Loading...
 

Heilige Drie-eenheid A, 4e zondag van de veertigdagentijd B

2 Foto


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Johannes 3: Jezus en Nikodemus

De tekst

Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Johannes 3, 16-18)

Nikodemus, één van de leiders van de joden,
komt midden in de nacht naar Jezus.
- Rabbi, zegt hij, ik weet dat Je een groot leraar bent en dat God Jou stuurde.
Want wat Jij doet, kun Je alleen als God met Jou is.
- Wel, zegt Jezus, alleen als je opnieuw geboren wordt,
kun je rijk van God zien.
- Sorry Jezus, maar dit begrijp ik niet.
Kun je me dat uitleggen? vraagt Nikodemus.
- Wel, zegt Jezus, mensen moeten nieuwe mensen worden,
zij moeten uit water en Geest geboren worden
om het Rijk van God te kunnen binnen gaan.
- Maar hoe kan dat dan? vraagt Nikodemus.
- Jij bent toch een belangrijk leraar in Israël, zegt Jezus
en jij begrijpt niet wat ‘opnieuw geboren worden’ betekent.
Wel, Ik spreek over wat ik weet,
en wat Ik heb gezien rondom Mij op aarde.
En toch geloven jullie Mij niet.
Als je Mij al niet kunt volgen
als Ik spreek over de dingen van de mensen,
hoe zul je Mij dan kunnen volgen
als Ik spreek over de dingen van God?
God houdt zoveel van de wereld,
dat Hij zijn enige zoon heeft gestuurd.
Al wie in Hem gelooft, zal eeuwig leven.
Door zijn zoon wil God de wereld redden.
De mensen hebben al gekozen
hoe ze mogen beoordeeld worden,
als ze niet in Hem geloven.
Zijn zoon is in de wereld gekomen als licht.
Maar de mensen houden meer van de duisternis,
want hun daden zijn slecht.
Wie het eerlijk meent met God, komt tot het licht.
want iedereen zal beseffen dat het God is die in hen werkt.
Men moet dus geloven
in die mensen bij wie men het Licht en de Geest van God ziet.



Stilstaan bij...

Mozes
Zijn naam betekent in het Hebreeuws: ‘uit het water gered’. Hij werd niet alleen zelf uit het water van de Nijl gered, hij heeft ook het joodse volk gered uit Egypte en door de Rietzee geleid naar het Beloofde Land.
Hij vertegenwoordigt de wet, want volgens de traditie was hij de schrijver van de eerste vijf boeken van de bijbel, de tora, waarin de wet staat van de joden. Die wet kennen christenen vooral - samengevat - als de 'tien woorden / geboden'.


Slang
Zoals het opzien naar de bronzen slang de Israëlieten deed genezen van de dodelijke slangenbeten (Numeri 21, 4-9), zo zal wie opziet naar het kruis van Christus eeuwig leven.


Mensenzoon
Het boek Daniël spreekt over de mensenzoon als over een koning die zorgt voor vrede en die de mensen komt oordelen.
Deze naam wordt gebruikt voor de Messias.


Omhoog heffen
Verwijst naar de kruisiging van Jezus.
Wat men zou kunnen ervaren als de diepste nederlaag, wordt door Johannes omschreven als een grootse overwinning.


Wereld
Bij Johannes betekent het woord ‘wereld’ dikwijls: machtsontplooiing die het Rijk Gods tegenhoudt. Johannes loopt niet erg op met ‘de wereld’. Wat daarin gebeurt, is meestal tegengesteld aan het Rijk van God, zoals Jezus erover spreekt.


Zoon
Onrechtstreeks noemt Johannes Jezus hier ‘zoon van God’, waarmee hij Jezus op één lijn plaatst als God zelf. In Jezus kan men God zien, horen en Gods aanwezigheid aanvoelen. In Hem wordt de onzichtbare God zichtbaar.


Eeuwig leven
Voor de joden is dit de samenvatting van al wat goed is.


Duisternis- licht / Nacht - Jezus
In het evangelie van Johannes komen deze tegenstellingen overeen met: leugen / waarheid.
Dat Nikodemus Jezus opzoekt in de nacht, kan in deze context ook te maken hebben met het feit dat Nikodemus, een farizeeër, wil vermijden dat hij zomaar samen met Jezus gezien wordt.


