Loading...
 

4e zondag van de advent B - eerste lezing

File0001493149071


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

2 Samuel 7,1-5.8b-11.16: Een huis voor God

De tekst

Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij 2 Samuel 7,1-5.8b-11.16)

Heel lang geleden leefde koning David. Een echte koning die regeerde over het land Israël. Over hem zijn heel veel verhalen bekend die in de bijbel werden neergeschreven.
Nu kun je jou afvragen waarom wij vandaag nog over koning David vertellen, een verhaal van zolang geleden.
Dat is omdat in het verhaal dingen staan waarvan de mensen nu nog zeggen: zo is het, dat vinden wij ook. Daarom vertellen ze het aan hun kinderen en schrijven ze het neer zodat grote mensen het kunnen lezen.
Van de vele verhalen die over koning David verteld zijn, pikken we er vandaag een heel kort uit. Het is een mooi verhaal omdat het op een heel eenvoudige wijze iets zegt over wie God is.

Toen koning David op een dag in zijn paleis rondliep dacht hij bij zichzelf:
'Zie eens hoe mooi ik hier woon.
Dat is heel wat mooier dan de tent waarin de ark staat,
die ons aan God doet denken.'
(De ark is een soort kist, die je overal kunt meedragen en die kan dienen als een troon. Koning David en alle mensen van zijn land, de Israëlieten, zegden dat de ark de troon van God zelf was)
En David dacht: 'Zou ik er niet goed aan doen
voor de ark ook een mooi huis, een tempel te bouwen?‘
Hij sprak erover met de profeet Natan.
Natan zei: 'Dat lijkt me een goed idee.'

Maar 's nachts kon Natan de slaap niet vatten.
Hij dacht over de plannen van de koning en bad tot God.

De volgende dag zei Natan tot David:
'De hele nacht heb ik tot God gebeden
en God heeft me het volgende gezegd:
De Israëlieten hebben de ark altijd meegedragen, waar ze ook gingen.
En als ze ter plaatse bleven,
trokken ze een tent op om er de ark in te zetten.
Zo konden ze voelen dat Ik, hun God bij hen was,
of ze nu rondtrokken of ergens ter plaatse bleven rusten.'
En Natan zei verder: 'Ik weet niet of het goed is om een tempel te bouwen.'
David zei toen: 'Maar ik wil dat de ark net zo'n mooi huis heeft als ik.'
Maar Natan antwoordde: 'Ik denk niet dat God dat graag wil.
God wil op een eenvoudige wijze bij de mensen blijven.
Nog het liefst wil hij als mens onder ons zijn.'
Toen zei David: 'Dan bouw ik beter geen tempel voor onze God'
En hij ging de tent binnen waar de ark stond
en dankte God om al wat hij voor zijn volk gedaan had.



Stilstaan bij ...

Natan (= God heeft gegeven)
Natan vreest dat men God wil opsluiten in een tempel, los van het leven in de steden en dorpen. Een vrees die niet zo ongegrond is als je bedenkt dat er op dit ogenblik heel wat mensen ervan uitgaan dat God woont in een kerk en verder niets met het dagelijks leven te maken heeft.


Ark
De ark van het verbond was een soort kist, een koffer van acaciahout (1,25 x 0,75 x 0,75) die met goud bedekt was. Boven op de ark waren twee engelen die a.h.w. een zetel maakten waarop de onzichtbare God troonde. De ark was voorzien van ringen waardoor men draagstokken kon steken, zodat men de ark gemakkelijk kon opnemen en ze erg beweeglijk werd. De ark werd het symbool van de tegenwoordigheid van de onzichtbare God. Waar de ark was, daar was God. In de ark werden de stenen bewaard waarop de 10 woorden van God (geboden) waren gegrift.


Tent
In de Bijbel staat dat de ark in de woestijn meegedragen werd op de tochten van de Israëlieten en onder een tent (de tabernakel) beschut werd.





Bij de tekst

De vrees van Natan

Natan vreest dat men God wil opsluiten in een tempel, los van het leven in de steden en dorpen. Een vrees die niet zo ongegrond is als je bedenkt dat er op dit ogenblik heel wat mensen ervan uitgaan dat God woont in een kerk en verder niets met het dagelijks leven te maken heeft.

Deze mobiele ark kreeg onder David een definitieve plaats in Jeruzalem. Dit valt samen met de overgang van het zwervende nomadenleven van de Israëlieten (woestijn) naar een sedentair boerenbestaan (Israël). De trekkende God van de nomaden wordt een God met een vaste woonplaats.
Met de ark worden twee manieren zichtbaar om zich God voor te stellen:
. mobiel: God gat op weg samen met zijn volk.
. statisch: God woont op één plaats, staat ter beschikking en is 'onder handbereik' van koning en volk.



