Loading...
 

6de paaszondag C - evangelie


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 14, 23-29: Mijn vrede geef Ik u

De tekst

Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be of via het: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiches die horen bij Johannes 14, 23-29, bevatten:
. De Bijbeltekst
. Informatie bij de tekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd






Suggesties

Kleine kinderen

DOEN

Vredesvogels

De kinderen tekenen een vredesduif op dik karton. De vorm en grootte mogen verschillen. Ze beschilderen, beplakken, bespatten of .... die duif, en knippen die uit wanneer de verf droog is. Eventueel schrijft elk kind er een vredeswens op.
Maak er met garendraad en ijzerdraad een mobile van, die je in het lokaal ophangt.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Uitdrukkingen

In onze taal kennen we een aantal uitdrukkingen waarin het woord 'vrede' voorkomt.
. Laat me in vrede
. In vrede leven met anderen
. Met iets (geen) vrede nemen
. Iemand met vrede laten
. De vredespijp roken
. Daar heb ik vrede mee
. De huiselijke vrede breken


- Wat betekenen die uitdrukkingen? (maak eventueel gebruik van een woordenboek)
- Wordt die uitdrukking veel gebruikt? Wanneer? Waarom?





VERDIEPEN

Volhouden!

De vrienden van Jezus zijn bang om alleen achter te blijven bij de dood van Jezus. Hoe helpt Jezus hen om in de moeilijke situatie stand te houden?

Wat helpt jou om een moeilijke situatie vol te houden?
Een lief woord?
Een SMS-je van een vriend(in)?
Een knipoog?
Een snoepje?
Een knuffel?
Een lied?
...



Vragen over vrede

('Hemel en aarde', Kerst 2003, p. 28-29)

Vraag aan de kinderen of ze het verschil kennen tussen weetvragen en denkvragen.
Een weetvraag is bv: wanneer was de laatste oorlog in België?
Het antwoord weet je of weet je niet.
Een denkvraag is bv: zou je het spannend vinden om een oorlog mee te maken?
Daar kun je verschillende antwoorden op geven: ja, nee, misschien of iets anders...
Over dat soort antwoorden moet je verder nadenken:
ja, want; of nee, want; of misschien, want...
Bij weetvragen is meestal maar één antwoord goed.
Bij denkvragen is eigenlijk elk antwoord goed, als je maar laat zien dat je over het antwoord hebt nagedacht.
De vragen die nu gesteld zullen worden, zijn denkvragen. De kinderen moeten dus nadenken over wat ze zelf van iets vinden en waarom ze dat vinden.

Het is vrede als er GEEN ruzie of oorlog is.
Maar wat is er WEL als het vrede is?
................


Je kunt de oorlog winnen.
Kun je ook de vrede winnen?
Waarom?
................


Is ruzie maken altijd fout?
Waarom?
................


Wat is gemakkelijker:
oorlog maken of vrede maken?
Waarom?
................


Wat moet je het eerste doen om vrede te krijgen?
Waarom?
................




Hoe maken we vrede?

(Inspiratiebron: Zonnekind, uitgeverij Averbode, 4 november 2005)

Vooraf
Schrijf de volgende woorden op een stevig stuk papier:
Lelijke woorden roepen - Kalm blijven - Rustig uitpraten - Niet willen luisteren naar de ander - Altijd toegeven - Huilen - De ander uitlachen - Eerlijk delen - Vechten - Hulp vragen aan de juf of de meester - Een nieuw idee bedenken - Sorry zeggen
Zorg voor stevig papier dat je oprolt, een paar stiften en een rood lint met eventueel een zegel.


Verloop
Vertel over een ruzie tussen kinderen. Vertel bij voorkeur iets wat je zelf gezien hebt. Pas evenwel de namen aan.
Stel dan de volgende oplossingen voor aan de kinderen:
O Lelijke woorden roepen
O Kalm blijven
O Rustig uitpraten
O Niet willen luisteren naar de ander
O Altijd toegeven
O Huilen
O De ander uitlachen
O Hulp vragen aan de juf of de meester
O Eerlijk delen
O Vechten
O Een nieuw idee bedenken
O Sorry zeggen


Neem een voor een de woordkaarten in je hand en stel de woorden erop voor als een mogelijke oplossing van een ruzie. Bespreek ze met de kinderen. Maak met die woordkaarten drie hoopjes:

1. Wat we helemaal niet o.k. vinden omdat het een ruzie nog erger kan maken
bv.: Lelijke woorden roepen; Niet willen luisteren naar de ander; De ander uitlachen; Vechten ...

