Loading...
 

6de paaszondag B - evangelie

2 Verbondenheid


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 15, 9-17: Verbondenheid

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1704)

Ik houd van jullie, net zoals de Vader van mij houdt. Doe wat ik van je vraag. Want dan blijft mijn liefde je leiden. Ook ik heb altijd gedaan wat de Vader van mij gevraagd heeft. En zijn liefde heeft mij altijd geleid.
Ik vertel jullie al deze dingen, omdat ik wil dat jullie dezelfde vreugde voelen als ik. Ik wil dat jullie vreugde volmaakt is. Ik geef jullie deze regel: Houd van elkaar, net zoals ik van jullie houd. Het grootste bewijs van liefde is dat iemand wil sterven voor zijn vrienden.
Jullie zijn mijn vrienden als jullie doen wat ik van je vraag. Ik noem jullie niet langer dienaren, ik noem jullie vrienden. Want dienaren weten niet alles van hun heer. Maar aan jullie heb ik alles bekendgemaakt wat ik van mijn Vader gehoord heb.
Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik heb jullie uitgekozen. En ik geef jullie de opdracht om de wereld in te gaan. Doe goede dingen, en blijf dat doen. De Vader zal jullie alles geven wat je hem vraagt, omdat jullie bij mij horen. Dit vraag ik van jullie: houd van elkaar.



Dichter bij de tijd

Op een dag zegt Jezus tegen zijn leerlingen:

Ik houd van jullie, zoals de Vader van Mij houdt.
Blijf trouw aan mijn liefde.
Als je doet wat Ik je vraag,
dan blijf je trouw aan mijn liefde,
zoals ook Ik trouw ben gebleven aan de liefde van mijn Vader
door te doen wat Hij van Mij vroeg
Dit zeg Ik jullie,
zodat jullie altijd je vreugde vindt in Mij,
en jullie vreugde volmaakt mag zijn.
Dit vraag Ik van jullie:
houd van elkaar, zoals Ik van jullie houd.

De grootste liefde die iemand zijn vrienden kan tonen,
is dat hij zijn leven voor hen geeft.
Jullie zijn mijn vrienden,
als jullie doen wat Ik jullie vraag.
Voor Mij zijn jullie geen dienaren:
want een dienaar weet niet wat zijn meester doet.
Ik noem jullie vrienden,
omdat Ik alles aan jullie heb gezegd,
wat Ik van mijn Vader heb gehoord.
Niet jullie hebben Mij uitgekozen, maar Ik jullie.
En Ik geef jullie de taak om eropuit te gaan.
Doe goede dingen en blijf dat doen.
Wat je de Vader ook vraagt in mijn naam,
Hij zal het je geven.
Dit vraag ik van jullie: houd van elkaar.



Stilstaan bij...

Vader
Typische manier waarmee Jezus God aanspreekt. Door God zijn vader te noemen, wordt duidelijk dat Jezus de zoon van God is. Wanneer zijn volgelingen God ook als Vader mogen noemen, zijn zij dus ook zonen of dochters, kinderen van God. Een verwantschap die een hele taak met zich meebrengt.





Suggesties

Grote kinderen

VERDIEPEN

Dit is mijn opdracht...

Fano Corazon

- Wat zien jullie?
- Wie zien jullie?
- Wat zou dat boek voorstellen?
- Wie is die persoon?
De schaar suggereert dat die persoon een hart uit dat boek heeft geknipt.
- Wat zou de kunstenaar hiermee willen duidelijk maken?





