Loading...
 

33e zondag door het jaar A - evangelie

DSCN1848

IK WAS BANG EN BEN UW TALENT IN DE GROND GAAN VERBERGEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 25, 14-30: De talenten

De tekst

Dichter bij de tijd

Mogelijkheid 1

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Matteüs 25, 14-30)

Op een dag vertelt Jezus:
‘Er was eens een man,
die voor zaken naar het buitenland moest.
Een paar dagen voor zijn vertrek
riep hij drie dienaars bij zich.
Hij vroeg: ‘Willen jullie voor mijn geld zorgen als ik weg ben?’
Aan de eerste dienaar gaf hij vijf talenten.
Aan de tweede dienaar gaf hij twee talenten.
En aan de derde gaf hij één talent.
Kort daarop vertrok hij naar het buitenland.

De dienaar die vijf talenten gekregen had,
ging er dadelijk op uit om zaken te doen.
En het duurde niet lang
of hij had vijf talenten bijverdiend.
De dienaar die twee talenten kreeg,
verdiende er nog twee bij en had er zo vier.
En de knecht met het ene talent?
Die groef een gat in de grond.
En stopte daarin het geld dat hij van zijn meester gekregen had.

Na lange tijd kwam de man terug.

De dienaar die vijf talenten gekregen had,
kwam naar voren en zei:
‘Heer, vijf talenten hebt u mij toevertrouwd.
Kijk, ik heb er vijf bijverdiend.’
‘Prima, goede en trouwe dienaar,’ zei zijn meester.
‘Over weinig ben je trouw geweest.
Over veel zal ik je aanstellen.
Kom, wees samen blij met mij.’
Nu was de tweede dienaar aan de beurt.
Hij zei: ‘Voor twee talenten moest ik zorgen.
Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.’
Ook hij werd geprezen.
‘Prima, goede en trouwe dienaar,’ zei zijn meester.
‘Over weinig ben je trouw geweest.
Over veel zal ik je aanstellen.
Kom, wees samen blij met mij.’
Toen kwam de derde knecht naar voren.
Hij zei: ‘Heer, ik wist dat U een streng mens bent.
U wilt altijd meer hebben dan U toekomt.
Daarom was ik bang.
Ik dacht: ‘Stel je voor, dat ik dat geld verlies!’
Daarom heb ik uw talent begraven.
Kijk, hier hebt u terug wat van u is.’
Toen zei de meester:
‘Slechte, luie dienaar!
Je wist dat ik altijd meer wil hebben dan mij toekomt!
Ik zal je zeggen wat je had moeten doen:
je had het geld op de bank moeten zetten.
Dan had je er intrest op gekregen!
En had ik meer teruggekregen dan ik je gaf!
Maar nu neem ik dat ene talent af
om het te geven aan de dienaar die tien talenten heeft.
Ik stuur je weg, want jij bent nutteloos.’



Mogelijkheid 2

Een man ging naar het buitenland.
Hij riep zijn personeel bij zich
en vertrouwde hun zijn bezit toe.
Aan één van hen gaf hij vijf talenten,
aan een ander twee
en aan een derde één.
Elk volgens hun bekwaamheid.
De man vertrok naar het buitenland.
Wie vijf talenten gekregen had,
ging er mee handelen en verdiende er nog vijf bij.
Wie twee talenten gekregen had, verdiende er nog twee bij.
Wie één talent kreeg,
groef een gat in de grond en stopte het daar in.

Een hele tijd later kwam de man terug
en rekende af met hen.
Wie vijf talenten gekregen had,
gaf zijn baas er nog vijf bij.
‘Uitstekend!’ zei zijn baas.
Wie twee talenten gekregen had,
gaf zijn baas er nog twee bij.
‘Uitstekend!’ zei zijn baas.
Wie één talent had gekregen, zei:
‘Mijnheer, ik heb u leren kennen als een streng man.
Daarom stopte ik uit angst uw talent in de grond.
Kijk, hier is het terug.’
‘Je had mijn geld op de bank moeten zetten,’ zei zijn baas,
‘dan had ik het nu met rente teruggekregen.‘
Tot de anderen zei hij:
‘Neem zijn talent af
en geef het aan wie tien talenten heeft.
En werp die nutteloze man in de duisternis.’



Stilstaan bij ...

Gelijkenis
Een gelijkenis is een kort verhaal waarbij men een waarde, een begrip, plaatst naast een concreet gegeven dat er gelijkenis mee heeft, en het helpt te begrijpen.
Het woord ‘gelijkenis’ wordt in Vlaanderen vaak vervangen door ‘parabel’.
Lees meer


Dienaar
Die dienaren waren meestal slaven, mensen van tweede rang. In de bijbel is er sprake van twee soorten slaven:
. vreemdelingen die gekocht werden, of tijdens een oorlog buitgemaakt waren.
. joodse mensen, die verkocht werden of zichzelf verkochten, om hun schulden te kunnen betalen.
Slaven waren werkzaam in bouwprojecten of deden dienst in huizen van rijke mensen.


Talent
Dit woord roept op: natuurlijke begaafdheid, aanleg, bekwaamheid, gave. Bijvoorbeeld: die jongen heeft talent voor talen. Dat meisje heeft muzikaal talent. 'Talent' wordt als iets positiefs gezien.
In Jezus' tijd was een talent de grootste geldeenheid en was 6000 denariën waard. Eén denarie was toen het dagloon van een arbeider. Als de heer aan zijn slaven vijf, twee en één talent toevertrouwt, geeft hij hen een som gelijk aan 30 000, 12 000 en 6 000 daglonen in handen. Het gaat dus om enorme bedragen.


Over veel zal ik je aanstellen
De tweede dienaar krijgt hetzelfde loon als de eerste, terwijl hij maar twee talenten had verdiend.
Het loon blijft de moeite, maar blijkt niet afhankelijk van de opbrengst van het werk zelf, wel van de inzet van de dienaars.


Geld
Als een rijk man op reis ging kon hij, zoals toen gewoon was, zijn rijkdom in de grond steken, ter bewaring aan vrienden geven, of uitzetten op wisselbanken.


Ieder die heeft, zal gegeven worden
Deze zin betekent: wie een goed gebruik maakt van wat hij heeft, zal meer krijgen. Wie geen gebruik maakt van wat hij heeft, zal alles verliezen.


Duisternis
In deze tekst een manier om over de hel te spreken.



Als je dit aan kinderen vertelt ...

... laat ze (vanaf 10-11 jaar) zelf de waarde van een talent berekenen Zeg niet: 1 talent = bv. 300.000 euro. Vertrek van de waarde van een actueel uurloon. Bereken dan daaruit de waarde van een dagloon. Zo blijft de waarde van een talent overeenkomen met de gangbare geldwaarde.





Bij de tekst

Context

Wat voorafgaat: De afscheidsrede van Jezus (Matteüs 23 - Matteüs 25, 46), waarin Jezus a.h.w. zijn testament nalaat. Als je denkt aan het tijdstip waarop Hij deze woorden uitspreekt is het alsof Jezus en de rijke man in de parabel dezelfde zijn. Maar... Jezus' rijkdom ligt niet in geld, maar in zijn woorden en daden, die hij de mens toevertrouwt en waarmee men Gods rijk (droom) moet realiseren.
Wat volgt: het verhaal over het laatste oordeel, waarin je verneemt waar en hoe men zijn talenten kan gebruiken zodat het Rijk Gods gerealiseerd kan worden (eten geven, dorst lessen...)



De betekenis die Jezus wellicht in zijn parabel legde

Met talenten bedoelde Jezus de boodschap van het Rijk Gods die aan mensen toevertrouwd wordt.
Tegenover die boodschap kan men twee houdingen aannemen: zijn verantwoordelijkheid opnemen en deze boodschap verder doorgeven en realiseren of angstig en 'kleingelovig' zijn en niets doen met deze boodschap.



De betekenis die Matteüs erin zag

Matteüs laat aanvoelen dat de man in de parabel Jezus is, die voor lange tijd op reis gaat. Zijn dienaars krijgen alles van hem: zijn geloof in de Vader, zijn goede gezindheid, zijn vertrouwen in het Rijk van God.
Matteüs vertelt deze parabel om de christenen op te roepen actief ‘hun talenten’ te doen renderen, de wil van de Vader te doen, en concrete daden van liefde en rechtvaardigheid te realiseren. Wat dit kan zijn, wordt duidelijk in de parabel van het Laatste Oordeel (Mt. 25, 31-56).



Een parabel...

... informeert over God en zijn Rijk
Het vertrouwen van de heer in zijn dienaars beeldt het vertrouwen van God in de mens uit.

... roept op tot een aangepaste levenshouding
waarbij men zijn ‘talenten’ gebruikt.
(Uit de parabel van het laatste oordeel die in het evangelie op deze parabel volgt, kun je opmaken dat men deze mogelijkheden ten dienste moet stellen van de medemens.



Laten renderen

(Luc Devisscher in Kerk & leven, 15 november 2017, p. 18)

"Het koninkrijk van de hemel is geen boodschap om in de grond te verbergen tot aan de wederkomst van de Mensenzoon. In de tussentijd moet het evangelie renderen. Wie zich hier werkzaam voor inzet, zal bij de wederkomst overvloedig mogen delen in de vreugde van de Heer."



Merk op

. Of je nu één talent krijgt of tien talenten ... dat maakt voor Jezus niets uit. Ook niet welk soort talent je krijgt.
Wat belangrijk is: wat doe je ermee?

. Een talent houdt een gave én een opgave in.
gave: iets wat je gekregen hebt, iets waar je goed in bent.
opgave: hoe gebruik je dit talent voor een betere wereld?

