Loading...
 

5e zondag door het jaar B

2bij De Hand Nemen

HIJ PAKTE ZE BIJ DE HAND
EN DEED HAAR OPSTAAN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Marcus 1, 29-39: De schoonmoeder van Petrus

De tekst

‘Bijbel in gewone taal’

Toen Jezus en zijn leerlingen uit de synagoge kwamen,
gingen ze naar het huis van Simon en Andreas.
Jezus hoorde dat de schoonmoeder van Simon met koorts in bed lag.
Hij ging naar haar toe. Hij pakte haar hand vast en hielp haar opstaan.
Toen had ze meteen geen koorts meer.
Ze ging eten klaarmaken voor Jezus en zijn leerlingen.

’s Avonds laat, toen het donker was,
kwamen alle inwoners van de stad naar Jezus toe.
Ze hadden alle zieken meegenomen.
En ook iedereen die een kwade geest in zich had.
Jezus maakte veel mensen beter die allerlei verschillende ziektes hadden.
Ook jaagde hij de kwade geesten weg uit de mensen.
En hij zei tegen die kwade geesten:
‘Je mag aan niemand vertellen wie ik ben.’

’s Ochtends vroeg, toen het nog donker was, stond Jezus op en ging naar buiten.
Hij liep naar een stille plek buiten de stad. Daar wilde hij bidden.
Maar Simon en de andere leerlingen kwamen achter hem aan.
Toen ze Jezus gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt u.’
Maar Jezus zei: ‘We gaan weer verder.
Ik moet het goede nieuws ook op andere plaatsen in de buurt vertellen.
Daarom ben ik op weg gegaan.’
Jezus reisde rond door heel Galilea.
In alle synagogen vertelde hij het goede nieuws.
En overal jaagde hij kwade geesten weg uit de mensen.

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1580)



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Marcus 1, 29-39)

Vanuit de synagoge gaat Jezus
samen met Simon, Andreas, Jacobus en Johannes
naar het huis van Simon en Andreas,
Daar ligt de schoonmoeder van Simon met hoge koorts in bed.
Ze zeggen aan Jezus:
‘Jezus, de schoonmoeder van Simon heeft veel koorts.
Ze ligt in bed’
Als Jezus dat hoort, gaat Hij naar haar toe.
Hij neemt haar bij de hand en helpt haar opstaan.
De koorts verdwijnt en ze bedient Hen.

Epiphany5 Lect5 B

’s Avonds, wanneer de zon is ondergegaan,
brengen ze allemaal mensen bij Hem die ziek zijn.
Heel de stad is samengestroomd voor de deur.
Hij geneest vele zieken van allerlei kwalen.
En Hij drijft ook veel demonen uit.
Tegen die demonen zei Hij:
‘Ik verbied jullie te spreken, want jullie weten wie Ik ben.’

Heel vroeg in de morgen, het is eigenlijk nog nacht,
staat Jezus op.
Hij gaat naar buiten naar een eenzame plaats
en blijft daar bidden.
Simon en zijn metgezellen gaan Hem achterna.
Als ze Hem vinden zeggen ze Jezus: ‘Iedereen zoekt U.’
Maar Jezus zegt: ‘Kom, we gaan naar de dorpen in de buurt,
ook daar moet ik de blijde boodschap verkondigen.
Want dat is mijn taak.’
Zo trekt Jezus door heel Galilea, spreekt in de synagogen
en geneest zieken.



Stilstaan bij…

Opstaan
Dit woord wordt ook gebruikt voor de opwekking van de doden en de verrijzenis van Jezus. Zoals God Jezus deed opstaan uit de dood, zo deed Jezus mensen opstaan uit ziekte en lijden.


Bedienen
Het Griekse werkwoord voor dienen is van dezelfde stam als het woord diaken.


Ziekten
Een ziekte werd in de Bijbel gezien als een teken van zonde en een straf van God.
(BELANGRIJK: zorgvuldig omspringen met deze informatie bij kinderen! Deze gedachtegang is helemaal achterhaald!)


Bidden
Bidden kan men vergelijken met spreken. Men spreekt dan tot God en zegt Hem wat men hoopt, gelooft, verwacht...
Maar bidden kan men ook vergelijken met luisteren. Men probeert dan stil te worden om God beter te leren kennen. Zo voelt men beter aan wat God verwacht. Bidden is dan niet langer de dingen zien vanuit zijn eigen standpunt, maar zich inleven in het standpunt en de visie van God.





