Loading...
 

3de zondag A - evangelie

2 Netten


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 4, 12-23: De eerste leerlingen

Matteüs 4, 12-23 // Marcus 1, 14-20 // Lucas 5, 1-11


De tekst

Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Matteüs 4, 12-23)

Wanneer Jezus hoort dat Johannes gevangen genomen is,
gaat Hij naar Galilea.
Daar gaat Hij wonen in Kafarnaüm bij het meer.
Vanaf dat moment begint Jezus tot de mensen te spreken.
Hij zegt: ‘Bekeer u, verander van mentaliteit,
want het rijk van God is er.’

Op een dag loopt Hij langs het meer van Galilea.
Daar zie Hij twee broers:
Simon, die later Petrus genoemd wordt, en Andreas.
Ze werpen hun net uit in het meer, want het zijn vissers.
Hij roept: ‘Volg Mij,
Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’
Meteen laten ze hun netten achter en volgen Hem.

Verderop ziet Jezus nog twee broers: Jakobus en Johannes
Ze zitten in hun boot met hun vader Zebedeüs.
Ze zijn bezig met het klaarmaken van de netten.
Jezus roept hen.
Meteen laten ze de boot en hun vader achter en volgen Hem.

Jezus trekt rond in heel Galilea,
terwijl Hij les geeft in de synagogen.
Hij verkondigt de blijde boodschap van het rijk van God,
en geneest elke ziekte en elke kwaal onder de mensen.



Stilstaan bij...

Galilea
(Hebreeuws = gewest van de heidenen)
Landstreek in het noorden van Palestina. Een streek met een multiculturele en multireligieuze bevolking, waar naast joden ook vele niet-joden leefden. De reden waarom Matteüs dit - naar Jesaja - een volk noemt dat in de duisternis zat.

Kafarnaüm
(= dorp van Nahum, of dorp van de troost)
Een drukke vissersplaats aan de noordwestkust van het meer van Galilea. Het was een grensplaats waar kooplui tol moesten betalen aan de Romeinse bezetter, en waar ook een Romeins garnizoen gelegerd was. Het was ook de woonplaats van Jezus en verschillende van zijn leerlingen.

Zebulon
Het gebied ten zuiden van het gebergte van Galilea, dat genoemd werd naar Zebulon, één van de twaalf zonen van Jacob (moeder: Lea).

Naftali
Het gebied ten oosten van het gebergte van Galilea, dat genoemd werd naar Naftali, één van de twaalf zonen van Jacob (moeder: Bilha, slavin van Rachel).

Land van de ongelovigen
Tijdens de Babylonische ballingschap waren in de gebieden van de stammen van Zebulon en Naftali mensen uit andere gebieden komen wonen, die zich mengden met de weinig bevolking die achtergebleven was. Na de ballingschap keken de teruggekeerde joden op hen neer.

Jesaja
Belangrijk profeet uit het O.T.
In zijn voorspellingen over de Messias zagen christenen later de voorspelling van Jezus Christus.

Het meer van Galilea
Dit meer is nu bekend onder de naam ‘Meer van Kinneret’. ‘Kinneret is afgeleid van het Hebreeuwse ‘kinnor’, wat ‘harp’ betekent. Een verwijzing naar de vorm van het meer’ en ook naar de stad Kinneret, die zich vroeger in het Noorden van het meer bevond.
In het Nieuwe Testament wordt over dit meer met verschillende namen gesproken:
Matteüs en Marcus hebben het over het 'Meer van Galilea', waarmee ze verwijzen naar de landstreek waarin het meer ligt.
Lucas heeft het over het 'Meer van Gennesaret'.
Johannes noemt dit meer het 'Meer van Tiberias', genaamd naar de stad die Herodes Antipas, zoon van de beroemde koning Herodes de Grote, in na Christus op de oever van het meer bouwde ter ere van zijn Romeinse beschermheer.

Het is een heel groot meer in het Noorden van Israël: ongeveer 150 km2, 12 km breed en 21 km lang. Het is het laagst gelegen zoetwatermeer ter wereld (210m onder de zeespiegel). Het water ervan wordt gebruikt als drinkwater voor een groot gedeelte van Israël.
Dit meer is bekend om de sterke wisselingen in het weer. Dit komt omdat er een groot temperatuurverschil is tussen de oevers en de veel hogere bergen rondom het meer. Plotseling kan de wind opsteken en vanaf de omringende bergen op het meer vallen, waardoor het stormt. Als de wind gaat liggen, wordt het meer weer rustig en kalm.
Kolkend, woelig water was voor de joden een beeld voor situaties waarin mensen bedreigd werden; crisis, dood, zonde, vervolging, allerlei moeilijkheden, gevaren…

De volgende foto's werden gemaakt door Alfred Muller. Ze stellen voor:
- het meer vanop de berg van de zaligheden
- het meer met vissers op

Petrus
(Grieks = steen; Frans: pierre)
Dit is de naam die Jezus gaf aan Simon, zijn eerste leerling, een visser uit Betsaïda. Jezus vond hem duidelijk een ‘kei’ van een man. Matteüs, Marcus en Lucas vertellen dat hij die naam kreeg, toen hij in Jezus de Messias erkende.
Petrus was de belangrijkste in de groep van de apostelen. In de 3e eeuw noemt men hem de eerste paus. Rond het jaar 67 stierf hij de marteldood onder keizer Nero.

