Loading...
 

2e zondag van de veertigdagentijd A B C, 6 augustus: gedaanteverandering van de Heer

Zon

ZIJN GELAAT
BEGON TE STRALEN
ALS DE ZON ...


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Gedaanteverandering van de Heer

Matteüs 17, 1-13; Marcus 9, 2-10; Lucas 9, 28b-36

De tekst

Stilstaan bij enkele woorden

De berg
Foto van de berg Tabor
Geen enkel evangelie vermeldt de naam van de berg waarop de leerlingen Jezus in zijn heerlijkheid zagen. Maar al heel lang (vanaf de tijd van Origines, rond 250 na Christus) wordt gezegd dat dit gebeurde op de berg Tabor. Die berg is 411 m hoog en ligt eenzaam in de vlakte van Jizreël, op ongeveer 16 km ten zuidwesten van het meer van Galilea.



Niemand vertellen …
Jezus wil niet dat men over Hem denkt als over de zegevierende Messias. Pas als duidelijk is dat Messias-zijn door de dood naar de opstanding gaat, mag men over Hem verder vertellen. Want dan pas kan men Hem in het juiste licht zien.



Spreken met beelden

Berg
In de Bijbel is een berg de plaats waar God zich laat kennen, waar mens en God elkaar ontmoeten:
. Mozes krijgt de tora op de berg Sinaï
. Elia komt op de Sinaï (Horeb) opnieuw op de hoogte van zijn roeping volgens de Tora
. Jezus gaat de berg op om er in het voetspoor van Mozes de Tora te realiseren.


Wolk
Verwijst naar de geheimzinnige, ongrijpbare, overweldigende aanwezigheid van God.


Tent
Symbool van Gods nabijheid bij zijn volk.
Licht – wit
Kenmerk van de sfeer van God.


Slapen
Er niet bij zijn, niet beseffen wat God aan het doen is.



Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Lucas 9, 28b-36, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijden de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over de betekenis van deze tekst




Bij de tekst

Wortels in het Oude Testament

De opbouw van deze tekst lijkt op teksten uit het O.T., vooral Daniel 10, 1-12. Zie: een man, licht en schittering, stem, vrees bij de zieners, het bevel om op te staan.
Ook aan de gebeurtenissen op de Sinaï zijn er herinneringen. Vooral met Exodus 24, 15-18: berg, wolk, angst, stem.

Het O.T. wordt in de tekst zelf vertegenwoordigd door:
Mozes (wet)
Volgens de traditie de schrijver van de eerste vijf boeken – de tora – waarin de wet staat van de joden.

Elia (profeet)
Vertegenwoordiger van de profeten.


Merk op
Mozes stierf aan de rand van het beloofde land – niemand kent zijn graf tot op vandaag (Deuteronomium 34,6);
Elia is naar de hemel gevaren in een wagen van vuur met paarden van vuur (2 Kon. 2,11). Zijn graf werd nooit gevonden (2 Koningen 2,17) Dat hun graven niet gevonden werden, wil zeggen dat hun woord niet zal ‘sterven’.
In deze context krijgen het lege graf van Jezus en zijn hemelvaart een bijzondere betekenis.





Bijbel en kunst

THEOFANES de Griek

Gedaanteverandering van de Heer
Icoon van Theofanes de Griek
Deze icoon werd rond 1400 geschilderd door Theofanes de Griek.
Op het eerste zicht is ze opgebouwd als een gecondenseerd stripverhaal. Halfweg de icoon zie je links, in het klein: Jezus die met zijn drie leerlingen de berg Tabor opgaat, en rechts: Jezus die met zijn leerlingen die berg terug afgaat. Centraal, in het groot, staat het gebeuren op de berg.


Maar een icoon kun je ook lezen als theologie in beelden.
Bovenaan de icoon met gouden achtergrond (zachtgroen op deze kopie): de weergave van het 'hemelse'.
Onderaan de icoon met als achtergrond de berg: de weergave van het aardse.


Bovenaan staat Jezus op een berg die zacht groen kleurt: dé kleur van leven. Hij staat er tussen Elia (met verwijzend gebaar naar Jezus - te vergelijken met het gebaar van Johannes de Doper op iconen) en Mozes (met 'boek' in de hand: de 'tafels' waarop de tien geboden staan).
Mozes vertegenwoordigt 'de wet' en Elia 'de profeten', twee belangrijke delen van de joodse bijbel (Het derde deel - de geschriften - handelt over de toepassing van de eerste delen)
Jezus heeft een stralend wit gewaad aan (wit + goud). Een manier om de verheerlijkte/verrezen Christus voor te stellen. Hij heeft in zijn linkerhand een schriftrol vast en zijn rechterhand opheft in een spreekgebaar, dat wij ook kunnen interpreteren als een zegening.
Het mandorla, de lichtzone achter Jezus, stelt God voor. De kern ervan is zwart, want God is niet te kennen. Jezus stapt ahw uit het mandorla naar de mensen toe: Hij is het zichtbare 'beeld' van God op aarde. Drie stralen die vanuit het mandorla vertrekken, raken de drie apostelen aan.

Onderaan liggen Petrus, Jacobus en Johannes op de grond. Deze drie apostelen waren de eerste leerlingen die Jezus volgden.
Petrus (links, met geel gewaad) doet het voorstel om drie tenten / hutten te bouwen. Zijn hand omhoog is het teken van iemand die het woord vraagt om te spreken)
Johannes lijkt te mediteren over het gebeuren. Maar zijn hand aan de kin kan ook het antieke gebaar van verbazing / ongeloof zijn.
Jacobus beschermt zich voor het verblindend licht.
Drie manieren waarop mensen met het bovennatuurlijke kunnen omgaan:
in actie schieten, mediteren, verblind zijn en niet goed weten wat ermee aan te vangen.



RAFAEL

Transfiguratie
Raffaello Sanzio (6 april 1483 Urbino - 6 april 1520 Rome), bekend bij zijn voornaam (toenmalige mode bij de kunstenaars), was een Italiaans kunstschilder.
Zijn laatste belangrijke werk is de 'Transfiguratie' dat pas na zijn dood gereedkwam.
Rafaël

Vaticaanse musea, Rome

In het bovenste deel van dit werk herkennen we de traditionele uitwerking van de transfiguratie, zoals dit ook op iconen te vinden is. In het onderste deel wordt de reactie van de mensen daarop weergegeven. De man links onderaan zou een evangelist kunnen voorstellen die dit gebeuren in een boek wil noteren.
Zo kun je vijf stroken terugvinden in dit werk:
. Jezus
. Mozes en Elia
. Petrus, Johannes en Jacobus
. de mensen
. een evangelist





Suggesties

Kleine kinderen

ONDERZOEKEN

Jezus ging een berg op om er te bidden ...

