Loading...
 

6de paaszondag A - evangelie

2 Heart Leaf Rain

ALS GIJ MIJ LIEFHEBT,
ZULT GE MIJN GEBODEN ONDERHOUDEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 14, 15-21: De geest van de waarheid

De tekst

Dichter bij de tijd

Jezus zei tot zijn vrienden:
‘Als jullie van Mij houden,
moeten jullie doen wat Ik belangrijk vind.

Ik zal de Vader vragen
jullie een Helper te geven.
Iemand die altijd bij jullie zal zijn,
de Geest van de waarheid.
Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.
Ik laat jullie dus niet achter als wezen:
Ik kom bij jullie terug.

Op die dag zul je begrijpen dat Ik in mijn Vader ben,
en dat jullie in Mij zijn zoals Ik in jullie ben.

Wie doet wat Ik belangrijk vindt,
is iemand die van Mij houdt.

Wie van Mij houdt zal ondervinden
hoe God de Vader hém liefheeft,
en ook Ik zal van hem houden.
En Ik zal Mij aan hem openbaren.’



Stilstaan bij ...

Vader
Typische manier waarmee Jezus God aanspreekt.
Door God zijn vader te noemen, wordt duidelijk dat Jezus de zoon van God is. Wanneer zijn volgelingen ook God als Vader mogen noemen, zijn zij dus ook zonen of dochters, dus kinderen van God. Een verwantschap die een hele taak met zich meedraagt.


Helperparacleet (= erbij geroepene) / advocaat
Als bij de joden vroeger een vonnis werd geveld, kon het gebeuren dat iemand met gezag in stilte naast de beschuldigde ging staan. Dit werd ervaren als een aanklacht tegen de rechters. Zo'n man werd 'helper' / verdediger / trooster genoemd. Die ‘paracletos’ is iemand die je oppept zodat je ontdekt wat je te doen staat, die je attent maakt om te horen wat er gehoord moet worden, die je aanmaant te zeggen wat gezegd moet worden en doet doen wat er gedaan moet worden.
(vgl. de houding van Jezus bij de overspelige vrouw)

In deze tekst bedoelt Jezus met de helper de heilige Geest, die zal helpen om de aanwezigheid van Jezus bij zijn leerlingen voort te zetten.


Zien
Johannes speelt in deze tekst met het woord 'zien'. De ene keer gebruikt hij het met de betekenis van: iets met de ogen waarnemen. De andere keer gebruikt hij het met de betekenis van: ervaren, 'inzien'.


Wereld
Johannes bedoelt hiermee de mensen die Jezus niet volgen.


Niet zien
De ‘wereld’ heeft tijdens het leven van Jezus geen oog gehad voor de werking van de Geest in Jezus.


Op die dag
Formulering die in het Oude Testament gebruikt wordt om de eindtijd aan te kondigen.
Johannes bedoelt ermee de tijd die begint met Jezus’ verrijzenis.



Bij de tekst

Dit is een tweede stuk uit de afscheidsrede van Jezus, die Johannes geplaatst heeft bij het Laatste Avondmaal.




Suggesties

Kleine kinderen

VERDIEPEN

Waar Jezus van houdt

Toon de kinderen deze bladzijde of maak een affiche met gelijkaardig materiaal.


Opdracht
Versier de handelingen waarvan je weet dat Jezus die graag heeft en doorstreep de handelingen die Jezus niet graag heeft.

Of:
- Verbind Jezus met de handelingen die Hij goed vindt.





Grote kinderen

VERDIEPEN

Gesprek

LIEFHEBBEN
- Hoe voel je jou als iemand van je houdt?
- Wat heeft die ander dan voor jou over?
- Wat heb jij voor die ander over van wie jij houdt?
(aandacht voor de wederkerigheid in liefde)


JEZUS LIEFHEBBEN
- Hoe kun je van Jezus houden? (Jezus is niet te zien)
- Wat vindt Jezus belangrijk?


Spreken over de heilige Geest, wordt voorbehouden voor Pinksteren.