. De Heer vertrouwt zijn dienaren: hij zegt niet precies wat ze moeten doen





Bijbel en kunst

N. BUBE

Drie dienaren
Nelly Bube

De kunstenares, Nelly Bube, afkomstig uit Kazakstan, stelt met dit kunstwerk het begin én het einde van deze parabel voor in twee friezen.
Bovenaan staat een man (links) die een zak geeft aan een man. Meer naar rechts kun je zien dat die man eerder al eens twee zakken heeft gegeven en eens vijf.
Onderaan zie je dezelfde personen terug. De man die de zakken heeft gegeven kijkt toe naar de drie mannen. De man die hij vijf zakken heeft gegeven, heeft er nu tien. De man die hij twee zakken heeft gegeven, heeft er nu vier. De man die hij één zak heeft gegeven, heeft nog steeds één zak.




Suggestie
- Vertel wat je op dit kunstwerk ziet.
- Er zijn twee delen in dit kunstwerk. Wat is het verschil tussen het bovenste en de onderste deel?
- Wat zou er in die zakken kunnen zitten?
- Als je zelf een middelste strook op dit kunstwerk zou tekenen/schilderen, wat zou je dan tekenen / schilderen?

Beluister de parabel die de kunstenares heeft willen illustreren.
- Schrijf in tekstballonnen bij de figuren wat ze denken of zeggen.





Suggesties

Kleine kinderen

VERDIEPEN

Gesprek

Iedereen heeft iets waar hij/zij goed in is.

Ik ben grappig
Ik teken goed
Ik zorg graag voor anderen
Ik maak vlug vrienden
Ik kan goed zingen
Ik knutsel graag
Ik ben vlug blij
Ik speel graag toneel

Dat noemen we een talent. Die talenten kan men goed, niet of slecht gebruiken. Slecht gebruiken is uiteraard fout, maar niet gebruiken is ook niet goed!
Wie zijn talenten gebruikt om goed te doen voor anderen, heeft de opdracht van Jezus begrepen.
Als iedereen zo zijn steentje bijdraagt, doet wat hij kan, wordt gebouwd aan een betere wereld, zoals God die voor de mensen droomt.





BELEVEN

Waar ben jij goed in?

Materiaal
Werkblad


Verloop
Overloop met de kinderen wat de kinderen op het werkblad goed kunnen. Ze beschrijven daarvoor eerst wat ze of elke foto zien.
Iets wat men goed kan, wordt een 'talent' genoemd.
- Welke talenten hebben jullie?
(Bijvoorbeeld: lezen, koken, rekenen, schrijven, knutselen, zwemmen, tekenen, dansen, schilderen, opruimen, kleuren, fietsen, moppen vertellen, werken met de pc)
Ga hier dan dieper op in:
- Gebruik jij je talent goed?
(Wie zijn talenten goed gebruikt, maakt er anderen blij mee)





VERTELLEN

Allemaal een kroontje

(Luc Versteylen)

Er was eens een klein klasje
en daar hadden alle kinderen een kroontje op
en niemand van de kinderen vond dat vreemd
want zij waren dat gewoon
Maar op een keer kwam er een inspecteur in dat klasje
dat is een meneer die komt kijken of alles wel goed gaat in de klas
en verschieten dat hij deed
omdat alle kinderen een kroontje op hadden
dat had hij nog nooit gezien
Hoe kan dat nu riep hij uit
kroontjes worden toch alleen maar gedragen door de besten
Dat is het juist lachten de kinderen wij zijn allemaal de beste van de klas
hoe kan dat nu
wou de inspecteur weer vragen
maar hij was een vriendelijk man
en ook een beetje nieuwsgierig
en daarom vroeg hij vertel mij eens allemaal een voor een
waarom jullie een kroontje dragen
En zij allemaal aan 't vertellen
ik omdat ik het rapste kan tellen
en ik omdat ik het mooiste kan schrijven
en ik omdat ik het vlugste kan lezen
en de inspecteur luisterde aandachtig
Nu zat er vooraan in de klas een jongetje
en dat zag er zo dom uit dat zijn oogskes er bijna van toevielen
en ge kunt wel denken hoe benieuwd de inspecteur was
naar wat dit jongetje ging zeggen
en ja hoor daar was het zijn beurt
en even fier als alle anderen stond het recht
en sprak met luide stem
O-o-o-o-mdat ik h-h-h-et velsssste k-k-kan ssssssplinge


TIP
Vooraleer je dit verhaal vertelt, haal je een kartonnen kroon boven met de vraag: wanneer krijg je een kroon (verjaardag, driekoningen...)
Na het vertellen kun je de kroon van kind tot kind laten gaan. Van het kind dat de kroon op het hoofd heeft kan gezegd worden wat die goed kan. Stimuleer de kinderen om ook aandacht te hebben voor eigenschappen als: lief zijn, behulpzaam zijn, eerlijk zijn...





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Talentenzoektocht

(C.LETERME in Simon Plus, uitgeverij Averbode, 2004 nr 1)

Houd een talentenzoektocht, waarbij de kinderen op zoek gaan naar de talenten van iedereen in de klas. Zorg voor evenveel witte blaadjes (de helft van een A4 blad) als er kinderen in de klas zijn. Laat de kinderen in een grote kring zitten. Deel de bladen uit. Op het blad schrijft iedereen zijn/haar eigen naam. De blaadjes worden dan éénmaal links doorgegeven. Daarop schrijven de kinderen waar de persoon (van wie de naam op het blaadje staat) goed in is. Laat het blaadje nog een vijftal keer doorgeven. Daarna wordt het terugbezorgd aan diegene van wie de naam op het blaadje staat.





KENNISMAKEN MET DE PARABEL

De talenten, een verhaal dat Jezus vertelde

Er was eens een rijke boer. Hij deed grote zaken en moest daarvoor veel op reis.
Hij had vele knechten en bedienden.
Zowel in het huis, in de tuin als op het veld was er veel te doen!
leder had zijn taak. De opzichter regelde bet werk.
De arbeiders spitten, zaaiden, maaiden en haalden de oogst binnen.
Anderen werkten in de stal.
Ze waren allemaal nodig.

Op een dag moest de boer voor zaken op reis naar het buitenland.
Hij zou een lange tijd wegblijven.
“Zal het hier wel gaan als ik weg ben?” vroeg hij zich af.
Een paar dagen voor zijn vertrek riep hij drie knechten bij zich.
Daar stonden ze voor hem.
Ze zagen dat er op een tafel drie zakken lagen. Geldzakken!
Op de grootste zak stond: vijf talenten.
Op de tweede zak stond: twee talenten.
En op de kleinste: één talent.
“Ieder van jullie krijgt een zak,” zei de boer.
“Voor dat geld moeten jullie zorgen als ik weg ben.
Jij, opzichter, krijgt de zak met vijf talenten.”
En tegen de tweede knecht zei hij:
“Jij krijgt de zak met twee talenten.”
En tegen de derde zei hij:
“Jij krijgt de zak met één talent.”
Kort daarop vertrok hij naar het buitenland.

De opzichter wachtte geen dag.
Dadelijk ging hij er op uit om zaken te doen.
En het duurde niet lang of hij had vijf talenten bijverdiend.
De knecht die twee talenten kreeg had verdiende er nog twee bij en had er zo vier.
En de knecht met het ene talent?
Die groef een gat in de grond.
En stopte daarin het geld dat hij van zijn baas gekregen had.
Hij maakte het gat dicht en legde er een steen op om de plaats terug te kunnen vinden.
Het duurde lang eer de boer terugkwam.

Eindelijk! “De meester is daar!” werd er geroepen.

De volgende dag stonden ze weer voor hem.
Net als de vorige keer.
Als eerste stapte de opzichter naar voren.
Twee zakken zette hij voor de boer neer.
Hij zei: “Heer, vijf talenten hebt u mij toevertrouwd.
Zie, ik heb er vijf bij verdiend.”
“Flink zo, goede en trouwe knecht,” zei zijn meester.
“Over weinig ben je trouw geweest. Over veel zal ik je aanstellen.
Kom delen in de vreugde van je heer.”
Nu was de tweede knecht aan de beurt.
Hij legde twee zakken op tafel. In elke zak zaten twee talenten.
Hij zei: “Twee talenten had u mij toevertrouwd.
Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.”
Ook hij werd geprezen. “Flink zo, goede en trouwe knecht,” klonk het ook nu.
“Over weinig ben je trouw geweest. Over veel zal ik je aanstellen.
Kom delen in de vreugde van je heer.”
Toen kwam de derde knecht naar voren.
Hij zei: “Heer, ik wist dat U een streng mens bent.
U wilt altijd meer hebben dan U toekomt. Daarom was ik bang.
Ik dacht: ‘Stel je voor, dat ik dat geld verloor!
Wat zou er dan niet voor mij opzitten!’
Daarom heb ik uw talent begraven. Kijk, hier hebt u terug wat van u is.”
Even bleef het stil. Allen wachtten op wat de boer zou zeggen.
“O, jij slechte, luie knecht!” zei hij.
“Je dacht dus dat ik altijd meer hebben wil dan mij toekomt!
Ik zal je zeggen wat jij had moeten doen:
je had het geld aan iemand anders moeten geven, die er wel zaken mee had gedaan!
Dan had ik in ieder geval meer teruggekregen dan ik je gaf!
Maar nu neem ik je jouw talent af om het te geven aan de opzichter.
Die heeft getoond dat hij wel goed en trouw is. Jou stuur ik op staande voet weg.”


Gebaseerd op D.A. CRAMER-SCHAAP, Bijbelse verhalen voor jonge kinderen, Ploegsma, 1985 p. 287-290
(Bij de aanpassing werden alle moraliserende en psychologiserende elementen weggewerkt)





VERDIEPEN

Over talenten

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2008 nr 2)

In het verhaal/parabel heeft Jezus het over ‘talenten’.
- Wie weet wat een talent is?