DOEN

Houden van elkaar

Materiaal
Vierkant stukje karton / stevig tekenpapier (bv. 10 op 10 cm) voor elk kind
Tekengerei, lijm, groot blad papier


Verloop
Jezus heeft ons de opdracht om van elkaar te houden. Dat kunnen we tonen door een grote kring te maken. Ga met de kinderen in een kring staan en zing er een lied bij.
Om dat niet te vergeten maken we een kring met figuurtjes van karton.
De kinderen tekenen in het midden van het stukje karton een kind met de armen wijd open.
(Hoofd en voeten komen tot tegen de rand van het karton. Ook de handen raken aan weerszijden de rand van het karton). Daarna knippen de kinderen hun tekening uit. Leg een grote kring van deze figuurtjes die elkaar ahw bij de hand nemen op een groot blad papier en kleef ze erop.





Jongeren

VERDIEPEN

Wonen in Gods liefde

Fano

- Wat zien jullie?
- Wie zien jullie?
- Wat zou de kunstenaar met deze illustratie willen duidelijk maken?


God de Vader omarmt Jezus. De vele hartjes verwijzen ernaar dat beide van elkaar houden.
Tussen hun omarming zit een kind / een mens, voor alle mensen die in de liefde van God wonen.
De duif verwijst naar de Heilige Geest.





VERTELLEN

Pater Kolbe

(C. Leterme, Verhalen om doorheen te kijken)

Februari 1941.
Kolbe, een Franciscaan,
werd opgesloten in het concentratiekamp van Auschwitz.

Juli 1941
Een gevangene ontsnapte uit het concentratiekamp in Auschwitz.
Als zoiets gebeurde, bracht men voor iedere ontsnapte gevangene,
tien andere gevangenen naar een cel.
Daar kregen ze geen eten en drinken meer tot ze stierven.
De gevangenen moesten bijeenkomen op het binnenplein.
De commandant pikte er tien mannen uit.
Het tiende slachtoffer was Gajowniczek.
Toen de SS-officieren de nummers van de veroordeelden noteerden,
begon hij te snikken: ‘Mijn vrouw, mijn kinderen.’
De officieren draaiden zich om.
De bewakers brachten hun geweer in de aanslag.
Kolbe, een van de gevangenen verliet zijn rij.
‘Halt, of ik schiet je neer,’ schreeuwde de hoofdbewaker.
‘Ik wil de commandant spreken’, zei Kolbe,
‘ik wil de plaats innemen van deze gevangene.’
Kolbe wees naar de snikkende Gajowniczek.
‘Ik heb geen vrouw en kinderen,’ zei Kolbe,
‘En ik ben oud en nergens goed voor.
Hij heeft een veel betere conditie en is voor jullie een betere werkkracht.’
‘Wie ben jij?’ vroeg de commandant.
‘Een priester.’
‘Verzoek toegestaan’, blafte de commandant na een kort moment.
Gajowniczek bedankte hem met zijn ogen,
want gevangenen mochten niet met elkaar spreken.


Kolbe stierf uiteindelijk na een injectie met carbolzuur op 14 augustus 1941. Gajowniczek overleefde de Holocaust. Hij stierf in 1995.

Pater Kolbe werd in 1982 door Paus Johannes Paulus II heilig verklaard. Hij wordt gevierd op 14 augustus.




Gijzeling in Trèbes

(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 2 mei 2018, p. 1)

Vrijdag 24 maart 2018

Eerder die morgen schoot een 26-jarige jongeman,
die trouw had gezworen aan de Islamitische Staat,
die morgen een vrouw dood bij het stelen van haar auto.
Met haar auto reed hij
naar een supermarkt in Trèbes (nabij Carcassonne, Zuid-Frankrijk).
Daar schoot hij onmiddellijk twee aanwezigen neer en
gijzelde hij een aantal mensen.

Toen agenten op de plaats van de gijzeling kwamen,
stelde één van hen, Arnaud Beltrame, aan de dader voor
om de plaats in te nemen van een van de gegijzelden.
De ruil kon doorgaan.
De 45-jarige Arnaud Beltrame nam de plaats in
van een vrouwelijke gijzelaar.

Terwijl hij in de winkel was,
liet hij zijn gsm aanstaan
zodat zijn collega’s konden volgen
wat er zich binnen afspeelde.
Zo redde hij meer levens
dan alleen dat van de vrouw van wie hij de plaats had geruild.

