Loading...
 

3e paaszondag A , 2 november: Allerzielen - evangelie 2

Schaduwen

JEZUS KWAM OP HEN TOE
EN LIEP MET HEN MEE


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Lucas 24, 13-35: De leerlingen van Emmaüs

De tekst

Dichter bij de tijd

(C. LETERME, map Bijbel in 1000 seconden)

Wanneer Jezus drie dagen dood is,
gaan twee vrienden van Jezus
uit Jeruzalem naar hun dorp Emmaus,
dat elf kilometer verder ligt.
Ze praten over alles wat er de laatste dagen gebeurd is.
Een man komt op hen af en vraagt:
'Waarover praten jullie toch de hele tijd?'
Heel verdrietig blijven ze staan.
Kleopas zegt: ‘Bent U dan de enige in Jeruzalem
die niet weet wat daar de voorbije dagen gebeurd is?’
‘Wat is er dan gebeurd?’ vraagt de man.
‘Onze leiders hebben Jezus van Nazaret ter dood veroordeeld
en ze hebben Hem zelfs gekruisigd.
Hij was een profeet!
Wij hadden zo gehoopt dat Hij Israël zou verlossen.
Maar Hij is al drie dagen dood.
Een paar vrouwen zeiden ons dat Hij weer leefde,
maar wat moet je daar nu van denken?'
De man zegt: 'Maar in de boeken van de profeten staat toch,
dat Jezus zo moest sterven?'
En Hij begint hierover te vertellen.
Intussen komen ze aan bij het huis van de twee vrienden.
Ze zeggen: 'Blijf bij ons, want het is al laat.'
Hij gaat mee naar binnen.
Even laten zitten ze aan tafel.
Voor ze beginnen te eten, bidt de man tot God
en deelt met hen het brood en de beker met wijn.
Dan gaat de man weg.
De vrienden kijken elkaar aan.
De ene zegt: 'Dat was Jezus die met ons praatte.'
En de ander zegt: 'Toen Hij brood met ons deelde,
wist ik dat Hij Jezus was.’
Meteen staan ze op
en gaan terug naar Jeruzalem.

Daar vinden ze de elf apostelen en nog andere leerlingen.
Die zeggen: ‘Echt waar, de Heer is verrezen,
Hij is verschenen aan Simon.’
Dan vertellen de vrienden van Emmaus
wat er onderweg en bij hen thuis gebeurd is.
En hoe ze Jezus herkend hebben
bij het breken van het brood.
Overal zeggen ze:
‘Wij geloven dat Jezus verder leeft:
Hij heeft met ons gepraat,
en het brood met ons gebroken.'



Jezus blijft bij ons

( C. LETERME e.a., Zes kruiken wijn - voorleesverhalen uit het evangelie' Standaard Educatieve Uitgeverij 1988, p.94-95

Jezus is nu al drie dagen dood.
Twee vrienden van Jezus vertrekken uit Jeruzalem.
Ze vinden het er niet meer fijn: Jezus die hun grote vriend was, is gestorven.
Ze gaan terug naar hun eigen dorp Emmaüs. Ze praten en praten maar.
Een man komt op hen af en vraagt: 'Maar waarover praten jullie toch de hele tijd?'
Ze zeggen: 'Weet jij dan niet dat Jezus is gestorven aan een kruis?
Hij was onze beste vriend!'
'Jullie beste vriend?' vraagt de man.
'Ja,' zeggen ze, 'hij was iemand die heel veel hield van de mensen
en hij wilde de hele wereld goed maken, zoals God zijn Vader dat wil.
Maar nu kan dat niet meer. Hij is dood.
Een paar vrouwen zeiden ons wel dat hij weer leefde,
maar wat moet je daar nu van denken?'
De man zegt: 'Maar in de oude boeken staat toch, dat Jezus zo moest sterven?'
En hij begint hierover te vertellen.
Intussen komen ze aan bij het huis van de twee vrienden.
Ze zeggen: 'Blijf bij ons, want het is al laat geworden.'
Even laten zitten ze aan tafel. Voor ze beginnen te eten, bidt de man tot God,
dan deelt hij met hen het brood en de beker met wijn. Dan gaat de man weg.
De vrienden kijken elkaar aan. De ene zegt: 'Dat was Jezus die met ons praatte.'
En de ander zegt: 'Toen hij brood met ons deelde, wist ik dat hij Jezus was.
Eigenlijk moeten we verder werken aan die goede wereld van Jezus.
Jezus die dood was, leeft nu verder bij ons.'
Onmiddellijk staan de vrienden op en lopen naar Jeruzalem
en overal zeggen ze: 'Wij geloven dat Jezus verder leeft:
hij heeft met ons gepraat en het brood met ons gebroken.'



Als je dit verhaal aan kinderen vertelt...

... leg er dan de nadruk op dat Jezus bij de mensen blijft (hoewel anders dan vroeger), wanneer zijn woord ter sprake wordt gebracht en zijn handelingen verder worden verricht.








Stilstaan bij …

Twee
Eén van de twee leerlingen heet Kleopas. De andere leerling blijft anoniem. Was het de vrouw van Kleopas, was het Lucas zelf? Of vermeldde Lucas bewust zijn / haar naam niet zodat die tweede leer-ling ieder van ons kan zijn?


Emmaus
Dorp dat op ± 11 km (60 stadiën) van Jeruzalem lag. De precieze ligging ervan is onzeker.
(een stadie is een afstandsmaat. Omgerekend: 184,84m)


Jeruzalem
In het evangelie van Lucas speelt de stad Jeruzalem een belangrijke rol. Het is de plaats waar Jezus lijdt, sterft, verrijst, verschijnt en ten hemel wordt opgenomen en van waaruit de Geest werkt.
Als Lucas zegt: de leerlingen gaan van Jeruzalem weg, dan zegt hij symbolisch dat ze het geluk de rug toekeren, de verkeerde weg opgaan, het opgeven, het niet meer zien zitten ...


Van gedachten wisselen
Het Griekse woord dat Lucas hiervoor gebruikt heeft is: ‘homilein’. Hierin herken je het woord ‘homilie’. Het gaat hier dus niet zomaar om een gedachtewisseling, maar om een gesprek waarbij men de betekenis van een onderwerp tracht te achterhalen.


Hogepriesters
Een hogepriester stond aan het hoofd van de priesters en de levieten, de tempeldienaren. Hij was ook de voorzitter van het Sanhedrin, de Grote Raad.
Van 18-36 na Christus was Kajafas hogepriester in Jeruzalem. Hij was de schoonzoon van Annas, die hogepriester was van 5-15 na Christus. Annas was een hogepriester met veel invloed en gezag, ook na zijn ambtstermijn. Dit is wellicht de reden waarom Lucas het heeft over hogepriesters.


Mozes en de Profeten
Deze opsomming verwijst naar de TeNaCH, de joodse Bijbel die uit drie grote delen bestaat: T (Tora = de Wet van Mozes); N (Nebiim = de profeten) en CH (Chetubim = geschriften).
Lucas vermeldt alleen ‘Mozes’ en de ‘Profeten’ omdat deze delen de belangrijkste zijn.
In ‘Mozes’ vindt men de Tora, de Wet die deel uitmaakt van het verbond tussen God en zijn volk.
In ‘profeten’ vindt men raadgevingen en richtlijnen om die Wet goed te kunnen beleven.


Brood breken
In het Oosten is deze handeling voorbehouden aan de gastheer.
Het is tevens een van de oudste benamingen voor de eucharistie.


Elf
Normaal is er sprake van de twaalf. Nu van de elf, want Judas, één van de twaalf apostelen, was er niet meer bij.


Simon
Simon was een visser uit Betsaïda en een broer van Andreas. Jezus gaf hem de naam Petrus (= rots). Hij vond hem duidelijk een ‘kei’ van een man. Petrus werd de belangrijkste in de groep van de apostelen en een leider in de Palestijns-joodse kerk van Jeruzalem. Rond het jaar 67 stierf hij de marteldood onder keizer Nero. Hij werd begraven buiten de stadsmuren van Rome. Boven op zijn graf staat de Sint-Pietersbasiliek.



Merk op

Jezus verklaart de ‘Schriften’ en wordt aan tafel herkend bij het breken van brood. Niet alleen een verwijzing naar de historische Jezus (zijn manier van onderwijzen en zijn laatste avondmaal) maar ook naar de manier waarop Hij nu in de liturgie te vinden is (woord en brood).



Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Lucas 24, 13-35, bevat:
. De Bijbeltekst, zoals die voorgelezen wordt tijdens de eucharistieviering
. Informatie bij die Bijbeltekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Info bij de betekenis van de tekst
. Tip bij het vertellen aan kinderen






Bij de tekst

Structuur van de tekst

Om te voorkomen dat je een verhaal teveel naar je hand zet, doe je er goed aan de structuur ervan te onderzoeken. Vergeet daarbij wel niet dat zo'n schema de uitkomst is van het bestuderen van de tekst en niet aan de oorsprong van die tekst staat. Ook voor een geoefend oog worden de verbanden tussen de verschillende onderdelen van een tekst pas geleidelijk zichtbaar.
Hoewel je de waarde van zo'n schema niet mag overschatten, toch is het een goed hulpmiddel om een beter zicht te krijgen in de hoofd- en bijzaken van een verhaal en een heel geschikt houvast bij het vertellen van het verhaal.
Klik hier voor een zicht op de structuur van de tekst over de leerlingen van Emmaüs.



Wat Lucas wil zeggen

In deze tekst zie je de leerlingen evolueren van ‘weten’ naar ‘geloven’. Ze weten van Jezus dat Hij:
- profeet is
- Israël zal bevrijden
- ter dood veroordeeld werd
- na zijn begrafenis verdwenen is
- en volgens de engelen weer leeft.
Maar zolang de leerlingen dat niet zelf ervaren en niet zelf de samenhang zien tussen de gebeurtenissen en wat de profeten over de Messias hebben gezegd, komen ze niet tot geloven.