Bij de tekst

Betekenis

Jezus' optreden is niet enkel prediken, het is ook verlossen van knellende banden (opstaan uit koorts). Jezus richt de mens op tot nieuw leven.

Leven als christen is deelnemen aan de opstanding van Christus uit de dood (stond op) en aan een nieuw leven in de geest van Jezus (bediende). De vrouw dient Jezus zoals christenen nu nog de verre-zen Christus kunnen 'dienen' in hun 'dienst' aan de medemens.



Actie en bezinning

Voor het eerst in het evangelie van Marcus op dat er twee belangrijke polen zijn in Jezus’ leven:
. het medelijden van Jezus met de mensen die naar Hem komen, om genezing voor hun lichaam of hun geest.
. de nood bij Jezus om te bezinnen en te bidden.

Soms is er een beweging van stilte naar actie.
Vanuit de eenzaamheid komt Jezus in actie. ‘Ik ga verder. Ik wil het goede nieuws verder vertellen en tonen!’

Soms is er een beweging van actie naar stilte.
Vanuit de actie vraagt Jezus zich af: ‘Wat ben Ik nu juist aan het doen? Waarom wil Ik dat doen?’



Context

Deze tekst wordt voorafgegaan door:
Marcus 1, 21-28: In de synagoge van Kafarnaum

Op deze tekst volgt:
Marcus 1, 40-45: Jezus geneest een melaatse





Bijbel en kunst

Mozaïek

B5zoevWB6

Van links naar rechts:
Johannes
Hij wordt voorgesteld als de jongste leerling van Jezus: hij heeft geen baard.

Jacobus

Jezus
Hij is te herkennen aan de nimbus / aureool waarin een kruis te zien is.
Jezus draagt een rood kleed - een verwijzing naar zijn goddelijke natuur -, en een blauwe mantel - een verwijzing naar zijn menselijke natuur.
In zijn linkerhand heeft Hij een papierrol vast, verwijzing naar de Blijde Boodschap (evangelie) die Hij bracht.

Petrus
Hij is te herkennen aan zijn grijs krullend haar en zijn gele mantel.

De schoonmoeder van Petrus
Zij wordt afgebeeld als een joodse vrouw, die haar haren verbergt in een kap waarboven ze een sluier draagt. De schoonmoeder ligt op een praalbed zoals dat in Byzantium gebruikelijk was.

Opvallend is de manier waarop Jezus de vrouw bij de hand neemt. Vergelijk even met de icoon van de verrijzenis. Daar neemt Jezus op die manier Adam (en soms ook Eva) vast om hen uit hun graf te trekken, zodat ze kunnen deelnemen aan zijn verrijzenis.

Icoon Pasen

Wellicht wilde de anonieme mozaïekkunstenaar zo duidelijk maken dat iemand genezen, iemand terug levenskwaliteit geven, te vergelijken is met iemand te doen verrijzen.




Mozaïek met een aardappelstempel
Materiaal
papier, water, gouache, aardappel, aardappelmesje, handdoek.

Verloop
Maak een tekening met grote vlakken.

Snijd een aardappel in frieten. Halveer de staafjes.
Vul de vlakken van de tekening op met afdrukken van de staafjes aardappel, die je eerst in de gouache gedrukt hebt.




Mozaïek met gekleurd papier
Materiaal
Gekleurd papier (uit oude tijdschriften) dat je per belangrijk kleur sorteert (rood, groen, geel, oranje, paars, blauw, grijs, wit, zwart).
Wit papier, lijm, schaar (eventueel).


Verloop
Scheur het gekleurd papier in stukjes die ongeveer dezelfde grootte hebben, of knip ze in vierkantjes van 0,5 cm op 0,5 cm.
Maak een tekening met grote vlakken. Vul de vlakken van de tekening op met de stukjes gekleurd papier.


TIP
Hoe groter de kinderen zijn, hoe kleiner de stukjes papier mogen zijn.