Jongeren

VERTELLEN

De berg van waarheid

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 203)

Op aarde stond er een prachtige berg.
En bij die berg stond op een bord
‘Zoek en vind de waarheid.’
Mensen die het bord lazen,
klommen vol goede moed naar boven.
En ze dachten allemaal
dat alleen hun pad
de ware en enige weg naar boven was.
Sommige klommen in groepen
en anderen liepen alleen.
Maar de berg was hoog en machtig.
En velen besloten terug te gaan.
Anderen zetten halfweg hun tenten op.
Slechts een paar klommen hoger en hoger
tot op de top.
Daar zagen ze verwonderd,
hoe de vele verschillende wegen
allemaal naar dezelfde top leidden.

Naar een soefi-verhaal




Bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 17 mei 2017, p. 1)

In de politiek, in de zakenwereld, in het onderwijs, en ook elders
zijn er mensen die de waarheid claimen.
Meestal is dat hun eigen waarheid
die ze bloemrijk verkopen om bij anderen hun gelijk te halen.

Maar bestaat dé waarheid wel?
Het verhaal hierbij probeert die vraag genuanceerd te beantwoorden.
Dé ware weg om de waarheid te bereiken bestaat niet.
Er blijken verschillende wegen daar naartoe te zijn.

En laat dat nu zo erg moeilijk zijn om te aanvaarden.
Niet de eigen gekozen en ervaren weg
naar de waarheid is de enige juiste.
Anderen kunnen diezelfde waarheid bereiken
op een heel andere manier:
sommigen gaan recht door zee,
anderen zoeken kleine kronkelende wegen op,
nog anderen doen het zoals het verhaal hierbij suggereert.
Sommigen geven het op.
Maar wie de waarheid bereikt heeft,
ziet dat er verschillende wegen waren
om die te bereiken.

Jezus zegt in het evangelie dat Hij de Geest der Waarheid zal geven.
Die Geest waait zoals Hij dat wil.
Daarom volgt niet iedereen, die deze Geest volgt, dezelfde weg.
Belangrijk blijft dat men de top van de berg
niet uit het oog verliest:
van elkaar houden zoals men van zichzelf houdt,
én van God houden.





MEDITEREN

God is altijd online

(Bron onbekend)

God is altijd online
op het wereldwijde web
bij Hem is nooit een storing
en Zijn server is nooit bezet.

Met God chatten is altijd mogelijk
het contact is levensecht
de verbinding is gelukkig draadloos
ook zonder computer kun je bij Hem terecht.

Hackers kunnen niet storen
God's firewall werkt altijd correct
je zult Hem wel zelf moeten installeren
dan is jouw verbinding perfect.

Gods computer zoekt heel het net af
om te verbinden met jou en mij
we mogen gratis downloaden
en virussen zijn er niet bij.

De beste programma's kun je bij Hem krijgen
dan loopt je computer als een trein
en mocht je harde schijf toch crashen
dan is God voor jou altijd online.

Hij heeft geen wachttijd en geeft goede adviezen
Hij heeft zelfs een handleiding gemaakt
als je die gebruikt als leidraad voor je leven
dan wordt jouw (levens)computer nooit meer gekraakt.





Overwegingen

Frans Mistiaens s.j.

In groeipijn nog meer danken en zichzelf geven

't Is groeitijd voor de natuur.
Maar groeien is altijd wat pijnlijk.
We moeten de vorige ervaring loslaten
en ons aarzelend toevertrouwen aan het nog onbekende nieuwe
Zo ook beleeft ons geloof, tussen Pasen en Pinksteren,
pijn en groei te samen.

Jezus is heengegaan met Goede Vrijdag,
maar Hij is sinds Pasen weer onder ons aanwezig,
maar nu toch wel op een heel nieuwe manier.
Wij moeten leren inzien dat de verrezen Liefde levend is,
maar veel meer innerlijk, als een kracht in ons,
die alleen merkbaar wordt doorheen enkele schamele tekens,
- onze liefdedaden -
die door anderen helemaal niet of verkeerd kunnen verstaan worden.
Jezus' liefde leeft voortaan tastbaar en zichtbaar
in de dagelijkse, concrete dienstbaarheid
van onze kleine, broederlijke en zusterlijke kerkgemeenschap,
die toch uit zwakke, zondige mensen blijft bestaan.
En Hij komt tegenwoordig in wat brood en een beetje wijn,
tekens die niet zomaar door iedereen worden erkend
als de liefdegaven van Zijn Lichaam en Bloed.
Die nieuwe, zeer broze vorm van Jezus' aanwezigheid
leren aanvaarden en erkennen, in deze groeitijd, tot de Geest komt,
dat is geen gemakkelijke opdracht.
Het is zoals in de natuur deze maand.
De tekens van nieuw leven staan al op de bomen.
Zij blijven zeer kwetsbaar, maar zij bieden zoveel hoop,
althans voor wie ze ziet en groeikansen geeft.

