Loading...
 

5e zondag van de veertigdagentijd A, Allerzielen - evangelie 3

File461272158211

BIJ ZIJN AANKOMST VERNAM JEZUS
DAT LAZARUS AL VIER DAGEN IN HET GRAF LAG


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 11, 1-45: Jezus en Lazarus

De tekst

Dichter bij de tijd

Lazarus woont in Betanië, samen met zijn zussen Maria en Marta.
Zij zijn goede vrienden van Jezus.
Op een dag wordt Lazarus erg ziek.
De zussen sturen een bericht naar Jezus:
‘Heer, je vriend Lazarus is ziek.’
Wanneer Jezus dit hoort, zegt Hij tegen zijn leerlingen:
‘Lazarus zal niet sterven.’

Hij blijft nog twee dagen waar Hij is.
Dan zegt Hij tegen zijn leerlingen:
‘Kom, we gaan naar Judea.
Onze vriend Lazarus is ingeslapen.
Ik ga er naartoe om hem wakker te maken.’
De leerlingen zeggen: ‘Als hij slaapt, Heer,
dan zal hij er wel weer bovenop komen.’
Maar Jezus bedoelt dat Lazarus gestorven is,
terwijl de leerlingen denken dat Hij de gewone slaap bedoelt.

Wanneer Jezus in Betanië aankomt, is Lazarus al vier dagen dood.
Zijn lichaam is ingepakt met windsels.
Het ligt in een grot, waar een grote steen voor staat.
Heel wat mensen zijn bij Marta en Maria. Ze zeggen:
‘We leven met u mee bij het overlijden van uw broer.’
Dan zegt iemand tegen Marta: ‘Jezus is op komst.’
Marta gaat naar Jezus.
Die zegt: ‘Marta, je broer zal verrijzen.
Hij zal na de dood verder leven.’
‘Dat weet ik,’ zegt Marta, ‘hij zal verrijzen op de laatste dag.’
Maar Jezus bedoelt het anders.
Hij zegt: ‘Ik ben de verrijzenis en het leven.
Wie in Mij gelooft, zal nooit meer sterven.
Geloof je dat, Marta?’
‘Ja Heer,’ antwoordt Marta, ‘ik geloof dat U de Messias bent,
de zoon van God, op wie we zolang gewacht hebben.’

Na deze woorden roept ze haar zus Maria.
‘De meester is er’, fluistert ze.
Jezus ziet hoe Maria en de mensen die bij haar zijn, huilen.
Hij vraagt: ‘Waar hebben jullie Lazarus neergelegd?’
‘Kom maar mee, Heer’, zeggen ze.
Ook Jezus begint te huilen.

Voor de opening van het graf ligt een grote steen.
‘Neem die steen weg’, zegt Jezus.
Marta zegt: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’
Ze wil Jezus tegenhouden.
De mensen rollen de steen weg.
Jezus slaat de ogen op en bidt tot God.
Daarna roept Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’
En de dode komt naar buiten.
Zijn voeten en handen zijn gebonden met windsels
en om zijn gezicht is een doek.
Jezus zegt tegen de mensen: ‘Maak hem los en laat hem gaan.’

Vele mensen die dit zien, zijn daarna in Jezus gaan geloven.



Als je dit aan kinderen vertelt...

... is het van belang dat ze voordien vernemen dat woorden een dubbele betekenis kunnen hebben. In deze tekst worden ze geconfronteerd met de dubbele betekenis van de woorden ‘dood’ en ‘leven’.



Stilstaan bij ...

Lazarus (= hij die door God geholpen wordt)
Lazarus was een broer van Marta en Maria en een vriend van Jezus. Ze woonden in Betanië.


Betanië (= huis van droefheid, van ellende)
Ligt op 3 km van Jeruzalem op de oostelijke helling van de Olijfberg.


Slapen
Een versluierde vorm om over de dood te spreken, ook al omdat een overledene vaak lijkt te slapen.
‘Ontwaken uit de slaap’ krijgt in deze context de betekenis van: ‘verrijzen’.


Dood
Men is dood wanneer men niet meer ademt en alle levensfuncties uitgevallen zijn.
In de Bijbel betekent ‘dood’ ook: ‘niet leven zoals God het wil’.


Vier dagen
Volgens de joodse opvatting dwaalt de ziel van een overledene nog drie dagen na het overlijden rond het dode lichaam. Daarna gaat ze definitief naar het dodenrijk. Dan begint het lichaam te bederven.
Met deze mededeling maakt Johannes duidelijk dat Lazarus echt dood is.


Graf
In de tijd van Jezus werden graven in rotsen uitgehouwen. Zo’n graf werd afgesloten met een grote steen, die men ervoor rolde en die men door een kleiner rotsblok op zijn plaats hield. In zo’n graf werden de doden neergelegd alsof ze sliepen.


Verrijzenis
In dit woord herken je het woord ‘rijzen’. Dat betekent ‘opkomen’ en ‘opstaan’ - denk aan het rijzen van het deeg. Verrijzen betekent ‘opstaan uit de dood’, ‘leven over de dood heen’, ‘leven na de dood’.


Messias, Zoon van God, die in de wereld komt
Dit zijn allemaal titels die aan Jezus gegeven werden.
. Messias, de Gezalfde
Hij die ligt in de lijn van koning David en beantwoordt aan de verwachtingen van de profeten.

. Zoon van God
Wegens zijn nauwe relatie met God.

. Die in de wereld komt
Een manier om onrechtstreeks de hemelse afkomst van de profeet aan te geven.


Wenen
"Het wenen van Jezus en zijn emotie is niet, zoals de omstanders denken, een uiting van medelijden en vriendschap (dat zou kunnen, hoewel de joden bij Johannes het gewoonlijk verkeerd voor hebben), maar de uiting van zijn ongeduld over het gebrek aan geloof van de omstanders." (Herman SERVOTTE)


Zwachtel
Een overledene werd eerst gewassen en daarna ingewikkeld in zwachtels (stroken linnen). Tussen de stroken stof stak men mirre (sterk geurend parfum) en aloësap. Het gezicht werd met een doek bedekt.



Merk op

Niemand van de omstanders vraagt iets aan Lazarus wanneer hij uit het graf komt. Ook Lazarus zelf zegt niets over het leven na de dood, want alle aandacht van Johannes gaat naar Jezus in wie God zich manifesteert. God is een God van levenden. Hij wordt zichtbaar waar de dood overwonnen wordt.