MEESTER VAN HET HITDA-EVANGELIE

Genezing van de schoonmoeder van Petrus (rond 1020)

428px Meister Des Hitda Evangeliars 002

Miniatuur op perkament
17cm op 11,8cm




REMBRANDT

Genezing van de schoonmoeder van Jezus (1660)

Rembrandt Healing Of Peter S Mother In Law 1660





Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Kleuren

Kleurplaat



Tekenen

Materiaal
Kopie van deze tekening
Kleurpotloden


Verloop
Vertel over Jezus die de schoonmoeder van Petrus geneest.
Omdat kleine kinderen moeite kunnen hebben met het woord 'schoonmoeder', kun je het gemakshalve hebben over de moeder van Petrus.
In de ogen van kleine kinderen is de vrouw van Petrus zijn 'mama'. Als je dan in hun taal spreekt over 'de mama van zijn mama' als omschrijving van 'schoonmoeder', dan zou het gaan om zijn oma, wat niet correct is. Misschien kun je het hebben over de 'schone mama' (= mooie mama) van Petrus, een laat compliment voor die dienstbare vrouw over wie de evangelisten een paar zinnen schreven.

Er is veel witruimte rond de tekening.
Die ruimte vullen de kinderen op met alles wat ze nog in het verhaal hoorden.
Laat de kinderen daarom het verhaal nog eens vertellen.

Wat kunnen de kinderen er rond tekenen?
Een huis, drie leerlingen van Jezus, de vrouw van Petrus.
In de verte een synagoge, andere huizen, palmbomen, een meer (Kafarnaüm lag aan de oever van het meer van Galilea)





Grote kinderen

SPREKEN MET HET LICHAAM

'Sprekende' handen

Materiaal
Kopieer dit werkblad


Verloop
Sta met de kinderen stil bij het feit dat men met handen iets kan zeggen zonder woorden te gebruiken.
Zoek daar allerlei voorbeelden van.
Wuiven, hand geven, 'halt', wenken, aaien, handen op een schouder leggen...
De kinderen sommen niet alleen op wat handen doen, maar geven ook een omschrijving van de betekenis.

De kinderen krijgen per twee een werkblad.
Ze letten heel goed op de houding van de handen, en proberen met eigen woorden te zeggen wat die handen 'zeggen', 'uitdrukken.
(Zo is het bijvoorbeeld niet onbelangrijk dat de ene hand de ander bij de pols neemt.
Laat kinderen dat eens bij elkaar doen.
Merken ze een verschil tussen het geven van een hand, en het nemen van iemand bij de pols?
Wie gewoon een hand geeft, kan gemakkelijker 'loslaten', dan wanneer die iemand vastneemt bij de pols. Zo iemand wil de ander zeker niet in de steek laten.)

Vertel dan over Jezus die de schoonmoeder van Petrus geneest.
- Ga terug naar de handen op het werkblad.
- Van wie zijn de handen?
De kinderen lezen voor wat die handen uitdrukken en vernemen zo wat Jezus duidelijk wil maken.



'Handen' in de eucharistieviering

De 'handdruk' als rode draad in de eucharistieviering:
.
De schuldbelijdenis kan vertrekken vanuit de vraag:
- Wanneer is het moeilijk iemand een hand te reiken?'

.
Het uitgangspunt van de voorbeden kan zijn:
- Wat gebeurt er als je iemand die hand toch reikt?

.
Bij het onzevader geven iedereen elkaar de hand. Zo is men met elkaar verbonden in wat men doet (hand geven) en in wat men zegt (het 'Onze Vader bidden)





ZINGEN / BELUISTEREN

Lied

Kom, ga mee, geef ieder een hand
Samen bouwen aan een nieuw land,
het Rijk van God leeft diep in je hart
vandaag begint een nieuwe start.
(Muziek G. MOUSTAKI - Uit 'Zingen in vieren', Hilversum 1987)





MEDITEREN / BIDDEN

Nadenken over 'bidden'

'Jezus gaat naar een eenzame plaats en blijft daar bidden.'
Laat de kinderen één minuut stil zijn en over die zin nadenken.
Leg dan een blad in de kring waarop het woord 'bidden' staat. Rond dit woord schrijven de kinderen wat 'bidden' bij hen oproept.
Of je legt een blad in het midden waarop het woord bidden staat, omringd door een aantal vragen (Wat? Wie? Waarom? Hoe? Waar? Wanneer?) die de groep, al of niet schriftelijk, beantwoordt.





Jongeren

ONDERZOEKEN

Drie keer hetzelfde?

