Loading...
 

2e zondag van de advent A - evangelie

2 Sandalen

IK BEN NIET WAARDIG
HEM VAN ZIJN SANDALEN TE ONTDOEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 3, 1-12: Optreden van Johannes de Doper

Matteüs 3, 1-12 // Marcus 1,1-8 // Lucas 3, 1-6



De tekst

Dichter bij de tijd

In die tijd zei Johannes de Doper in de woestijn:

‘Bekeer je,
dit is het moment om je leven te veranderen.
Want het Rijk van God is nabij.’

Johannes had een kleed aan dat gemaakt was van kameelhaar
en hij droeg een leren riem.
Zo zag hij eruit als de profeet Elia.
Hij at sprinkhanen en wilde honing.

Vele mensen gingen naar Johannes.
Ze lieten zich door hem dopen in de rivier, de Jordaan,
en bekenden hun zonden.

Wanneer Johannes zag dat er ook farizeeën en sadduceeën waren,
zei hij: ‘Doe toch iets
waaraan mensen kunnen zien
dat je bekeerd bent,
dat je echt je leven wilt veranderen.
Want de bijl ligt al klaar
aan de wortel van de bomen.
Iedere boom die geen goede vruchten heeft,
zal God omhakken
en in het vuur gooien.
Ik doop jullie met water.
Dat laat zien dat jullie je leven willen veranderen.
Maar diegene die na mij komt,
is machtiger dan ik.
Ik ben niet eens goed genoeg
om Hem zijn sandalen uit te doen.
Hij zal jullie dopen met het vuur van de heilige Geest.’



Stilstaan bij enkele woorden

Johannes de doper
Zoon van priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet, een nicht van Maria. Hij was een leeftijdsgenoot van Jezus.
Lees meer


Woestijn
Plaats waar het joodse volk in zijn geschiedenis vaak God heeft ontmoet. Een plaats waar men zich voorbereidt op een nieuwe taak.


Judea
Zuidelijk deel van Palestina dat overwegend woestijnachtig gebied is.
Jeruzalem, de belangrijkste stad van de joden, ligt in Judea.


Bekeren
Bekeren is zich omkeren. Het leven waarin men alleen aan zichzelf denkt, keert men de rug toe. Men wil anders gaan leven: men wil rekening houden met de medemens en met God.
Het valt op dat Jezus hetzelfde verkondigt als Johannes.


Profeet
Iemand die in naam van God spreekt. Hij roept de mensen op om te leven zoals God het droomt. Heel wat profeten werden niet graag gezien omdat ze dingen zegden die de mensen niet graag hoorden.


Jesaja (Hebreeuws = God redt)
Jesaja is een bekend en belangrijk profeet uit het Oude Testament. Hij zag in zijn dromen hoe het joodse volk ronddwaalde in het donker. Maar hij zag ook een helder licht schijnen. i zagen
Christenen zagen later in zijn teksten over de Messias voorspellingen over de komst van Jezus Christus.


De weg bereiden
Als een Oosterse koning vroeger een provincie bezocht, werd hij voorafgegaan door een heraut. Zo konden zijn onderdanen tijdig de vaak onbegaanbare weg effenen.


Paden
De weg bestond namelijk uit een aantal kleine paadjes die naast elkaar liepen, elkaar nu en dan kruisten en dan later weer uit elkaar gaan.


Kleed van kameelhaar
Hieraan herkende men de profeet Elia (2 Koningen 1, 8). Volgens de rabbijnen was de terugkomst van Elia het teken dat de Messias in aantocht was en het einde van de wereld nabij was.


Sprinkhanen
In het Nabije Oosten eet men nog steeds sprinkhanen. Bedoeïenen vinden ze lekker als ze geroosterd zijn en opgediend met brood.


Jordaan (= naar beneden stromen)
De Jordaan is de belangrijkste rivier in Palestina. Johannes trad op in de buurt van de monding van de Jordaan in de Dode Zee, ten Oosten van Jericho, waar de karavaanwegen samenkomen.
Er wordt verteld dat dit de plaats was waar het volk Israël doortrok bij zijn intocht in het beloofde land.


Dopen (= onderdompelen)
Het doopsel was voor Johannes het symbool voor de totale reiniging van de mens, een teken van de terugkeer naar God (bekering) en de start van een nieuw leven.
Merk op dat het doopsel van bekering dat Johannes toediende, niet het doopsel is dat christenen nu kennen.