Er zijn drie mogelijke antwoorden:
A.
Een talent betekende ten tijde van Jezus een grote hoeveelheid geld.
(Een antwoord in die richting kan er komen vanuit de tekeningen die je in de vorige activiteit gebruikt hebt.)
B.
In de parabel is een talent een geschenk dat de mensen van God krijgen.
(Dit antwoord kun je niet van de kinderen verwachten.)
C.
In onze tijd wordt met talent een bijzondere aanleg voor iets bedoeld. Bv. iemand kan goed tekenen.
(Dit antwoord kan er komen wanneer kinderen dit woord al hebben horen vallen nav een bijzondere aanleg voor een of ander.)


Bij A.
ga dieper in op de waarde van een talent. Afhankelijk van de tijd en de mogelijkheden berekenen de kinderen wat een talent nu waard zou zijn. (Dit moment is heel belangrijk. Zo ontdekken de kinderen zelf het enorme van het bedrag, waardoor de betekenis van de parabel duidelijker wordt)
Maak eventueel gebruik van dit blad. Spreek eerst af wat een uurloon nu waard kan zijn om zo te komen tot wat een dagloon kan zijn. Zoek dan uit wat 2 talenten waard is, en wat 5 talenten waard is. Schrijf het gevonden bedrag onderaan de tekenbladen.
Stel vast dat het om een heel grote som gaat.
Vraag aan de kinderen wat ze ervan vinden dat de heer uit de parabel zo’n grote som geld in bewaring geeft aan zijn dienaren. Blijkbaar heeft die man een heel groot vertrouwen in zijn dienaren.


Bij C.
ga dieper in op wat een ‘talent’ is in het dagelijks woordgebruik. Maak eventueel gebruik van dit blad.
Vraag: welke talenten hebben de mensen die hierop afgebeeld staan?


Bij B.
Keer even terug naar de belangrijkste elementen van deze parabel: 3 dienaren, 10 talenten, 1 heer.
Vertel dat als Jezus een parabel vertelde Hij altijd iets meer duidelijk wilde maken over God en de mensen.
- Wie van deze personen zou iets over God zeggen? (de heer)
- Welk van deze personen zou iets over de mensen zeggen? (de dienaren)
Talenten zijn geldstukken, maar wat zouden ze hier dan kunnen betekenen?
(Deze vraag is niet echt een vraag waar kinderen een antwoord op kunnen geven. Deze vraag is vooral bedoeld om de kinderen te doen nadenken)
Een talent is iets wat de mensen van God krijgen, een soort geschenk.
- Wat verwacht God dat de mensen met deze ‘talenten’ zouden doen?
(Ook deze vraag is vooral bedoeld om over na te denken)
Vanuit de context van de parabel in het evangelie volgens Matteüs vermoeden we dat God verwacht dat mensen hun talenten gebruiken om te bouwen aan het rijk van God.



Onze talenten

Materiaal
Schijfjes in geel papier, die geldstukken voorstellen (vier per kind).
Eventueel: zakjes waarin de kinderen de 'geldstukken' kunnen in bewaren.


Verloop
Iedereen heeft wel iets dat hij goed kan.
- Wat kunnen jullie goed? (= vraag naar 'talenten' bij de kinderen)
Geef elk kind drie gele schijfjes.
- Noteer op elk schijfje iets wat je goed kunt.
Leg al deze 'talenten' op een stuk sof in het midden van de kring.


Vertel de parabel


- Waarom zou Jezus dit verhaal verteld hebben?
- Heeft dit verhaal ook iets met ons te maken?
- Wie zouden wij zijn in dit verhaal?
- Krijgen wij dan ook zoveel geldstukken, talenten?
- Welk soort van talenten krijgen wij?
(verwijs naar de gele schijfjes in het midden van de kring)
- Wat zegt de parabel dat we moeten doen met die talenten?
- Hoe kunnen we onze talenten goed gebruiken?
- Waarom moeten we onze talenten goed gebruiken?
(om zo te maken dat we in een wereld leven waarin iedereen gelukkig is)


Neem dan een voor een de 'talenten' die in het midden van de kring liggen en zoek samen met de kinderen op hoe ze dit talent goed kunnen gebruiken. Hoe ze met dit talent een betere wereld kunnen maken.
Geef nadien elk kind wordt zijn eigen 'talent terug samen met een nieuw geel rond papier waarop elk kind voor zichzelf schrijft hoe het dit kan doen.



Talenten voor een betere wereld

Lees de parabel voor van de talenten.

Stel je even voor dat Rachid, Sarah en Sebastiaan het personeel van die man zouden zijn.
- Aan wie zou jij vijf talenten geven? Waarom?
- Aan wie twee? Waarom?
- Aan wie één? Waarom?
- Waarom zou die nadien zijn talent begraven hebben?

- Welk talent, welke mogelijkheid, welke verantwoordelijkheid zou je willen krijgen en doen vermeerderen om de wereld beter te maken?





INLEVEN

De parabel van de talenten

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2008 nr 2)

Vooraf
Neem drie tekenbladen. Teken op het 1e blad: 5 zakjes geld, op het 2e blad: 2 zakjes geld, op het 3e blad: 1 zakje geld.
(Belangrijk: vanuit de tekening is duidelijk dat een talent in de parabel allereerst ‘geld’ betekent)
Bovenaan elke tekening staat: 1, 2 of 5 talenten.
Zet drie ‘lege’ stoelen klaar, die in de activiteit de drie dienaren zullen voorstellen.


Verloop
Vertel de parabel, zonder dat je zegt dat Jezus dit verhaal verteld heeft. Terwijl je vertelt dat de man een of meer talenten geeft aan zijn dienaren, zet je de tekeningen op de lege stoelen.
Wanneer de ‘drie dienaren’ hun ‘talenten’ hebben, vraag je aan de kinderen:
- Wat zou de eerste dienaar gedacht hebben?
Laat de kinderen daarover nadenken. Nadien gaan ze achter de stoel staan met de 1e tekening en zeggen ze wat zij dachten dat de eerste dienaar zou gedacht hebben.
Doe nadien hetzelfde met de 2e dienaar en met de 3e dienaar.
Als de kinderen in hun antwoorden niets vermelden over wat die dienaren van plan zijn te doen met hun talenten, dan doe je de hele activiteit over, maar dan vanuit de vraag:
- Wat zou de dienaar met dat geld doen?


Vertel dan de parabel van de talenten helemaal. Leidt die parabel in met de zin: ‘Op een dag vertelde Jezus ...
- Wat vinden jullie van dienaar 1, van dienaar 2 en van dienaar 3?
- Wat vinden jullie van de man die op reis gaat?
- Wat vinden jullie van de man als hij terug komt?

De kinderen verwoorden hun bedenkingen vrijuit.
Kom alleen tussen met vragen als: waarom denk je dat? wie denkt daar ook zo over?



Van een rijk man die op reis ging

(Naar: B. RABIJNS, Een bijbel vol maar wat doe je ermee, p. 58-59)

Materiaal
Minstens zes bouwstenen (kartonnen dozen)


Verloop
Vertel het volgend verhaal. Zet bij de aangeduide stukjes uit het verhaal, de bouwstenen op elkaar.

Er was eens een rijk man die naar het buitenland vertrok. Maar eerst riep hij drie van zijn knechten bij zich. Elke knecht kreeg de opdracht om voor een deel van het bezit van de heer te zorgen. De eerste knecht, Dennis, moest zorg dragen voor de weiden en velden met gewassen. Kurt, de tweede knecht, kreeg de zorg over het vee: de koeien, de paarden, de schapen enz. En Tom, de derde knecht, moest een oogje in het zeil houden op de boerderij zelf. De heer kon nu zonder zorgen op reis vertrekken.
Dennis zorgde goed voor de velden en de weiden, hij zorgde ervoor dat de weiden in de zomer besproeid werden zodat ze niet zouden verdorren door de zon (bouwsteen). Hij had geholpen bij het ploegen (bouwsteen) en bezaaien van de velden (bouwsteen) en later ook bij de oogst (bouwsteen), het was een goede rijke oogst geworden dat jaar.
Kurt, de tweede knecht, had het erg druk met het vee, elke maand ging hij naar de veemarkt en verkocht de dieren die er te veel waren op de boerderij (bouwsteen), ook slachtte hij enkele dieren voor de wintervoorraad (bouwsteen). De dieren waren zijn vrienden geworden en hij deed zijn werk met veel plezier.


De kinderen vullen in wat Tom allemaal zou kunnen doen...
Als ze Tom laten handelen in de lijn van wat de twee andere knechten doen, vertel je het vervolg van dit verhaal:

Maar Tom, die zag het allemaal niet zo zitten, hij had wel gezien dat de schuurdeur hoognodig moest worden gemaakt en dat de stallen moesten worden uitgemest, maar hij deed er niets aan omdat hij bang was dat de heer zijn werk niet goed zou vinden. Daarom liet hij maar alles zoals het was.


Bespreek:
- Wat zal de heer van het werk van Tom vinden?


De kinderen vergelijken hun verhaaleinde met de Bijbeltekst.


TIPS
. Bouw met de groep verder aan de muur als symbool van 'bouwen aan het Rijk van God'.
Telkens er in de groep iets positiefs gebeurt, als er werkelijk wordt gewerkt en gebouwd aan het Rijk van God, plaatsen ze er een bouwsteen bij. 'Iedereen kan zijn steentje bijdragen'.


. Schrijf op elke doos de naam van een kind.
In de loop van het jaar schrijven de andere kinderen die doos vol met goede dingen van dat kind. Zo wordt de muur een opeenstapeling van alle mogelijke fijne momenten, ervaringen...





SPELENDERWIJS

Schrapspel

Schrap alle getallen en lees.

Vieriedereeenzesheefttientalentennegen.
Twaalfjijtwintigookdrie.
Eennietachtaandrietwijfelenhonderd.
Negendoezeserzevenietsachtmeetwee.


TIP
Gebruik dit schrapspel als inleiding voor je activiteit.