Marcus, Matteüs en Lucas schreven alle drie over Jezus die de schoonmoeder van Petrus heeft genezen.
Op het eerste zicht vertellen die drie teksten driemaal hetzelfde.
Maar vergelijk die teksten eens grondig met elkaar.
Vraag je af:
- Welke kijk had elk van die evangelisten op Jezus?
- Welke boodschap had elk van die evangelisten voor zijn lezers of toehoorders?

Je kunt je ook afvragen:
- Bij welke evangelist voel ik me het meest thuis? En waarom?



Twee kunstwerken met elkaar vergelijken

Lees eerst Marcus 1, 29-39 over de genezing van de schoonmoeder van Petrus.
Bekijk dan heel zorgvuldig beide werken die zich op dit stukje evangelie baseren.
- Wie zie je?
- Hoe weet je dat? / Waarom denk je dat?
- Wat zie je?


Vergelijk het mozaïek en de pentekening.
Welke verschillen vallen op?
- Kleur
- Personen - kleding
- Voorwerpen


Welke overeenkomsten zijn er?
Ga daar dieper op in:
- Vergelijk de houding van Jezus op beide kunstwerken
- Vergelijk de schoonmoeder op beide kunstwerken


Probeer in eigen woorden te zeggen / schrijven wat de kunstenaars wilden uitdrukken.


- Welk van beide kunstwerken spreekt jou het meest aan?
- Waarom is dat?
Vergelijk met andere visies om je eigen kijk te verrijken.





VERDIEPEN

Teaching by doing

We kennen 'learning by doing' (leren door te doen). Dat bestaat erin dat men iets beter leert te beheersen door het regelmatig te doen.
Men zou kunnen zeggen dat Jezus doet aan 'teaching by doing'. Hij zegt niet alleen wat Hij te zeggen heeft, Hij doet ook wat Hij zegt. Wat Jezus in de synagoge van Kafarnaüm gezegd heeft, is niet bewaard. Lucas schrijft wel over die keer dat Jezus in Nazaret was en in de synagoge een tekst van Jesaja op zijn leven heeft gelegd.

- Zoek die tekst op in je Bijbel: Lucas 4, 16-20

Zo kwam Hij in Nazaret, waar Hij was opgegroeid. Volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge. Hij stond op om voor te lezen, en kreeg een boekrol van de profeet Jesaja aangereikt. Hij opende de rol en vond de plaats waar geschreven staat:
"De Geest van de Heer rust op mij. Daartoe heeft Hij mij gezalfd.
Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating aan te kondigen en aan blinden het licht in hun ogen,
om verdrukten in vrijheid te laten gaan, en een jaar af te kondigen dat de Heer welgevallig is."
Daarna rolde Hij het boek dicht, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten.
Lucas 4, 16-20


De geest van de Heer God rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd.
Hij heeft mij gezonden om de armen het blijde nieuws te brengen,
om gebroken harten te verbinden, om de gevangenen vrijlating te melden,
en de geketenden de terugkeer naar het licht. Om het genadejaar van de heer te melden.
Jesaja 61, 1-2a


Wat je daar leest is als het ware de theorie.
- Zoek bij elke zin uit de tekst van Jesaja een moment uit het leven van Jezus dat daar de illustratie van is.
(TIP: je kunt de zinnen uit de tekst van Jesaja letterlijk lezen, je kunt ze ook zien als een beeld voor iets anders.)
- Waar zou je de genezing van de schoonmoeder van Petrus bij plaatsen?





Overwegingen

J.A.T. Robinson

‘Ik weet waarom Petrus’ schoonmoeder in bed ging liggen.
Zij had er schoon genoeg van dat Petrus
al zijn tijd aan rondtrekken besteedde.
Maar toen Jezus bij haar thuis kwam
en zij zag wat voor een man hij was, stond zij gauw op
om iets voor andere mensen te gaan doen.’



Frans Mistiaen sj

Geroepen om anderen op te richten en velen te dienen

Vandaag kregen wij een globaal beeld
van een dag in het leven van Jezus.
Hij geneest zieken en kent daardoor plaatselijk succes.
Maar Hij trekt Zich terug en bidt in de stilte tot Zijn Vader.
Van daaruit besluit Hij niet daar te blijven, maar verder te trekken
om ook elders mensen aan te spreken en op te richten.