Farizeeër
Iemand die de wet van God nauwkeurig kende en er ook naar leefde. Hij vastte tweemaal in de week, gaf tienden van zijn inkomsten, leefde eerlijk en trouw (niemand bestelen, geen belastingen ontlopen, geen echtbreuk plegen). Gewone mensen keken met bewondering en ontzag naar hen op. Als er in de evangelies eerder negatief over hen gesproken wordt, is dit omdat de Farizeeërs in conflict kwamen met de joodse volgelingen van Jezus in de periode waarin de evangelies geschreven werden.


Sadduceeën(dit woord is afgeleid van 'Sadok', de naam van een priester ten tijde van David)
De Sadduceeën vormden een politieke en religieuze partij waarvan de meeste leden behoorden tot de hogere priesterstand. Ze hielden zich uitsluitend aan het geschreven woord in de Wet en de Profeten.


Abraham
Stamvader van het joodse volk.


Sandalen
In de Romeinse tijd droegen soldaten en burgers sandalen: een zool van leder of hout, die met een riem aan de voet was bevestigd. Thuis, in de tempel en op heilige plaatsen deed men de sandalen uit. Het losmaken van de riem van de sandalen was een taak voor slaven.


Wan
Grote platte mand waarmee men graan omhoog gooide in de wind. De wind droeg het lichte kaf mee. Het koren zelf bleef in de wan achter.
Wan


Vuur
De werking van de Heilige Geest wordt met een vuur vergeleken. Vuur loutert, maar geeft ook licht en warmte.




Bij de tekst

Wie is Johannes de Doper voor Matteüs?

een bode die de weg klaarmaakt
Matteüs bedoelt hiermee niet een echte weg, maar een mentaliteit, gevoelens bij de mensen, zodat ze klaar zijn om Jezus te volgen.

een profeet
Johannes is een profeet in de lijn van de profeten in het Oud-testament. In zijn boodschap vind je alle verwachtingen uit het Oude Testament terug: God zal komen om recht te doen aan wie onrecht werd aangedaan.

een tweede Elia
Johannes trad op bij de Jordaan, waar Elia de profetenmantel doorgaf aan Elisa. Hij droeg ook een haren mantel zoals Elia er een droeg.
Vele joden zagen in Johannes de Messias. Maar Matteüs laat hem duidelijk zeggen: 'Ik ben te min om Hem zijn sandalen te brengen'. Hiermee gaf hij aan dat Jezus de meerdere was van Johannes.





Suggesties

Grote kinderen

EVEN TESTEN

Stellingenspel

Verdeel de ruimte in twee: een kant voor de juiste stellingen en een kant voor de foute stellingen.
Lees eerst het evangelie voor of vertel het. Confronteer nadien de kinderen met de volgende stellingen. Wie een foute kant koos, laat je verwoorden waarom die precies deze stelling koos. Indien alle kinderen de juiste stelling kozen, vraag je ze een voorbeeld te geven van het woord dat in elke stelling centraal staat (vet gedrukt).


Johannes leeft in de woestijn. Dat is...
O een plaats waar het veel regent.
O een plaats waar mensen kunnen nadenken.

Johannes zegt: Het Rijk van God (typisch voor het evangelie van het A-jaar)
O is van gisteren.
O is van vandaag.

Johannes zegt: 'Je moet je bekeren.' Dat wil zeggen
O op een andere manier gaan leven.
O leren leven zonder vrienden.

De mensen lieten zich dopen in de Jordaan. Met dit doopsel wilden ze zeggen:
O Ik wil met God en de mensen rekening houden.
O Johannes is een groot profeet.

De mensen bekenden hun zonden. Dat zijn ...
O dingen die je fout doet tegenover je medemensen en God
O woorden die mensen moeilijk kunnen uitspreken.


Correctiesleutel
. Johannes leeft in de woestijn. Dat is een plaats waar mensen kunnen nadenken.
(= symbolische betekenis van 'woestijn' in de bijbel)

. Johannes zegt: Het Rijk van God is van vandaag.
(Het realiseren van het Rijk Gods is niet iets wat op de lange baan geschoven moet worden: nu al moet men daaraan werken)

. Daarom moet men zich bekeren. Dat wil zeggen: op een andere manier gaan leven.
(bekeren = zich omkeren, de rug keren naar een leven dat niet beantwoordt aan wat God voor de mensen wil.)