De opwekking van Lazarus is te lezen in de laatste zinnen van een lang verhaal waarbij Johannes veel moeite doet om de betekenis van dit wonder te laten zien. Als men alleen op het wonder in de laatste regels let, doet men hem onrecht aan en bewijst men zichzelf een slechte dienst.



Bij de tekst

Een wonderverhaal ...

... informeert over God en zijn Rijk
. God maakt zich in Jezus kenbaar. Hij is het die de mens redt (= betekenis van de naam ‘Jezus’) uit lijden en dood.

. God is een God van levenden. Hij wordt zichtbaar waar de dood overwonnen wordt.


... roept op
om letterlijk en figuurlijk leven te brengen waar dood is.

Klik hier voor meer info over wonderverhalen.



Situatie waarin de tekst tot stand kwam

Johannes richt zich in de jaren 80-90 tot een ‘catacomben’- kerk, een gemeenschap van christenen die te maken heeft met angst, lijden en dood, omwille van vervolgingen. Wanneer zij voor slachtoffers staat van een gewelddadige dood, vraagt zij zich af ‘wat betekent geloven eigenlijk?’ Zonder geloof zien ze slechts dood en ontbinding.
Maar Johannes toont dat Jezus, net als JHWH in het eerste boek van de bijbel (Genesis), scheppende woorden spreekt, alles tot bestaan roept. ‘Wie in Mij gelooft’, zegt Jezus, ‘heeft het leven’. en ‘Al wie gelooft, zal eeuwig leven krijgen.’



Liturgie in de veertigdagentijd (A-cyclus)

De drie voorbije zondagen van de veertigdagentijd kwamen drie teksten aan bod uit het evangelie volgens Johannes.
In elk van die verhalen staat een ontmoeting centraal. Jezus ontmoet een vrouw uit Samaria, een blinde en een overledene.
Telkens volgt een uitvoerige discussie die uitmondt op een vraag: 'Geef mij levend water, maak dat ik zien kan, wek de dode tot leven!' Dan wordt duidelijk wie Jezus is: Hij is het levend water, het licht van de wereld, de verrijzenis en het leven.
Water, licht en leven zijn drie belangrijke symbolen in de paasliturgie. In elke doopselviering komen dezelfde symbolen aan bod. Vroeger werden deze verhalen in de kerk gebruikt om volwassenen voor te bereiden op hun doopsel in de paasnacht.





Bijbel en kunst

Icoon

De opwekking van Lazarus (15e eeuw)
Lazarus Raisingof 15thc Russianmuseumst Petersburg 638

Russisch museum Sint-Petersburg.


Iconen die de opwekking van Lazarus afbeelden volgen heel getrouw het evangelie volgens Johannes.

De rotspartij op de icoon stelt de Olijfberg voor. Daarachter zijn bouwwerken te zien die deel uitmaken van de ommuurde stad Jeruzalem.

Jezus spreekt tegen Lazarus (let op het typische gebaar dat in iconen betekent dat men spreekt).

Aan zijn voeten knielen de zussen van Lazarus: Marta en Maria. Hun handen zijn verborgen in de stof van hun mantel. Dit gebaar dat zijn oorsprong vindt in de rituelen aan het hof van de Byzantijnse keizers, betekent op een icoon dat die persoon aan het bidden is.

Lazarus staat rechtop in het rotsgraf. Voor hem dragen twee mannen de deksteen van zijn graf weg. Links van Lazarus bevrijdt iemand hem van de zwachtels. Wie het dichtst bij het graf is houdt een stuk stof voor de neus, want Lazarus ligt al een paar dagen in het graf en riekt al.

Lees meer over iconen.



GIOTTO

Jezus wekt Lazarus op uit de dood (1304)
Raising Of Lazarus Giotto

fresco in de Arena (of SCRO-Vegni) kapel te Padua

Giotto was een van de eerste kunstenaars die in zijn schilderijen probeerde menselijke emotie te tonen op de gezichten en de houdingen van de mensen.


Merk op
De compositie van dit werk wordt sterk bepaald door de compositie van dit onderwerp op iconen.



V. VAN GOGH

De opwekking van Lazarus (1890)
2 Vangogh Lazarus 1890

Het hele kunstwerk baadt in het licht als Lazarus wakker wordt uit de dood. De vrouw die nog een zakdoek in haar rechterhand heeft om haar tranen te drogen, maakt uitbundig duidelijk hoe blij verrast ze is dat Lazarus terug tot leven komt.

Van Gogh schilderde dit werk, toen hij in het psychiatrisch centrum van Saint-Rémy was. Het lijkt erop dat hij zichzelf gezien heeft in Lazarus: let op de haarkleur, het ingevallen gezicht. Na zijn persoonlijke ervaring met een geestesziekte die hij als dood heeft ervaren, lijkt dit schilderij erop te wijzen dat hij het gevoel had weer tot leven te zijn gekomen.





Suggesties

Kleine kinderen

ONDERZOEKEN

Kringgesprek: verdriet, rouw

Jesus Raises Lazarus From The Dead
Als iemand sterft, hebben mensen uit zijn / haar omgeving veel verdriet.
- Hebben jullie al meegemaakt dat iemand, die je kende, overleden is?
- Hoe tonen mensen dat ze verdrietig zijn?
(wenen, niet kunnen eten, lusteloos zijn...)
- Hoe troosten mensen elkaar?
(men laat de ander uitpraten, uitwenen, men geeft een schouderklopje...)
- Hoe tonen mensen dat de overledene een plaats blijft hebben in hun leven?
(kaars, bloemen bij foto’s…)

Bij het afsluiten van dit gesprek is het belangrijk om niet alleen de antwoorden samen te vatten maar ook aandacht te hebben voor het aspect verbondenheid (komt vooral tot uiting in het troosten en in de manier waarop de overledenen herdacht worden).





KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Jezus en Lazarus

Vertel
Lazarus was een goede vriend van Jezus.
Hij woonde samen met zijn twee zussen, Marta en Maria
in Betanië, een dorpje niet ver van Jeruzalem.
Op een dag is hij ernstig ziek.
Wanneer Jezus een paar dagen later bij zijn vriend komt, is hij overleden.