Wat is bidden?
Geef er eens een voorbeeld van.
Kunnen mensen zien dat je aan het bidden bent?
(sta stil bij verschillende lichaamshoudingen van biddende mensen: rechtstaan, buigen, knielen, gevouwen handen, open handen, omhoog geheven handen, ogen dicht, gebogen hoofd, opgeheven hoofd, met woorden, zonder woorden...)
Maak hierbij eventueel gebruik van het volgende werkblad.
Tot wie bidden christenen?
Wanneer bidden christenen?

Bidden is te vergelijken met spreken:

men zegt tot God wat men hoopt, gelooft, verwacht...

Bidden is ook te vergelijken met luisteren:
men probeert stil te worden om God beter te leren kennen.
Zo voelt men beter aan wat God van de mensen verwacht.

Door te bidden komen gelovigen de bedoelingen van God op het spoor.

Als ze die in hun leven toelaten, maakt dit andere mensen van hen.






Grote kinderen

VERDIEPEN

Bidden op een berg

(S. VERHULST in ZL 19, 2007, p. 11)

Jezus nam zijn beste vrienden mee om te bidden.
Waarom ging Hij op een berg om te bidden, denk je?

Waar ga jij wel eens naartoe om te bidden of om ergens over na te denken? Waarom?
Kennen jullie Mozes en Elia? Wie zijn ze en wat deden ze?
Op een berg zie je de dingen vaak veel beter.
Wat ontdekten de leerlingen op de berg over Jezus?



Hoogtepunten en dieptepunten

(inspiratie: J. BRUGMAN, Prettige zondag!, Kinderwoorddiensten voor het jaar B, Gooi en sticht - Baarn, 1993, p. 42-45)

Jezus maakt in zijn leven hoogtepunten en dieptepunten mee. Wat op de berg gebeurt is een hoogtepunt.
- Ken je ook dieptepunten in het leven van Jezus?
- Geef een voorbeeld van een hoogtepunt en een dieptepunt in jouw leven?

- Kennen jullie Mozes en Elia?
- Wie zijn ze en wat deden ze?
Op een berg zie je de dingen vaak veel beter.
- Wat ontdekten de leerlingen op de berg over Jezus?

Jezus straalt van geluk.
- Kun jij je voorstellen waarom?
(Verbondenheid met zijn Vader, dicht bij de hemel waar Hij thuishoort)

- Maken jullie wel eens situaties mee die zo fijn waren dat je ze altijd zou willen vasthouden?
- Zou het goed zijn als je dat deed? Voordelen? Nadelen?



Aan de hand van Fano

Fano Transfig Kl

Fano, een Spaans kunstenaar maakte bovenstaande illustratie nav de gedaanteverandering van Jezus.

Lees of vertel het evangelie van deze dag.
(drie apostelen zagen Jezus tussen Mozes en Elia. Ze hoorden een stem uit een wolk zeggen: 'Dit is mijn welbeminde zoon')
Traditioneel wordt dit gebeuren, dat vooral verteld wordt om de betekenis van Jezus en zijn relatie tot God te verwoorden en te verbeelden, voorgesteld zoals dat op iconen gebeurt (zie hoger).
Fano doet dat anders.

Mogelijke vragen bij het bekijken van de illustratie:
- Wat zie je op deze illustratie?
('Tabor'; figuur met driehoek achter zijn hoofd; figuur die uit het kleed van de grote figuur komt, drie mannen met baarden die naar het gebeurde kijken)

- Wie zou de kunstenaar willen voorstellen met de figuur met de driehoek achter zijn hoofd?

- Wat zou Fano willen zeggen met de 'uitgeknipte figuur'?
(de witte figuur is 'uit hetzelfde hout gesneden' als de grote figuur)

- Wat zouden de drie mannen met baarden vooral zien?
(Jezus; ook de band tussen Jezus en God)

Bezorg de kinderen de illustratie hieronder:

Fano Transfig Tek


Ze tekenen bij elk van de figuren op het blad een tekstballon, waarin ze schrijven wat die persoon denkt of zegt.





DOEN

Over bergen en dalen

De kinderen tekenen op een vel papier bergen en dalen. Ze schrijven/of tekenen bovenop de berg ervaringen uit hun leven die ze als hoogtepunt ervaren. In het dal schrijven ze wat ze als dieptepunten ervaren. Als je een golvende lijn ziet, blijkt dat het leven van mensen bestaat uit hoogtepunten en dieptepunten.





MEDITEREN

De berg opgaan

(H. Braecke)

Wie de berg opgaat,
zich in stilte terugtrekt
en zich dicht bij God mag weten en voelen,
krijgt uitzicht op wat komen moet.
Dit doet opstaan
om naar anderen toe te gaan
en Gods droom samen waar te maken.






Jongeren

SPREKEN MET BEELDEN

Een tekst vol symboolgeladen woorden

BERG

Plaats waar de hemel de aarde schijnt te raken en zo het beeld voor de ontmoeting tussen God en mens. In de bijbel is de berg de plaats waar God zich laat kennen: Mozes (Sinaï / Horeb); Elia (Sinaï / Horeb); Jezus (Tabor)
Veel kerken en heiligdommen liggen op de top van een berg.

Waar in de natuur geen bergen voorkwamen, bouwde men gebouw dat een berg suggereerde: toren van Babel (Ziggurat); piramide ...

WIT

Kenmerk van de sfeer van God.

In veel godsdiensten verwijst 'wit' naar het goddelijke. (witte stralenkrans; witte kledij ...

TENT

Symbool van Gods nabijheid bij zijn volk. (vgl tabernakel)

De tabernakel was de tent waarin het joodse volk tijdens de uittocht uit Egypte de ark van het verbond bewaarde. Overal waar ze gingen, ging die tent mee. God ging (letterlijk) samen met zijn volk. Later werd dit woord gebruikt voor het kluisje (het tabernakel) waarin geconsacreerde hosties werden bewaard. Soms herinnert de vorm aan de buitenkant nog aan een tent, soms de stoffen afwerking van het kastje binnenin.

WOLK

Verwijst naar de geheimzinnige, ongrijpbare, overweldigende aanwezigheid van God.

Een wolk van wierook kan dit geheimzinnige, ongrijpbare oproepen.

MOZES

Mozes (Egyptisch = uit het water gered)

Vertegenwoordigt de wet. In de lijn van de betekenis van zijn naam leidde hij het joodse volk uit Egypte door de Rietzee naar het beloofde land.

ELIA

Elia (Hebreeuws = Mijn God is JHWH)

Vertegenwoordigt de profeten. Heel zijn leven was een afwijzen van de afgodendienst en het centraal stellen van JHWH.

ZOON

In Jezus kan men God zien en horen. In Hem kan men de aanwezigheid van God aanvoelen.
Zo de vader, zo de zoon

Een aardje naar zijn vaartje

SLAAP

Er niet bij zijn, niet beseffen wat God aan het doen is.

Maar ook: kennen vanuit het onderbewuste, komen tot een klare kijk op een zaak.