Met deze tekst beantwoordt Lucas vragen van de eerste christenen als:
- Waar kun je Jezus vinden?
- Waar kun je Hem ontmoeten?
- Hoe kun je Hem herkennen?
Zijn antwoord is: als je aandacht hebt voor de vreemdeling, gelovig de schrift leest, deuren gastvrij openzet voor elkaar en het brood deelt... dan kun je Jezus ontmoeten.



Verwijzing naar de liturgie

Deze tekst is veel meer dan een geschrift over een eenmalig historisch feit. Ze werd geschreven vanuit het latere kerkelijke leven. Elke eucharistie actualiseert dit verhaal in de woorddienst (lezingen)
En te beginnen met Mozes en alle profeten legde hij hun uit wat in heel de schrift op hemzelf betrekking had.

en de brooddienst (consecratie / communie):
Eenmaal met hen aan tafel nam hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun.



Een duik in de kerkgeschiedenis

De eerste christenen kwamen in hun huizen samen om het brood met elkaar te breken. Dat was voor hen een herkenningsteken. In dit gebaar beleefden ze hun verbondenheid met Jezus over de dood heen en hun verbondenheid met elkaar.



De leerlingen in het leven van de gelovige

Je kunt de leerlingen van Emmaüs zien als die mensen die er niets aan hebben dat de Kerk zegt dat Jezus leeft ... tot ze Jezus zelf in hun leven ervaren, door:
- over Hem te praten
- naar de uitleg van de schriften te luisteren
- aandacht te hebben voor de arme
... toen gingen hun ogen open en voelden ze hun hart branden.
De weg die de leerlingen van Emmaüs gingen, is de weg die elke gelovige gaat als hij de verrezen Heer wilt ontmoeten.





Bijbel en kunst

ARCABAS (Jean-Marie PIRO)

Arcabas is de artiestennaam van Jean-Marie Pirot (Metz - Frankrijk, 21 maart 1926), een Franse schilder en beeldhouwer van religieuze kunst. Zijn eigen studenten gaven hem deze naam toen hij les gaf aan de kunstacademie van Grenoble.

Arcabas maakte heel veel schilderijen over de leerlingen van Emmaüs, waarvan er vier in 'bijbelin1000seconden.be' overgenomen werden.
Wie de tijd neemt om die werken goed te bekijken en in zich op te nemen zal merken dat de kunstenaar erin slaagt om duidelijk te maken wat moeilijk te begrijpen is: Jezus leeft!




De leerlingen van Emmaüs onderweg
Arcabas Onderweg
Drie personen onderweg ...
. De linkse figuur houdt een hand aan zijn hoofd.
. De rechter figuur houdt zijn handen voor zijn hart.
. De middelste figuur onderscheidt zich door een gouden achtergrond voor zijn hoofd. Zijn gezicht is niet zo precies geschilderd. Ook zijn ogen zijn anders dan die van zijn metgezellen. Is die persoon er echt wel bij?


Misschien wilde de schilder met dit schilderij aantonen: wanneer mensen over Jezus spreken is Hij aanwezig in hun gedachten en in hun hart.




De leerlingen nodigen Jezus uit
Arcabas
De schilder illustreert het moment waarbij de leerlingen Jezus bij hem thuis uitnodigen.
De leerlingen zijn 'waarneembaar' geschilderd. Jezus wordt als een schaduw weergegeven.
Het gaat niet om de fysiek waarneembare Jezus, maar om de verrezen Jezus, die op een andere manier leeft dan die leerlingen dat doen.




De leerlingen van Emmaüs
Arcabas: Leerlingen Van Emmaüs


Wat jongeren uit Lugny in dit schilderij zagen
(naar: http://opm-egliseuniverselle.blogspot.be/2012/11/lecture-du-tableau-darcabas-faite-par.html)

. Men ziet de eucharistie: er is het brood en de wijn waarvoor Jezus God dankt.
. Het brood is verdeeld in twee stukken: één voor de persoon links, en één voor de persoon rechts. Er is niets voor de persoon in het midden, want dit brood is het beeld van Hemzelf als voedsel voor de mensen.
. De kleding van Jezus loopt over in het tafelkleed. Jezus is zowel de tafel als het eten.
. De stralen rond het brood reflecteren zich in het gezicht van Jezus. Het gaat hier om de verrezen Jezus.
. De gedekte tafel is hedendaags: er is een mes, een vork, een zoutvat, wijnglazen. Dit herinnert eraan dat Jezus is ons leven nu aanwezig is.

. De ogen van de leerlingen en die van Jezus verschillen. Een herinnering aan de zin van Lucas: 'Nu gingen hun de ogen open.’
. De leerling links heeft twee ogen: een oog waarmee hij ziet en een oog waarmee hij inziet.

. De kruisjes herinneren aan de weg die de leerlingen gingen: ze vormen een weg die leidt naar het breken en delen van het brood.
. Ze herinneren ook aan de Drie-Eenheid: de Vader en de heilige Geest die Jezus begeleiden.




Verdwijning
Arcabas


Suggestie
- Welk moment wordt bij dit kunstwerken afgebeeld?
- Onderlijn in de Bijbeltekst de zin(nen) die bij dit kunstwerk hoort / horen (Lucas 24, 11-35).
- Wat vind je goed, verrassend, treffend of onduidelijk, verwarrend of vervelend aan dit kunstwerk?
- Wat zou de kunstenaar ermee bedoeld hebben?
- Wat heb jij ontdekt in die kunstwerk?




De tafel van Emmaüs
De Tafel Van Emmaüs
De leerlingen hebben de verrezen / opgestane Jezus ontmoet. Arcabas toont ons het resultaat: ze zijn hals over kop opgestaan en naar de anderen gegaan.
Arcabas slaagt er met dit werk in het enthousiasme van de leerlingen en de dynamiek van de verrijzenis weer te geven in een stilleven van het meubilair in Emmaüs.




Suggestie: kennismaking met een kunstwerk
Materiaal
Kopie van een kunstwerk naar keuze over de leerlingen van Emmaüs
Kopie van de Bijbeltekst
Tekenmateriaal


Verloop
De deelnemers zitten per twee en spreken onderling af wie van hen beide het liefst tekent.
Geef de partner, die niet tekent, een kopie van een kunstwerk met de volgende opdracht:
- Bekijk het kunstwerk en zeg wat je ziet. Doe dat langzaam zodat je partner de tijd krijgt om te schetsen. De partner, die wil tekenen, moet zo goed mogelijk proberen te schetsen wat hij te horen krijgt.

Geef na enkele minuten de opdracht:
- Bekijk samen de kopie van het kunstwerk.
- Vergelijk het kunstwerk met de schets die één van jullie twee gemaakt heeft:
- Wat is hetzelfde? Wat is anders?

Lees dan de Bijbeltekst die bij dit kunstwerk hoort. (Lucas 24,13-35)
- Bekijk opnieuw het kunstwerk.
- Herken je dit verhaal in het kunstwerk?
- Onderstreep in de tekst wat afgebeeld staat.
- Wat is afgebeeld zonder dat daar iets over staat in de tekst?
- Welke mogelijke bedoelingen en/of betekenissen zou dit extra hebben?
- Let ook op de kleuren. Wat zouden ze willen zeggen?
- Kijk je nu anders naar het kunstwerk? Vallen jou nu andere dingen op?

Bespreek nadien met de hele groep:
- Wat hebben we ontdekt in dit kunstwerk?


Belangrijk
Bekijk het kunstwerk als een reflectie van een kunstenaar op de Bijbeltekst, en niet als een afbeelding van wat er precies gebeurd zou kunnen zijn.



J. BROOKS-GERLOFF

Onderweg naar Emmaüs (1992)

5 Janet Brooks Gerloff

Abdij Kornelimünster (Duitsland)


Werk van Janet Brooks Gerloff (20 april 1947, USA – 22 september 2008, Duitsland).





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

De leerlingen uit Emmaüs

Jezus is nu al drie dagen dood.
Twee vrienden van Jezus vertrekken uit Jeruzalem.
Ze vinden het er niet meer fijn:
Jezus die hun grote vriend was, is gestorven.
Ze gaan terug naar hun eigen dorp Emmaüs.
Ze praten en praten maar.

Een man komt op hen af en vraagt:
'Maar waarover praten jullie toch de hele tijd?'
Ze zeggen:
'Weet jij dan niet dat Jezus is gestorven aan een kruis?
Hij was onze beste vriend!'
'Jullie beste vriend?' vraagt de man.
'Ja,' zeggen ze, 'Hij was iemand die heel veel hield van de mensen en hij wilde de hele wereld goed maken,
zoals God zijn Vader dat wil.'
Maar nu kan dat niet meer. Hij is dood.
Een paar vrouwen zeiden ons wel dat hij weer leefde,
maar wat moet je daar nu van denken?'
De man zegt: 'Maar in de oude boeken staat toch,
dat Jezus zo moest sterven?'
En hij begint hierover te vertellen.

Intussen komen ze aan bij het huis van de twee vrienden.
Ze zeggen: 'Blijf bij ons, want het is al laat geworden.'
Even later zitten ze aan tafel.
Voor ze beginnen te eten, bidt de man tot God,
dan deelt hij met hen het brood en de beker met wijn.
Dan gaat de man weg.

De vrienden kijken elkaar aan.
De ene zegt: 'Dat was Jezus die met ons praatte.'
En de ander zegt:
'Toen hij brood met ons deelde, wist ik dat hij Jezus was.
Eigenlijk moeten we verder werken
aan die goede wereld van Jezus.
Jezus die dood was, leeft nu verder bij ons.'

Onmiddellijk staan de vrienden op en lopen naar Jeruzalem
en overal zeggen ze:
'Wij geloven dat Jezus verder leeft:
hij heeft met ons gepraat
en het brood met ons gebroken.'



Petrus vertelt ...