Waarheid doen
Wat Jezus gezegd en gedaan heeft, in zijn leven een rol laten spelen.


Eniggeboren
Normaal betekent dit: de enige zoon of dochter van iemand. In deze context bedoelt Johannes dat Jezus op een enige, unieke manier ‘kind’ of ‘zoon’ van God is.



Als je dit verhaal vertelt...

... vergeet dan niet dat deze tekst overwegend een preek, een toespraak van Jezus is, vol woorden met een tweede betekenis.
Dus niet vanzelfsprekend bij kinderen!





Bij de tekst

Wortel in het Oude Testament

Tijdens de veertigjarige tocht van het volk Israël door de woestijn werd het bedreigd door giftige slangen. Hun beten maakten velen dood.
God zei tegen Mozes dat hij zo'n slang in brons moet laten maken en op een paal zetten. Wie naar deze slang zou kijken, zal in leven blijven.

Mozes en de koperen slang
Dan trokken zij in de richting van de Rietzee.
Maar onderweg werd het volk ongeduldig.
Het zegde tegen Mozes:
‘Hebt u ons uit Egypte geleid om te sterven in de woestijn?
Er is geen brood, er is geen water
en dat minderwaardige eten staat ons tegen.’
Daarop zond de heer vuurspuwende slangen op het volk af.
Deze beten de Israëlieten en velen van hen vonden de dood.
Toen ging het volk naar Mozes en zei: ‘Wij hebben gezondigd,
want wij hebben ons tegen God en tegen u gekeerd.
Bid de heer dat Hij die slangen van ons wegneemt.’
Toen bad Mozes voor het volk en God zei tegen hem:
‘Maak zelf een vuurspuwende slang en zet die op een paal.
Iedereen die gebeten is en ernaar kijkt, zal in leven blijven.’
Mozes maakte een bronzen slang en zette die op een paal.
Ieder die door een slang was gebeten
en zijn ogen op de bronzen slang richtte, bleef in leven.
(Naar Numeri 21, 4-9)

Klik hier voor nog meer info bij deze tekst



Betekenis

Ieder die opziet naar Jezus, de gekruisigde, zal in 'leven' blijven, eeuwig leven.
Wie Jezus in zijn leven binnen laat, laat het ware licht in zijn duisternis vallen. Dit licht komt van bij God. Het toont hoe God van de mensen houdt. Jezus redde mensen van wie de daden slecht waren en deed bedrukte mensen ‘opstaan’, zodat ze van hun kwalen werden genezen.
Mensen die het goede doen zijn als licht voor de wereld. Doorheen zo'n mensen kan men Gods licht, Gods liefde zien. Zo was Jezus.
Wie zoals Jezus liefde geeft, zal stralen als licht. Wie dat niet doet zal donker als de duisternis zijn.



Nikodemus

Nikodemus was een farizeeër die lid was van het Sanhedrin.
Toen er een discussie ontstond tussen de rechters, vroeg hij: 'Veroordeelt onze Wet iemand zonder eerst naar hen te luisteren? (Johannes 5, 50-53)

Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? Maar dat volk, dat de wet niet kent, vervloekt zijn ze!’ Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’ Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten!’
(Johannes 7, 45-52)

Na het overlijden van Jezus, zorgde hij voor zo’n grote hoeveelheid welriekende kruiden, alsof Jezus een koning was (Johannes 19, 39-40).



In sommige streken van ons land heet de knecht van sinterklaas Nikodemus. Wellicht heeft dit te maken met de tekst van Johannes, waarbij hij vertelt dat Nikodemus in de nacht naar Jezus ging. Er wordt verteld dat hij dan zijn gezicht zwart maakte om niet gezien te worden.





Bijbel en kunst

C. HENDRICKSZ

Christus bij Nicodemus (17e eeuw)

5 Nikodemus Bij Christus

Een werk van de Nederlandse kunstschilder Crijn Hendricksz Volmarijn (geboren te Rotterdam in 1601 en er in 1645 overleden).



H. O. TANNER

Jezus en Nikodemus

Tanner Nicodemus I

Henry Ossawa TANNER, een Afro-Amerikaanse kunstschilder (Pittsburg, Pennsylvania (USA) 21 juni 1859 - Parijs 24 mei 1937) was de eerste kleurling die internationale bekendheid genoot met zijn werk. In 1891 verhuisde hij naar Parijs om er te studeren. Hij besloot er zich te vestigen omdat hij goed aanvaard werd in de Franse artistieke kringen.