VERDIEPEN

Wat Henry Martinn vertelt

Henry Martinn
Henry Martinn maakte deze illustratie.
Lees eerst de Bijbeltekst die erbij hoort.
- Herken je nu de figuren die afgebeeld werden?
- Hoe maakt de kunstenaar het 'verblindend licht' duidelijk?
- Hoe maakt hij duidelijk dat de wolk 'spreekt'?
- Wat voegt hij toe aan de tekst?
(Let op de bolhoed)
- Wat zouden de drie figuren uit de voorgrond denken?
(Houd rekening met hun houding, kleding en gelaatsuitdrukking)





Overwegingen

Fano

Fano
Matteüs schrijft dat Jezus op een dag een hoge berg beklom
samen met Petrus, Jacobus en Johannes.
Daar 'zagen' ze Hem gemoedelijk praten met Mozes en Elia.

Mozes gaf richtlijnen (wetten) waarbinnen men het best kon leven.
Elia, een profeet, spoorde aan om dat te doen.
En Jezus werd het levend voorbeeld van hoe God over mensen droomt.
(C.L. 5/03/2017)



Frans Mistiaen sj

A-jaar

Wees niet bang een mens te worden naar Gods hart!

Jezus beleefde op de berg een Godsontmoeting.
Daar mocht Hij nog eens ervaren
welke Zijn eigen zending, Zijn persoonlijke roeping was.
Helemaal in de lijn van de grote godsmannen van de joodse traditie
- Mozes, de leider van het volk en Elia, de grootste profeet -
was Hij zeker ‘Bemiddelaar’ was tussen Jahweh-God en de mensen.
Maar de stem uit de wolk maakte Hem bewust
dat Zijn roeping nog unieker was dan die van Zijn voorlopers,
dat Hij niet alleen Bemiddelaar was tussen de mensen en God,
maar dat Hij de “Zoon” van de “Vader” was.
En daarmee worden twee belangrijke accenten gelegd:
nl. dat God een “liefhebbende” God is
en dat Jezus door deze God “ten diepste wordt bemind”.
Dat is de kern van Jezus' en ook van onze gelovige ervaring:
wij ervaren ons door God bemind
zoals een Vader zijn geliefd kind bemint!
Niet bespied, niet beoordeeld, niet opgevorderd tot onderdanigheid,
maar op de eerste plaats zielsgeliefd, hartelijk bemind.
Dat is de meest fundamentele christelijke ervaring.
"Ik ben een beminnenswaardige mens!
God laat mij voelen dat ik de moeite waard ben om bemind te worden,
en daardoor in staat ben om zelf te beminnen."
In onze relatie tot God moeten wij dus geen schrik hebben
voor een ontzagwekkende, verre, veeleisende Meester,
maar mogen wij onze aanhankelijkheid en dankbaarheid tonen
tegenover een mens-nabije en hartelijke Vader,
die wij mogen beminnen als liefhebbende zonen en dochters

Liefde en dwang gaan niet samen.
In onze gewone menselijke relaties niet,
en ook in de christelijke geloofsrelatie niet.
Ons geloof is geen geloof uit verplichting, omdat het zou moeten
vanwege de Almachtige, of vanwege de Kerk,
of vanuit een druk van de groep.
Als wij geloven, dan geloven wij
uit dankbaarheid voor het gratis liefdesaanbod
van een God die Vader wil zijn
en wiens liefhebbende zonen en dochters wij,
uit zelfgekozen vrije wederliefde, willen worden.
Jezus zegt ons dus vandaag:
"Wees niet bang om Gods aanwezigheid te ervaren in uw leven,
want Hij heeft een hart voor u!"

Die stem van God klinkt vanuit de wolk op de berg,
zoals zij klinkt vanuit ons eigen binnenste
en zij zegt ons ook vandaag nogmaals:
"Dit is Mijn welbeminde Zoon. Luister naar Hem!"
Gods stem verplettert dus niet, maar nodigt allen uit te luisteren.
Jezus heeft ervaren dat het Zijn taak was, als Zoon,
aan zoveel mogelijk mensen te laten aanvoelen
dat de stem van die uitnodigende Liefde-God ook hoorbaar was
in de eerlijkste verlangens van elk mensenhart,
in de diepste betrachtingen van elke cultuur.
Daarom zag Hij het stilaan meer en meer als Zijn opdracht
toch naar Jeruzalem te trekken, naar het centrum van het land,
als symbool van de openheid naar allen,
om aan heel het volk, ja, aan heel de wereld en aan iedereen,
datzelfde duidelijk te maken: "Mensen, gij wordt bemind!
Gij zijt de moeite waard geliefd te worden
en gij hebt een hart om te beminnen!
Wat er ook gebeurd is, wat er ook gebeurt,
in uw hart zit de mogelijkheid om op het leven te antwoorden
niet uit slaafse onderdanigheid of dwang,
maar als vrije mensen, met wederliefde."

Jezus zegt ons dus vandaag ook:
"Wees niet bang voor Gods stem, want Hij dwingt u niet,
maar Hij nodigt u uit en spreekt uw vrijheid aan!"

Na de top-ervaring worden, zowel Jezus als wij, van de berg
terug naar beneden, naar de vallei van ons alledaagse taken gezonden.
En - wij moeten ons geen illusies maken -
daar kronkelt een moeilijke weg.
De weg van een doodgewoon mensenleven
is immers getekend door de dagelijkse strijd
tégen het kwade, vóór het goede,
tégen onze gemakzucht en zelfzucht,
vóór grotere waarachtigheid en hechtere verbondenheid.
Die weg zal Jezus voeren naar die andere berg, Kalvarie.
Ook onze weg wordt, doorheen vallen en opstaan
onvermijdelijk een weg die alleen doorheen strijd en lijden
voert naar de heerlijkheid.
Bij dat verder trekken,
hebben wij als enige betrouwbare Gids alleen Jezus.
"Toen de leerlingen hun open opsloegen,
zagen zij niemand meer dan alleen Jezus."
Hij is betrouwbaar omdat in Hem
God Zelf als Tochtgenoot mee stapt.
Door Jezus’ liefdekracht wordt onze levensweg
een weg met Gods hulp, een weg naar écht leven.

Jezus zegt ons dus ook nog:
"Wees er ook niet bang voor
onderweg God als Tochtgenoot te ervaren!"

Vanuit Zijn top-ervaring op de berg
herhaalt Jezus tot ieder van ons vandaag:
"Wees niet bang!
Wees niet bang voor Gods aanwezigheid in uw leven,
want Hij heeft, zoals een Vader, een hart voor u, !
Wees niet bang voor Gods stem in uw ziel,
want Hij spreekt uw vrijheid aan!
Wees niet bang voor Gods kracht op uw weg,
want Hij voert u naar echt leven!
Wees niet bang
om een man of vrouw te worden naar Gods hart!"