Tenslotte werd Arnaud Beltrame neergeschoten
en levensgevaarlijk verwond met een mes in de hals.

Rond 14.30 uur bestormde de politie de supermarkt
en schoot de dader dood.

's Anderendaags stierf Arnaud Beltrame in het ziekenhuis.

Roos




Overweging
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 2 mei 2018, p. 1)

De gebeurtenissen van vrijdag 24 maart
liggen nog vers in het geheugen.
Het verdriet van wie Arnaud kende en dierbaar was,
is ongetwijfeld nog buitengewoon scherp en pijnlijk.

Het is niet de eerste keer dat een politieagent sterft
bij een gijzelingsactie.
Maar het is wel ongewoon dat de agent de gijzelnemer vraagt
om de plaats te mogen innemen van een gijzelaar.

In het evangelie zegt Jezus:
‘Geen groter liefde
kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.’

In het geval van Arnaud Beltrame…
Hij kende de vrouw niet die hij zou vervangen.
Hoe uitzonderlijk is het dat iemand zijn werk doet
en daarbij handelt alsof de mensen zijn vrienden zijn?

Vraagt Jezus dat wij ons leven
zouden geven voor onze vrienden?
Minstens vraagt Hij
dat we ons er totaal zouden voor inzetten.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Danken en geven maakt onze vreugde volkomen

Wat is “Liefde” zoals Jezus dat bedoelt, “christelijke” liefde dus?
Christelijke liefde is eerst en vooral
een liefde zoals die van Jezus' Vader,
en dat wil zeggen een onvoorwaardelijke liefde,
een liefde die geen voorafgaande eisen stelt.
"God heeft ons het eerst liefgehad."
Wij kunnen ons dat zo moeilijk voorstellen,
want ónze menselijke vriendschappen en liefdesrelaties
zijn meestal gebaseerd op wederzijdse sympathie en voorkeur.
Wij worden aangetrokken
door de kwaliteiten die iemand anders bezit.
God ziet ons graag
niet omwille van enkele kwaliteiten die wij zouden hebben.
Want Hij ziet ook de mensen graag
die deze kwaliteiten juist niet hebben.
Zijn liefde is totaal onvoorwaardelijk
en overtreft ál onze verdiensten.
Hij eist geen kwaliteiten en sluit niemand uit.
Hij bemint totaal en gratis. Wat een genade!
Wij worden door God bemind, wie wij ook maar zijn,
onvoorwaardelijk bemind!
 
Zo’n onvoorwaardelijke liefde voelde men juist bij Jezus sterk aan.
Jezus selecteerde niet
de verstandigste, de knapste of de meest talentrijke medewerkers.
Het waren eenvoudige mensen, die Hij toevallig ontmoette,
"die Hem gegeven werden", die Hij aansprak om Hem te volgen
en die Hij liet aanvoelen
dat zij niet Zijn “dienaren”, maar Zijn “vrienden” werden.
Ook tussen Jezus en ons bestaat er geen relatie
van een meester tot zijn onderdanige knechten.
Neen, Hij biedt ons, als louter geschenk, Zijn vriendschap aan.
"Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u."
En deze vriendschap maakt ons juist tot vrije, liefhebbende mensen.
 
Tegenover zulk een aanbod, die geen voorafgaande eisen stelt,
past van onze kant vooral grote dankbaarheid.
In de meeste godsdiensten
is de fundamentele houding van de mens tegenover de godheid
de onderdanigheid.
Vandaar dat nadruk wordt gelegd op het opdragen van offers.
Tegenover de christelijke God, die ons Zijn liefde gratis aanbiedt,
past geen onderdanigheid,
maar op de eerste plaats persoonlijk overtuigde dankbaarheid.
Christelijke liefde is dus eerst en vooral dankbare liefde.
 
