Loading...
 

5e zondag van de veertigdagentijd C

2 5.40.C

Op de vijfde zondag van de veertigdagentijd in het jaar C is de rode draad: 'van dood naar leven'.
De hele veertigdagentijd is één grote voorbereiding op het paasfeest, het feest waarop gevierd wordt dat niet 'dood', maar 'leven' het laatste woord heeft, het feest van Jezus die uit de dood opstaat, het feest van zijn verrijzenis.


Voor de Bijbel is 'dood' al wat 'niet voluit leven' is. Zo is een leven als slaaf, als banneling, als iemand met een handicap, als verdrukte … een leven dat meer 'dood' dan 'leven' is.
Heel de Bijbel door ook wordt de band met God als 'leven' ervaren, en het ontbreken, verstoren, opschorten van die band als 'dood'.


Deze zondag geven de lezingen een inkijk in wat 'verrijzenis' kan zijn:
In de eerste lezing blikt Jesaja even terug in de geschiedenis van het volk Israël. Als slaaf liepen het gebukt onder de dwingelandij van de farao. Maar in naam van God roept de profeet Jesaja hen op om niet meer aan dit treurig verleden te denken, maar voluit te kijken naar de toekomst waarin God iets nieuws zal beginnen. 'Dood' moet ruimen voor 'leven'.


Wat Jesaja zegt, wordt in psalmen uitgezongen. psalm 126 is dé psalm die die ommekeer zingend en dankend uitspreekt: laten we lachen en juichen van vreugde, want de dood die deel uitmaakte van ons leven heeft plaats gemaakt voor: voluit leven!


In de tweede lezing, een stuk uit een brief van Paulus aan de christenen van Filippi, betrekt Paulus de dood en de verrijzenis van Jezus op zijn eigen leven.


En in evangelie roept Jezus een overspelige vrouw uit de 'dood' naar 'leven'.
'Iemand stenigen' was een vorm van doodstraf: men stenigde tot iemand aan zijn verwondingen overleed. Door de vrouw niet te veroordelen, geeft Jezus haar een nieuw leven. Zo zegt Hij niet alleen wat mensen te doen hebben, maar doet Hij ook wat Hij zegt. Hij treedt barmhartig op zoals de vader in de parabel en stimuleert zo de levenskransen van een boom die geen vruchten draagt in een andere parabel (beeldende taal in de parabels van de twee voorbije zondagen: de onvruchtbare vijgenboom en de verloren zoon).