Loading...
 

H. Familie B-jaar, 2 februari: Opdracht van de Heer - evangelie

2 Duiven

ZE BRACHTEN EEN OFFER
NAMELIJK: TWEE JONGE DUIVEN


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Lucas 2, 22-39: Opdracht van de Heer

De tekst

Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Lucas 2, 22-39)

Wanneer het kindje van Maria een week oud is,
noemen Maria en Jozef Het Jezus.
Dat is de naam die de engel gaf nog voor Hij geboren werd.
Dan gaat Maria samen met Jozef en Jezus naar de tempel in Jeruzalem
om Jezus op te dragen aan God, en om een koppel jonge duiven te offeren.

In Jeruzalem woont op dat ogenblik een zekere Simeon,
een rechtvaardig en gelovig man.
Hij kijkt uit naar de tijd dat God een betere tijd zal geven aan zijn volk.
De heilige Geest is dicht bij hem en zegt:
‘Je zult niet sterven voor je de Messias zult zien.’
Simeon gaat naar de tempel.
Wanneer hij daar Jozef en Maria met Jezus ziet aankomen,
gaat hij ernaar toe, neemt Jezus in zijn armen
en looft God met de woorden: ‘Laat mij nu in vrede sterven,
want ik heb met mijn eigen ogen gezien wie de mensen zal redden.
Hij zal een licht zijn voor iedereen.’
Jozef en Maria zijn verbaasd over wat hij van Jezus zegt.
Simeon zegent hen en zegt tegen Maria:
‘Niet iedereen zal later akkoord gaan met Jezus.
Hij zal mensen doen vallen maar ook veel mensen doen opstaan.
En jij zult verdriet kennen dat als een zwaard door jouw hart zal gaan.’

In de tempel is ook Hanna, een profetes. Ze is al vierentachtig jaar oud.
Haar man stierf toen ze zeven jaar getrouwd waren.
Nu is ze altijd in de tempel.
Daar dient ze God dag en nacht met vasten en bidden.
Ze gaat naar Jozef, Maria en Jezus.
Als ze Jezus ziet, looft ze God.
En met iedereen die de bevrijding van Jeruzalem verwacht,
spreekt ze over de jongen

Wanneer Jozef en Maria gedaan hebben wat de wet van God vraagt,
keren ze terug naar huis, naar Nazaret in Galilea.
De jongen groeit op en wordt sterk en wijs, omdat God bij Hem is.



Stilstaan bij ...

Reinigen
Een vrouw die een kind ter wereld bracht, was daardoor voor de joden onrein. Kreeg ze een jongetje, dan was ze veertig dagen onrein. Was het een meisje, dan tachtig dagen. Om haar oorspronkelijke reinheid terug te bekomen, moest ze een aantal rituelen ondergaan en naar de tempel gaan om zich door de priester 'rein' te laten verklaren. Als zoenoffer gaf ze een eenjarig lam. Wie niet erg bemiddeld was, offerde één of twee duiven. De wetten hierover kun je lezen in Leviticus 12, 2-8 en Exodus 13, 2.


Eerstgeborene
Omdat de joden er zich bewust van waren dat het leven door God geschonken is en de mens er alleen de vruchtgebruiker van is, werden de eerste vruchten van de nieuwe oogst en de eerstgeborenen van het vee aan de Schepper geofferd als dank en hulde. Zo werd ook een eerstgeboren zoon aan God toegewijd. Door deze wijding verkreeg het kind het eerstgeboorterecht, waardoor het bij de dood van zijn vader een deel meer erfde dan andere na hem geboren kinderen. Dit grotere deel moest hij gebruiken om zijn moeder en zijn jongere broers en zussen te onderhouden.


Offer
Oude volkeren offerden voor hun goden uit angst, uit eerbied, uit dankbaarheid of om een gunst.
Ze offerden steeds iets waardevol: de beste vruchten van het veld, het beste dier...


Koppel tortels
Veertig dagen na de geboorte vond de wettelijke reiniging van de moeder plaats, waarbij een zoenoffer gebracht werd (in dit geval: tortelduiven)
(Leviticus 12, 1-4)
Merk de attentie van de wet: de duif van de arme is evenveel waard als de stier van de rijke.


Jeruzalem
Religieus en politiek centrum van Palestina. Plaats waar de tempelautoriteiten en Schriftgeleerden woonden.


Simeon
= Hebreeuws: ‘God verhoort’


Rechtvaardige
Iemand die trouw de wet van God naleeft.


Gezalfde (Dit woord is in het Hebreeuws: ‘Messias’, en in het Grieks: ‘Christus’)
Tijdens de Babylonische ballingschap keek het joodse volk uit naar een Messias, iemand die vrede zal brengen.


Tempel
Voor de joden was de tempel de heiligste plaats op de wereld, de woning van God zelf. Slechts éénmaal per jaar mocht de belangrijkste priester in het Heilige der Heiligen van de tempel komen. Salomo bouwde de eerste tempel in Jeruzalem om er de ark in te plaatsen. De tempel die Jezus kende, werd door koning Herodes gebouwd. Hij was de koning die regeerde toen Jezus geboren werd. Zeventig jaar na de geboorte van Jezus werd die tempel door de Romeinen verwoest.
De klaagmuur is op dit ogenblik het enige wat er nog van overblijft.


Ouders
Jozef en Maria worden beschreven als gelovige joden, die zich houden aan de wet van Mozes.


Vrede
Het joodse woord ‘sjalom’ dat gewoonlijk met ‘vrede’ vertaald wordt, verwijst naar een uiteindelijke harmonie, een tevredenheid bij de mens, die te vinden is in zijn relatie met zichzelf, zijn medemens, de natuur en God.