BELEVEN

Talenten

De kinderen tekenen zichzelf op een blad.
Bij de verschillende lichaamsdelen (hoofd, handen, voeten...) schrijven ze wat ze er goed mee kunnen doen. Daarna vragen ze zich af hoe ze hiermee anderen een plezier kunnen doen ( = bouwen aan het rijk van God)

of:
De kinderen maken een tekening waarbij zij en hun vrienden een medaille gewonnen hebben.
In de rand schrijven ze waarom zij zichzelf en hun vrienden een medaille zouden willen geven.



De talentenfiche

(Bron: Kerk en leven, 10 november 1999)

Maak voor alle kinderen een talentenfiche met drie kolommen.
Een brede kolom waar bovenaan staat: 'Dit is jouw talent'
Een smalle kolom waar bovenaan staat: 'Hier werk ik aan'
Terug een brede kolom met: 'Dit hebben we gezien'.
Elk van die drie kolommen bestaat uit enkele rijen.
Of
maak gebruik van dit werkblad.


Bovenaan de fiche schrijven de kinderen hun naam. Daarna geven ze de fiche door aan hun rechterbuur. Wie de fiche krijgt, noteert een talent van de persoon van wie de naam bovenaan de fiche staat. Dan worden de fiches opnieuw doorgegeven. Dat gaat zo door tot iedereen alle fiches heeft ingevuld. Op het einde van die ronde kan men de talenten lezen die anderen bij hem/haar ontdekken.
Geef de kinderen nadien de kans om aan te duiden welke talenten ze deze week zullen gebruiken. De anderen hoeven dat niet te weten. De kaarten worden door de leerkracht bewaard. Tijdens een volgende les gaan de kaarten weer rond. Iedereen van de groep noteert dan in de laatste kolom wat ze van zijn/haar actie gezien hebben.
Daar kan natuurlijk ook over gepraat worden.


TIP
Bespreek vooraf met de kinderen welke soort talenten er allemaal kunnen bestaan:
. talenten op het sportieve vlak: snel lopen, goed turnen, fietsen, scoren bij het voetballen, ...
. sociaal talent: bezorgd zijn om anderen, goed kunnen luisteren, ...
. muzisch talent: goed kunnen tekenen, zingen, dansen, muziek spelen ...
. intellectueel talent: goed kunnen spreken, goed kunnen nadenken, ...
. ...



Lege stoel (Bibliodrama)

Vooraf
Maak een kring van net zoveel stoelen als er kinderen zijn, en zet er één extra bij.


Verloop
- Op deze stoel zit de heer (toon een lege stoel)
- Zo krijg je de kans om de heer alles te vragen wat je maar wil weten.
B.v. Hoe komt u aan al dat geld?
Maak het nu even stil zodat de heer kan nadenken.
Ga dan achter de lege stoel staan, leg de handen op de rugleuning en antwoord (alsof je de heer zelf bent) b.v.: omdat ik het geërfd heb van mijn vader.
Dan vraag je aan de kinderen of ze de heer iets anders hebben horen antwoorden. Die kinderen krijgen dan één voor één de kans om achter de lege stoel te staan en te zeggen wat ze de heer hebben horen zeggen (daarom worden hun antwoorden in de ik-vorm geformuleerd).

Vragen worden alleen gesteld voor het geval de kinderen teveel eenzelfde soort vragen zou stellen. Van deze reeks vragen mag je er zelf maar één van stellen, zoniet leid je zelf teveel het gesprek.
- Waarom gaf je de dienaar die geen talenten bij verdiend had zo'n zware straf?
- Waarom gaf jij je dienaren niet evenveel?


Bespreking nadien
- Hoe voelde het om de meester te zijn?

Lees de parabel opnieuw uit de bijbel.


Klik hier voor meer informatie over deze manier van werken.



Tegenslag!

Stel je voor dat de man met de vijf talenten tegenslag had bij het werk, waardoor hij alle talenten verloor.

Speel de reactie van Jezus.





ACTEREN

Een klas vol talent

(Naar Katia Van Cleynenbreughel in Simon 2008, nr 2, p. 13-14)

De volgende dialogen kunnen gebruikt worden om er toneel mee te spelen.
Maar men kan de rollen ook verdelen over de verschillende kinderen, die elk op het juiste moment hun zinnen voorlezen.
De begeleider leest dan de bindstukjes voor.

Verteller
Op een dag in een school...

Juf
Wie van jullie kan iets heel goed?

Louis
Ik speel toneel en poppenkast, juf.

Margot
Ik teken graag.

Yana
Ik kan heel goed lezen.

Juf
Zoveel talent in onze klas!
Jullie zijn geweldig!

Verteller
Op het einde van de dag toont de juf drie boeken.

Juf
Kijk, ik heb drie nieuwe boeken voor de klasbib.
Wie wil ze eens inkijken?
Ik wil ze graag volgende week terug.
Veel plezier ermee.

Verteller
Die avond thuis bij Yana...

Matthis (jonger broertje van Yana)
Yana, wil je een verhaal vertellen?

Yana
Oké, eentje dan.
De rest van het boek lees ik alleen.

Verteller
Dezelfde avond bij de oma van Margot

Margot
Kijk oma, ik kreeg een boek van de juf.

Oma
Wat een mooi nieuw boek!
Wees er maar voorzichtig mee.

Margot
Wil jij het voor mij bewaren tot volgende week?
Ik ben bang dat het vuil zal worden.

Oma
Bij mij is dat mooie boek in veilige handen.

Verteller
Bij de vrienden van Louis.

Louis
Morgen in de namiddag speel ik poppenkast.
Iedereen is welkom bij mij thuis!

Vriend 1
Ik wil graag komen kijken.

Vriend 2
Ik ook!

Verteller
De volgende namiddag zijn de vrienden van Louis bij hem thuis.

Louis
En toen kwam de boze wolf
en hij at oma in één hap op.

Vrienden
(applaudisseren)
Nog Louis! Nog!
We willen nog meer verhalen horen!

Verteller
De week later op school.

Louis, Margot, Yana
Bedankt voor het mooie boek, juf.

Juf
Graag gedaan.
Vertel eens wat jullie ermee gedaan hebben.

Yana
Ik heb een verhaal voorgelezen voor mijn broer.
Daarna heb ik zelf het boek helemaal uitgelezen.

Margot
En ik heb er heel goed voor gezorgd.

Louis
Ik heb poppenkast gespeeld
voor mijn vrienden.


TIP
De kinderen zoeken welk talent de kinderen uit het verhaal hebben én hoe ze hun talent gebruiken om de wereld om hen heen gelukkiger te maken (= het rijk van God realiseren)

Persoon Talent Bouwen aan het Rijk van God
YanavertellenEen lieve zus zijn voor kleine broer
Kaat/Misschien heeft Kaat wel talenten, maar ze doet er niets mee. Ze zijn dus verborgen.
LouisPoppenkast spelenEen fijne namiddag bezorgen aan de kinderen in de buurt.






VERTELLEN

De lamme en de blinde

Er loopt een man langs de weg, voorzichtig, voetje voor voetje,
tastend met zijn stok, want hij is blind.
Ineens staat hij stil: hoorde hij daar iets? Roept daar iemand?
Hij draait zijn hoofd in de richting vanwaar hij het geluid hoort.
'Ja, blinde man, ik heb je geroepen.
Loop maar op het geluid af en kom even bij me zitten.'
De blinde man aarzelt, maar gaat toch op de stem af.
'Wie ben je? Waarom heb je me geroepen?'
De man die hem riep zegt: 'Ik zag je gaan en ik wilde je waarschuwen,
want de weg is daar steil en slecht, vol scherpe stenen.'
'Dat is erg vriendelijk van u, meneer. Dank u wel!
Ja, het valt niet mee als blinde langs de weg.
Zoudt u niet met mij mee willen lopen? Het is voor mij hier een vreemde streek.'
'Dat zal niet gaan', zegt de ander, 'want ik ben lam, van mijn geboorte af.
Vanavond komt mijn familie mij weer halen.'
Lange tijd zitten ze daar samen, zwijgend en als ze iets zeggen,
is het over hun somber bestaan.
Dan staat de blinde op en zegt: 'Kom, dan draag ik jou. Ik neem je op mijn schouders.'
En de lamme zegt: 'Dat is goed!
Dan kijk ik goed, waar je het beste kunt lopen. Samen komen we er best'.



Nick

Nick is twaalf jaar. Vanaf zijn geboorte kan hij zijn linkerhand en zijn linkervoet niet gebruiken. Hij kan wel een klein stukje lopen, maar als hij ver weg moet, gebruikt hij een rolstoel. Met zijn linkerhand kan hij bijna niets. Gelukkig helpen zijn ouders hem met van alles: veters strikken, aankleden, brood klaarmaken, trap op lopen. En op school helpen zijn vriendjes hem: zijn boeken opzoeken, zijn schrift openen, zijn pen oprapen. Dat vindt Nick fijn.
Op een dag praatte de meester met zijn ouders over een nieuwe school voor kinderen met een handicap, waar ze gedurende de week ook wonen. 'Die school is geknipt voor Nick', zei de meester. Er werd over gepraat met de kinderarts, de dokter en de meesters en juffen van de school. Ten slotte was iedereen het erover eens dat Nick naar die school zou gaan.