. De mensen lieten zich dopen in de Jordaan. Met dit doopsel wilden ze zeggen: Ik wil met God en de mensen rekening houden

. Ze bekenden hun zonden. Dat zijn dingen die men fout doet tegenover de medemensen en God.


Belangrijk
Zorg ervoor dat in het verhaal dat je vooraf voorleest of vertelt, de stellingen zeker aan bod komen.



Johannes, de voorloper

C. LETERME in Zonneland 2001, nr 14, p. 10.

Lees goed de volgende zinnen.
Kleur telkens het bolletje van het juiste antwoord.


Johannes leeft in de woestijn. Dat is...
O een plek waar het goed is om te leven. (Doe)
O een plaats waar mensen kunnen nadenken. (Maak)
O een plaats waar het veel regent. (Werk)


Johannes zegt:
O Het Rijk van God is van gisteren. (het huis)
O Het Rijk van God is onmogelijk. (de kamer)
O Het Rijk van God is nabij. (de weg)

Daarom moet je je bekeren. Dat wil zeggen...
O op een andere manier gaan leven. (klaar)
O alleen nog met jezelf rekening houden. (net)
O leren leven zonder vrienden. (donker)


De mensen lieten zich dopen in de Jordaan. Met dit doopsel wilden ze zeggen:
O Wat ik altijd gedaan heb, vind ik goed. (aan)
O Ik wil met God en de mensen rekening houden. (voor)
O Johannes is een groot profeet. (met)


De mensen bekenden hun zonden. Dat zijn ...
O dingen die je fout doet tegenover je medemensen en God. (de Heer)
O goede voorbeelden voor andere mensen. (de vader)
O woorden die mensen moeilijk kunnen uitspreken. (de vriend)


- ‘’Zet de woorden die tussen haakjes achter de goede antwoorden staan, achter elkaar. Dan kun je lezen welke opdracht Johannes had.''


- Weet je ook wat daarmee bedoeld wordt?


Correctiesleutel
'Maak de weg klaar voor de Heer'



SPREKEN MET BEELDEN

Meer licht!

Materiaal
Papiertjes, schrijfgerei


Verloop
Sta stil bij het feit dat de dagen alsmaar korter worden, dat het buiten steeds donkerder wordt...
- Wat is donker op de wereld?
- Hoe maken wij de wereld donker?
(in de bovenstaande vragen wordt 'donker' symbolisch gebruikt.)

De kinderen schrijven op de papiertjes hoe zij de wereld mee 'donker' maken. Omdat het om een donkere kant van zichzelf gaat, tekenen de kinderen een zwarte rand rond het papiertje.

Vertel dat als we al die 'donkere' dingen laten gebeuren, we elkaar niet mee kunnen zien.
Nodig daarom de kinderen uit om de papiertjes één voor één om te draaien. Aan de achterkant schrijven ze op hoe zij het meer 'licht' kunnen laten worden in die donkere wereld.

Neem dan een aantal papiertjes, en lees de tekst voor met de donkere rand. Keer dan het blad om en lees wat daar op staat. Dat is bekering: wat vroeger donker was in mijn leven, wil ik helemaal anders.
Ik wil meewerken aan een wereld vol licht, een wereld waarin het goed leven is voor iedereen.

Kinderen leren zo dat bekering een ommekeer betekent (toon dat letterlijk met het omkeren van de kaartjes). Die ommekeer houdt meestal in dat men niet alleen meer denkt vanuit het eigen belang, maar ook vanuit het belang van de anderen, de maatschappij, de wereld, God.





VERDIEPEN

De woorden van Johannes

Materiaal
. De tekst 'Dichter bij de tijd' (zie bovenaan)
. De volgende woorden/zinnen in een tekstballon:
- Bekeer u
- Maak de weg van de Heer klaar
- Breng vruchten voort die passen bij bekering
Klik hier om kant en klare zinnen te vinden. Knip ze zo uit dat het lijkt dat ze in een tekstballon staan.
. Tekening / afbeelding van Johannes de Doper en van een boom (stam en takken).
. Blad waarop je de contouren van een aantal vruchten tekent (peer, banaan, appel, sinaasappel...)
Binnenin de lijnen is er voldoende plaats om iets op te schrijven. Knip voordien net zoveel vruchten uit als er kinderen zijn.
. Eventueel: plaklint.


Vooraf
Indien je in een kring werkt:
Leg op de grond de figuur van Johannes, en wat verder naast hem: de boom.
Wie over een muur, een bord of een prikbord beschikt, kan de figuren daarop aanbrengen.