Activiteit
De kinderen beelden de gevoelens van Martha, Maria en Jezus uit bij het overlijden van Lazarus of tekenen dit of schrijven erover.
Bijvoorbeeld: Teken de gezichten van Marta en Maria en van Jezus, zodat je kunt zien hoe ze zich voelden.
Maak eventueel ook gebruik van tekstballonnen.





VERTELLEN

Verhalen

Deze tekst van Johannes vormt een gelegenheid om bij kinderen te spreken over dood, én het feit dat christenen geloven dat die dood een soort doorgang is naar een andere manier van leven: een leven bij God.
'De dood is een komma, geen punt'.


Dit gebeurt het gemakkelijkst via verhalen:
. Het verhaal 'Kikker en het vogeltje'
gaat vooral over dood, en het ritueel dat men er rond kent.

. Het verhaal 'Elke is dood'
staat even stil bij wat er na de dood gebeurt volgens christenen.

Klik hier om deze verhalen te vinden in ‘bijbelin1000seconden.be’.





Grote kinderen

SPREKEN MET BEELDEN

Symbooldidactiek: 'dood'

Confronteer de kinderen met één van de volgende uitdrukkingen
(kies voor een uitdrukking die ze reeds kennen, of die voor jouw groep toegankelijk is):

Zitten in een doodlopend straatje
Als de dood voor iemand zijn
Dat zaakje zal wel doodbloeden
Ergens een broertje dood aan hebben


Ga met de kinderen dieper in op de uitdrukking:
- Wordt hier echt de dood bedoeld? Wat dan wel?
Dood betekent in elk van deze uitdrukkingen: niet voluit kunnen leven wegens angst of schrik, of gebrek aan enthousiasme of er geen plezier in vinden…
Dood is dan als een weg die nergens naartoe leidt, waar je niet meer verder kunt.

Leg dan de relatie met het verhaal van Lazarus.





Ingepakt zoals Lazarus

Materiaal
. Lange windel van een oud stuk laken. (Eventueel stukken aaneen stikken)
. Stiften


Verloop
Vertel dat de mensen die ten tijde van Jezus gestorven waren helemaal in windels werden ingepakt. Mocht een dode toen ‘wakker’ worden, dan kon die zich echt niet meer bewegen.
Je kunt dit eventueel illustreren met een foto / tekening van een Egyptische mummie.

Mummie


Net zoals mensen spreken over een ‘dode’ boel, kunnen mensen ‘ingepakt’ zijn. Bijvoorbeeld in een ruzie. (Mensen zijn dan ingepakt in egoïsme, jaloersheid … )
Ga met de kinderen op zoek naar wat mensen ‘inpakt’, ‘dood’ maakt. (= ‘dood’ in de tweede betekenis van het woord)
Dit schrijven ze op de lange windel. (Laat ze schrijven met genoeg tussenruimtes)

Wikkel daarna hiermee een kind uit de groep in. Zorg ervoor dat de teksten die de kinderen op het windsel schreven aan de buitenkant komen. ‘Ontwikkel’ dan het kind tot je bij de eerste tekst komt. Vraag aan de kinderen om één of meer oplossingen te zoeken voor elk voorbeeld van ‘inpakking’ en knip dat stuk van de windel dan los. Zo kan het ‘ingepakte kind’ langzamerhand meer voluit ‘leven’.

Om te besluiten vertellen de kinderen het verhaal over Lazarus opnieuw.
Blijf stilstaan bij de zin van Jezus: ‘Wie in Mij gelooft, zal nooit meer sterven.’ Wijs er de kinderen op dat sterven hier zowel dood in de eerste als in de tweede betekenis betreft.
Als christenen geloven in de verrijzenis, dan geloven ze in een leven na de dood, maar ze geloven ook dat ze in dit leven uit alle vormen van dood kunnen verrijzen.


TIP
Hang de losse stroken in het lokaal op. Kom er op terug als er zich een probleem stelt, zoals op de strook werd aangegeven.




Alternatief
Maak gebruik van het volgend werkblad.

‘Verrijzen wil zeggen dat je je leven waaraan je gebonden zit, moet loslaten.
Want verrijzen is op een nieuwe manier verder leven ondanks alles wat het leven kapot maakt.’
H. Debacker






VERDIEPEN

Wie in Mij gelooft zal leven

(C. LETERME in Simon plus, uitgeverij Averbode, 2010 nr 2)

Materiaal
Kopie van de vereenvoudigde tekst voor de kinderen.
Eventueel: woordkaardjes.


Vooraf
Bij het vertellen van dit verhaal is het belangrijk zich goed te realiseren dat de betekenis van dit verhaal belangrijker is dan de feiten die vermeld worden.
Johannes die deze tekst schreef, noemde zo’n verhaal een ‘teken’. Een teken verwijst naar iets. Bij Johannes verwijzen deze tekens naar Jezus als profeet, als Messias, de ‘Gezondene van God’.


Verloop
’’Op het eerste zicht’’
lijkt deze tekst het verslag van een gebeurtenis. We krijgen informatie over wat er gebeurde wanneer iemand 2000 jaar geleden in Palestina stierf.
Geef de kinderen de opdracht om die informatie te onderlijnen in de tekst. Nadien wordt die in een min of meer chronologische volgorde geplaatst.

Ivm de dode
1. De dode wordt de dag van zijn overlijden begraven.
2. De dode wordt in linnen doeken gewikkeld.
3. Op het gezicht van de dode wordt een doek (zweetdoek) gelegd.
4. De dode wordt in een grot gelegd alsof hij slaapt.
5. Voor de grot wordt een zware steen gerold.

Ivm de nabestaanden
6. De nabestaanden huilen.
7. Mensen komen de nabestaanden troosten.

Laat de kinderen deze informatie vergelijken met wat er nu bij ons gebeurt.

Ivm de dode
1. De dode wordt enkele dagen na zijn dood begraven.
2. De dode wordt gewassen en krijgt mooie kleren aan.
3. De dode wordt opgebaard zodat familie, vrienden en kennissen een laatste groet kunnen komen brengen.
4. De dode wordt in een kist gelegd en in de grond begraven.
Of: de dode wordt verast.
5. Later komt een steen boven de grond waar de kist ligt.
Of: de as wordt in een urn bewaard of uitgestrooid.

Ivm de nabestaanden
6. De nabestaanden huilen.
7. Mensen komen de nabestaanden troosten.


