbaar dat oorlog het nog voortdurend wint op de vrede, dat de rijkdom van enkelen de armen afmaakt …’. Toch laat het gebed ons
uiteindelijk communiceren met het geduld van God. In deze groeiende overeenstemming maken onze protestkreten geleidelijk plaats voor daden van christelijke naastenliefde.

De levende God heeft niets gemeen met een onverbiddelijke machthebber voor wie de mens alleen maar zou moeten zwijgen, en er passief en fatalistisch de weldaden en de klappen van zou moeten ondergaan. Er bestaat geen christelijke lijdzaamheid tegenover God die liefde is. Er is wel christelijk geduld en aanvaarding, een christelijke Godsverwachting. De gelovige weet dat God onze nood ter harte neemt en dat Hij van ons maar één ding verwacht: dat we op onze beurt zijn barmhartigheid ter harte zouden nemen. Niet dat God de teugels van zijn macht in handen van de gelovigen zou geven. Een gebed waarin Gods wil volledig en permanent van de wil van de mens zou afhangen, zou geen gebed van geloof zijn. Alle gebed moet altijd het karakter hebben van Jezus’ gebed in Getsemani (Lucas 22, 42), zonder op te houden een aandringend verzoek te zijn, zoals dit van de weduwe aan de onrechtvaardige rechter. Alleen zo'n gebed kreeg de belofte aanhoord te worden: “als wij volharden, zullen wij ook met Hem heersen” (2 Timoteüs 2, 12). Volharding in het gebed is lonend: we vinden die boodschap terug in de parabel van de vriend die lastig gevallen wordt (Lucas 11, 5-8).

Gebed is geloofsverbonden. Ieder van ons antwoordt door zijn gebed op de vraag die Jezus hier stelt: “Als hij komt, zal de Mensenzoon, het geloof vinden op aarde?” (v. 8). Geloof zonder gebed is maar platonische liefde, zonder liefdesverklaring!