Het is zondag. Jezus is al drie dagen dood. We zijn nog steeds heel verdrietig.
Waarom moest dat nu toch gebeuren met Jezus? Vanmorgen besloten twee vrienden van Jezus om terug naar huis te keren in Emmaüs. Er viel toch niets meer te doen in Jeruzalem.
Emmaüs ligt elf kilometer verder. Ze hadden dus veel tijd om met elkaar te praten over alles wat er de laatste dagen gebeurd was. Onderweg kwam er een man op hen af . Hij vroeg:
'Waarover praten jullie toch de hele tijd?'
Heel verdrietig bleven ze staan. Kleopas, één van de vrienden zei: ‘Bent U dan de enige in Jeruzalem die niet weet wat daar de voorbije dagen gebeurd is?’
‘Wat is er dan gebeurd?’ vroeg de man.
‘Wel ze hebben Jezus van Nazaret veroordeeld en gekruisigd. Hij was een profeet! Wij hadden zo gehoopt dat Hij ons land zou verlossen. Maar Hij is nu al drie dagen dood. Een paar vrouwen zeiden ons dat Hij leefde, maar wat moet je daar nu van denken?'
Toen zei de man: 'Maar in de Bijbel staat er toch, dat Messias zo moest sterven?'
En hij begon hierover te vertellen.
Intussen gingen ze verder. Het begon donker te worden.

(Onderbreek even het verhaal en laat de leerlingen met hun lichaam de gevoelens uitbeelden die in de tekst opgeroepen worden.)

Wat later kwamen ze aan bij het huis van de twee vrienden.
'Blijf bij ons, want het is al laat,' zeiden ze. De man ging mee naar binnen. De twee vrienden zorgden voor eten. Voor ze begonnen te eten, bad de man tot God. Dan brak hij het brood en gaf het hun. Dan ging de man weg. De vrienden keken elkaar aan.
'Dat was Jezus die met ons praatte,' zei de ene, en de ander zei: 'Toen Hij brood met ons deelde, wist ik dat Hij Jezus was.’
Meteen stonden ze op en kwamen terug naar hier, naar de plek waar we nog samen met Jezus het paasfeest gevierd hebben.

Daar vonden ze mij, de andere apostelen en nog vele leerlingen. Die vroegen: ‘Weet je het al? Jezus is verrezen! Hij is verschenen aan Simon.’
De leerlingen uit Emmaüs knikten met hun hoofd. Toen vertelden ze wat er onderweg en bij hen thuis gebeurd was. En hoe ze Jezus hadden herkend bij het uitleggen van de Bijbel en bij het breken van het brood.

Emmaüs





DOEN

Tekenen / schilderen

De kinderen tekenen / schilderen een drieluik over de gevoelens en ervaringen van de vrienden.
Dus niet in de eerste plaats over de gebeurtenissen. De kleuren hierbij zijn heel belangrijk.

Deel 1: droefheid, geen hoop, duisternis - (Jeruzalem)
Deel 2: beginnende verandering - (Weg)
Deel 3: herkenning: Jezus leeft - (Emmaüs)





Grote kinderen

VERDIEPEN

Twee leerlingen op weg naar Emmaüs

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2011 nr 6)

Materiaal
. Twee pijlen die elk in een andere richting wijzen. De ene wijst naar EMMAÜS, de andere naar JERUZALEM.
. twee 'leerlingen' die rechtop staan
. tekening van een kruis
. tekening van een dik boek, dat de bijbel voorstelt
. tekening van een brood
. tekeningen van een blij en verdrietig gezichtje
. een bijbel én een kinderbijbel
. een brood (bij voorkeur Marokkaans of Turks = rond plat)
. een eucharistieviering die opgenomen is / TV - toestel

Pas bovenstaand materiaal aan aan de situatie. Teken eventueel alles schetsmatig op een bord. (Bijvoorbeeld: de meest eenvoudige tekening van een leerling is een cirkel bovenop een langgerekte driehoek. Twee kleinere langgerekte driehoeken die van onder het hoofd vertrekken en aan beide zijden van de grote driehoek getekend worden, stellen de armen voor. Een boogje onder beide driehoekjes stelt de handen voor. Op dezelfde manier suggereren iets meer spitse boogjes de beide voeten. Eén van beide leerlingen kan ook een staf dragen.)


Verloop
Vertel over de twee leerlingen van Emmaüs.

Bespreek daarna deze tekst. Vertrek hiervoor van de pijl die de richting wijst van Emmaüs.
Plaats er de tekening van de twee leerlingen bij.
- Wie zijn dat? (Twee leerlingen van Jezus)
- Wat doen ze? (Ze zijn op weg naar Emmaüs)
- Wat is Emmaüs? (Een dorpje in de buurt van Jeruzalem)
- Hoe voelen de leerlingen zich? (Verdrietig - Breng een verdrietig gezichtje aan in de buurt van de pijl)
- Waarom zijn ze verdrietig? (Jezus is gestorven - Breng een kruis aan in de buurt van het gezichtje)

Begin opnieuw aan de andere kant van het bord, bij een pijl die wijst naar Jeruzalem.
Plaats er de tekening van de twee leerlingen bij.
- Wie waren dat? (Twee leerlingen van Jezus)
- Wat doen ze? (Ze zijn op weg naar Jeruzalem)
- Wat is Jeruzalem? (De belangrijkste stad voor de joden. De stad ook waar Jezus gekruisigd werd)
- Hoe voelen de leerlingen zich? (Blij - Breng een verdrietig gezichtje aan in de buurt van de pijl)
- Waarom zijn ze blij? (Ze hebben Jezus dicht bij zich gevoeld)
- Wanneer hebben ze Jezus het dichtst bij zich gevoeld?
(Bij het spreken over de bijbel: Breng de tekening van de Bijbel aan in de buurt van het gezichtje; Bij het breken van het brood: Breng de tekening van het brood aan in de buurt van het gezichtje)
- Kunnen wij Jezus ook op die manier dicht bij ons voelen?

Sta stil bij de tekeningen van de bijbel en het brood.
Kinderen kunnen Jezus bij zich voelen, wanneer over Jezus verteld wordt uit de bijbel.
Toon de bijbel en een kinderbijbel. Lees uit de bijbel een parabel naar keuze uit voor. Illustreer die parabel met de tekeningen uit de kinderbijbel.
Sta stil bij wat gelijkend is en wat verschillend is tussen beide bijbels. De grote bijbel is het boek zoals er al bijna tweeduizend jaar uit voorgelezen wordt. In een kinderbijbel staan verhalen uit die grote Bijbel die voor kinderen herschreven zijn, zodat ze die gemakkelijk zouden verstaan en er staan mooie tekeningen in omdat men weet dat kinderen van tekeningen houden.
Laat de kinderen vertellen over verhalen en tekeningen uit de Bijbel die hen treffen.
Zeg aan de kinderen dat uit de Bijbel voorgelezen wordt op school.
- Kennen jullie nog plaatsen waar uit de bijbel wordt voorgelezen?
(Bv. thuis, bij oma en opa, én ook in een eucharistieviering.) Herinner eventueel aan de eucharistieviering bij de eerste communie.

Toon daarna het brood. Laat de kinderen vertellen over brood.
- Wie bakt het?
- Wanneer wordt het gegeten?
- Wie zit er dan aan tafel?
- Ken je nog een plaats waar 'brood wordt gegeten'.
Vertel over de eucharistie: gelovigen komen er bijeen om de laatste maaltijd van Jezus te herdenken.
Bij die maaltijd nam Jezus brood en zei: Dit is mijn lichaam. Zoals brood voor de mensen is, zo wil Jezus zijn voor de mensen.

Vat samen:
gelovigen kunnen Jezus ontmoeten als ze in de Bijbel lezen, en wanneer ze samen eucharistie vieren.

Laat daarna twee fragmenten uit een eucharistieviering zien:
. het moment waarbij voorgelezen wordt uit de bijbel
. het moment waarbij de priester het brood breekt (tijdens de consecratie)



Gesprek

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2006 nr 7)

Laat de kinderen nadenken over de vraag:
Waarin hebben de leerlingen van Emmaüs Jezus herkend?
. Praten over Jezus – bespreken van de bijbel
. Gastvrij ontvangen van een vreemdeling
. Breken van het brood
Laat de kinderen gedurende twee minuten nadenken op welke manier ze nu Jezus kunnen herkennen. Noteer na die twee minuten hun antwoorden onder elk van de drie rubrieken.

Voorbeelden van mogelijke antwoorden:
. Praten over Jezus
godsdienstles - kindernevendienst - preek - kinderbijbel
. Gastvrijheid
Broederlijk Delen - Welzijnszorg - Ziekenzorg
. Breken van het brood
eucharistie





EVEN TESTEN

Woordrooster

Vertel eerst het verhaal van de leerlingen van Emmaüs.
Laat dan de kinderen het verhaal navertellen aan de hand van de volgende woorden:
TWEE, ELF, EMMAÜS, JEZUS, SIMON, BROOD, BREKEN, JERUZALEM, VROUWEN, VERREZEN, PROFEET.
Daarna zoeken ze deze woorden in het woordrooster. Als ze allemaal doorstreept zijn, vind je de zin: Jezus is verrezen.


Of:
werk op dezelfde manier met dit woordrooster.
Als alle woorden doorstreept zijn, vind je het woord: leven.




Plaats in de goede volgorde

Lees / Beluister eerst heel goed de tekst uit de Bijbel. Zet de zinnen dan in de juiste volgorde
1. Blijf bij ons, want het is al laat .
2. Al pratend komen ze Jezus onderweg tegen.
3. We herkenden Hem bij het breken van het brood.
4. We hoopten zo dat hij ons zou verlossen.
5. Hij breekt het brood en zegent het.
6. Bent U dan de enige die niet wat er gebeurd is met Jezus?
7. Echt waar, de Heer is verrezen.
8. Maar in de boeken van de profeten staat toch dat Jezus zo moest sterven.


Correctiesleutel
2. Al pratend komen ze Jezus onderweg tegen.
6. Bent U dan de enige die niet wat er gebeurd is met Jezus?
4. We hoopten zo dat hij ons zou verlossen.
8. Maar in de boeken van de profeten staat toch dat Jezus zo moest sterven.
1. Blijf bij ons, want het is al laat.
5. Hij breekt het brood en zegent het.
7. Echt waar, de Heer is verrezen.
3. We herkenden Hem bij het breken van het brood.