B-jaar

Vanop Jezus' berg - Beminde en vrije mensen worden van een hartelijke God!

Het evangelie van de verheerlijking van Jezus op de berg
is het verhaal van een religieuze top-ervaring in Zijn leven.

Op de berg mocht Hij - zoals vroeger bij Zijn doop -
nogmaals duidelijk voelen welke Zijn opdracht, Zijn zending was.
Geheel in de lijn van de grote godsmannen van Israël
- Mozes, de belangrijkste leider van het volk
en Elia, de vurigste profeet - mocht Jezus niet alleen
"Vertegenwoordiger" en "Bemiddelaar" zijn tussen God en de mensen.
De stem uit de wolk maakte Hem duidelijk
dat het Zijn roeping was,
- nog unieker dan Zijn voorlopers - "Zoon" te zijn,
dwz. Zich altijd te gedragen
als de Gezondene die in Zijn leven een “liefhebbende Vader” ervaart.
Dat is de kern van Jezus' en ook van onze geloofservaring:
ons door onze God graag gezien weten en voelen,
niet bespied, niet beoordeeld, niet opgevorderd,
maar op de eerste plaats zielsgeliefd, hartelijk bemind!
"Beminde Zoon zijn" betekent een "hartelijke Vader hebben".
Jezus zal ons dan ook voortdurend voorhouden
dat wij voor God geen schrik moeten hebben
als voor een ontzagwekkende, verre, veeleisende Albeheerser,
maar dat wij onze aanhankelijkheid en dankbaarheid mogen tonen
tegenover ons aller liefdevolle Vader.

Liefde en dwang gaan niet samen,
niet in onze echte vriendschaps- en liefdesrelaties.
Ook niet in onze relatie met God.
Ons geloof is geen geloof uit verplichting,
omdat het zou moeten, vanwege een Almachtige,
of van de Kerk, of vanuit onze traditie.
Als wij, christenen, geloven, dan geloven wij uit dankbaarheid,
dankbaar voor de gratis aangeboden vriendschap
van een Vader die ons Zijn hart toont
en wiens liefhebbende zonen en dochters wij willen worden,
niet omdat wij ons verplicht voelen,
wel omdat wij er uit vrije wil voor kiezen.

Gods stem klinkt vanuit de wolk op de berg,
zoals zij klinkt vanuit ons eigen binnenste, ons geweten,
en zij zegt: "Luister naar Jezus, Mijn welbeminde Zoon!"
Gods stem verplettert ons dus niet, maar nodigt ons uit.
Jezus zal aan zoveel mogelijk mensen laten aanvoelen
dat de stem van hun geweten
en van de meest eerlijke verlangens van hun hart
niet het gehuil is van een dreigend of verpletterd noodlot,
maar de stem van een uitnodigende Liefde-God.
Jezus wil aan iedereen duidelijk maken:
"Mens, luister naar de diepste stem in uw ziel.
Gij wordt bemind door een lieve Vader!
Gij zijt werkelijk de moeite waard geliefd te worden
en gij hebt een hart om te beminnen!
Wat er ook gebeurd is, wat er ook gebeurt,
in uw hart steekt de mogelijkheid om op het leven te antwoorden,
niet uit slaafse onderdanigheid of dwang tegenover het noodlot,
wel als een dankbare, vrije en liefdevolle mens tegenover een Vader."

Na die top-ervaring worden wij, zoals Jezus,
van de berg terug naar de vallei van onze alledaagse taken gezonden.
En - wij moeten ons geen illusies maken -
daar kronkelt een moeilijke weg.
De weg van een mensenleven is immers getekend
door de voortdurende strijd tégen het kwade, vóór het goede,
door dagelijkse inspanningen tégen onze gemakzucht en zelfzucht,
vóór grotere waarachtigheid en hechtere verbondenheid met allen.
Jezus' weg zal Hem voeren naar die andere berg, de Kalvarie.
Ook onze weg wordt een weg die,
alleen doorheen strijd en lijden, voert naar de heerlijkheid.

"Toen de leerlingen hun open opsloegen,
zagen zij niemand meer dan alleen Jezus."
Bij het verder trekken, hebben wij als betrouwbare Gids alleen Jezus.
Door Jezus' liefdekracht wordt de levensweg van mensen,
die zich door de Vader bemind weten, een weg naar écht leven.

Vanuit Zijn top-ervaring op de berg
herhaalt Jezus vandaag tot ieder van ons:
"Geloof in Gods aanwezigheid in je leven,
want Hij heeft een hart voor jou!
Geloof in Gods stem in je ziel, want Hij spreekt je vrijheid aan!
Geloof in Gods kracht op je weg, want Hij voert je naar echt leven!
Word op die manier elke dag meer en meer
een door God beminde, dus dankbare en vrije mens!"



C-jaar

Op zijn berg

Vandaag heeft de Heer Jezus ons weer uitgenodigd
om naar boven te klimmen tot hier op de flanken van Zijn berg.
Hij neemt niet iedereen mee, wel enkele heel goede vrienden,
om eens met hen alleen te zijn.

Elke Eucharistieviering is een “top-ervaring”,
een moment dat ons doet uitstijgen
boven de problemen en de zorgen van elke dag,
maar er toch niet geheel los van staat.
Van hieruit zien wij de gewone dingen van ons dagdagelijks leven
vanuit een ander standpunt,
met een ruimere, meer zuivere visie,
niet van zo laag-bij-de-grond, alledaags,
wél van dichter bij de bron.
Vanuit dat standpunt zien wij
dat er een goddelijke kracht ontspringt
die steeds nieuw leven geeft aan onze vallei.
Een eucharistieviering
is dan ook geen vlucht uit de werkelijkheid of een illusie,
maar eerder een heel reële herbronning
die ons kan helpen om, na de afdaling,
onze dagelijkse uitdagingen met meer hoop te trotseren.

In elke Eucharistieviering “verschijnen” ons
Mozes, Elia of één van de andere profeten;
het Oude Testament wordt voorgelezen en beluisterd.
En daarbij komt dan een verhaal uit het Nieuwe Testament,
over Jezus.
Jezus is méér dan Mozes, méér dan Elia.
Na die voorlopers is Hij dé Dienaar van Jahwe, dé Profeet,
meer nog, de Zoon,
Diegene die ons het best laat zien Wie en hoe God eigenlijk is.
"Luister vooral naar Hem" zo klinkt het in elke woorddienst.
"Echt luisteren" in de zin van: "doen wat Hij vraagt,
ook als Hij ons uitnodigt met Hem de weg te gaan
van geven en delen en dienen."