Toen de vakantie voorbij was, huilde Nick. Hij wilde liever thuis blijven. Maar eenmaal in die nieuwe school, viel het reuze mee. 'Tot vrijdag', zei z'n moeder, 'en houd je taai, he!'. Toen zijn ouders weg waren, pakte Nick zijn koffer uit. Daar kwamen weer die lastige tranen. Gelukkig kwamen de jongens van de andere kamers langs, met veel gedoe van krukken en rolstoelen. 's Morgens kwam Nick als laatste aan tafel. Hij had bijna geen tijd om te eten, en zeker niet om zijn brood klaar te maken voor de middag.
'Dat doet mijn moeder altijd voor me', zei hij tegen Irene, zijn verzorgster. 'Ik help eerst de kinderen die helemaal niets kunnen', zei ze. 'Jij kunt best iets zelf, je hebt een heel goede hand'. Zonder eten naar school dus. Nick voelde zich in de steek gelaten. Tot iemand hem riep: 'Nick'. Het was Stefan. Hij zat met riemen vastgegespt in z'n rolstoel, omdat hij zichzelf niet rechtop kon houden. 'Kun jij even mijn pen oprapen? Hij ligt bij jouw stoel'. Nick wist even niet hoe hij het had. Altijd hadden zijn vriendjes alles voor hem opgeraapt. En nu vroegen ze het hem. Hij krabbelde omhoog, bukte, en grabbelde naar de pen. Hij moest het zeven keer proberen, maar toen had hij hem! 'Hier', zei hij met een gezicht alsof het heel gewoon was, maar van binnen voelde hij zich geweldig. Die avond, toen zijn moeder opbelde, zei hij dat hij 's morgens eerder op moest, 'want ze helpen me niet met mijn brood. Ik ben een van de weinigen die het zelf kan, snap je'. 'En?', vroeg zijn vader, die hem vrijdags kwam halen, 'hoe was het?'. 'Slecht', zei Nick eerlijk. 'Ik heb elke dag wel ergens om gehuild. Maar ik wil toch weer terug, want ik heb er veel vrienden'.



De zeven wereldwonderen

(C. Leterme, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 123)

Een meester vroeg aan zijn leerlingen:
‘Wat zijn op dit moment de zeven wereldwonderen?’
Na wat discussie, zeiden ze:
‘De piramiden in Egypte.
De Taj Mahal in India.
De beelden van het Paaseiland.
Het Panama kanaal in Midden-Amerika.
De Eifeltoren in Parijs.
De Sint-Pietersbasiliek in Rome.
De Chinese muur.’

Terwijl de meester nog bezig was de stemmen te noteren,
zag hij dat één leerling nog niet klaar was.
Hij ging naar haar toe en vroeg:
‘Is het zo moeilijk om zo’n lijst te maken?’
‘Ja, nogal,’ zei ze
‘het zijn er zoveel, dat ik moeilijk een keuze kan maken.’
Toen zei de meester:
‘Zeg maar wat je al hebt, misschien kunnen we je helpen.’
‘Het meisje twijfelde even, maar las dan voor:
Ik denk dat de zeven wereldwonderen zijn:
te kunnen zien
te kunnen horen
te kunnen aanraken
te kunnen tasten
te kunnen voelen
te kunnen lachen
en te kunnen liefhebben.’

Het werd heel stil in het lokaal.




Overweging bij het verhaal
(C. Leterme)

Mensen houden ervan lijstjes te maken:
- dit moet ik in de winkel kopen
- dit mag ik niet vergeten
- daar wil ik nog op reis gaan
- …
Het verhaal hierbij heeft het over een lijstje van zeven wereldwonderen:
de meest indrukwekkende plaatsen op de wereld op dit moment.
Dit is niet het eerste lijstje over wereldwonderen.
Antipater van Sidon,
een Grieks schrijver en dichter uit de 2e eeuw voor Christus,
deed hen dat al voor.
Hij maakte als eerste een lijstje met zeven wereldwonderen.
Merkwaardige bouwwerken en kunstwerken die er in de Oudheid te zien waren.

Maar het verhaal neemt een vreemde wending:
één van de leerlingen staat niet langer stil bij indrukwekkende gebouwen of kunstwerken.
Ze ontdekt heel wat wonderen in zichzelf.
Het doet haar leraar en medeleerlingen in de klas stil worden.
Zo hadden ze dat nooit eerder bekeken:
wat mensen met hun lichaam kunnen, is ook een wereldwonder!
En nu er toch al zoveel lijstjes zijn …
kan er misschien nog eentje bij.
Er zijn ook ‘wonderen’ die mensen samen kunnen maken.
Dat lijstje zou er kunnen uitzien als:
rechtvaardigheid,
liefde,
vrede,
vrijheid,
eerlijkheid,
vergeving,
verzoening.

Maar …
niet het opsommen is belangrijk.
Het realiseren van de punten uit dit lijstje, daar gaat het om!



Kikker, Mug en Muis

De koning had al zijn dienaren weggestuurd. 'Nietsnutten! Dat waren ze!' zei hij.
'Maar ik heb wel goede dienaren nodig! Wie helpt mij toch om hen te vinden?'
'Ik' zei de lokvogel. 'Zoek maar een paar goede dienaren voor mij,' zei de koning.

De volgende dag kwam de lokvogel met drie nieuwe dienaren.
De koning keek op. 'Wat heb ik nu aan een kikker, een mug en een muis? Die kunnen toch niets!'
'Het gaat niet om wat ze niet kunnen,' zei de lokvogel, 'maar om wat ze wel kunnen.'

Die nacht kon de koning niet slapen. Hij stond op en maakte een wandeling in de tuin.
Maar toen schoof een wolk voor de maan, en de koning viel in het water van de hofvijver.
Dat merkte Kikker. Hij begon luid te kwaken en redde zo de koning.

Wat later sloop een inbreker het paleis binnen. Hij wou de kroon van de koning stelen.
Dat merkte Mug. Die stak de koning op zijn neus, zodat hij meteen wakker werd.
De inbreker wist hoe laat het was en maakte kennis met de kelder van het paleis.

Nog later in die kwade nacht sloop een oproerkraaier het paleis binnen en bond de koning vast.
Dat zag de kleine Muis. Die knaagde met haar tandjes het touw door, zodat de koning vrij kwam.
Wat later vloog de oproerkraaier ook in de kelder van het paleis.

De volgende dag hield de koning een groot feest om Kikker, Mug en Muis te bedanken.
De lokvogel mocht zitten tussen de koning en de koningin,
want hij had door dat iedereen, ook al denkt die dat die niets kan, wel iets kan.


TIP
Slik bij het vertellen de laatste woorden in en laat de kinderen zelf verwoorden wat die roepvogel wel door had.



De meester-poppenspeler

Er was eens een man die een knots van een poppenkast had. Daarmee reisde hij dorpen en steden af en trok hij volle zalen. Hij was dan ook een meester in het spelen. De prachtigste poppen, van eigen makelij, kwamen tot leven in de schijnwerpers. Nu speelde de meester-poppenspeler niet alleen. Drie helpers zorgden ervoor dat hij acht handen had. Zij waren als leerling-poppenspelers in dienst gekomen en begonnen hun meester al aardig te evenaren.
Op een dag zei de meester-poppenspeler tegen zijn helpers: 'Mannen, ik ga voor lange tijd naar het buitenland om lezingen te geven. Dus laat ik jullie alleen. Nemen jullie ieder tien poppen mee en ga voor jezelf beginnen. Doe je best om de mensen te boeien. Laat ze lachen en huilen. Als ik terugkom, wil ik graag zien wat ervan geworden is.' Daarna kocht de meester-poppenspeler een treinkaartje en verdween. De drie leerling-poppenspelers zochten ieder tien lievelingspoppen uit. Omdat ze een verschillende smaak hadden, brak er gelukkig geen ruzie uit.
Daarna gingen ze op weg, langs dorpen en steden, om de mensen te amuseren.
De eerste poppenspeler hield van zieke en oude mensen en ging de ziekenhuizen en bejaardencentra af. Hij deed zijn best en de mensen hielden van zijn spel. Het duurde niet lang of hij breidde zijn poppenkast uit en nam vier helpers in dienst. Samen bedachten ze de mooiste verhalen en maakten de prachtigste poppen. Ook de directeuren van theaters en schouwburgen kregen de smaak te pakken en vroegen: 'Kom a.u.b. bij ons optreden!'
De tweede poppenspeler hield van jonge mensen en speelde het liefste op scholen. De kinderen waren altijd enthousiast en konden het niet laten 'Bis! Bis!' te roepen. Op een dag kwamen twee schoolverlaters die met geen mogelijkheid werk konden vinden, bij de poppenspeler in dienst. Zij hielpen mee om de poppenkast te vergroten en te verfraaien. Ook de poppen kregen er gezelschap bij. Naar de laatste mode waren dat junkies, punkers en skinheads. Na verloop van tijd wilden ook de grote mensen meekijken. Dus trad de poppenspeler op in club- en buurthuizen, op pleinen en in parken.
Nummer drie hield van zekerheid. 'Ik ga thuis eerst goed oefenen,' zei hij bij zichzelf. 'Als ik het héél goed kan, speel ik voor publiek.' Hij ruimde een kamer leeg, hing een levensgrote spiegel aan de muur, bouwde zijn poppenkast op en begon. Steeds als hij uitgespeeld was, keek hij naar de poppen en dacht bij zichzelf: Wat zijn die poppen mooi. Veel te mooi om mee te spelen. Ze zouden er maar van slijten. Trouwens, de meester is een strenge man. Hij zal wel willen dat ik ze mooi houd. Op een dag nam hij dozen met fluweelachtig papier en pakte de poppen in. 'Zo blijven ze tenminste gaaf,' sprak hij zichzelf moed in.
Een jaar later kwam de meester-poppenspeler terug in het land. Hij liet de drie helpers bij zich komen. 'Hoe hebben jullie het er van afgebracht?' vroeg hij nieuwsgierig .
'Luister eens, meester,' zei de eerste, 'ik ben in ziekenhuizen en bejaardencentra begonnen. Nu speel ik in theaters en schouwburgen. O ja, hier zijn mijn nieuwe helpers. En hier is onze nieuwste poppenkast. Wilt u ook de allernieuwste poppen zien?' 'Goed zo, goed zo,' reageerde de meester, 'hier heb je nog meer poppen. Ik zal zorgen dat je in het buitenland mag optreden. De mensen zullen er blij om zijn!'
Toen was de tweede poppenspeler aan de beurt. 'Kijk eens, meester,' zei deze, 'mijn nieuwste poppenkast en twee jonge knechtjes! Kunnen al aardig spelen, hé jongens? Eerst speelden we op scholen. Nu komen we in club- en buurthuizen, in parken en op pleinen.' 'Je hebt eruit gehaald wat erin zit,' antwoordde de meester-poppenspeler. 'Ik ben trots op je. Ook jou geef ik extra poppen. Hier. Ik zal zorgen dat je op de televisie komt.
En nu nummer drie. Wat heb jij met je poppen gedaan? Heb je er ook zoveel kinderen en grote mensen mee blij gemaakt?' 'Ik? Nee!' antwoordde de derde poppenspeler. 'De poppen zijn veel te mooi om er zomaar mee te spelen. Ze zouden er lelijk van worden en verslijten. Misschien zou u wel boos worden. Ik heb ze voorzichtig ingepakt.' 'Wat is dat nu!?' riep de meester-poppenspeler. 'Die poppen zijn er toch niet om in de watten gelegd te worden? Ik ben juist boos,' en dat was aan het gezicht van de meester duidelijk te merken, 'omdat je ze niet gebruikt hebt en omdat je de grote en kleine mensen niet hebt laten lachen. Nou, als je er toch niets mee wilt doen, geef ze dan maar hier. Die twee anderen weten er beter raad mee!' 'Wat een beloning!' vonden de eerste twee. Ze glunderden als twee kleine kinderen. En nummer drie? Die zweeg en keek strak voor zich uit.





