Loading...
 

3e zondag van de advent A - Evangelie

2 Foto


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 11, 2-11: Johannes de Doper over de Messias 

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1538)

Johannes de Doper zat in de gevangenis. Hij hoorde over alle dingen die Jezus deed. Hij stuurde een paar van zijn leerlingen naar Jezus toe met een vraag. Ze vroegen: ‘Bent u de Messias die zou komen? Of moeten we wachten op iemand anders?’
Jezus zei tegen hen: ‘Ga terug naar Johannes. En vertel hem alles wat je hier hoort en ziet: Blinde mensen kunnen zien. Mensen die niet konden lopen, lopen rond. Mensen met een huidziekte zijn weer beter. Dove mensen kunnen horen. Dode mensen leven weer. En arme mensen horen het goede nieuws. Het echte geluk is voor iedereen die vertrouwen in mij heeft.’
De leerlingen van Johannes de Doper gingen weer weg. Toen begon Jezus de mensen te vertellen over Johannes. Hij zei: ‘Een tijd geleden gingen jullie naar de woestijn. Waarom gingen jullie daarheen? Toch niet om het riet bij de rivier de Jordaan te bekijken, dat beweegt in de wind? En toch ook niet om iemand met prachtige kleren te zien? Nee, mensen met prachtige kleren vind je in een paleis, niet in de woestijn.
Waarom gingen jullie dan wel naar de woestijn? Jullie gingen erheen om een profeet te zien. En luister goed: Johannes is geen gewone profeet. God zegt over hem in de heilige boeken: 'Ik stuur iemand vooruit. Hij moet de weg vrijmaken.' Luister goed naar mijn woorden: Er is geen mens op aarde zo belangrijk als Johannes de Doper. Maar in Gods nieuwe wereld zijn zelfs de gewoonste mensen nog belangrijker dan hij.’



Dichter bij de tijd

Johannes zit in de gevangenis.
Hij had tegen koning Herodes gezegd:
‘De manier waarop jij leeft is helemaal niet goed.’
Dat had de koning hem heel kwalijk genomen.
En dus liet hij Johannes gevangen nemen.

In de gevangenis hoort Johannes wat Jezus zegt en doet.
Johannes had zelf tegen zijn leerlingen gezegd:
‘Die Jezus is de Messias’
Maar nu twijfelt Johannes.
Hij vindt dat Jezus niet handelt
zoals een Messias dat volgens hem zou moeten doen.
Enkele van zijn leerlingen bezoeken hem.
Hij zegt: ‘Vraag eens aan Jezus of Hij het is die zou komen?
Of moeten we soms een ander verwachten?’

Zijn leerlingen gaan naar Jezus met die vraag.
Jezus zegt:
‘Ga tegen uw meester vertellen wat u hoort en ziet:
Blinden zien weer en mensen met een handicap lopen terug,
melaatsen worden rein en doven horen, doden staan op
en aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd.
Gelukkig de mensen die zich daar niet aan ergeren.’

Als de leerlingen van Johannes vertrokken zijn,
zegt Jezus tegen de mensen:
‘Waarom zijn jullie naar de woestijn gegaan?
Dachten jullie er een profeet te zien?
Wel ik zeg u,
Johannes is meer dan een profeet.
Hij is het over wie men geschreven heeft:
Zie, Ik zend mijn bode voor u uit,
om voor u de weg klaar te maken.
Ik verzeker u,
niemand is belangrijker dan Johannes de Doper.
Maar vergeet niet:
de kleinste in het koninkrijk der hemelen is groter dan hij.’



Stilstaan bij ...

Johannes
(= ‘God is genadig’)
Zoon van de priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet.
Hij droeg een kameelharen kleed zoals de profeet Elia. Een ‘beeldende’ manier om hem als Elia te typeren. Hij was een prediker die leerlingen om zich heen verzamelde en mensen doopte die zijn volgeling werden.
Hij werd gevangen genomen en gedood, omdat hij kritiek had op de levenswijze van koning Herodes Antipas, een zoon van koning Herodes de Grote die leefde tijdens de geboorte van Jezus.