In elke Eucharistieviering zijn er “stille gebedsmomenten”,
waarbij wij ons weer in de stroming van Gods liefde zetten
en de stem beluisteren die ons in de stilte van het hart toefluistert:
"Gij zijt Mijn kind, Mijn uitverkorene".
Bidden is weer eens ervaren dat wij de lievelingen zijn
van een Vader die van ons houdt.
Maar het is ook spreken tot God,
van gedachten wisselen met Hem over alles wat wij meemaken,
over hoe het met ons verder zal gaan.
"Zij bespraken hoe het met Hem zou aflopen
en hoe Hij dat in Jeruzalem zou voltrekken."
Zo ook worstelen wij in ons gebed met God dikwijls over de vraag:
"Wat hebt Gij toch met mij voor?
God, waar wilt Gij met mij toch naartoe?
Wat vraagt Gij eigenlijk van mij?"

In elke Eucharistie gebeurt er ook een “gedaanteverandering”.
Als wij goed toekijken - met gelovige ogen - dan zien wij,
midden in het glanzend licht,
méér dan gewoon brood en gewone wijn.
Het gebroken Brood en de geschonken Wijn
worden de Tekenen van Jezus' tegenwoordigheid Zelf.
Hier leren wij zien hoe onze God eigenlijk is:
Liefde die Zichzelf in weerloosheid breekt en deelt en geeft.
Hier leren wij zien wie wij eigenlijk moeten worden:
een gemeenschap van mensen die in de belangeloze liefde,
die zichzelf breekt, deelt en geeft, de kracht vinden
om onze wereld van binnenuit te verbeteren
en menselijk te maken voor allen.

Zo'n top-ervaring doet heel veel deugd
- "Meester, het is goed dat wij hier zijn!" -
en toch kunnen wij hier op de berg niet lang blijven.
“Petrus stelde voor drie tenten te bouwen,
maar eigenlijk wist hij niet goed wat hij zei”.
Neen wij kunnen hier niet blijven.
Op het einde van elke Eucharistieviering worden wij weggestuurd,
maar met “een zending”, met een opdracht voor beneden.
Wij moeten iets meedragen van onze weekend-eucharistie,
als wij straks terugkeren in de vallei van onze weekdagen,
in ons gezin, in ons werk, in onze engagementen, in onze vrije tijd.
Wat dan vooral? Wel, als wij hier, in het breken van het Brood,
hebben ontdekt, gezien en ervaren
dat de zichzelf-gevende Liefde
de echte krachtbron is voor onze wereld,
dan gaan wij, op onze beurt, straks beneden,
onszelf willen breken en delen,
onze aandacht, onze tijd, onze talenten en mogelijkheden.
Dit is dus de opdracht die wij meekrijgen in elke Eucharistieviering:
“echte liefde breekt zichzelf, deelt zichzelf en geeft zichzelf,
opdat anderen zouden leven!”

Wie helpt ons bij deze opdracht?
"Nu merkten zij dat alleen Jezus nog te zien was."
Bij de afdaling naar ons dagelijks leven hebben wij geen andere hulp
dan alleen “het voorbeeld van Jezus”.
Het zal er dus op aankomen te doen wat Hij gedaan heeft.
Hij ging al weldoende rond. Zijn liefde kende geen onderscheid.
Zijn solidariteit geen grenzen.
Maar juist dat kon men niet verdragen. Dat werd Zijn kruis.
Hij droeg het moedig, in het geloof dat de zichzelf-gevende Liefde
sterker is dan het lijden en de dood.
Dat wordt dus ook onze taak:
al weldoende rondgaan, solidair zijn tot over alle grenzen
getuigen en tonen dat liefde, ook als die offers vraagt,
uiteindelijk sterker is.
Voor wie Jezus mag ontmoeten, is het Pasen,
zelfs midden in de Vasten.
Hier vinden wij de kracht om,
ondanks tegenkantingen en negativiteit,
toch te blijven geloven in die belangeloze liefde,
die sterker is dan elke dood.

Zo is elke Eucharistieviering
een top-ervaring dicht bij de bron van Gods kracht,
waar wij in de woorddienst leren luisteren naar de Zoon,
waar wij in stille gebedsmomenten
als lievelingen van een hartelijke Vader
met Hem mogen spreken over wat Hij met ons voorheeft,
waar wij in de consecratie en de communie
van Jezus, die Zichzelf breekt en deelt,
de kracht krijgen om gegeven mensen worden,
en waar wij weer de zending ontvangen
om onze wereld van binnenuit meer menselijk te maken voor allen,
straks in onze vallei van elke dag.

Kom dan nu maar mee.
Hij nodigt ons hier weer uit,
naar boven, op Zijn berg!



Marc Galant

monnik te Orval

A-jaar

Overweging (2014)

Waarom die gedaanteverandering van Jezus? Als wij de gebeurtenissen op een rijtje zetten, dan zien we dat ze echt nodig geweest is. Het ging aanvankelijk goed tussen Jezus en zijn apostelen. Het waren bonken van kerels, recht voor de vuist, gemotiveerd tot en met. Zij hadden vertrouwen in Jezus en ze zouden voor Hem door het vuur gesprongen zijn. Als Jezus hen de vraag stelt: “Wie zegt gij dat ik ben?”, dan antwoordt Petrus zonder dralen: “Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God”. Een staalsterk vertrouwen.

Jezus dacht dan ook dat hij een stapje verder mocht gaan, en Hij begon zijn apostelen te zeggen dat Hij verworpen moest worden, en lijden, en terdood gebracht. Die woorden brachten een donkere crisis teweeg bij de apostelen. Marcus, die geen blad voor de mond neemt, vertelt dat Petrus eerst Jezus afgesnauwd heeft (het Griekse werkwoord epitiman is sterk), en dat Jezus daarop Petrus afgesnauwd heeft met een “weg achter Mij, satan”. De relatie van Jezus met zijn apostelen was meteen een puinhoop geworden en de sfeer met een mes te snijden. Stel u voor: een onderneming die prima loopt, een patroon met twaalf topmedewerkers; en de patroon komt zeggen: “we gaan bankroet”. De medewerkers zeggen: “geen kwestie van, wij zetten door”, en de baas antwoordt: “neen, we moeten failliet gaan”. Ge ziet van hier het klimaat in die onderneming. Is het dan te verwonderen dat Judas al uitziet hoe zijn schaapjes op het droge te brengen? Zes dagen lang hebben ze zo op elkaar zitten kijken. Dat kon niet blijven duren. Er moest iets gebeuren. In een scherpe communicatiestoornis kunt ge niet meer samen spreken, kunt ge niets meer samen doen, maar ge kunt nog samen bidden. Jezus neemt zijn trouwste apostelen mee om te gaan bidden. En juist in het gebed wordt er een licht gegeven: in gebed kunnen wij de mislukking aanvaarden en dit aanvaarden draagt in zich de mogelijkheid tot een gedaanteverandering binnen onszelf.