Verloop
Lees de tekst ('Dichter bij de tijd' - zie hoger) voor.
Zoek met de kinderen naar wat Johannes vraagt aan de mensen:
- Bekeer u
- Maak de weg van de Heer klaar
- Breng vruchten van bekering voort
Naargelang de kinderen de zinnen vinden (de kinderen hoeven dit niet letterlijk te zeggen. Ze kunnen daarvoor hun eigen woorden gebruiken), zoek je die terug in de vooraf gemaakte tekstballonnen en schik je ze rond de illustratie van Johannes de Doper.

Besteed dan aandacht aan de beeldende tal die Johannes gebruikt: 'vruchten van bekering'
Kun je die vruchten kopen? Wat zou Johannes ermee bedoelen.
Geef de kinderen een minuut stilte om daarover na te denken.
Inventariseer wat de kinderen daarover gedacht hebben.
Bijvoorbeeld:
- nieuwe kansen geven
- vrede
- eerlijkheid
- rechtvaardigheid
- vriendelijkheid
- liefde
- vergiffenis
- ....
Daarna schrijven de kinderen op een 'vrucht', de waarde die zij op dat moment de meest belangrijke vinden. Die 'vruchten' schikken ze nadien op de boom.





KEN JE TAAL

Bekeren

Materiaal
Maak een aantal 'borden'. Aan de voorkant staan in zwarte letters dat wat men betreurt, wat men als niet goed ervaart. Bijvoorbeeld: RUZIE, PESTEN...
Zorg ook voor een aantal blanco 'borden', waar je met zwarte stift op schrijft wat de kinderen aanbrengen.
Kleurrijke stiften


Verloop
Toon een aantal borden aan de kinderen.
- Wat vinden jullie van wat op de borden staat?
- Zijn er nog dingen die jullie als niet goed ervaren?
Schrijf die op de blanco 'borden'.
Neem dan alle 'borden' in je hand en vraag aan de kinderen wat ze kunnen doen om wat met zwarte letters op het bord staan ongedaan te maken.
Keer het 'bord' om en schrijf in fel gekleurde letters hoe het anders kan. Bijvoorbeeld: VRIENDSCHAP, VREDE...
Sta hierbij stil bij de handeling die je zelf doet: je keert het bordje om. Zich bekeren gelijkt op: het bordje omkeren zodat men de levenswijze die men afkeurt, de rug toekeert.
Bespreek met de kinderen alle andere bordjes en zoek met hen hoe het anders kan als men zich bekeert.





DOEN

'Bereid de weg'

Johannes wilde de weg effenen voor Jezus. De kinderen tekenen een weg op een groot stuk papier. Op die weg noteren ze vier dingen waarvan ze weten dat God ze graag wil.
Telkens als de kinderen hiermee in hun leven rekening houden, mogen ze het stukje weg, waar die woorden staan, mooi kleuren.





MEDITEREN

Een mini-meditatiemoment

De kinderen zoeken in de ruimte een plekje dat voor hen een stukje ‘woestijn’ is, een plaats waar ze stil kunnen zitten en even nadenken.
Of,
laat de kinderen heel zachte muziek horen zodat ze het stil kunnen maken in zichzelf. Als het weer en de omgeving het toelaten, kun je ze ook even buiten de ruimte laten gaan om een eigen ‘woestijn’-plekje op te zoeken.
Laat ze een hele poos nadenken over hoe ze zich het best kunnen voorbereiden op Kerstmis (niet: welke geschenkjes geef ik …, maar: Hoe zal ik mij bekeren? Wat kan ik voor een ander doen?…)

Daarna zeggen de kinderen wat ze bedacht hebben.
Bespreek kort of ze daar nu al iets van doen.

Eventueel: geef elk kind een kaartje. Daarop schrijven ze welk gedrag ze van zichzelf niet goed vinden. Laat ze dan het kaartje omkeren (vgl. met bekeren) om erop te schrijven hoe het beter kan.






Jongeren

SPREKEN MET BEELDEN

Maakt zijn paden recht

Paden Reht Maken
Sta stil bij deze tekening. De figuur op de tekening is Johannes de doper. In zijn prediking zei hij: ‘Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.’
Nu laat de tekenaar uitschemeren dat het bij Johannes om echte wegen te doen was. Maar alles uit de context wijst erop dat de weg waar hij het over heeft met een ‘levensweg’ te maken heeft.
- Wat maakt zo’n ‘weg’ krom?
- Wat bedoelt men met een ‘rechte weg’?
- Hoe kan men een kromme ‘weg’ recht krijgen?