Messias (Hebreeuws = gezalfde)
Vroeger werden de koningen van Israël gezalfd. Hiermee toonde men aan dat ze hun zending van God ontvangen hadden. Het woord ‘Messias’ wil hetzelfde zeggen als ‘Christus’. Christenen gebruiken dat woord voor Jezus omdat ze geloven dat Hij door God werd gezonden om de mensen te redden. Later is men deze titel als eigennaam gaan gebruiken: Jezus Christus.


Leerlingen
Johannes de Doper had leerlingen om zich heen zoals de meeste rabbi’s uit die tijd. Men vermoedt dat een aantal van zijn leerlingen, leerling van Jezus geworden zijn.
De manier waarover de Bijbel daarover schrijft, doet vermoeden dat er spanningen geweest zijn tussen de leerlingen van Jezus en die van Johannes.


Bent U het of moeten we een ander verwachten?
Deze vraag doet een twijfel vermoeden bij Johannes, want Jezus' optreden kwam niet overeen met zijn verwachtingen. Hij had verwacht dat de Messias krachtiger zou optreden.


Horen en zien
‘Horen’ en 'zien' heeft te maken met oren en ogen, maar nog meer met bewust worden en inzien, met verstaan en begrijpen. Het gaat dus niet alleen om zieken en doden in letterlijke zin, maar ook om zieke en dode situaties waarin mensen vastgeraakt zijn.


Aanstoot nemen
De manier waarop Jezus Messias is, kan ergernis veroorzaken.


Profeet
Het Griekse woord voor ‘profeet’ betekent: ‘spreken voor of namens een ander’. Een profeet is iemand die spreekt in naam van God. Hij kan goed nieuws brengen. Dan verwoordt hij Gods beloften van zegen en geluk. Hij kan ook een concrete situatie aanklagen en oproepen om ze te veranderen, om ze om te keren vanuit Gods droom over de wereld. Heel wat profeten werden niet graag gezien omdat ze dingen zegden die de mensen niet graag hoorden.


Weg banen
Als een Oosterse koning vroeger een deel van zijn land wou bezoeken, werd hij voorafgegaan door een heraut. Zo konden zijn onderdanen tijdig de vaak onbegaanbare weg effenen.


Koninkrijk der hemelen
(= Rijk Gods)
Volgens het toenmalig joods gebruik gebruikt Matteüs uit eerbied voor God ‘Rijk der hemelen’ wanneer hij het rijk van God bedoelt.
In dit Rijk is iedereen welkom: armen, gebrekkigen, kreupelen, blinden, zondaars, wie ‘verdwaald’ is ...
Dit Rijk heeft te maken met een levensstijl waarbij men ruimte geeft aan het woord van God. Dit Rijk heeft niets te maken met het materiële noch met succes, of met werelds machtsvertoon. Op dit punt botste Jezus op onbegrip en verzet bij zijn leerlingen en bij de mensen. Want die dachten dat bij de komst van het Rijk van God de Romeinse bezetter verdreven zou worden.





Bij de tekst

'Wie is die Jezus?'

Wanneer Johannes de komst van de Messias aankondigt, zegt hij dat de Messias zal oordelen in vuur, dat hij de bijl in de rotte boomstam zal slaan en het waardeloze onkruid zonder pardon zal verbranden (Matteüs 3, 10)

Intussen werd Johannes gevangen genomen omdat hij kritiek had op de levenswijze van koning Herodes Antipas, die samenleefde met Herodias, de vrouw van zijn broer. In de gevangenis begint Johannes te twijfelen over Jezus. Het beeld dat hij heeft over de Messias klopt niet met wat hij bij Jezus hoort en ziet.
Nl. In plaats van ...
… geweld - kondigt Jezus barmhartigheid aan
… zondaars te veroordelen - zit Hij met hen aan tafel
… mensen te vernietigen - brengt Hij hen tot nieuw leven
… een strenge rechter - is Hij een herder die op zoek gaat naar wat verloren is.