BIDDEN / MEDITEREN

Als ik geen vuur ben
maak van mij, Heer, een vlam.
Een vlam die heel zacht brandt voor U.

Ben ik geen stormwind...
Heer, maak van mij een bries,
een koelte die fluistert van U.

Want hoe weinig ik ben
en hoe weinig ik ook ben...
dat is van geen tel voor U.

Als ik geef wat ik heb,
als ik ben wie ik ben,
dan is dat genoeg voor U.

We kregen allemaal talenten.
De een veel, de ander minder.
Maar daar komt het niet op aan.
Het gaat erom
dat je je talenten gebruikt
om de anderen en jezelf
gelukkig te maken.






Jongeren

BELEVEN

Kaartspel met talent

Neem een gewoon kaartspel. Verdeel de kaarten volgens het aantal spelers. Deze kaarten worden niet bekeken. Beurtelings legt elke speler een kaart in het midden. De speler die de hoogste kaart heeft, krijgt alle andere kaarten. Het spel gaat zo verder tot alle kaarten gespeeld zijn. Dan telt elke speler zijn/haar prenten (heer, dame, boer). Deze som vormt het aantal talenten. Voor elke heer, dame, boer die men tijdens het spel gewonnen heeft, probeert men zijn talent (talent = aanvoelen wat je kunt doen voor een ander zodat je helpt Gods droom te realiseren) waar te maken in het alledaagse leven tegenover een man, een vrouw en / of een kind. Mocht er bij het einde van het spel een speler zijn die over geen talenten beschikt, dan krijgt deze één talent door blindelings één prent te trekken van de medespeler, die de meeste 'talenten' heeft.





VERDIEPEN

Op zoek naar het Rijk van God

Een Put Graven


Bekijk goed deze foto.
- Wie zie je? Wat zie je?
- Waarom graaft men een put? Wat doet men ermee?


Vertel het eerste deel van de parabel van de talenten:

Op een dag vertelt Jezus:
‘Er was eens een man,
die voor zaken naar het buitenland moest.
Een paar dagen voor zijn vertrek
riep hij drie dienaars bij zich.
Hij vroeg: ‘Willen jullie voor mijn geld zorgen als ik weg ben?’
Aan de eerste dienaar gaf hij vijf talenten.
Aan de tweede dienaar gaf hij twee talenten.
En aan de derde gaf hij één talent.
Kort daarop vertrok hij naar het buitenland.

De dienaar die vijf talenten gekregen had,
ging er dadelijk op uit om zaken te doen.
En het duurde niet lang
of hij had vijf talenten bijverdiend.
De dienaar die twee talenten kreeg,
verdiende er nog twee bij en had er zo vier.
En de knecht met het ene talent?
Die groef een gat in de grond.
En stopte daarin het geld dat hij van zijn meester gekregen had.


- Wat denk je van de man die zijn geld in de grond stopt?
- Zou jij dat ook doen?
- Waarom? Waarom niet?


Geef informatie over 'talenten':
In Jezus' tijd was een talent de grootste geldeenheid en was 6000 denariën waard. Eén denarie was toen het dagloon van een arbeider. Als de heer aan zijn slaven vijf, twee en één talent toevertrouwt, geeft hij hen een som gelijk aan 30 000, 12 000 en 6 000 daglonen in handen. Het gaat dus om enorme bedragen.
Bereken hoeveel 1 talent nu waard zou zijn.
Spreek eerst af wat een uurloon nu waard kan zijn om zo te komen tot wat een dagloon kan zijn.
Zoek dan uit wat 2 talenten waard is, en wat 5 talenten waard is.
Lees dan de parabel in zijn geheel voor en vervang de talenten door hun geldelijke waarde nu.

Op een dag vertelt Jezus:
‘Er was eens een man,
die voor zaken naar het buitenland moest.
Een paar dagen voor zijn vertrek
riep hij drie dienaars bij zich.
Hij vroeg: ‘Willen jullie voor mijn geld zorgen als ik weg ben?’
Aan de eerste dienaar gaf hij vijf talenten.
Aan de tweede dienaar gaf hij twee talenten.
En aan de derde gaf hij één talent.
Kort daarop vertrok hij naar het buitenland.

De dienaar die vijf talenten gekregen had,
ging er dadelijk op uit om zaken te doen.
En het duurde niet lang
of hij had vijf talenten bijverdiend.
De dienaar die twee talenten kreeg,
verdiende er nog twee bij en had er zo vier.
En de knecht met het ene talent?
Die groef een gat in de grond.
En stopte daarin het geld dat hij van zijn meester gekregen had.

Na lange tijd kwam de man terug.

De dienaar die vijf talenten gekregen had,
kwam naar voren en zei:
‘Heer, vijf talenten hebt u mij toevertrouwd.
Kijk, ik heb er vijf bijverdiend.’
‘Prima, goede en trouwe dienaar,’ zei zijn meester.
‘Over weinig ben je trouw geweest.
Over veel zal ik je aanstellen.
Kom, wees samen blij met mij.’
Nu was de tweede dienaar aan de beurt.
Hij zei: ‘Voor twee talenten moest ik zorgen.
Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.’
Ook hij werd geprezen.
‘Prima, goede en trouwe dienaar,’ zei zijn meester.
‘Over weinig ben je trouw geweest.
Over veel zal ik je aanstellen.
Kom, wees samen blij met mij.’
Toen kwam de derde knecht naar voren.
Hij zei: ‘Heer, ik wist dat U een streng mens bent.
U wilt altijd meer hebben dan U toekomt.
Daarom was ik bang.
Ik dacht: ‘Stel je voor, dat ik dat geld verlies!’
Daarom heb ik uw talent begraven.
Kijk, hier hebt u terug wat van u is.’
Toen zei de meester:
‘Slechte, luie dienaar!
Je wist dat ik altijd meer wil hebben dan mij toekomt!
Ik zal je zeggen wat je had moeten doen:
je had het geld op de bank moeten zetten.
Dan had je er intrest op gekregen!
En had ik meer teruggekregen dan ik je gaf!
Maar nu neem ik dat ene talent af
om het te geven aan de dienaar die tien talenten heeft.
Ik stuur je weg, want jij bent nutteloos.’


- Wat valt op als je deze parabel op die manier opnieuw beluistert?
- Wat denk je van de houding van de drie dienaren?
- Hoe zou jij zelf reageren?


Geef informatie over wat een parabel is.
Dit verhaal is een parabel. Een soort verhaal dat Jezus vaak vertelde. Typisch voor de parabels van Jezus is dat Hij ermee iets zegt over God en hoe God over de wereld droomt (= Het rijk van God)

- Welke persoon in de parabel zegt volgens jou iets over God?
- Waarom denk je dat?
- Wat zegt deze parabel volgens jou over het Rijk van God?





VERTELLEN

Ik weet iets goeds van jou

- Schrijf de naam van alle klasgenoten op een papier, vroeg de juf aan haar leerlingen.
Daarnaast schrijf je het beste wat je over jouw klasgenoten kunt vertellen.
Op het einde van de les werden de bladen opgehaald.
In het weekend nam de lerares voor iedere leerling een blad
en schreef daar alle positieve en opbouwende opmerkingen op.
Maandag gaf ze aan alle leerlingen hun lijst.
- Is dat echt zo? kon je horen fluisteren,
- Ik wist niet dat ik voor iemand anders iets te betekenen had!
en 'Ik wist niet dat anderen mij zo leuk vinden',

Jaren later was Mark, een van haar leerlingen, gestorven in een ongeval.
De juf werd uitgenodigd voor de begrafenis.
Een voor een gingen de mensen bij zijn graf voorbij
en bewezen hem de laatste eer.
Ook de lerares ging naar zijn graf en bad voor hem.
Na de begrafenis spraken de ouders van Mark haar aan.
- We willen u iets laten zien, zei zijn vader.
Hij haalde een portefeuille uit zijn broek.
Dit vonden we toen we door Marks spullen gingen kijken.
We dachten dat u het zou herkennen.
Uit de portefeuille haalde hij een blad,
dat duidelijk vaak opengevouwen en weer dichtgevouwen was.
De juf herkende het blad waarop alle goede en positieve dingen stonden
van zijn medeklasgenoten die zij bijeen geschreven had.
- Wij willen u hiervoor erg bedanken, zei zijn moeder.
Zoals u kunt zien heeft Mark dit enorm gewaardeerd.
Hierna verzamelden alle voormalige leerlingen zich rondom de lerares.
- Mijn lijst ligt in de bovenste lade van mijn bureau, lachte Charlie.
- De lijst van Joost steekt in ons trouwalbum, zei Heleen, de vrouw van Joost'.
- Ik heb mijn lijst ook nog, zei Marylin. Ik heb die in mijn dagboek geplakt.
Toen haalde Vicky, haar agenda uit haar handtas en toonde haar lijst.
Helemaal bijeen geplakt en duidelijk veel gebruikt.