Alle volken
Als Matteüs wil zeggen dat de betekenis van Jezus over de grenzen van Palestina reikt, vertelt hij het verhaal van wijzen uit het Oosten die de pasgeboren Jezus bezoeken. Lucas zegt hetzelfde door te vertellen over de oude Simeon die in Jezus het licht ziet voor alle volken,. Die woorden herinneren aan de profeet Jesaja (Jesaja 42, 6 en Jesaja 49, 6) maar zijn nu niet meer uitsluitend gericht naar de joden.


Heidenen
Het woord 'heidenen' past in deze context niet echt in de mond van een joodse man. Men vond dat het heil voor de joden bestemd was. Niet-joden die er ook in wilden delen, moesten eerst jood worden.


Door uw ziel zal een zwaard gaan
Manier om te zeggen dat iemand ‘hartenpijn’ zal hebben, verdriet zal kennen.


Hanna (= Hebreeuws: geschenk van God, genade)
Hanna was een profetes. In de Bijbel komen vrouwelijke profeten niet zoveel voor. Toch zijn er een paar.
In het Oude Testament:
. Mirjam, de zus van Mozes (Exodus 15, 20)
. Debora, een 'rechter' (Rechters 4, 4)
. Chulda, die via priester Chilkia raad geeft aan koning Josia (2 Koningen 22, 14)
In het Nieuwe Testament:
. Hanna die over Jezus spreekt in de tempel (Lucas 2, 38)
. De vier dochters van Filippus (Handelingen 21, 9)


Galilea
Deze heuvelachtige en vruchtbare streek bevond zich in het noorden van Israël. In de streek woonde er een multiculturele en multireligieuze bevolking: naast joden leefden ook vele niet-joden.


Nazaret
Dorpje in Galilea, waar Jezus zijn jeugd doorbracht en waar zijn openbaar leven begon.




Bij de tekst

Het offer van de duiven

Lucas schrijft dat het offer van de duiven diende om de eerstgeborene vrij te kopen, terwijl dat eigenlijk bedoeld was voor de reiniging van de moeder.
Lucas was dus helemaal niet zo precies in zijn informatie als men zou denken. Voor hem was dit offer vooral de aanleiding om Jozef en Maria samen met Jezus naar de tempel te laten gaan, waar Simeon en Hanna konden zeggen welke betekenis Jezus in zijn leven zou hebben.



Hanna en Simeon

Zoals Adam en Eva in het scheppingsverhaal alle mensen vertegenwoordigen, zo vertegenwoordigen Hanna en Simeon bij Lucas de gelovige joden die uitkeken naar de bevrijdende komst van de Messias. In hun dankgebed herkenden de eerste christenen hun eigen dankbaarheid omdat zij Jezus Christus mochten ontmoeten. In Hem konden ze zien, horen en ervaren wie God eigenlijk is.



Wat deze tekst over Jezus zegt

- Hij krijgt de opdracht om op te treden als God die redt (naamgeving)
- Zijn betekenis reikt verder over Palestina heen (licht voor ALLE volkeren)
- Hij vervult de verwachtingen van het joodse volk (Simeon en Hanna)



Lichtmis

Dit evangelie volgens Lucas wordt ook voorgelezen met Lichtmis, het feest waarbij Jezus gevierd wordt als 'Licht in de wereld'.
Dit feest hangt samen met de natuur die vanaf die dag duidelijk meer licht geeft dan de voorbije winterdagen.





Bijbel en kunst

Icoon

Opdracht van Jezus in de tempel

Lichtmis

'De opdracht des Heren', het feest dat de katholieke Kerk viert op 2 februari, wordt in de orthodoxe Kerk het 'feest van de ontmoeting' genoemd. De kerkvaders, theologen uit de eerste eeuwen van het christendom, zagen in dit gebeuren de ontmoeting tussen het Oude en het Nieuwe Testament.


Het gebeuren speelt zich af in de tempel, de plaats van het Oude Verbond. Dat het tafereel zich dit binnen afspeelt wordt aangegeven door de gedrapeerde rode stof. In de tempel ziet men een altaar, met een baldakijn / ciborium bovenop.


Min of meer centraal staat Maria, de moeder Gods. Haar handen zijn bedekt met de stof van haar mantel. Die houding is ontleend aan de gebruiken aan het hof van Byzantium: in aanwezigheid van de keizer bedekte men zijn handen om zo eerbied voor hem te tonen.


De moeder Gods wordt gevolgd door de heilige Jozef die in zijn handen, die ook bedekt zijn, twee duiven draagt die als offer zullen gegeven worden. In die twee duiven ziet men het symbool van het Oude en het Nieuwe verbond.


Rechts van Maria en Jozef staat Simeon. Hij houdt de kleine Jezus vast in zijn handen die ook bedekt zijn.


Achter Simeon staat de profetes Anna. Zij wijst naar het kind.
Soms kan ze staan tussen Jozef en Maria in.


Het kind Jezus draagt een gouden (soms een witte) tuniek, een verwijzing naar zijn goddelijkheid. Zijn blote armpje en beentje verwijzen naar zijn menselijkheid. Achter zijn hoofd is een nimbus (stralenkrans) te zien waarin een kruis is. Dat kruis verwijst naar zijn dood. De Griekse letters erin betekenen 'de zijnde' en verwijzen naar zijn goddelijkheid.
In zijn hand draagt Hij een schriftrol, waarmee zijn relatie tot de Bijbel duidelijk gemaakt wordt.