In deze periode zoeken wij, vrienden van Jezus, steun
door ons de afscheidswoorden te herinneren,
die Hij uitsprak tijdens het laatste avondmaal,
“liefhebben, verbonden blijven,
kracht ontvangen, vruchten voortbrengen."
En wij hopen wel dat het echt zo mag worden.
Maar terzelfder tijd komen de vragen, de twijfels
of zelfs het bewuste ongeloof van de buitenwereld
ook ons hart binnengeslopen:
"Dat de liefde sterker is dan de dood, is dat wel ook voor mij waar?
Kan het wel dat er weer nieuwe vruchten
aan de kale bomen van mijn leven komen?
Is het wel mogelijk dat ik een nieuwe kans krijg, vergeven word,
en herleef zoals een bloem, die tussen de stenen wortel schiet
of de voegen van de muur doet barsten?
Zou het dan toch kunnen dat ik nog een nieuwe liefde ontmoet?"

In deze tijd voelen wij misschien meer dan ooit
dat wij het met onze eigen krachten alleen niet aankunnen
en wij leren verlangen naar de komst van Jezus' Geestkracht.
Maar dan het is wel heel belangrijk te beseffen
dat die Geest geen verpletterende supermacht is
die het allemaal in onze plaats komt doen,
maar een uitnodigende bezieling in ons,
die onze vrijheid aanspreekt
en blijvend beroep doet op onze heel persoonlijke medewerking.
De Geest komt ons inspireren,
ons begeesteren opdat wij Jezus' Persoon en werk zouden voortzetten,
actualiseren midden in onze tijd, te midden van onze cultuur,
met haar moderne problemen, nieuwe mogelijkheden en accenten.
Welnu, echt liefhebben vanuit Jezus’ Geest
zal altijd, ook in onze tijd en cultuur, willen zeggen:
dat wij er persoonlijk voor kiezen in een levenshouding te gaan staan
van dankbaarheid en dienstbaarheid.

Echt liefhebben is inderdaad op de eerste plaats:
ervoor kiezen in een dankbare relatie te leven met God.
Dat betekent dat wij ons leven, dat God als een Vader
ons onverdiend heeft aangeboden,
als een gratis geschenk dankbaar aanvaarden.
De eerste, fundamentele houding van een christen is :
"Ik mag leven als een beminnenswaardig mens,
ik ben de moeite waard om bemind te worden,
ik ben bemind en voel mij dus diep dankbaar tegenover God."



Marc Gallant

Monnik te Orval



Woord van leven

Vandaag spreekt Jezus ons over de liefde: vijfmaal heeft hij het woordje ‘beminnen’ gebruikt. Het valt wel op dat het Johannesevangelie dikwijls de termen “liefde//beminnen” koppelt aan “gebod//de wil doen” (Johannes 13, 34; 14,15.21.31; 15,10.12.17). Ook vandaag herhaalt Jezus : “Als u Mij liefhebt, onderhoudt dan Mijn geboden”, en die geboden zijn :.”Heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben” (Johannes 13,34). Op eerste zicht mag het ons verwonderen. Hoe kan men nu beminnen op gebod? Liefde veronderstelt vrijheid. Welke is de betekenis van de woorden die hier gebruikt worden?

In feite hebben de Griekse vertalers van het Oude Testament moeite gehad met de vertaling van sommige Hebreeuwse woorden. Ze waren immers geconfronteerd met het Griekse mensenbeeld en zijn ideaal van het individu als ‘koning’ en ‘meester’, vrij van alles wat zijn autonomie in de weg staat (cf. Épictetus, Leergesprekken III, 22, 49). Hun vertaling wilde daar een beetje tegenin gaan om de transcendentie van God te vrijwaren. Vertalen behelst ook altijd het risico enigszins af te wijken van de oorspronkelijke zin. God geeft aan Mozes tien woorden van leven (‘essré ha devarim’, Exodus 34,28 ; Deuteronomium 4,13), ‘Woorden“, zegt het Hebreeuws. ‘Geboden’, vertaalt het Grieks. Het “gebod” dat Jezus ons geeft is in feite een woord van leven, opdat wij gelukkig zouden leven in zijn liefde.

