Loading...
 

2e zondag van de veertigdagentijd A - eerste lezing

2 Kamelen

ABRAHAM TROK WEG
ZOALS GOD HEM HAD OPGEDRAGEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Genesis 12, 1-4a: De roeping van Abraham

De tekst

Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Marcus 10, 17-25)

Op een dag zegt God tegen Abram:
‘Trek weg uit uw land, uw stam en uw huis,
en ga naar het land dat Ik u zal tonen.’
Toen ging Abram weg naar Kanaän
met zijn vrouw Sarai en met Lot,
de zoon van zijn broer,
met al hun bezittingen
en met degenen
die zij in Haran in dienst hadden genomen.



Stilstaan bij ...

Zeggen
Wat God zegt, is eerder een roep, een vraag. Dat God mensen op die manier aanspreekt, komt regelmatig voor in de bijbel: Mozes wordt geroepen om het volk van God uit Egypte te leiden
Samuel, Jeremia, Jesaja, Hosea ... worden geroepen om de mensen in naam van God toe te spreken.
Het zijn steeds verhalen waarbij de mens ervaart dat God hem roept uit zijn situatie, een situatie die meer beantwoordt aan wat God wilt, droomt voor de mens.


Heer
Gewoonlijk is ‘Heer’ een respectvolle manier om iemand aan te spreken.
De joden gebruiken het woord ‘Heer’ ook wanneer ze over God spreken. Want uit eerbied voor God willen ze zijn eigen naam niet uitspreken.


Abram / Abraham (= vader van vele volkeren)
Abraham leefde rond 2000 voor Christus. Hij werd begraven in Hebron.
Met hem begint de eigenlijke geschiedenis van het joodse volk. Daarom wordt hij hun stamvader genoemd. De verhalen over hem, werden verzameld in het boek Genesis rond 1000 voor Christus, toen David koning van Israël was.
In de Bijbel wordt aanvankelijk over Abram, later over Abraham gesproken. Deze naamswijziging valt samen met het ingaan op de roep van God.

Abraham wordt door zowel joden, christenen als moslims gezien als hun stamvader:
. voor de joden begint met hem het joodse volk;
. voor christenen is Abraham hun geestelijke voorvader. Paulus noemt hem ‘de vader van het geloof’. (Romeinen 4; Galaten 3, 7)
. volgens moslims werd de Kaäba in Mekka door Abraham gebouwd, samen met zijn zoon Ismaël, de voorvader van de Arabieren.
Lees meer


Trek weg
Deze roep van God om het vertrouwde land te verlaten, staat niet los van de belofte die God doet: ‘Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken.’


Land
Dit land wordt later het ‘Beloofde Land’ genoemd.


Zegenen
Iemand alle goeds toewensen: leven, vruchtbaarheid en geluk.


Vervloeken
Iemand kwaad toewensen.



Als je deze tekst vertelt ...

... vergeet dan niet dat deze tekst al heel oud is, waardoor heel wat elementen die het individu ‘Abraham’ konden kleuren, vervaagd zijn, waardoor Abraham nu een super-gelovige lijkt.





Bij de tekst

Context

Abram en Sarai hebben geen kinderen. Dat betekende in hun tijd dat dat ze niemand zullen hebben die voor hen zorgt als ze oud zijn. Abram en zijn vrouw zetten dus heel wat op het spel als ze de rest van hun familie achterlaten en verder trekken.



Een roepingsverhaal

Met deze belofte van God, komen in de bijbel teksten die meer historisch zijn dan de vorige. Dat waren vooral mythologische teksten die te vinden zijn in de elf eerste hoofdstukken van Genesis, het eerste boek van de Bijbel.

Abraham laat zijn land achter en trekt weg met Sara, zijn vrouw die geen kinderen kon krijgen. Hij baseert zich hiervoor op de belofte van God van een nieuw land en een talrijk nageslacht. Omwille van dit onvoorwaardelijk geloof noemt Paulus hem: ‘Vader van de gelovigen’ (Romeinen 4; Galaten 3, 7)

Dit roepingsverhaal van Abraham is tot zijn kern herleid: God roept Abraham naar het Beloofde Land en Abraham gaat in op die roep. Elke mogelijke individuele inkleuring is door het vele vertellen en doorvertellen verloren gegaan. Een groot verschil met het roepingsverhaal van Mozes waarin men kennismaakt met de aarzelingen en twijfels van Mozes.