P.P. RUBENS

De kruisafneming (1612)

Rubens Kruisafneming

Dit drieluik werd geschilderd door Pieter Paul Rubens voor de kathedraal van Antwerpen in opdracht van de kolveniers (of haakbusschutters) is nog steeds op die plaats te bezichtigen.

De kolveniers hadden als patroon Sint Christoffel (= Christusdrager). Maar die heilige mocht niet op de centrale panelen van het drieluik voorkomen, want het concilie van Trente had besloten dat men geen aandacht meer zou besteden aan onbetrouwbare heiligenlegenden, waartegen het protestantisme was tekeer gegaan. Dit werd voor de kolveniers opgelost door op het retabel taferelen af te beelden uit het Nieuwe Testament, waarbij 'Jezus werd gedragen'.




Wanneer het drieluik open is:
Linker zijluik
De zwangere Maria, die dus Christus in haar schoot draagt, bezoekt haar nicht Elisabet.


Centraal luik
Alle personen dragen op een of andere manier het lichaam van de gestorven Christus.


Rechter zijluik
De oude Simeon 'draagt' het kind waarvan hij zegt dat het de redder van de wereld zal zijn.




Wanneer het drieluik gesloten is:
Linker zijluik
Sint-Christoffel draagt het kind Jezus.


Rechter zijluik
De kluizenaar wijst Christoffel niet alleen de weg, maar onderwijst hem ook in het geloof.
Het licht dat de gelovige de weg wijst is Jezus. De kluizenaar is dus ook een Christusdrager.




Paneel: De oude Simeon draagt Jezus

Rubens Krafn Rechts

Dit tafereel speelt zich af in de tempel van Jeruzalem, die Rubens schilderde als een kerk uit Italië.

Simeon is gekleed als een priester zoals de apocriefe evangelies (= evangelies die niet in de Bijbel werden opgenomen) van Jacobus en Nicodemus hem beschrijven: als een oude wijze man. Maar daar schrijft Lucas niets over.

Alle aandacht is op het kind Jezus gericht, dat ‘stralend’ in de armen van Simeon ligt.

Hanna staat tussen Jezus en Maria. Ze is biddend dankbaar dat ze de ‘Redder‘ te zien krijgt.

Maria draagt een blauwe mantel. Ze heeft Jezus net aan Simeon gegeven.

Jozef knielt en heeft in zijn handen twee tortelduiven.




Suggesties
. Inspireer je aan dit werkblad om naar dit schilderij te kijken.
Eventueel kun je in tekstballonnen of gedachtenballonnen laten opschrijven wat de verschillende figuren op het kunstwerk zouden gezegd of gedacht kunnen hebben.


. Maak zelf een retabel. Lees meer



G. HERREGODS

Opdracht in de tempel (2005)

Herregods

Sint-Michielskerk


Priester-schilder Georges Herregods (25 maart1926 -11 maart 2017) van het bisdom Gent, creëerde op vraag van de Sint-Niklaaskerk, een reeks van tien schilderijen met acryl die de kindsheidevangelies uitbeelden. Hij deed dat in zijn eigen toegankelijke en quasi naïeve stijl.





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Uit TOV – kleuters
(Als ondersteuning bij het vertellen/voorlezen zijn er bij dit verhaal drie prenten in: Tov Bijbelverhalen in Woord én Beeld.)

Jozef en Maria zijn op weg naar de stad Jeruzalem.
Maria draagt de kleine Jezus op haar arm. Ze lacht naar Hem en knuffelt Hem.
Ze is blij en Jozef ook. ‘Dit kindje maakt ons heel gelukkig’, zegt hij.
Ze willen God er graag voor bedanken. Daarom zijn ze op weg naar de grote tempel.
De grote tempel in Jeruzalem is de beste plaats om dankjewel te zeggen tegen God.

In de tempel ontmoeten Jozef en Maria een oude man.
Het is Simeon. Hij woont in Jeruzalem.
Al heel lang gelooft Simeon dat God iemand naar de mensen zal sturen om hen te helpen.
Wanneer hij de kleine Jezus ziet, roept hij: ‘Dit kind is een teken van God.’
Maria is verwonderd dat die man dat zegt.
Simeon is heel blij dat hij de kleine Jezus even mag vasthouden.
‘God, nu zie ik met mijn eigen ogen wie de mensen zal helpen!’ zegt hij.
Tegen Maria zegt hij zachtjes: ‘Jouw zoon zal heel veel goeds doen.
Toch zal niet iedereen zijn vriend willen zijn en dat zal je veel verdriet doen.’

Wat verder in de tempel staat Hanna, een oude vrouw.
Ze is alle dagen in de tempel en vertelt de mensen over God.
Wanneer ze Simeon met de kleine Jezus ziet, komt ze dichterbij.
Ze hoort Simeon zeggen: ‘Dit kind is een teken van God.
Hij zal licht zijn voor alle mensen.’
Dat maakt Hanna zo gelukkig dat ze het aan iedereen verder vertelt.
Maria en Jozef bedanken God voor hun kindje en keren blij naar huis terug.


TIP
Vertel het Bijbelverhaal vanuit het perspectief en de beleving van één van de personages: Simeon, Jozef, Maria of Hanna. Gebruik een attribuut om dat personage te accentueren.