Daarom stuurt Johannes zijn leerlingen naar Jezus met de vraag: ‘Zijt gij de komende, of hebben we een ander te verwachten?
Jezus antwoordt met woorden die gebaseerd zijn op de profetieën van Jesaja.
Zo krijgt Johannes via zijn leerlingen, het hele evangelie in een notendop.



Wortels in het Oude Testament

Dan worden de ogen van de blinden geopend en de oren van de doven geopend.
Dan danst de kreupele als een hert en juicht de tong van de stomme.
En water welt op in de woestijn, rivieren in het dorre land.
(Jesaja 35, 5-6)


De geest van de Heer God rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd.
Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen,
om gebroken harten te verbinden, om de gevangenen vrijlating te melden,
en de geketenden de terugkeer naar het licht.
(Jesaja 61, 1)





Bijbel en kunst

J. F. NAVARRETE

Johannes de Doper in de gevangenis, 1565-1570
Juan Fernández De Navarrete St John The Baptist In The Prison WGA16467

Olie op doek, 80cm op 72cm
Hermitage museum, St Petersburg, Rusland


De Spaanse schilder Juan Fernández Navarette werd geboren te Logroño in 1526 en stierf te Sevilla op 28 maart 1579. Hij werd doofstom toen hij drie jaar oud was.
Hij was een leerling van de Italiaanse schilder Titiaan. Terug in Spanje werd hij de schilder van koning Filips II. Hij wekte bijna uitsluitend voor het Escoriaal.




Suggestie
Laat je door dit werk inspireren om een bladzijde te schrijven uit het dagboek van Johannes de Doper de dag waarop hij werd afgebeeld op een schilderij.
Laat je hierbij ook inspireren door de tekst die Matteüs schreef in het elfde hoofdstuk van zijn evangelie over de Doper.





Suggesties

Grote kinderen

VERDIEPEN

Dromen

Zoek uit wat God zoal voor de mens 'droomt'. Gezien God onze handen nodig heeft om die droom te kunnen realiseren, gaan we op zoek naar hoe we dat kunnen doen. Er zijn hiervoor twee grote pistes:
- individueel, in de onmiddellijke omgeving
- als groep, voor mensen verderaf





SPREKEN MET BEELDEN

Woorden met twee betekenissen

Kinderen kunnen vanaf ongeveer tien jaar al iets meer verstaan van de dubbele betekenis die sommige woorden hebben.
Bijvoorbeeld:
- 'Wat baten kaars en bril als de uil niet zien en wil.'
- 'Geen harder doven dan die die niet horen wil.'
Zien en horen zijn in bovenstaande uitdrukkingen niet alleen een vorm van waarnemen, ze zeggen ook iets over: inzien, kunnen/willen luisteren.
Al wat Jezus zegt aan de leerlingen van Johannes kan men in die dubbele betekenis lezen: men kan iets niet meer zien zitten, en iemand biedt je een uitweg. Men kan verlamd zijn door een situatie, en door iemand terug 'op de been' geholpen worden.
Leg de volgende situaties aan de kinderen voor. Laat ze nadien zeggen op welke manier iemand 'blind' kan zijn.

's Morgens rijdt Robin met de fiets naar school. Hij komt dan langs een mooie dreef met prachtige oude bomen. Er loopt nog een beek vol helder water. En de weiden ruiken lekker fris.
Als Robin de speelplaats oprijdt, zucht hij: 'Wat een saaie fietstocht, er viel helemaal niets te beleven.'

De vorige avond bleef de meester nog een hele poos in de klas. Hij zorgde voor nieuwe foto's op het prikbord, hing de fijnste groepswerken op, maakte een mooie bordtekening, plaatste verse bloemen op de vensterbank en ging met de spons over het bord. Opgeruimd staat netjes!
Het eerste wat Niels de volgende schooldag zei, was: 'Weer een ganse dag in datzelfde lokaal zitten, pffff...'