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Bekeer u! Maak de paden recht!

Op deze tweede zondag van de Advent
treedt Johannes de Doper naar voren.
Zijn oproep weerklinkt vandaag over de stad waar wij wonen,
zoals eertijds over de Jordaanvallei nabij Jeruzalem:
"Bekeer u! Bereid de weg van de Heer! Maak de paden recht!"
Dat betekent dat wij in ieder geval hoopvol mogen uitzien
naar een nieuwe komst van onze reddende God in ons hart,
maar ook dat wij die komst
kunnen voorbereiden en mogelijk maken
door onze innerlijke houding te veranderen, te bekeren.

Misschien denken wij toch wat te vlug
dat wij eigenlijk niet veel bekering nodig hebben.
Maar het is juist tegen de zelfgenoegzaamheid
van diegenen die menen dat zij het eigenlijk nog niet zo slecht doen,
dat vandaag het scherpe verwijt klinkt van de Doper:
"Bekeer u! Het is hoog tijd! De bijl ligt aan de wortel!"
Zijn dreigementen zijn niet bedoeld
om ons te doen ineenkrimpen van schrik,
maar integendeel om ons wakker te schudden.
De goede vruchten mogen nu echt niet lang meer
op zich laten wachten. De tijd dringt!

Wat staat er ons dan nu zo dringend te doen om ons te “bekeren”?

Bekering betekent de dagelijkse aandacht van ons leven
meer keren in drie richtingen,
drie prioriteiten weer centraal stellen:
God, onze eigen eerlijkheid en onze hulp aan de zwakkeren.

Eerst en vooral een ommekeer, weg van onze zelfingenomenheid,
meer naar God toe.
Een verbondenheid dus,
meer met Diegene die ons het echte leven brengt,
dan met de afgoden die bij ons stilaan zijn binnengeslopen.
Johannes wordt voorgesteld als de ‘nieuwe Elia’,
de grote profeet die erin geslaagd was
het Joodse volk terug te brengen van de afgoderij aan Baäl
naar het geloof in de ware God.
Welke zijn dan in onze tijd de moderne afgoden,
die in ons leven zijn binnengeslopen,
en waarvan Johannes ons vandaag wil bevrijden?
Heden ten dage is dat misschien wel
onze overdreven zucht naar onafhankelijkheid en vrijheid.
Op zichzelf zeker een goede eigenschap, maar wij kunnen
de zucht naar autonomie zo gaan overdrijven,
dat die eigen vrijheid een absolute must wordt, een afgod, en dus
een hinderpaal om de trouwe samenhorigheid te beleven
met diegenen die ons graag zien.
Een andere moderne afgod is wellicht het overbenadrukken
van onze eigen rechten, zonder aandacht
voor de plichten of de verantwoordelijkheid die wij hebben
tegenover diegenen met wie wij dagelijks samenwerken.
Of misschien het moderne “doemdenken”,
een gedachtestroom die op voorhand niet wil aanvaarden
dat er in onze wereld een diepere zin en eenheid zou kunnen bestaan,
maar die zegt zeker te zijn is dat alles zal verdwijnen in het niets.
Van die moderne afgoden wil Johannes ons bevrijden
en hij wil ons terugbrengen naar de enig ware God van ons leven:
naar Diegene die ons telkens opnieuw hoopvol op weg zet
om onze aarde mee om te vormen tot een rijk
waar mensen samenleven in grotere gerechtigheid en vrede.
Wij worden uitgenodigd van ons hart weer een woning te maken
waar die God een ereplaats krijgt.
In de Adventstijd zullen wij dus weer proberen
wat meer tijd te maken voor gebed en evangelielezing,
voor bezinning en overleg met onze God
over de belangrijke beslissingen en opties van ons leven.

Bekering betekent ten tweede
een ommekeer weg van onze leugenachtigheid
terug naar meer eerlijkheid over en in onszelf.
Johannes roept ons op
onze innerlijke kronkelpaden recht te trekken,
de dubbelzinnigheden en de compromissen op te heffen
waarin wij ons de laatste tijd hebben gekronkeld
om ons tweeslachtig gedrag te verrechtvaardigen.
Er komen namelijk wel eens periodes in een mensenleven
waarin men verlangt te proeven van alle mogelijke ervaringen
en dan nog wel terzelfder tijd.
Maar dit leidt onvermijdelijk tot illusies,
tot hypocrisie en tot dubbelzinnigheden.

