Loading...
 

4de zondag van de veertigdagentijd C - evangelie

2 Verloren


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Lucas 15, 1-3.11-32: De verloren zoon

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1651-1652)

Alle tollenaars en slechte mensen kwamen naar Jezus luisteren. De farizeeën en de wetsleraren klaagden daarover. Ze zeiden: ‘Jezus gaat om met slechte mensen, en hij eet zelfs met ze!’ Daarom gaf Jezus dit voorbeeld. Hij zei:
Jezus gaf ook dit voorbeeld: ‘Een man had twee zonen. De jongste zoon zei tegen zijn vader: ‘Vader, ik wil mijn deel van de erfenis nu hebben.’ De vader gaf hem wat hij vroeg. Een paar dagen later pakte de zoon al zijn spullen bij elkaar en ging weg. Hij ging naar een ver land. Daar gaf hij al zijn geld uit aan een leven vol plezier.
Toen alles op was, kwam er een grote hongersnood in dat verre land. De zoon had niets meer te eten. Daarom ging hij werken bij één van de mensen in dat land. Die stuurde hem naar het veld om op de varkens te passen. De zoon had zo’n honger dat hij zelfs het varkensvoer op wilde eten. Maar niemand gaf hem iets. Toen dacht hij: Thuis hebben zelfs de armste knechten altijd genoeg te eten. En ik ga hier dood van de honger! Ik zal naar mijn vader teruggaan en tegen hem zeggen: ‘Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover God en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. Behandel mij voortaan net zoals uw armste knechten.’
Toen ging de zoon terug naar zijn vader.

De vader zag zijn zoon al vanuit de verte aankomen. En meteen kreeg hij medelijden. Hij rende naar zijn zoon toe, sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem. De zoon zei: ‘Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover God en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn.’ Maar de vader zei tegen zijn knechten: ‘Haal snel mijn mooiste jas voor mijn zoon en trek hem die aan. Doe een ring om zijn vinger en doe schoenen aan zijn voeten. Haal het vetste kalf en slacht het. We gaan eten en feestvieren! Want mijn zoon was dood, maar nu leeft hij weer. Ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden.’ Toen gingen ze feestvieren.

De oudste zoon was nog op het land. Toen hij thuiskwam, hoorde hij dat er muziek gemaakt werd, en dat er werd gedanst. Hij riep één van de knechten en vroeg waarom er feest was. De knecht zei: ‘Je broer leeft nog! Hij is terug, en je vader heeft het vetste kalf laten slachten.’
Toen werd de oudste zoon kwaad. Hij wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader kwam naar hem toe en zei: ‘Ga toch mee naar binnen.’ Maar de zoon antwoordde: ‘Ik werk nu al heel veel jaren voor u. En ik heb altijd gedaan wat u van mij vroeg. Toch hebt u voor mij nooit een dier laten slachten. Niet eens een geitje om feest te vieren met mijn vrienden. Maar nu komt die zoon van u thuis en voor hem slacht u het vetste kalf! Terwijl hij uw geld heeft uitgegeven aan de hoeren.’
Toen zei de vader: ‘Lieve jongen, jou heb ik altijd bij me. En alles wat van mij is, is van jou. Maar we kunnen niet anders dan blij zijn en feestvieren. Want je broer was dood, maar hij leeft weer. We waren hem kwijt, maar nu hebben we hem weer gevonden.’’



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Lucas 15, 1-3.11-32)

Overal komen tollenaars en zondaars naar Jezus luisteren.
Farizeeën en schriftgeleerden spreken daar schande van.
Ze zeggen: 'Die man eet samen met zondaars.'
Dan vertelt Jezus: 'Een vader heeft twee zonen.
Op een dag zegt de jongste:
"Vader, geef mij het deel van uw bezit dat ik zal krijgen als je sterft."
En zijn vader verdeelt zijn bezit onder zijn twee zonen.
Kort daarna vertrekt de jongste zoon naar een ver land.
Daar verspilt hij alles.
Maar dan komt er een zware hongersnood in dat land.
En hij begint honger te lijden. Daarom probeert hij werk te vinden.
Een boer stuurt hem het veld in om voor de varkens te zorgen.
Hij zou graag zijn honger stillen met het eten van de varkens.
Maar niemand geeft hem wat.
Dan denkt hij: "De arbeiders van mijn vader hebben brood in overvloed,
en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader."
Wanneer zijn vader hem in de verte ziet aankomen, is hij ontroerd.
Hij snelt op hem toe, valt hem om de hals en kust hem.
"Vader," zegt de zoon, "ik heb verkeerd gedaan.
Ik verdien het niet uw zoon te heten."
Maar de vader zegt tegen zijn knechten:
"Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan.
Doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.
Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden."
En het feest begint.

De oudste zoon is nog op het land.
Wanneer hij naar huis komt, hoort hij muziek en dans.
Hij vraagt aan iemand: ‘Wat gebeurt er?’
Die antwoordt: "Uw broer is thuis gekomen
en uw vader houdt een feest, omdat hij gezond en wel terug is."
Maar de oudste zoon wordt kwaad en wil niet binnenkomen.
Daarop komt zijn vader naar buiten
en probeert hem tot andere gedachten te brengen.
Maar de oudste zegt tegen zijn vader:
"Ik help u nu al zoveel jaren en nog nooit heb je mij iets gegeven
om met mijn vrienden feest te vieren.
Maar nu die zoon van u is thuisgekomen,
die zoon die alles verbrast heeft ...
voor hem heb je het gemeste kalf geslacht."
Maar de vader zegt: “Jongen jij bent altijd bij me
en alles wat ik heb is van jou.
Feest mee en wees blij,
want die broer van je was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden." '



Merk op

. De vader snelt zijn zoon tegemoet. Hij wacht zelfs de verontschuldigingen van zijn zoon niet af.


. Beide zonen zijn erg berekenend:
- ‘Ik heb honger, de arbeiders van mijn vader hebben brood in overvloed’
- Al zoveel jaren dien ik u, nog nooit heb je mij een bokje gegeven.





Bij de tekst

Drie hoofdpersonen

Jongste zoonOudste zoonVader
zwak, zondig (zondaar)harteloos, eigengereidbarmhartig
bekeert zich en wordt vergevenweigert alle vergevingvergevensgezind

De twee zonen vertegenwoordigen elke een houding die men tegenover God kan nemen.



Veel titels voor één parabel

Parabel van de verloren zoon
Bij nader toezien zijn de twee zonen 'verloren':
. de jongste omdat die alleen voor zichzelf wil leven.
. de oudste omdat hij alleen zijn rechten ziet en gevoelloos is voor anderen.


__Parabel van de barmhartigheid
Parabel van de barmhartige vader
Parabel van de goede vader
Niettegenstaande de grote tekortkomingen van de jongste zoon, schenkt de vader vergiffenis en maakt hem opnieuw tot zijn zoon door hem het volgende te geven:
- mooiste kleed, teken van waardigheid
- ring (zegelring), teken van de rechten die hij krijgt / teken van het vertrouwen dat de vader heeft in zijn zoon.
- sandalen, teken van de vrije man.



Context

Tollenaars en zondaars kwamen bij Jezus om naar hem te luisteren. Farizeeën en Schriftgeleerden morden daarover. Net als de oudste zoon zijn ze geschokt omdat Jezus meer oog heeft voor zondaars, dan voor 'echte' gelovigen: hij zit aan tafel met tollenaars en zondaars en naar wie de wet stipt naleeft, kijkt hij niet om. Als je volgens de voorschriften van het joodse geloof leeft, dan moet je van deze mensen wegblijven, anders word je zelf onrein.
Jezus wil zich met deze parabel rechtvaardigen en verdedigen: als God zo handelt, waarom mag ik dan niet omgaan met zondaars?
Zo neemt Hij niet alleen de Farizeeërs van zijn tijd op de korrel, maar ook het denken in termen van loon naar werken. Doorheen dit verhaal daagt hij zijn volgelingen uit om nieuwe kansen te geven.



Een tweetoppige gelijkenis

Een parabel met twee inhoudelijke hoogtepunten wordt een 'twee-toppige' gelijkenis / parabel genoemd, waarbij het hoofdaccent ligt op de tweede top. Jezus toont in het tweede deel hoe mensen in het algemeen (en Farizeeën in het bijzonder) denken over een zondaar die de kans krijgt een nieuw leven te beginnen: zondaars zijn in hun ogen voorgoed afgeschreven, terwijl God zich verheugt over de ommekeer en de zondaar tegemoet komt.
De oudste zoon vertegenwoordigt die mensen die zich t. o. v. God beroepen op hun voorbeeldig gedrag, maar tekortkomen in wat God kenmerkt: liefde.



Bedoeling van deze parabel

. Oproep om 'loon naar werken' te doorbreken. Jezus daagt uit om nieuwe kansen te geven aan hen die er een andere levensstijl op na houden.

. Oproep tot vergevingsgezindheid zoals de vader.

. Kritiek op een bepaalde manier van geloofsbeleving. De houding van de oudste zoon beeldt de houding uit van mensen die de letter van de wet belangrijker achten dan de geest ervan.


Lees meer over parabels.



Kinderwijsheid

Juf: 'En wie was er niet blij, toen de verloren zoon bij zijn vader terugkeerde?'
Jan: 'Het gemeste kalf.'




Na het vertellen van de parabel:
... Dat was toch wel een erg lieve papa.’
Wim: ‘En wat zei de mama toen?’





Bijbel en kunst

IL GUERCINO

De terugkeer van de verloren zoon

Cuercino

Kunsthistorisches Museum, Wenen

Dit werk werd geschilderd door de Italiaanse kunstenaar Il Guercino ('de schele'), bijnaam van Giovanni Francesco Barbieri (1591-1666). Hij maakte het in 1619, toen hij 28 jaar oud was.
In de aanvang waren zijn werken barok. Onder invloed van het classicisme veranderde zijn stijl. Zijn later werk kwam nooit meer op het niveau van zijn vroege werk.

'De terugkeer van de verloren zoon' stelt drie personen voor uit de parabel die Jezus vertelde:
- een jonge man - links - (ZOON), die zijn kleding vol rafels uitdoet;
- een oude man (VADER), die kleding neemt die op de arm van de jonge man - rechts - ligt.
- jonge man (DIENAAR), rijk gekleed, geeft schoenen aan. Op zijn arm ligt er kleding.

Let eens extra op de handen van de oude man, die als het ware het hele schilderij omvatten. Ze drukken beide hetzelfde uit: je hoort er echt bij. Zijn rechterhand neemt de jongen erbij; zijn linkerhand zoekt kleding voor de jongen uit, waarmee hij duidelijk maakt dat hij er weer bij hoort.


Suggestie
Gebruik 'dit werkblad' als beeldmeditatie.





REMBRANDT VAN RIJN

De terugkeer van de verloren zoon

5 Rembrandt

Dit kunstwerk schilderde Rembrandt van Rijn tijdens zijn laatste levensjaar (1668 ).