Vissers
Soms denkt men dat de vissers van Galilea simpele mensen waren. In werkelijkheid kenden ze hun wereld en dreven handel zowel in hun eigen land als ver daarbuiten. Ze visten meestal in familieverband, met soms enkele knechten als extra hulp. Overdag herstelden ze de netten en de boten en 's nachts voeren ze uit om te vissen. Ten minste zeven van Jezus' leerlingen waren vissers.

Vissers van mensen
Wie meewerkt aan het werk van Jezus, vist mensen op uit hun eenzaamheid, hun armoede, hun ellende.

Roepen
Normaal kiest iemand die iets wil leren zelf de leraar bij wie hij in de leer wil gaan, of de school waar hij zich wil inschrijven. Maar Jezus koos zelf de mensen die Hij iets wilde leren.

Synagoge
(Grieks = bijeenkomst, vergadering)
In een synagoge komen joden bijeen om te bidden (God loven en danken) en de bijbel, het woord van God, te bestuderen.





Bij de tekst

Een roepingsverhaal

Lees meer



Bekeren

Bekeren is zich omkeren. Het leven waarin men alleen aan zichzelf denkt, keert men de rug toe. Men wil anders gaan leven. Men wil met de medemens en met God rekening houden. Men wil zich bewust worden van wat echt waardevol is en afwijzen wat hiervan afleidt. B.v.
. leven in dienst van de ander, i.p.v. in dienst van zichzelf.
. leven in dienst van gerechtigheid i.p.v. in dienst van macht.
. leven in dienst van Gods wil i.p.v. leven als God.





Bijbel en kunst

BUONINSEGNA

De roeping van de apostelen Petrus en Andreas

5 The Calling Of The Apostles Peter And Andrew Duccio Di Buoninsegna




Suggestie
Bekijk eerst heel goed dit schilderij van Duccio di Buoninsegna
- Wat zie je?
- Wie zie je?
- Wat doen ze?

Lees het evangelie voor van deze zondag.
Bekijk dit kunstwerk opnieuw. Stel er dezelfde vragen bij:

- Wat zie je?
- Wie zie je?
- Wat valt op?
- Naar wie kijken de apostelen?
- Wat zou iedereen zeggen?





L. BLOMME

Vissersroeping

Blomme

Op dit werk van Luc Blomme staan vier vissers aan de oever van het meer van Galilea. Het zijn mannen met handen als schoppen en met voeten die stevig op de grond staan. Ze kijken alle vier in dezelfde richting.
Wie de evangelietekst kent die aan de basis ligt van dit werk, weet dat ze naar Jezus kijken, naar Hem toegaan en hun boten zullen achterlaten.




Suggestie
Bekijk eerst heel goed dit schilderij van Luc Blomme.

- Wat zie je?
- Wie zie je?
- Wat valt op?
Ga eens staan zoals die mensen.
- Wat gaat door je heen als je zo gaat staan?
- Naar wie kijken die mensen?
- Wat zouden die mensen met hun houding willen duidelijk maken?
- Wat willen ze met hun handen zeggen?

Lees het evangelie voor van deze zondag.
Bekijk dit kunstwerk opnieuw. Stel er dezelfde vragen bij:

- Wat zie je?
- Wie zie je?
- Wat valt op?
- Naar wie kijken de apostelen?
- Wat zouden ze met hun houding willen duidelijk maken?
- Wat willen ze met hun handen zeggen?

- Welke houding zou jij genomen hebben?
Doe deze houding eens voor.
Heb aandacht voor de manier waarop je je handen houdt.
Laat de anderen zeggen wat je met je houding uitdrukt.
Zeg daarna wat je met je houding hebt willen uitdrukken.





V. A.W. KOTARBINSKY

Toespraak in Kafarnaüm

5 Vasily Alexandrovich Kotarbiński

Olieverf op doek
Bron: Wikimedia


Werk van de Poolse kunstschilder Vasily Alexandrovich Wilhelm Kotarbinsky (1849-1921).





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Jezus kiest twaalf leerlingen

Jezus was vaak bij het meer van Galilea.
Daar vertelde Hij de mensen over God, zijn Vader.
Jezus wilde graag vrienden hebben, die ook over God zouden vertellen.
Hij koos er twaalf uit. De twee eerste waren vissers. Het waren de broers Petrus en Andreas. Twee anderen repareerden visnetten. Het waren Jakobus en Johannes. Ook zij waren broers.

Jezus riep: ‘Kom volg Mij! Jullie zullen vissers van mensen worden.’ De vier mannen lieten alles achter.
Ze kenden Jezus en wilden graag bij Hem zijn.

Matteüs werd ook gekozen. Hij was een tollenaar.
Een tollenaar haalde belastinggeld op bij de mensen.
De mensen hielden niet van tollenaars, maar Jezus wel.

Jezus koos ook Filippus, Bartolomeüs, Tomas,
Jakobus, Simon en twee mannen, die allebei Judas heetten.
Deze twaalf mannen werden zijn vrienden.
Ze werden apostelen genoemd.
Ze luisterden naar alles wat Jezus vertelde.
De apostelen bleven bij Hem.

Ze zagen alles wat Hij deed voor de mensen
en luisterden naar wat Hij zei.
(naar: Matteüs 4, 18-22; 10, 2-4)





VERDIEPEN

Gesprek

- Zijn er nu ook nog vrienden van Jezus?
- Natuurlijk! Kijk maar eens om je heen.
Je zult merken dat er veel mensen zijn die proberen te leven zoals Jezus.
Daarom zijn zij vrienden van Jezus.

- Ken jij vrienden van Jezus?
- Wat doen zij zo speciaal?
- Vind je het moeilijk om een vriend van Jezus te zijn?