Tanner Nicodemus II




Suggestie
- Beschrijf wat je ziet.
- Hoe is de relatie tussen die twee personen? Hoe maakt de kunstenaar dat duidelijk?
- Jezus zegt dat Hij het licht in de wereld is. Hoe maakt de kunstenaar dat duidelijk?
- De evangelist Johannes zegt dat deze ontmoeting zich afspeelt tijdens de nacht. Waarom is die mededeling volgens jou van belang?

Ga aan de slag met drie kleuren: zwart, blauw en geel.
(Verf of pastel, kleurstiften, kleurpotloden of... stukken papier in die kleuren)
Geef de ontmoeting van Jezus met Nikodemus weer met die kleuren.
(kleuren, verven, collage maken...)





Suggesties

Kleine kinderen

SPELENDERWIJS

Nicodemus zoekt Jezus

Nicodemus Zoekt Jezus





DOEN

Tekenen

Laat de kinderen ‘licht’ tekenen / kleuren.
Nadien ‘tekenen’ ze er de letters van de naam Jezus boven op.



Kleuren

4 Nicodeme Et Jesus





Grote kinderen

KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Nikodemus

(naar een tekst van Annemieke Verwaal in 'Klapnet')

Nikodemus is een Farizeeër, een belangrijk man. Hij weet heel veel over God.
Hij vertelt de mensen hoe God wil dat ze leven. De mensen kijken op naar hem.
De mensen vertelden hem over Jezus. Jezus vertelt ook veel over God, heeft hij gehoord.
Nikodemus wil wel eens met Jezus praten. Hij hoorde dat Jezus heel knap kan antwoorden.
Daar houdt Nikodemus van.
Bovendien schijnt het dat Jezus veel mensen helpt door goed naar ze te luisteren.
Ze worden er beter van. Nikodemus neemt een besluit. Hij gaat naar Jezus toe.
Nee, niet overdag als het licht is en als iedereen het kan zien. Hij gaat 's nachts.

Nikodemus zegt tegen Jezus: 'Wij weten dat U ons veel kunt leren over God.
Niemand doet zo veel goed als U.'
Jezus kijkt Nikodemus aan en zegt: 'Weet je, als je niet opnieuw geboren wordt,
kun je het rijk van God niet zien.'
'Opnieuw geboren worden?', vraagt Nikodemus.
'Hoe kan dat nu? Ik ben al oud. Ik kan toch niet in mijn moeder terugkruipen?'
'Ik zal het anders zeggen', zegt Jezus. 'Je moet anders gaan leven.
Je moet niet alleen maar denken aan regels en aan wetten die mensen moeten gehoorzamen.
De Geest van de wet is eruit.
Niet wetten en regels zijn belangrijk, maar leven zoals God het wil.
Genieten van het leven en andere mensen helpen.
Breng licht in de duisternis van mensen, Nikodemus!'

Nikodemus is naar huis gegaan. Het wordt al licht.