Daarbij is christelijke liefde een onbaatzuchtige,
zichzelf-vergetende, belangeloze liefde.
Ook dat begrijpen wij zo moeilijk.
Liefhebben zonder maar iets voor onszelf te vragen,
kennen wij zo weinig.
Wij krijgen toch graag eens iets terug
als wij veel hebben gegeven.
Maar "de Vader heeft Zijn enige Zoon gezonden",
dwz. Hij heeft het kostbaarste dat Hij bezat, Zijn eigen Oogappel,
het beste van Zichzelf dus, helemaal weggegeven,
zonder iets voor Zichzelf terug te eisen.
Hij is één en al Zichzelf-wegschenkende liefde.
 
En die eigenschap voelen wij ook juist in Jezus aanwezig,
Hij geeft Zich totaal voor allen die Hij bemint.
Dat gebeurde niet alleen op dat éne moment van Zijn kruisdood,
maar dat deed Jezus heel Zijn leven lang.
Hij vergat werkelijk Zichzelf en was voortdurend bezorgd voor anderen.
Zijn aandacht, tijd, genegenheid
was nooit geconcentreerd op eigenbelang.
De zorg voor de armen, de kleinen,
de zieken en de marginalen ging voor.
Jezus diende ten volle de mensen die Hij ontmoette
en gaf Zichzelf aan hen tot het uiterste toe.
 
Tegenover zulk een aanbod van totaal onbaatzuchtige liefde
past als antwoord van onze kant alleen maar dienstbare wederliefde:
op onze beurt onszelf op de achtergrond schuiven,
onszelf vergeten en anderen laten voorgaan.
Dus onszelf breken, delen en geven, opdat anderen zouden leven.
Gekruisigde liefde dus.
 
Dat is dus "christelijke" liefde:
liefde die dankbaar is en geen voorafgaande voorwaarden stelt,
en liefde die zichzelf vergeet en dienstbaar anderen laat voorgaan.
 
Zo onvoorwaardelijk en zo onbaatzuchtig,
dat kan ons een onmogelijke opgave lijken.
En dat zou het ook zijn als wij dat allemaal alleen zelf
zouden moeten bewerken en realiseren.
Maar Jezus zegt ons:
"Jij moet die Liefde niet helemaal zelf uitvinden.
Die Liefdestroom tussen de Vader, Mij en jou, die is er.
Je moet er alleen maar in gaan staan, je in de stroming zetten."
 
De vreugde die christen-gelovigen ervaren
is geen uitbundig, oppervlakkig jolijt.
Want tegenkantingen en problemen blijven ook ons niet gespaard.
Het is eerder een zachte, diepe, aanhoudende vreugde,
die gelijkt op een kabbelend beekje dat door ons hart stroomt
en dat ons altijd maar doet zeggen:
"De Liefde blijft stromen. Ik blijf door God bemind.
Wat er ook gebeure, ik word ten diepste bemind!"
 
Onze vreugde is er dus al.
Maar hoe kan die onderhuidse vreugde volkomen worden?
Door nog méér met Jezus verbonden te blijven.
En dat betekent vooral: nog méér te danken en nog méér te geven.
Onze vreugde kan nog groter worden
als wij, in zoveel mógelijk omstandigheden
en bij zoveel mógelijk gebeurtenissen van ons leven,
ons dankbaar voelen omdat wij bemind zijn.
Natuurlijk kennen wij ook ontgoochelingen en tegenslagen,
maar er zijn toch wel duizend keer meer redenen
om dankbaar te zijn voor de liefde die ons omringt,
dan om verbitterd of opstandig te worden
over wat ons vandaag niet is gelukt.
En onze vreugde kan nog groter worden
als wij, in zoveel mógelijk omstandigheden
en bij zoveel mógelijk gebeurtenissen van ons leven,
proberen onszelf te geven, te breken en te delen voor anderen.
Want wij voelen ons innerlijk duizend keer rijker,
als wij onszelf hebben kunnen vergeten om iemand plezier te doen,
dan indien wij van hem of haar
iets hebben geëist uit overdreven eigenbelang.
Zo kan onze vreugde - die er reeds is - volkomen worden,
als wij nog meer in de stroming gaan staan van Jezus' Liefdegeest,
als wij, bij zoveel mógelijk ervaringen,
kunnen danken en onszelf durven geven.
 