Uit Naomi, uitgeverij Averbode
(2003, nr 3, p. 11-12)

Acht dagen na de geboorte gaan Jozef en Maria
met hun kindje naar de tempel in Jeruzalem.
Daar wordt het kind Jezus genoemd,
de naam die de engel zei tegen Maria.
Maria en Jozef schenken aan de priester
twee jonge duiven als offer voor God, de Heer.
In Jeruzalem woont een erg oude man, een zeker Simeon.
Hij is een vriend van God en wil Jezus graag ontmoeten.
Simeon komt in de tempel binnen samen met Maria, Jozef en Jezus.
Hij neemt het kind in zijn armen, looft God en zegt:
‘Nu kan ik in vrede sterven, God.
Want ik heb met mijn eigen ogen
het kind gezien dat ons zal redden.
Jezus zal een licht zijn
dat schijnt op de mensen overal in de wereld.’
Maria en Jozef zijn erg verbaasd
over wat er over hun kindje gezegd wordt.





VERDIEPEN

Enkele ideeën

(uit TOV kleuters)

- 'Simeon en Hanna die iets bijzonders zien in Jezus, biedt de mogelijkheid om te werken rond 'het bijzondere zien in een ander'.

- 'Maria en Jozef gaan in de tempel God danken voor hun kind'. Dit kun je laten groeien vanuit 'dankbaarheid voor wat leeft'. Je kunt verder uitdiepen dat mensen 'dankbaar' zijn voor 'leven', in het bijzonder voor een kleine pasgeboren mens.





INLEVEN

‘Lege stoel’

(TOV kleuters, uitgeverij Pelckmans)

Na het vertellen van het Bijbelverhaal, 'nodig' je Simeon (eventueel Maria, Jozef, Hanna) uit om op ‘de lege stoel’ te gaan zitten.
De kinderen stellen hem een vraag en komen ‘als Simeon’ antwoorden. Speel mee, stel Simeon een vraag of kom zelf antwoorden wanneer de kleuters op een dood spoor zitten.
Mogelijke vragen:
-Wat voelde je toen je Jezus in je armen had?
-Waarom was je blij?
-Wat vond jij zo bijzonder aan Jezus?
-Wie denk jij dat Jezus zal helpen?





DOEN

Kleuren

Opdracht





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

Licht en donker

Schrijf op een bord / flap het woord DONKER.
De kinderen schrijven rond dat woord alle woorden die bij hen opkomen en die met ‘donker’ te maken hebben (= woordspin). Doe daarna hetzelfde met het woord ‘licht’.

- Hebben jullie al eens meegemaakt dat er ineens geen licht meer was?
- Weet je nog wanneer?
- Weet je nog hoe jij je toen voelde? (Was dat fijn? Was je bang?)

Noteer de nieuw gevonden woorden bij de woordspin waarbij ze passen.

Verbind de woorden die als tegengestelde woorden bij elkaar horen met een dubbele pijl.
angst <-> veilig
koud <-> warm
eng <-> plezant
Stel vast dat de meeste kinderen niet zo van ‘donker’ houden (nachtlampje! – deur op een kier...).

Vertel dat mensen de woorden DONKER en LICHT ook gebruikt worden om er iets anders mee te zeggen:
Donker: uitgesloten worden, onderdrukking, ruzie, ontevredenheid
Licht: aanvaard worden, vrijheid, vrede, geluk

Laat de kinderen zoeken naar voorbeelden uit hun leven die op die manier ‘donker’ of ‘licht’ kunnen genoemd worden.





EVEN TESTEN

Invullen

Jezus voor het eerst in de tempel

Vul de volgende woorden in op de juiste plaats:
loofde, Simon, Jezus, tempel, Heer, Maria, licht, Jeruzalem, Jozef, Geest,

Jozef ging samen met ............................. en Jezus
naar de ....................... in ......................................
Daar woonde ............................... , een goede en gelovige man.
De heilige ................ was dicht bij hem
en vertelde hem dat hij nog voor zijn dood de Messias zou zien.

Toen Simeon het Kind Jezus zag, nam hij Het in zijn armen.
Hij .......................... God met deze woorden:
'.......................... , laat mij nu maar in vrede sterven.
Want ik heb met mijn eigen ogen de Redding gezien.
Ik zie een goede toekomst voor alle volken,
Een ............... voor alle mensen.'
................. en Maria waren verbaasd
over wat Simon over ................... zei.


Klik hier als je een kant en klaar werkblad wilt, met naast de invuloefening ook een schuifraadsel erbij.



Het goede antwoord

(H. Berghmans in Simon, uitgeverij Averbode, 2013, nr 3, p. 6)

Waarom offeren Maria en Jozef twee duiven?
O Om God te danken
O Om hulp te krijgen voor hun kindje Jezus.
O Om vergiffenis te vragen


Wat zegt Simeon over Jezus?
O Hij is de mooiste baby die ik al gezien heb
O Hij is de Redder voor alle volkeren
O Hij is een licht voor de wereld


Waarom kan Simeon nu in vrede sterven?
O Hij is een goed mens en al heel oud
O Hij heeft met zijn eigen ogen het Kind gezien dat de Redder van de wereld is.
O Hij bidt alle dagen in de tempel


Hoe reageren Maria en Jozef?
O Ze zijn heel trots en gaan het aan iedereen vertellen
O Ze luisteren vol verbazing naar alles wat er over hun kindje gezegd wordt.
O Ze wensen Jezus proficiat met wat over Hem gezegd wordt.



Een nieuwe tekst

Maak hiervoor gebruik van dit werkblad.
Nadat je de tekst van het evangelie hebt voorgelezen, knippen de kinderen de tekeningen uit en kleven ze die in de juiste volgorde.
Bij elke tekening beschrijven ze wat er gebeurt.




BELEVEN

Zelf licht zijn

Laat de kinderen nadenken over de vraag op welke manier zij net als Jezus willen proberen een ‘licht’ in de wereld te zijn.

Eventueel kunnen ze dit op een kaartje schrijven dat ze extra versieren en nadien met een kleurrijk lint aan een kaars vastmaken.