2. Wat we goed vinden omdat het helpt een ruzie op te lossen
bv.: Kalm blijven; Rustig uitpraten; Eerlijk delen; Een nieuw idee bedenken; Sorry zeggen ...

3. wat we niet o.k. vinden omdat men niet voor zichzelf opkomt
bv.: Altijd toegeven; Hulp vragen aan de juf of de meester; Huilen ...


Maak daarna met de kinderen vijf afspraken voor vrede.
Schrijf deze afspraken met een stift op het stevig papier dat opgerold werd. Je kunt dit document eventueel aanvullen met vijf dingen die de kinderen zeker niet willen doen, willen ze de vrede bewaren.
Nadien ondertekenen alle kinderen dit document. Wie afwezig was krijgt nadien uitleg over dit document en kan het dan ook nog ondertekenen





EVEN TESTEN

Hou jij echt van vrede?

(Inspiratiebron: 1000 bommen en granaten, Kinderkrant voor 8-12-jarigen n.a.v. de vredesweek 1994, een uitgave van Pax Christi Vlaanderen)

1
Twee kinderen vechten op de speelplaats
O Ik ga hen aanmoedigen
O Ik loop naar de meester of juf om het te zeggen
O Ik zeg tegen de vechtersbazen: 'Hou toch op, stel je niet zo aan.'


2
Je moeder wil dat je meehelpt bij de afwas. Maar je hebt morgen een belangrijke toets en moet er nog veel voor leren
O Je gaat naar je kamer, draait de deur op slot en helpt moeder niet.
O Je helpt je moeder bij de afwas.
O Je toont aan je moeder wat je nog allemaal moet leren en je zegt dat je geen tijd hebt.


3
Je moet naar de directeur voor iets wat je niet gedaan hebt.
O Je zegt heel beleefd dat je het niet gedaan hebt.
O Je begint te huilen en hoopt dat de directeur medelijden met je krijgt.
O Je dreigt ermee dat je naar een andere school zult gaan.


4
Je beste vriend lacht iemand uit in de klas die een slechte toets deed.
O Je lacht mee.
O Je wil geen vriend meer zijn met zo iemand
O Je zegt aan je vriend dat je dat helemaal niet leuk vindt en dat hij zich moet verontschuldigen.


5
De juf geeft je buur onterecht een opmerking
O Je zegt niets. De juf is toch de baas!
O Je zet het de juf later betaald
O Je zegt aan de juf dat je buur onterecht die opmerking kreeg.


6
Je speelt jagersbal. Iemand houdt zich niet aan de afspraken van het spel.
O Je wil niet meer meespelen. Als de anderen niet eerlijk spelen, moeten zij dat maar weten.
O Je laat die persoon niet meer meespelen.
O Je stapt ernaartoe en vraagt om zich aan de regels te houden.


7
Op de speelplaats speelt iemand met jouw bal.
O Je laat die ermee spelen. Anders komt er weer ruzie.
O Je zegt dat het jouw bal is en dat je er zelf mee wilt spelen.
O Je neemt je bal gewoon terug.


8
Welk zin past het best bij jou?
O Ik denk aan mezelf, maar zorg ervoor dat de anderen niet benadeeld worden.
O Ikke en de rest kan stikken.
O Het beste doe je alles samen.



Belangrijke ideeën bij de bespreking
. Het is goed om te kiezen geen geweld te gebruiken.
. Men mag zich niet laten doen door anderen.
. Het is goed om voor zichzelf op te komen zonder de anderen te benadelen.





DOEN

Symbool van vrede

Na een gesprek over 'vrede' geef je de kinderen de opdracht om een vlag of een symbool te ontwerpen dat iets van vrede uitdrukt.



Geef handen aan de vrede

Om over te spreken
- Wanneer ben je zelf te-vrede-n?
- Hoe werk je aan vrede in jouw omgeving?
- Hoe bouw je mee aan de droom die God heeft over vrede en geluk voor de mensen?

Mensen zien de duif als het symbool van vrede.

Maak je eigen vredes-top-tien.
Schrijf in de vleugels van de vlinder hoe je zelf kunt meewerken aan de vrede.

Gebruik hiervoor het logo van Pax Christi en vergroot het. (Dit logo is een duif waarvan de twee vleugels de vorm van twee handen hebben. Het is te vinden op: theo.kuleuven.be/page/coll_vrede2007/)
Zorg eventueel voor stippellijntjes op de tien 'vingers'.