Johannes herinnert er ons aan
dat een hiërarchie van waarden levensnoodzakelijk is;
dat er dingen in ons leven van allereerste prioriteit zijn,
andere een secundair belang hebben
en nog andere duidelijk bijkomstig blijven.
Wat allerbelangrijkst is, verdient dan ook de meeste tijd en energie:
de liefde in ons gezin, de aandacht voor de kinderen,
de edelmoedige en eerlijke inzet voor ons beroep.
En daarvoor moet desnoods wijken wat secundair is,
onze ontspanning,
of wat duidelijk bijkomstig is, onze individuele pleziertjes.
Alles samen willen beleven en met even grote intensiteit
brengt ons tot dubbelzinnigheid en huichelarij.
Neen, echt leven vraagt keuzes, dus mét prioriteiten en mét grenzen.
Advent is de tijd om onze belangrijke levenskeuzes te vernieuwen,
zodat wij opnieuw gaan handelen
in grotere echtheid en eerlijkheid met onszelf.

Bekering betekent te derde
een ommekeer weg van onze zelfzucht, meer naar de anderen toe.
Johannes roept ons op
goede vruchten van dienstbaarheid voort te brengen.
Dit is de tijd om nieuwe kansen te geven aan armen en kleineren,
om te delen met de zwakkeren uit onze buurt.
Wij zullen Gods paden recht maken als wij opnieuw durven
rechtvaardig zijn, ook tegenover de geringen, diegenen
die weinig kunnen laten gelden om hun rechten te verdedigen.
Dit is de tijd om de mensennood te lenigen
van wie aan de rand gesukkeld is.
In de Advent zal ‘Welzijnszorg’ onze hulp nodig hebben.
Hoe zou God mens kunnen worden onder ons,
als wijzelf niet méér mens worden voor elkaar?

Dit is de bekering, de innerlijke verandering
waartoe Johannes ons vandaag oproept:
ommekeer tot God, ommekeer tot eerlijkheid in onszelf,
ommekeer tot de zwakkeren in onze buurt.
Wij weten het op voorhand: de vreugde van Kerstmis wordt ervaren
door diegenen die zich in deze adventsweken voorbereiden,
niet alleen op een feest van geschenken en lichtjes, maar vooral
op een viering waar de Liefde weer mag geboren worden,
op de eerste plaats in ons eigen hart, en dus ook in onze wereld.



Marc Gallant

Monnik te Orval



Een tweede Elia (2013)

In profetische stijl richt Johannes de Doper zich in één trek tot de priesterkaste van de Sadduceeën en tot de Farizeeën, de geestelijke lekenleiders van het volk. 'Adderengebroed', sneert hij. Dat is echt geen 'captatio benevolentiae', geen 'bede om een gunstig gehoor' waar de Latijnse redenaars van hielden om de luisteraars voor hun betoog te winnen. Hij schopt tegen heilige huisjes. Hij bedreigt met de toorn van God, niets minder dan dat, terwijl de Joden dachten dat God zijn toorn alleen tegen de heidenen richt. Johannes kan zich dit permitteren. Matteüs schildert hem immers af als een tweede Elia: 'Hij droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde zich met sprinkhanen en wilde honing” (vgl. 2 Koningen 1,8). En Elia nam nooit een blad voor zijn mond …

Er moet evenwel wel een reden zijn om de 'zonen van Abraham' uit te maken voor 'zonen van het serpent', 'zonen van de duivel'. Zoals de profeten die hem voor zijn geweest, hekelt Johannes de hypocrisie van een louter uiterlijk religieus gedrag (vgl. Amos 5,21-27; Jesaja 1,10-20; 29,13-14; Jeremia 7.1-8,3). Het is diepgaand leugenachtig. De godsdienst herleiden tot het onderhouden van door de Wet voorgeschreven geboden, leidt gemakkelijk tot een zelfgenoegzame houding waar men zich afdekt door het onderhouden van voorschriften. Het kan zelfs verworden tot de misprijzende zelfzekerheid van het moordbereid godsdienstfanatisme.
Je komt er niet klaar mee door bij jezelf te zeggen: “Wij hebben Abraham als vader” (Matteüs 3,9). Wanneer de joden die zelfgenoegzame uitdrukking nog eens bij Jezus aanhalen (Johannes 8, 39), krijgen ze hetzelfde verwijt van leugenachtige hypocrisie te horen: 'U bent zonen van de duivel… Vanaf het begin stond hij de mens naar het leven … hij is een geboren leugenaar' (Johannes 8, 44).