BELEVEN

Activiteiten rond horen / luisteren

De kinderen maken het heel stil. Open het raam (of de deur). De kinderen luisteren een poos aandachtig naar alle geluiden buiten. Daarna vertellen ze over wat ze gehoord hebben. Bijvoorbeeld:
. vogels die fluiten
. een auto die remt
. een overvliegend vliegtuig.

Richt nadien de aandacht op geluiden in het lokaal. Bijvoorbeeld:
. ademen
. zuchten
. hoesten
. schuifelen met de voeten.
De kinderen vertellen wat ze gehoord hebben.

Vertel:
. Een mama zegt: 'Ik ben zo moe. Ik geraak niet door mijn werk.'
Cindy speelt verder;
Thijs gaat mama helpen;
Koen kijkt op en gaat naar buiten
Wie heeft moeder gehoord? / Wie heeft naar haar geluisterd?

. Tom heeft zijn kleurpotloden vergeten en weent.
Koen deelt zijn potloden met Tom;
Stijn en Lode kleuren verder
Wie heeft Tom gehoord? / Wie heeft naar hem geluisterd?

De kinderen denken na over de vraag: Naar wie luister ik?

'Luisteren' ze ook naar Jezus?
De kinderen merken op dat dit luisteren iets anders is dan de twee voorbeelden.
Ze zeggen wat ze van Jezus te horen krijgen.

Er zijn drie manieren van luisteren:
ofwel hoort men de boodschap niet
ofwel hoort men het wel, maar doet men niets
ofwel reageert men op de boodschap






DOEN

Tekenen

Suggestie 1
De kinderen tekenen een net vol vissen.


Suggestie 2
Vertel: Niet alleen Petrus, Andreas, Jacobus en Johannes volgen Jezus. Na hen volgen nog acht mensen Jezus. Nu noemen we die mensen apostelen.
De kinderen tekenen Jezus en twaalf apostelen.


Suggestie 3
Zorg voor een net en een blauw papier/doek voor op de bodem. Alle kinderen tekenen een vis. Nadien mogen ze hun vis in het net hangen (= ze willen zich laten 'vangen' door de woorden van Jezus). Wie daar nog niet aan toe is, mag zijn vis op het blauwe papier van de bodem kleven.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Twaalf namen ...

Vooraf
. Maak twaalf kaartjes met de namen van de twaalf apostelen.

PetrusAndreasJohannesJacobus
MatteüsBartolomeüsTaddeüsJudas
SimonFilippusTomasJacobus

Kleur de rand van die kaartjes met markeerstift.
. Maak een aantal kaartjes waarop je afgeleide namen van die apostelen schrijft. Maak hiervoor een keuze van namen die in de omgeving nogal gebruikt worden.


Verloop
Vertel over de roeping van een aantal apostelen. Vertel dat Jezus uiteindelijk twaalf apostelen rond zich verzamelde. Leg de kaartjes met hun namen in het midden van de kring.

De namen van de meeste apostelen worden nog altijd gegeven aan kinderen die nu geboren worden. Meestal worden die namen wat afgekort, zodat ze wat moderner klinken.
- Kennen jullie die?
Verdeel de actuele namen over de verschillende kinderen.
De kinderen krijgen de opdracht om die namen te plaatsen bij de juiste naam van de apostel.

Petrus, Peter, Piet, Pedro, Petra, Pjotr, Pierre, Pierrot, Pieter, Peer, Pete
Andreas, Dries, Dre, Andras, Andrea, André, Andres, Andrew, Andrea
Jacobus, Jaak, Kobe, Kobus, Jaco, Jakelijne, Coby, Koba, James
Johannes, Jo, Jan, Jannes, Johan, Hanne, John, Jowan, Hans, Joanna, Janne, Jeanne, Joan, Joke, Yana, Han, Hannes, Jens, Juan
Filippus, Filip, Flip
Bartolomeüs, Bart, Bartel, Barthold, Bertel
Matteüs, Tjeu, Mattias, Thijs, Matthijs, Matthis, Matty
Tomas, Tom, Tommy, Maas
Simon, Simone, Sim, Mon
Bespreek: Hoe zou het komen dat de naam van Judas niet in het lijstje voorkomt van namen die nu aan kinderen gegeven worden?


TIP
Maak hierbij eventueel ook gebruik van dit werkblad.

Laat de kinderen eventueel ook op zoek gaan naar de betekenis van die namen.

Petrus (Grieks) Rots; betrouwbaar
Andreas (Grieks) Mannelijk, dapper
Jacobus (Hebreeuws) De onderkruiper
Johannes (Hebreeuws) God heeft geschonken
Philippus (Grieks) De paardenliefhebber
Bartolomeüs(Hebreeuws)Zoon van Tholomeüs of Tolmai = de broederlijke.
Matteüs (Hebreeuws )Geschenk van God
Thomas (Grieks) De tweeling
Simeon (Hebreeuws)Luisteren, verhoren
Judas (Hebreeuws Hij zal geprezen worden






VERDIEPEN

Gesprek

(na het voorlezen / vertellen van het evangelie)

Jezus roept vissers om Hem te volgen.
- Wat doen ze?
- Wat zou jij doen als Jezus jou roept?
- Petrus, Andreas, Matteüs, en nog negen anderen werden de vrienden van Jezus.

- Wie zijn jouw vrienden?
- Wat moet je doen om een echte vriend te zijn?
- Wat moet je doen om een vriend van Jezus te zijn?
- Moet je dan naar Jezus horen? of naar Hem luisteren?
- Zijn er nu ook nog vrienden van Jezus?
Natuurlijk! Kijk maar eens om je heen.
Je zult merken dat er veel mensen zijn die proberen te leven zoals Jezus.
Daarom zijn zij vrienden van Jezus.