“Dankbare en gevende liefde” dus,
dat is het kabbelend beekje
dat heel de vallei van ons leven elke dag groen kan maken.



Marc Gallant, trappist (Orval)

In liefde blijven

Jezus gaat nog een stap verder in het uitdiepen van zijn relatie met zijn leerlingen. Hij wil een stabiele verhouding: “Blijf in mijn liefde”, herhaalt Hij. Verleden zondag had Jezus het over de ranken die op de wijnstok moeten blijven om vrucht te dragen (Johannes 15,4). Nu preciseert hij de aard van dit verbonden blijven: het is een blijven in zijn liefde: ”Blijft in mijn liefde”. Een duurzame liefde stemt ten andere overeen met de diepste verzuchting van het menselijk hart.
We zien het werkwoord “blijven” reeds opduiken vanaf de eerste ontmoeting met Jezus. Van zodra Johannes de Doper Jezus aanwijst als “het Lam Gods”, gaan zijn leerlingen Andreas en Johannes Jezus achterna. Deze draait zich om en vraagt: “ Wat zoekt ge?”. Hun antwoord is relevant: “Waar blijft ge?” (Grieks: “pou meneis?”, Johannes 1, 38). Dat ‘blijven’ is een werkwoord dat in de Bijbelse gedachtengang alleen past bij God: God alleen blijft, al de rest gaat voorbij.

In de grond van onszelf zijn wij Godzoekers. We kijken uit naar waarden die blijven, die stabiel zijn, en waar we ons leven op kunnen bouwen. Dat is dan ook de vraag van de leerlingen: waar en hoe situeert Jezus zijn standplaats? Als antwoord geeft Jezus geen principes, geen theorieën, maar een uitnodiging tot een ervaring: “Komt en ziet”, is zijn antwoord: oordeel op feiten. De ontmoeting met Jezus is een levenservaring.
Jezus had reeds de wederkerigheid aangegeven in de relatie met hem: “Blijft in Mij, dan blijf Ik in u” (Johannes 15, 4). Nu preciseert hij nader dat met hem blijven een blijven is in zijn liefde. Hij gaat verder in dezelfde tonaliteit: de relatie met hem is een wederkerigheid van vitale aard, deze van de liefde die gans het leven omvat.

Jezus leidt ons naar de bron van zijn liefde voor ons: “Ik heb u bemind, zoals de Vader mij bemind heeft” (Johannes 15, 9). De liefde waarmee wij bemind zijn is echt deze van de Vader die tot ons komt langs Jezus. Hij geeft ons dan ook de opdracht zelf ook die liefde door te geven: “Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief” (Johannes 15, 17). In de strikte zin van het woord is er geen gebod tot liefde mogelijk, er is geen liefde op gebod, de liefde vereist totale vrijheid. Er is echter geen liefde zonder opdracht omdat de liefde ons altijd meesleept boven ons uit, ze neemt ons op in de liefde waarmee wij bemind worden. En Jezus bemint ons tot het geven van zijn leven. Ook daar is er geen gebod voor: de liefde zelf trekt ons over onszelf heen tot de gave van onszelf.