Brent naait een jurkje voor de pop van Emma. Want ze verjaart morgen en hij wil zijn kleine zus verrassen! Hij moet zich wel haasten, want seffens komt Thomas hem halen om te spelen.
Als Thomas Brent bezig ziet, zegt hij plots: 'Je hoeft niet meer mee te komen. Ik wist niet dat jij zo'n flauwe bent. Voor poppen zorgen... welke jongen doet dat nu?' En Thomas loopt weg.

Arne zit in het vijfde leerjaar. Hij kan lezen, schrijven, rekenen, knap teken, voordragen, en prachtig zingen. Hij gaat dikwijls voetballen en 's zondags gaat hij naar de jeugdbeweging.
En toch zit Arne dikwijls te zeuren over wat hij allemaal nog niet kan en niet mag.

Amber heeft een heleboel speelgoed. En leuke broers. En leuke zussen. En twee lieve ouders. Ze woont in een mooi huis, heeft een eigen kamer en nog heel wat meer...
Senne heeft nog meer dingen: een step, en een heleboel prentenboeken, en wel meer dan 300 stickers! O wat is Amber jaloers op Senne, omdat zij al die dingen niet heeft.


Het is belangrijk dat kinderen regelmatig dit soort activiteiten doen, om zo vertrouwd te raken met de heel eigen manier van spreken in de bijbel.





INLEVEN

Bevrijd worden

Zorg voor een voldoende aantal kaartjes waarop staat:
BLIND, DOOF, VERLAMD, ...
Elk kind krijgt zo'n kaartje en maakt met hulpmiddelen duidelijk welke handicap hij heeft.

blinde doek voor de ogen
gevangene handen gebonden op de rug
verlamde ligt of zit op de grond
stomme heeft een doek voor de mond


Wanneer elk kind zijn rol kent, vraag je ze om naar een andere hoek van de ruimte te gaan, in het volle besef van hun handicap.
Bijvoorbeeld:
De blinde, de verlamde, zal iemand roepen om hem te helpen.
De dove zal niets horen.
De gevangenis blijft opgesloten
En wat doet de stomme?
Kijk goed hoe de kinderen het aanpakken om naar de ander hoek te gaan.

Lees daarna het evangelie van deze zondag.
'Bevrijd' daarna elk kind van zijn handicap.

Laat de kinderen daarna nadenken of ze zich in hun leven een situatie herinneren waarbij ze in moeilijkheden waren, in de onmogelijkheid waren om te handelen, en hoe ze daaruit bevrijd raakten.
Nadien kunnen ze hun ervaringen hierover verwoorden.
Kunnen ze uit die ervaringen ook iets besluiten?





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

De twijfel van Johannes de Doper: God, rechter of redder?

Vorige week hoorden wij hoe de ascetische Johannes de Doper
een strenge, veroordelende Messias aankondigde:
"Elke boom die geen goede vruchten draagt,
zal Hij omhakken en in het vuur werpen!
Hij zal Zijn dorsvloer grondig zuiveren
en het kaf verbranden in het onblusbaar vuur!"
In sommige teksten van het Oude Testament
werd de komst van de Messias inderdaad beschreven
als een verschijning met schrikwekkende macht.
Vele joden - en ook Johannes -
schijnen in het begin de Messias te hebben verwacht
als een oordelende, dreigende en veroordelende Rechter.