Lees meer over roepingsverhalen.





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Abraham

Heel lang geleden, nog lang voor Jezus leefde, waren er al mensen die in één God geloofden.
Eén ervan is heel goed bekend: Abraham.
Over Abraham worden veel verhalen verteld. Zo vertelt men:
Op een dag zegt God aan Abraham:
'Ga weg uit je land, uit je huis. Ga naar het land dat Ik je zal tonen.
Je zult de vader worden van een groot volk. Ik zal altijd bij jou zijn.'
En Abraham doet wat God van hem vraagt.
Samen met Sara, zijn vrouw, met alle mensen die bij de familie horen
en zijn kuddes dieren, gaat hij op weg naar het land dat God hem beloofd heeft.
Na lang stappen komen ze aan in het land dat God hem beloofde. Het heet Kanaän.
Abraham is heel blij. Daarom bouwt hij een altaar om God te danken.
Toch is Abraham ook wat verdrietig.
God had hem beloofd dat hij de vader zou worden van een groot volk,
maar Abraham is intussen heel oud geworden en heeft nog steeds geen kinderen.
Op een avond zegt God: 'Kijk naar de hemel en tel de sterren die je ziet.
Wel, zoveel sterren er aan de hemel zijn, zoveel kinderen en kleinkinderen
en alle kinderen en kleinkinderen die zij zullen krijgen... zul je krijgen.’
En God doet wat Hij zegt.
Een jaar later krijgt Sara een zoon. Sara noemt hem Isaak.





DOEN

Collage

De tocht

Laat de kinderen een tekening maken van deze uittocht.
Drie kinderen tekenen Abraham, Sara en Lot.
De andere kinderen tekenen elk een dier dat meeging met Abraham (kameel, schaap, koe ...)
Knip de tekeningen uit en kleef ze op een groot blad papier (bv. blauw kaftpapier) na elkaar. Abraham en Sara voorop, Lot helemaal op het einde en de dieren tussenin, als een lange karavaan.



Het Beloofde Land

De kinderen bedenken hoe het Beloofde Land eruit ziet.
Daarna zoeken ze in tijdschriften naar kleuren en voorwerpen die kunnen helpen om dit Beloofde Land te illustreren.



Kleuren

Abraham En Sara
Maak gebruik van dit werkblad.


Abraham Klpl
Maak gebruik van dit werkblad.





Grote kinderen

VERDIEPEN

Gesprek: God roept

(Hemel en aarde, zomer 2005, p. 22; 36)

Mensen weten zich soms geroepen. Iets of iemand, groter dan een mens, drijft hen en trekt hen in een richting. In de bijbel en in het christelijk geloof wordt die kracht beleefd als God.


Mogelijkheid 1
Vertel dat Abraham op een dag vertrok met zijn vrouw, familie, bedienden en al zijn dieren. Hij wist niet waarheen, maar God had hem een land beloofd, een land en kinderen.
De vriendin van Sara en de vader van Abraham bleven achter.
Vraag dan aan de kinderen:
Stel je nu voor dat je de vriendin van Sara bent, wat zou je Sara dan nog willen zeggen of vragen?
Of stel dat je de vader van Abraham bent, wat zou je nog aan hem willen zeggen of vragen?




Mogelijkheid 2
De reis van Abraham was een enorme onderneming. Bovendien wist hij helemaal niet of hij wel welkom was in het nieuwe land. Toch ging hij, omdat hij voelde dat God hem riep. God geeft zelfs geen enkele reden in het verhaal. Dat vereist nogal vertrouwen.

Zouden de kinderen naar een ander land vertrekken als iemand zou zeggen dat dat moest?
Wie zouden ze vertrouwen?

Eventueel: kort gesprek over verhuizen:
- Wie is er wel eens verhuisd?
- Was het moeilijk om alles achter te laten?
- Waar verheugde je het meest op?
- Was er ook iets waar je bang voor was?

Wijs twee kinderen aan. De een is Abraham, de ander iemand die het maar raar vindt dat Abraham zomaar gaat.
Laat Abraham uitleggen waarom hij gaat.