Een oudere man, de vader uit de parabel, legt zijn handen op de schouders van een jongere man, zijn 'verloren zoon'. Hun kleding contrasteert: de schoenen en kleren van de zoon zijn versleten en afgedragen; de vader is verzorgd gekleed en lijkt welstellend.

De handen van de vader zijn verschillend: de ene hand is een krachtige vaderhand, de andere lijkt een vrouwenhand. Wat misschien een getrouwe weergave is van de handen van het model voor dit kunstwerk, geeft de mogelijkheid om er het dubbel aanvoelen van God (als vader én als moeder) in te zien.

Drie personen kijken toe. (De oudere broer, een dienaar? zijn moeder?) Erg enthousiast zijn ze niet.
In de achtergrond links is nog een vrouw te zien. (Zijn moeder? een meid?)

Let ook op het spel van licht en donker in dit schilderij: de vader en zijn jongste zoon staan in het licht; de 'toeschouwers' staan in het donker. Niet toevallig!





J. TISSOT

Terugkeer van de verloren zoon (1862)


5 Terugkeer Van De Verloren Zoon James Tissot

Olie op doek


In een middeleeuwse Franse stad, aan het huis van een welgesteld burger, daalt de rijke bewoner af om zijn zoon, die ‘verloren’ was, te verwelkomen. De reacties op dit gebeuren zijn verschillend: instemmend, afwachtend, terughoudend, nieuwsgierig.





M. CIRY

De verloren zoon (1967)

5 Ciry Verloren Zoon

De handtekening van de Franse schilder, Michel Ciry (1919 - 2018), rechts bovenaan het doek, geeft aan dat het de bedoeling van de kunstenaar was om een van de personages op het doek zonder gezicht af te beelden. Dit laat de toeschouwer toe om zelf na te denken over hoe die persoon er zou kunnen uitzien of ook om helemaal niets menselijk daarbij voor te stellen omdat het gaat om de vader in de parabel van de ‘verloren zoon’, een parabel waarin die vader doorgaans met God geassocieerd wordt.
Ook de zoon laat zich niet echt kennen: hij heeft zijn ogen dicht!
Let ook op de ‘taal’ van de handen. De ‘beschermende’ hand links, de ‘smekende’, ‘vragende’ hand rechts.





S. KÖDER

De verloren zoon

Verloren Zoon

Merkwaardig dat dit schilderij de titel draagt 'De verloren zoon', terwijl er twee zonen op te zien zijn.

Sieger Köder schilderde de twee broers met blauwe kleren:
ze zijn immers broers van elkaar, maar beide zijn ze op een of andere manier verloren:
- de jongste door alle wetten aan zijn laars te lappen
- de oudste door zich krampachtig vast te houden aan die wetten.

De vader omhelst zijn zoon die teruggekeerd is. Die mag het huis binnen, voor hem staat de toekomst open.
De andere zoon wordt ook mee uitgenodigd, maar een muur houdt hem (voorlopig?) tegen.

Let ook op de handen van de drie personages en wat ze uitdrukken:
liefdevolle bezorgdheid, een voorzichtige aanraking, een krampachtig opgesloten zijn in de eigen mening.





Suggesties

Kleine kinderen

VERDIEPEN

Kleuren en bespreken

Materiaal
Maak gebruik van deze vier illustraties bij deze parabel:

Verl Zoon 1
Verl Zoon 2
Verl Zoon 3
Verl Zoon 4

(Klik hier voor kant en klaar materiaal)
kleurpotloden; stiften; perforator, touw, twee extra bladen als kaft.


Verloop
Vertel de parabel (tot Lucas 15, 24). De kinderen kleuren de illustraties bij de parabel.
Als ze per vier werken kunnen ze met hun vier verschillende illustraties een boekje maken. Ze schikken de tekeningen eerst in de juiste volgorde.

Dan vertellen de kinderen de parabel opnieuw vanuit hun 'boekje'.
Sta daarna stil bij de grote broer van de jongen.
- Wat zou die tegen zijn jonge broer kunnen zeggen?
- Zou jij dat ook zeggen?
Vertel dan wat Jezus over die grote broer vertelt.
Vergelijk met wat ze zelf eerder zegden.
Geef de kinderen zeker een pluim wanneer ze zich heel vergevingsgezind opstellen.



Reageren op fouten

Laat de kinderen vertellen over fouten die zij maakten:
- Hoe reageerde de juf, je mama of papa, enz.?
- Wat vind je daarvan?
- Zou jij ook zo reageren?
Jezus vertelt dit verhaal om iets over God te vertellen.
- Wat zou Hij over God willen zeggen?





SPELENDERWIJS

Zoek de weg voor de verloren zoon

Help de verloren zoon om zijn weg naar zijn vader thuis te vinden.
doolhof





BELEVEN

Over vergeven

Bekijk even de volgende tekeningen:


- Wat gebeurt er?
- Hoe zou men het terug kunnen goed maken?
- Verbind de ruzietekeningen met de manier waarop jij het goed zou maken.


(De illustraties vind je hier op een kopieerbare pagina)

- Ken jij nog andere manieren om iets terug goed te maken (en elkaar te vergeven)?
De kinderen tonen het voor of maken er een tekening over.
- Is het moeilijk om iets terug goed te maken (en een ander te vergeven)? Waarom?


'Vergeven' is een moeilijk woord voor kleine kinderen. Door dit woord te plaatsen bij een omschrijving leer je kinderen dit nieuwe woord te kennen.





VERTELLEN

Het zwarte schaap

(E. SCHMID, Uitgeverij Lotus, Antwerpen)

Er was eens een grote kudde schapen.
Daar werd op een dag een lief, klein wollig schaapje geboren.
Maar het was zwart, en alle anders schapen waren wit.
"Waarom ben ik zwart ?" vroeg het schaapje verwonderd.
De andere schapen zeiden niets. Zij wisten het ook niet.
Voor de herder maakte het geen verschil.
Zwart of wit, dat was hetzelfde. Hij was blij dat het een gezond schaapje was.
Maar het schaap was er niet blij mee dat hij zwart was.
Dat viel zo op tussen al die witte schapen, vond hij. Hij schaamde zich.
En op een nacht liep hij weg.
De nacht was zwart en het schaap was zwart, en de herder kon hem niet zien.
Hij ging zich verstoppen in het bos. Hij was helemaal alleen.

Toen het morgen werd, merkten de vogels hem op.
Ze fladderden en wipten opgewonden tussen de takken.
"Klein schaapje, waarom kom jij bij ons in het bos ?" vroegen ze nieuwsgierig.
Het schaap wou hen dolgraag alles vertellen, maar hij durfde niet.
Hij kende deze vogels niet.
Daarom kroop hij weg tussen de struiken.
Pas toen het avond werd, durfde hij weer naar buiten te komen.
"Nu slapen ze allemaal en ziet niemand mij", dacht hij.
Maar de uil zag hem wél, die heeft nachtogen.
"Klein schaapje, wat doe jij hier?" vroeg hij. "Zoek jij soms ook muizen?"
Wat raar, dacht het schaap, kun je muizen dan eten?
Aan de rand van het bos vond hij wat hij zocht: gras.
"Ik vind wormen en slakken lekkerder. Jij niet?" fluisterde de egel.
En de das vroeg "Lust jij ook kikvorsen en vogeleieren ?"
"Zal ik wat nachtvlinders of een paar kevers voor je vangen?" riep de vleermuis en ze snorde weer weg.
Het schaap wist niet meer hoe hij het had.
"Is hier dan geen enkel dier dat gras eet?" vroeg hij angstig.
Ook de haas kwam aanhuppelen. Hij was erg schuw.
Hij had nog nooit een zwart schaap gezien.
"Kom je mee naar de wei?" lispelde hij vriendelijk.
In de wei waren herten rustig aan het grazen.
"Pas op voor de vos, dat die je niet te pakken krijgt!" waarschuwde de haas.
"Bij de schapen was het niet zo gevaarlijk!" zuchtte het zwarte schaap.
Het schaap bleef in het bos. Hij leerde alle dieren kennen.
Al gauw vond niemand het nog gek dat hij daar was.
Alleen de kraai schudde af en toe zijn kop en zei: "Hij is van zijn kudde weggelopen..."
De zomer ging voorbij en daarna werd het herfst. De mist kwam opzetten, en de bladeren vielen.
De dieren maakten hun holen en verzamelden eten, want de winter kwam er aan.
De trekvogels vlogen in grote zwermen naar warmere streken. De dagen werden korter.
Toen werd het heel stil in het bos.
Op een nacht viel de eerste sneeuw. De hele wereld was wit.
Het schaapje schrok. Hij riep om zijn vrienden, maar niemand gaf antwoord.
En de sneeuw bleef vallen.
Een ijskoude wind stak op. Het zwarte schaap kreeg het koud.
En hij werd doodsbang.
Toen ging het schaap weg uit het bos en zocht de Weg terug naar zijn kudde.
Het was een lange weg.
Hij werd moe en kreeg honger. Maar de sneeuw had al het gras toegedekt.
Bij elke stap zakte het schaap dieper weg.
Zo ploeterde hij verder door de sneeuw. Eindelijk, eindelijk zag hij de stal.
Hij hoorde de andere schapen, en begon luid te blaten. Nog nooit was hij zo blij geweest.
De herder hoorde het, en deed de staldeur open.
Toen strompelde het schaap naar binnen, in de donkere, warme stal.
En hij was erg tevreden.


Merk op
Dit verhaal staat niet bij de parabel van het verloren schaap omdat het zwarte schaap in dit verhaal
zelf het initiatief neemt om terug te keren, net zoals de jongste zoon dat deed in de parabel.



Lien wordt gestraft

(C. LETERME e.a., Zes kruiken wijn, Standaard educatieve uitgeverij, 1994, p. 54-55)

Lien en Sam spelen memory. De hele tafel ligt dan vol met omgekeerde kaartjes.
Om beurt moeten ze twee kaartjes omkeren.
Als die een verschillende tekening hebben, leggen ze de kaartjes terug.
Als ze zich kunnen herinneren waar twee dezelfde kaartjes liggen,
dan mogen ze die omkeren en behouden. Wie zo de meeste kaartjes heeft, wint.

Lien speelt dit spelletje graag, maar nu niet.
Sam begrijpt het spel niet zo best.
De ene keer keert hij drie kaartjes om, de andere keer wil hij er twee verschillende houden.
Als Sam al voor de derde keer teveel kaartjes omkeert, wordt Lien heel boos.
Ze neemt een houten speelgoedtreintje en gooit dit tegen het hoofd van Sam.
Sam begint heel hard te huilen. Er komt bloed uit een wonde bovenop zijn neus.
Vader rent verschrikt naar binnen en roept: 'Wat is hier aan de hand?'
Sam roept en huilt tegelijk: 'Lien heeft dit naar mij gegooid en nu bloed ik heel erg!'
Vader pakt Sam op en gaat met hem naar de badkamer.
Intussen kijkt hij boos naar Lien en zegt: 'Ga onmiddellijk in de hoek staan.'