Vandaag horen wij Johannes opnieuw,
maar nu nadat Jezus reeds een hele tijd als Messias was opgetreden.
En hoe had Jezus dat gedaan?
Hij had zieken genezen, arme vissers tot leerlingen gekozen,
gegeten met tollenaars, zondaars en slechte vrouwen.
Hij had zelfs verklaard
dat men zijn leven moest verliezen om het te redden.
Jezus had Zich dus helemaal niet gedragen
als een veroordelende Rechter,
zoals Johannes dat van Hem eerst verwachtte,
maar als een aanmoedigende en liefhebbende Redder.
Het is dan ook begrijpelijk dat Johannes in een crisis geraakt.
Zelf in de gevangenis geworpen, vraagt hij zich af
of hij zich niet in Jezus heeft vergist.
Hij stuurt daarom leerlingen om Hem te vragen:
"Zijt Gij wel de echte Messias,
Gij, die geen geweld gebruikt en geen veroordelingen uitspreekt,
maar integendeel geduldig en barmhartig zijt?"

Wij kunnen ons vandaag wel herkennen
in die Johannes met zijn twijfels over Jezus.
Soms - vooral in crisismomenten dan -
roepen ook wij nog naar een
god die alles ondersteboven zou kunnen gooien, maar het niet doet:
"Waarom, God, bliksemt Gij de slechteriken niet neer,
wanneer zij op het punt staan anderen kwaad of pijn te doen?
Waarom, God, gebruikt Gij toch
Uw “macht” niet om eens en voorgoed al het kwaad en het lijden
dat op onze wereld bestaat, te verdelgen?"
Naar zo'n almachtige afgod verlangen wij soms nog.

In Zijn antwoord aan Johannes wijst Jezus resoluut
die verkeerde opvatting over God en Zijn Messias af.
Jezus wil ons en Johannes duidelijk maken
dat God onder de mensen komt,
niet als een machthebber die dreigt, oordeelt en veroordeelt,
maar als een Redder die geneest, die aanmoedigt en vreugde brengt.
En Hij wijst er Johannes op dat dit aspect van de Messias
ook reeds in de oude teksten vermeld stond:
nl. bij Jesaja: "Hij zal blinden laten zien,
doven laten horen, armen blij maken!"
Hierover gaat het evangelie van vandaag dus:
over het nieuwe godsbeeld,
over het nieuwe inzicht aangaande de Messias,
die niet op de eerste plaats een Rechter en een Veroordeler is,
maar een Vader voor allen, dus ook voor de armen en de zwakken.
Jezus leert ons geen God kennen van vuur en oordeel,
maar een God van liefde, zachtheid en geduld.

Het vraagt van ons - zoals van Johannes - een hele bekering:
te aanvaarden dat onze God nooit de weg kiest
van de overdonderende machtsontplooiing
die mensen zou dwingen of verplichten,
maar altijd en steeds opnieuw de weg van de weerloze liefde
die mensen uitnodigt tot wederliefde uit vrije wil.

En kijk, deze God, deze Liefde, kan ook dit jaar opnieuw
in onze wereld geboren worden,
niet als wij erop uit zijn
onze medemensen streng te beoordelen en te veroordelen,
wel als wij integendeel meewerken
om de zachtheid, het geduld en de liefde meer kansen te geven.
Als wij wat meer hoop laten zien aan de blinden
en aan alle verblinde zwartkijkers rondom ons,
als wij wat meer moed bieden aan de lammen
en alle verlamde futlozen rondom ons,
als wij wat meer vreugde schenken aan de armen
en al wie kansarm is rondom ons.
En dat is reeds aan het gebeuren!
Overal waar mensen zich daadwerkelijk ten dienste stellen
van de zieken, de zwakken,
de eenzamen, de onrechtvaardig behandelden.
Het is een zegen dat in onze parochie
enkele vrijwilligers van ‘Onderlinge Hulp’
een kerstpakket aan armen bezorgen,
dat in onze gemeente een goed werkend OCMW bestaat
waar dagelijks mensen worden geholpen,
dat de adventsactie ‘Welzijnszorg’ ook dit jaar wil ijveren
om de “armoede weg te werken” door initiatieven te steunen
die “ook in kleinere gemeenten en dorpen op den buiten”
een toekomst zonder armoede willen verzekeren.
Het zijn allemaal tekens van daadwerkelijke zorg
voor de kansarmen en de vreemdelingen in onze omgeving
in naam van onze God, die niet veroordeelt, maar redt.
Zijn Rijk van liefde groeit! Ziet gij het niet?

