Loading...
 

7e zondag door het jaar C - 1e lezing

2 Foto


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

1 Samuël 26, 2.7-9.12-13.22-23: David spaart Saul

De tekst

Dichter bij de tijd

De volgende tekst – gebaseerd op de tekst in de Bijbel - is uitgebreider dan de tekst die in de liturgie wordt voorgelezen: ze laat ook kennismaken met de reactie van Saul op het gebeuren.


De Zifieten gingen naar koning Saul en zeiden:
‘Weet u dat David zich verbergt op de heuvel Chakila,
in het oosten van de woestijn?’
Daarop ging Saul met drieduizend Israëlieten naar de woestijn
om er David te zoeken.
Boven op de heuvel Chakila sloeg de koning zijn kamp op.
David had gezien dat Saul hem tot daar gevolgd was
en stuurde spionnen om precies te weten waar Saul was.
Zo vernam hij dat Saul daar was samen met Abner, zijn legeroverste.
Hun tent stond in het midden van het kamp.
Zodra David dat wist, wilde hij er naartoe.
'Achimelek en Abisai,
wie van jullie twee gaat er met mij mee naar Saul?’ vroeg David.
Abisai zei: ‘Ik ga mee.’

Toen de twee mannen ‘s nachts bij het kamp aankwamen,
sliep Saul al.
Zijn lans stond bij zijn hoofd in de grond.
Abner en zijn mannen lagen in een kring om hem heen.
Abisai zei tegen David:
‘God zorgt ervoor dat u uw vijand kunt doden.
Laat mij hem met zijn eigen lans doden! Eén stoot! Meer is niet nodig!’
Maar David zei: ‘Nee, dood hem niet! Hij is de gezalfde van God.
Als je hem doodt, zal God je straffen.
Zowaar God leeft: God zal hem wel treffen.
Of van ouderdom, of in de strijd.
Kom, we gaan terug.’
Voor hij vertrok nam David de lans en de waterkruik weg
bij het hoofd van Saul.
Niemand zag het, niemand merkte iets, niemand werd wakker.
Iedereen bleef slapen, want daar had God voor gezorgd.

Toen David aan de overkant kwam,
ging hij op de top van een berg staan,
zodat er een grote afstand tussen hen was.
Van daar riep David naar het leger en naar Abner:
‘Geef een antwoord, Abner!’
Abner riep terug: ‘Wie is dat die tot de koning roept?’
David riep: ‘Jij bent toch de belangrijkste soldaat in Israël.
Waarom bewaak jij dan de koning niet?
Iemand heeft jouw koning willen doden.
Je hebt je werk niet goed gedaan.
Zowaar God leeft: jullie verdienen de dood,
want jullie hebben de koning, de gezalfde van God, niet goed bewaakt.
Kijk maar! Waar zijn de lans van de koning en de waterkruik
die bij zijn hoofd stonden?’

Saul herkende de stem van David en vroeg: ‘Ben jij dat, David?’
David antwoordde: ‘Ja, koning. Waarom vervolgt u mij toch?
Wat heb ik verkeerd gedaan? Luister even naar mij.
Als God u tegen mij opzet:
Hij laat zich dan verzoenen door de geur van een offer.
Als het de mensen zijn, dan mag God hen vervloeken,
want ze hebben mij verjaagd
en houden mij nu buiten het land van God.
Nee, laat mij niet sterven, ver van het aanschijn van God.’
Toen zei Saul: ‘Ik heb verkeerd gedaan. Kom terug, David!
Ik zal je geen kwaad doen,
want je hebt vandaag zoveel eerbied voor mijn leven getoond.
Ik ben dom geweest en heb mij zwaar misdragen.’
David antwoordde: ‘Hier is uw lans, koning.
Stuur een van uw mannen om hem te komen halen.
God beloont eerlijkheid en trouw.
God had u vandaag aan mij overgeleverd,
maar ik wilde geen kwaad doen tegen zijn gezalfde.
Zoals ik vandaag uw leven kostbaar vond,
zo hoop ik dat u mijn leven kostbaar vindt
en mij bevrijdt uit alle gevaar.’
Saul zei tegen David:
‘Gezegend ben je, David. Je zult veel doen en tot veel in staat zijn.’
Toen ging David weg en Saul ging terug naar huis.



Stilstaan bij ...

Saul
De eerste koning van Israël. Hij regeerde rond 1030-1015.
Zijn dochter Mikal was getrouwd met David.


Abner
Deze neef van koning Saul was aanvankelijk legeroverste in het kamp van Saul in de strijd tegen David. Na de dood van Saul liep hij over naar het kamp van David.


David
Lees meer …


Abisaï (= ‘Vader is gave’)
Abisaï was een zoon van Seruja, de halfzuster van David en een broer van Joab. Als veldheer versloeg hij de Ammonieten, onderwierp de Edomieten en doodde de Filistijnse reus Jisbibenob.


Diepe slaap
Een manier om te zeggen dat God onzichtbaar werkzaam is.


Gezegend ben jij
Als Saul begrijpt dat David hem had kunnen doden, spreekt hij een zegen over David uit. Hij lijkt heel even de gebeurtenissen in een ander licht te zien en te beseffen dat de zegen van God krachtiger is dan zijn eigen wraakzucht.