Een huis voor God; een huis voor David

In het begin van de tekst gaat het over een huis voor God. Tegen het eind van de tekst gaat het over een huis dat God wil oprichten voor David, waarmee God belooft dat er altijd familie van koning David op de troon zal zitten.
Daardoor kwam het dat de Israëlieten bleven uitkijken naar een koning uit de familie van David, ook wanneer er geen koningschap meer was in Israël.
Wanneer later Matteüs in het Nieuwe Testament vermeldt dat koning David voorkomt in de stamboom van Jozef, en de evangelisten Matteüs en Lucas schrijven dat Jezus geboren werd in Betlehem, de stad van David, dan is dat niet zonder reden. Zo willen ze aantonen dat Jezus als Christus / Messias beantwoordt aan de uitspraak van de profeet Natan in 2 Samuel 7, 16.





Suggesties

Grote kinderen

VERDIEPEN

Een huis voor God

Materiaal
Fotobladzijde. Op deze bladzijde vind je verschillende types van woningen: appartementsgebouw; vluchtelingentent (merk op: in de tent is een kachel!), rijhuis, huis in sloppenwijk, caravan, villa.
Blanco bladen, papier, lijm, schaar.


Verloop
Sta stil bij een eerste foto.
De kinderen zeggen wat ze allemaal op de foto zien en wat ze eruit kunnen opmaken.
Bedek eventueel een deel van de foto met een papier, dat je geleidelijk opschuift.

Voorbeelden van wat men kan opmerken:
een open deur (welkom) - een gesloten deur (niet welkom) - een deur op een kier (afwachtend)
een huis dat in de grond vastzit - een huis op wielen - een huis dat je kunt opplooien
voor het raam: luik; tralies; rolluik
huis alleen, tussen anderen

Geef de kinderen voldoende tijd om te verwoorden.



Wanneer alle foto's (of een keuze ervan) zo besproken zijn, vertel je dat koning David een huis voor God wilde bouwen.
De kinderen bekijken nu opnieuw de foto's, maar nu vanuit de vraag: welk van die huizen zou een geschikt huis voor God kunnen zijn?
Onrechtstreeks verwoorden ze zo hoe zij over God denken.
Bijvoorbeeld:
Staat de deur van het huis van God open? (Mensen zijn welkom)
Staat zijn huis op wielen? (God is niet aan een plaats gebonden)
Wordt het een eenvoudig huis? (God is er voor iedereen - de eenvoudigen het eerst)
Wordt het een huis met tralies? (God sluit zich af voor de mensen)
...


Belangrijk
Geef zelf geen inhoud aan het gesprek.
Stel wel vragen om het gesprek vlot te laten lopen, of om het terug bij het onderwerp te brengen.



De kinderen krijgen nadien elk een blad met daarop de verschillende foto's en een blanco blad.
Opdracht: Maak op het nieuwe blad een collage van een huis met de delen van de huizen die volgens jou bij God passen.

De kinderen krijgen daarna de tijd om de nieuwe 'huizen' te bekijken en hun keuze te verantwoorden.





Jongeren

VERDIEPEN

Het huis van David

Verdeel de groep jongeren in twee. Elk van de twee groepen krijgt de opdracht om een advertentie te maken voor een blad over woning.
De eerste groep maakt reclame voor 'huizen'.
De tweede groep maakt reclame voor 'tenten'.
Beide groepen vermelden in hun advertentie zoveel mogelijk argumenten om hun type woning te doen kopen. Het resultaat wordt op een blad papier geschreven / geschetst.

Beide groepen geven hun advertentie aan elkaar door. Hierop reageren ze vanuit het type woning waar ze zelf voordien reclame voor maakten.

Lees de tekst van de eerste lezing van deze zondag voor. (Of maak gebruik van de tekst 'Dichter bij de tijd' zoals je die kunt vinden in de map 'Bijbel in 1000 seconden')
Sta daarna stil bij de volgende vragen en leg telkens het verband met wat de jongeren zelf over 'tenten' en 'huizen' gezegd hebben.
- Op welke manier spreekt David over een tent? (Wie dacht ook zo over een tent?)
- Hoe denkt David over een huis? (Wie dacht ook zo over een huis?)
- Op welke manier spreekt God over een tent? (Wie dacht ook zo over een tent?)
- Hoe denkt God over een huis?
(God denkt niet over een huis als een huis van stenen of een ander stevig materiaal. Een huis... dat zijn vooral de mensen die een gebouw tot een huis maken. Dit is te vergelijken met: 'huis van vertrouwen' - daarmee wordt ook niet het gebouw bedoeld, maar de mensen die er werken)


Later lazen de eerste christenen deze tekst als een voorspelling van de komst van Jezus: Hij wordt dat huis van David. Daarom spraken de eerste christenen in elk verhaal, waar mogelijk, die relatie tussen Jezus en David uit:
- In de twee stambomen van Jezus (die volgens Matteüs én die van Lucas) is David een voorvader.
- Jezus wordt geboren in Betlehem, de plaats waar David vandaan is.
- Als de blinde Bartimeüs verneemt dat Jezus in de buurt is, roept hij Hem toe: 'Jezus, zoon van David'. (Ook andere blinden spreken Jezus op die manier aan)
- De Kananese vrouw spreekt Jezus aan met 'Zoon van David'
- Bij de intrede in Jeruzalem zingt de menigte: Hosanna, de Zoon van David. Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.'


Lees om af te sluiten nog eens de tekst uit de eerste lezing voor.





Meer over David?

Klik hier