Op deze derde zondag van de Advent
willen wij christenen ons aansluiten bij diegenen
die meewerken aan de nieuwe komst,
niet van een veroordelende Rechter,
maar van een barmhartige en liefdevolle Redder.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Veel verwachtingen (2013)

Johannes de Doper heeft de Messias aangekondigd, en hij verwacht hem. Maar hij zit in de gevangenis. Hij had immers Herodes verweten dat hij leefde met de vrouw van zijn broer Filippus (Matteüs 14,3). Zijn leerlingen houden hem echter op de hoogte van de gebeurtenissen. De verwachting van de Messias gaat immers wat alle kanten uit.

Vòòr hem had de profeet Micha de geboorte aangekondigd, te Betlehem, van een bevrijder van Israël (5, 1-5). Die voorzegging was levendig in het geheugen, zowel in dat van de officiële joodse instanties (Matteüs 2,5-6), als bij het volk (Johannes 7,40-42).

Er waren ook Zeloten - men vindt er zelfs in Jezus’ omgeving - die een soort 'Bevrijdingsfront' van Israël vormden. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus stelt ze voor als 'lieden die menen dat God de enige heer en meester is' (Antiquitates XVIII, 23). De psalmen van Salomo (apocriefen van rond 50 vòòr Christus), drukten hun verwachting uit: 'Heer, doe een koning opstaan, die zoon van David die Gij, God, voorbestemt om uw rijk over Israël te vestigen. Geef hem uw kracht om de goddeloze tirannen te verpletteren en Jeruzalem te zuiveren van de heidenen' (Psalmen van Salomo 17, 5, 23, 36).

De Essenen, die in de woestijn bleven om zich niet te bezoedelen door het contact met de heidense bezetter, baden van hun kant in de verwachting van een wonderbare tussenkomst van de Eeuwige om de Romeinen te verjagen.

Eenzelfde verwachting van de vervulling der beloften van de profeten doet de menigte jubelen op de dag der Palmen ('Hosanna, Zoon van David'), en het was ook de verwachting geweest van de Emmaüsgangers ('Wij verwachtten dat hij het was die Israël zou verlossen', Lucas 24.21). Zelfs de apostelen koesteren nog deze verwachting op de dag van de Hemelvaart ('Heer, is het in deze dagen dat gij het Rijk van Israël zult herstellen?' Handelingen 1,6).

'Sommige Joden verwachtten ook dat die Bevrijder een mens zou zijn, verheven tot een goddelijke status, terwijl anderen een godheid verwachtten die op aarde een menselijke gedaante zou aannemen …' (Daniel Boyarin, Le Christ Juif, p.45). (1)

Maar komen we terug naar ons evangelie. Nu verneemt Johannes van zijn leerlingen 'de werken van de Christus' (Matteüs 11, 2), en hoe Jezus in zijn stad Nazaret het messiaanse programma volgens de profeet Jesaja tot het zijne heeft gemaakt: “De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven (Lucas 4,18, cf. Jesaja 61,1-2).
Deze Messias, een en al mildheid, strookt echt niet met al die verwachtingen, en ook niet met wat Johannes zelf heeft aangekondigd. Jezus spreekt niet over oordeel, bijl en onblusbaar vuur (Matteüs 3, 7,10,12). Hij heeft het wel over de vrijlating van gevangenen. Is Jezus de Messias die hem zal bevrijden uit de gevangenis, of moet hij iemand anders verwachten? De vraag is dramatisch. Ze wordt voor Jezus gebracht. Wat is zijn reactie?