- Ken jij vrienden van Jezus?
- Ken je mensen die ook vandaag Jezus willen volgen?
- Hoe kun je dat zien?

- Ben jij ook een vriend van Jezus?
- Is het moeilijk of gemakkelijk om een vriend van Jezus te zijn?
- Als je Jezus wilt volgen, wat zou jij dan doen?
(thuis, op school, sportclub, jeugdbeweging ...)



Mensen worden 'geroepen'...

(C. LETERME, Samuel WB 2009, nr 6)

Materiaal
Werkblad


Verloop
Vertel eerst over de roeping van enkele leerlingen van Jezus.
Sta daarna stil dat ieder van ons ook geroepen wordt op verschillende terreinen.
Doe dit met behulp van het werkblad.
Sta daarna stil bij de 'roeping' van de kinderen zelf.



Vissen

(Idee: Kerk en Leven Huppelhoek 786, 19 januari 2005)

Teken 14 vissen. Knip ze uit. Steek er een klein lusje van metaal draad in;
Schrijf op elk vis één van de volgende zinnen en hun vindplaats in de bijbel:

Kom volg mij
Marcus 1, 17

Bekeer je
Matteüs 4, 17

Aan iedereen moet je mijn boodschap vertellen
Marcus 16, 15

Wie de wil doet van God, die is mijn broer en mijn zuster
Marcus 3, 35

Je mag God altijd 'Vader' noemen
Matteüs 6, 6

Wees barmhartig, net zoals God
Lucas 6, 36

Je moet God liefhebben met heel je hart én je naaste als jezelf
Marcus 12, 30-31

Als een licht ben ik in de wereld gekomen
Johannes 12, 46

Ik ben het brood om van te leven
Johannes 6,35

Ik ben de goede herder
Johannes 10,11

Wie groot wil zijn, moet zich klein durven maken
Marcus 10,43

Heb vertrouwen in God
Marcus 11,22

Jullie zijn het zout van de aarde
Matteüs 5,13

Veroordeel niemand
Matteüs 7,1


Maak een vislijn met een haakje. Leg de vissen met de tekst naar beneden op een tafel of op de grond. De kinderen vissen om beurten. Ze lezen voor wat er op de vis staat, en zeggen wat die zin voor hen betekent.

Wie meer wil weten over die tekst, zoekt die op in de bijbel en leest wat eraan voorafgaat en wat er op volgt.





INLEVEN

Lege stoel 1

(Bibliodrama)
Vertel het evangelieverhaal.

In de kring staan twee 'lege' stoelen. Op de ene stoel 'zit' Jezus, op de andere Simon. (Plaats een kaartje met de naam Jezus op de ene stoel, en Simon op de andere stoel)
De kinderen kunnen Jezus en daarna Simon allerlei vragen stellen n.a.v. het verhaal dat daarnet voorgelezen of verteld werd.

Indien de kinderen deze werkvorm niet kennen, stel je zelf als voorbeeld een vraag in de richting van de stoel waarop Jezus 'zit'. Vraag dan aan de kinderen om te luisteren of ze Jezus die vraag horen beantwoorden. Daarna komen ze achter de stoel staan om het 'gehoorde' antwoord te formuleren. Bij de eerste keer, ga je zelf achter de stoel staan en formuleer je jouw eigen antwoord. Daarna vraag je of de kinderen soms nog een ander antwoord hoorden (Dus niet: of ze een ander antwoord 'denken')
De volgende vragen dienen als voorbeeld. Gebruik ze als eerste vraag, of als reserve voor het geval de kinderen te oppervlakkige vragen beginnen te stellen of geen inspiratie meer hebben. Bijvoorbeeld:
- Jezus, waarom heb jij Simon uitgekozen?
- Jezus, zou jij Simon ook kiezen als hij geen visser was?
- Simon, vond je het niet erg om zomaar je boot achter te laten?
- Simon, zou je voor iemand anders ook je boot achterlaten?
- Simon, waarom wil je een vriend van Jezus worden?

Bespreek nadien de ervaringen van de kinderen bij dit spel.

Lees Matteüs 4, 12-23, Marcus 1, 14-20 of Lucas 5, 1-11 voor om af te sluiten.

Merk op dat Jezus niet vraagt: 'Andreas, wat kun jij goed?'
Hij vraagt ook niet dat iemand iets speciaal moet kunnen om Hem te volgen.
Al zijn vrienden zijn verschillend. Hij stelt geen voorwaarden.
Ook vandaag mag iedereen vriend van Jezus zijn.
Men hoeft niet in iets de beste te zijn.
Men mag voor Jezus zijn wie men is.




Lege stoel 2

(Bibliodrama)
Vooraf
Zet vier stoelen klaar. Op elk van die stoel leg je een kaartje met daarop de naam van de figuur die op de stoel 'zit': JEZUS, SIMON, JACOBUS en JOHANNES, MENSEN.


Verloop
Vertel eerst het verhaal uit het evangelie. Stel nadien de volgende vragen:
. Vraag voor Jezus:
- Wat wil je zeggen met: 'Ik zal jullie vissers van mensen maken.

. Vraag voor Simon:
- 'Waarom liet je je netten in de steek?'

. Vraag voor Jacobus en Johannes:
- Waarom besloten jullie om Jezus te volgen?

. Vraag voor de mensen:
- Waarom lopen jullie Jezus achterna?