’’Op het tweede zicht’’
gebeurt er iets opvallend vreemd in de tekst: Lazarus, die al vier dagen dood en begraven is, en volgens de joden dan echt wel dood is, wordt door Jezus naar buiten geroepen.

Hiermee wil Johannes zeggen:
. wie gestorven is, leeft verder over de dood heen. Johannes zegt dus wat de betekenis is van verrijzenis, en hij doet dat heel beeldend.
. wat met Lazarus gebeurt, zal later ook met Jezus gebeuren.
Daarom zegt Johannes nadien niets meer over Lazarus. Hij laat hem niet meer aan het woord om zijn belevenissen als dode mee te delen. Want dat was niet wat Johannes met dit verhaal bedoelde.



’Verrijzen’

C. LETERME, Samuel, uitgeverij Averbode, 2003, nr 2, p.11

Lazarus is dood. Hij leeft niet meer wanneer Jezus tegen Marta zegt: ‘Je broer zal verrijzen’

- Wat betekent hier het woord verrijzen?
Kleur het bolletje bij de juiste uitleg
Noteer het woord dat erbij staat op een blad.

wie O Je broer zal dood blijven
Ik O Je broer zal verder leven
zal O Je broer zal terugkomen als een ander mens


Johannes schreef ook de volgende woorden van Jezus op:
‘Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, mag dan al sterven, toch zal hij leven’

- Wat bedoelt Jezus hiermee?
Kleur het bolletje bij de juiste uitleg
Noteer het woord.

gelooftO Wie in Jezus gelooft, zal nooit meer doodgaan
ben O Wie in Jezus gelooft, blijft eeuwig leven, ook al is hij dood.
Nooit O Wie in Jezus gelooft, zal telkens opnieuw geboren worden


Dit verhaal zegt ook iets over Jezus.
Kleur de bolletjes bij de juiste zinnen.

de O Hij brengt leven waar dood is
verrijzenisO Hij heeft verdriet omdat Lazarus gestorven is
stervenO Hij heeft schrik van de dood


Als je de juiste bolletjes hebt ingevuld, lees je nu de belangrijkste zin uit dit verhaal:

…............................................................................................


Correctiesleutel
Ik ben de verrijzenis.





VERTELLEN

Verhalen

Klik hier om meer verhalen te vinden over dit onderwerp.






SPELENDERWIJS

Voor wie tot 56 kan tellen

Lazarus





MEDITEREN

Als iemand sterft …

(Erwin Roosen in Samuel, uitgeverij Averbode, 2003 nr 2, p. 20)

Als iemand
van wie je heel veel
gehouden hebt,
plots sterft,
ga je zelf ook
een beetje dood.

Je wordt overspoeld
door metershoge golven
van verdriet.
En niets of niemand
lijkt de pijn
in je hart
te kunnen genezen.

Tot iemand je
bij de hand neemt
en je warme woorden
van vriendschap toefluistert.
Dan voel je
dat lieve mensen
eigenlijk nooit sterven.










Jongeren

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Jezus en Lazarus

Verwerk bij het vertellen informatie over de manier waarop de joden ten tijde van Jezus hun doden begroeven.
In het verhaal worden de jongeren geconfronteerd met het woord 'verrijzenis'. Dit woord kun je omschrijven als: verder leven na de dood.

Info
Als christenen zeggen dat ze geloven in de verrijzenis,
betekent dit dat ze geloven dat na dit leven het leven verder gaat in en bij God.
De dood is voor hen geen eindpunt, maar een komma.
Ze geloven dat het leven verder gaat bij God,
maar wellicht niet op de manier zoals mensen het leven nu kennen.


Sta stil bij de zin van Jezus: 'Wie in Mij gelooft, zal nooit meer sterven.'
Wijs er de jongeren op dat sterven hier zowel dood in de eerste als in de tweede betekenis betreft.
Als christenen geloven in de verrijzenis, dan geloven ze in een leven na de dood,
maar ze geloven ook dat ze ook in dit leven uit alle vormen van dood kunnen verrijzen.





Overwegingen

Fano

3 Fano
Lazarus zit in de donkere put, waarin hij begraven werd.
Hij draagt windsels. Maar ze zijn los.
En boven de put komt de zon op:
Jezus trekt Lazarus uit zijn graf.

Wanneer Johannes schrijft over de ‘opwekking van Lazarus’,
schrijft hij niet zozeer over Lazarus, maar vooral over Jezus:
Hij is het die leven brengt waar dood is,
licht waar duisternis is, genezing waar ziekte is,
water waar dorst is, brood waar honger is.

Een taal die ook kinderen verstaan.
Als hen gezegd wordt dat ze een zonnetje zijn,
weten ze heel goed waarover het gaat
en ook dat ze dan geen echte zon zijn.
(C.L. 26/03/2017)



Willem Vermandere

Levenwekkend

(nav de bekroning met de Prijs van het Spirituele boek 2013 voor zijn boek:
De zeven laatste woorden, Lannoo 2013, 65 p.)

Jezus heeft Lazarus uit de dood opgewekt? Dat kan niet.
Lazarus kwijnde weg in zijn verloren dorp op de buiten.
Hij zei: 'Ik ga hier dood van ellende en verveling, rabbi,
maar als ik U zie, herleef ik.
Dat is de kern van de zaak. Jezus aanwezigheid is levenwekkend.
Dan wordt het verhaal weer interessant en mooi:
als je het kunt losmaken van die tirannieke letterlijkheid.



Paul Kevers

Jezus weende

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2003, nr 2, p. 12)

Denk jij dat Jezus ooit gelachen heeft? Waarschijnlijk vind je dat een rare vraag. Ieder mens lacht toch wel eens, dus Jezus natuurlijk ook! Nochtans, heel lang geleden hebben geleerden ruzie gemaakt over die kwestie. Er staat immers nergens in het evangelie dat Jezus lacht. Sommigen vonden dat Jezus nooit gelachen kan hebben, Hij was immers God... Wij zullen die kwestie maar laten rusten.
Maar dat Jezus geweend heeft, staat in elke geval wèl in het evangelie! Lazarus en zijn zussen, Marta en Maria, waren goede vrienden van Jezus. Lazarus werd ziek en stierf, en dit werd aan Jezus gemeld. Jezus ging er naartoe, en toen Hij bij het graf van Lazarus kwam, 'begon Hij te wenen', schrijft Johannes in zijn evangelie.
Jezus wordt dus geraakt door de dood van zijn vriend. Hij heeft verdriet. De dood is de grootste vijand van de mens ... Dat heeft Jezus zo gevoeld. Maar dat verdriet heeft Hem toch niet wanhopig gemaakt. Hij spreekt Marta en Maria moed in. Jezus vertrouwt op God, die de mensen liefheeft en sterker is dan de dood. Daarom kan de dood nooit het laatste woord hebben, weet Jezus. Wie in God gelooft, leeft - ook al is hij gestorven. Jezus nodigt Marta en Maria, en ook ons, uit om ook zo op God te vertrouwen. Om te geloven dat God ons niet in de dood achterlaat.