Ze hoort papa bezorgd tegen Sam praten.
'Dikke pestkop, denkt ze, Ik speel nooit meer spelletjes met hem.'

Dan zegt papa tegen haar: 'Je weet heel goed, dat je niemand pijn mag doen.
Je hebt Sam lelijk geraakt, misschien houdt hij er wel een litteken aan over.'
Lien denkt na: 'Wat is een litteken?'
Ze krijgt schrik dat er iets raars gaat gebeuren met het hoofd van Sam en ze begint te huilen.

Na een poosje zegt papa: 'Zeg maar tegen Sam dat het je spijt.'
Dat doet Lien niet graag...

's Avonds stopt papa Lien en Sam in bed. Hij leest een verhaal voor, dat Sam mag kiezen.
Behalve de grote plakker op zijn neus, ziet hij er weer uit als altijd. Hij lacht vrolijk als Lien gekke snoeten maakt.

Als papa haar wil komen knuffelen, vraagt ze: 'Papa, wat is een litteken?'
Papa kijkt ernstig en zegt: 'Dat is een rood streepje, dat nadien wit wordt
en dat altijd blijft staan op de plaats van de oude wonde.'
En hij toont een litteken op zijn eigen knie.
'Gaat Sam nu ook zo iets krijgen?', vraagt Lien.
'Ik weet het niet, zegt papa. Maar als het zo is, zal het maar een klein litteken zijn.'

Lien klimt uit haar bed en wil een kusje geven op de grote plakker.
Daar moet Sam heel hard om lachen en hij steekt zijn hoofd weg onder zijn kussen.
Papa legt Lien terug in bed.
'Ik wil eigenlijk niet pijn doen, zegt Lien. Maar soms gebeurt het zomaar ineens...'
'Ja, zegt papa, dat kan best.
Misschien gaat dit wel beter als je groter wordt. Maar nu is het weer goed. Slaap maar lekker.'

Lien wordt zacht onder gestopt en even later slaapt ze al.





SPREKEN MET HET LICHAAM

Gebaren om het goed te maken

. elkaar een hand geven
. naar elkaar lachen
. een knuffel geven
. opnieuw met elkaar spelen
. samen iets leuk doen




Woorden om het goed te maken
. sorry zeggen
. zeggen dat je van elkaar houdt
. iets liefs zeggen aan elkaar
. samen praten





DOEN

Kleuren

Fano Lijntekening
Vertel de parabel
Bezorg daarna de kinderen een kopie van bovenstaande tekening.
De kinderen verwoorden wat op de tekening te zien is.
Daarna kleuren ze deze tekening in.





Grote kinderen

KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Inleiding

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2007 nr 6)

Leid de parabel over de verloren zoon als volgt in:
‘Heel wat mensen komen naar Jezus om naar hem te luisteren. Ook mensen die foute dingen doen, zoals Zacheüs, die de mensen teveel geld laat betalen. De belangrijke mensen van het land zien dat en zeggen tegen elkaar: ‘Die Jezus daar spreekt met mensen die verkeerd doen en Hij gaat samen met hen eten. Dat mag Hij niet doen!’
Jezus hoort hen mopperen en vertelt hun daarom het volgende verhaal.’
(Uit: ‘Zes kruiken wijn, Standaard Educatieve uitgeverij 1994, p. 48)

Dit soort inleiding biedt de gelegenheid om deze parabel voor te stellen als een verhaal dat Jezus zelf verteld heeft in een concrete situatie.



De parabel in het leven van Jezus

In de kinderbijbel 'Woord voor woord' laat K. Eyckman deze parabel op de volgende manier aansluiten op de ontmoeting van Jezus en Zacheüs:

Er waren nog wat boze mensen die buiten stonden. Ze wilden niet naar binnen komen bij het feest van Zacheüs. Ze zeiden: 'Stel je voor. Wij hebben nooit iets verkeerd gedaan. Wij deden altijd zoals het hoort. Maar die Zacheüs daar, die heeft het altijd verkeerd gedaan. Waarom gaat Jezus nou net bij hèm op bezoek? Wij zijn toch veel betere mensen voor hem!' Intussen was Jezus buiten gekomen. Hij was achter ze gaan staan. Hij had alles gehoord. Hij zei: 'Ik zal het jullie uitleggen. Luister: Er was eens een vader. Hij had twee zonen. De jongste zei: ...



Vertellen en inleven

Vertel het eerste deel van de parabel.
Stel je voor: jij bent de grote broer van deze jongen.
- Wat vind je van die jonge broer?
- Wat zou je tegen hem zeggen?
Lees dan het tweede deel van de parabel voor.





EVEN TESTEN

Vader en zoon: wie zegt wat?

(Idee: Beloofde land)

Verbind de zinnen met de persoon die ze zou kunnen gezegd hebben.

Zoon Uitspraken Vader
Ik wil dat jullie vrienden zijn
Iedereen moet mee feesten
Hij is een slechte zoon
Ik krijg niets, hij krijgt alles
Ik feest niet mee
Jij bent mijn zoon
Ik geef je een nieuwe kans
Ik ga niet naar binnen
Ik luister niet, los het zelf op
Ik schenk je vergiffenis




Waar of niet waar?

De vader weigert geld te geven aan zijn zoon.
De jongste zoon verspilt al het geld.
De jongste zoon verhongert bijna.
De jongste zoon spaart al zijn geld
De jongste zoon besluit werk te zoeken.
Trots komt de jongste zoon terug naar huis.
De vader organiseert een heel groot feest.
De oudste zoon is blij met dat feest.



Zet in de juiste volgorde

Kort daarna vertrekt de jongste zoon naar een ver land.
Daar verspilt hij alles.

Daarom probeert hij werk te vinden.
Een boer betaalt hem om voor de varkens te zorgen.

Maar dan komt er een zware hongersnood in dat land.
En ook de zoon begint honger te krijgen.

Jezus vertelt: 'Een vader heeft twee zonen.
Op een dag zegt de jongste: "Vader, geef mij het deel van uw bezit
dat ik zou krijgen als je sterft." En zijn vader verdeelt zijn bezit onder zijn zonen.

Op een dag ziet zijn vader hem in de verte aankomen.
Hij snelt op hem toe, valt hem om de hals en kust hem.

De vader zegt tegen zijn knechten: "Haal de mooiste kleren en laten we eten en feesten,
want mijn zoon hier was verloren en is teruggevonden."

Dan denkt hij: "De arbeiders van mijn vader hebben brood in overvloed,
en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader."

"Vader," zegt de zoon, "ik heb verkeerd gedaan. Ik verdien het niet uw zoon te heten.
Doe maar alsof ik een knecht ben."




Zet op de juiste plaats

De volgende zinnen zijn door elkaar geraakt. Zet ze in de juiste volgorde:

'Ik heb er spijt van, vergeef me!'
De vader is zo gelukkig.
'Ik was mijn zoon kwijt,"
Zijn vader ziet hem aankomen.


'maar nu is hij weer hier!'
Hij omhelst hem.
De zoon zegt: 'Vader, ik ben fout geweest.'
Hij zegt: 'Wij gaan feestvieren.'


Correctiesleutel
Op een dag zei de jongste zoon:
'Vader, ik wil mijn deel van de erfenis.'
En hij ging ver weg van zijn vader
en hij maakte al zijn geld op.

Nu moest hij uit armoede bij de varkens werken.
En hij dacht aan zijn lieve vader.
Toen kreeg hij spijt
en keerde naar zijn vader terug.



Cijfertekening

Cijfertekening





VERDIEPEN

Illustratie van Fano

Fano 40 4C

Vertel eerst de parabel.

- Welk moment van de parabel beeldt Fano uit?
- Wie zie je op deze illustratie?
- Bespreek wat die personen doen.
(Beeld die houding uit)

- Wat zie je op het dak van het huis staan?
- Welke vorm heeft dat voorwerp?
- Waarom zou dat zijn?

Beschrijf beknopt wat je op deze illustratie ziet. Verwerk daarin het antwoord op de bovenstaande vragen.



Een parabel, niet zomaar een verhaal

(C. LETERME in Overhoop, maart 2010, p. 30)

Een parabel is een verhaal waarmee men iets wil duidelijk maken. Jezus vertelde heel wat parabels. Marcus, Matteüs en Lucas hebben er 43 van opgeschreven in hun evangelie.
Met een parabel wil Jezus iets zeggen over God en over hoe de wereld er zal uitzien als het Rijk van God er is. Tegelijk vraagt Jezus met zijn verhaal aan de mensen om anders te gaan leven, zodat dit rijk van God er sneller kan komen.

Wie van de volgende figuren laat iets kennen van God?
O vader
O oudste zoon
O jongste zoon

Wat is het belangrijkste moment in deze parabel?
O de jongste zoon gaat varkens hoeden
O de oudste zoon wil ook een feestje
O de vader vergeeft de zoon

Wat wil Jezus met deze parabel zeggen?
O Geld maakt niet gelukkig
O God geeft nieuwe kansen
O varkens zijn vieze beesten

Welke titel past volgens jou het best bij deze parabel:
O ‘De verloren zoon’
O ‘De barmhartige vader’
O ‘Over twee verloren zonen’


Correctiesleutel
. Wie van de volgende figuren laat iets kennen van God? (de vader)
. Wat is het belangrijkste moment in deze parabel? (de vader vergeeft de zoon)
. Wat wil Jezus met deze parabel zeggen? (God geeft nieuwe kansen)
. Alle titels zijn mogelijk. Geef de kinderen voldoende tijd om uit te leggen waarom ze voor een bepaalde titel kozen.





INLEVEN

Zelf het vervolg schrijven

(TOV, Groeiboek 3, uitgeverij Patmos / Pelckmans)

Mijn vader had gemerkt dat ik was thuisgekomen van het werk. Hij kwam naar buiten. Hij vroeg me om mee te komen feesten. En toen, toen heb ik het hem eens goed gezegd! Ik zei: 'Ik heb altijd alles gedaan wat je vroeg. Toch heb ik nooit een bokje gekregen om met mijn vrienden te feesten. En nu is mijn broer, die alles heeft opgemaakt, teruggekeerd en jij geeft een groot feest voor hem met het gemeste kalf... Dat vind ik niet eerlijk.

Hoe loopt dit volgens jou af?



Eén vader, twee zonen

Waar en wanneer in mijn eigen leven herken ik mij in

. de liefdevolle houding van de vader die, wat er ook gebeurt, op de uitkijk staat naar zijn zoon die verloren is?

. de jongste zoon, die vooral opkomt voor zichzelf, plezier maakt, maar ook honger kent, pijn heeft, zich alleen voelt en uiteindelijk toch de stap waagt om naar zijn vader te gaan?