In de voetsporen van Abraham ...

(Bron: 'Regenboog 3a' p. 42)

Footsteps

Elk kind lijnt een voet af op een blad papier of karton en knipt die 'voetstap' uit.
Leg uit: 'Wie gelovig is, moet net zoals Abraham nieuwe wegen durven gaan. Wie gelovig is, droomt van 'een land', van een wereld die er ooit komt als mensen opstaan en aan de slag gaan.
Willen we eens nadenken over 'dat land', waar wij naartoe willen trekken.
- Hoe droom jij dat land?
- Hoe zou de wereld er voor jou best kunnen uitzien?
- Wat is jouw diepste wens? Denk daar eens over na en schrijf die wens, die droom op jouw voetstap.





INLEVEN

Abraham neemt mee ...

Nadat je over Abraham verteld hebt, laat je de kinderen in een kring een voor een zeggen:

Zeg eerst voor:
'Abraham gaat naar het Beloofde Land en hij neemt mee: (bv) een tent
Kind 1 zegt 'en' en vult aan:
'Abraham gaat naar het Beloofde Land en hij neemt mee: een tent, (bv) een kameel
Kind 2 zegt 'en' en vult aan:
'Abraham gaat naar het Beloofde Land en hij neemt mee: een tent, een kameel, (bijvoorbeeld) zijn vrouw
Kind 3 ...

Voorbeelden om verder in te vullen: zijn neef, een schaap, geiten, eten, dekens, vuur ...

Deze activiteit is een speelse werkvorm die de kinderen doet inleven in wat zo'n 'verhuis' met zich kan meebrengen.




TIPS
Met kinderen die 10 jaar en ouder zijn, kun je dezelfde activiteit overdoen met de vraag om erop te letten dat wat Abraham meeneemt dingen zijn die niet te zien zijn, maar toch heel belangrijk.
Bespreek best even vooraf met de kinderen wat dit kan zijn.
Bijvoorbeeld: vriendschap, liefde, eerlijkheid, rechtvaardigheid, solidariteit, verdraagzaamheid, vrede...
Het spel is dan een speels hulpmiddel om deze woorden in het geheugen vast te zetten.

Het gaat er niet om dat de kinderen een goed antwoord geven, maar dat ze zich realiseren dat je niet zomaar alles achterlaat.

Vraag na de uitleg of het moeilijk was om het aan de ander uit te leggen en waarom.
Herhaal dit met andere kinderen.





Jongeren

VERTELLEN

Abraham en God

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Uitgeverij Averbode, 2007, p. 69)

Toen Abraham, de stamvader van de joden, geboren werd,
vluchtte zijn vader met hem in een grot,
omdat Nimrod, een wrede koning, hem wilde doden.
Want men had aan Nimrod gezegd:
‘De nakomelingen van Abraham zullen uw volk veroveren.’
Daarop besloot Nimrod alle jongens te doden.

Abraham zag jarenlang geen daglicht.
Toen hij voor het eerst de zon zag, riep hij verbaasd:
‘Zoveel licht kan alleen diegene verspreiden
die de wereld regeert!’
En Abraham boog diep voor de zon.

Maar ’s avonds ging de zon onder.
Aan de hemel verscheen de maan, begeleid door sterren.
Abraham dacht: ‘Ik heb me vergist.
Dit licht is machtiger.
Het is wel kleiner en zwakker dan het vorige,
maar het wordt door duizenden stralende helpers begeleid.’
Abraham hief de handen op naar de hemel
en prees de maan.

Toen het morgen werd,
verdween de maan en kwam de zon weer op.
‘Wat vreemd,’ dacht Abraham,
‘die twee lossen elkaar precies af.
Ze zijn zeker het eigendom van een macht,
die sterker is dan zij,
een groot heerser,
aan wie alles onderworpen is.’

Zo ontdekte Abraham God.
Maar hij zei er niets over aan niemand.
Ook niet aan zijn vader.