ONDERZOEKEN

Band met de eucharistie

Als je het verhaal over de leerlingen van Emmaüs aandachtig leest, merk je dan dat het verhaal aan de eucharistie doet denken.
Verbind elk van de zinnen hieronder met het ogenblik van de eucharistieviering dat ermee overeenkomt.

1. De ontmoedigde leerlingen vertellen Jezus de gebeurtenissen van de dag ervoor. A. We lezen verschillende teksten uit het Oude en het Nieuwe Testament.
2. Jezus legt hen alles uit wat er over Hem in de Schrift staat. B. We verlaten de kerk, vol vreugde en energie door deze ontmoeting met de anderen en met God.
3. Jezus neemt het brood, zegent het, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen. C. Tijdens de voorbeden bidden we voor de moeilijke momenten in ons leven en in de wereld.
4. Heel vrolijk keren de leerlingen terug naar Jeruzalem om de verrijzenis van Christus te verkondigen. D. De priester herhaalt wat Jezus tijdens het Laatste Avondmaal deed.


Sleutel: 1C; 2A; 3D; 4B



Herinneringen aan Jezus in een eucharistieviering

Zet de volgende delen van een eucharistieviering in de juiste volgorde in de tabel:
LEZINGEN
CONSECRATIE
VERWELKOMING
WEGZENDING
ONZE VADER
COMMUNIE

Veel delen in een eucharistieviering herinneren aan het leven van Jezus.
Noteer de volgende gebeurtenissen bij het deel van de eucharistieviering dat ermee overeenkomt:

Jezus verwelkomt de kinderen Marcus 10, 13-16
Jezus spreekt in parabels Marcus 4, 1-33
Jezus breekt het brood Marcus 14, 12-31
Jezus leert zijn leerlingen bidden Matteüs 6, 9-13
Jezus zegent brood en laat het uitdelen Marcus 6, 41-42
Jezus zendt zijn apostelen weg Matteüs 28,16-20


Correctiesleutel

VERWELKOMING Jezus verwelkomt de kinderen
LEZINGEN Jezus spreekt in parabels
CONSECRATIE Jezus breekt het brood
ONZE VADER Jezus leert zijn leerlingen hoe ze moeten bidden
COMMUNIE Jezus zegent het brood en laat het uitdelen
WEGZENDING Jezus zendt zijn apostelen weg






INLEVEN

Associëren met muziek en kleur

Materiaal
Vier stukjes muziek die de sfeer van een stuk van het verhaal over de leerlingen van Emmaüs weergeven:
- een somber stukje muziek - geeft het verdriet weer van de leerlingen in het begin van het verhaal.
- een lied, een koraal, dat woorden weergeeft van Jezus, als Hij de Bijbel uitlegt.
- een alleluja (Händel? Taizé?) - geeft het gevoel weer bij het herkennen van het breken van het brood.
- een dynamisch fris stukje muziek - geeft het gevoel weer van de leerlingen die hun goede nieuws willen brengen aan de anderen in Jeruzalem.
Voor elk kind een blad papier dat in vier verdeeld is.
Kleuren; stiften of verf.


Verloop
Vooraleer de tekst te beluisteren laat je de verschillende stukjes muziek horen. De gevoelens die de muziekstukjes bij de kinderen oproepen, geven ze weer met kleuren en lijnen.
In elk vakje van hun blad komt een ander soort gevoel bij een nieuw stukje muziek.
Lees dan de tekst voor over de leerlingen uit Emmaüs.
Pauzeer tussen de vier delen, zodat de kinderen hun werken kunnen tonen.



'Foto's' (bibliodrama)

Verdeel de groep in vier. Elke groep beeldt statisch een tafereel van de Emmaüsgangers uit:
- ontmoediging
- het beluisteren van de betekenis van de bijbel
- het breken van het brood
- de vreugdevolle terugkeer naar Jeruzalem



Lege stoel (bibliodrama)

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2006 nr 7)

Ga met de kinderen in een kring zitten. Op één stoel zit niemand. Zeg aan de kinderen dat één van de leerlingen van Emmaüs op die stoel zit, en dat ze de kans krijgen om die ‘leerling’ vragen te stellen.
Nadat ze zo’n vraag gesteld hebben, laat je de kinderen wat tijd om te ‘luisteren’ naar wat die ‘leerling’ te zeggen heeft. Wie zo’n ‘antwoord ‘ gehoord heeft, mag het voor iedereen komen zeggen terwijl die achter de ‘lege stoel’ gaat staan.
Doe dit zelf eens voor, als de kinderen nog niet vertrouwd zijn met deze werkvorm. Stel de ‘leerling van Emmaüs’ bv. de vraag: ‘Waarom was je zo verdrietig toen je hoorde dat Jezus gestorven was?’ Laat wat stilte zodat iedereen kan ‘luisteren’ naar wat de ‘leerling te zeggen heeft. Ga daarna achter de stoel staan, leg je handen op de leuning en zeg bijvoorbeeld: ‘Ik vond dat Jezus mij goed geholpen heeft toen ik problemen had.’ Vraag dan aan de kinderen: ‘Heeft iemand soms iets anders gehoord?’ Laat die kinderen hun antwoord formuleren terwijl ze achter de stoel gaan staan met het handen op de stoelleuning.
Daarna mogen kinderen zelf vragen stellen – die op dezelfde manier beantwoord worden.
Rond deze werkvorm af met het voorlezen uit de bijbel van die passage die de kinderen kennelijk het meest getroffen heeft.


Belangrijk
Alle antwoorden van de kinderen zijn OK. De enige vorm van correctie gebeurt door het beluisteren van de tekst uit de bijbel zelf op het einde van de activiteit. Het doel van deze activiteit was immers: zich inleven in een figuur uit de bijbel.





Toneel: De leerlingen van Emmaüs

(Naar: A.-D. DERROITTE, De leerlingen van Emmaüs in Zonnekind, Uitgeverij Averbode 2003-2004, nr 30)

Personages
Kleopas, Sara, Jezus, Petrus, Maria, de andere leerlingen


Materiaal
Wegwijzer waarop: Emmaüs.
Gekleurde stukken stof die als mantel kunnen dienen.
Jezus draagt een witte doek (wit: kleur van de verrijzenis)
Tafel, drie stoelen, brood, kruik met 'wijn' (kinderwijn!), drie glazen.
Kussens


DEEL I
Kleopas en Sara op weg naar Emmaüs

Kleopas
Het is verschrikkelijk wat er gebeurd is met Jezus!

Sara
En wat zal er met ons gebeuren? Kom, we gaan terug ons huis in Emmaüs.

Jezus gaat naar hen toe en stapt met hen mee. Zijn gezicht heeft hij gedeeltelijk bedenkt met een witte doek.

Jezus
Waarom hebben jullie zo'n verdriet?

Sara
Weet je dan niet wat er gebeurd is?
Jezus was onze beste vriend.
Hij deed heel veel goede dingen.

Kleopas
En toch hebben ze hem gevangen genomen.
Ze hebben hem doen sterven op een kruis.

Sara
Gisteren zijn drie vrouwen naar zijn graf gegaan.
Het was leeg!
Engelen vertelden dat Jezus leefde.

Jezus
Hebben jullie dat dan niet begrepen?
Dit moest zo gebeuren.
Het stond in de Bijbel.

Kleopas
We zijn er!

Sara
Heer, het is al avond.
Blijf bij ons.



DEEL II
Jezus zit met de twee leerlingen aan tafel. Hij neemt het brood en dankt God ervoor. Daarna deelt Hij het brood met zijn vrienden.

Jezus
Dank U, Vader, voor dit brood.
Neem en eet hiervan.

Kleopas en Sara
(Springen recht en roepen samen:)
JEZUS!

Jezus verlaat intussen het toneel.

Kleopas
Waarom hebben we Hem niet eerder herkend?

Sara
Ik kreeg het al warm toen Hij onderweg tot ons sprak.

Kleopas
Kom, we gaan terug naar Jeruzalem om te vertellen wat er gebeurd is.



DEEL III
''Maria, Petrus en de andere leerlingen zitten op kussens. Kleopas en Sara komen het het blijde nieuws melden.

Petrus
Kleopas en Sara, ik dacht dat jullie in Emmaüs waren.

Kleopas
Wij hebben Jezus gezien!
Hij was bij ons!
Hij leeft!



Dramatisch spel

Personages: toeschouwers, twee leerlingen op weg naar Emmaüs, Jezus, de leerlingen in Jeruzalem

Druk in beweging uit wat er gebeurt:
Je bent onderweg van Jeruzalem naar huis.
Je bent verdrietig, je voeten slepen, je hebt er geen zin meer in,
je ziet het allemaal niet meer zitten;
je vertelt aan elkaar over Jezus,
je wordt terug wat warmer van binnen, je bent niet meer zo verdrietig,
de man die je ontmoet vertelt over Jezus, je komt aan thuis
Je nodigt de man uit om mee te eten.
Je gaat aan tafel, hij breekt het brood. Je denkt aan Jezus.
Zo deed Hij dat ook. Het is alsof hij bij je is.
Dat maakt je blij: hij leeft verder!
Je loopt terug naar Jeruzalem.
Je vertelt aan de andere leerlingen dat je Jezus hebt gezien, je bent heel blij.
Zij vertellen dat ze Jezus ook hebben gezien.
Iedereen is heel blij.





BELEVEN

Muurkrant

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2006 nr 7)

Materiaal
Drie bladen per groepje
Kleuren: potloden, verf, stiften of ...


Verloop
Groepjes van drie kinderen gebruiken één blad papier om de droevige gevoelens uit het begin van het verhaal met kleur weer te geven. Op een ander papier geven ze met kleuren de vreugdevolle gevoelens op het einde van het verhaal weer. Op een derde blad komt een tekening of een collage met letters, die vertelt hoe het kwam dat die gevoelens veranderden. Nadien worden de bewerkte bladen van alle groepen geschikt in een soort muurkrant.