Dat Jezus zieken heeft genezen
kon blijkbaar volledig verkeerd worden begrepen.
Hij wilde vooral de binnenkant van de mensen aanspreken
door hen uit te nodigen op te staan en bevrijd te worden
van allerlei vormen van innerlijke geslotenheid, verstarring en ziekte.
“Boze geesten” worden ze genoemd.
Maar soms werden blijkbaar ook uiterlijke gevolgen
van Zijn bevrijdende invloed merkbaar:
lichamelijke genezingsverschijnselen
als gevolg van een vernieuwde, innerlijke bezieling
bij de mensen die Hij zegende.
In de evangelies voelen wij regelmatig
dat Jezus bezorgd is om meer te bewerken
dan verbazing bij een alleen maar uiterlijke genezing.
Hij wilde dat een genezing steeds gelovig zou worden ervaren
als teken van innerlijke bevrijding
door de kracht van Zijn Vader, de Liefdegod,
en vooral niet als het gevolg
van een magische wondermacht die Hij, Jezus, zou bezitten.
Jezus’ genezingsinvloed wilde nooit
een spectaculair bewijs zijn van Zijn eigen, superieure macht,
maar steeds een zichzelf-vergeten, dienstbaar teken
van de liefdeskracht van een God
die erop uit is mensen heel te maken,
van binnen en van buiten,
hen te doen opstaan uit al hun beklemmingen,
inwendige en uitwendige.

Het is op die manier dat de Heer ook ons vandaag oproept
genezen te worden en zelf te genezen,
zelf opgericht te worden en anderen op te richten.
In onze tijd geraken wij blijkbaar
door een aantal moderne dingen beklemd, opgesloten, innerlijk ziek.
Welke zijn de “boze geesten” voor ons vandaag?
Onze blindheid misschien,
wanneer wij selectief blijven zoeken alleen maar het slechte te zien,
- zoals sommige media ons dagelijks benadrukken -
en daarbij eigenlijk onze ogen sluiten voor zo vele goede dingen
die ook rondom ons gebeuren.
De kreupelheid van onze edelmoedigheid wellicht,
wanneer wij, bij een aanslepend conflict in de familie- of werkkring,
te lang aarzelen als eerste de stap te zetten naar verzoening.
Ofwel de verlamming van ons hart,
wanneer wij wat te dikwijls blijven steken
in zelfbetrokken overgevoeligheid.
Wij hebben er eigenlijk echt nood aan
om ons te laten genezen en te laten oprichten
uit die verschillende verstarringen
die ons klein houden en beknellen.

Maar daarbij kunnen wij ook anderen genezen en oprichten.
Wij hebben de kracht om iemand op te tillen uit moedeloosheid
door te durven zeggen dat hij groter is dan hij zelf denkt.
Dat is heilzaam, als wij daarbij goed beseffen
dat niet wijzelf genezen, maar dat wij die “opstandingen”,
die gebeuren door Gods kracht,
mogen duiden, aanwijzen, bevestigen.
Het is God die steeds opnieuw mensen bevrijdt
tot grotere openheid, dienstbaarheid en verbondenheid.
Wij mogen daarvan de dankbare getuigen zijn.

Midden het succes van Zijn genezingen
trok Jezus Zich terug in de stilte,
om er te bidden tot Zijn Vader.
Wat gebeurde er daar in dat gebed?
Wij kunnen alleen schroomvol vermoeden
dat Jezus' gebed regelmatig een bevestiging bracht
van de basiservaring bij Zijn doop.
nl. dat Hij er opnieuw Zijn dankbaarheid uitsprak
omdat Hij Zich bemind voelde
als de geliefde Zoon van een hartelijke Vader.
en dat Hij Zich weer eens overgaf
aan het verlangen van die Vader:
"Hier ben ik, Vader, niet om Mijn wil,
maar om Uw wil te doen."
Dit gebed is iets heel anders dan zeemzoeterige devotie.
Het is een gebed van dankbaarheid, overgave en engagement.