. de oudste zoon, die altijd heel gehoorzaam doet wat zijn vader van hem vraagt, maar jaloers wordt, wanneer hij merkt dat zijn vader een groot feest geeft voor zijn jongste broer die al zijn geld verkwistte.
Hedwig Berghmans



Rollenspel

De kinderen zitten in een halve kring. De spelers worden uitgekozen.
Wie ze moeten voorstellen weten ze nog niet. Dat wordt aan de andere kinderen gevraagd om die ook bij het spel te betrekken.

Iemand mag de vader zijn. Hij is een boer met landerijen. Samen met de andere kinderen wordt van de speler een vader-boer gemaakt door vragen te stellen:
- Hoe ziet hij eruit? Hoe oud is hij?
- Is dit een strenge vader?
- Houdt hij de deur dicht voor zijn zoon?
- Hoe ontvangt hij zijn zoon als die terugkomt?

De speler weet nu wie hij voorstelt en hoe hij eruit ziet. Op dezelfde manier wordt ook de persoon en de houding van de zoon ingevuld. Dan zoekt de rest van de klas rollen voor de andere spelers: de knechten en de dienstmeisjes van de vader, de feestende mensen in het buitenland, de baas van de varkens, die de zoon in dienst nam.
Ook die rollen worden in gesprek met de kinderen ingevuld. Hierdoor kunnen de spelers zich gemakkelijker inleven.

De spelers herhalen, wie ze voorstellen en hoe ze eruit zien. Er wordt afgesproken hoe het spel begint, hoe het verloopt en wat het einde is. Het spel is uit, als de vader een feest geeft voor de teruggekomen zoon.

Als ieder weet, wat hij moet doen, wordt het spel gespeeld. (Meestal is dat korter dan de voorbereiding. Dat is niet erg. Belangrijk is, dat de kinderen zelf in het verhaal worden betrokken)

Bespreek na het spel wat de kinderen gedaan hebben en wat ze ervan vonden:
- Was het normaal dat die vader zijn zoon weer in huis opnam?
- Waarom gaf hij eigenlijk dat feest en geen straf?
- Hoe voelde de zoon zich toen hij zijn vader weer voor de eerste keer zag?



Rollenspel: Vergeving

Vertel tot aan de *.
Laat de kinderen zelf het vervolg spelen.
Vergelijk met het vervolg in de parabel.
Bespreek, waarbij je aandacht hebt voor het woord 'vergeven'.
Lees nadien eventueel het vervolg van de situatie.


Situatie 1 (idee: Sofie Thijs)
Personages: Tom, de moeder van Tom, de zus van Tom, Tessa

Tom zit samen met zijn moeder en zijn kleine zus aan tafel.
Na het eten zegt mama: 'Tom help je me even met de afwas ?'
Tom heeft een hekel aan afwassen en trekt een zuur gezicht.
Moeder merkt het niet en zegt nog eens: ' Kom, dan kunnen we straks nog gezellig TV kijken.'
Tom antwoordt niet. Plotseling staat hij recht en zegt boos:
'Ik moet altijd helpen en Tessa moet nooit iets doen.
Ik denk dat jij Tessa liever ziet dan mij !' Mama schrikt.
Voor ze iets kan zeggen loopt Tom naar zijn kamer en slaat de deur toe.
's Avonds kijkt mama tv in de living.

Tom komt aarzelend de living binnen en gaat naast de zetel staan.
Hij wacht even, maar dan zegt hij 'Mama, ik heb veel spijt dat ik dat gezegd en dat ik zo boos was.'
Mama kijkt Tom met een triestig gezicht aan en zegt: ' Ik hoop dat je zoiets nooit meer zal zeggen tegen mij.
Tom knikt. Dan zegt mama: ' Kom hier maar zitten en kijk nog maar wat tv voor je gaat slapen.


Situatie 2 (idee: Jan Van Dijck)
Personages: Bart, Bert

Bart en Bert hebben net een prachtig zandkasteel gebouwd.
Ze zijn er zeer fier op, want het is echt een prachtig kasteel. Hugo heeft het gezien en is wel een beetje jaloers.
Om hen te plagen loopt hij door het kasteel zodat het helemaal vernield wordt.

Bart en Bert zijn hiervoor heel boos. Nadien krijgt Hugo spijt en hij gaat zich verontschuldigen bij de twee jongens.
Deze zijn nog steeds boos, maar besluiten toch om Hugo te vergeven.


Situatie 3 (idee: Jan Van Dijck)
Personages: papa, mama, Dave, Annemie

Mama en papa zijn rustig aan het lezen. Dave en Annemie zitten samen op Dave's kamer naar luide muziek te luisteren.
Mama komt vragen of de muziek willen stiller zetten. Maar om haar te plagen zetten ze hem nog wat luider.
Plotseling komt papa kwaad de kamer binnen en geeft hen een fikse uitbrander.

Iets later gaan ze slenterend naar beneden om 'sorry' te zeggen.
Mama zegt dat ze in het vervolg van de eerste keer moeten luisteren, maar geeft ze daarna een stevige knuffel.

Vergeven
Als je iets verkeerds gedaan hebt, en de ander zegt:
'Ik neem je dat niet kwalijk.'
'Ik weet dat je fout was, maar ik geef je nieuwe kansen.'
Dan is dat 'vergeven'.

Voor christenen is Jezus hierbij hun grote voorbeeld. Hij zei dat de liefde van God heel groot is.
Zo groot dat Hij de fouten van de mensen wil vergeven.
Hij leerde hen bidden:
'God, onze Vader, vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.'




Rollenspel: Verzoening

(naar een idee van Sofie Thijs)

Vertel tot aan de *.
Laat de kinderen zelf het vervolg spelen.
Vergelijk met het vervolg van de situatie.
Bespreek nadien, waarbij aandacht voor het woord 'verzoenen'


Situatie
Personages: Evy, Simon

Simon en Evy moeten samen een tekening maken voor school. Woensdagnamiddag is Evy naar Simon gekomen.
Ze werken samen aan de tekening. Simon heeft zijn beste kleurpotloden bovengehaald. Evy is erg druk bezig.
Plotseling stoot ze tegen het doosje met kleurpotloden. Ze vallen op de grond. Alle punten zijn afgebroken.
Simon roept boos naar Evy:' Onhandige, jij kunt nooit iets goed doen!' Evy wordt ook boos.
Ze roept: 'En jij kunt helemaal niet mooi kleuren!' Daarna neemt ze haar jas en loopt naar huis.
De volgende dag gaat Evy alleen naar school. In de klas praten ze niet tegen elkaar.
Na het weekend vraagt de juf of de leerlingen hun tekeningen willen afgeven. Simon en Evy hebben geen tekening.
De juf zegt dat ze hun tekening moeten maken tijdens de middagspeeltijd. Die middag zitten ze dus samen in de klas.

Evy zegt: 'Het spijt me dat ik je kleurpotloden heb laten vallen, het was een ongeluk.'
'Ik weet dat wel,' zegt Simon, ik had helemaal niet zo boos moeten worden, jij bent helemaal niet onhandig.'
'En jij kan best goed tekenen, ' zegt Evy. 'Zijn we dan terug vrienden?' vraagt Simon.
'Natuurlijk,' zei Evy. Ze gaan dicht bij elkaar zitten om hun tekening verder af te werken.

Verzoening
Als iemand iets fout gedaan heeft of ruzie gemaakt heeft, als je hem vergeven hebt,
en als je dan echt probeert samen goede vrienden te zijn, dan spreekt men van verzoenen.
Soms geven mensen elkaar dan een zoen, of ze omhelzen elkaar zoals in de parabel van de verloren zoon,
maar ze kunnen elkaar ook de hand drukken of gewoon weer met elkaar praten of naar elkaar glimlachen.




Stripverhaal

De kinderen maken hun eigen stripverhaal in 6 vakjes. Dit is het verhaal:

DE VERLOREN AFSTANDSBEDIENING

1. Louise en Daan willen elk hun eigen T.V.-programma zien. Maar er is maar één T.V.2. Daan verstopt de afstandsbediening. Louise maakt speelgoed van Daan stuk3. Mama komt op het lawaai af, en stuurt hen beide naar hun eigen kamer.
4. Het is etenstijd. Mama heeft beide geroepen. Ze komen de deur van hun kamer uit.5. 6.


De kinderen nemen een blad en tekenen daar zes vakjes op.
In vier van die vakjes tekenen ze een deel van het verhaal.
In tekstballonnen schrijven ze wat ze zeggen. Maar het verhaal van Louise en Daan is niet af.
Ze bedenken zelf hoe het verder kan gaan.
. Maken Louise en Daan verder ruzie? Wat zeggen ze dan?
. Maken ze het terug goed? Welke woorden gebruiken ze?
. Lopen ze langs elkaar heen en zeggen ze niets?
. Hoe zien hun gezichten er dan uit?
Ze tekenen hun antwoord in de twee volgende vakjes
Nadien vergelijken ze het einde van hun verhaal met dat van Jezus.





VERTELLEN

De nieuwe meester

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007, p. 336)

‘Uilskuiken! Domoor! Nietsnut! Je let nooit op!
Je zit hier maar te zitten!’
Dat was het laatste wat de jongen te horen kreeg.
Toen vloog hij de klas uit.
Hij moest naar een andere school.
Hij was er kapot van.

Drie dagen later zat hij op de nieuwe school.
De directeur had de meester verwittigd:
‘Het is een lastig kereltje, verwaand, lui en koppig.’
De meester gaf z'n nieuwe leerling
een mooie plaats op de eerste bank.
‘s Middags riep hij hem bij zich.
‘Wil je het bord afvegen?’ vroeg hij.
De jongen aarzelde,
maar de vriendelijke toon van de meester
overhaalde hem.
Toen hij klaar was,
kwam de meester naast hem staan.
‘Wat heb je nu gedaan?’
‘Het bord afgeveegd, meester.’
‘Juist, alles wat er stond heb je weggeveegd.
Luister, kerel. Dat is wat ik met jou wil doen.
Alles wat je uitgespookt hebt,
alle fouten die je maakte, veeg ik weg.
Er blijft niets van over. Ik houd er geen rekening mee.
Vandaag begint jouw nieuwe reis.
Trouwens, je bent niet alleen. Ik reis met je mee.’
Zijn meester gaf hem een vriendschappelijke klop op de schouder.

De jongen danste de klas uit.
Zingend kwam hij op de speelplaats.
Een nieuwe speelplaats... een nieuwe school... nieuwe vrienden...
en... een nieuw leven.




Overweging bij het verhaal
(C. Leterme in 'Kerk en leven', Federatie Rotselaar, 3 april 2019, p. 1)

Er zijn veel soorten meesters en juffen:
sommigen verliezen hun geduld en slingeren gemakkelijk verwijten,
anderen benaderen hun leerlingen met engelengeduld.

Niet elk van hen staat stil bij het impact dat dit kan hebben
op die jonge levens: telkens opnieuw dezelfde opmerkingen krijgen
kan zelfs iemand in zijn houding doen bevriezen.