Zo worden we van de aanvang af geplaatst voor de allereerste vereiste van het evangelie: zich in waarheid tegenover God te stellen. Onze godsdienstige houding moet authentiek zijn. Zelfs als het van God ontvangen is, kan het geloof verworden tot een valse zelfverzekering. Johannes ontkracht deze illusie terstond: “Wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?”. Bekering is de voortdurende invraagstelling om zich in waarheid tegenover God te plaatsen.

De primordiale bekoring van de mens, is zich naar zichzelf toe te keren in plaats van naar God. De mens is wel geen zonnebloem, maar uiteraard een zich naar God wendende ‘godsbloem’. Wanneer Jezus zegt: 'Wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan” (Marcus 10, 15), drukt Hij de houding uit van ‘ommekeer’, 'bekering'. Om te overleven is een kindje totaal afhankelijk van zijn ouders. Tegenover God zijn we in een conditie van totale afhankelijkheid. Alles wat we zijn hebben we gratis van Hem gekregen, te beginnen met onze vrijheid die ons maakt tot zijn beeld.
Genade is nooit een beloning voor een verdienste. Het vraagt een héle ommekeer om dat werkelijk te geloven. Die bekering ligt aan de basis van een echte godsontmoeting. Op een of andere manier zit het in ons ingebakken dat we iets krijgen omdat we dat verdiend hebben, omdat we daar recht op hebben. Niets kan duidelijker maken dat het vertrekpunt bij de ander ligt, en niet bij ons, dan wanneer iets gratuit is en geen beloning. Gratuïteit wendt ons naar de gevende bron. Bekering is bewust aanvaarden alles van God te ontvangen.
Bekering maakt een mens dan ook vrij om zijn antwoord vanuit dezelfde houding te formuleren. Zijn antwoord, zijn inzet, is niet bedoeld om iets af te kopen. Gratuïteit roept vrijheid op: het gaat om een keuze die met liefde te maken heeft. We moeten als mens opgeven om God te willen inhalen met onze liefde. God is altijd eerst en die plaats staat Hij nooit af. Onze liefde is steeds wederliefde, vreugde voor de gaven die Hij ons in handen geeft.

De bekering, dit ons steeds weer, als een ‘Godsbloem’, naar God wenden, is het startpunt dat ons voorbereidt op de komst van Jezus. Hij komt ons melden dat God liefde is, Gratuïteit. Buiten die houding vallen we steeds terug in egocentrische zelfgenoegzaamheid waar God de toeschouwer van mag zijn.



Bekeer u (2016)

De eerste christenen moesten zich situeren tegenover de leerlingen van Johannes de Doper die ze op hun weg ontmoetten. Wat is de relatie tussen Johannes de Doper en Jezus? De evangelieteksten geven ons een echo van het debat tussen de christelijke interpretatie van de zending van de Doper, en de opvatting van zijn volgelingen. De evangeliën zien de profetie van Jesaja verwezenlijkt in de Doper: hij is het die de weg voor de Messias voorbereidt (Jesaja 40, 3). Voor de evangeliën geeft alleen het doopsel van Jezus de Heilige Geest. Jezus zelf ontvangt de Heilige Geest na zijn doop, als Hij uit het water stapt (Matteüs 3, 16; Marcus 1, 10) of aan het bidden is (Lucas 3, 21). Waarschijnlijk was er tussen Matteüs’ leerlingen in Syrië en de volgelingen van de Doper enige rivaliteit. Daarom is Matteüs nauwkeuriger dan Marcus en Lucas. Deze stellen dat “Johannes een doop verkondigde van bekering tot vergeving van zonden” (Marcus 1, 4; Lucas 3, 3). Voor Matteüs geeft het offer van Christus, en niet het doopsel van Johannes vergeving van de zonden (vgl. Matteüs 26, 28).
Het dossier over Johannes de Doper zal afgesloten worden in de Handelingen, wanneer Paulus vaststelt dat de leerlingen van de Doper zelfs niet eens weten dat er een Heilige Geest is. Als Paulus hen doopt, ontvangen ze de Heilige Geest (Handelingen 19, 1-6). Het is de gave van de Heilige Geest, die het verschil uitmaakt tussen de doop van Johannes en de christelijke doop. Overigens heeft Jezus niet gedoopt tijdens zijn prediking. Het is pas na de gave van de Heilige Geest op Pinksteren dat de apostelen beginnen dopen.