Spel: Op weg met de leerlingen van Emmaüs

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode 2006, nr 7)

Materiaal
. Eén dobbelsteen en evenveel pionnen als er spelers zijn
(In een grote groep kun je elk groepje met één pion laten spelen)
. Eén spelbord + opdrachten. Voor dit materiaal: klik hier.


Verloop
Lees eerst de tekst voor over de leerlingen van Emmaüs.
Speel daarna het spel.





VERTELLEN

Het clubhuis

(Bewerking van: 'Verhalen die verder gaan... ', een uitgave van Parochiale Jeugdzorg Chirojeugd Vlaanderen Kipdorp 30 2000 Antwerpen.)

Ze stonden te kijken naar de smeulende stukken hout. De brandweer rolde de spuiten terug op. Gele en blauwe zwaailichten flitsten rond, terwijl het langzaam donker werd. Enkele brandweermannen in zwarte, blinkende jassen en met stevige laarzen aan, stapten tussen de zwarte muren. Ze schenen met hun zaklantaarns op de grond en zochten hoe de brand was begonnen.
'Pff, wat kan mij dat schelen,' zei Michiel, 'ons clubhuis is naar de bliksem, net nu het af was.' Hij beet op z'n lip en leunde tegen z'n vader die naast hem praatte met een politieman die alles opschreef in een boekje. Michiel zag Hanne. Gewoonlijk riepen ze 'Hoi' als ze elkaar tegenkwamen, maar nu had hij daar helemaal geen zin in. Hij zag hoe ze langs de zwartgeblakerde muren slenterde en met haar schoenen in de vieze zwarte smurrie stampte. Dan stond ze stil. Ze bukte zich, raapte iets op, bekeek het en stak het in haar zak. Michiel zag het, maar het interesseerde hem niet. Hij staarde naar wat overbleef van hun clubhuis. Met z'n zevenen hadden ze er de hele vakantie aan gewerkt: Hanne, Pieter, Joris, Loes, Els en Jelle en hijzelf. Het was een oud schuurtje, dat helemaal achterin de tuin van Michiel stond. Twee maanden lang hadden ze plannen gemaakt en zochten ze oude tafels, stoelen en zetels. Ze schuurden en poetsten, ze brachten restjes verf mee van thuis en maakten gordijnen van allerlei stukken stof. Zo werd het schuurtje hun clubhuis. En nu... nu bleef er haast niets van over: de ruiten waren gesprongen, de deur was helemaal stuk, een deel van het dak was ingevallen, en binnen was alles vuil, vies, zwart en stuk. Ze waren er amper drie maanden in samengekomen. Michiel draaide zich om en slenterde door de tuin naar huis. Boven in z'n kamer ging hij op z'n bed liggen.

Niemand had veel zin om iets te doen. Hanne keek naar buiten en zag in haar gedachten terug de brand, de lichten, de as en... - hoe kon ze het zo vergeten zijn - het sleuteltje van het clubhuis! Ze had het toen zonder veel nadenken opgeraapt en in haar zak gestoken. Ze liep naar de kleerkast en vond het sleuteltje, dat was kromgetrokken door de brand. Toen ze het zag dacht ze terug aan de tijd voor de brand: hoe ze samen werkten en lachten. Ze voelde terug de warmte van toen ze samen bij elkaar zaten, ze zag de blije gezichten en dacht aan de keren dat ze het na een ruzie terug bij legden... Toen ze terug naar buiten keek, zag ze dat het lente was. Ze voelde kriebels in haar buik. Het kon toch niet dat het voorbij was ! Ze klemde het sleuteltje in haar hand, vloog de trap af en stormde de straat op en belde aan bij Michiel. Ze had niet veel woorden nodig. Michiel was snel bereid om mee te doen. De volgende dag op school spraken ze Jelle, Pieter, Loes, Els en Joris aan. Zo kwam het dat ze woensdagmiddag samen zaten op de kamer van Hanne. Eerst zaten ze stil rond te kijken. 'Misschien, ja,' zei Jelle toen. 'Dan doe ik ook mee,' zei Joris.
'Samen kunnen we het,' zei Loes. 'O.K.,' zei Pieter die nooit veel zei.
'Als ik nog mag van thuis,' zei Els. 'Tof! Doen we 't dan?' vroeg Hanne.
'We beginnen er opnieuw aan" riep Michiel.

Michiel, Hanne en de anderen zaten rond de tafel. Voor hen lag een papier waarop ze tekenden en plannen maakten.
'En hier komt een venster.'
'Ik zie graag blauwe muren!'
'We leggen een tuintje aan.'
'Ik wil een geheime bergplaats onder de vloer.'
'Maken we terug een puntdak of een plat dak ?'
Op het einde van de namiddag keken ze naar het resultaat: hun droom-clubhuis.
Er werd op de deur geklopt. De vader van Michiel kwam binnen: 'Hallo, ik heb goed nieuws. We breken die oude, afgebrande schuur af en zaaien er gras. Dan heb je een pracht van een voetbalveld!' Opgetogen over z'n goed idee keek hij glimlachend rond. Niemand zei iets. Hij trok z'n wenkbrauwen op: 'Geweldig zeg! Jullie reageren enthousiast!'
'Maar meneer,' zei Hanne, 'we wilden juist alles opnieuw opbouwen, proper maken, schilderen, herstellen...' 'Ho!' antwoordde de vader, 'Maar zouden we het toch niet beter afbreken. Van zo'n oude, vuile hoop stenen een clubhuis maken, is een karwei die jullie toch niet aankunnen !' Maar ze zeiden dat ze het wél zouden kunnen, dat ze er al hun tijd zouden insteken, dat ze een heel goed plan hadden en... Michiels vader stak zijn armen in de lucht. 'Stop al maar!' Iedereen zweeg. 'Luister! Ik geef jullie twee maanden tijd. Als er na die tijd niks van geworden is, laat ik de sloper komen. Is dat een goed voorstel ?' Even was het stil. Toen gingen de kinderen akkoord.
Jelle zat tussen de brokstukken van het clubhuis. 'Pff,' dacht hij, 'wat een stomme, vervelende karwei. Al die rommel opruimen. En bij ons thuis zijn ze vandaag naar zee. 'Hé Jelle !' hoorde hij plotseling. Hans Smets uit z'n klas stond wat verder op straat met een voetbal onder z'n arm. 'Zeg, kom je mee voetballen?' Jelle keek even rond. Dan trok zijn werkhandschoenen uit en liep naar Hans. Een half uur later kwam Loes aan bij het clubhuis. 'Jelle,' riep ze, 'Jelle, waar ben je?' 'Dat is nu altijd hetzelfde,' mopperde Loes, toen ze zag dat er niemand was. 'Vorige week heb ik ook al een hele middag alleen zitten werken omdat Joris niet kwam. En nu is 't Jelle! Foert! Dat de anderen maar eens laten zien wat ze kunnen! Ik ga naar huis!'

Enkele dagen later kwam Pieter opgewekt bij het clubhuis. Hanne, Joris en Els waren er al. 'Hé, riep hij enthousiast, 'kijk eens. Ik heb van m'n oom een grote pot blauwe verf gekregen die hij nog had staan. Ik schilder al een van de muren. Dan krijgen we een idee van hoe het zal worden.' Hanne keek verbaasd naar Pieter. Toen keek ze naar de vuile, zwarte muren. 'Pieter! Dat gaat toch niet. Alles is nog vuil. Zo kan je toch niet schilderen.' 'Maar 't is omdat het vuil is, dat je 't mooi moet maken. Dat geeft een heel ander uitzicht !' 'Ik vind echt dat het niet kan. 't Is veel te vroeg!' 'Zeg, wie denk jij wel dat je bent?' gilde Pieter. Als ik iets voorstel, is het nooit goed. Jij hebt altijd wel wat aan te merken ! Ik neem m'n verf terug mee. Trek je plan ! Ik doe niet meer mee !' Kwaad liep hij weg. Joris en Els stonden beteuterd te kijken. 'Zeg Hanne', zei Joris, 'we hebben gehoord dat Jelle en Loes ook al niet meer meedoen.' 'Ja, en 't zal toch niet lukken, heeft mijn pa gezegd,' zei Els. 'En mijn ma zegde dat het toch weer zou afbranden of omwaaien omdat we er niks van kennen,' ging Joris verder. 'We komen toch niet klaar,' zuchtte Els. 'We doen liever niet meer mee, want thuis hebben ze 't niet graag.' mompelde Joris. 'Dag,' zei Els. 'Dag,' zei Joris.

Hanne bleef alleen tussen de stenen staan. Het begon te regenen. Ze nam haar zakdoek om de druppels van haar gezicht te vegen. Het sleuteltje viel uit haar jaszak. Het viel in het slijk.

'Hoe is het mogelijk,' zei Hanne tegen Michiel, ''t was toch een goed plan !' 'Ja,' zei Michiel, 'Ik weet ook niet waarom ze niet meer willen.' Als we nu vragen of ze terug willen komen?' vroeg Hanne zich af. En zo kwam het dat ze de volgende dagen gingen aanbellen bij hun vrienden.
'Ik vind al dat stomme werk vervelend' zei Jelle. 'Op Loes moet je niet meer rekenen. Zij stond er altijd alleen,' zei haar moeder. Joris en Els lachten hen uit en zegden dat ze 't kinderachtig vonden. Pieter deed zelfs de deur niet open. Toen Michiel nog eens met z'n vader ging praten, zei die dat hij het wel verwacht had en dat ze het maar moesten vergeten. Ondertussen schreef de meester op school nullen en drieën en vijven op de huistaken van Michiel en Hanne met de opmerking dat 'hun schoolse prestaties te lijden hadden onder buitenschoolse bezigheden'.