Ze verwoorden hun bevindingen aan elkaar.





VERDIEPEN

Stralende ster

(C. LETERME in Simon Plus, 2008, nr 4)

Materiaal
Knip evenveel langgerekte driehoeken uit geel tekenpapier als er kinderen zijn.


Elk jaar wordt rond 2 februari herdacht dat Simon Jezus het Licht in de wereld noemde.
Maak met de kinderen een grote ster. Gebruik hiervoor de gele driehoeken. Eerst schrijven / tekenen de kinderen op hun driehoek op welke manier Jezus voor hen een 'Licht' is, of kan zijn. Nadien schik je die driehoeken op een blad zodat je er een grote ster van maakt, met net zoveel stralen als er kinderen in de groep zijn.



Jesaja en Simeon

Ik, God,
heb jou geroepen.
Ik maak je tot een licht voor alle mensen,
zodat blinden kunnen zien
en wie gevangen zit in het duister
bevrijd wordt.
(Naar Jesaja 42, 6-7)

Jesaja is een profeet, iemand die spreekt in naam van God.

Laat mij nu in vrede sterven,
want ik heb met mijn eigen ogen gezien wie de mensen zal redden.
Hij zal een licht zijn voor iedereen.
(Naar Lucas 2, 29-32)

Simeon, een vroom man die in Jeruzalem woonde.

Zoek met de kinderen naar de woorden die zowel bij de profeet Jesaja als bij Simon voorkomen.
nl. Een licht voor alle mensen / iedereen.
Vraag naar het verschil tussen Jesaja en Simon.
(Jesaja zegt dat dit licht er zal komen; Simon ziet in de kleine Jezus, het licht dat Jesaja voorspeld heeft: het licht is er! )





BIDDEN

Gebed

(Kolet JANSSEN)

Lieve Jezus,
soms ben ik bang in het donker.
Dan ben ik blij met een lichtje.
Het geeft me een veilig gevoel.

Mensen kunnen ook lichtjes zijn voor elkaar:
als mijn vriend me verdedigt,
als papa me verrast,
als mijn zus iets liefs doet.

Ik kan ook een lichtpuntje zijn voor anderen:
als ik mijn oma opbel,
als ik mijn mama help,
als ik speel met mijn broertje.

Jezus, Jij bent het licht voor ons allemaal.
Je geeft ons altijd opnieuw een duwtje in de rug.
Je laat ons nooit in de steek.
Dank Je wel.





Jongeren

BELUISTEREN

Bach, cantate: 'Ich habe genug'

Johann Sebastian Bach componeerde deze cantate te Leipzig om uitgevoerd te worden op Maria Lichtmis, 2 februari 1727. De tekst van deze cantate is geïnspireerd door de lofzang van Simeon (Lucas 2, 25-35).

De cantate bestaat uit vijf delen:
. Aria: "Ich habe genug"
Ich habe genug,
Ich habe den Heiland, das Hoffen der Frommen,
Auf meine begierigen Arme genommen;
Ich habe genug!
Ich hab ihn erblickt,
Mein Glaube hat Jesum ans Herze gedrückt;
Nun wünsch ich, noch heute mit Freuden
Von hinnen zu scheiden.

Het is genoeg,
ik heb de Heiland, de hoop der vromen,
in mijn verlangende armen genomen;
het is genoeg!
Ik heb hem gezien,
mijn geloof heeft Jezus aan het hart gedrukt.
Mijn wens is nu, dat ik vandaag nog met vreugde
van hier mag scheiden.


. Recitatief: "Ich habe genug"
Ich habe genug.
Mein Trost ist nur allein,
Dass Jesus mein und ich sein eigen möchte sein.
Im Glauben halt ich ihn,
Da seh ich auch mit Simeon
Die Freude jenes Lebens schon.
Laßt uns mit diesem Manne ziehn!
Ach! möchte mich von meines Leibes Ketten
Der Herr erretten;
Ach! wäre doch mein Abschied hier,
Mit Freuden sagt ich, Welt, zu dir:
Ich habe genug.

Het is genoeg !
Mijn troost is enkel dit:
dat Jezus van mij en ik zijn eigendom mag zijn.
In het geloof houd ik hem vast
en zie alreeds met Simeon
de vreugde van dàt Leven.
Laat ons met deze man vertrekken!
Ach! Dat de Heer
mij van de keten van mijn lichaam zou verlossen;
Ach! Was mijn afscheid maar een feit,
met vreugde zou ik tot u, wereld, zeggen:
Het is genoeg!


. Aria: "Schlummert ein, ihr matten Augen"
Schlummert ein, ihr matten Augen,
Fallet sanft und selig zu!
Welt, ich bleibe nicht mehr hier,
Hab ich doch kein Teil an dir,
Das der Seele könnte taugen.
Hier muss ich das Elend bauen,
Aber dort, dort werd ich schauen
Süßen Friede, stille Ruh.

Sluimert maar, gij moede ogen,
Sluit u zacht en zalig toe.
Wereld, ik ben hier weg!
Mijn ziel wordt er immers niet beter van
als ik nog langer uw leven deel.
Hier moet ik ellende op ellende stapelen
maar daar, dáár zal ik aanschouwen
zoete vrede en stille rust.


. Recitatief: "Mein Gott! Wenn kommt das Schöne: Nun!"
Mein Gott! wann kömmt das schöne: Nun!
Da ich im Friede fahren werde
Und in dem Sande kühler Erde
Und dort bei dir im Schoße ruhn?
Der Abschied ist gemacht,
Welt, gute Nacht!