Het probleem stelt zich tevens bij het vertalen van de Hebreeuwse woorden “hapetz” en “ratzah”, die betekenen : “blij zijn met” - “graag hebben”. Daar nemen de vertalers hun toevlucht tot het Griekse woord “télèma”, “wil”, met zijn imperatieve resonantie van “bevelen - opleggen - voorschrijven”. Bij voorbeeld : “Leer mij, Heer uw wil te doen”, zou moeten vertaald worden door : “Leer mij, Heer te doen wat gij graag hebt, laat mij kennen waarmee ik u plezier kan doen”. Ook in het Nederlands heeft het woordje “willen” niet altijd een imperatieve betekenis. Als een attente echtgenote aan haar man vraagt : “Wat wilt ge eten vanavond?”, dan betekent dat “wat zou je graag eten, waarmee kan ik je plezier doen vanavond?” Als we “woord” vertalen door “gebod” en “wat plezier doet” door “wil”, dan geven we een misplaatst legalistisch cachet aan de relaties die God met de mensheid wil aanknopen. Wat een bewijs is van liefde, wordt dan wet, plicht, verplichting.

Het ‘Onze Vader’ biedt een ander voorbeeld. “Uw wil geschiede” is voor Jezus een liefdesverklaring voor zijn Vader. In onze westerse oren klinkt “wil” met een autoritaire resonantie. In Bijbelse zin betekent “uw wil geschiede” eigenlijk: “dat alles op aarde zoals in de hemel u plezier mag doen”. En zo God liefde is, wat kan er hem plezier doen? Dat wij gelukkige mensen zijn, “op aarde reeds zoals in de hemel”.
Wij mogen hier denken aan de psalm die zegt : “Ik vind er vreugde in, mijn God, om Uw welbehagen te doen ; uw wet draag ik diep in mijn binnenste (Psalm 40,9). Voor de psalmist is God beminnen niet pijnlijk of mistroostig; integendeel, het is een opgewekt, uitgelaten, zelfs visceraal plezier: “Ik heb vreugde aan uw woord tot in het diepste van mijn ingewanden”.

Men heeft ons misschien teveel geleerd te bidden: “uw wil geschiede”, alleen als we pech hebben, alsof pech hebben God zou plezieren. Het ongeluk dat ons treft doet God absoluut geen plezier. God laat zijn schepping respectvol evolueren volgens haar eigen wetten. Moest hij, tegen alle onmogelijkheid in, de wet van de zwaartekracht opheffen opdat een dakpan mij niet op het hoofd zou vallen, dan zou dat een algemene catastrofe zijn voor heel de schepping: niet alleen zouden alle treinen ontsporen, maar alle hemellichamen zouden uit hun baan vliegen. Om zijn geluk mee te delen heeft God het risico moeten nemen van een onvolmaakte schepping, en hij is de eerste om te lijden van haar onvolmaaktheden. Maar hij heeft geen vreugde aan ons ongeluk, hij komt zelfs met ons het risico beleven dat hij voor ons genomen heeft met de beperktheid van de schepping en de vrijheid van de mens.

“Gods wil doen” betekent dus : “doen wat God behaagt, wat hem plezier doet. Door te doen wat God pleziert toont Jezus ons dat hij de Vader bemint. Hij zegt het zelf : “maar zo zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb, als doe ik wat Hij mij opgedragen heeft” (Johannes 14, 31). Alles wat Jezus doet vloeit voort uit zijn liefde voor de Vader.