De kinderen beantwoorden de vragen door achter de lege stoel te staan die bij de figuur hoort aan wie de vraag gesteld wordt.
Geef nadien de kinderen de kans om te verwoorden wat ze hierbij ervaren/gevoeld hebben.

Lees daarna het evangelie voor zoals volwassenen dat in de kerk beluisteren. (Het is nl. belangrijk dat de kinderen door hebben dat de 'bijbel' een belangrijk boek is voor volwassenen, en geen alternatief sprookjesboek. De bijbel is wel niet altijd heel gemakkelijk geschreven, het is trouwens een oud boek uit een andere cultuur. Daarom hebben mensen het eenvoudiger geschreven, en mooi geïllustreerd, zodat kinderen er nu reeds wat aan kunnen hebben.)



'Foto'

(Bibliodrama)
Zoek samen met de kinderen naar het belangrijkste moment van het verhaal. Dit beelden ze statisch uit. Zorg ervoor om er iedereen bij te betrekken.
Je kunt hiervoor personages in het leven roepen als:
. vissers die net aanmeren
. spelende kinderen
. moeders die vis komen kopen
. buren die de vangst bespreken
. anderen die voorbij lopen, omdat ze zich beter voelen dan de vissers
. vrienden van de vissers
. ...

Bespreek bij elk personage hoe die bij het gebeuren betrokken is. Als kinderen zich daarin herkennen, mogen ze die rol innemen. Bij deze activiteit is het belangrijk om een variatie houdingen aan te bieden: belangstellend, ongeïnteresseerd, afwijzend ...
Wanneer het gekozen moment in beeld is gezet, 'bevriezen' de kinderen heel even in de uitgezochte houding.


Belangrijk
De voorbereiding van deze 'foto' is belangrijker dan de 'foto' zelf.



Inleefactiviteit

Stel je voor ....
... je bent één van de mensen
die naar Jezus gaan om naar Hem te luisteren.
- Waarom zou je dat doen?

... Je bent Jezus en je zegt tegen Petrus:
'Voortaan zul je mensen vangen.'
- Wat wil je daarmee zeggen?

... Je bent Petrus
- Waarom heb je besloten om Jezus te volgen?





VERTELLEN

Swimmy

(Leo LIONNI, Uitgeverij Ankh-Hermes B.V. Deventer)

In een hoekje van de zee woonden een heleboel visjes gezellig bij elkaar.
Ze waren prachtig rood gekleurd, behalve één visje.
Dat ene visje was namelijk zwart, net zo zwart als een mosselschelp.
Hij zwom veel vlugger dan zijn broertjes en zusjes!
Willen jullie weten hoe dit visje heette?
SWIMMY
Op een dag kwam er plotseling een grote, woeste hongerige tonijn
recht op de visjes afzwemmen.
En met een hele grote hap slokte hij alle rode visjes op.
Eén visje had hij niet gezien, dat was Swimmy. Swimmy ging er vlug vandoor.
Hij zwom, heel ver weg door de grote, grote zee.
Swimmy was bang en hij voelde zich heel alleen en erg verdrietig.
Maar in de zee was zoveel moois te zien
dat Swimmy zijn eigen ogen uitkeek en weer helemaal blij werd.
Weet je wat hij allemaal zag?
Een grote kwal, zo doorzichtig als glas en met alle kleuren van de regenboog.
En dan was er een kreeft, die gewoon door het water liep!
Swimmy vond dat een gek gezicht.
Verder kwam hij nog vreem­de vissen tegen, die achter elkaar zwommen.
Het leek wel of ze door een onzichtbare draad werden voortgetrokken.
Er was zoveel te zien! Een bos zeewier groeide op mosgroene rotsen.
Er zwom zelfs een paling rond, die zo ontzettend lang was
dat hij zijn eigen staart niet eens zien kon.
Ook ont­dekte Swimmy nog prachtige zeeanemonen, die op rose palmbomen leken.
En ineens, wat zag Swimmy daar? Hij kon zijn ogen haast niet geloven.
Tussen de rotsen en het zeewier zwommen hele kleine visjes,
die net zo groot waren als Swimmy. Alleen waren ze weer rood van kleur.
Hij dacht eerst dat het zijn broertjes en zusjes waren.
Maar dat kon niet, die waren immers opgegeten door de gulzige tonijn.
Swimmy ging vlug naar de visjes toe.
"Kom, laten we in de grote zee gaan spelen, dan zal ik jullie allerlei moois laten zien!"
"Dat durven we niet" zei een rood visje. "De grote vissen zullen ons allemaal opeten".
"Maar je kunt hier toch niet altijd blijven tussen de donkere rotsen" zei Swim­my.
"Weet je  wat we doen? We maken een plannetje".
Swimmy dacht diep na. En plotseling riep hij: "Ik heb het! Laten we het eens proberen".
De rode visjes vonden Swimmy heel aardig en daarom volgden ze zijn aanwij­zingen trouw op. Ze moesten allemaal dicht bij elkaar gaan zwemmen
zodat het leek of ze één grote vis waren. Ieder rood visje had zijn plaats.
"Ik zal het oog zijn" zei Swimmy "omdat ik zwart ben".
Ze oefenden zich goed en eindelijk durfden ze de grote zee in. Niemand viel hen lastig... Integendeel zelfs: de grootste vissen gingen op de vlucht
voor de grote rode vis met het zwarte oog.
En zo zwemmen er nog steeds vele rode visjes door de zee
en Swimmy voelt zich in z'n rol van waakzaam oog, heel, héél gelukkig.

Jezus vormde rond zich een groep vrienden, waarvan Hij het lichtend oog was.