Jezus geeft toe dat het niet evident is dat Hij zal beschouwd worden als de Messias, niettegenstaande alles wat men van hem hoort en ziet. De twijfel van Johannes: 'Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?', heeft een zekere grond. Om Jezus als Messias te erkennen is het nodig over een schandaal heen te kunnen, het schandaal van een arme Messias, weerloos in deze wereld. Hij zal niet noodzakelijk vermogen Johannes uit zijn gevangenis te bevrijden. 'Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt', voegt Jezus daar nog aan toe. Jezus plaatst Johannes in alle duidelijkheid voor de mogelijkheid aanstoot te nemen aan een Messias die komt met de zachtheid en het respect voor de vrijheid die hem kwetsbaar maakt zoals God.

Het geeft Jezus de gelegenheid om zijn zending te bepalen ten aanzien van Johannes. Johannes is meer dan een profeet, hij is de gezant die de weg voor hem baant. Er is dan ook niemand groter opgetreden dan Johannes. Groter mens is niet denkbaar. Het Rijk Gods is echter van een ander gehalte. De maateenheid is er deze van de Liefde. Niet deze van de menselijke liefde die altijd een wortel van zelfbehoud in zich draagt, maar deze van Gods liefde die in staat is alles te geven. Want “de Liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze” (1 Korintiërs 13, 4-7). Om in die liefde te leven moet jij je heel klein maken en weten dat die liefde, op een totaal ander peil dan geboden te onderhouden, ons te boven gaat. We hebben ze deemoedig uit Gods handen te ontvangen.

Jezus is van Godswege gekomen om ons dat te melden, niets dan dat, maar dat alles. Wij kunnen Hem maar begrijpen in de maat dat wij die liefde zelf in ons leven ontvangen en uitbouwen. Zo gaat het met de dingen van het leven: wij begrijpen maar echt wat we zelf onthalen en beleven.
_

(1) Daniel Boyarin: Le Christ Juif, Cerf, Paris, 2013.
Volgens deze joods-orthodoxe historicus is het feit dat een Godsgezant het “Woord van God” zou zijn, en op zekere manier consubstantieel (wezenseen) met God, geen latere uitvinding van de christelijke theologen, maar een mogelijkheid die door sommige Joden in Jezus’ tijd overwogen werd.



Jezus en Johannes (2016)

In dit evangelie horen wij het antwoord op twee vragen die Jezus’ tijdgenoten zich stelden: wie is Jezus, wie Johannes de Doper? Jezus weet weliswaar wie de Doper is, maar deze weet niet wie Jezus is. Hij zendt hem dan ook van zijn leerlingen om Jezus te bevragen over zijn identiteit.
Als eerste reactie laat Jezus antwoorden dat Johannes maar hoeft te oordelen op de feiten. Zo kan hij eenvoudig vaststellen dat de werken van Jezus beantwoorden aan wat de profeet Jesaja over de Messias gezegd heeft: de doden verrijzen (Jesaja 26, 19), de doven horen (Jesaja 29, 18), en de blinden, de doven, en de kreupelen worden genezen (Jesaja 35, 5-6). Het hoogtepunt is echter dat de Goede Boodschap verkondigd wordt aan de armen, dat zij de bevoorrechten zijn van deze boodschap (Jesaja 61, 1).
Jezus aarzelt echter niet een verwittiging te koppelen aan deze vaststelling: gelukkig is hij die in deze feiten de Messias zal erkennen, en “niet zal vallen” in een ontkenning die God zou afstraffen (cf. v.6). In de context gaat deze waarschuwing natuurlijk naar Johannes en, in hem, naar zijn leerlingen die zich tegen de christenen zouden afzetten.