Michiel en Hanne stonden bij het clubhuis. Ondanks alles was er toch al wat gebeurd: de rommel was opgeruimd en één binnenmuur was al min of meer netjes afgewassen. Ze hadden zelfs een oude deur op de kop getikt die precies bleek te passen. Maar met hun tweetjes konden ze weinig uitrichten. Michiel stompte met z'n arm tegen Hanne: 'Kijk, daar is Pieter.' Hij had hen nog niet opgemerkt. 'Kom !' zei Hanne. Ze gingen naar Pieter toe. 'Hé, dag,' zei Michiel. 'Hmm', knorde Pieter terug. 'Sorry van die keer toen met die blauwe verf,' zei Hanne, 'ik wil het terug goedmaken. Er is al een muur proper; die kan geschilderd worden.' Ze stonden stil tegenover elkaar. Pieter stak z'n handen in z'n zakken, schopte tegen een steentje, schudde even met z'n schouders en zei gewoon: 'O.K.'

Met z'n drieën begonnen ze de volgende dag te schrobben, te poetsen en te schilderen. Al gauw zag je heel wat veranderen. Intussen waren er bijna twee maanden voorbijgegaan. Toen Michiels vader op 'n dag kwam kijken, viel z'n mond open van verbazing. Hij vond het zo geweldig dat ze volhielden, dat hij z'n werkkleren aantrok en voor hout, dakpannen en vensterglas zorgde. De volgende dagen zat hij mee te timmeren.
Binnen in het clubhuis schilderde Pieter alles wat kon geschilderd worden blauw.
Hanne en Michiel liepen de buren af en sleepten een tafel, stoelen, een kast, een oud tapijt en wat schilderijtjes aan en ze poetsten de kachel op die heelhuids de brand had doorstaan.
Toen alles klaar was, gingen ze rond de tafel zitten en begonnen uitnodigingen te schrijven.
Ze schreven naar Jelle, Els, Joris en Loes, maar ook naar ieder die ze kenden: Benny die stotterde, Marieke die dikwijls speelgoed kapot prutste, David die de slimste van de klas was, Jan die nooit wou meespelen als 't voetbal was, Evelien die vlug weende, Frans die veel moppen kende, Erika die ze eigenlijk een vreselijke zeurpiet vonden, Hugo die prachtig kon tekenen, Bert die dikwijls ziek was en weinig vrienden had... Ze kregen allemaal een uitnodiging.

Met de opening van het clubhuis waren ze er haast allemaal, ook de meester.
Boven de deur van het clubhuis hing in een lijstje achter glas, een klein verwrongen sleuteltje.



De grote lijnen van het verhaal van de leerlingen van Emmaüs
zijn terug te vinden in het verhaal '˜het clubhuis'.
Merk op dat diezelfde lijn ook terug te vinden is in de wonderverhalen over Jezus:
De lijn van 'dood' naar 'leven'.




Jongeren

VERDIEPEN

Gesprek

Het is opvallend dat Jezus herkend wordt niet door een wonder, maar aan tafel, in gesprek, bij het delen van brood. Hij is aanwezig in de gewone dingen van het leven.
Met dit verhaal van de paastijd worden wij ook uitgedaagd de levende Jezus te vinden.
- Vindt u of herkent u Jezus in uw leven? Waar dan?





VERTELLEN

Wees mijn gast

(C LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2012, p. 254)

Op een dag klopte een arme man met grote honger,
aan de deur van een profeet.
Omdat die profeet zelf niets te eten had,
vroeg hij aan zijn bezoekers:
‘Kan iemand van jullie die man te eten geven?’
Aboe Talha stond op en zei:
‘Hij mag mijn gast zijn.’

Toen Aboe Talha thuis aankwam met zijn gast,
fluisterde zijn vrouw in zijn oren:
‘Wat moet ik doen? Ik heb bijna geen eten in huis.’
Aboe Talha dacht diep na
en zei stil wat ze moest doen.

Na een tijdje nodigde Aboe Talha zijn gast uit aan tafel.
Zijn vrouw kwam er ook bij zitten en zei:
‘Zo’n fel licht op tafel is niet nodig.
Schemerlicht is toch veel gezelliger.’
En ze blies bijna alle kaarsen uit.
Het werd zo donker in de kamer,
dat de arme man
zijn gastvrouw en gastheer bijna niet meer kon zien.
Aboe Talha’s vrouw schepte het eten voor haar gast.
Daarna was ze bezig
met het bord van haar man en van haarzelf.
Maar eigenlijk was er maar één die echt aan het eten was.
De vrouw van Aboe Talha had al het eten aan de gast gegeven.
Zij en haar man deden alleen maar alsof ze ook aten.
En omdat het zo donker was, merkte de gast er niets van.

Voor het eerst in lange tijd
had de arme man geen honger meer.
Hij dankte Aboe Talha en zijn vrouw
voor hun grote gastvrijheid.

(Naar een islamitisch verhaal)




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 26 april 2017, p. 1)

In het verhaal hierbij gaat de gastheer wel heel ver in zijn gastvrijheid.
Veel verder dan in onze streken overwogen zou worden.
Gastvrijheid, dat bestaat bij ons wel,
maar wie in het oosten geweest is,
ondervindt pas wat echte gastvrijheid is.
Alles wijkt voor de gast. Niets is te veel.
Zelfs de familie van de gastheer wordt de familie van de gast.

De Bijbel werd in het oosten geschreven.
Daarom zijn er ook regelmatig sporen van deze gastvrijheid.
Heel opvallend is het
dat Jezus de tekens voor zijn aanwezigheid
haalde uit het gastvrij met elkaar omgaan:
vrijuit praten en discussiëren met elkaar,
brood en wijn delen met elkaar.

De leerlingen van Emmaüs waren de eersten
die in het gastvrij-zijn
de aanwezigheid van Jezus mochten ervaren.
De vreemdeling die ze onderweg tegenkwamen,
namen ze op in hun leven, ondanks hun verdriet.
De vreemdeling beluisterde hen en deed zijn eigen inbreng.
Daarna werd Hij bij hen thuis ontvangen.

Pas later realiseerden ze zich
dat Jezus op die manier bij hen aanwezig was.
Ze hadden Hem herkend aan het breken van het brood
en aan de hartverwarmende manier waarop Hij sprak.

Candle





MEDITEREN

Horen, zien, zwijgen ...

(Antoon Vandeputte)

Drie jaar waren ze samen op stap.
Ze hadden gehoord
hoe Hij mensen aansprak
en gezien hoe Hij mensen aanraakte.
Zwijgend waren ze Hem blijven volgen.

Drie dagen reeds
hoorden ze niets meer van Hem,
zagen ze Hem niet meer
en hun zwijgen begon te wegen.

Toen voelden ze...
Wij moeten laten horen
wat Hij ons heeft laten horen!
Wij moeten nu laten zien
wat Hij ons heeft laten zien!
Wij moeten nu spreken
zodat Hij verder leeft.

HOREN - ZIEN - SPREKEN





Overwegingen

Leo De Weerdt

Bijzonder voedsel

(bericht op Facebook, 12 augustus 2018)

Nadat Kleopas en een andere leerling op weg naar het dorp Emmaüs er bij de Heer Jezus op aandringen om bij hen te blijven en hem uitnodigen om naar ‘binnen te komen’ gingen hun de ogen open (Lucas 24,13-35) zo gaat het verhaal. Hij biedt hen voedsel van een speciale soort of sterker nog: hijzelf is dat voedsel. Méér dan een voorbeeld, een leider of een morele gids, ‘bezielt’ Jezus het leven van de zoekende mens van ‘binnenuit’. De omstandigheden veranderen misschien niet maar het leven krijgt hierdoor wel een ander perspectief. Mystici spreken van de weg van de vereniging of de ‘via unitiva’. Deze vereniging voert de gelovige mens weg van een godsdienst van louter wetten, voorschriften en uiterlijke praktijken naar een innerlijk leven en maakt het breder, dieper en lichter.



Paul Kevers

Jezus leeft

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2003 nr 7 p. 12)

Elke evangelist heeft het verhaal van de verrijzenis van Jezus op zijn eigen manier onder woorden gebracht. Maar de boodschap is steeds dat de dood voor Jezus niet het einde was maar dat Hij leeft, nu, vandaag.
Lucas is een geboren verteller. Van hem is het prachtige verhaal over de twee leerlingen van Emmaüs. In dat verhaal vertelt Lucas wat eigenlijk met alle leerlingen van Jezus gebeurd is na Jezus' dood. Zij keren ontgoocheld terug naar huis. Zij hebben Jezus zo bewonderd, maar nu is Hij een schandelijke dood gestorven en al hun hoop ligt aan scherven... Een vreemdeling loopt met hen mee, luistert naar hun verhaal. En begint dan te spreken: 'Je kunt het ook anders zien, lees wat in de Schrift staat over Mozes en de profeten, soms moet je door lijden en dood heen om zo het nieuwe leven binnen te gaan!' Dit gesprek is hartverwarmend. Het wordt avond en ze nodigen die onbekende vreemdeling gastvrij uit in hun huis. Aan tafel breekt de vreemdeling voor hen het brood - net zoals Jezus het zo vaak had gedaan! Hun ogen gaan open en ze haasten zich naar Jeruzalem terug, om aan hun vrienden het goede nieuws te vertellen dat Jezus leeft.
Dit verhaal gaat ook over de christenen van nu. Het laat zien hoe ze vandaag de levende Heer Jezus kunnen ontmoeten. Ze kunnen Hem ontmoeten als ze met elkaar spreken over wat diep in hun hart leeft. Als ze lezen in de Bijbel en beseffen dat die verhalen over hun leven gaan. Als ze iemand gastvrij opnemen in hun kring. En ze kunnen Hem vooral ontmoeten 'bij het breken van het brood', als ze samenkomen om eucharistie te vieren.



Frans Mistiaen sj

De verrezen Heer herkennen 'onderweg' en 'aan zijn tafel'

Wij kunnen ons soms wel herkennen
in de moedeloze leerlingen bij het begin van het verhaal.
Ook wij ervaren wel eens twijfel en ontgoocheling.
Want onze verwachtingen komen niet allemaal uit.
Wij zijn ontmoedigd over wat er gebeurt rondom ons of in ons:
over de kinderen die anders evolueren dan we hadden gedroomd,
over een relatie die is verbroken na teveel misverstanden,
over een zinloze oorlog die toch weer is losgebarsten,
over onze lauwheid of de fouten die wij steeds opnieuw maken,
over het gedrag van sommige verantwoordelijken van onze Kerk.
"Wij, wij hadden nochtans zo gehoopt!"
Op een moment van diepe ontmoediging
vluchten wij meestal weg van de plaats van de mislukking,
zoals die leerlingen uit Jeruzalem.