MEDITEREN

Gedicht

Notendop
Luk Depondt

Ik eerst
Ik alles voor mij

Ik anders dan jij
Ik beter dan jij

Geen oor voor jou bij mij
Muren tussen jou en mij

Hart van steen

Oorlog in een notendop?



Samen spelen
Samen delen

Ik anders dan jij
Jij anders dan mij

Ik dicht bij jou
Jij dicht bij mij

Samen blij

Vrede in een notendop?






Jongeren

De vredeskus

Wat zou jij zeggen als je iemand vrede wenst?
Wat zou jij daar precies mee bedoelen?
Hoe zou je dat tonen?

In de liturgie bidt de priester:
'Heer Jezus Christus,
Gij hebt aan uw apostelen gezegd:
"Vrede laat ik u;
mijn vrede geef ik u".
Let niet op onze zonden,
maar op het geloof van uw Kerk.
Vervul uw belofte:
geef vrede in uw naam
en maak ons één.
Gij die leeft in eeuwigheid.'

Daarna zegt de priester: 'De vrede des Heren zij altijd met u.' En roept hij de gelovigen op om elkaar vrede te wensen. Die tonen dat door elkaar de hand te geven, een kus te geven, te wuiven, te glimlachen, te knikken. Meestal zeggen ze dan: 'de vrede van Christus is met U.'
Wat zouden ze daarmee bedoelen?
Tonen ze dat op een manier die jij ook zou doen?

Als jij iemand de vrede van Jezus zou willen toewensen, wat kan dat dan voor jou concreet zijn.
Noteer dat op een blad in hartvorm.
Hang nadien alle harten op aan een waslijn in het lokaal of in de kerk.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Groeitijd: nog meer danken en meer dienen!

't Is groeitijd voor de natuur.
Zo ook beleeft ons geloof, tussen Pasen en Pinksteren, groei.
En dat betekent pijn en hoop tezamen.
Jezus is heengegaan met Goede Vrijdag,
maar Hij blijft sinds Pasen weer onder ons aanwezig, maar nu toch wel
op een heel nieuwe manier, met een nieuw soort Lichaam,
nl. Zijn geloofsgemeenschap rond de Eucharistie.
Wij moeten leren inzien dat de verrezen Liefde leeft,
maar nu veel meer als een kracht in ons,
die alleen merkbaar wordt doorheen enkele schamele tekens,
die wij, gelovigen, moedig proberen te herkennen en te tonen,
maar die door anderen mogelijks
helemaal niet of helemaal verkeerd worden verstaan.
Jezus' verrezen Liefde leeft namelijk voortaan tastbaar en zichtbaar
in de dagelijkse, concrete dienstbaarheid van onze kleine kerkgemeenschap,
die toch uit zwakke, zondige mensen blijft bestaan.
En Hij komt tegenwoordig in wat brood en wat wijn,
die wij erkennen als de liefdegaven van Zijn Lichaam en Bloed,
die ons daartoe de kracht biedt.
Wij moeten die nieuwe, zeer broze vorm van Jezus' aanwezigheid
leren aanvaarden en erkennen.
Dat is onze opdracht in deze groeitijd, tot de Geest komt.
En dat gaat niet zo gemakkelijk, is soms zelfs pijnlijk.
Het is zoals in de natuur deze maand.
De tekens van nieuw leven staan al op de bomen.
Enerzijds blijven zij zeer kwetsbaar,
maar anderzijds bieden zij zoveel hoop,
althans voor wie ze ziet en groeikansen geeft.
 
In deze tijd voelen wij misschien meer dan ooit
dat wij het met onze eigen krachten alleen niet aankunnen
en wij gaan verlangen naar de komst van Jezus' Geestkracht.
Maar dan het is wel heel belangrijk te beseffen
dat die Geest geen verpletterende supermacht is
die het allemaal in onze plaats kan komen doen,
maar een uitnodigende bezieling in ons, die onze vrijheid aanspreekt
en altijd beroep doet op onze heel persoonlijke medewerking.
 