De tekst van vandaag laat vermoeden
dat Jezus het in Zijn gebed blijkbaar moest uitvechten
met Zichzelf en met Zijn God:
“Zou Hij daar op die plaats blijven,
waar Hij blijkbaar bijval kende?
Was dit Zijn zending? Was dit de goede methode?
Wat wilde de Vader,
Wiens liefde een liefde is zonder maat, zonder grenzen?”
Vanuit Zijn gebed besloot Jezus om niet ter plaatse te blijven,
maar om verder te trekken, heel Galilea door,
om ook daar te verkondigen en te genezen.

Ook wij hebben regelmatig een gebedstijd nodig,
niet om onze kleine devoties te volbrengen,
wel om, hetgeen wij op dat ogenblik aan het beleven zijn,
eens uit te vechten met onze God.
“Ben ik wel goed bezig?
Beslis is nu volgens de prioriteiten die de Heer van mij verlangt?”
Echt gebed gaat over ons concrete leven.
Wij leren er telkens opnieuw ontdekken
welke keuze het van ons vraagt in te gaan
op de uitnodiging van een liefde
die grenzen doorbreekt en die geen exclusieven stelt.
Steeds zullen wij er uitgedaagd worden
een beslissende stap te zetten
om niet onze eigen behoefte aan succes te strelen,
maar om ons met nog grotere zorg toe te wijden
aan het werkelijk welzijn van anderen, zonder onderscheid.

Zoals Jezus, worden wij,
vanuit ons gebed steeds opnieuw geroepen
om anderen genezend op te richten en velen te dienen.



Marc Gallant, monnik te Orval

Verbonden met de bron

Wij moesten ons even in de plaats stellen van de apostelen. Het is morgen en ze worden wakker. Zij hebben goed geslapen, want gisteren was het een vermoeiende dag: Jezus had eerst gepreekt in de synagoge en zoveel ophef gemaakt met de genezing van een man met een onreine geest dat heel de stad na zonsondergang, die het einde van de sabbat inluidt, voor de deur kwam samenstromen en men alle mogelijke zieken bracht opdat Jezus ze zou genezen. Het was laat slapen gaan, maar het was een succes geweest. Daar slaap je goed van. Het is dan ook eerder laat als ze opstaan.
Jezus is er nog niet. Waar blijft Hij? Hem even wakker maken. Maar zijn bed is leeg: Jezus is weg! Hij is vertrokken, niemand weet wanneer, niemand weet waarheen, niemand heeft iets gehoord of gezien. Inderdaad, ‘nog in zwarte nacht’, zegt Marcus, is Hij ‘uitgegaan’ om te gaan bidden ergens op een eenzame plaats. Ze gaan met zijn allen op zoek.

Wat de apostelen hebben meegemaakt, dat kun je zelf ook wel eens meemaken: je vindt Jezus niet meer, Hij is weg uit je leven. Je volgde Jezus, je ging ‘s zondags naar de kerk, je was actief in christelijke verenigingen. Je voelde je er goed bij zoveel dingen te kunnen doen, het was een stuk van je leven geworden. En plots sta je daar voor een leegte. Je wordt wakker in een wereld zonder God. Is Jezus maar een sprookje, is alles maar illusie geweest?

Als je zoiets overkomt, dan zijn er maar twee oplossingen: ofwel laat je alles vallen, ofwel ga je, zoals de apostelen, weer op zoek naar Jezus. En waar zul je Hem vinden? In de eenzaamheid, waar Hij bij zijn Vader vertoeft: juist daar waar we Hem niet op de eerste plaats gaan zoeken! Jezus toont ons inmiddels hoe we ons actief leven hadden moeten aanpakken. Na een extra volle dag neemt Hij extra tijd om in de eenzaamheid te zijn, in de intimiteit met zijn Vader. Wij hadden teveel het contact met God verwaarloosd. Afgesloten van de Bron, raakten we ongemerkt geestelijk onderkomen.
Als we nu, zoals de apostelen, Jezus vervoegen in zijn gebed, zal Hij ons iets leren. De apostelen zeggen Hem: “Iedereen zoekt u, vlug wegwezen uit die barre eenzaamheid, in de stad is het succes gewaarborgd”, maar Jezus antwoordt: “Laten we ergens anders heen gaan ... opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben Ik uitgegaan”: de verkondiging is belangrijker dan het succes, allen moeten de Blijde Boodschap kunnen horen, zelfs als niet allen die zullen onthalen.
Marcus speelt hier op het woord ‘uitgaan’ dat hij tweemaal gebruikt: Jezus is enerzijds ‘uitgegaan’ van bij de Vader om ons de Blijde Boodschap van Gods Liefde te verkondigen, en anderzijds is Hij ‘s morgens vroeg, nog in zwarte nacht, ‘uitgegaan’ van bij de mensen om in de intimiteit bij zijn Vader te zijn. Jezus’ leven is een voortdurend uitgaan van de Vader naar de mensen, en van de mensen naar de Vader. In zijn gebed blijft Hij verbonden met de Bron van de liefde die Hij verkondigt.