Maar te midden van onze ontgoocheling en onze vlucht
komen ook wij soms een onbekende tegen
die een stukje meeloopt op onze levensweg.
Omdat wij zozeer bezig zijn met onze eigen miserie
zijn onze ogen eerst verhinderd iets nieuws te zien.
Maar hij spreekt ons aan.
Het is altijd iemand die bescheiden is, die zich niet opdringt,
maar die op de eerste plaats tijd heeft om
in een vertrouwelijk gesprek naar ons te luisteren,
vooral dan naar onze ontgoochelingen.
Maar het is ook iemand die ons stilaan wat inzicht geeft,
die een correctie of andere zienswijze durft voorstellen,
iemand die hoop en perspectief biedt.
"Hij ontsloot voor hen de Schriften."
De onbekende meestapper stelde de Emmaüsgangers voor
in de Bijbel te gaan zoeken en daar een inzicht te vinden
bij hun grote ontgoocheling, nl. Jezus' dood.
Ook wij kunnen over onze levenservaringen het best
de Schrift lezen en herlezen en er vooral uit leren
dat het lijden en de dood van iemand die op God vertrouwt,
niet voert naar de totale ondergang, maar naar een nieuw leven
bij Hem, dat de dood dus een doorgang is naar de verrijzenis.
Toen begonnen hun ogen open te gaan, maar vooral hun hart.
"Was het niet hartverwarmend,
zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?"

De onbekende deed alsof hij verder moest gaan
en zij vroegen Hem: "Blijf bij ons, want het wordt al laat!"
Is het ook bij ons al niet gebeurd dat wij de indruk kregen
dat de Heer Zich op een bepaald moment
van ons wat scheen te verwijderen, misschien juist opdat in ons hart
het verlangen zou ontstaan om Hem terug te roepen
en Hem bij ons uit te nodigen? “Blijf bij ons, Heer!”
In de intimiteit van een vriendschapsmaal
herhaalde de onbekende gast dan Jezus' gebaar:
wat brood breken en delen, Zijn teken van Liefde die zich geeft.
En toen herkenden zij dat de Heer Zelf bij hen was geweest,
“onderweg” en daar “aan hun tafel”, even, maar heel intens.

Alle paasverhalen proberen een antwoord te geven op de vragen
die de eerste christenen zich stelden over de verrijzenis:
"Waar en hoe kunnen wij voortaan de levende, verrezen Heer
merkbaar, tastbaar zien en ontmoeten?"
Daarop antwoordt het verhaal van de Emmaüsgangers vandaag:
“Onderweg”, en vooral “aan Tafel”!
Daar ontmoeten wij Jezus... dezelfde Jezus,
maar dan wel met een heel ander lichaam dan vroeger.
“Onderweg” in de bemoediging van een onbekende
die ons, ondanks onze ontgoocheling,
een woord van God op ons leven leert leggen
om het beter te verstaan.
En dan zeker in de Eucharistie,
in de kleine geloofsgemeenschap “aan Zijn tafel”,
waar wij in het breken van het brood
de kracht vinden om op onze beurt, in Jezus' Naam,
belangeloos-dienende mensen te worden.
Dit is de nieuwe manier waarop de verrezen Heer
voortaan onder ons aanwezig is.
"Zij herkenden Hem bij het breken van het Brood."

Bij de Communie biedt de priester ons de Hostie aan.
en zegt : "Lichaam van Christus!
En hij kijkt daarbij op naar de Hostie en terzelfder tijd naar ons.
“Dit is het nieuwe, het verrezen Lichaam van de Heer!”
En wij antwoorden daarop duidelijk:
“Amen!” dat wil zeggen: “Ja, het is zo! Ik geloof het echt!”
In de mate dat wij Hem "opeten"
Zijn belangeloze Liefde in ons opnemen, worden wij Zijn Lichaam.
Zoals Augustinus zei: "Christen, word wat je ontvangt!"
De verrezen Heer leeft
zichtbaar, merkbaar, tastbaar, lichamelijk dus,
daar waar gelovigen hun liefde breken en delen
om zo voor deze wereld “Lichaam van Christus” te worden.

“Zij stonden onmiddellijk op en keerden terug naar Jeruzalem”,
daar waar de jonge kerkgemeenschap aan het groeien was,
rond Petrus en de andere leerlingen.
Wij, leerlingen van Jezus, zijn soms op de dool of op de vlucht,
maar regelmatig worden wij
door enkele zachte uitnodigingen van de Heer,
teruggebracht naar de plaats waar Hij ons eigenlijk nodig heeft
om Zijn liefdesgemeenschap in onze wereld mee op te bouwen.
De opdracht van dit belangrijke paasverhaal is dus:
vanuit de Eucharistie steeds opnieuw terug naar de plekken
waar een concrete liefdesgemeenschap rond Jezus wordt gevormd.
Want wie de Heer eenmaal aan zijn tafel heeft ontmoet
kan niet anders dan getuigen dat Hij werkelijk leeft,
dwz. dat de liefde toch sterker is
dan elke ontgoocheling of wanhoop.
Maar alleen houden wij dat nooit vol.
Daarvoor hebben wij anderen rond ons nodig
die vanuit dezelfde bezieling leven en Kerk vormen.

“Heer, Gij hebt hier voor ons reeds de Schrift ontsloten.
Blijf nu bij ons
en breek aan onze tafel het brood dat ons Uw kracht geeft,
om straks van hieruit op weg te gaan
naar de plaats waar Gij ons nodig hebt
om Uw verrezen Lichaam te laten groeien in Uw liefdesgemeenschap
midden in onze wereld van vandaag.
Amen!”



Marc Galant

Monnik te Orval

De verrijzenis in ons leven (2014)

Jezus benadert twee van zijn leerlingen om met hen een stukje weg af te leggen. Zij praten over Hem, “maar ze herkenden Hem niet, verblind als ze waren” (Lucas 24,16). Je kunt dus spreken over Jezus zonder Hem te herkennen in je gesprekspartner. Waarom herkennen ze Jezus niet? Ze lopen nochtans zestig stadiën, hetzij elf kilometer, met Hem mee? En Kleopas was toch een naaste leerling: stond zijn vrouw Maria niet aan de voet van Jezus’ kruis? (Johannes 19,25). Sommige Bijbelkenners denken dat zij het was die Kleopas vergezelde.
Waarom herkennen ze Jezus niet? Omdat ze somber gestemd blijven stilstaan zodra Jezus hen aanspreekt. Ze zijn teleurgesteld in hun verwachtingen. De Jezus waarop ze hadden gehoopt komt niet overeen met de werkelijke Jezus die daar bij hen is. Ze zeggen het Hem dan nog wel in het gezicht: “Wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou bevrijden” (Lucas 24,21).

Jezus is daar echter om hen te bevrijden van hun politieke dromen. Als we vast zitten in onze aardse dromen, is Jezus altijd daar om samen met ons een eind weg af te leggen. Als wij dromen, dan is het omdat we niet zo erg gelukkig zijn zoals het ons nu voorzit. Jezus begint met te luisteren naar wat er ons op het hart weegt. Hij neemt zijn tijd. De twee leerlingen mogen heel hun verhaal doen, heel hun ontgoocheling uitspreken over Jezus, “de machtige profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk”. Hoe groter hun hoop was, des te bitterder hun ontgoocheling. Worden ook wij niet altijd een beetje ontgoocheld door God? Als wij bidden en wij projecteren op Hem onze drang naar macht en grootheid, dan laat God voelen dat Hij geen Machtswellust is maar Liefde, en de liefde heeft geen superioriteitsgevoel tegenover de beminde. God is vooral dicht bij ons in onze slechte dagen: dan staan onze grootheidsgevoelens niet op het voorplan …

Drie dagen reeds is Jezus dood, zeggen ze. Volgens de toen Joodse gangbare mening dwaalt de ziel nog drie dagen rond het gestorven lichaam. Dan pas verlaat ze definitief het lichaam om het aan de ontbinding prijs te geven. Die drie dagen zijn voorbij, alle hoop is dus vervlogen dat Jezus nog tot het leven zal terugkeren.
Het beklagenswaardig einde van Jezus kan misschien nog dat van een profeet geweest zijn, maar het bewijst in elk geval dat Jezus niet de Messias was die zij verwachtten. Door de ineenstorting van hun geloof waren de Emmaüsgangers niet psychologisch ingesteld om een visioen van Jezus te zien. Ze hebben zelfs kritische bedenkingen over de vrouwen die Jezus’ lichaam niet gevonden hebben en die beweren engelen gezien te hebben die zeggen dat Hij leeft. Een ding staat vast: niemand heeft Hem nog gezien. Kortom, zoals Jean Guitton het schreef: “De plausibele redenen om te twijfelen ontbreken niet, zij verdubbelen, want elke leerling voegt zijn moeilijkheden om te geloven bij die van de andere” (Jésus, p. 433).

Jezus zal er dus de handen vol aan hebben om hen, gedurende twee uur gaans, te bewijzen door de Schriften, te beginnen met Mozes en de profeten, dat de Messias moest lijden om tot zijn Rijk te komen. Hij schijnt zelfs nog zijn uiteenzetting niet beëindigd te hebben, want aangekomen te Emmaüs vragen ze hem met hen te blijven. Tot nu toe was het telkens Jezus die het initiatief had genomen. Hij had hen vervoegd. Op het randje van de onwellevendheid had hij hen gevraagd waarover ze aan het spreken waren. En hij had hen de Schriften verklaard.
In feite is het altijd God die het initiatief neemt. Ik heb niet gevraagd te bestaan. God vraagt me te aanvaarden mijzelf te zijn in een bestaan waar ik beperkt ben in mijn mogelijkheden, en soms machteloos in de wisselvalligheden van het bestaan. En daarbij vraagt Hij me nog ook Hem te aanvaarden. Zelfs als Hij, zoals ik, machteloos wil immers staan tegenover de vrije loop van de schepping, en ook nog de vrijheid van de mensen wil respecteren als die Hem op het kruis willen brengen.