Aan mijn goede vriend Baltus,

Het was een vreemde nacht, Baltus. Zo vreemd, dat ik er deze ochtend meteen een brief over schrijf. Normaal zou ik nog een paar uur slapen, maar ik ben nog veel te opgewonden over mijn bezoek aan die Jezus. Mijn collega’s van de tempel moeten niets van Hem hebben. Een onruststoker is het volgens hen. En toen ik Hem voor het eerst zag dacht ik ook: ‘Daar heb je weer zo’n fanatiekeling’. Maar Hij doet bijzondere dingen. Sommige van zijn leerlingen zijn vissers en arbeiders. En zie, nu doen ze sociaal werk onder leiding van Jezus.
Vannacht heb ik mijn stoute schoenen aangetrokken. Ik ben met Hem gaan praten. Natuurlijk vroeg ik meteen hoe Hij over de oude verhalen van ons volk denkt. Bovendien sprak ik nogal kritisch over de wonderen die Hij verricht in naam van God. Zijn kennis van de Bijbel is uitstekend. Dat had ik wel verwacht. Hij was al beroemd bij zijn Bar mitswa. (zijn eerste bezoek aan de tempel).
Maar Jezus vertelt ánders. Ongelooflijk! Het verhaal van Mozes bijvoorbeeld. Je kent het zo goed, dat je amper oplet als het verteld wordt. Maar als Jezus het vertelt, heb je het gevoel dat je zélf voor die brandende doornstruik staat en je God hoort zeggen: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is en Ik weet hoe ze lijden. Daarom ben Ik afgedaald om hen uit Egypte te bevrijden, en te brengen naar een mooi uitgestrekt land.’ Wat zou het mooi zijn als dit in deze tijd kon gebeuren. Dat wij weer zelf de baas zouden zijn in plaats van die Romeinen. (de vorige zin doorstrepen, censuur!) Dit maakte me helemaal blij. Er kwamen zelfs allerlei ideeën bij me op om er iets aan te gaan doen.
Over de wondertekenen verliep het gesprek heel anders dan ik verwachtte. Ik noemde Hem een leraar die door God gezonden is. Hij was niet eens gevoelig voor dat compliment! Ik snapte niets van zijn verhaal over opnieuw geboren moeten worden om in de hemel te komen. Het zou een tweede, geestelijke geboorte moeten zijn, die wij niet kennen. Hij wist echt niet waar Hij het over had. Daarom laat het me niet los. Ik, als leraar van Israël, zou dat toch moeten begrijpen?
Kom je snel weer eens naar Jeruzalem om hierover te praten, Baltus? In mijn verslag voor de tempelvergadering schrijf ik daar niets over, want het zou me nog mijn baan kunnen kosten.

Hartelijke groeten aan je lieve vrouw Julia.

Nikodemus






INLEVEN

Nicodemus

(C. LETERME in Bijbelin1000seconden.be, 3 maart 2018)

Vertel eerst over het bezoek van Nicodemus aan Jezus.
Toon daarna de volgende tekening:

Jesus And Nicodemus Clipart

Bekijk de tekening goed. Die stelt Nicodemus voor.
- Waarom gaf de kunstenaar hem zo’n donkere kleren?
- Waarom is zijn mond dicht?
- Waarom heeft hij zo’n grote ogen?
- Waarom draagt hij een olielamp?
- Waarom draagt hij ook een stok?
- Waarom lijkt hij geknield te zijn? / Waarom is hij zo klein?


Inspireer je aan deze tekening om een nieuwe tekening te maken: Nicodemus gaat na het gesprek met Jezus terug naar huis.
(Indien je niet zo goed / graag tekent: welke instructies zou je geven aan de kunstenaar?)
- Zijn zijn kleren nog zo donker? Waarom?
- Is zijn mond nog dicht? Waarom? Zegt hij wat? (Schrijf in een tekstballon wat hij eventueel zegt.)
- Zijn zijn ogen nog zo groot? Waarom?
- Draagt hij nog steeds een olielamp? Waarom?
- Heeft hij nog steeds een stok nodig? Waarom?
- Is hij nog steeds zo klein? Waarom?





SPREKEN MET BEELDEN

Woorden met twee betekenissen

Vooraf
Neem een groot papier en teken er een zon en een donderwolk op.
(inspireer je hierbij aan deze tekening).


Verloop
Licht en duisternis
Ga met de kinderen in op de twee niveaus waarop ‘licht’ en ‘duisternis’ een betekenis hebben.

Eerste betekenis (letterlijk)
In het licht kan men alles zien
In de duisternis is alles verborgen.

Tweede betekenis (figuurlijk)
Per twee zoeken kinderen naar wie ‘duisternis is, en naar wie ‘licht’ is – in de tweede betekenis van het woord – in hun leven, en voor de mensen in het algemeen.
Goed nieuws is bv. als een licht voor de dag
Grote tegenslag dompelt de mensen in duisternis.
Noteer hun voorbeelden bij de tekening op de flap of op het bord: een zon (voor al wat ‘licht’ is), en een donderwolk (voor al wat ‘duisternis’ is).


Opnieuw geboren worden

Eerste betekenis
Geboren worden = voor het eerst leven.

Tweede betekenis
Zijn leven een totaal nieuwe richting geven.
Soms maken mensen dit aan anderen duidelijk door van naam te veranderen,
of iets aan hun uiterlijk te doen (andere kleren, ander kapsel)





VERDIEPEN

Uitkomen voor je geloof

Nikodemus wordt ook wel eens voor de grap Niko, de Mus, genoemd.
Toch typeert hem dat.