Wanneer de liefde ons leven binnenvalt worden we overspoelt door de vreugde. Onze vreugde zal maar volkomen zijn als we de vreugde krijgen van Jezus zelf, het is de vreugde te beminnen zoals Hij heeft bemind door zich te houden aan de liefdesopdracht van zijn Vader. Die opdracht speelt Hij ons door.
De menselijke liefde, die ontspringt uit ons psychisme, begeert in de eerste plaats de andere tot zich nemen. In onze liefde vinden we eerst onszelf terug in de andere. De liefde die van de Vader komt, doet ons de andere vinden, want het is een zichzelf overstijgende liefde die zich geeft zonder maat. Die liefde is het die ons overspoelt vanuit Jezus. Die liefde is het die Jezus ons wenst te geven: “Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn” (Johannes 15, 11). We zijn bestemd tot Gods eigen vreugde. Jezus geeft er ons de toegang van als we blijven in zijn liefde.

Hoe vandaag in Jezus’ liefde blijven, hoe in het concrete dagelijkse? Om te duren heeft elke liefde tekens van bevestiging nodig, “liefkozing”, aandacht, dankbaarheid, bewondering. God zelf is daar niet gierig mee. Toch moeten we aandachtig genoeg zijn om Gods lieve attenties te ontwaren de dag door. Als we die bemerken dan gaat ons antwoord als vanzelf, en dan ontwikkelen we stilaan een hartelijke dialoog.



De bedoeling van Jezus

“Blijf in mijn liefde”, zo klinkt de hartenkreet van iemand die bemint. Vandaag verklaart Jezus ons zijn liefde. Zo een liefdesverklaring kan ons verwonderen Jezus geeft dan daar ook een woordje uitleg bij.
In feite, zegt hij, het is met de Vader dat alles begonnen is. Hij is het die Liefde is. En gezien er “geen grotere liefde is dan zijn leven te geven voor wie men bemint” (Johannes 15, 13), heeft de Vader aan zijn Zoon alles gegeven wat Hij is, heel zijn leven.
De echte liefde herkent men hieraan, dat ze de andere niet neemt voor zichzelf, maar dat ze bereid is zich te geven aan de andere, dat ze wil leven met hem, voor hem: dat ze hem haar leven wil geven. Dat is het enige objectief van de echte liefde, haar enige zending, haar enige beweegreden. Dit objectief wordt in onze tekst op ongelukkige wijze weergegeven door het woord “gebod” (1) Er is geen liefde op bevel; er is geen gebod om te beminnen. De Griekse term ‘entolè’ die we hier in het evangelie vinden, heeft een veel rijkere betekenis dan ‘gebod’. Hij heeft dezelfde wortelstam als ‘telos’: doel, bedoeling, objectief. Het gaat hier om een doel dat te bereiken is: Jezus stelt ons een een levensproject voor. Zijn woorden: “Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad” (Johannes 15, 12), betekenen dus eigenlijk : mijn bedoeling, mijn opzet, is dat jullie elkaar bemint zoals ik dat heb gedaan.
Dat is de hartslag van mijn leven zegt ons Jezus, en hij vervolgt: “Jullie zijn mijn vrienden door hetzelfde opzet na te streven, door te delen in hetzelfde ideaal” (Johannes 15, 14). Dat geeft een heel nieuw accent aan wat men noemt ‘het gebod van de liefde’ !

Zich geven zoals Hij zichzelf geeft, dat is de enige zending die de Vader zijn Zoon toevertrouwt. Blijven in de liefde van de Vader, betekent dus voor de Zoon, op zijn beurt zijn leven te geven (Johannes 15, 10). “Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad” (Johannes 15, 9).
Johannes zal dit nog herhalen in zijn eerste brief : “God is liefde. En de liefde die God is, is onder ons verschenen doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij door Hem zouden leven” (1 Johannes 4, 8-9). De zending van de Zoon bestaat er dus in ons te doen leven met dezelfde liefde die hem bezield heeft. En op zijn beurt geeft hij ons dezelfde en enige zending mee: “dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad” (Johannes 15, 12). Blijven in zijn liefde, is voor ons zoals voor hem, ons leven geven.