Mijn God, wanneer komt dat mooie ogenblik
dat ik zal heengaan in vrede
en in het koele zand der aarde
- en ginds in uw schoot - rusten zal.
Afscheid heb ik al genomen,
Welterusten, wereld!


. Aria: "Ich freue mich auf meinen Tod"
Ich freue mich auf meinen Tod,
Ach, hätt er sich schon eingefunden.
Da entkomm ich aller Not,
Die mich noch auf der Welt gebunden.

Ik verheug mij op mijn dood,
ach, was het maar reeds zover!
Dan ben ik van alle nood af,
die mij ter wereld nog gebonden houdt.

(Vertaling: Dick Wursten in www.bach-cantatas.com/Texts )


Klik hier om deze cantate te beluisteren. (Duurtijd: 20,50 minuten)





Overwegingen

Paul Kevers

Jezus de Messias

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2002, nr 4)

Over de geboorte en de jeugd van Jezus weten we maar heel weinig. Slechts twee van de vier evangelisten, Matteüs en Lucas, vertellen daar enkele verhalen over. Met die verhalen willen ze niet uitleggen hoe het allemaal precies gebeurd is. Dat wisten ze waarschijnlijk zelf niet. Het zijn geloofsverhalen, waarmee ze wilden uitdrukken wat ze zelf over Jezus geloofden. Bijvoorbeeld, dat Jezus de Messias was die al zo lang door het volk Israël werd verwacht. Messias betekent 'gezalfde'. Want een koning werd gezalfd, en het volk verwachtte een nieuwe koning die hen zou bevrijden.

Lucas vertelt zo'n verhaal over Jezus' kindertijd. Zoals alle vrome ouders brengen ook Jozef en Maria hun eerstgeboren zoontje op de veertigste dag na zijn geboorte naar de tempel, om het daar aan God op te dragen. Lucas vertelt dat het jonge gezin daar twee bijzondere mensen ontmoette. Simeon, 'een rechtvaardige en vrome man', dat wil zeggen iemand die de joodse wet onderhield. En Hanna, 'een profetes'. Je zou kunnen zeggen dat deze twee mensen 'de Wet en de Profeten' vertegenwoordigen, de belangrijkste boeken van het geloof van Israël. Zij begroeten het kind Jezus als de langverwachte Messias en daarom prijzen zij God. Lucas nodigt zijn lezers om dat ook te geloven: dat Jezus vanaf zijn geboorte de beloofde Messias is, de bevrijder die door God werd gestuurd.



Frans Mistiaen s.j.

Onze ogen hebben uw redding aanschouwd!

Jezus, nog heel klein, wordt voor de eerste keer binnengebracht
in de tempel, in het huis van Zijn Vader.
Hij zal dat later nog herhaalde keren doen, om er te bidden,
en ook een keer, later,
om die tempel te zuiveren van de geldwisselaars en de handelaars.
Jezus breekt niet af, maar Hij zuivert, loutert,
zoals het vuur doet met het goud in de smeltkroes.
Onze eigen tempeldienst, onze wekelijkse liturgie in deze kerk
moet telkens weer worden gezuiverd door het bezoek van de Heer.
Hij maakt van deze ruimte immers
wat zij op de eerste plaats moet zijn:
het huis van God... maar van de God-Vader,
d.w.z. een huis waar wordt gebeden....,
maar gebeden tot een hartelijke God.
Dat is wat hier tijdens ons eredienst in deze kerk
vooral moet gebeuren wanneer wij er samenkomen:
er Jezus weer eens echt laten binnenkomen, tot in ons hart toe,
en er met Hem dankbaar en vertrouwvol
heel onze wereld biddend toevertrouwen
aan Zijn en onze Vader, die ons zo graag ziet.

Toen Jezus voor het eerst in de tempel binnenkwam,
werd Hij er opgewacht door het Oude Testament:
Simeon en Hannah, oude mensen, door het leven getekend,
die maar bleven vasten, bidden en hopen.
Wat is de eerste vraag, die oudere mensen stellen
aan jonge ouders met een pasgeboren kindje?
“En hoe heet het?”
Maria en Jozef zullen dankbaar en fier hebben geantwoord:
“Jeshouah”, en dat betekent: “God redt ons!”
En toen erkenden Simeon en Hannah dat Kind
als de door God gezonden Redder van alle volkeren.
Blijkbaar zien mensen die vasten, bidden en hopen, meer dan anderen.
Zij zien, doorheen het eenvoudig voorkomen
en de uiterlijk arme verschijningsvorm,
de diepere, echte persoonlijkheid van iemand,
zelfs van een klein Kind.
Hoe belangrijk is het niet dat oudere mensen
met verwachting kijken naar een kind.
Vandaag kijken wij met de ogen die meer zien,
met de ogen van de herders bij de kribbe
of van de Wijzen uit het Oosten;
wij kijken zoals Simeon en Hannah in de tempel
of zoals alle grootouders in onze families:
wij kijken met gelovige ogen en met een bewonderende blik
naar de kinderen in ons midden.
Wij zien in hen de toekomst en de schoonmenselijkheid groeien.
Het is zo belangrijk dat grootouders bewonderend kijken
naar hun kleinkinderen.
Hun gebed voor hen is zo deugddoend en efficiënt.