Bij de tekst

Context

(naar een tekst van P. KEVERS in Kerk en Leven)

Deze tekst gaat over de jonge David, die later koning van Israël wordt.
David, een herder uit Betlehem is in dienst van koning Saul als muzikant en als wapendrager. Zijn successen in de strijd tegen de Filistijnen, en vooral zijn overwinning op de reus Goliat, leveren hem de sympathie op van het volk. Koning Saul kan dat echter niet goed verdragen. Hij wordt jaloers op David. Dit wordt zo erg dat Saul David gaat haten en hem probeert te doden. Daarom vlucht David weg van het hof en gaat met enkele trouwe medewerkers schuilen in de woestijn van Juda. Daar gaan koning Saul en zijn leger hem zoeken. Twee keer krijgt David de kans om de koning te doden. De eerste keer bij toeval, de tweede keer omdat hij daar zelf op uit is.
David en zijn mannen komen ’s nachts aan bij het kamp van koning Saul. De koning slaapt. Bij zijn hoofd steekt zijn lans in de grond en staat er een kruik water.
Abisaï, een neef van David, spoort David aan om Saul te doden. Hij zegt dat dit de wil van God is. Maar David gaat daar niet op in. Want wat Abisaï zegt, heeft niets met de wil van God te maken. David neemt wel de lans en de waterkruik weg die bij de slapende Saul staan. Voorwerpen die de macht en het leven van de koning symboliseren.
Achteraf toont hij ermee dat hij Saul geen kwaad wil doen. Zo wordt duidelijk dat Saul jacht maakt op David zonder reden.



Relatie met het Nieuwe Testament

Deze tekst kan doorgaan als een illustratie van de oproep van Jezus om van zijn vijanden te houden.





Bijbel en kunst

A. FRANCKEN (1585)

Ambrosius Francken (Herentals, 1544 of 1545 - Antwerpen, 1618) was een Zuid Nederlandse kunstschilder en tekenaar.

Francken

(20,5 cm op 29 cm)


Deze prent maakt deel uit van een serie over David en Saul. Ze stelt David voor die de speer en de waterkruik van koning Saul wegneemt, terwijl de koning en zijn manschappen in het tentenkamp liggen te slapen. Op de achtergrond is David te zien die de speer en de kruik aan Saul en zijn gevolg laat zien om zo te tonen dat hij Saul had kunnen doden maar toch zijn leven spaarde.



Adrian KUPMAN

David spaart Saul (1910)

David Spaart Saul




Dieper ingaan op het kunstwerk
- Hoeveel personen zie je op dit kunstwerk?
- Wie ervan ken je bij naam?
Of: verbind de volgende namen met de afgebeelde personen: Saul, David, Abisaï, Abner.
- Wat zouden de twee rechtstaande personen elkaar zeggen?
- Welke voorwerpen die in de Bijbeltekst aan bod komen herken je op dit kunstwerk?





Suggestie

Grote kinderen

EVEN TESTEN

Plaatbespreking


David Saul

- Vertel wat je ziet.
- Wie zijn deze personen?
- Wat zegt de man in het blauw tegen de man in het rood?
(Zou jij hetzelfde zeggen? Zeg ook waarom)



De juiste volgorde

The Brick Testament

Deze opstelling van legofiguurtjes stelt een passage voor uit 1 Samuel 26. Deze afbeelding komt uit ‘The brick testament’. Klik hier om alle vijftien afbeeldingen bij dit verhaal te kunnen zien.
Print de afbeeldingen uit die jouw verhaal kunnen illustreren.


Vertel het verhaal aan de kinderen en maak hierbij gebruik van deze afbeeldingen.
Haspel daarna alle afbeeldingen door elkaar.
De kinderen plaatsen de afbeeldingen in de juiste volgorde.
. Kinderen die nog niet kunnen schrijven, vertellen wat ze van het verhaal op de afbeelding zien.
. Kinderen die kunnen schrijven, schrijven bij de illustraties in een korte zin wat er gebeurt.
. Bij oudere kinderen kan het Engels op de afbeeldingen een interessant hulpmiddel zijn.





DOEN

Kleuren

David Spaart Saul

Lees eerst de tekst voor. Toon dan de tekening.
- Welke personen zie je op de tekening?
- Wat zeggen ze?
(Merk op: Saul, de persoon die neerligt, zegt niets omdat hij slaapt)
- Wat vinden jullie van de houding van David?

Na dit gesprek kleuren de kinderen de tekening.






Overweging

A. Lameire

Geen kwaad met kwaad!

Deze tekst gaat over Saül die rond 1000 voor Christus door rechter-profeet Samuël tot eerste koning over Israël was gezalfd. Hij was er echter niet in geslaagd om - als koning - in dienst van de HEER te regeren. Daarom zalfde Samuël een nieuwe koning: David. Dit tot grote woede van Saül die, gekweld door afgunst, zijn opvolger zocht te doden die al meer dan veertig jaar op de vlucht was voor de woede van de vorst.
Maar in die bepaalde nacht waren de rollen omgekeerd en kreeg David de kans om zijn kwelgeest te doden. 'De Heer had u vandaag aan mij overgeleverd, maar ik heb de hand niet willen slaan aan zijn gezalfde' zei hij. Voor de tweede keer spaarde hij grootmoedig het leven van de door jaloersheid en haat gekwelde koning Saul.
David vergold geen kwaad met kwaad!