Nicodemus+color

Hij is een grijze mus: hij gaat ‘s nachts naar Jezus, zo is hij zeker dat niemand hem ziet en dat hij van niemand commentaar zal krijgen.
Hij durft geen kleur te bekennen.

- Vind jij het moeilijk om voor je geloof uit te komen?
- Hoe zou dat komen?



Gedoopt zijn

De kinderen spreken over wat ze weten van het doopsel.
Sta stil bij twee belangrijke symbolen: ‘water’ en ‘licht’.
Bij elk van die twee woorden noteren de kinderen wat dat woord bij hen oproept (woordveld).
Onderlijn nadien die woorden die het meest iets zeggen over wat in het doopsel gebeurt.
Nadien verwoorden de kinderen hoe ze dat verband met het doopsel zien.





Overwegingen

Frans Mistiaen sj

Jezus op het kruis, teken van zijn verheffing door God

Wat is het meest typische van het christendom?
Wat maakt het onderscheid tussen het christendom
en de andere godsdiensten?
Of men kan opkijken naar Jezus op het kruis of niet.
 
Met het christendom heeft de mensheid een nieuwe God leren kennen:
een God van Liefde.
Het meest essentiële van de liefde van de christelijke God
is Zijn belangeloze zelfgave.
In het christendom betekent liefhebben "zichzelf belangeloos weggeven".
En dat vindt men nergens anders zo centraal benadrukt.
Geen enkele cultuur, geen enkele godsdienst, geen enkele mens
komt spontaan tot die overtuiging.
Wij zijn immers spontaan geneigd onszelf op de voorgrond te schuiven,
onszelf  te affirmeren en anderen weg te duwen.
Maar het christendom zegt:
"Leer van God Zelf het omgekeerde te doen. Hij geef Zichzelf.
Geef jij ook jezelf, stel jezelf achteruit,
laat anderen voorgaan en je zult echt leven".
 
Het Joodse volk heeft, in zijn jarenlange geschiedenis,
de bewijzen van die zichzelf-wegschenkende Liefde-God
stilaan meer en meer erkend:
in de Schepping, in het Verbond,
in het succesrijke Koningschap van David,
in de Profeten en hun oproepen.
Maar in het christendom kijken wij vooral op naar hét teken
van de Gods belangeloze zelfgave: het schenken van Zijn Zoon Jezus,
die Hij aan ons, vrije mensen, toevertrouwt.
 
In de visie van Johannes horen lijden, dood en opstanding van Jezus
samen in één enkele ervaring.
En het centrale moment daarin
is de "verheffing" van Jezus op het kruis.
Maar “verheffing” in de verschillende betekenissen van het woord.
Bij de kruisiging wordt de Mensenzoon "omhoog geheven".
Op dat moment stelt Hij de grootste daad
van Zijn Zichzelf wegschenkende liefde, tot het uiterste toe.
En die zelfgave wordt dan ook het moment van Zijn verheffing door God,
van Zijn “verheerlijking”.
 
Wij worden door Johannes uitgenodigd
niet op te kijken naar het kruishout zelf,
naar dat marteltuig dat lijden en vernietiging brengt.
Wij worden wel uitgenodigd op te kijken naar die Man op het kruis,
naar die geliefde Zoon, die, te midden van het lijden,
aan ons Zijn zichzelf-gevende-Liefde toont, tot het uiterste toe.
Zelfs in de hevigste pijn en vastgespijkerde machteloosheid
denkt Jezus immers niet aan Zichzelf,
maar aan de anderen rondom Hem
(Hij vergeeft Zijn beulen, schenkt Johannes aan Zijn Moeder,
belooft het paradijs aan de goede moordenaar)
en bidt Hij vol vertrouwen tot Zijn Vader
("In Uw handen beveel Ik Mijn geest").
Daarom is het belangrijk dat op een kruisbeeld
niet de dode Jezus wordt afgebeeld,
zoals op de meeste kruisbeelden sinds de 19e eeuw,
maar dat, in de traditie van de oudste kruisbeelden,
de zichzelf-gevende Jezus wordt getoond.
Laten wij opkijken naar wat de Liefde doet,
hoe Hij Zichzelf totaal belangeloos vergeet en wegschenkt,
zelfs in die grootste weerloosheid.
Die zelfgave van de liefde op het kruis,
die brengt ons redding
en wordt door God “omhoog geheven, verhoogd”.
Jezus’ liefde tot het uiterste toe wordt het moment
van Zijn verheffing door God, van Zijn verheerlijking
Voor Johannes is het kruis de plaats van de verrijzenis,
de troon waarop de lijdende en verrezen Heer zetelt
en vanwaar Hij alle mensen naar Zich toe trekt.
Het kruis wordt dan een levensboom,
want uit Jezus’ hart vloeien stromen levenssap voor de mens
als uit een bron die de zonde en de onreinheid wegwast.
 