Frans Mistiaen sj

Geloven dat de liefde nu reeds sterker is dan elke dood

Eeuwig leven

In ieder van ons leeft een vage hoop:
nl. dat de dood toch niet het definitieve einde zou zijn,
dat er daarachter nog ergens een ander wereld zou bestaan,
waar alles anders en beter zal zijn.
Marta spreekt eerst dit vage geloof uit:
"Heer, ik geloof in de verrijzenis, op de laatste dag!" dwz.
in een totale ommekeer, in een verre toekomst.
Maar Jezus' antwoord levert ons de kernboodschap
van het evangelie van vandaag:
"Ik bén de verrijzenis en het leven!" dwz."Niet in een verre
toekomst, maar nú, hier, vandaag, breng Ik verandering.
Ik breng leven te midden van uw wanhoop,
ook midden in uw dood."
Dan gaat het hier wel over een ander soort leven,
over een leven van een heel andere kwaliteit, een goddelijk leven,
nl. over een liefdesgemeenschap tussen Jezus en ons,
die veel dieper is dan het tastbare, zichtbare, uiterlijke leven.
Jezus zegt: "Wie deze liedesgemeenschap met Mij beleeft,
lééft echt, of hij nu fysisch leeft dan wel reeds gestorven is."
Dit is nu de kern
van de christelijke boodschap over leven en dood:
Ook als wij leven, kunnen wij eigenlijk dood zijn voor God;
uiterlijk levende mensen, die praten en bewegen,
maar die geen goddelijke diepte, geen goddelijk leven bezitten.
Ook als wij gestorven zijn, kunnen wij eigenlijk echt leven.
Er bestaat een geestelijke, goddelijke liefdesverbondenheid,
dat sterker is dan de uiterlijke dood.

En wat bepaalt nu of wij dat goddelijk, diepe leven
al dan niet bezitten?
Het feit dat wij luisteren of geluisterd hebben
naar de stem van de Mensenzoon,
dat wij leven of geleefd hebben naar het liefdeswoord van Jezus.
"Wie luistert naar Mijn woord, hij HEEFT eeuwig leven,
hij IS reeds uit de dood naar het leven overgegaan!"
Echt luisteren, dat wil zeggen "doen".
Wij bezitten dus dat goddelijke, diepe leven
als wij nú de liefde centraal stellen
en concreet proberen te beantwoorden bij alles wat wij doen.

"Gelooft gij dat?" vraagt de Heer, ook aan ons.
En wij antwoorden misschien aarzelend:
"Ja, Heer...min of meer toch..."
Ons geloof moet zich inderdaad nog verdiepen en vernieuwen,
tot wij ervan overtuigd geraken dat de liefde de enige,
de hoogste waarde is waarvoor al het andere wijken moet,
tot wij kunnen antwoorden zoals Marta
op het einde van haar ontmoeting:
"Ja, Heer, ik geloof dat Gij de Christus zijt, de Zoon van God
die in deze wereld midden onder ons lééft!"

Het is bij het graf van onze dierbare overledenen
dat de Heer Jezus Zelf vandaag naast ons komt staan,
om ons uit te nodigen tot echte, goddelijke levensgemeenschap.
En die begint niet in een verre toekomst,
maar nu reeds hier, te midden van onze beperktheden en pijn.
Hij biedt ons een liefdesverbondenheid aan,
die sterker is dan elke ziekte, verminking of dood
en die ons samen met onze dierbare overledenen, uitnodigt
om te zorgen voor anderen, de kleinsten en de zwaksten vooral.



Ik ben de verrijzenis

Hoe kunnen wij luisteren naar deze woorden,
“de dood zal niet meer zijn!”,
wij die juist zo hard door de dood zijn getroffen dit jaar?

De pijn om de dood van onze geliefden
is nog heel reëel.

Maar vandaag zit er Iemand
samen met ons aan de rand van het graf.
De Heer zelf komt ons vandaag opzoeken.

Het is daar,
te midden van ons verdriet, met de dood voor ogen,
dat de Heer ons zegt:
"Zie ik maak alles nieuw.
want IK bén de verrijzenis en het echte leven!"
Niet in een verre toekomst,
maar nú, hier, vandaag, breng Ik verandering.
Ik breng echt leven te midden van uw wanhoop,
ook midden in uw dood."

Jezus spreekt dan wel over een ander soort leven,
dan het broze leven van elke dag.
Hij spreekt over een leven van een heel andere kwaliteit,
een goddelijk leven,
nl. over de liefdesgemeenschap tussen Hem
en ons en onze dierbaren,
die veel dieper is
dan het tastbare, zichtbare, uiterlijke leven.
Jezus zegt :
"Wie deze liefdesgemeenschap beleeft,
lééft echt,
of hij nu fysisch leeft
dan wel reeds gestorven is."

Dit is de kern
van de christelijke boodschap over leven en dood :
Ook als wij leven,
kunnen wij eigenlijk “dood” zijn voor God :
uiterlijk levende mensen, die praten, die bewegen,
maar die geen goddelijke diepte bezitten.
Ook als wij gestorven zijn,
kunnen wij eigenlijk “echt leven”.
Er bestaat een geestelijk, goddelijke liefdesleven,
dat sterker is dan de uiterlijke dood.

En wat bepaalt nu
of wij dat goddelijk, diepe leven al dan niet bezitten?
Het feit dat wij luisteren of niet
naar de stem van de Mensenzoon.
Echt luisteren betekent hier "doen".
Dus het feit dat wij leven of niet
naar het liefdeswoord van Jezus.
Wij bezitten dat goddelijke, diepe leven
als wij nú de liefde in het midden blijven zetten
en concreet proberen te beantwoorden
bij alles wat wij doen.