‘Ik kan toch niets goed doen’
‘Je weet toch dat ik lui en dom ben’
‘Wat kan mij die school schelen!’

De meester in het verhaal hierbij behoort tot het andere type:
hij benadert de jongen zonder vooroordelen,
hij geeft de jongen voluit nieuwe kansen.

Dat geeft de jongen vlinders.
Misschien zal hij het nog niet gemakkelijk hebben,
maar hij weet wel dat hij kansen krijgt.

Jezus is te vergelijken met de meester in het verhaal:
wat minder goed was
wordt niet meer in de wonde gewreven.

Op een heel gewone manier, helemaal niet spectaculair
bood Jezus mensen mogelijkheden
die de maatschappij hen ontnam.

De veertigdagentijd is een geschikte periode
om zich af te vragen hoe het zit met zijn relaties tot anderen:
kansen gevend of verstikkend.

Niet alleen in de eigen omgeving
maar ook over de hele wereld,
die ons dorp is.





DOEN

Boekje maken

Materiaal
Vier illustraties bij deze parabel
Vier tekstblokken (knip die vooraf los van elkaar).
Tekening van de oudste zoon
kleurpotloden; stiften; perforator, touw, twee extra bladen als kaft.


Verloop
Vertel de parabel (tot Lucas 15, 24). De kinderen kleuren de illustraties bij de parabel.
Als ze per vier werken kunnen ze met hun vier verschillende illustraties een boekje maken. Ze schikken de tekeningen eerst in de juiste volgorde. Daarna kleven ze de tekst die erbij past.

Dan vertellen de kinderen de parabel opnieuw vanuit hun 'boekje'.
Sta daarna stil bij de grote broer van de jongen.
- Wat zou die tegen zijn jonge broer kunnen zeggen?
- Zou jij dat ook zeggen?
Vertel dan wat Jezus over die grote broer vertelt.
Vergelijk met wat ze zelf eerder zegden.
De kinderen krijgen de tekening met de oudste zoon. In hun groepje bespreken ze wat ze onderaan de tekening schrijven.
Daarna worden de bladen gebundeld tot een boekje.


Belangrijk
Geef de kinderen zeker een pluim wanneer ze zich heel vergevingsgezind opstellen.





BIDDEN

Ik heb fouten gemaakt...

(E. ZUIDERVELD & D LE MAIR, Geloven als een kind, Unisong music publishers B.V., Hilversum, 2003, p. 8-9 (CD en partituur)

Heer, ik wil U zeggen
dat ik fouten heb gemaakt
dingen die ik zei
dingen die ik dacht
dingen die ik heb gedaan
of juist niet gedaan.
Het spijt me, Heer
het spijt me Heer
het spijt me, jullie allemaal.
Laten wij bidden voor elkaar
Heer, maak ons leven nieuw en waar.





Jongeren

INLEVEN

Rollenspel

Vertel:

Vader en moeder hebben twee kinderen: een broer en een zus.
Op een dag zegt de zus: 'Papa en mama, ik wil weg gaan naar het Zuiden van Frankrijk.
Daar kan ik leven zoals ik dat wil. Willen jullie me nu het geld geven dat later toch voor mij zal zijn...'
De dochter vertrekt.
Ze maakt veel plezier ...
Op een dag is al haar geld opgebruikt. Ze wil gaan werken, maar nergens vindt ze een baantje.
Op een dag ziet ze een vriend die zegt: 'Ga naar dat restaurant.
Daar zoeken ze iemand om af te wassen.'
Diezelfde dag nog mag ze in het restaurant werken.
Na enkele dagen denkt ze: 'Wat ziet dat eten er hier toch lekker uit.
Maar dat is voor de klanten bestemd. En thuis maakte mama zo'n lekker eten. Ik ...


Verdeel de groep kinderen in groepjes.
Laat ze elk nadenken over hoe het verhaal verder zou kunnen gaan.
Hun vervolg op het verhaal brengen ze als een toneeltje voor de anderen.
Na elke voorstelling vat je het vervolg van het verhaal kort samen.
Wanneer alle groepjes hun spel gespeeld hebben wordt het geheel besproken aan de hand van de vraag:
Welk vervolg op het verhaal treft jullie het meest? Waarom?

Vertel dan de parabel die Jezus vertelde.
- Welke gelijkenissen zijn er met het verhaal over het meisje dat naar Frankrijk ging?
- Vergelijk het slot van deze parabel met het einde dat jullie aan dat verhaal gemaakt hebben.



Bibliodrama

Materiaal
drie kaartjes met daarop:
JONGSTE ZOON / DOCHTER
VADER / MOEDER
OUDSTE ZOON / DOCHTER


Verloop
Lees eerst de tekst van de parabel voor.

Plaats daarna drie tafels in de vorm van een driehoek.

Nodig dan de jongeren uit om aan één van de drie zijden van de driehoek plaats te nemen.
. Aan de eerste zijde gaan de jongeren zitten die de rol van de verloren zoon of dochter willen opnemen.
. Aan de tweede zijde nemen de jongeren plaats die de rol van de vader of moeder spelen.
. Aan de derde zijde zitten de broers of zussen van de teruggekeerde broer of zus.

Neem zelf plaats op een van de drie hoeken.

Leid dan het bibliodrama in:
je zit nu samen aan de ontbijttafel, 's morgens na het welkomstfeest, waarop de oudste zoon afwezig was.
Jullie kunnen elkaar vragen stellen, uitleg geven, ter verantwoording roepen over wat er gisteravond gebeurd is en bespreken hoe het in de toekomst verder moet.

Grijp zo weinig mogelijk in in dit gesprek. Jouw taak bestaat erin de communicatie tussen de jongeren vanuit hun rol te vergemakkelijken.


Na het spel volgt een gesprek:
- Heb je iets herkend uit mijn eigen ervaring?
- Hoe ga je om met conflicten thuis?
- Is er plaats voor verzoening?
- Hoe ga je om met de minder positieve kanten van anderen?
- Hoe lees je nu deze parabel?

Lees de parabel nog eens voor om deze activiteit af te sluiten.



Een ander standpunt

Doel
De draagwijdte van deze parabel onderzoeken, door die vanuit een ander standpunt te benaderen.


Vooraf
Maak evenveel briefjes als er jongeren zijn.
Schrijf op die briefjes telkens één van de volgende figuren:
- de oudste broer die thuis gebleven is
- een arbeider van de vader
- de vader zelf
- de meid die het mooiste kleed uitzoekt
- de knecht die het gemeste kalf moest zoeken
- de moeder van de verloren zoon
- een zus van de verloren zoon
- een vriend van de verloren zoon
- een vriendin van de verloren zoon
- ...


TIP
Maak een paar briefjes waarop dezelfde figuur staat, voor het geval de groep jongeren te groot is.
Maak een keuze tussen de verschillend figuren voor het geval de groep kleiner is.


Verloop
Bezorg de jongeren de tekst van de parabel van de verloren zoon.
Geef hen de opdracht om die parabel opnieuw te schrijven, maar dan vanuit het standpunt van de figuur van wie ze een briefje trokken.
Of: je geeft ze wat tijd. Daarna vertellen ze wat door hen gegaan is toen ze zich inleefden in een van die figuren.

Lees de parabel nog eens voor om deze activiteit af te sluiten.



Brieven schrijven

Vraag de kinderen om een brief te schrijven aan een van de hoofdspelers uit het verhaal.
B.v. zij schrijven een brief aan de jongste zoon;
Zij kunnen ook in de huid te kruipen van een van de andere figuren.
B.v. Zo kan 'de oudste zoon' een brief schrijven aan zijn vader.
't Best wordt eerst in groepjes besproken welke brief men wil schrijven, om vervolgens alleen of met twee aan het werk te gaan.
De brieven worden voorgelezen en besproken.





VERTELLEN

De andere verloren zoon

(C. LETERME, Parels van verhalen)

(Naar een tekst van K. STAES)

Een vader had twee zonen.
De jongste zei tot zijn vader: ‘Ik wil niet leven zoals u,
ik ga weg en zoek mijn eigen weg.’

'Vrienden' leerden hem het 'paradijs' kennen.
Hij dronk en bleef liggen waar hij lag.
Beschilderde meisjes graaiden naar zijn geld.
Hij begon honger te lijden.
Hij belde aan bij zijn vroegere vrienden.
Maar die waren niet thuis voor hem.
Hij ging werken voor een hongerloon.

Toen kwam hij tot nadenken en zei:
‘Bij mijn vader is eten in overvloed;
onze kat krijgt er lekkere brokjes,
terwijl ik verga van de honger.
Ik ga terug naar huis en zal zeggen:
Vader, ik heb misdaan, ik ben niet waard uw zoon te heten,
maar neem mij aan als een ongeschoolde arbeider.'

Zijn vader zag hem al aankomen.
‘Vader, ik heb misdaan ...’
Zijn vader keerde zich om: ‘Je bent mijn zoon niet meer.’
De deur viel dicht.
Zijn vader sprak erover met de oudste zoon.
Die haalde zijn schouders op: ‘’t Is zijn eigen schuld!
Hij is nu eenmaal een mislukkeling en zal het blijven.’

Enkele weken later kopten de kranten:
'Brutale inbraak.
Jonge dader nog dezelfde dag ingerekend.'




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 2 maart 2016, p. 1)

Wel erg confronterend dit verhaal! Maar toch ook weer niet zo ongewoon: ‘Die jongste zoon had maar beter moeten weten!’ en ‘Wie zijn leven vergooit, moet op de blaren gaan zitten!’ Ook toen Jezus leefde dacht men er zo over. Als Hij vertelde over een zoon die heel zijn erfenis erdoor joeg, wist iedereen direct hoe zijn omgeving zou reageren. Maar Jezus geeft een ‘twist’ aan zijn verhaal. De oudste broer reageert nog wel als verwacht, maar de vader!?!? Ineens zien we waar het de parabel om te doen is … Wat Jezus ermee voor ogen had …

Jezus verdeelt de mensen in zijn parabel in twee grote categorieën: de mensen die doen wat de maatschappij en haar wetten voorschrijft, en de mensen die een heel andere weg opgaan. ’t Spreekt bijna vanzelf dat de mensen toen kozen voor de houding van de oudste zoon. Zo was hun opvoeding geweest. In hun ogen moest de vader ook zo handelen.

Maar in de parabel van Jezus reageert die vader helemaal anders: hij blijft betrokken op zijn zoon. Elke dag tuurt hij de einder af om te zien of zijn zoon nog niet terugkeert. Hij gaat niet zelf op zoek – nee, hij gunt zijn jongste zoon alle vrijheid. Maar als hij zijn zoon in de verte ontwaart, verliest hij alle oosterse waardigheid en snelt op hem af. Zijn zoon wordt overdonderd. Nog voor hij een kans krijgt zich te verontschuldigen, staat zijn vader al klaar met nieuwe kleding, een zegelring die hem bevestigt als zoon, en een oproep om een copieus feest te organiseren.