Niet iedereen ziet dit.
Bij het opkijken naar het kruis en naar de Gekruisigde
staat iedereen wel voor de keuze: te geloven of niet te geloven.
Wie niet gelooft, ziet alleen een gemartelde man,
die lijdt en vernietigd wordt aan het kruishout.
Wie gelooft, ziet juist,
in de zelfgave van de liefdevolle Gekruisigde
en Zijn verhoging door God,
het teken dat alle liefde, die zichzelf geeft,
sterker is dan de dood.
 
Geloven is dus opzien naar het kruis, maar vooral kijken naar Jezus
en willen leven vanuit zo'n liefde, die zichzelf geeft voor anderen.
(Broederlijk Delen is een uiting van die openheid en zorg voor anderen,
niet alleen binnen ons eigen volk,
maar in solidariteit met mensen tot ver over onze grenzen heen.)
Geloven is opzien naar het kruis, maar vooral kijken naar Jezus
en ons laten zuiveren door die bron, die ons doet leven.
Geloven is opzien naar het kruis, maar vooral kijken naar Jezus
en door Zijn uitnodigende liefde
opgetild worden uit de dood van de zonde
naar een nieuw, meer liefdevol leven in licht en waarheid.
Ongelovigen blijven het kruis zien als een bewijs van ondergang.
Gelovigen zien de liefde van Jezus op het kruis
als een teken van verheffing,
als een teken van overwinning op het lijden en de dood.



Marc Gallant, trappist (Orval)

Vader, Zoon en Geest (2017 – A-jaar)

"God heeft de wereld zo lief gehad,
dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft"
(Johannes 3, 16)


De eerste leerlingen stelden zich geen vragen over de Drie-eenheid. Hun enige vraag was: Wie is Jezus? Het is de vraag van Saulus, bij zijn roeping: “Wie ben jij?” (Handelingen 9, 5). De geloofsbelijdenis in het Nieuwe Testament is gericht op Jezus in heerlijkheid verheven.

Enkele decennia later, in de finale van het evangelie van Matteüs, bijvoorbeeld, krijgt de belijdenis een drievuldigheidsstructuur ((Matteüs 28,19). Is er een verschuiving van aandacht gebeurd? Helemaal niet. Het gaat altijd om Jezus met de cruciale vraag: wie is Hij?
God toont zich voor het eerst als Vader en Zoon in het mysterie van de menswording waarvan de Geest deel uitmaakt. Lucas verwoordt het zo: “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon van God genoemd worden” (Lucas 1, 35). God heeft ons zijn Zoon gegeven omdat “Hij de wereld zo liefgehad heeft”. In de Menswording openbaart God zich als drie-ene liefde. In Jezus komt de Zoon van God in onze menselijke conditie zijn onvoorwaardelijke aanvaarding van de Vader beleven.

Zetten we even een stap terug.
Moest God slechts Eén zou zijn, dan zou Hij zichzelf beminnen. De eenzaat kan alleen maar zichzelf beminnen. Zelf-liefde is geen liefde. Liefde is gave. Opdat de oneindige gave zich zou kunnen geven, moet er een oneindig onthaal zijn. Door hem alles te geven wat Hij is, geeft de Vader aan de Zoon Zoon te zijn. Door deze gave te onthalen, geeft de Zoon aan de Vader Vader te zijn. En het is de één en dezelfde liefde die wordt gegeven en ontvangen. Jezus kan in alle waarheid zeggen: “Wie Mij ziet, ziet de Vader” (Johannes 14, 9b). Deze oneindige communicatie tussen de Vader en de Zoon is de Geest van God, die maakt dat noch de Vader, noch de Zoon in zichzelf hun eigen centrum hebben.
“Zonder de Geest, zou de Liefde in God niet absoluut zuiver zijn, omdat elk van de twee andere Personen zichzelf zou bezitten in de andere. ... Het bezitten zou niet absoluut worden uitgesloten. De wederzijdse liefde van de Vader en van de Zoon opent zich echter op een Derde, zodat er geen bezitten is. De extase van elk van de drie personen is totaal, door de onmogelijkheid zich bezitterig in zichzelf op te sluiten”. (1)