De Heer Jezus Zelf
komt vandaag naast ons staan
bij de rustplaats van onze dierbare overledenen
om ons uit te nodigen
tot die echte, goddelijke levensgemeenschap.
En die begint niet in een verre toekomst,
maar nu reeds hier,
te midden van onze beperktheden en pijn.
Hij biedt ons Zijn liefde aan
die sterker is
dan elke ziekte, verminking of dood.
Dat maakt nu alles nieuw!
Dat maakt ook de aanwezigheid van onze dierbaren
zo heel nieuw,
veel meer innerlijk
als een liefdeskracht die in ons sterk voelbaar blijft.



Geloven in het leven, midden in onze dood!

Na dit verhaal van een buitengewoon mirakel
zal onze wetenschappelijk ingestelde geest,
die eerst de objectieve feiten wil controleren en verifiëren,
hier vooral uitzoeken wat er toen precies met Lazarus is gebeurd.
Maar dit is helemaal niet hetgeen de evangelist Johannes bedoelde.
Johannes wilde integendeel onze aandacht richten op Jezus,
en dan vooral op de Christus van alle tijden,
die oog in oog staat met alles wat dood is... ook in ons,
en die ons nu “Zijn echt leven” aanbiedt,
opdat ook wij in Hem zouden geloven..

Wij ervaren ook vandaag ziekte in ons lichaam,
zwakheid van onze wil, dood van de bezieling in ons hart.
Soms worden wij er diep ongelukkig om, ja zelfs een stuk ongelovig.
En de vragen die ons in die donkerste doodsmomenten
over de lippen komen,
hoorden wij bijna letterlijk klinken in dit verhaal:
"Heer, als Gij hier waart geweest,
ja, dan was ons dít ongeluk toch niet gebeurd!"
"Heer, had Gij, die de ogen van de blinde hebt geopend,
nu ook niet kunnen verhinderen
dat wij deze miserie moesten meemaken!"
En dan hebben wij wel eens de indruk dat de Heer,
- die nochtans veel van ons houdt, zoals van Lazarus -
lang wacht om ons te hulp te komen,
blijkbaar tot de toestand door en door verrot is.

Jezus komt wel degelijk tot ons,
maar niet om ons uiterlijk te genezen, zoals een dokter.
Jezus is Diegene die innerlijke genezing brengt
voor de verminking van onze ziel en ons hart.
Jezus kan de verlamming van onze hoop genezen,
de kreupelheid van onze liefde, de blindheid van ons geloof,
en de diepste verstarring, onze innerlijke dood, onze zondigheid.
Het gaat over ieder van ons, als Jezus vandaag zegt:
“Laat ons naar Lazarus gaan!" en Hij trekt op
naar elke mens die leeft met de dood in het hart,
naar ieder die bedreigd wordt door de verstarring
of de hopeloosheid in zijn ziel en door het sterven van zijn lichaam.
Juist wanneer wij worden uitgedaagd door die ultieme bedreiging
kom Hij naar ons toe, om ons Zijn leven aan te bieden.

Martha spreekt eerst de vage hoop uit die bij elke mens leeft,
nl. dat er later nog wel een andere wereld zal komen,
waar alles anders en beter zal zijn,
een soort verrijzenis, op de laatste dag, in een verre toekomst.
“Neen” antwoordt Jezus "Ik ben nú de Verrijzenis en het Leven!
Niet in een verre toekomst, maar nú, hier, vandaag
breng Ik verandering, te midden van uw wanhoop,
Ik breng leven, midden in uw dood".
Laat ons duidelijk zijn:
Het leven dat Jezus biedt - dat Johannes het “echte” leven noemt -
is wel een leven van een heel andere soort, van een andere kwaliteit,
die zoveel dieper is dan ons tastbare, zichtbare, uiterlijke leven.
Het is het eeuwig goddelijk leven,
de liefdesverbondenheid en vriendschap met Hem.
"Wie de vriendschap met Mij en Mijn Vader beleeft, die “leeft echt”,
of hij nu fysisch leeft, dan wel reeds gestorven is."

Hier horen wij de kern
van de christelijke boodschap over leven en dood.
Oók als wij leven, kunnen wij eigenlijk dood zijn voor God:
uiterlijk levende mensen, die van alles doen en presteren,
maar zonder goddelijke diepte.
Oók als wij gestorven zijn, kunnen wij eigenlijk écht leven,
de geestelijke verbondenheid,
de goddelijke vriendschap beleven met Christus,
die sterker is dan de uiterlijke dood.
"Wie luistert naar Mijn woord en het ook doet,
hij HEEFT eeuwig leven, hij IS reeds
uit de dood naar het leven overgegaan!"
Het “eeuwig leven" betekent dus niet
"een leven dat na de dood begint en dat dan lang duurt", maar
"de goddelijke diepte van de levende liefde
nu reeds, hier, midden in onze beperkingen".

"Gelooft gij dat?"
vraagt de Heer vandaag aan ieder van ons,
opdat wij het antwoord van Martha zouden herhalen:
"Ja, Heer, ik ben tot het geloof gekomen
dat Gij hier voor mij de levende God zijt,
de liefde die nu in mij sterker is
dan elke ziekte, verminking of dood."

En dan roept de verrezen Heer ieder van ons toe:
"Doe die steen weg!".
Want er kan inderdaad een zware steen op ons hart liggen.
De steen misschien van een letsel, opgelopen in onze jeugd,
dat wij nog altijd niet hebben verwerkt,
of de steen van het blijvend verdriet
omwille het verlies van iemand die ons dierbaar blijft,
of de steen van een of andere mislukking
in onze studie, in ons werk of in onze relaties,
een mislukking die wij onszelf nog niet hebben vergeven,
Zulke stenen kunnen gedurende jaren zwaar wegen op ons hart.
“Doe die steen weg!” zegt de Heer.