Voor Jezus is het klaar: Hij weet nu dat Hij er alleen voor staat om zijn lijden en dood te aanvaarden. Maar zoals zijn gedaanteverandering het antwoord is van God op zijn aanvaarden van zijn mislukking, zo zal ook zijn verrijzenis het antwoord zijn op zijn lijden en dood. De drie getuigen van zijn gedaanteverandering, van hun kant, zouden nu genoeg gesterkt moeten zijn om Jezus te kunnen bijstaan in zijn doodstrijd, als Hij in de hof van Olijven water en bloed zal zweten. Maar ook dan zullen zij Jezus alleen laten, niet in staat ook maar één ogenblik met Hem te waken en te bidden.
Jezus als mens staat er alleen voor. Wij ook. Met God ben je alleen, en in het aanvaarden van je lijden ben je alleen, want niemand kan het in je plaats doen. Zowel de relatie met God als het aanvaarden van het lijden raken het diepste van je persoonlijkheid. Er komt maar licht over je lijden, zodra je, zoals Jezus, het lijden aanvaardt. Een geestelijke gedaanteverandering wordt alsdan mogelijk.

Jezus wordt stralend, lichtend. Zoiets gebeurt met de mens die God ontmoet: doorheen zijn wezen laat hij God zien. Jezus is in zijn gedaanteverandering een mens die in direct contact met God staat, en die door zichzelf heen God laat zien. In de aanvaarding van zijn mensheid, gekluisterd aan lijden en dood, wordt zijn lichaam transparant en laat het de lichtende onsterfelijkheid van zijn goddelijk wezen zien dat overstroomt van geluk op de apostelen zodat Petrus dat eeuwigheidsmoment wil doen blijven duren: ”Laten we hier drie tenten bouwen...”.

De apostelen waren kapot in het vooruitzicht van Jezus’ lijden en dood. Het wordt hun duidelijk gemaakt dat Jezus getransfigureerd wordt juist in het aanvaarden van zijn lijden en dood. Ze hebben misschien nog niets begrepen, maar ze hebben een lichtflits gekregen die hun toelaat verder te gaan met Jezus. Zo gaat het ook met ons. De ogenblikken van licht op onze weg met Jezus zijn kortstondig. En misschien krijgen wij die niet zelf. Er waren maar drie van de twaalf apostelen om Jezus één ogenblik te zien in zijn ware gedaante. Meestal moeten wij, zoals de negen anderen, luisteren naar de getuigen van Gods licht. Jezus’ licht kan je niet zien zonder alles prijs te geven dat je opgestapeld hebt tussen jezelf en Jezus. Het blijft moeilijk. Zelfs als God klare taal spreekt: “Dit is mijn welbeminde Zoon, luistert naar Hem”, dan is het uit een wolk die zijn aanwezigheid aanwijst door Hemzelf te verbergen.

En dan moeten we altijd gaan zoals Abraham, op stap naar het land dat God ons tonen zal, God die de weg maar toont in de stappen die we zetten.



B-jaar

Overweging (2012)

De Kerkvaders vonden het normaal het Oude Testament te lezen in het licht van het Nieuwe, en meer bepaald in het licht van de verrijzenis van Jezus. Het is overigens van hoogsymbolische betekenis dat de paaskandelaar in de Romeinse basilieken aan de ambo stond. Zo werd gans de Schrift gelezen in het licht van de verrezen Christus gesymboliseerd door de paaskaars.
Daar is een diepe betekenis aan verbonden. Gods heilsplan bereikt zijn beslissend resultaat in de verrijzenis van Jezus: want de mensheid wordt er, in de mens Jezus, opgenomen in het leven zelf van God. Door zijn dood, door zijn totale zelfgave én aan de mensheid, én aan zijn Vader, gaat Jezus op in de Verrijzenis: hij is de Messias die, voor heel de mensheid, de weg opent naar Gods leven. Door zijn dood-verrijzenis is hij de Heer geworden, zijn verrijzenis is zijn intronisatie als Messias. Daar was de eerste christenheid zich ten volle van bewust.

Zo komen we tot het evangelie van vandaag. Wanneer Marcus in zijn evangelie teruggaat op het leven van Jezus, dan doet hij dat vanuit het licht van Jezus’ verrijzenis. De verrijzenis belicht heel het Marcusevangelie. Maar als het licht van de Verrijzenis de transfiguratie van Jezus belicht, dan krijgt deze zo een weerglans, zo een gloed, dat ze bijna niet meer te onderscheiden valt van de Verrijzenis. Men ziet er Jezus met zijn lichaam van licht in de vorm van zijn verrijzenis, “opgewekt in onvergankelijke vorm” (1Korintiërs 15, 42). Het is de aanzet reeds van onze eigen verrijzenis, wanneer ”in een ondeelbaar ogenblik … de doden zullen worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en ook wij zullen veranderd worden“ (1Korintiërs 15, 52). Vooraleer Paulus die woorden kan schrijven, hebben de leerlingen nog een lange weg af te leggen in het verklaren van hun geloof. Daarom zet Jezus de apostelen aan niet te spreken over de gedaanteverandering vòòr zijn Verrijzenis.

Er is evenwel nog een andere weerslag op de gedaanteverandering van Jezus, en die komt uit de joodse Messiasverwachting. Een paar weliswaar magere indicaties van Marcus laten ons toe de episode van Caesarea te plaatsen in de context van het meest populaire joodse feest der Loofhutten, de Soekôth. Soekôth is het meervoud van ‘soekah’, loofhut, (in de Griekse Septuaginta vertaald door “skènè, “tent, “tabernaculum” in het Latijn). Dat feest herinnert aan de veertig jaar dat Israël onder tenten kampeerde in de woestijn, terwijl God zelf temidden zijn volk verbleef in de ontmoetingstent. Bij het Loofhuttenfeest bouwen de joden in hun tuin, op hun binnenplaats of op hun balkon een hut, die de kinderen versieren met bloemen en fruit. ‘s Nachts moet men tussen het bladerdak de sterren kunnen zien: de soekah is een plek waar men in contact blijft met de hemel. Gedurende heel de week dat het feest duurt, verblijft men zoveel mogelijk in de soekah. Het is een vreugdevol feest: iedere dag nodigt men symbolisch een van de grote figuren van Israël uit om te komen verblijven in de soekah : Abraham, Mozes, David, Elia. De zevende dag is het hoogtepunt van het feest: men verblijft in de soekah, men kleedt zich in het wit en men verwacht de komst van de Messias die zijn tent zal komen opslaan temidden zijn volk. Die zevende dag wordt genoemd : "Hoshana Rabba", “de grote Red ons” die tot God gericht wordt, en al de gebeden eindigen met de formule, eindeloos herhaald: “Kol mevasser, mevasser ve-omer …" (letterlijk: Een stem brengt nieuws, brengt groot nieuws en zegt: … = suspense). Deze suspensformule drukt de hoop uit op de spoedige komst van de Messias: wanneer toch zal een stem het grote nieuws verkondigen: “Deze is is Messias“?
Op deze achtergrond kunnen we best de “zes dagen later” van ons evangelie inkleuren: zes dagen later is de zevende dag, de grote dag van het feest. Er was immers veel gebeurd gedurende de week van het feest. Alles was zo goed begonnen. Jezus had geprofiteerd van de opbruisende Messiaanse verwachting eigen aan het feest om aan zijn leerlingen de vraag te stellen: “Voor u, wie ben ik ?” En Petrus had daarop geantwoord: “U bent de Messias” (Marcus 8, 29). Jezus had dan evenwel een totaal onaannemelijke verklaring afgelegd: volgens hem zou de Messias moeten lijden en sterven. Het was nu zes dagen reeds dat de apostelen leefden in een vergiftigde spanning. En Jezus die geen woord terugtrekt van wat hij heeft gezegd. Integendeel, hij bevestigt met klem: “Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.” (Marcus 9, 1). Maar er moet toch een einde komen aan die onhoudbare spanning. Er blijft nog alleen het gebed.
De zevende dag dan, de grote dag van het feest waarop men in het wit gekleed gaat, en met aandrang bidt om de komst van de Messias, neemt Jezus zijn staf mee om te bidden alleen op een hoge berg, plaats van de godsontmoeting in de bijbel. Drie ontmoedigde medewerkers verteerd door de vraag: kan Jezus dan wel de Messias zijn, als hij moet lijden en sterven?