De manier waarop Jezus over die vader spreekt, verraadt de eigen kijk van Jezus op God: God rekent niet, Hij rekent ook niet af, Hij is een en al liefde. Hij gunt zijn zoon het zoeken van een eigen levensweg, Hij gunt hem de vrijheid om terug te komen, Hij overlaadt hem met blijken van genegenheid.

In de parabel blijkt de oudste zoon zo verstrikt in het web van wetten en verplichtingen dat hij ‘leven’ onmogelijk maakt en er niet toe komt nieuwe kansen te geven.
Wie is er nu de ‘verloren’ zoon?





MEDITEREN

De eerste stap

Die eerste stap zetten is niet de gemakkelijkste.
Maar, ‘t is maar één stap!
En net die stap zet alles in beweging.

Die stap die alle andere voorafgaat,
bestaat in het vertrouwen
dat mijn vader zal vergeven.

Die vader, dat is God.
De verloren zoon, dat ben ik.
Deze grenzeloze vergeving dat is liefde.





Overwegingen

Henri Nouwen

Iedere keer dat we
Elkaar vergeven in plaats van elkaar te lijf te gaan,
Elkaar zegenen in plaats van te vervloeken,
Elkaars wonden verzorgen in plaats van ze dieper te maken,
Elkaar bemoedigen in plaats van te ontmoedigen,
Elkaar hoop geven in plaats van elkaar tot wanhoop te drijven,
Elkaar omhelzen in plaats van te bestoken
Elkaar begroeten in plaats van te negeren,
Elkaar danken in plaats van te bekritiseren,
Elkaar prijzen in plaats van te belasteren,
Kortom
Iedere keer dat we kiezen voor elkaar
In plaats van tegen elkaar,
Maken we Gods onvoorwaardelijke liefde zichtbaar,
Verminderen we het geweld
En werken we aan het tot stand komen
Van een nieuwe gemeenschap.



Marc De La Marche sj

Eerlijke communicatie

(in Overhoop, mei 2011, p. 33)

Is het je opgevallen dat er in dit sterke verhaal ook een vierde persoon in het spel is? Hij valt niet onmiddellijk op, integendeel. Hij lijkt een toevallige randfiguur. Je bent hem ook meteen vergeten. Maar hij is het wel die het 'nieuws' aan de oudste zoon vertelt.
En hoe vertelt hij het! Hij kent de gevoelige plek van de oudste en speelt er handig op in.
Dat gemeste kalf, weet je wel, (dat jij nooit gekregen hebt!), uw vader heeft het laten slachten (jawel!),
omdat hij hèm gezond en wel heeft teruggekregen (ik heb er verder niets mee te maken, hoor, ik zeg het alleen maar omdat u ernaar vraagt).
Sluw insinueert hij datgene wat de oudste in zijn hart kan raken en kwetsen.
Hij vertelt geen leugens, oh neen, hij verpest alleen de sfeer. Hij zet de oudste onopvallend tegen zijn vader op. En blijkbaar geniet hij daarvan.
(...)
Stel je eens voor dat de oudste zoon een andere knecht had aangetroffen toen hij van het veld kwam,
die niet over dat gemeste kalf was begonnen, maar iets gezegd had als:
'Uw broer is onverwacht teruggekomen, helemaal uitgehongerd en vol spijt, en je vader is zo gelukkig dat hij teruggekomen is.
Hij zal blij zijn dat u er bent, want hij vroeg onmiddellijk naar u.' Misschien was het dan wel een heel ander verhaal geworden.



Pater Frans Mistiaen sj

Onze nooit verloren vader wil bemind worden!

Wij kunnen ons hem goed voorstellen,
die beheerder van een welstellend bedrijf,
met knechten, een grote kudde, een ruim stuk land,
maar vooral... met twee zonen, zijn grootste rijkdom.
Voor wie of wat werkt en zwoegt zo'n vader dag en nacht?
Toch niet voor zichzelf!
Neen, zo leren wij hem niet kennen in het verhaal.
Al zijn inspanningen en bekommernissen
hebben uiteindelijk maar één doel:
dat alles zijn zonen ten goede zou komen. Dat is evident!
Maar er komt iets bij.
Zulk een vader draagt in zijn hart het verlangen
dat een groter-wordende zoon niet louter een opvolger-concurrent,
maar eigenlijk een vriend van hem zou worden,
iemand waarmee hij al eens iets kan bespreken,
aan wie hij meer en meer kan toevertrouwen,
met wie hij zijn zorgen kan delen.

In zo'n situatie is de koude vraag van de jongste zoon
dan ook het begin van een drama:
"Geef míj het deel van het bezít waarop ík récht heb!"
Dit is een eis van iemand die op zijn rechten gaat staan.
Door zo zijn deel op te vorderen,
gedraagt de jongste zich niet meer als vriend-zoon,
maar stelt hij zich op als een knecht, een bediende, een loontrekkende,
die voor zichzelf komt opeisen wat hij meent verdiend te hebben.
Het is evident dat de jongste zoon zijn deel zou krijgen.
Maar eigenlijk wou de vader er nog veel meer bij geven,
nl. zijn vriendschap.
Vraagt de jongste zoon dus teveel? Helemaal niet! Hij vraagt te weinig.
Door zijn deel van het bezit op te eisen,
zegt de jongste zoon met evenveel woorden
dat hij het geld van zijn vader verlangt,
maar dat hij zijn vriendschap kan missen.
Daardoor degradeert hij zichzelf van "zoon"
tot een "op loon beluste knecht".
Maar wat het ergste is: daardoor maakt hij van zijn “vader”
een "baas, die loon uitbetaalt".

En hier zit de fout. Regelmatig beschouwen ook wij God als baas,
als Diegene die ons moet geven
waarop wij toch eigenlijk menen recht te hebben
omdat wij denken dat wij het wel verdiend hebben.
Maar in feite krijgen wij alles van God,
en het belangrijkste, Zijn vriendschap,
die wij er gratis bovenop krijgen, dat vinden wij soms bijkomstig.
Welnu, onze God wil juist geen baas zijn
van knechten of meiden die hun beloning opeisen,
maar een Vader van vrije zonen en dochters
die Hem graag zien en dankbaar beminnen.
Over dat verschil van kwaliteit in onze relatie met God,
daarover gaat de parabel.

Wij kunnen ons voorstellen met welk een pijn in het hart
die “afgeschreven” vader zijn jongste laat vertrekken.
Toch probeert God ons nooit tegen te houden
of te dwingen met uiterlijke dwangmiddelen.
Vol respect voor de vrijheid van de mens
laat Hij Zijn verloren zoon gaan.
Die geraakt vlug in de ergste miserie,
maar hij heeft blijkbaar toch het beeld van zijn vader
in zijn hart bewaard.
Luister hoe hij, op het moment van zijn inkeer,
heel juist inziet waar het eigenlijk over gaat:
"Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen:
Ik ben niet meer waard uw zoon te heten,
maar neem mij aan als één van uw dagloners."
Nu ziet hij in dat hij zich niet heeft gedragen
als een echte zoon, maar als een loonknecht.

Maar de Vader staat al lang op de uitkijk
en Hij rehabiliteert hem volledig.
"Het besef van zoon-te-zijn in die jongen-van-mij was dood
en is weer levend geworden. Laat ons daarom feest vieren!"

Maar er is nog de oudste.
Die is jaloers en wil niet naar binnen.
En de Vader zet de eerste stap, uitnodigend.
En luister dan weer naar de woorden van die oudste zoon:
"Al zo vele jaren díen ik u,
en nog nooit heb ik uw geboden overtreden,
maar nu viert ge feest!"
Ook hij heeft er dus blijkbaar nog niets van begrepen.
Hij heeft zijn oude heer jarenlang gehoorzaam “gediend”,
maar hij heeft hem nog nooit echt “bemind”.
En God wil nu juist niet onderdanig gediend worden
als was Hij enkel maar een baas of een werkgever.
God wil bemind worden en door ons uit vrije wil erkend
als Wie Hij in feite is, nl. een hartelijke Vader.
"Mijn jongen, jij bent altijd bij mij
en alles wat van Mij is, is ook van jou.
Ik bied je al jaren gemeenschap aan van alles wat ik ben,
mijn vriendschap.
Heb je het dan nog niet begrepen?"
De oudste, zowel als de jongste, begaan dezelfde fout.
De éne in een vlaag van jeugdige onbezonnenheid,
de andere tijdens een jarenlange opgekropte bitterheid.
Maar beiden tonen zij dat zij liever leven
zonder de vriendschap van de vader.

Ook wij lopen al eens weg van God, niet fysisch, maar innerlijk.
In onze reacties en onze gebeden
verwerpen wij Hem soms als hartelijke Vader.
Op sommige dagen is Hij onze Vader niet meer,
niet omdat Hij geen Vader meer wil zijn,
wel omdat wij ons niet gedragen als zonen en dochters,
maar eerder als onderdanige en toch veeleisende knechten en meiden.

In deze weken voor Pasen vraagt dit evangelie ons
dat wij ons bekeren en maakt duidelijk wat dat betekent,
nl. dat wij ons bevrijden van die knechten- en meidenmentaliteit,
waarbij wij ons tegenover God
verplicht voelen of Hem eisen gaan stellen,
en dat wij opnieuw gaan beseffen
dat wij zonen en dochters zijn of opnieuw kunnen worden,
dwz. mensen die Hem dankbaar zijn voor het ontvangen leven,
en die er steeds voor kiezen
verbonden te blijven leven
in de vriendschap
van onze "nooit verloren" Vader.

Het beste wat wij op dit moment kunnen doen
is mee naar binnen gaan, delen in Zijn vreugde,
een aanzitten aan het feestmaal
dat deze hartelijke Vader voor ons hier vandaag weer heeft klaargemaakt.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Een liefdevolle God

Er waren eens twee jonge mannen. De vader van de jongste, dat was me nogal een vader. Je kon er alle kanten mee op. Je vraagt hem je erfdeel? Je krijgt het terstond en je doet ermee wat je wil. Een vader die je totaal vrij laat. Hij laat je beschikken over jezelf, hij laat je meester over je levensweg. Je gaat weg van je vader? Goed. Je komt terug? Hij stond je reeds op te wachten. Zelfs al heb je dan nog gans zijn bezit verbrast met slechte vrouwen.

De vader van de oudste, dat was me ook nogal een vader. Iemand met geboden die niet te overtreden waren. Hij liet zijn zoon aan het werk tot laat in de avond, en nooit hij gaf hem een bokje om te feesten met zijn vrienden. Die zoon verschoot zich nogal een bult toen hij eens, zoals naar gewoonte, te laat voor het avondmaal van zijn werk thuis kwam en, in plaats van een bordje koude pap, het huis met de geur van kalfsgebraad in volle feest vond. Hoewel erfgenaam, was hij niet door de vader van dat feest op de hoogte gebracht en moest hij zijn informatie opvragen bij het personeel.