Wat komt die Geest namelijk doen? Jezus zei over Hem:
"Hij zal u alles leren en in herinnering brengen wat Ik u heb gezegd."
De heilige Geest komt dus vooral
de herinnering aan Jezus levendig houden,
dwz. ons bezielen om Jezus' persoon en werk voort te zetten,
ons te leren liefhebben, zoals Jezus,
midden in onze tijd, met zijn moderne problemen,
maar ook met zijn nieuwe mogelijkheden en accenten.
Welnu "echt liefhebben zoals Jezus" zal altijd, ook in onze tijd,
willen zeggen: er persoonlijk voor kiezen
in een levenshouding te gaan staan van “danken” en “geven”.
 
Echt liefhebben zoals Jezus is op de eerste plaats:
ervoor kiezen in een “dankbare” relatie te leven met God.
Dat betekent dat wij de onverdiend aangeboden liefde van de Vader
als een gratis geschenk dankbaar aanvaarden.
De eerste, fundamentele houding van een christen is:
"Ik ben een beminnenswaardig mens,
de moeite waard om bemind te worden;
ik ben bemind en voel mij dus diep dankbaar tegenover God."
Die keuze om niet "eisend" in het leven te staan, maar "dankbaar",
hernieuw ik best 's avonds vóór het slapengaan,
als ik even de tijd neem om mijn dag te overlopen en mij af te vragen:
"Waarvoor zou ik nog meer dankbaar kunnen zijn?"
Natuurlijk is mij die dag niet alles gelukt.
Maar, wat er ook gebeurd is,
er zijn duizend keer meer redenen
om dankbaar te zijn voor het goede
dat ik die dag toch mocht ontvangen,
dan om verbitterd en opstandig te worden
over wat tegenviel.
En tussen haakjes:
wie als een dankbare mens gaat slapen, slaapt beter.
 
Echt liefhebben zoals Jezus is terzelfder tijd:
ervoor kiezen in een “gevende” relatie te staan met anderen.
Dat betekent: elkaar concreet dienstbaar zijn,
echte broeder- en zusterliefde betonen.
"Wie de andere niet helpt, niet bevestigt, niet vergeeft,
leeft niet in de waarheid en is een leugenaar."
De keuze om niet "grijpend en veroverend" in het leven te staan,
maar "delend, gevend en dienend",
hernieuw ik best 's morgens,
als ik, vóór ik mijn dag begin, even de tijd neem om mij af te vragen:
"Waar zou ik vandaag nog meer iemand dienstbaar kunnen zijn?"
Natuurlijk is het te voorzien dat ik ook dan nog die dag
hebberig-egoïstisch ga reageren.
Maar we hebben toch ook al ervaren dat er
duizend keer meer innerlijke vreugde te beleven valt
met iemand anders plezier te doen,
dan met ons op te sluiten in onze eigen, eenzame behoeften.
En tussen haakjes,
wie als een gevende mens zijn dag begint, is beter wakker.
 
Jezus' Liefdesgeest wordt wel eens vergeleken
met een stormwind, die de scheidingsmuren,
tussen mensen opgetrokken, wegblaast
of met een zachte bries, die verzoening teweegbrengt
daar waar harde standpunten harten uit elkaar dreigen te jagen.
“Storm” of “bries” blijven goede beelden,
als wij daarbij maar niet vergeten
dat Jezus' Geest niets kan bereiken
als wij er niet persoonlijk voor kiezen
om met Hem mee te werken.
 
Wat doet het deugd gaandeweg te leren
minder en minder te handelen uit verplichting of last,
maar meer en meer uit dankbaarheid,
omdat wij zelf reeds zoveel hebben ontvangen,
en meer en meer gevend in het leven te staan,
omdat het de andere zo'n plezier doet.
Nog meer danken en nog meer dienen dan wij al doen,
dat kan de Geest ons zeker leren in deze groeitijd.
Zo willen wij bidden om Zijn komst.



Marc Gallant, monnik te Orval

Overweging (2013)

Jezus moet antwoorden op de verbaasde vraag van Judas Taddeüs: “Heer, hoe komt het dat Gij U wel aan ons wilt openbaren, maar niet aan de wereld?”. Eigenlijk zitten we zelf ook met zo een vraag. Als het alleen aan ons gegeven is te geloven in Jezus, iets te zien in Hem, Hem te ontwaren als Messias en Zoon van God, dan kunnen we bij hen, die deze ervaring niet hebben, doorgaan voor geïllumineerden. Het zou zoveel eenvoudiger zijn, moest Jezus zich aan iedereen laten zien voor wie Hij is: dan zouden we er niet moeten mee inzitten met wat de anderen van ons gaan denken.