En zie het aandringend gebed van heel Israël op deze dag wordt verhoord, de suspense wordt opgeheven en ingevuld: “Een stem brengt nieuws, brengt groot nieuws en zegt: Deze is mijn Welbeminde Zoon, luistert naar hem” (Marcus 9, 7), de langverwachte Messias is daar, Jezus verschijnt in zijn verrezen voorkomen. Jezus’ persoonlijkheid komt aan het licht. Petrus had reeds voorgesteld Jezus op te nemen in de rij van de profeten en voor hem een tent te bouwen zoals voor Mozes en Elias. Maar de stem van de Vader had dit voorstel onmiddellijk van tafel geveegd door Jezus zijn Welbeminde Zoon te noemen. Jezus heeft van de Vader zelf de investituur gekregen van Messias en meer dan Messias: verklaard als zijn eigen welbeminde Zoon.

In de eerste Kerk betekende Jezus’ gedaanteverandering aldus de ontmoeting van de joodse Messiasverwachting met de verkondiging dat Jezus door zijn verrijzenis als Messias was geïntroniseerd.
De Messias is geen simpele hersteller van het koninkrijk Israël: Hij brengt de mensheid binnen in het leven van God. De gedaanteverandering is tevens een dringende oproep, in het bijzonder aan Petrus, om te luisteren naar Jezus als hij spreekt over zijn lijden en dood. De leerlingen zijn niet groter dan de meester en moeten niet dromen van aardse macht …



Overweging (2015)

Het meest populaire feest bij de joden was het feest van Soekoth, het Loofhuttenfeest, dat de veertig jaren herdacht van het verblijf onder de tent van Israël in de woestijn, terwijl God zelf ook aanwezig was midden zijn volk in de Tent van het Verbond. Het Latijn voor ‘tent’ is ‘tabernaculum’. Ook voor ons is het ‘tabernakel’ de plaats van de sacramentele aanwezigheid van Christus onder ons.

Voor het Loofhuttenfeest maken de joden in hun tuin een ‘soekah’, een hut, die de kinderen versieren met bloemen en fruit. Gans het feest, dat zeven dagen duurt, verblijft men zoveel mogelijk in die soekah. Het feest van Soekoth is een vreugdevol feest. Elke dag nodigt men een van de grote historische persoonlijkheden uit om in de hut te komen: Abraham, Mozes, David, Elia. De zevende dag is de grootste dag van het feest: men verblijft in de hut, men kleedt zich in het wit en men verwacht de komst van de Messias die zijn tent zal komen opslaan te midden het volk. In de proloog van zijn evangelie heeft Johannes daar de uitdrukking van bewaard: « Het Woord is vlees geworden, en het heeft zijn tent opgeslagen te midden onder ons» (eskènôsen en hèmin, 1, 14). Men noemt die zevende dag: «Hoshana rabba», «de grote Red ons» die zich richt tot God. De gebeden eindigen met de formule duizendmaal herhaald: "Kol mevasser, mevasser ve-omer … (Letterlijk: Een stem brengt nieuws, een stem brengt nieuws en zegt : … = suspens)" : “Een stem brengt nieuws, brengt groot nieuws”, een formule die de hoop uitdrukt op de spoedige komst van de Messias.

Met deze achtergrond gaan we nu naar het evangelie.
Er was veel gebeurd gedurende deze feestelijke week. Alles was zò goed begonnen. De messiaanse gemoedsstemming van het feest had Jezus ertoe gebracht zijn apostelen de vraag te stellen: "Voor jullie, wie ben ik ?", en Petrus had in naam van allen geantwoord: "De Christus, de Messias". Jezus had toen gezegd dat Hij moest lijden en sterven, en er waren harde woorden gevallen. Onmiddellijk nam Petrus Jezus apart en zette Hem op zijn nummer. Maar Jezus keerde Petrus de rug toe en maakte Hem uit voor satan. Met zijn doordringende blik had Hij toen zijn leerlingen aangekeken en hen vlakaf gezegd dat ze, om Hem te volgen, met zichzelf moesten breken en hun kruis opnemen. “Wie zijn leven wil redden, zal het verliezen”, had daaraan toegevoegd. Gedaan met de vreugde van het feest. Ontgoocheling, ontreddering alom. Wie kan nu een leider volgen die op mislukking aanstuurt, op lijden en dood! De kilte in de groep was te snijden. Het elan en het enthousiasme van de eerste dagen waren totaal zoek.

Toch trekt Jezus geen enkele van zijn woorden in. De spanning blijft. Die crisis kan echter niet blijven slepen. De zevende dag, de grote dag van het feest, neemt Jezus Petrus, Jacobus en Johannes, zijn drie naaste medewerkers, met zich mee alleen op een hoge berg. De apostelen voelen het: er zal er iets gebeuren. Dan is het dat Jezus verschijnt in het licht van zijn goddelijke gedaante. Zijn genodigden zijn niemand anders dan Mozes en Elia, de boegbeelden van de Wet en de Profeten. Zij hebben niet alleen geleefd voor God en voor Hem geleden, maar ze hebben met Hem gesproken op de berg. Nu is het met Jezus dat zij spreken.