En nu komt het probleem. Die twee zo verschillende vaders zijn eigenlijk maar een en dezelfde vader. Jezus heeft het verhaal gezet op het standpunt van de oudste zoon. In diens ogen waren er twee verschillende vaders: een vader die alles door de vingers ziet en voor wie de jongste zoon alles mag, en een vader die zonder tegemoetkoming alles in rekening brengt en voor wie de oudste zoon zich mag afsloven. Dat is toch duidelijk een vader die niet rechtvaardig is. Een vader die begaan is met zijn jongste en die niets over heeft voor de oudste.

Die parabel heeft zijn toepassing: zoals de oudste zoon de vader onrechtvaardig vindt, zo vinden de Farizeeën en de Schriftgeleerden Jezus onrechtvaardig. Zijn barmhartigheid jegens zondaars en tollenaars schept wrevel. Jezus verwijst almaar naar een God die meer vreugde vindt in de bekering van een zondaar die de bloemetjes heeft buiten gezet, dan in de rechtvaardigheid van 99 rechtvaardigen die zich afsloven om de geboden te onderhouden, een God die de arbeiders van het laatste uur evenveel betaalt als de arbeiders die acht uren geklopt hebben en de hitte van de dag hebben doorstaan.

Twee godsbeelden botsen hier tegen elkaar: Een God van de Wet die alles ijkt op de strikte rechtvaardigheid, versus de God die Jezus verkondigt, en die de rechtvaardigheid ijkt op de barmhartigheid. De parabel die we noemen naar de “verloren zoon” stelt de figuur van de Vader centraal, en is dus eigenlijk de parabel van “de barmhartige Vader”. Jezus, die ons openbaart wie de Vader is, preciseert er ons het ware karakter van Gods vaderschap. Het eindwoord van de drie opeenvolgende gelijkenissen is vreugde en feest om het teruggevonden schaap, om het teruggevonden zilverstuk, om de teruggevonden zoon. God is in vreugde als Hij God mag zijn, als Hij barmhartig kan zijn. Onze God is geen statisch beeld: Hij is Iemand die op zoek is, die op de uitkijk staat. Hij laat ons in volle respect vrij te gaan waar wij willen. Maar Hij blijft ons verwachten, vergevend, opbeurend. Hij is erop uit ons onze persoonlijke waardigheid terug te schenken met het schoeisel van de vrije mens, met de zegelring van de verantwoordelijkheid en het feestgewaad van wie gehuldigd wordt en gefeest omdat hij teruggekomen is naar zijn Vader.

De twee zonen hadden ieder maar de mentaliteit van een huurknecht: de oudste diende zijn vader als een knecht volgens de regels, de jongste wilde als dienstknecht terug worden aangenomen. De Vader echter wil hen zien als vrije rechtopstaande mensen, in staat tot een persoonlijke relatie met Hem. Daar ligt zijn vreugde. Steeds biedt Hij verzoening aan zodat bij ons erkenning en erkentelijkheid mogelijk wordt.

Zo stelt Jezus ons een God voor ogen die liefde is. De liefde is nederig omdat ze niet met zichzelf begaan is maar met de andere. God is zo nederig dat elke belediging van onze kant doodloopt in zijn liefde. God is de barmhartigheid zelf, Hij is de vergeving zelf, maar als wij gaan staan op de plaats van onze onkreukbare rechtvaardigheid hebben wij zijn barmhartigheid niet vandoen. Tevreden over onszelf hebben we geen nood naar Hem terug te keren.



Overgrote vreugde

De parabel van de barmhartige vader is nog altijd actueel. Die vader heeft twee zeer verschillende zonen, maar die zonen gelijken toch op elkaar, want ze begrijpen niet veel van de liefde en de barmhartigheid van hun vader. Het doet ons pijn vandaag in de Kerk: dikwijls is de jongste zoon er vandoor: hij heeft vaderhuis en Kerk verlaten met zijn erfdeel van christelijke waarden, folklore en vrijheidsgevoel. Door weg te gaan heeft hij duidelijk gesteld waar hij stond. Zijn afstandname drukt alleen maar zijn innerlijke gesteltenis uit. Eigenlijk was hij ver van zijn Vader.

Wij echter, die gebleven zijn in vaderhuis en Kerk, zijn we soms niet even ver van de Vader verwijderd als de jongste zoon? Hoe zit het met onze verhouding tot God? Begrijpen we iets van zijn barmhartig hart? Zijn we gegrepen in het diepste van onszelf door zijn liefde, zo onvoorstelbaar, zo innig tegenwoordig? Jezus stelt ons de vraag.

Dat de vader zijn jongste zoon lief heeft is evident: hij eerbiedigt zijn vrijheid, hij geeft hem zijn erfdeel, hij laat hem gaan maar hij bespiedt zijn terugkomst, hij werpt zich om zijn hals, hij vergeeft de zoon alles reeds nog voor hij zich kan uitspreken; er is ook niets teveel om hem te vieren: het schoeisel van de vrije man, de zegelring die macht geeft op transacties, het mooiste kleed, het vetgemeste kalf plus een feest met muziek en dans: wat kan er nog méér?!

Maar de oudste zoon? Je stelt je de vraag. Het huis dreunt van het feest, en men vergeet hem uit te nodigen, hem, de eerst geïnteresseerde, de enige erfgenaam, de echte eigenaar. Is dat wel normaal? We moeten echt een inspanning doen om de vader positief te benaderen. Hij vindt het normaal de weggelopen zoon uitbundig te vieren terwijl hij tegenover de oudste zoon doet alsof er niets aan de hand is en hij hem laat zitten in zijn gewone doen op het land. Het is toch een beetje straf: als de verloren zoon thuiskomt, zendt de vader niet eens een boodschap naar de oudste op zijn werk - hij wist misschien zelfs niet waar die aan het werk was. Maar de vader laat hem ook niets weten als hij thuiskomt na een zware werkdag. Hij nodigt hem niet eens uit, hij geeft geen uitleg, hij legt geen enkele diplomatie aan boord, hij vindt het eenvoudigweg gewoon dat er gefeest wordt en dat de oudste zoon simpelweg, als de normaalste zaak ter wereld, het feest komt vervoegen. Je zou je dwars zetten voor minder! De oudste zoon weigert dan ook naar binnen te gaan. Wat zouden wij gedaan hebben? Jezus heeft in dit meesterwerkje van de wereldliteratuur de dingen echt op hun scherpste kant gezet.

Hoe kunnen we de houding begrijpen van God die Vader is? De vader geeft zelf het antwoord als hij voor de tweede maal naar buiten komt, voor ons die gechoqueerd door zoveel onrecht, buiten blijven staan. “Mijn kind, zegt hij, je bent altijd met mij, en alles wat van mij is, is ook van jou”. Dat woord werpt een buitengewoon licht op de aard van de liefde die de Vader ons toedraagt en tevens op de aard van de wederliefde die Hij van ons verwacht. “Jij bent altijd met Mij: jij bent met Mij als Ik de verloren zoon onthaal, onze verbondenheid is zo groot dat ik je daar zelfs geen rapport over hoef te maken. Met Mij onthaal ook jij je ongelukkige broer. Alles wat van Mij is is ook van jou: met Mij geef jij zoals Ik aan je broer schoeisel en kleed en ring en feest.”

Dat antwoord verbaast ons in die mate zelf waarop wij niet geloven in onze radicale verbondenheid’ met de Vader. Wij beseffen niet genoeg dat ons gewone leven van elke dag onze manier is om altijd met de Vader te zijn. Met de Vader zijn, zijn zoals de Vader, beminnen zoals Hij, betekent barmhartig en vergevend worden zoals Hij dat is. Dat kunnen wij niet leren buiten het leven om. Daarom laat de Vader ons, de oudste zoon, aan onze gewone taak: daar moeten wij leren te worden als de Vader.

De oudste zoon had echter niet de vreugde gekend te durven geloven in de liefde van de Vader, de vreugde in liefde te groeien naar de Vader toe: nooit had hij durven feesten, hij had zijn leven verarmd tot een onderhouden van voorschriften: “nooit heb ik uw geboden overtreden”, zegt hij tot zijn vader. Hij zit vast. Hij heeft niet de spontaneïteit die een bokje durft te vragen om te feesten met zijn vrienden. Hij kent dan ook de vreugde niet van het broederlijk delen, de vreugde die leert rijk te zijn door alles te geven, de vreugde die toelaat vrij te zijn door zelfonthechting, de vreugde zich in het beminnen bemind te weten. Die oudste zoon is een christen zonder vreugde.

Deelnemen aan alles wat Hij zelf is: daartoe nodigt de Vader ons uit. Hij is vreugde. De vreugde voor de teruggevonden zoon is voor Hem groter dan de vreugde voor de negenennegentig zonen die thuis zijn gebleven. Dat zegt ons ook wel iets over de pijn in Gods vaderhart voor het kind dat Hem verlaat. De diepste pijn in de liefde kan overslaan in de grootse vreugde als alles weer goed komt.

Als alles wat van de Vader is, ook van ons is, dan maakt het feest voor de teruggevonden broer deel uit van ons gewone leven. Onze menigvuldige bezigheden vallen dan samen met de enige dynamische beweging van Gods scheppende verlossende barmhartigheid voor alle mensen.



God als vader

De vader is de centrale figuur in de parabel over God die ons zoekt. Jezus schetst er ons met veel liefde het portret van zijn Vader. Welke zijn er de opvallende trekken van? Wat betekent het woord 'Vader' waarmee wij, christenen, naar God verwijzen?
Het eerste wat ons treft, is dat die vader zonder aarzelen voluit de vrijheid respecteert van zijn jongste zoon, zoals hij ook zijn oudste zich laat uitleven in zijn werk. Dat die jongste weg van huis wil, weg van zijn vader, om naar de vreemde trekken, is niet uitzonderlijk: er was geen toekomstruimte in Palestina. Om fortuin te maken moest men emigreren. Meer dan vier miljoen Joden leefden in het buitenland tegen nauwelijks een half miljoen in eigen land.
De vraag van de zoon heeft echter een buitensporig kantje. Die jongste vraagt zijn erfdeel op. Dat betrof in zijn geval een derde van de roerende familiegoederen. Wanneer iemand zijn erfdeel kreeg terwijl zijn vader nog leefde, had hij daar wel eigendomsrecht op, maar niet het vruchtgebruik of het beschikkingsrecht dat bij de vader bleef. De zoon hier vraagt beschikkingsrecht, want hij wil een onafhankelijk leven beginnen, los van het vaderlijk huis met zijn verbintenissen en verplichtingen, in de schaduw dan nog van de grote broer. En ja, de vader gaat op in die vraag : hij staat dat ongebruikelijke recht toe. Hij behandelt zijn zoon niet meer als een minderjarige. Het was zeer gedurfd. De vader neemt het risico de vrijheid te schenken aan de zoon die zich bij hem verveelt.