De lerares was erg ontroerd, er kwamen tranen in haar ogen.
Ze moest erbij gaan zitten.



Het land van vader Jacob

(C. LETERME, 99 verhalen met een knipoog, uitgeverij Averbode, 2014, p. 126-127)

Vader Jacob was oud geworden.
Daarom wilde hij zijn land verdelen onder zijn kinderen.
Zijn dochter gaf hij een stuk vruchtbare aarde,
zijn oudste zoon een heuvel met leem,
de tweede zoon een strook met klei langs de rivier
en de derde zoon het zand langs de zee.
- Dat is niet eerlijk! protesteerden de jongens,
alle goede grond is voor onze zus!
- Ga toch maar eens kijken naar die grond, zei hun vader.
Als je volgend jaar nog ontevreden bent, zullen we ruilen!
De dochter ging direct aan de slag met zaadjes en plantjes.
- Met die leem valt niets te doen! zuchtte de oudste zoon.
Misschien kan ik er stenen en tegels van maken.
Hij bouwde een oven en verkocht het materiaal
aan wie een huis bouwde.
De tweede zoon nam wat van de klei in zijn handen.
- Wat kan ik daar nu mee doen?
Hij begon wat klei te kneden tot hij een kom had.
Hij liet de kom drogen en bakken, zodat die hard werd.
Toen wist hij wat hij met die klei zou doen.
En de jongste zoon .... die wandelde langs het strand.
Wat kan ik nu met zand doen? dacht hij.
Dan zag hij in de verte een paar kinderen
die met zand een fort bouwden.
Kinderen in de stad hebben geen zand om mee te spelen, dacht hij.
Hij zeefde het zand, deed het in zakken, huurde een wagen
en verkocht het in de stad.

Een jaar later kwamen de kinderen terug bijeen bij hun vader.
De dochter had een mand vol fruit en groenten mee,
De oudste zoon had bakstenen mee,
de tweede zoon een prachtige kom
en de jongste een zak zand om mee te spelen.
- Wie wil zijn grond ruilen? vroeg hun vader.
Maar daar had niemand nog zin in.
Ze hadden allemaal te veel plannen met de grond die ze nu hadden.
- Ik wist het, ik wist het, lachte vader Jacob.

Klei




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 15 november 2017, p. 1)

Mensen denken dat ‘talenten’ iets buitengewoon zijn:
kunstenaars hebben talent, en geleerden en kinderen …
maar eens men de twintig voorbij is,
wordt daar zelden nog over gesproken.

Meestal denkt men
dat zo’n talent uit de hemel komt gevallen.
En bij bepaalde mensen zal dat zeker het geval zijn.
Maar talenten kunnen ook op een ander vlak liggen.

De zonen uit het verhaal hierbij
kregen niet direct waardevolle grond
van hun vader toen die wat ouder was geworden.
Gelukkig waren ze niet!

Maar elk van de zonen had aandacht
voor de specifieke eigenschappen van de grond
en ging er creatief mee om
in plaats van er bij te gaan zitten.

Ze ontdekten mogelijkheden
die ze voordien niet zagen
en ontwikkelden een heel eigen aanpak
die nog bleek te renderen ook.

Jezus had het ook over talenten.
In zijn tijd waren dat heel waardevolle geldstukken.
Zo iets moet je laten renderen
en niet in de grond steken, vond hij.

Voor Hem had talent uiteindelijk niets te maken met geld
maar met de eigen mogelijkheden die men gebruikt
om van deze wereld een betere wereld te maken,
een wereld zoals God die voor de mensen wilt.





MEDITEREN

Als je geen spar kunt zijn
op de top van de rots,
wees dan een struik in het dal.
Maar wees dan het beste struikje
langs de kant van de beek.
Kun je geen snelweg zijn,
wees dan een pad.

Kun je de zon niet zien,
wees dan een ster.

Groot of klein
munt uit ...in wat je ook bent.

Mijn talenten, wat moet ik ermee?
Beschutten tegen weer en wind?
Koesteren en veilig bewaren?

Mijn talenten, wat moet ik ermee?
Inzetten, tegen beter weten in?
Te gelde maken en geld binnenhalen?

Mijn talenten, wat moet ik ermee?
Inzetten op dromen en hopen?
Te gelde maken en geluk binnenhalen?
(bezinningsboekje bij de vastencampagne 2008 van Broederlijk Delen, p. 9)

Met mijn handen kan ik helpen en knutselen.
Mijn armen omhelzen de mensen van wie ik houd.
Met mijn ogen kijk ik naar de vogels en de bomen
en al het moois in de natuur.
Met mijn voeten ga ik naar de mensen toe,
die niet zo vaak bezoek krijgen.
Mijn tong proeft lekkere ijsjes.
Met mijn lach maak ik iedereen blij.
En mijn stem wil zingen en praten.
(Kolet Janssen)

Dag lieve medemens,
neem je tijd om gelukkig te zijn.
Je bent een wandelend wonder
op deze aarde.
Je bent enig, uniek,
onvervangbaar.
Weet je dat?
Waarom sta je niet verstomd,
ben je niet blij,
verbaasd over jezelf
en over al die anderen
om je heen?
Vind je het zo gewoon,
zo vanzelfsprekend,
dat je leeft, dat je leven mag, dat je tijd krijgt
om te zingen en te dansen,
om gelukkig te zijn?
Neem rustig te tijd
om gelukkig te zijn.
(Phil Bosmans)

Waar je talenten
en de behoeften van de wereld
elkaar kruisen,
ligt je roeping.
Aristoteles






Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Liefhebben vraagt edelmoedigheid zonder schrik

Een heer vertrouwt zijn bezit toe aan zijn dienaren.
Een parabel om ons te zeggen dat God
ons het kostbaarste wat Hij heeft, toevertrouwt: Zijn liefdeskracht.
God schenkt aan ons hart en onze handen
de mogelijkheid om te beminnen, het vermogen om lief te hebben.
Wat een waardevol geschenk! Wat een gulle Gever!
Alleen de roekeloosheid van de Liefde kan zoiets doen.
De vraag is dan: wat doen wij met die gratis gekregen liefdeskracht?
 
Andere parabels benadrukken vooral
onze eerste en belangrijkste reactie:
nl. onze dankbaarheid tegenover God.
De parabel van vandaag benadrukt vooral een tweede reactie:
ons rendement, onze vruchtbaarheid.
Het beste antwoord dat wij God kunnen geven is:
vanuit de dankbaarheid voor het geschenk van de ontvangen liefde
actief dienstbaar zijn, ieder volgens zijn mogelijkheden, maar
gedreven dienstbaar, zodat de liefde dubbel vruchtbaar wordt.
 
Maar blijkbaar reageren wij niet altijd zo.
Er zijn momenten dat wij ons eerder gedragen als de derde dienaar
en uit schrik Gods geschenk gaan verstoppen in de grond.
Op het eerste gezicht lijkt zijn reactie misschien niet zo slecht.
Hij gaf de Heer toch het geld volledig terug.
Hij was toch correct en voorzichtig.
Waarom geraakt hij dan alles kwijt?
 
Omdat God - die Liefde is - blijkbaar van ons meer verwacht
dan correctheid en voorzichtigheid.
Omdat God - die Liefde is - niet kan verdragen
dat wij leven vanuit schrik en onderdanigheid
en alleen doen wat verplicht is.
Uiteindelijk omdat God geen veeleisende baas is,
maar een gulle Gever van levensgeschenken.
De derde dienaar bederft het geschenk door zijn schrik.
Het is iemand die niet veel vreugde beleeft aan zijn God,
iemand die meent dat hij zich moet beschermen
tegen een vermeende dreigende Meester
en daarom zijn ontvangen liefdeskracht wegstopt in de grond.
 
Uiteindelijk bleef het geschenk voor hem
iets vreemds, iets buiten hem.
Hij zegt dat ook: Heer, hier hebt Gij terug "wat van u is"
Hij had Gods geschenk innerlijk nooit volledig aanvaard.
Hij had Gods talent niet tot "zijn eigen, persoonlijk" talent gemaakt.
Hij had er zich niet zelf verantwoordelijk voor gevoeld.
Angst voor een strenge God verlamt
onze meest edelmoedige initiatieven.
Terwijl onze echte God van de liefde
erop rekent dat wij verantwoordelijkheid en initiatief nemen,
en niet onze talenten gaan verstoppen en voor onszelf houden.
 
Gelukkig zijn er ook de dagen
dat wij reageren als de eerste twee dienaars.
Het zijn de dagen dat wij met grote dankbaarheid erkennen
dat God de liefdevolle Heer van onze schepping is
die iedereen heel Zijn liefde toevertrouwt,
maar origineel aangepast aan elke mens.
Want ieder krijgt, volgens zijn eigen capaciteiten,
wel de volle maat van de liefde.
Maar in dit geschenk ligt steeds de stilzwijgend uitnodiging
om het te laten renderen,
om het met grote inzet vruchtbaar te maken.
Gods gave wordt door ons volledig aanvaard
als wij de liefde werkelijk gaan beschouwen
als onze eigen verantwoordelijkheid.
En zo verwacht God dus van ons
aangroei van de liefde, actieve dienstbaarheid,
dynamisme, lef, slagvaardigheid,
veel persoonlijk initiatief en grote creativiteit
bij het beoefenen van onze liefdestalenten.
Wie écht liefheeft is niet bang of krenterig,
maar wil veel plezier doen.
 