Uit het dagboek van Petrus de visser

"Vandaag ben ik dus gestopt met te vissen!
Gelukkig maar, want ik ving toch nooit erg veel!
Ik ben natuurlijk niet zomaar achter die Jezus gaan lopen.
Ik had al veel van Hem gehoord.
Volgens mij krijgt hij in ons land nog heel wat te vertellen.
Het lijkt me verstandig een beetje bij Hem in de buurt te blijven.

Wat mijn schoonmoeder betreft, die is weer helemaal beter!
Ze zorgt en is weer druk in de weer.
Echt iets voor vrouwen, om alsmaar voor anderen te zorgen.
Daar zou ik ziek van worden.
Om te onthouden:
toch eens aan die Jezus vragen wat hij bedoelt
met 'visser van mensen worden'.
Mijn broer Andreas zegt:
'Dat betekent dat wij mensen moeten redden
uit het water van de dood, uit zeeën van ellende.'
Die kan het mooi vertellen,
maar ik heb niet zo'n zin in al dat zorgen.
Ik ben mijn schoonmoeder niet!"



Uit het dagboek van Petrus, die vroeger Simon werd genoemd

Vandaag heb ik iets vreemds meegemaakt.
Ik was met mijn broer de netten aan het uitgooien.
Toen riep Jezus van Nazaret iets tot ons.
Ik verstond Hem eerst niet goed.
Toen hoorde ik dat Hij zei:
- Kom met me mee, ik zal maken
dat je vissers van mensen wordt.
Ik wist niet wat Hij wilde zeggen
met die 'vissers van mensen'.
Ik heb het dan maar aan mijn broer gevraagd.
Die moest ook even nadenken en zei toen:
- Mensen kun je vergelijken met vissen.
Zoals vissen zwemmen in het water,
zo kunnen mensen in zeeën van ellende leven.
En dan zouden wij die mensen
uit hun ellende moeten vissen.
En dat kunnen wij doen,
wanneer wij de goede boodschap brengen.
Petrus





BELUISTEREN

Er loopt een man die helpers zoekt

Klik hier voor een lied over Jezus die zijn leerlingen roept.





EXTRA

Klik hier voor suggesties als je wilt stilstaan bij wat een roepingsverhaal is.





Jongeren

MEDITEREN

De uitverkorene

(Naar: JORDAN, in Paroles à vivre, Editions CRJC Liège p. 90)

Geachte heer,
Onze bijzondere dank voor het toevertrouwen
van de cv's van twaalf mannen
die u uitgezocht heeft
om vertrouwensposten te bekleden
in uw nieuwe organisatie.
Nadat we hen hebben doorgelicht
kwamen we tot de volgende bevindingen:
Simon Petrus is emotioneel instabiel,
ten prooi van allerlei kuren in zijn humeur.
Andreas is niet in staat
om verantwoordelijkheid op te nemen.
De broers Jacobus en Johannes,
plaatsen persoonlijk belang
boven toewijding voor de gemeenschap.
Tomas heeft neiging om alles in twijfel te trekken,
wat het enthousiasme in de groep kan belemmeren.
Matteüs staat op de zwarte lijst van de
'Commissie van Jeruzalem voor eerlijkheid in het zakenleven'.
De andere Jacobus en Taddeüs
hebben de neiging om alles zwart-wit te zien.
Beide hebben een hoge score
op de schaal van het depressieve.
Van de twaalf kandidaten is er maar één
die bekwaam is en zin heeft voor initiatief.
Hij legt vlot contact en is goed in zaken.
Hij heeft relaties in de hoogste kringen.
Wij adviseren u daarom om Judas Iskariot te kiezen.
Hij is erg gemotiveerd, zit vol ambitie
en deinst niet terug voor verantwoordelijkheden.

Met vriendelijke groeten





EXTRA

Klik hier voor suggesties als je wilt stilstaan bij wat een roepingsverhaal is.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Jezus begon in Galilea: niet in het centrum, wel in de marge!

De evangelist Matteüs legt er de nadruk op
dat Jezus Zijn prediking niet in Jeruzalem begon, maar in Galilea,
niet in het centrum, wel in de marge.
Twee gebieden worden tegenover elkaar geplaatst,
vooral echter met een theologische bedoeling.

Jeruzalem was een versterkte stad,
met erbinnen, op de berg Sion, de tempel van Jahweh,
de God van de joden, die zó hoogheilig was,
dat Zijn Naam zelfs niet mocht worden uitgesproken.
Dit machtige, religieuze centrum van het land
werd beheerst door een kaste van priesters
die de riten in de tempel verzorgden
- dwz. dat zij vooral de offergaven van de mensen ontvingen -
en daarnaast door een groep Schriftgeleerden,
die uit de oude bijbel voortdurend
uiterst gedetailleerde wetten en kleine gedragsregels haalden
om de mensen voor te schrijven wanneer zij goed of verkeerd deden.
De joodse godsdienst was dus verworden tot uiterlijkheden.
Om beschouwd te worden als een goede gelovige
was het allerbelangrijkste "de voorgeschreven offers te brengen” en
"te gehoorzamen aan een honderdtal kleine wetten".
Zo’n opvatting over de godsdienst had echter
als verschrikkelijk gevolg dat voortdurend
een schuldgevoel werd gewekt bij de gewone mensen,
die vooral schrik hadden om onder de maat te blijven
en verkeerd te doen
tegenover een eisende, dreigende en straffende Jahweh.