De reddende Jezus is het Licht voor alle volkeren.
Op Lichtmis zetten alle gelovigen, groot en klein, zich in beweging,
om met een kaarsje in de hand een grote lichtprocessie te vormen.
Het volk van God, op weg naar het huis van de Vader,
wordt daarbij verlicht door een veilige Gids,
door Jezus, de Paaskaars, het grote Licht voor alle volkeren.
Hij wakkert het kleine vlammetje van de hoop aan,
dat brandt in het hart van ieder van ons.
Soms wordt dat verdeemsterd
door onze grootdoenerij of onze hardheid,
door onze kleine ruzies of grote oorlogen,
door onze zelfgenoegzaamheid of onze gemakzucht.
Maar dit Licht nodigt ons uit tot bescheidenheid, tot tederheid,
tot aanhankelijkheid, tot vrede en tot gave van onszelf
Dit Licht van Jezus straalt vandaag weer over groot en klein.

Toch hangt over alles een sfeer van tegenkanting en lijden.
Gods licht dat schijnt is geen glitter of klatergoud.
Het is een licht dat geboren wordt uit duisternis en pijn.
“Een zwaard van droefheid zal uw ziel doorboren”
wordt tot Maria gezegd.
Gods leven wordt geboren
doorheen zelfgave, opoffering, kruis en lijden.
Een bestaat geen echte liefde zonder louterende dienstbaarheid.
Dat weten ouders van opgroeiende kinderen maar al te goed.

Wij halen vandaag de Heer Jezus weer in onze tempel binnen.
Wij kijken met gelovige ogen
en erkennen de diepste verwachtingen in de kinderen onder ons.
Wij laten het licht dat vandaag straalt
niet wegdeemsteren in ons hart,
maar willen alles gloed geven door onze dankbare zelfgave.
En moge het kinderlijke in ons groeien en toenemen in krachten,
zodat wij stilaan meer en meer vervuld worden
van Gods wijsheid en genade.



Een gezin waar 'Dank u' en 'alstublieft' wordt gezegd

De heilige Familie is een gezin waar vreugde en zorgen samen gaan.
Is dat eigenlijk niet zo in elke familie?
Als Gods Liefde komt wonen onder de mensen
dan is het blijkbaar een liefde
die, vanaf het begin, getekend is door pijn en onmacht.
Maar juist daarin blijkt de echte liefde te kunnen openbloeien,
nl. de dankbare en zichzelf-gevende liefde,
die mensen diep gelukkig maakt.

In een gezin staat het kind centraal.
Een kind ontvangen vraagt grote edelmoedigheid en veel toewijding.
Het is een engagement
waarvan men de inhoud op voorhand niet volledig kent,
waarvan men de toekomst niet helemaal zelf kan bepalen.
Men neemt immers geen knuffeldier op,
maar een persoonlijkheid die, met de beste zorgen,
al heel vlug zijn eigen weg zal gaan.
Men kiest hier dus voor een liefde die vanaf het begin getekend is
door pijn en onmacht, die echter voortdurend overwonnen worden
door de dagelijks zorg voor de andere;
echte liefde dus.

Bij de geboorte van een kind maken jonge ouders
een intense vreugde mee, eigenlijk een religieuze ervaring.
Zij voelen aan dat zij hun kind niet zozeer verwekken of maken,
maar veeleer krijgen en ontvangen,
Zij zijn dankbaar. Ook wel heel fier, maar vooral dankbaar!
Hier merken wij dat een kind, hoe onooglijk klein het nog is,
zijn ouders eigenlijk beweegt tot iets zeer fundamenteels:
nl. "dank u" te zeggen,
“dank u” tegen elkaar en tegen de Heer van het leven.
Weer dankbaar kunnen zijn voor het ontvangen leven,
dat bezorgt die jonge ouders zo'n diepe vreugde.

Welnu dit is juist de basiservaring van het geloof:
"dank u" zeggen voor het leven dat men krijgt;
het eigen bestaan niet beschouwen als een menselijke prestatie
waarover men zelf mag beschikken,
maar als een ontvangen geschenk,
waarvoor men dankbaar blijft, zijn leven lang.
Ook te midden van moeilijkheden en tegenkantingen,
toch déze grondhouding blijven bewaren: dankbaarheid voor het leven.
Dat leert het kind aan zijn ouders wanneer het geboren wordt.

En later gaan gelovige ouders
dát vooral weer aan hun kinderen verder leren:
telkens als zij iets krijgen, niet vergeten "dank u" te zeggen.
Spontaan gaan zij het niet doen. Het moet hen geleerd worden
Maar dat kleine "dank u" is van zo’n groot belang.
Het is het teken van het grote "dank u" tot de Heer van het leven
in het hart van een gelovig gezin.

Maar er gebeurt nog iets.
Eenmaal geboren gaat het kind bij diegenen die rond zijn wiegje staan
merkwaardige krachten losmaken.
Ouders worden ertoe gebracht,
met ontzaglijke opoffering van eigen ontspanning en rust
voor het kind te zorgen, dag en nacht. Wat een toewijding!
Hier leert het kind dus de ouders nog iets: nl. zichzelf vergeten;
geven zonder te berekenen, delen zonder terug te vragen;
het beste van zichzelf geven, gratis, gul en graag.
Natuurlijk deden zij dat vroeger reeds, tegenover elkaar.
Maar nu gaan zij het doen
voor iemand wiens karakter zij niet kennen,
voor iemand die zij niet kozen op basis van wederzijdse sympathie.
De liefde van de ouders wordt dus verdiept
door hun opofferende zorg voor die lieve, onbekende derde.
Hun liefde wordt tastbaar zichzelf vergetende gave.
Dan gaan jonge ouders aan de lijve ervaren
dat "geven, gratis en graag" zo diep gelukkig maakt.