De Geest laat zien dat in God, de bron van de identiteit ligt in de andere: “En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende, en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen” (Lucas 3, 21-22). De Vader geeft aan de Zoon Zoon te zijn, de Zoon geeft aan de Vader Vader te zijn: de Geest is er de manifestatie van.

Maar komen we terug naar ons evangelie.
De liefde van God is een unieke historische act die zich uitdrukt in de gave van de enige Zoon (v. 16a). God wil overkomen als iemand die zich genereus wegschenkt door te geven wat er hem het liefste, het meest waardevolle, het unieke is. Door zijn Zoon te geven, geeft God zichzelf.
Het gaat om een daad van scheppende liefde die de wereld omvormt door de macht van de dood in vraag te stellen, en door het authentieke leven te bieden aan hen die in Hem geloven (v. 16b). Het thema van het oordeel dat verbonden was aan de figuur van de Mensenzoon, wordt hier fundamenteel her-geïnterpreteerd. De traditionele voorstelling van het Laatste Oordeel maakt plaats voor de gave van het heil: “God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden” (v. 17).
God heeft zijn Zoon ‘gezonden': dit betekent dat de Zoon aan de wereld gegeven is als Gods vertegenwoordiger in de wereld, en het beeld Gods voor de wereld. Daaruit volgt dat deze zending een eschatologische betekenis heeft. Voor Johannes gebeurt Gods eschatologische tussenkomst niet in de vorm van een oordeel aan het einde van de tijden, maar wel in menswording van de Zoon. De komst van de Zoon is niet in eerste instantie gericht naar veroordeling en straf, maar “om de wereld door Hem te redden”(v. 17b). We zijn gered door te geloven in Christus, door ons te hechten aan zijn onthaal van de liefde van de Vader.
Door te weigeren te geloven in de enige Zoon oordeelt de mens zichzelf door zich te stellen buiten God, die gegeven en onthaalde Liefde (v. 18). Johannes herhaalt het verder: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood naar het leven“ (5, 24). Jezus is de enige Zoon van de Vader, maar ook wij zijn uitgenodigd om zonen en dochters van dezelfde Vader te worden. Paulus zegt ons: “Allen die zich laten leiden door de Geest van God, zijn kinderen van God. De Geest die gij ontvangen hebt, is er niet een van slaafsheid, die u opnieuw vrees zou aanjagen. Gij hebt een Geest van kindschap ontvangen, die ons doet uitroepen: Abba, Vader! De Geest zelf bevestigt het getuigenis van onze geest, dat wij kinderen zijn van God”. (Romeinen 8, 14-16).
Net als Jezus, schenken we aan de Vader zijn identiteit van Vader door onze identiteit op te nemen van zoon in de Zoon. Daarmee gaan we de grote innerlijke beweging binnen van de Heilige Drie-eenheid.
___

(1) François Varillon: Un abrégé de la foi catholique, p.53



Jezus en God (14 september: Kruisverheffing)

Wat weten wij over God? Wij hebben zelfs geen woorden om Hem uit te drukken. En wat kunnen we zeggen over God? Immers “niemand heeft ooit God gezien”. Maar, het valt mee: ”de enige Zoon die in de schoot van de Vader is heeft het ons onthuld” (Johannes 1, 18). Hij spreekt over wat Hij weet, “Hij getuigt over wat Hij gezien heeft” (Johannes 3, 11), want niemand is ten hemel gestegen tenzij Hij die uit de hemel nedergedaald is, de Mensenzoon (Johannes 3, 13).