Naar een joods verhaal




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 18 maart 2015, p. 1)

In de godsdiensten van de landen waar de Israëlieten vroeger mee te maken hadden, vereerden de mensen natuurfenomenen als een god. Zo vereerden ze de zon, de maan, de planeten, de regen, de vruchtbaarheid ... Men bouwde er tempels voor, bracht ze offers en organiseerde er feesten voor om ze gunstig te stemmen en weldaden te bekomen.
De Israëlieten hadden een heel andere kijk op God. Dit kun je merken in het scheppingsverhaal dat ze vertelden. Ze zegden erin dat zon en maan door God geschapen werden als lampen aan de hemel om de dag en de nacht aan te duiden, de tijd en de belangrijke feesten. God was voor hen Degene die alles in gang zet en in gang houdt. Je kunt dit ook terugvinden in het verhaal hierbij.
En je vind het ook terug in de geloofsbelijdenis: 'Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.' Daarmee zeggen we dat God aan de bron staat van alle leven, iets wat gevolgen heeft voor de manier waarop wij met leven omgaan.

De Bijbel maakt dit duidelijk met een heel bijzonder verhaal. Daarin wordt verteld dat God op een dag aan Abraham vroeg om zijn zoon Isaak te doden als offer voor Hem. Abraham ging op die vraag in zonder te verpinken: hij kloofde hout voor de brandstapel, zadelde zijn ezel en ging samen met zijn zoon een berg op om hem te offeren. Wij zouden zo'n opdracht onmenselijk vinden en zelfs een reden om niets meer met zo'n God te maken te willen hebben.
Maar dit verhaal heeft een bijzondere ontstaansgeschiedenis. In het Beloofde Land, waar Abraham naartoe was gegaan, was kende men het gebruik om de eerstgeborene van een gezin of van een kudde te doden en aan een god te offeren. Dat was de manier waarop mensen de vruchtbaarheid van de vrouw of de kudde wilden bekomen. De profeten in het Oude Testament hebben zich heel erg verzet tegen deze gruwelijke manier van doen, want die strookte niet met hun geloof in God als schepper van alle leven. Daarom vertelden ze dat Abraham van God de opdracht kreeg om zijn zoon te offeren. En dat op het moment dat hij dat offer wilde uitvoeren, een engel vanuit de hemel riep dat God dit niet wilde. Toen zag Abraham een ram en droeg dat als brandoffer op in plaats van zijn zoon.
Wanneer het gebruik van de kinderoffers in de vergetelheid was geraakt, werd dit een bijzonder vreemd en wreed verhaal. Eeuwenlang heeft men daarom bij het vertellen ervan de aandacht getrokken op het onwrikbare geloof van Abraham in God als voorbeeld voor wie dit verhaal beluisterde.



Abraham wil weg

(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 8 maart 2017, p. 1)

Abraham zat in de winkel van zijn vader Terach.
Een winkel met allemaal beelden en beeldjes van goden uit de buurt.
Daar had Abraham zo zijn bedenkingen bij:
‘Stel je voor dat iemand van vijftig of zestig jaar zo’n beeldje koopt.
Toch wel wat zielig dat zo iemand wil buigen
voor een beeld dat maar een paar dagen oud is.’

Op een dag kwam een vrouw in de winkel
met een mandje brood in haar hand.
‘Abraham, wil je dit brood aan de goden geven?’ vroeg ze.
Toen de vrouw weg was, stond Abraham op.
Hij nam een hamer en sloeg alle beelden stuk, behalve de grootste.
Voor dat beeld legde hij zijn hamer.

’s Avonds kwam zijn vader terug. Hij zag de brokstukken.
‘Wat is hier gebeurd?’ vroeg hij.
‘Een vrouw kwam met een mandje brood’, zei Abraham.
‘Ze vroeg me om het brood te geven aan de goden.
Maar toen ik dat deed, zei elk beeld: “Ik wil het eerst eten.”
Dan stond de grootste beeld op en sloeg met een hamer alle andere stuk.’

'Wat probeer je me toch wijs te maken?' vroeg Terach,
‘Beelden kunnen niet denken
en spreken kunnen ze ook niet!’
‘Luister even naar wat je zelf zegt’, zei Abraham,
‘als godenbeelden niets kunnen,
waarom zouden wij ze dan moeten aanbidden?’