En later gaan gelovige ouders ook dát aan hun kinderen verder leren:
niet vergeten ook te geven.
Telkens als zij iets krijgen,
moet er niet alleen “dank u” worden gezegd,
maar er moet ook dikwijls “alstublieft” worden gezegd.
Er moet namelijk ook gedeeld worden,
met broertjes en zusjes
en ook soms met de verre kinderen die minder kansen kregen.
Ook dat moet hen geleerd worden, voorgeleefd, getoond.
Dat kleine "alstublieft"
is het teken van de grote mededeelzaamheid
in het hart van een christelijk gezin.

Wat is het verschil tussen een ongelovige
en een christelijke familie?
Voor mij is het antwoord duidelijk.
Het ligt hem in dat "danken" en dat "geven".
Een christelijk gezin is een gezin
waar de pijn en de onmacht, die er onvermijdelijk zijn,
dagelijks overstemd worden door de diepe vreugde
van dat voortdurend herhaalde "dank u" en "alstublieft".



Marc Gallant, trappist (Orval)

De Heer zoeken

De grijsaard Simeon en de profetes Hanna zaten in het duister: jarenlang hadden zij de Messias verwacht, en er gebeurde niets. Maar toch komen zij steeds naar de tempel. Zij kennen het profetisch woord van Maleachi (Maleachi 3, 1) dat wij hoorden in de eerste lezing: “Plots zal Hij zijn tempel binnengaan, de Heer die gij zoekt”.
En zie, dat woord verwezenlijkt zich op onverwachte wijze. Een wichtje van veertig dagen wordt in de armen van zijn moeder de tempel binnengebracht.

Laten wij ons zelf eerst eens buigen over dat kind en over wat het betekent. Wonderlijke gebeurtenis: als de Zoon Gods, bekleed met “onze natuur van vlees en bloed”, zoals de brief aan de Hebreeën het zegt (2, 14), voor de eerste maal het huis van zijn Vader binnenkomt, is het om volgens de Joodse wet, voor de prijs van twee tortelduiven, van God afgekocht te worden. Wettelijk vrijgekocht, volledig vrij ten overstaan van zijn Vader, kan Hij voortaan in onze menselijke conditie op vrije en gratuite wijze zijn Vader ontmoeten. Het is met gegronde reden dat de Oosterse Kerken de opdracht in de tempel, het ‘Feest van de Ontmoeting’ noemen.

Vandaag vieren wij immers een buitengewone ontmoeting. De Zoon Gods, die in zich onze mensheid draagt, wordt in naam van gans de mensheid door zijn moeder naar de tempel gedragen. Hij die als Gods zoon totaal aan zijn Vader behoort, wordt als mens opgedragen aan God. In de tempel, de ontmoetingsplaats van God met zijn volk, ontmoet de Zoon voor het eerst, in zijn menszijn, zijn Vader.
Totaal nieuwe ontmoeting tussen de Vader en de Zoon. Totaal nieuw treffen tussen de Vader en de Zoon, tussen de Vader en het Woord. Het Woord dat nog niet spreken kan en dat nog leren moet Zoon van God te zijn in onze menselijke natuur, zal nog moeten leren ‘Vader’ te zeggen, en in gemeenschap met de Vader te leven doorheen de werkelijkheid en het groeiproces van de menselijke conditie.
In zijn godheid is hij in volheid de welbeminde Zoon. In zijn mensheid is Hij echter Zoon in wording. Nu hij naar de tempel gedragen wordt is hij mens zoals een baby mens kan zijn. Hij is mens in wording. Zijn durende ontmoeting met de Vader zal gans het traject van de menselijke ontwikkeling moeten doorlopen van zijn geboorte tot aan zijn dood.

Een heel nieuwe ontmoeting tussen Vader en Zoon, maar tezelfdertijd nieuwe ontmoeting tussen God en zijn volk. De onzichtbare God, verborgen in de wolk van de onkenbaarheid, leent zich in zijn Zoon tot een zichtbare menselijke ontmoeting. En zo is er een tweede ontmoeting: Jezus-Messias ontmoet zijn volk in de persoon van de grijsaard Simeon en de profetes Hanna. In elke echte ontmoeting worden wij door de andere persoon ontwapend en in vraag gesteld, juist omdat hij ons voorkomt als ontwapend en kwetsbaar. Wij worden er, mede door zijn zwakheid en door zijn uiterste behoeftigheid, voorgoed ontroerd. Ontroering die ons uit onszelf trekt, bereid de andere te ontmoeten.

Komen wij even terug tot Simeon en Anna. Beiden waren zeer oud, zij droegen het lange verwachten doorheen gans het Oude Verbond van het volk Israël in zich mee. Zij waren oud, maar zij hadden lichtjes in de ogen die hen toelieten te zien naar de toekomst, verwachtend tegen alle verwachting in. Lichtjes in de ogen die hen bevrijdden van het verleden, en hen toelieten de Messias te erkennen die ons uit de toekomst tegemoet komt.

Het is tegen alle verwachting in, dat de lang verwachte Messias door de Heilige Geest aan Simeon kenbaar gemaakt wordt in de kwetsbaarheid van een heel klein kind. Het onvermogen zelf van het kind Jezus vergemakkelijkt voor de Jood van de oude stempel de ontmoeting met een Messias die zich niet voordoet, zoals verwacht, met het prestige van de gedroomde nationale aanvoerder. Maar Simeon erkent een Messias die een toekomst is, die een kind is, een te beschermen kind, dat hij in zijn armen neemt en waar hij zich verantwoordelijk voor kan voelen. Als wij God ontmoeten, dan worden wij verantwoordelijk voor God. De ontmoeting met de Messias komt niet als bedreigend voor, maar als bevrijdend. Zijn zwakheid bevrijdt ons van onze zwakheid.