Wanneer Jezus terug opstijgt naar de vader, geeft hij ons zijn Geest, zijn Geest van liefde, opdat wij zijn taak verder kunnen zetten. Maar de Geest komt er niet automatisch. Jezus stel een voorwaarde : “Als jullie Mij liefhebben, zul je ter harte nemen wat Ik jullie opdraag. En Ik zal de Vader vragen jullie een andere Helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn, de Geest van de waarheid” (Johannes 14, 15-16). Het volstaat niet ons het leven van Jezus te herinneren als een verhaal uit het verleden. Het volstaat niet te weten. Jezus beminnen is leven en handelen in de geest van Jezus. Wie handelt naar Jezus’ woorden laat de Geest van Jezus bij zich binnen die er de innerlijke betekenis van uitdiept.
Dat mag ons vervullen met vreugde, want Jezus zegt : “Wie Mij liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, en ook Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren “(Johannes 14, 21).

En dan gaat er voor ons al een stukje hemel open.



'Heb elkaar lief'

Als afscheid zegt Jezus aan zijn leerlingen: “Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden” (Johannes 14, 1 5). Op het eerste gezicht verwondert ons dat woord. In de liefde zijn er geen geboden: er is geen liefde op bevel! Maar Jezus zal zich hernemen, en zeggen: “Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan mijn woord” (Johannes 14, 23). De ‘geboden’ worden hier ‘woord’. In de Bijbel is dat geen probleem. De Tien Woorden van leven die God geeft op de Sinaï, worden tien ‘geboden’ in de Griekse vertaling. Het Hebreeuws kent overigens het werkwoord ‘gehoorzamen’ niet, maar gebruikt de intensieve vorm van ‘luisteren’. Intensief luisteren is het woord volbrengen. Men drinkt de woorden van de beminde. Men haast zich om hem/haar te plezieren: in de liefde staan woord en bevel dicht bij elkaar …

Het is echter betekenisvol dat God zijn tien woorden op de Sinaï inleidt met “Ik ben de Heer, uw God, die u uit het slavenhuis Egypte heb geleid” (Exodus 20, 2; Deuteronomium 5, 6) : Hij stelt zich voor als de bevrijder. De woorden-geboden van God zijn er om ons te bevrijden. Als God liefde is, dan is Hij promotor van vrijheid, want zonder vrijheid is er geen echt antwoord mogelijk aan de liefde. Om ons die vrijheid te geven, bemint God ons het eerst (1 Johannes 4, 19). Alleen de liefde kan ons bevrijden van onszelf, van onze op onszelf geslotenheid. Onafhankelijkheid is juist maar vrij zijn van de anderen. Vrijheid is vrij zijn van zichzelf.
De natuur van deze bevrijding wordt helemaal duidelijk als Jezus zegt: “Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben” (Johannes 13, 34). De broederlijke liefde, naar Jezus’ voorbeeld, bevrijdt ons van onze ingeslotenheid.
Merk wel op: Jezus zegt niet: “zoals ik u heb bemind, bemint zo ook mij”, maar “zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben”. Dat maakt duidelijk dat het gebod dat Jezus ons geeft eigenlijk geen gebod is. Als je een gebod onderhouden hebt, dan je ermee klaar. Met de liefde voor elkaar, voor alle mensen die je ontmoet, ben je nooit klaar: er komt telkens wat anders, wat meer bij kijken. In feite ben je er nooit klaar mee. Jezus geeft ons in feite geen bevel maar een levensproject dat ons nooit met rust laat.

Zolang Jezus er was, kon je kijken hoe hij dat deed, om te beminnen zoals hij. Nu hij naar de Vader is, staan we er alleen voor. Toch niet helemaal: Jezus laat ons niet als wezen achter, hij zendt ons zijn Geest om met ons te zijn en in ons. Het is anders wel nodig, want dat project dat Jezus ons geeft gaat onze krachten te boven. Om te beminnen zoals hij, geeft hij ons zijn Geest van liefde, die ons toelaat de naaste te zien met de ogen van God, en zo God te zien in de naaste. In zijn eerste brief zal Johannes dat nog duidelijker stellen: “Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen : wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben” (1 Johannes 4, 20 - 21). De Geest laat ons toe de Vader te zien die op ons wacht in de broeder.
“Wie mij zo liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen”, zegt Jezus (Johannes 14, 21). En hij herhaalt het: “mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen” (Johannes 14, 23).

Het is zoveel zeggen als dat wij met de broederliefde, in zeer geringe mate en in het geloof, reeds de universele liefde beginnen van de hemel, waar “God alles in allen zal zijn” (1 Korintiërs 15, 28).