Waaraan zouden Johannes en zijn leerlingen aanstoot kunnen nemen? Niet aan het feit dat Jezus aanspraak zou maken op een Messiaanse waardigheid. De vraag die hij aan Jezus doet stellen (v. 3) veronderstelt dat hij bereid is om deze te aanvaarden. De moeilijkheid ligt in het feit dat Jezus zijn zending helemaal anders ziet dan Johannes. In plaats van een “Sterke figuur” te zijn die tegen de zondaars de machtswoede ontketent van een wraaknemende God, openbaart Jezus de barmhartige tederheid van God voor de armen en voor alle mensen die lijden. Een radicale omkering! Zal Johannes er zich naar kunnen schikken dat de openbaring van de liefde geschiedt in ootmoed en zwakheid? Verderop zullen we zien hoe Petrus, te Caesarea Filippi, onmiddellijk na Jezus’ soevereine waardigheid te hebben erkend, zich schrap zal zetten bij de aankondiging van Jezus’ zwakheid en lijden (Matteüs 16,21-23).

Jezus blijft echter niet staan bij deze waarschuwing. Hij richt zich tot de menigte om zijn relatie met Johannes klaar te stellen, en duidelijk zijn zending te bepalen tegenover deze van Johannes.
En vooreerst, wie is Johannes? Door naar hem te gaan, zegt Jezus, zijn jullie niet gaan zien naar een onstandvastig rietje aan de Jordaanoever dat buigt naar alle wind. Jullie zijn ook geen verfijnde mondaine figuur gaan zoeken. Jullie dachten een profeet te vinden, en dat was terecht.
Jullie zijn zelfs gaan zien naar iemand die meer is dan een profeet. De profetie over de laatste man die “door God gezonden” wordt (Maleachi 3, 1) slaat immers op Johannes, die deze zending combineert met deze van de Engel die de weg opent naar het Beloofde Land (Exodus 23, 20). Daarenboven identificeert Maleachi die zendeling met Elia die zal terugkomen (Maleachi 3,23-24). Jezus zelf zal verder dat idee terug naar voren brengen (vgl. v. 14).

Hoe moeten we dan met dat alles Johannes situeren? In de menselijke geschiedenis is er geen grotere persoon opgestaan dan Johannes. Maar de kleinste van de christenen stijgt boven hem uit voor zover hij deelgenoot is van een Koninkrijk dat de menselijk criteria eronderuit haalt door de geringen naar voren te schuiven (vgl. v.15).
Wat Maleachi voorspeld heeft over de komst van Jahweh wordt zo door de christenen overgedragen op Jezus’ komst op aarde. In Johannes de voorloper herkennen, waar Maleachi het over heeft, komt erop neer in Jezus de Heer te zien bekleed met de heerlijkheid en de macht van God zelf. En juist dat is belangrijk voor de christenen.

Matteüs heeft Jezus’ Messiaanse zending bepaald als de openbaring van de barmhartige liefde van de Vader (v. 2-6). Hij heeft intussen nagelaten ons de profetische zending van Johannes nader te bepalen: hij blijft niet stilstaan bij Johannes, omdat hij verder ziet. Vooreerst stelt hij alle wereldse grootheid tegenover de grootheid van het komende Koninkrijk (v. 11). Vervolgens, en vooral, toont hij aan hoe de rol van de Voorloper de goddelijke waardigheid in het licht stelt van de Heer die hij voorafgaat. De functie van Johannes, en van de heiligen in het algemeen, bestaat er niet in de aandacht naar zich toe te trekken, maar wel ons te leiden naar de Heer wiens getuigen zij voor ons zijn.

Tot slot wordt in deze confrontatie tussen Johannes en Jezus de bladzijde gedraaid van het Oude naar het Nieuwe Verbond. De opvatting van een God die als een absolute heerser en wreker zich op oneindige afstand houdt van de mensheid, maakt plaats voor een God die uit liefde ons mensenleven komt delen, en die, in plaats van zijn gramschap te ontketenen tegen wie zijn Wet niet onderhouden, ons naar Hem terugbrengt, en onze zonden wegneemt, door ons zijn leven te geven.
Als men nadien in het Nieuwe Testament nog traditionele oudtestamentische uitspraken terugvindt, dan moeten die altijd herijkt worden aan de heel nieuwe context die baadt in het licht van de Liefde die God is.