Jezus distantieert Zich duidelijk
van die opvatting over de godsdienst, die vooral in Jeruzalem heerste.
Hij is tegen die winstgevende offerritussen van de priesters
en die angstaanjagende wetten van de Schriftgeleerden.
Hij is tegen de tempel die alleen maar dient als offerplaats.
Hij is tegen een God
waarvan de mensen schrik zouden moeten hebben.

Jezus begint Zijn prediking in een heel andere streek,
maar vooral in een heel ander religieus klimaat.

Galilea was de grensprovincie in het Noorden.
Geen afgesloten burcht op een berg zoals Jeruzalem,
maar een landelijke streek, gelegen aan het meer.
Daar waren de mensen eenvoudiger, armer, meer open ook.
Ontvankelijker voor allerlei vreemde invloeden
en niet afgesloten of verstard in eigen opvattingen,
zoals in de trotse hoofdstad.
Galilea was bevolkt door een mengelmoes van rassen en godsdiensten
met Aramese, Arabische, Fenicische en Griekse invloeden.
Men had er geleerd verdraagzaam te zijn tegenover elkaar
in een gezond pluralisme van verschillende culturen.
Het was een ‘multiculturele samenleving’.
Die mengelmoes van allerlei godsdiensten
werd echter door Jeruzalem met de grootste minachting bekeken.
De religieuze leiders van de hoofdstad
beschouwden zichzelf als
de "zuivere joden, die de juiste leer wisten te bewaren”,
en zij misprezen de Galileërs als "heidenen, die de wet niet kenden".

Tussen haakjes: wie uit Matteüs' tegenstelling nu zou besluiten
dat het christendom thuishoort op het platteland en niet in de stad
heeft te letterlijk geïnterpreteerd
en dus de verkeerde conclusie getrokken.
Onze wereld is ondertussen grondig veranderd.
Die openheid voor allerlei meningen, dat pluralisme van culturen
vindt men bij ons sinds verschillende eeuwen veeleer in de steden.
Het ‘Galilea’, zoals Matteüs dat bedoelde,
met zijn mengelmoes van vreemde godsdiensten,
waar mensen uitgedaagd worden om multicultureel samen te leven,
ligt vandaag niet in één of andere groene zone op onze ‘buiten’,
maar veeleer in het midden van onze grootsteden.
In onze tijd moeten wij ‘Galilea’ dus meer daar gaan zoeken.

Het is in ieder geval duidelijk dat Jezus niet kiest
voor het harde, verstarde centrum van de godsdienst,
waar de zuiveren menen de enige, echte doctrine te bezitten
en door strakke instellingen hun macht laten gelden,
maar dat Hij kiest voor een gebied van gewone, bescheiden mensen,
die openstaan voor allerlei godsdienstige opvattingen.
De tekens dat het Rijk Gods groeit
- ‘ommekeer’, ‘genezing’, ‘bevrijding’ en ‘heil’ - worden zichtbaar,
niet te midden van het enge joodse rigorisme,
wel in het multicultureel en religieus tolerant Galilea.

Want, dieper dan de meer open sociaal-culturele geest,
was de eigenlijke reden waarom Jezus deze keuze maakte
een religieuze reden: Hij had nl. een andere visie over God .
Voor Jezus is God niet
de ongenaakbare, hoogheilige tempel-Jahweh,
die de gewone mensen alleen maar zouden kunnen ontmoeten
door Hem offers te brengen door bemiddeling van de priesters
of door strikt te gehoorzamen aan de geboden van de Schriftgeleerden.
Voor Jezus is God
de liefde die in het hart van elke mens aanwezig is,
onmiddellijk bereikbaar, dus heel nabij.
"Het Rijk van Gods liefde is in u!"
De bekering die Jezus vraagt is een omschakeling van opvatting:
durven geloven dat God geen dreigende of straffende heerser is
die wij ontmoeten in een tempel,
beheerd door eisende functionarissen van de religie;
maar durven geloven in een God
die ons in het gewone leven van elke dag graag ziet
en die ons overal en rechtstreeks uitnodigt tot wederliefde.
Juist om dit duidelijk te maken
gebruikt Jezus voor God ook een nieuwe naam:
niet "Jahweh", maar "Vader".
Echt christendom zal daarom ook de mensen niet dwingen,
maar hen steeds uitnodigen
om het liefdesaanbod van God, die Vader is,
te beantwoorden met wederliefde,
dus in dankbaarheid en vanuit vrije wil.

In dezelfde lijn ligt Jezus’ keuze van Zijn medewerkers,
Zijn eerste leerlingen.
Het zijn geen godsdienstspecialisten of geleerden,
maar gewone werkmensen, vissers.
Het is geen groep die macht uitoefent op anderen,
maar het zijn eenvoudigen,
die persoonlijk worden aangesproken om anderen te dienen.
Hun voornaamste taak is niet te oordelen
of een scheiding te maken tussen goeden en slechten,
maar integendeel mensen te verenigen,
allen zonder onderscheid te redden van zinloosheid en vervreemding.
De goede boodschap die zij in Jezus' naam zullen uitdragen
is een boodschap die mensen losmaakt
van alles wat hen tegen elkaar opzet
en die oproept tot een bevrijdende verbondenheid en gemeenschap.
"Als God ons aller Vader is,
dan is onze levensopdracht broers en zussen te worden van elkaar!"
Volgens de visie van Matteüs vandaag
maakte Jezus dus een bewuste keuze:
tégen de machtstempel, vóór de volkskerk,
tégen de elite-clerus, vóór de gewone mensen,
tégen de eisende en straffende doctrine,
vóór de bemoedigende en reddende boodschap,
tegen de Jahwe van de wet, vóór de liefdevolle Vader,
symbolisch samengevat: tégen Jeruzalem, vóór Galilea.