Matteüs vat de boodschap van de Doper samen in een: "Bekeert u, want het koninkrijk van God is nabij” (v. 2). Zijn verwijzing naar Jesaja (40, 3) kenschetst de zending van de Doper: Israël werd geboren tijdens de exodus in de woestijn. Nu moet Israël herboren worden en luisteren naar iemand die roept in de woestijn om de koninklijke komst van God voor te bereiden. Jezus zal daar zelf gevolg aan geven door zijn doopsel en zijn verblijf in de woestijn.

Matteüs beschrijft Johannes: zijn kledij (v. 4) doet denken aan de oude profeten, en in het bijzonder aan Elia (cf. 2 Koningen 1, 8) waarvan de terugkomst, volgens de joodse traditie, de tussenkomst van God zou voorafgaan (vgl. Maleachi 3, 23). Sprinkhanen (geroosterd!) en wilde honing staan hem toe te overleven in de woestijn. In die tijd trekken groepen baptisten zich terug in de woestijn, niet alleen om terug te keren naar het ideale Bijbelse tijdperk, maar ook omdat ze weigeren een beschaving te aanvaarden die door God veroordeeld zou zijn. Jezus zal afstand nemen van die afwijzing.

Na Johannes geportretteerd te hebben, rapporteert Matteüs zijn prediking (v. 5-12). Nu eerst vernoemt hij het doopsel. Terwijl zijn cliënteel voor de doop opdaagt voor een ritus, spreekt Johannes van bekering. De terugkeer naar God om zijn vergeving te verkrijgen, werd uitgedrukt in de zondebelijdenis (vgl. Psalm 32, 5). In het jodendom werd de zondebelijdenis in bepaalde omstandigheden beoefend, bijvoorbeeld tijdens de liturgie van verzoening (cf. Leviticus 5, 5-6, 26, 40, enz.), of bij de vernieuwing van het Verbond (vgl. Ezra 10, 1-5). In zijn prediking komt de Doper altijd terug op de bekering, de terugkeer naar God.

Matteüs wendt zich vanaf het begin van zijn evangelie tot zijn joodse broeders. Hij geeft ons de woorden weer die Johannes richt zich tot de Farizeeën en Sadduceeën, de twee meest invloedrijke religieuze bewegingen van zijn tijd. “Adderengebroed". Deze harde uitlating zal nog tweemaal klinken in de oren van de Farizeeën (Matteüs 12, 34 ; 23, 33). Hoe zouden de adders met hun giftige beet aan het dreigende oordeel ontsnappen? Johannes richt zich tot hen met een dubbele bedreiging.

Eerst zwaait hij met bijl en vuur tegen de bomen die geen goede vrucht voortbrengen (v. 8-10). Dit werkwoord 'voortbrengen' was van essentieel belang voor de Jood en voor de kandidaat tot het Jodendom: zich bekeren bestaat er niet in de juiste dingen te denken of te zeggen over de ware God, maar in het volbrengen van wat er verwacht wordt van de mens die de wil van God doet: die is de ware "zoon van Abraham" (v.9). En dat is ook zo voor de ware leerling van Jezus, zal Matteüs daar later aan toevoegen (vgl. Matteüs 7, 21 en 24). Johannes de Doper stelt de eis van een effectieve bekering tegenover het idee dat de doopritus automatisch zou redden.
De tweede bedreiging gaat verder (v.11-12). Voor Johannes is zijn doopsel slechts een voorbereiding. Want, zegt hij, “degene die na mij komt” zal dopen in water en de Heilige Geest. Hij, Johannes is niet waardig hem zijn sandalen uit te doen. Dit is een uitdrukking die verwijst naar de rol van de leerling. De rollen zijn duidelijk omgedraaid: het is niet Jezus, die een leerling is van Johannes, maar Johannes die verklaart leerling te zijn van Jezus !

Het doopsel, hetzij dat van Johannes of dat van Jezus, zal de mens niet redden zonder de mens. De ritus moet vergezeld gaan van een persoonlijke bekering die “vruchten" draagt. De boom zonder vruchten is het geloof dat geen doorslag geeft in het leven.
De ware vrucht bestaat uit daden van naastenliefde. De tijd van de Advent nodigt ons uit ons te bekeren tot de liefde: dat is de sterkste oproep tot de komst van de Heer.