En Hij zegt ook nog:
"Maak die zwachtels los en laat hem gaan!"
Want wij blijven wellicht nog
met een of andere dodelijke zwachtel omwonden.
De zwachtel misschien van een verslaving
die ons telkens weer een roes bezorgt
en ons doet vluchten voor onze verantwoordelijkheid,
of de zwachtel van een blijvend wraakgevoel
die ons verhindert tot verzoening te komen in onze familie,
of de zwachtel van een hevige passie
die eigenlijk ons edelmoedig engagement verstikt.
“Maak hem los en laat hem gaan!” zegt de Heer

En, getekend als wij zijn
door de littekens van al onze doodservaringen,
- met de steen op ons hart
en met de zwachtels nog rond onze handen en voeten gebonden -
komen wij uit onze haast hopeloze situatie naar Jezus toe
en durven wij ons weer toevertrouwen aan Zijn liefdeskracht.
Alleen Zijn liefdeskracht immers kan ons écht leven schenken.
Alleen Zijn zichzelf-vergetende liefde maakt ons werkelijk vrij.

Dit verhaal gaat dus vooral over Jezus die vandaag
wordt geconfronteerd met de dode Lazarus in ieder van ons.
Het mirakel van Lazarus’ bevrijding uit de dood
gebeurt telkens opnieuw, iedere keer dat ons dode, liefdeloze hart
op Zijn uitnodiging, weer tot leven en tot edelmoedige liefde komt.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Leven geven (2014)

In het Johannesevangelie roept Jezus ons op tot geloof door zijn zending te bevestigen met zeven tekenen. Het grootste en laatste teken is de opwekking van Lazarus: Jezus openbaart er zich als de echte Redder, Hij die ons redden kan van de dood. Hij mag dan ook terecht van zichzelf zeggen: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven”.
Hoe situeert Jezus zich dan tegenover de dood? Als Hij er toch boven staat, gaat Hij er licht mee om? Behoudt het Johannesverhaal de densiteit van de werkelijkheid, of wordt het een sprookje?

Het is opvallend dat Jezus het doodsgevaar niet opzoekt, en dat Hij telkens weer uitwijkt als er doodsbedreiging is. Hij speelt niet met zijn leven: “Toen raapten ze stenen op om Hem te stenigen; maar Jezus verborg zich en glipte de tempel uit” (Johannes 8, 59). Het evangelie vandaag wordt ingeleid met de zin: “Weer zochten ze Hem aan te houden, maar Hij ontkwam aan hun handen. Hij begaf zich weer naar de overkant van de Jordaan”. (Johannes 10, 39-40). Jezus heeft zich in veiligheid gesteld wanneer Hem de ziekte van zijn vriend Lazarus wordt gemeld. Om hem te genezen begeeft Hij zich niet naar Betanië, in de gevarenzone. Het is maar als de dood moet overwonnen worden bij zijn vriend dat Hij weer de Jordaan oversteekt, tegen het advies in van zijn leerlingen. Deze tonen aan wat het in de praktijk betekent leerling te zijn: luisteren naar de Meester en Hem volgen tot de dood: ”Laat ook ons gaan om met Hem te sterven”. Als Jezus zijn leven riskeert, dan is het om het te geven. Lazarus redden is voor Jezus zijn eigen doodvonnis tekenen : “Van die dag af besloten ze Hem te doden” (Johannes 11, 53). Leven geven wordt oorzaak van zijn dood; maar uit zijn dood zal leven voortkomen: de laatste stappen die Hij zet naar zijn dood zijn levengevend voor Lazarus. De naam Lazarus, El’azar, betekent: ‘God komt ter hulp’. Het is de naam van iedere vriend van Jezus.

Jezus staat niet stoïcijns onbewogen tegenover de dood. Om zijn vriend Lazarus “werd Hij hevig bewogen en ontroerd ... Hij weende ... De joden zeiden: Zie, hoe Hij hem liefhad” (Johannes 11, 33-36). Als God mens wordt, dan mag je zelf ten volle mens zijn, je moet je dan geen afstandelijke boeddha-glimlach aanmeten tegenover het bestaan, tegenover lijden en dood. God wordt onze lotgenoot. Hij doet ons en zichzelf geen lijden aan, Hij houdt ook het lijden niet af: noch het een, noch het ander. Hij leert ons een mensenbestaan te aanvaarden, een beperkt bestaan. En beperkingen doen nu eenmaal pijn, vooral als ze niet aanvaard worden. Jezus is met ons in het lijden en de dood. Zijn aanvaarden van de dood wordt overwinning van de dood. Precies in zijn aanvaarden van ons mensenlijden en dood wordt Jezus “de Verrijzenis en het Leven”.

Om te komen tot dat geloof, maakt Marta een heel proces door. In het lijden voelt zij zich door God in de steek gelaten: “Heer, zo Gij hier geweest waart, zou mijn broer niet gestorven zijn”. De schijnbare onverschilligheid van Jezus ten spijt, blijft zij vertrouwen: “Maar zelfs nu (in het lijden) weet ik nog dat God U zal geven wat Gij Hem ook vragen zult”. Zij gelooft in de opstanding der doden op de laatste dag. Jezus vraagt haar te geloven in de opstanding nu, in de tegenwoordige tijd.

Verrijzen is niet het vorige leven terug opnemen. Verrijzenis is geen reïncarnatie. Het gaat hier over een nieuw leven waar de leerling leeft van Jezus’ leven: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven ... wie in Mij gelooft zal niet sterven voor eeuwig”. De verrijzenis begint nu reeds. Nu reeds leven we van Jezus’ leven, nu reeds zijn we kinderen van God, maar wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard. In zijn eerste brief zal Johannes uitleggen wat het inhoudt “overgegaan te zijn van de dood tot het leven” (1 Johannes 3, 14), nu reeds te leven van Jezus’ verrezen leven.

“Wie in Mij gelooft zal niet sterven voor eeuwig”. Kan Marta dat beamen? Zij heeft het juiste theologisch antwoord: “Ja, Heer, ik geloof dat Gij de Christus zijt, Gods Zoon die in de wereld komt”. Als Jezus slechts een mens is, dan kan Hij ons geen eeuwig leven mededelen. Hij kan zelfs zijn eigen mensenleven niet in ons laten leven. Jezus’ woord kan slechts waarheid bevatten als Hij niets minder is dan Gods Zoon. In haar geloof heeft Marta begrepen dat het God is die, in Jezus, komt tussen de mensen: zij is de figuur van de gelovige leerling.