En zie, het grote gebed van Israël op deze dag wordt verhoord: "Een stem brengt nieuws, een stem brengt groot nieuws en zegt": "Deze is mijn Welbeminde Zoon. Luistert naar Hem" (Marcus 9, 7). De langverwachte Messias is daar, aanwezig, midden onder ons. De suspens is opgeheven!
Deze verklaring van de Stem brengt niets nieuws voor Jezus die bij zijn doopsel reeds de Stem gehoord heeft: "Gij zijt mijn Zoon, de geliefde; in U heb Ik mijn welbehagen" (Marcus 1, 11), en die nu bevestigd wordt in zijn zoonschap en in zijn messiaszending. Maar de Stem van de gedaanteverandering gaat een stap verder dan de geloofsbelijdenis van Petrus. Die had Jezus beleden als Messias. De Stem uit de hemel zegt dat Hij de Welbeminde Zoon van God is. Zo de Gedaanteverandering vooruitloopt op de glorie van de Parousie, dan getuigt de Stem van Jezus' intieme goddelijke zoonschap, en suggereert zijn voorafbestaan bij de Vader.
Petrus had bovendien voorgesteld drie tenten op te slaan. Maar zodra de Stem weerklinkt verdwijnen Mozes en Elia, en blijft Jezus alleen: "luistert naar Hem". Voortaan is het Jezus alleen naar wie de gelovigen zullen luisteren. Hij is de enige middelaar van het Nieuwe Verbond waarin de Wet en de Profeten geïntegreerd worden. In Jezus zullen de leerlingen de Zoon van God horen: zij zullen zijn woorden onthouden over het lijden dat leidt naar de verrijzenis (Marcus 8, 31 - 9, 1).

Ook ons komt Jezus sterken met het licht van zijn gedaanteverandering, nu we met Hem op weg zijn naar zijn paasmysterie. Ons lijden kan zo acuut zijn dat het ons alle begrip voor Gods wegen onmogelijk maakt. Dan moeten we even alleen met Jezus de berg op waar Hij zijn licht op ons kan laten vallen.
En ondanks al het lijden en al onze pijn om het aanvaarden van het loslaten kunnen we dan zeggen met Petrus: “Heer, het is goed dat we hier zijn”.



C-jaar

Overweging (2016)

Om ons voor te bereiden op Pasen spreekt de liturgie ons niet over vasten, maar toonde ons verleden zondag Jezus die vast en die beproefd wordt (Lucas 4,1-13). Vandaag komt er een tweede aandachtspunt aan de beurt: wij bereiden ons voor op Pasen in gebed, en Jezus wordt ons voorgesteld in zijn bidden en zijn gedaanteverandering in het gebed.
Een pijnlijke noot gaat die gedaanteverandering vooraf. Juist ervoor heeft Jezus zijn lijden en dood aangekondigd. Lucas verzwijgt echter schroomvallig de starre onontvankelijkheid van Petrus en de crisis in de ploeg van de apostelen die daarop volgde (cf. Marcus 8,31-38). De gedaanteverandering komt dus bij Lucas niet voor als een oplossing voor deze crisis. Hij stelt haar in een ander licht.
Heel zijn evangelie door, benadrukt Lucas het contemplatief gebed van Jezus, zijn aantrek voor de intimiteit met zijn Vader in de afzondering. Reeds als Hij twaalf jaar oud is, blijft Jezus hangen in de tempel, om te zijn “in de dingen van zijn Vader” (Lucas 2, 41-50). Lucas vermeldt een eerste contemplatieve ervaring "toen Jezus, zelf ook gedoopt, aan het bidden was" (Lucas 3, 21). Het bidden gaat verder: te midden van de drukte van de actie “trok hij zich in de woestijn terug en bad" (Lucas 5, 15-16). En weer voor de keuze van de Twaalf, gaat Jezus de berg op “en hij bleef de hele nacht in gebed tot God” (Lucas 6, 12). Vervolgens preciseert Jezus zijn identiteit “op een dag dat hij alleen aan het bidden was" (Lucas 9,18-21). En nu, bij een nacht van gebed op de berg, wordt Jezus verheerlijkt, terwijl de apostelen "overmand waren door slaap” (Lucas 9, 32).
Dit detail verwijst ons naar Jezus’ gebed in Getsemane. waar zijn drie vertrouwelingen die met Hem moesten waken, weer eens door slaap overmand zullen zijn (Lucas 22, 45). Maar op de berg zien zij, als zij ontwaken, Jezus lichtend in zijn verrijzenisgestalte. Hij spreekt er met andere vertrouwelingen. Lucas schrijft dat Jezus zich met Mozes en Elia onderhoudt over zijn exodus te Jeruzalem, over zijn doortocht die Hij heel alleen, doorheen de zee van de dood, zal maken van deze wereld naar zijn Vader. Bij die doortocht is Jezus op zichzelf het nieuwe godsvolk. Alleen in Hem kan ieder van ons de doortocht maken naar de Vader.
Ook de leerlingen zien Jezus een ogenblik in zijn lichtende gedaante. Wat is er dan gebeurd? Na door zijn leerlingen in de steek gelaten te zijn, heeft Jezus in zijn gebed aanvaard te lijden en te sterven, alleen. Mozes en Elia komen ervan getuigen dat Hij, in die aanvaarding, de Wet en de profeten vervult. Sterker nog: in die aanvaarding ligt niet alleen reeds zijn dood besloten, maar ook zijn verheerlijking door de Vader, en dit wordt zichtbaar in zijn gedaanteverandering. Dat zij Hem nu reeds zien in het licht van Pasen, zou zijn leerlingen tot een uiteindelijk begrip moeten brengen. Maar toch zullen zij Hem alleen laten bij zijn overtocht van deze wereld naar zijn Vader, zonder er ook maar iets van te begrijpen.
Die drie leerlingen, zegt paus Leo de Grote, als hij dit evangelie commentarieert, dat zijn wij allen (Sermo 51,5-8). Wij zijn niet beter dan de apostelen. Als lijden en dood ons te wachten staan, begrijpen wij niet dat wij met Jezus de overtocht kunnen maken. Het is alleen maar in een gebed van aanvaarding dat ook wij een verandering in ons wezen kunnen ondergaan. Het is in de duistere nacht van het aanvaarden dat wij verlicht kunnen worden door Gods liefdesplan dat in ons tot vervulling komt, midden al ons menselijk beleven van vreugde en lijden, van sterven en verrijzen.
Als wij bidden, als wij ons blootstellen aan het licht van Gods genade, dan ondergaan wij reeds binnen in ons een gedaanteverandering. Het licht van de verrijzenis dat uitstraalt van Jezus als Hij aanvaardt te lijden en te sterven, komt dan ook, in ons, ons geloof verlichten. Wij vermogen dan rustig de hand reiken aan de Heer om ons te laten leiden door Hem, en met Hem zijn weg te gaan.

Wij zouden, zoals Petrus, dan ook wel willen blijven vertoeven in het licht van die ervaring, ver van lijden en pijn. Maar het klare licht van het geloof wordt ons maar gegeven voor een kort moment. Zodra de Vader zegt dat zij moeten luisteren naar Jezus, zien de leerlingen niets meer dan Jezus alleen. Luisteren naar Jezus volstaat voortaan om hun leven volheid te geven. Jezus alleen, naar wie ook wij op onze beurt kunnen luisteren in het leven van elke dag.

Meer hebben wij niet nodig.