Die vader lijdt heel zeker onder de houding van zijn zoon. Hij is echt een ‘verloren vader’. Zijn hart breekt als hij zijn zoon het ongeluk tegemoet ziet gaan, en elke dag zal hij hoopvol uitkijken naar diens terugkeer. De vrijheid is hem echter heilig. Hij laat de zoon zijn weg gaan. Hij verzet zich niet tegen de boedelverdeling, de scheiding met de zoon en zijn vertrek. Hij tracht hem niet te overhalen met een: 'Ik weet beter dan jij wat goed is voor je.' Die vader laat zijn zoon pogen geen zoon meer te zijn. Hij maakt geen gebruik van zijn macht, noch van enige affectieve chantage. Hij doet niemand tussenkomen om zijn zoon van gedacht te doen veranderen. Neen : zijn zoon wil zonder vader zijn, hij aanvaardt vader te zijn zonder zoon. Wellicht is die vader het meest vader wanneer hij aanvaardt het niet meer te zijn: een vader heeft zijn taak volbracht als de zoon hem niet meer nodig heeft: dan heeft hij de zoon in zijn volwassenheid ter wereld gebracht. Die zoon gaat zijn eigen weg zonder een duwtje van zijn vader.

Wanneer de vader de zoon loslaat en hem zijn zelfstandigheid geeft, kan de zoon hem vrij als vader kiezen. Maar eerst moet hij afstand kunnen nemen. Door in de oppositie te blijven zou hij in afhankelijkheid blijven steken. Nadien eerst kan hij herkiezen voor zijn vader.
Maar ook de vader moet zijn zoon herkiezen. Hem erkennen als zijn zoon die niet noodzakelijk beantwoordt aan zijn hetgeen hij had verwacht. Een zoon die zijn eigen weg gaat.

De vader had die erkenning reeds waar gemaakt door de vrijheid die hij gaf aan zijn zoon. Als de zoon terugkomt drukt de vader die erkenning overduidelijk uit in het onthaal dat hij hem biedt. Zijn ware vaderlijke natuur komt hier aan het licht : hij is een vader die verwacht, die herkent van ver, die tegemoet loopt. De stamelende woorden om vergeving van de zoon wimpelt hij af. Hij doet hem bekleden met het staatsiekleed voor de gasten van stand. En dan nog de zegelring, teken van volmacht, het schoeisel dat het verschil uitmaakt tussen de vrije man en de slaaf. De vreugde als vader erkend te worden en de zoon te erkennen wordt een feest zonder voorgaande. De jongste zoon had zijn erfdeel opgevraagd : de vader geeft hem alles.

Jezus biedt ons een beeld van zijn Vader dat alle verbeelding overstijgt: God, een Vader die vergeeft zonder omzien, een Vader die ons bemint met een gratuite liefde die het risico kan nemen niet als Vader erkend te worden.
De zang van het onvoorstelbare vaderschap van God moet zijn tegenzang krijgen. Daar zorgt de oudste zoon wel voor.
Ook hij kende zijn vader niet. Maar ja, hoe kan je nu een vader begrijpen die voor zijn trouwe, gehoorzame, hardwerkende zoon geen bokje heeft voor een feestje met zijn vrienden, doch een groot feest houdt voor de jongste zoon die zijn erfdeel verbrast heeft met lichte vrouwen ? Dat vaderbeeld vliegt toch tegen de rechtvaardigheid in !
Neen toch: het voegt nog een streepje toe aan dat reeds zo ongelooflijke vaderbeeld. God is een Vader die met ons alles wil delen. Het is niet zomaar een bokje wat hij ons wil geven, maar alles. De vader stelt zich niet boven of naast de zoon. Maar deze schijnt niet eens te beseffen wat er in zijn vader leeft. Geprangd in zijn werkbekommernis voelt hij diens vreugde niet aan. Hij kan zich de vader niet inbeelden als de arme die, in zijn liefde, zich van alles wil ontdoen om alles te geven. De onzichtbare werkelijkheid, die hij met de vader deelt, ontsnapt hem totaal. De vader moet hem de ogen openen: mijn kind, je bent altijd bij me, alles wat van mij is, is van jou.

Hier komt Gods diepste wezen aan het licht: hij is een Vader die ons erfgenamen maakt van alles wat hij is. 'Als wij kinderen zijn van God, dan zijn wij ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God tezamen met Christus' (Romeinen 8,17). Erfgenamen van wat God God doet zijn : zijn liefde, zijn barmhartigheid.
Wij worden kinderen van God, erfgenamen van God, door in te treden in zijn barmhartigheid: 'wees barmhartig zoals uw Vader barmhartig is (Lucas 6,36). Hij is liefde die de eerste plaats geeft aan de andere.
De barmhartige Vader zegt niet: 'Ik ben altijd bij je'. God is een Vader die in mij gelooft. Hij zegt me: 'Jij bent altijd met mij'.



Barmhartigheid (2016)

In dit ‘Jaar van de Barmhartigheid’ richten we onze blik op de barmhartige vader die centraal staat in deze parabel. De jongste van zijn zonen komt hem met zijn erfenis zijn opzeg vragen. Alsof zijn vader reeds dood was en afgeschreven. Tegenover de pijn van deze affectieve belediging maakt de vader zich niet kwaad, hij antwoordt niet met een weigering of met de tranen en de zuchten van een affectieve chantage. Hij onderneemt niets om zijn zoon terug te winnen of tegen te houden. Hij eerbiedigt eenvoudigweg de rampzalige beslissing van zijn zoon en laat hem gaan met zijn erfenisdeel. Die vader is het perfecte beeld van Gods houding als we Hem van kant laten of Hem botweg afwijzen. De barmhartige Vader is een en al eerbied voor onze persoon. Hij bejegent onze vrijheid met een oneindig respect.
De breuk tussen vader en zoon komt maar van één kant. De vader schrijft zijn zoon niet af. Hij blijft hoopvol op de uitkijk staan tot de zoon terugkomt.

De edelmoedigheid van de vader contrasteert met de gevoelens van de zoon die terugkeert, door armoede gedreven. Hij is varkenshoeder geworden, de ergste aftakeling in de ogen van een Jood! Wat is zijn ingesteldheid? Spijt om zijn gedrag? Berouw voor wat hij zijn vader aangedaan heeft? Niets van dat alles! Hij verwijt zich zijn stommiteit zich te laten verhongeren, terwijl de knechten van zijn vader brood hebben in overvloed. Waarom daar ook niet van profiteren? Hij bereidt dus een mooie zin voor: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u. Ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw knechten" (Lucas 15,18-19). Een mooie zin, maar in feite gelooft hij niet in de genegenheid van zijn vader. Hij komt terug, juist maar om zijn buik te vullen. Zijn woorden van berouw dienen maar om een terecht boze vader te kalmeren.
De reactie van de barmhartige vader is op zijn minst verrassend. Nooit heeft hij zijn volledig vertrouwen in zijn zoon opgegeven. Hij had hem dan ook op voorhand reeds alles vergeven. Hij blijft maar uitkijken naar zijn terugkomst, en merkt hem op “terwijl hij nog ver weg was” (v.20). Hij snelt vooruit om zijn zoon te omarmen, onderbreekt zelfs zijn excuses: het gebaar alleen reeds van zijn terugkeer is voor hem genoeg om zijn zoon herstellen in al zijn rechten. En hij viert hem daarbovenop nog als nooit te voren.
En hij doet dit alsof het de gewoonste zaak ter wereld is, niet eens de moeite waard om zijn andere zoon ervan op hoogte te brengen. Zodat deze dan het personeel moet aanspreken om te weten wat er gebeurt, en waarom er gefeest wordt terwijl hij zich afslooft op het werk.
De parabel is dan ook genoodzaakt het licht te werpen op de andere kant van de verbazende gratuite barmhartigheid van de vader. In de ogen van de oudste zoon lijkt het gedrag van de vader tegenover de jongere broer onrechtvaardig, en zijn klacht doet denken aan de werknemers van het eerste uur als ze protesteren tegen de handelwijze van de eigenaar van de wijngaard: "Die laatkomers (die van het elfde uur ) hebben slechts één uur, gewerkt, en je ze behandelt hen als wij, die de last en de hitte van de dag hebben gedragen!” (Matteüs 20,12). De oudste zoon, net als de werkers van het eerste uur, acht dat zijn goed recht tekort gedaan is. Dat gevoel van onrecht belet hem mee te komen feesten.
De vader had de verontschuldigingen van de jongste zoon onderbroken. Hij luistert geduldig naar de verwijten van zijn oudste. De termen waarmee deze zijn trouwe dienst aan zijn vader beschrijft, zijn precies de uitdrukking van het religieuze ideaal van de Schriftgeleerden en Farizeeën, die God “zoveel jaren dienen en nooit een gebod hebben overtreden” (v. 29), maar die vol minachting zijn voor de zondaars. Als God deze met zoveel barmhartigheid overlaadt, waarom zich nog vermoeien om rechtvaardig te zijn? Als de zondaars de bevoorrechten zijn van de genade, waarom nog de moeite doen om de geboden te onderhouden?
Op deze vraag antwoordt de vader met één zin, die zijn onuitsprekelijke liefde uitdrukt voor zijn oudste: “Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou”. Leven in Gods liefde is deze liefdesverklaring van de Vader beantwoorden: vertrouwen dat hij ons altijd met hem doet zijn. Al zijn liefde die hij heeft, is dus van ons. Niet om ze in ons op te sluiten, maar om ze mede te delen. Het is immers niet mogelijk om echt de liefde van God te ervaren zonder het te beseffen wat dat van ons vereist. We zullen maar echt zoon zijn van onze Vader, in dat delen van zijn liefde door onze broeder te beminnen, zelfs al is hij nog zondaar. Jezus maakt het ons duidelijk: wat Hij van ons verlangt is het tegenovergestelde van het gedrag van de Farizeeër die zijn hart heeft verdroogd met zijn goede geweten nauwgezet al de geboden na te leven. Hoe kunnen we ons leerling van Jezus noemen, als we ons afwenden van wie in nood verkeert; en de ergste nood is wel die van de zonde. Op zijn manier zegt Johannes ons gevat dat de liefde van God ons oproept om onze broeders te beminnen: “Geliefden, als God ons zo heeft liefgehad, dan moeten wij elkaar liefhebben” (1 Johannes 4, 11).



Iemand zei: 'Wat voor zin heeft het dit verhaal te vertellen
aan kinderen die het verkwistend gedrag van de zoon normaal vinden?'

Zo'n opmerking is een aansporing om het verhaal te lezen in zijn kern.
Het gaat niet zozeer om de zoon die van alles verspilt,
maar om het feit dat hij daardoor verder van zijn vader komt te staan.
Kern van het verhaal is dat de liefde van de vader zo groot is,
dat ze onvoorwaardelijk de zoon laat terugkeren.