De leerling is echter in de situatie van Jezus vóór zijn verrijzenis. Hij leeft reeds van Jezus’ leven, maar de verrijzenis van Jezus heeft hem nog niet met zijn lichaam opgenomen in Gods leven. Hij moet door de dood met Jezus om met Hem te verrijzen in zijn lichaam. In de opwekking van Lazarus kondigt Jezus de kracht aan van de verrijzenis die Hij in zich draagt voor hen die in Hem geloven. We worden uitgenodigd om een stap verder te gaan, van Jezus de Wonderdoener naar “de Verrijzenis en het Leven”. Daarmee worden we geplaatst voor een keuze: geloven dat we leven om te sterven, of geloven dat we sterven om te komen tot eeuwig leven.



Eeuwig leven (2017)

Proberen we even dit lange evangelie te overschouwen.
Het laatste van de zeven tekens die Jezus verricht in het Johannesevangelie, is Lazarus terug in leven te roepen. Het is de afdoende afsluiting van Jezus’ openbaring in de wereld. Dit laatste wonder wil een antwoord geven op onze diepste menselijke bevraging over de dood. Hoe staan wij ervoor, als God, die ons leven komt delen, zelf een vreselijke dood ondergaat? Jezus antwoordt ons daarop met een ultiem wonderteken dat, moet aantonen dat de zin van zijn zending, spijts alle schijn, erin bestaat het leven te brengen overheen de dood.

Dat teken van overwinning van de dood bezegelt echter terzelfder tijd de definitieve mislukking van zijn zending. De opwekking van Lazarus wekt inderdaad de vijandschap op van de joodse gezagsdragers die, verenigd in het sanhedrin, Jezus ter dood veroordelen (v. 53). Deze onafwendbare dood is echter geen absurde of tragische dood. Jezus die optrekt naar het kruis is immers zelf ‘verrijzenis en leven’ (v. 25) en zijn dood is het uur van zijn verheerlijking (v. 4). De doortocht van de nacht van de dood is maar mogelijk doorheen de doortocht van de nacht van het geloof.

De strategie van het geloof loopt als een rode draad door het Johannesevangelie. De opwekking van Lazarus ontsnapt niet aan deze regel. Jezus kondigt vooraf aan dat het komende wonder bestemd is om het geloof van zijn leerlingen op te wekken (v. 15). De dialoog tussen Jezus en Marta heeft het geloof als thema. Centraal staat er de bevestiging van Jezus: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven. Wie leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven voor eeuwig. Gelooft gij dat ?” (v.25-26).
De formule “Ik ben” getuigt dat Jezus hier spreekt als Hij die absoluut God vertegenwoordigt. Hij geeft verrijzenis en leven aan wie Hem als dusdanig erkent. In feite wordt die volheid van leven niet geschonken aan wie gelooft dat er, na de dood, Verrijzenis komt, maar ze een gave is die hier ontvangen wordt, nu reeds, in het geloof.

Heel het evangelie door verklaart Jezus dat hij het leven is (1, 4; 3, 15.16.36; 4, 14.36; 5, 24,26,39,40; 6, 27.33.35.48.51.53.63.68; 8,12; 10.10.28). Hier, de enige keer in het evangelie, verklaart Jezus dat hij de Verrijzenis is. Het debat met Marta, omwille van de dood van Lazarus, is een debat over de verrijzenis.

Als Jezus aan Marta zegt: “uw broer zal verrijzen” (v. 23), dan begrijpt ze dat woord maar in de zin van de joodse opvatting over de verrijzenis op het einde van de wereld. Jezus stelt haar geloof bij: “Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; wie leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven voor eeuwig” (v. 23). Het leven, dat Jezus ons schenkt door het geloof, begint nu. Nu reeds bezitten we het Leven (Johannes 3, 36; 5, 24; 6, 47). Paulus zal zeggen dat we reeds verrezen zijn door het doopsel (Kolossenzen 2, 1-4). Zo dus, als we sterven, gaan we over van ons aardse leven naar ons verrezen leven. Anders gezegd, bij onze dood zullen we niet geparkeerd worden in een soort “walhalla” in afwachting te verrijzen bij het einde van de wereld, maar we zullen ons verrezen leven beginnen. Het geloof van Martha moet tot daar gaan.

Martha en Maria hadden Jezus verwittigd dat hun broer Lazarus ziek was. Jezus talmt echter om het risico te nemen naar Judea te gaan, en hij komt ter plaats als Lazarus reeds vier dagen begraven is. Ook verwijt Maria zachtjes Jezus zijn gebrek aan spoed (v. 32). Jezus sluit zich echter aan bij haar tranen en bij die haar vergezellen. Hij leidt hen allen naar het graf om er de getuigen te zijn van het wonderteken dat Hij zal verrichten. Jezus is steeds bekommerd om het geloof op te wekken, dat van Martha (v. 40), dat van de menigte (v. 42). Het einde van het verhaal vermeldt dat Jezus zijn doel heeft bereikt: “Veel van deze Joden … geloofden in Hem” (v. 45).

Over welk geloof is er hier sprake? Het verhaal van dit wonder heeft tot doel de lezers te laten komen, van een elementaire opvatting van het geloof, tot het volle begrip ervan. Hij wil hen laten begrijpen wat in wezenheid het leven en de dood zijn, en hoe het leven zich openbaart door de dood te overstijgen. Zo biedt dit verhaal ons een christologische herkadering van het verrijzenisgeloof. De verrijzenis vindt niet plaats op het einde der tijden, maar in de historische persoon van Jezus. De verrijzenis der doden moet gesitueerd en gedacht worden in strikte relatie met Hem die zegt: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven”. Hij is het leven, en Hij geeft het ons in het vandaag van het geloof. Jezus geeft het leven door aanvaarden het zijne te verliezen. Het is zijn dood die ons het leven geeft. De verrijzenis is geplaatst onder de schaduw van het kruis. De notie van “leven” en “dood” krijgen aldus een nieuwe betekenis. De “dood” is niet het einde van het menselijk leven: de ware dood bestaat erin van God gescheiden te zijn.
Het “leven” is de gratuite gave van een nieuwe relatie met God. De mens die leeft in deze relatie wordt niet veroordeeld: hij is van de dood overgegaan naar het leven. Wie gelooft heeft niets te vrezen van de onvermijdelijke dood. Hij kan er niet door worden aangetast of vernietigd. Niets vermag de relatie te compromitteren die hij gratis van God gekregen heeft: “het eeuwig leven” is nu reeds begonnen.