Het voorval met de schoonmoeder van Petrus had er al op gewezen dat wij in onze actie in contact moeten blijven met Jezus. Volgens joodse gewoonte gingen alleen de mannen naar de synagoge om te luisteren naar Gods woord, terwijl de vrouwen thuis moesten blijven en de maaltijd voorbereiden. Jezus zal daar verandering in brengen. Als Marta drukdoend voor Jezus een maaltijd voorbereidt en ze niet goed ziet dat haar zus Maria zich stelt in het toenmalig mannelijk voorrecht van te luisteren naar Gods woord, zal Jezus, tegen alle joodse gewoonten in, verklaren dat Maria het beste deel gekozen heeft.
Zoals Marta windt de schoonmoeder van Petrus zich op. Het is voor haar ook een hele gebeurtenis: de grote predikant is te eten uitgenodigd met zijn leerlingen. Ze moet iets speciaals doen. Zal ze klaar komen? Ze moet nog, voor zoveel genodigden, eetgerief gaan lenen bij de buurvrouwen … Zij krijgt er koorts van. Jezus moet haar bij de hand nemen opdat zij het zou kunnen. Ook wij vermogen maar iets te doen voor Jezus en voor zijn Kerk als Hij ons bij de hand houdt. Aan onszelf overgelaten, kunnen wij ons goed druk maken en koortsig worden. Het werk van God doen wij aan de hand van God.

Jezus leefde niet in een jachtige maatschappij zoals de onze, en toch besteedde Hij veel tijd aan stilte en gebed. Hij leert ons vandaag dat wij steeds weer tot onszelf moeten komen, bij de Bron van ons wezen, bij God.



Voelbare realiteit

Dit evangelie beschrijft ons zowat een typische dag bij de aanvang van Jezus’ zending. Hij begint met het gebed in de synagoge en eindigt met Jezus’ gebed in de eenzaamheid. De dag zelf is gevuld met genezingen aan het huis van Petrus: “De hele stad stond voor het huis bijeen” (1, 33). Marcus vermeldt ons niet wat Jezus zegt, maar wat hij doet. Hij geneest. De barmhartigheid van God die Jezus verkondigt is niet een mooie theorie, het is een voelbare realiteit. Door hen te genezen herstelt Jezus de mensen in het besef dat ze waarde hebben in Gods ogen.

Zijn eerste prediking in de synagoge van Kafarnaüm werd verstoord door een zieke-bezetene. Die brave kerel heeft Jezus een zendingsmethode aangereikt: de barmhartigheid beoefenen liever dan te praten. Jezus gaat dus verder met zieken en bezetenen te genezen. Zo reïntegreert Hij hen in het sociale leven waar ze hun normale plaats terugvinden. Zo wordt het duidelijk dat God komt, niet als een God van de Wet, maar als God van hen die lijden. Jezus maakt het verschil met Johannes de Doper die niemand genezen heeft. Hij verkondigt het Rijk Gods door de mensen en de maatschappij in haar geheel te genezen. Hij probeert het religieuze leven van de mensen niet met nieuwe regels te hervormen. Hij helpt de mensen die lijden. Hij bevrijdt hen van het fysische en morele kwaad dat hen onder druk zet.

Marcus stelt de genezing van de schoonmoeder van Petrus op het voorplan. Vrouwen en kinderen waren van rechtswege geen lid van de gemeenschap. Alleen de mannen gingen dus naar de synagoge. Intussen bereidden de vrouwen de maaltijd. Maar zie: als men terugkomt van de synagoge vindt men de schoonmoeder van Petrus met koorts te bed. Bij gebrek aan wetenschappelijke kennis, werd de koorts in die tijd gemakkelijk toegeschreven aan demonen. Lucas verhaalt dezelfde genezing als een duiveluitdrijving: “Jezus gebiedt aan de koorts” (Lucas 4, 39). De demonen verpersoonlijkten het kwaad en de dood. Zij veroorzaakten, dacht men, de dodelijke ziektes. Koorts, die niet overwonnen wordt, leidt immers tot de dood. Wie koorts had, lag “in de schaduw van de dood’ (Lucas 1, 79).