Als antwoord geeft Jezus een soort overweging over wat het betekent hem te zien. Hij vraagt ons in te treden in het mysterie van zijn schijnbare afwezigheid. Johannes kan dat mysterie in zijn evangelie verwoorden aan de hand van de ervaring die hij zelf met Jezus beleefd heeft. Bij Jezus‘ dood op het kruis heeft hij het bruuske gevoel ervaren van de breuk in de relatie met zijn Meester en vriend. Weliswaar heeft Jezus die breuk willen milderen door hem zijn moeder toe te vertrouwen. Maar door hem vervolgens zelf aan Maria toe te vertrouwen heeft Jezus zichzelf voorgoed teruggetrokken. Sindsdien heeft Johannes geleefd in die gevoelsmatige afwezigheid, maar stilaan heeft hij tevens begrepen welke de conditie is van de transcendente aanwezigheid van de Heer. Hij zal dan ook zijn evangelie willen afsluiten met het woord van de Heer aan Tomas: “Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben” (Johannes 20, 29).

Johannes weet immers bij ervaring dat de tegenwoordigheid van Jezus bij de zijnen niet bestaat in buitengewone visioenen, zelfs niet vooreerst in zijn paasverschijningen, die maar voorlopig en kortstondig waren en bestemd voor enkele bevoorrechte getuigen die de band konden leggen met zijn aardse leven. De tegenwoordigheid van Jezus is immers steeds en overal geschonken aan het geloof van wie Jezus zoeken. Opgenomen in Gods heerlijkheid heeft de verrezen Jezus zijn aardse staat verlaten die Hem vatbaar maakte voor waarneembare kennis. Hij ontsnapt voortaan aan de beperkingen van ruimte en tijd, en zo Hij uit onze ogen verdwijnt, dan is het om ons tegenwoordig te worden op de manier van God die onzichtbaar is.

In dat licht kan Johannes de afscheidswoorden van Jezus begrijpen. De voortaan onzichtbare Jezus openbaart zich aan het geloof van allen die Hem liefhebben en die Hem trouw zijn. Als we trouw zijn aan zijn woord komen we tot een innerlijke kennis die “inzicht” geeft in wie Jezus is. We zien Jezus door innerlijke ervaring omdat Hij dan met de Vader tot ons komt, en in ons komt wonen. We zien Jezus niet meer als iemand buiten ons: Hij is in ons en wij in Hem. De heilige Geest, die de Vader zendt in zijn naam, laat ons dit begrijpen: de Geest maakt levend het woord van Jezus dat we in ons bewaren. De Geest vult Jezus’ belofte in, hij springt voor ons in, Hij helpt ons, Hij laat ons er niet alleen voor staan. Met de Geest geeft Jezus ons de vrede, zijn vrede, de harmonie met heel de schepping die ons stelt buiten onrust en angst.

Onze zekerheid hangt niet langer af van de zichtbare tegenwoordigheid van Jezus, maar van ons geloof verlicht en versterkt door de heilige Geest. Jezus is weggegaan uit onze zichtbaarheid, Hij komt naar ons terug in de onzichtbaarheid van de Vader die groter is dan Hijzelf. Wij verliezen dus niets bij die verandering van regime, maar we hebben alleen maar reden tot vreugde.
Een nieuwe weg gaat voor ons open: de weg van het geloof dat ziet in het onzichtbare.



Overweging (2016)

Op deze zondag voor Jezus’ Hemelvaart, lezen we een passage uit Jezus’ afscheidsrede bij het Laatste Avondmaal. Jezus legt er ons uit hoe het beëindigen van zijn zichtbare aanwezigheid, de voorwaarde is van zijn levengevende aanwezigheid aan wie in Hem geloven.
Deze toespraak is zorgvuldig opgebouwd rond drie vragen die de apostelen Hem stellen. Aan Thomas legt Jezus uit dat Hij de weg is die leidt naar de Vader (Johannes 14, 5). Aan Philippus antwoordt Hij dat wij in Hem de Vader kunnen kennen (v. 8). Jezus zegt daarbij dat Hij zich zal laten kennen aan wie in Hem geloven. Judas Taddeüs is daar verwonderd over. Waarom zal Jezus zich doen kennen aan wie in Hem geloven en niet aan de anderen (v. 22)?
Zoals zijn Joodse tijdgenoten die gevoed zijn met profetische visioenen en apocalyptische taferelen, droomt Judas Taddeüs van een fantastische theofanie, waar iedereen zal moeten neerbuigen voor het verblindend licht van Gods heerlijkheid. Hij droomt van een waarneembare godsopenbaring. Hij begrijpt niet dat de komst van de Heilige Geest, met die van Jezus, alleen in het geloof gekend kunnen worden. Vandaar zijn vraag waarom de komst van Jezus niet voor iedereen kenbaar zal zijn.