De les is duidelijk.
Angstige behoudsgezindheid leidt tot verlies van alles.
Gulle edelmoedigheid in de liefde
leidt tot de vreugde van het volle leven.
 
Zoals steeds stelt een parabel
ons voor een nogal radicale keuze
en toont ons wit-zwart waar het zal op uitlopen
als wij in de éne of in de andere richting verder leven.
Kiezen wij ervoor Gods liefdeskracht te zien
als een bezwarende verplichting
of als een waardevol geschenk?
Kiezen wij ervoor God te ervaren als een veeleisende baas
of als een gulle Gever?
Kiezen wij ervoor te leven met vrees en in verstarring
of onze liefde te tonen met dankbaarheid en edelmoedigheid?
Kiezen wij ervoor om alles te verliezen
of om overvloed van leven te ontvangen?



Marc Gallant, monnik te Orval

De talenten van God

Dat schijnt toch wel een parabel te zijn die strookt met onze westerse opvatting van de economie met zijn dogma van voortdurende groei. Elke onderneming moet voortdurend groeien in productiviteit, en dat moet zichtbaar zijn in de financiële jaarbalans. Een grafiek in kleur zal daar zelfs van gegeven worden door het boekhoudkundig bureau dat de evolutie van de zaak opvolgt. De aandeelhouders trekken zich immers terug uit een onderneming die niet groeit. Is dat, in de parabel, niet de houding van de meester tegenover de dienaar die niets opgebracht heeft met zijn talent?

De zaken staan er echter anders voor, wanneer het God is die zijn talenten uitdeelt. Heeft God talent voor piano, viool en dwarsfluit? Voor ballet en aquarel? Gelukkig niet, anders zou elk van ons gegooid worden 'in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt' (Matteüs 25,30), om niet al deze talenten te hebben ontwikkeld!

De talenten van God zijn niet op ons niveau, niet naar ons beeld. De talenten van God zijn de liefde en de vrijheid. Naar dat beeld zijn wij geschapen. God geeft ons zijn liefde en de vrijheid om eraan te beantwoorden. Zonder vrijheid kun je de liefde niet beantwoorden. De vrijheid maakt je echter verantwoordelijk voor de liefde die je aangeboden wordt.

Door hen zijn vermogen te geven, maakt de meester van zijn knechten verantwoordelijke medewerkers. Hij geeft hen geen enkele richtlijn. Hij laat hen hun vrij en persoonlijk initiatief.
Als de talenten die in beheer gegeven worden Gods liefde zijn, dan is de enige mogelijke verrichting, die liefde te ontvangen, en ze te vermenigvuldigen met onze persoonlijke liefde. Er is daar echter een groot risico aan verbonden: er is immers geen liefde zonder risico. En ik riskeer er niets minder dan mezelf. Ik riskeer er mij oeverloos te verliezen. Gods liefde is gratuït: mogelijk is er geen resultaat. Ik kan op geen enkele basis mijn investering evalueren. Ik riskeer te leven om niets, mijn leven te verliezen. Wat zal ik terugkrijgen voor alles wat ik doe voor God?

En zo kunnen we de reactie begrijpen van de derde dienaar. Het is voorzichtiger zich niet te betrekken met dat gevaarlijke talent dat God zomaar weggeeft. Leggen we het zorgvuldig aan de kant om het Hem intact terug te geven. En het ingraven biedt nog meer zekerheid: dan gaat niemand ermee op de loop. Ik ben bemind door God, en dat is goed genoeg. Als ik druk begin te doen met zijn liefde, dan riskeer ik terugslag. Kijk maar naar wat er gebeurd is met Don Bosco: hij zette zich in uit liefde, en men heeft hem genomen voor gek en geprobeerd hem op te sluiten. Is God daarmee gediend? Misschien kan Hij mistevreden zijn om de beroering die ik met zijn talent van liefde veroorzaak?

Iets wordt hier duidelijk: die derde dienaar zit met de schrik om te riskeren, hij is benauwd initiatief te nemen, schrik uiteindelijk voor zijn meester: 'Heer, ik wist van u dat u streng bent ….' Het probleem is dat men niet kan beminnen zolang men schrik heeft. 'De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.' (1 Johannes 4, 18).

En ja, waarom zouden we schrik hebben voor God? God heeft wel geen schrik om ons volle vertrouwen te schenken: Hij doet ons bestaan, zomaar, om niets, omdat wij het zijn. Hij vertrouwt ons alles toe wat Hij heeft: zijn liefde, zijn woord, zijn Zoon. Hij is echter liefde die op wederliefde wacht. En God heeft geen schrik, hoewel wij in staat zijn alles te verknallen. God schenkt ons vertrouwen, ogen toe. En wij, zullen wij zijn liefde blokkeren en betonneren? De liefde blokkeert zich niet, die liefde leeft en doet leven, de liefde groeit, de liefde vermenigvuldigt zich: vijf talenten maal twee, twee talenten maal twee. Dat is juist de vreugde van de meester. En hij deelt onmiddellijk zijn vreugde met zijn ondernemende knechten, met hen die hun verantwoordelijkheid hebben genomen, die geriskeerd hebben: 'goede en betrouwbare dienaar, welkom in de vreugde van je Heer.'
Inderdaad, de vreugde van de hemel is de vermenigvuldiging van de liefde.



Overweging (2014)

Heeft u ook niet een beetje medelijden met die dienaar die maar één talent ontvangen heeft, die het angstvallig bewaart om het ongerept terug te kunnen geven, maar dan toch afgesnauwd wordt en aan de deur gezet? Het is Jezus’ bedoeling medelijden op te wekken, want hij vertelt die parabel opdat zijn toehoorders zich in die dienaar zouden kunnen herkennen.
De schriftgeleerden onderwezen immers dat God maar één gave schenkt aan zijn volk: de Wet van Mozes. Die gave moest onaangetast aan God teruggeven worden door heel de Wet te onderhouden, punt voor punt, zonder iets weg te laten, zonder iets toe te voegen. Dat is wel de houding van onze man die zijn ene talent, zijn staaf van 42 kg. zilver, in de grond wegstopt. Als hij het talent teruggeeft kan hij zeggen: “Meester, hier hebt ge wat van u is”, niets min, niets meer. Hij handelt in strikte rechtvaardigheid.
De wetgeleerden noemden God ‘de Rechtvaardige’, onhandelbaar voor wie de Wet niet onderhoudt. Jezus legt precies hun woorden in de mond van onze man die het talent terugbrengt. Hij denkt zijn meester hulde te brengen als hij zegt: “Meester, ik weet dat gij onhandelbaar zijt”.
Een onhandelbare God verwekt angst. Onze man vervolgt dus: “Door schrik bewogen ben ik ook uw talent in de grond gaan verbergen”. De Meester is echter allesbehalve gevleid met dit compliment. God is Liefde, en de liefde is nooit onhandelbaar.

Het wordt duidelijk: in de man die het ene talent ontvangen heeft schildert Jezus de geestelijke houding af van Farizeeër en schriftgeleerde die leven in angst voor God. Paulus kenschetst het Oude Verbond door de serviele vrees voor God, en hij drukt zijn vreugde uit voor de vrijheid van de Geest die Jezus heeft gebracht: “Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden. En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept. U bent nu geen slaven meer, u bent kinderen van God en als zijn kinderen bent u erfgenamen, door de wil van God.” (Galaten 4, 4-7), en “waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid” (2 Korintiërs 3,17)
Jezus komt Gods volle barmhartigheid kenbaar maken, en dat kunnen de Schriftgeleerden maar niet begrijpen omdat ze vastzitten aan de letter van de Wet. Jezus die eet met de zondaars, Jezus die leert dat de mens niet gemaakt is voor de Wet, maar de Wet voor de mensen, keert gans hun wereld onderste boven. Jezus trekt hier een scheidingslijn tussen het judaïsme en het christendom. De mens is gemaakt voor de liefde, want God is liefde.

De talenten die God uitdeelt, zijn de veelvoudige gaven van de liefde. Jezus heeft een klare kijk over de manier waarmee God omgaat met zijn schepping en de mensheid. God, de Meester in de parabel, deelt zijn talenten uit en hij blijft vervolgens niet zitten kijken op hun vingers. God geeft ons echt onze talenten: ze zijn van ons, we zijn er verantwoordelijk voor en we doen ermee wat wij willen. God houdt zijn schepping niet onder voogdij, hij maakt er geen poppenkast van waar hij de touwtjes van trekt. Hij laat de schepping haar eigen vrije evolutieve weg gaan, en de mens zijn volle vrijheid. God, oneindige liefde, heeft een oneindig respect voor de andere, die hij welbedoeld als een geldige gesprekspartner opgeroepen heeft

Omdat God liefde is zijn de talenten die hij geeft, talenten van liefde. De liefde leeft van wederliefde: “minne voor minne”, zegt Hadewych. Voor zijn liefde vraagt God niets anders dan zijn liefde vermenigvuldigd met onze liefde. Wie Gods talent begraaft, begaat maar één fout: hij stelt zich buiten de logica van de liefde. Zijn manier van de Wet te onderhouden, of om het naar vandaag te vertalen: zijn manier van ‘s zondags naar de mis te gaan, bestaat erin God te begraven voor de rest van de week. Als je een talent begraaft, dan bezorgt het je geen last meer: je kunt er overheen lopen. Het is echter vergeten dat er geen liefde is zonder risico, geen liefde zonder initiatief en vindingrijkheid: de meester die de talenten uitdeelt geeft er geen enkele gebruiksaanwijzing bij: de liefde immers snelt voorwaarts, waakt attent, blaakt van vertrouwen: de liefde heeft noch instructies, noch gebruiksaanwijzing nodig; de liefde brandt.

Kortom, in de parabel van de talenten houdt Jezus ons voor dat wie God bemint, zijn veiligheidsdrang kan loslaten, kan leven zonder te vitten op zichzelf of op anderman en Gods belangen ter harte kan nemen met durf en ondernemingsgeest.