De koorts van de schoonmoeder was onrustwekkend, want “zonder wijlen sprak men Jezus aan over de zieke” (Marcus 1, 30). Het verhaal is van een verrassende eenvoud. Geen woord van Jezus. Een simpel gebaar: hij doet de vrouw opstaan door haar bij de hand te nemen (1, 31). Jezus zal hetzelfde gebaar hebben bij het dode dochtertje van Jaïrus (Marcus 5, 41).
Alles gebeurt met de grootste discretie. De genezing is ogenblikkelijk. De zieke vindt terstond al haar krachten terug en zij ‘dient’ Jezus en zijn gezellen (het Griekse werkwoord is hier: diakonein). In de context van de gastvrijheid die Jezus ontvangt in het huis van Petrus, betekent dat in eerste instantie dat zij “bedient”, dat zij te eten geeft. In dezelfde zin ‘dienen’ de engelen Jezus na de bekoringen in de woestijn (Marcus 1, 13). Heeft Marcus hier een knipoogje voor de diaconessen die, vòòr de invoering van de hiërarchie in de Kerk door de Romeinse keizer, de gemeenschap ‘dienen’?
Merken we terloops op dat Marcus niet schrijft zoals Matteüs en Lucas: “zij stond op”. Hij heeft een eigen zinswending: “hij deed haar opstaan door haar bij de hand te nemen”. Het hier gebruikte Griekse werkwoord “egeirô” is een technische term geworden om de Verrijzenis uit te drukken. Marcus gebruikt het voor Jezus’ verrijzenis: “Hij is verrezen!” (Marcus 16, 6). De keuze van dit werkwoord heeft een symbolische bedoeling. Zoals Jezus de schoonmoeder van Petrus deed opstaan uit de koorts die haar aan haar bed kluisterde, zo doet hij ook ons opstaan, verrijzen uit onze inactiviteit en dienstbaar worden.

Wij worden uitgenodigd deze bladzijde uit het evangelie te lezen op een dubbel peil. Het eerste niveau brengt ons bij Jezus in zijn aardse leven. Wij voelen er de historiciteit van aan. Het tweede niveau is echter van hoger belang: Jezus’ handel en wandel worden er door de gemeenschap herlezen in het licht van de Verrijzenis. Het geloof hecht zich dan aan de “Heer” die altijd actief is in de Kerk en in de wereld.

Jezus geeft een tegengewicht aan zijn overactieve dag. Hij gaat bidden, alleen, in de eenzaamheid ‘s ochtends “nog in de zwarte nacht” (Grieks: ennucha lian). Marcus vermeldt Jezus’ eenzaam gebed bij elke beslissende wending van zijn zending (6, 46; 14, 35-39). Jezus komt hier met zijn allereerste ervaring bij de Vader. Hij wil niet begeven voor de populaire stortvloed die zijn wonderen teweeg brengen. Hij heeft er nood aan na te denken over de ernst van zijn zending die hij telkens weer uit de handen van de Vader wil ontvangen.

Wij kunnen ons de ontreddering inbeelden van de leerlingen als Jezus ‘s morgens spoorloos is. Zij “achtervolgen” hem (Marcus gebruikt hier de politieterm ‘katediôxen’!) en willen hem terugbrengen naar de stad. Akkoord, het succes is er verzekerd, maar legt Jezus hen uit, Ik ben niet gekomen voor het succes, maar om het Rijk Gods te verkondigen, “want daarvoor ben ik uitgegaan”(Marcus 1, 38). De uitdrukking “Ik ben uitgegaan” heeft een verdragende betekenis. Om de volheid van zijn zending uit te drukken, zegt Jezus in het Johannesevangelie dat Hij “van God is uitgegaan”: het is een bevestiging van zijn goddelijke natuur (Johannes 8, 42; 13, 3; 16, 27-28). “Uitgegaan” om te bidden (Marcus 1, 35), heeft Jezus zich herbrond in de intimiteit van zijn Vader.