Het evangelie vandaag geeft ons Jezus’ antwoord op die vraag. Op eerste zicht heeft men de indruk dat Jezus geen acht slaat op de vraag. Toch komt Hij met een rechtstreeks antwoord, want Hij zegt wat de voorwaarde is op om zijn komst te beleven. Het komt erop aan Jezus te beminnen. Wat betekent dat, Hem beminnen? Het is Hem, die het Woord van de Vader is, aanwezig laten worden in ons leven. Hoezo? Door met daadwerkelijke liefde het woord in praktijk te brengen, dat de Vader Hem gegeven heeft te zijn voor onze wereld. Het is duidelijk. Dat ligt niet in onze mogelijkheden. Hij zal echter met de Vader in ons komen wonen. De Geest zal ons dan het mysterie laten begrijpen van het wonen van God in ons. Dat legt uit waarom dit mysterie niet toegankelijk is voor de wereld die noch gelooft, noch Jezus liefheeft.

Jezus neemt hier afstand van alle Joodse eschatologisch perspectief. Zijn komst is geen spectaculair gebeuren op het einde der tijden. Zijn komst is nu, en slechts kenbaar in het geloof. Jezus heeft het alleen over zijn komst die voor ons echt belangrijk is: zijn komst nu, in ons leven, in de Kerk.
Naar aanleiding van de vraag van Judas Taddeüs introduceert Jezus daarmee een totaal nieuw perspectief, dat hem toelaat de voorwaarden aan te geven voor zijn komst met de Vader, en voor hun gezamenlijke aanwezigheid in de leerlingen. Om God die komt te onthalen, moeten wij Jezus’ Woord in geloof ontvangen, en het met liefde beantwoorden: zijn woord is immers dat van de Vader (v. 24). Men kent God slechts in een persoonlijke relatie. In de intimiteit van de liefde. God komt tot ons in deze relatie. Om ons in te leiden in deze intieme relatie, zal Jezus de Geest zenden, die zijn eigen relatie is met de Vader.

De profeten hadden een triomfantelijke komst van God aangekondigd op het einde der tijden (vgl. Jesaja 60). Maar dat was niet voor de tijd van nu, en daar was er ook geen plaats voor intimiteit tussen God en de gelovige. Aan zijn leerlingen belooft Jezus, in dit leven, een persoonlijke verhouding met God. In zijn Woord heeft de Vader hen zijn Zoon gezonden. Hij zal hen nu ook nog de Geest zenden opdat ze Jezus’ woorden zouden kunnen begrijpen (v.26), en te komen tot de kennis en de intimiteit zelf van de Drievuldigheid.

Een afscheidsrede werd gewoonlijk beëindigd met een vredesgroet (vgl. 1 Samuel 1, 17). Hier geeft Jezus de vrede. (v. 27). Maar Hij preciseert dat het hier niet gaat om de banale begroeting gebruikelijk in het gewone leven, het “sjalom” om goedendag te wensen.
Reeds in het Oude Testament is de vrede de kostbare gave van die de Messias met zich meebrengt (vgl. Jesaja 9, 5-6 ; 11, 1-11). Lucas laat ze zingen door de engelen bij de kribbe van de Messias te Betlehem (Lucas 2, 14 ; vgl. 19, 38). Zij is ook het eerste woord van de paasboodschap van de Verrezen Heer (Lucas 24, 36 ; Johannes 20, 19, 21, 26). Jezus geeft deze vrede nu reeds aan de zijnen voor hij zijn passie begint, want Hij is zeker van zijn verrijzenis. En om zijn leerlingen te sterken in deze vrede, kondigt Hij hen zijn komende terugkeer aan met zoveel meer kracht, daar die komst omkaderd zal zijn met de komst van de Vader en van de Geest, zoals Hij heeft aangekondigd.

Door ons geloof zijn we geen wezen in een wereld zonder God. God zelf komt in ons wonen met al de kracht van zijn drievuldige liefde, opdat onze liefde het mag halen tegen al het ongeloof waar we aan blootgesteld staan.
Zijn liefde is vindingrijk op dit punt. Zij doet ons groeien tot ons echte zelf als wij ons maar durven geven aan zijn liefde!