Als antwoord op Jezus' initiatief nemen de leerlingen nu het initiatief. Ze nodigen Jezus uit bij hen te blijven als Hij doet alsof hij verder wil gaan. Jezus die doet alsof! Hij die gezegd heeft: Uw ‘ja’ zij ‘ja’ en uw ‘neen’, ‘neen’ (Matteüs 5,37)! De Kerkvaders voelen zich verplicht daar verontschuldigende omstandigheden voor in te roepen. Het is nochtans eenvoudig: als Jezus het initiatief neemt om ons te ontmoeten, dan laat Hij ons altijd vrij om daaraan te antwoorden. In die mate vrij, dat ons antwoord zelf een initiatief moet zijn van onze kant. De weg van de genade begint bij onze vrijheid. Door onze vrijheid zijn we het beeld van God. In die vrijheid kunnen we God herkennen en erkennen. Het initiatief van de leerlingen activeert hun vrijheid: hun mogelijkheid Jezus te herkennen.

Als gast mag Jezus de maaltijd voorgaan die hij begint met het breken van het brood. Lucas gebruikt hier dezelfde uitdrukkingen als bij de broodvermenigvuldiging en bij het Laatste Avondmaal: “Hij nam het brood, sprak de dankzegging, brak het en reikte het hun toe”: hier is Jezus herkenbaar!
De leerlingen herkennen de verrezen Jezus aan het breken van het brood. Voor de christenen van de Griekse wereld, voor wie Lucas zijn evangelie schrijft, en die niets kenden van de Joodse ritus van het brood breken bij het begin van de maaltijd, kan de uitdrukking “het breken van het brood” alleen maar de eucharistie betekenen. De eucharistie was de vreugdevolle viering, op zondag, van de tegenwoordigheid van de verrezen Heer midden in de gemeenschap (vgl. Handelingen 2,46).
Dat is nog steeds zo voor ons. In de eucharistie zien we met de ogen van het geloof de verrezen Jezus tegenwoordig in de gemeenschap. We mogen er komen met alles wat er op ons weegt. Hij spreekt er tot ons, legt de Schrift uit in het licht van zijn verrijzenis. In de oude Romeinse basilieken stond de paaskaars altijd naast de ambo, het leesgestoelte, zodat de Schrift, ook het Oude Testament, altijd gelezen werd in het licht van de paaskaars, symbool van de verrezen Heer. Alles wat wij van Godswege horen, krijgt zin in het licht van Jezus’ verrijzenis. De Verrijzenis moet ook in ons leven werkelijkheid worden
Vervolgens, zoals te Emmaüs, breekt Jezus voor ons het brood van zijn liefde die gave is van zichzelf, zodat wij het op onze beurt kunnen uitdragen naar de anderen die nog de vreugde niet kennen van Jezus verrezen te weten.
Het leven vloeit over!



Onzichtbaar aanwezig (2017)

Lucas verhaalt tot in de puntjes deze ontmoeting van de verrezen Jezus met de twee leerlingen. Lucas hecht er, zo te zien, veel belang aan: Jezus legt zijn leerlingen de Schrift uit, en breekt met hen het brood. Dat gebeurt nog steeds, vandaag de dag, in de eucharistieviering waar de christen de aanwezigheid van de opgestane Heer kan erkennen en zichzelf terugvinden in de leerlingen van het verhaal. Het is een beetje onze eigen geschiedenis die we er horen.

Het is verrassend dat de leerlingen op weg Jezus niet herkennen. Er zijn exegeten die denken dat de metgezel van Kleopas niemand anders was dan zijn vrouw, omdat ze, als koppel, Jezus uitnodigen: "Blijf bij ons" (v. 29). Johannes vernoemt immers de vrouw van Kleopas onder het kruis van Jezus (Johannes 19, 25). Ze waren dus wel naaste leerlingen van Jezus, en toch herkennen ze hem niet. Jezus is niet meer van deze wereld. Hij is een vreemde geworden. Maria Magdalena neemt hem voor een tuinman (Johannes 20, 15). De ogen van het lichaam zijn niet bij machte de Verrezen Heer te herkennen, want door zijn opstanding is hij opgenomen in een radicaal nieuwe conditie, deze van Gods onzichtbaarheid. Jezus’ menszijn behoort nu tot de "wereld" van God, die alleen kan worden gekend met de ogen van het geloof. Jezus zal hen de ogen van het geloof moeten openen. Hoe zal hij dat ondernemen?

Hij pakt het zachtjes aan. Hij overvalt hen niet. Hij komt naderbij als een pelgrim die, zoals zij, het paasfeest te Jeruzalem kwam vieren. Hij mengt zich, geïnteresseerd, in hun gesprek. Zo kunnen ze even stilstaan bij wat er hen bedrukt (v. 17). Jezus laat hen, uitgebreid, hun pijn uitdrukken (v. 19-24). Wat ze hem vertellen is een samenvatting van de zending en de terechtstelling van hun meester (v. 19b-21). Let op de ironie van de situatie: deze “verblinde" leerlingen nemen hun gesprekspartner zijn onwetendheid kwalijk, zodat deze hen de kans biedt om hem te informeren over wat er gebeurd is. Jezus presenteren als een volwaardig profeet, krachtig in werken en woorden voor God en al het volk, ligt in de taal van de apostelen (Handelingen 2, 22; 3, 22-23; 10, 38). Het probleem is dat het wettelijke joodse religieuze gezag Jezus voor een valse profeet genomen heeft: “Onze hogepriesters en onze oversten hebben hem ter dood veroordeeld en gekruisigd” (v. 20). Zou dat niet betekenen dat God Jezus heeft laten vallen? Deze samenvatting is het eerste deel van de zendingsboodschap. De Passie wordt er vermeld, maar nog niet de Opstanding. De zending en de dood van Jezus worden er voorgesteld vanuit het perspectief van de leerlingen die door de dood van Jezus teleurgesteld zijn in hun nationalistische en Messiaanse verwachtingen. Het verhaal eindigt op een verwarrende noot: er zijn wel vrouwen uit de groep die van de engelen hebben gehoord dat Jezus leeft. Maar de mannen van de groep hebben hem niet gezien. Die hebben dan ook geen vertrouwen in die vrouwenpraatjes.

Na er zo naar hen geluisterd werd, zijn de leerlingen bereid om een oor te hebben voor de troostende catechese van Jezus. Hij zal hen verklaren wat de Schrift over Hem zegt, twee uur lang, de tijd om met hen de elf kilometer over te doen van Jeruzalem naar Emmaüs.
Hij verwijt zijn gesprekspartners niet dat ze hem niet herkend hebben, maar dat ze zo traag zijn om te geloven in het goddelijk heilsplan (moest hij dan niet? v. 26) dat in de profetische boeken staat. Het probleem is niet zozeer Jezus te zien (v. 24) dan het heilsplan te begrijpen en aanvaarden. Als Jezus zijn Pasen samenvat (v.26), gebruikt Hij niet de term “verrijzen”: Hij zegt dat Christus “zijn heerlijkheid is binnengegaan”. Met een totaal nieuw leven, heeft hij de kracht en de heerlijkheid van God geërfd.

Lucas geeft ons hier niet de tekst van Jezus’ exegese. In de Handelingen legt hij die in de mond van de dienaren van het Woord (vgl. Petrus in Handelingen 2, 22-36, en Paulus in Handelingen 13, 32-41). Lucas suggereert alleen dat Jezus gebruik maakt van de Joodse exegetische “kettingtechniek” die verzen ontleend aan de Wet, de Profeten en de Psalmen (vgl. Lucas 24, 44), om er de correspondentie van te laten zien, en de eenheid en coherentie van de Bijbel in het licht te stellen. De Schriften getuigen immers door en door van hem die er het doel en het centrum van is.

De ontknoping van het verhaal ligt in het avondmaal van de Emmäusgangers (v. 28-32). De herkenning van de Verrezen Heer werd ingezet met de verklaring van de Schriften die de zin aangeeft van Jezus’ passie: door zijn dood is hij zijn heerlijkheid binnengaan. De herkenning voltrekt zich bij het breken van het brood. Het laatste avondmaal, dat nauw verwant is met de dood van Jezus, moet steeds in de Kerk steeds over gedaan worden, om er de Verrezen Heer te herkennen.

Door te doen alsof Hij verder gaat, speelt Jezus het initiatief naar de leerlingen toe. Zij bieden dan ook de gastvrijheid aan iemand die in hun ogen nog steeds een vreemdeling is. Maar de gast neemt de plaats in van de gastheer en Hij gaat voor aan tafel. Dit wordt uitgedrukt door de vier werkwoorden (v. 30) die gebruikt werden voor de broodvermenigvuldiging (9.16) en met een variant voor het laatste avondmaal (22, 19). De maaltijd voorgaan, brood zegenen en breken, zijn typische gebaren van Jezus die Hem doen herkennen. Het breken van het brood (v. 35), is een technische term eigen aan Lucas voor de eucharistie (vgl. Handelingen 2, 42; 20, 7-11): Hij verwijst naar het Laatste Avondmaal met de leerlingen, waar er een nieuwe betekenis gegeven werd aan het gebroken brood. Avondmaal dat ook de eucharistie anticipeert van de gemeenten, waar Christus onzichtbaar aanwezig zal zijn.
Er geschiedt dan een radicale omkering: de ogen van de twee leerlingen gaan open ... en Jezus, die ze zagen zonder Hem te herkennen (vgl. v.16), herkennen ze nu, zonder Hem nog te zien! De gelovigen weten dit: zelfs als de Verrezen Heer onzichtbaar is voor de ogen, is Hij aanwezig. Onzichtbaar zijn is niet afwezig zijn. Meteen weten de leerlingen zich gezonden naar Jeruzalem om er de opstanding te verkondigen aan de Elf en hun gezellen (vv. 33-35).
Nu nog altijd, wordt de Eucharistie besloten met een zending!