Met grote stappen liep Abraham naar huis.
‘Kom’, zei hij tegen zijn vrouw Sara, ‘we gaan hier weg!'
'We gaan naar een land, waar de echte God is.’
Ze pakten al hun bezittingen bijeen
en vertrokken de volgende dag vroeg in de morgen.
Ze gingen op weg naar dat land.
(naar Midrasj Bereishit 38, 13)




Overweging bij het verhaal
C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 8 maart 2017, p. 1

Het verhaal hierbij is een midrasj.
Dat is verhaal dat joodse rabbijnen vertellen
om de Bijbel beter te kunnen verstaan.
Met deze midrasj over Abraham probeerden ze een antwoord te geven
op de vraag waarom Abraham op een dag uit zijn land wegtrekt.

Geconfronteerd met de vele vluchtelingen naar Europa,
kunnen we ons daar nu gemakkelijk een voorstelling bij maken.
Misschien was er hongersnood in het land waar Abraham woonde,
of was er niet genoeg graasland voor de dieren …
of waren er overstromingen, of oorlog, of …

Waarom Abraham uiteindelijk uit zijn land wegtrok …
daar kan men nu alleen maar naar gissen.
Maar de Bijbel zag er wel altijd de hand van God in
en vertelt dat Abraham beantwoordde aan de opdracht van God:
‘Trek weg uit je land, en ga naar het land dat Ik je zal tonen.’

Joodse rabbijnen vonden die tekst in de Bijbel
heel waarschijnlijk veel te beknopt.
Daarom vertelden ze in een nieuw verhaal waarom Abraham weg wou.
Een geschikte gelegenheid om het over geloven te hebben,
zullen ze gedacht hebben.

Voor Abraham was geloven niet zomaar
zonder nadenken een beeld vereren en daar offers voor brengen.
Hoe mooi beelden ook kunnen zijn,
het blijven voorwerpen die door mensenhanden gemaakt zijn.
God was voor Abraham een levende God.

De hele Bijbel door wordt dit als refrein herhaald:
God is een God die leven wil:
een kwaliteitsvol leven zonder onderdrukking,
zonder ziekte of handicap
zelfs een leven over de dood heen.





SPREKEN MET BEELDEN

Het 'land' van God

Dit verhaal van Abraham
is een verhaal dat zegt wat geloven is.
Het is wegtrekken uit 'zijn eigen' land
om te gaan wonen in het land van God.
Maar omdat men van het 'land van God'
heel vaak 'zijn eigen' land maakt
worden mensen telkens opnieuw opgeroepen
om weg te trekken.





Overwegingen

Paul Kevers

God roept Abraham

(P. KEVERS in Samuel Plus, Uitgeverij Averbode, januari 2007)

Abraham gelooft in één God en niet in vele goden zoals men dat vroeger deed. God roept hem naar een land dat Hij hem belooft.
Het korte verhaal over de roeping van Abraham is zeer rijk aan inhoud en bevat eigenlijk heel de Bijbel in een notendop.
God wordt ervaren als een stem die mensen aanspreekt. Een stem die opklinkt uit heel concrete ervaringen en die ook beluisterd kan worden in het innerlijke van de mens. Die stem is een oproep: 'Trek weg uit uw land', maar ook een belofte: 'Ik zal een groot volk van u maken, Ik zal u zegenen'. God treedt men mensen in gesprek. Hij wil verbondenheid.
Hij is 'een woord dat antwoord vraagt'. Het verhaal laat ook zien wat geloven is. Abraham gaat op weg en vertrouwt zich toe aan de Stem.

Geloven is wegtrekken uit vastgeroeste situaties, in het besef dat dit Gods wil is, en op weg gaan in het vertrouwen dat God gids en zegen zal zijn. Abraham gaat in op Gods roeping. Zo wordt hij de eerste van een langer rij gelovigen, 'die vertrokken zonder te weten waarheen, maar die uitzagen naar de stad met fundamenten (brief aan de Hebreeën 11, 8-10).
Ten slotte biedt dit verhaal uit het eerste Bijbelboek al uitzicht op wat er verderop in de Bijbel zal gebeuren. Het verhaal van de Bijbel begint als een familiegeschiedenis. In de tijd van Mozes en de uittocht wordt het de geschiedenis van het volk Israël ('Ik zal een groot volk van u maken'). In de tijd na de ballingschap en in het Nieuwe Testament wordt het een verhaal dat heel de mensheid aangaat ('Door u zal zegen komen over alle volken der aarde').