Drie jaar later
zal ‘Jeruzalem’ Jezus toch in haar macht krijgen en Hem kruisigen.
Maar daarop volgt de verrijzenis.
En op die morgen luidt bij Matteüs
de boodschap van de verrijzenisengel juist:
"Ga naar Galilea, daar zult gij Hem levend zien!"

Het christelijk geloof zal, zoals vroeger in de geschiedenis,
ook vandaag worden vernieuwd,
niet vanuit Jeruzalem, wel vanuit Galilea,
niet vanuit het centrum,
wel vanuit de marge, van ergens aan de rand,
dat juist de uitvalsbasis wordt
voor de uitbreiding tot alle volkeren.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Het Rijk der Hemelen (2014)

Na zijn verblijf in de woestijn gaat Jezus onmiddellijk naar Galilea. Hij slaat ook Nazaret en zijn familie over. Een nieuw tijdperk breekt aan. Jezus neemt de fakkel over van Johannes de Doper die gevangen gezet is. De boodschap waarmee hij begint: “Het Rijk der hemelen is nabij”, klinkt als een echo van de prediking van Johannes, maar tevens als een uitdaging voor hen die Johannes gevangen houden.
Maar Jezus begint iets nieuws. In tegenstelling met de Doper, wil Hij een rondtrekkend profeet zijn. Daarom verkiest hij zich te Kafarnaüm te vestigen. Dat is een strategische plaats op het kruispunt van de wegen die de toegang ontsluiten tot de Syro-fenicische kuststeden, de Golan en de Decapolis. Men spreekt er trouwens zowel Grieks als Aramees.
Jezus zal 'het Rijk der hemelen' verkondigen. Jezus gebruikt die uitdrukking 32 maal in in het Matteüsevangelie. Hij laat ze vaag, legt ze niet uit, maar steeds expliciteert hij er de inhoud van door parabels te vertellen.
In het Hebreeuws bestaat ‘hemelen’ niet in het enkelvoud. ‘Hemelen’ is een metafoor om ‘God’ aan te duiden die men uit eerbied vermijdt te vernoemen. ‘Rijk der hemelen’ betekent dat God heerst, echter niet in de wolken maar daadwerkelijk in de mensenwereld. Zijn Rijk heeft zijn eigen waarden die totaal verschillen van de waarden gangbaar in de aardse koninkrijken. Van meet af aan moeten we duidelijk stellen dat het niet gaat om de aardse werkelijkheid te ontwijken, maar om er in de dagelijkse manier van leven de gratuïteit van Gods liefde uit te drukken.

De roeping van de eerste leerlingen is een ets van de concrete manier waarop het ‘Rijk der hemelen’ nabij komt en zich ontwikkelt. Jezus wandelt eenvoudigweg langs ‘de zee van Galilea’. Zoals Marcus heeft Matteüs een Palestijnse kijk op de zaken en hij beschouwt dit meer als een zee. Lucas, die als internationaal reiziger met Paulus de zee bevaren heeft zal die ‘zee’ meer bescheiden ‘het meer van Genezaret” noemen (Lucas 5,1).

Onder het wandelen treft Jezus Andreas en Simon aan, die hij reeds in de omgeving van de Doper had ontmoet (cf. Johannes 1,40-42). Jonge mannen dus die niet honkvast waren, en bovendien nog vissers, lieden die zich op de golven durfden wagen, terwijl de Joden toch niet zoveel zeemansbloed in zich hadden. Juist het type mannen dat paste bij zijn project!
Simon is een Joodse naam, maar de naam ‘Andreas’ is Grieks. Jezus begint zijn actie in een midden waar er een goede culturele integratie is tussen judaïsme en hellenisme, normaal voor de kuststreek van het meer waar de mensen meer open zijn en de contacten vol verscheidenheid. Er schetst zich reeds een openheid naar een kosmopolitische missie die het kader van Israël zal overstijgen.
Beide broeders zijn van het vissersdorp Betsaïda (Johannes 1,44), maar ze hebben een huis te Kafarnaüm (Marcus 1,29), waar Jezus logeerde. En ongetwijfeld, zoals alle rabbi's verdienden Jezus en zijn leerlingen hun brood met hun handenarbeid tussen twee missiesessies door. Dat begrensde enigszins hun actie tot de streek van hun arbeidsplaats, in afwachting dat groep vrouwen uit gegoede middens voor hen zou zorgen (Lucas 8,3).

“Kom achter mij”. Jezus roept zijn leerlingen met de uitspraak die de verhouding typeert tussen de rabbi en zijn leerlingen. Om Jezus achterna te gaan moet men vele dingen achterlaten. Maar Jezus voegt daar onmiddellijk aan toe: “ik zal van jullie mensenvissers maken”. Jezus volgen werpt je zomaar midden de mensen om ze naar God te brengen. Als Lucas deze uitdrukking gebruikt zal hij preciseren en het werkwoord ‘zôgreô’ gebruiken, dat betekent: ‘levend vangen’ (Lucas 5,10). Mensen vangen opdat ze zouden leven. En om echt te leven moeten ze vrij zijn.
“De glorie van God, zegde de heilige Ireneüs, is de levende mens ; het leven van de mens is God te aanschouwen” (Contra Hœreses, livre 4, 20:7).
Voor dit project, mensen God te laten aanschouwen, hebben de leerlingen onmiddellijk vader, vaartuig en netten achter gelaten om Jezus te volgen.