Jezus laat ons begrijpen dat onze liefde niet puur affectief moet blijven, niet aan de oppervlakte, maar wel een daadkrachtige liefde moet zijn, een liefde die zich waarmaakt door het doel na te streven dat hij ons voorgehouden heeft : “als je trouw blijft aan mijn levensdoel, blijf je in mijn liefde” (Johannes 15, 10), “Jullie zijn mijn vrienden wanneer jullie hetzelfde ideaal nastreven” (Johannes 15, 14). De liefde moet zich uiten in het dagelijkse leven, in ons handelen. Anders is ze maar illusie.

Jezus heeft ons bemint, en wij moeten beminnen zoals Hij ons heeft bemind. Het is juist dat we dat niet aankunnen, als we in ons hart niet dezelfde gevoelens hebben zoals Jezus. Maar zijn vriendschap maakt ons sterk. Als eerste verklaart Jezus ons zelf zijn vriendschap: “Jullie zijn mijn vrienden… Ik noem jullie geen dienstknechten meer… vrienden noem ik jullie”. Zijn vriendschap openbaart zich in de vertrouwelijke omgang met wat er in zijn Vader omgaat: “alles wat ik van de Vader heb gehoord, heb ik aan jullie bekendgemaakt” (Johannes 15, 15). 

Christen zijn is leven in Jezus’ intimiteit. Met Hem aandacht geven aan alles wat hij van de Vader hoort en ons wil doen kennen. Het is een diepe vreugde in alle levensomstandigheden met hem te doen wat we te doen krijgen. Die echte vreugde wordt nooit verduisterd door enig gebrek aan liefde. De vriendschap met Jezus heeft Paulus op een aangrijpende manier uitgedrukt: “Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij” (Galaten 2, 20). Onze vriendschap kan niet anders dan alles met hem te beleven. En in deze wederkerigheid geeft de Vader ons alles: “Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard; voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zo’n gave ook niet al het andere schenken?” (Romeinen 8, 32).

Deze liefde vervult alles wat God van ons verwacht. En zo kan Sint-Augustinus zeggen: “Dit korte voorschrift is je eens voor altijd gegeven: bemin en doe wat je wil; als je zwijgt, zwijg uit liefde; als je spreekt, spreek uit liefde; als je bijstelt, doe het uit liefde ; als je vergeeft, vergeef uit liefde: heb de liefde in de grond van je hart geworteld: uit zo een wortel komt er enkel wat goed is”. (Commentaar op de eerste Johannesbrief, 7, 7-8).


(1) Wat we een beetje zwaar vertalen door ‘gebod’, is in het Hebreeuws ‘dabar’ = ‘woord’. Zo geeft God op de Sinaï tien woorden van leven. De Griekse vertalers hebben daar ‘entolè’ van gemaakt, dat in het Latijn ‘mandatum’ geworden is, en in het Nederlands ‘gebod’, en niet dezelfde weerklank heeft als ‘woord’. Het Hebreeuws heeft nog een ander woord: ‘mizvah’, ‘aanbeveling, ‘raadgeving’, eveneens in het Grieks vertaald door ‘entolè’.
Van zijn kant heeft het Griekse ‘entolè’ een veel rijkere inhoud dan ‘gebod’. Het is van dezelfde woordstam als ‘telos’ = ‘doel’, ‘oogmerk’, ‘doeleind’, ‘objectief’. Men zou dus kunnen zeggen dat het gaat om een bedoeling, een te bereiken objectief, een levensproject.
Dat stelt het hoofdstuk 15 van Johannes in een heel ander licht. Ook in het moderne Grieks heeft dat woord ‘entolè’ geen enkel accent van ‘gebod’ of ‘bevel’. Het gaat eerder om een aansporing, een dringende uitnodiging, een aanbeveling, die gegeven wordt om op weg te zetten naar een goed einde, naar een volheid. Of nog : een hulp op de weg, een te volgen richtingaanwijzer. Niet verplichtend, richt ‘entolè’ zich tot de vrijheid.