Daarmee zijn de mijlpalen gelegd die garanderen wat Jezus ons over zijn Vader zegt: de enige authentieke kennis van God is ons gegeven door Hem die uit de hemel is nedergedaald.
Ja, maar als Jezus van Godswege gekomen is, hoe kan het dan dat Hij gestorven is in de uiterste schande van iemand die aan het kruis hangt? Kan God zoiets toelaten?
De verheffing van Jezus is, in het Johannesevangelie, het antwoord op deze vraag. In hetzelfde gebaar waarmee de mensen Jezus aan het kruis heffen, verheft de Vader Hem in de heerlijkheid. In de daad zelf waarmee Jezus door de mensen verworpen wordt, trekt Hij alle mensen tot zich: “Voor Mij, als Ik van de aarde zal verheven worden zal Ik alle mensen tot Mij trekken“ (Johannes 12, 32).

Om dat te doen aanvaarden door een leraar in Israël zoals Nikodemus, crediteert Jezus zijn woord door het te wortelen in de geschiedenis van Israël. De slang die, volgens het boek Numeri 21, 4-9, in de woestijn verheven werd, redde de Hebreeërs van de dood. De Mensenzoon zal op het kruis verheven worden, zoals de slang verheven werd. Zo zal ook de mens worden gered door een blik op de verheven Jezus.
Het feit zelf dat Jezus op het kruis verheven is, bewijst dat God zodanig de wereld bemind heeft, dat Hij zijn eigen Zoon gegeven heeft. God heeft nochtans de vrijheid van de mensen gerespecteerd, en hun negatieve reactie op deze gave van liefde zonder terugname. Zo is het kruis het bewijs geworden van Gods onherroepelijke liefde voor de mensen. Als de mens Gods liefde voor hem erkent in de verheffing van Jezus op het kruis en in de glorie, dan vergaat hij niet, maar heeft hij eeuwig leven,

God gaat tewerk zoals een karateworstelaar die de aanloop van de tegenstander gebruikt om hem over zijn hoofd te tillen. De dood van Jezus, die Gods werk teniet moest doen, doet juist Jezus de glorie binnengaan. De verheffing valt bij Johannes samen met de dood op het kruis (cf. Johannes 8,28; 12,31-34). Jezus’ liefde heeft de dood overwonnen door de dood te aanvaarden.

Waarom is de verheffing op het kruis, “schandaal voor de Joden, zinloosheid voor de heidenen” (1 Korintiërs 1, 23) het hoogtepunt van de openbaring bij Johannes (vgl. Johannes 19, 31-37)?  Eenvoudigweg omdat ze de plaats is waar Gods liefde onthuld wordt. Het is opmerkelijk dat juist hier voor de eerste maal over Gods liefde gesproken wordt in het Johannes evangelie: “God heeft zo bemind dat Hij zijn Zoon gegeven heeft”. Het is dank zij deze gave van God dat Johannes kan spreken over de liefde. De liefde toont zich in die gave van zichzelf. De menswording is openbaring van liefde die op het kruis haar hoogtepunt bereikt.

We moeten hier wel noteren dat het kruis niet de bron is van het heil door haar bloederig offeraspect. We zijn hier ver van sommige visies over het kruis als plaats van de woede van een sadistische God die zich op zijn Zoon zou wreken omwille van de zonde der wereld. Wel integendeel: de Zoon en de Vader communiceren in eenzelfde liefde voor de wereld.

Nikodemus wilde eerst niet geloven dat een oud geworden mens herboren zou kunnen worden. We vernemen hier dat de Zoon van God op het kruis de mensen kan doen leven die in hem geloven. Liefde dringt zich niet op. God legt zijn liefde niet op: Hij roept het antwoord op van de mens. God oordeelt niemand. Maar de mens oordeelt zichzelf door Gods liefde te onthalen die hem wordt aangeboden, of door ze te weigeren. De tegenwoordigheid van Jezus verplicht iedereen nu deze keuze te maken: het oordeel is nu. Het definitief en onmiddellijk karakter van het oordeel vloeit voort uit de tegenwoordigheid van Jezus die zich aandient: als Jezus daar is staat de mens voor die keuze.

Het onderhoud met Nikodemus en de openbaring die erop volgt is het christologische hoogtepunt van het Johannesevangelie. De gemeenschap is ertoe gekomen om tegenover het judaïsme de identiteit van Jezus uit te klaren, en zich af te scheiden van de andere Joodse stromingen die niet klaar waren om in Jezus de onthuller van God te belijden, de Zoon door wie God zijn laatste woord zegt aan de mensen.
Volgens Johannes staat ieder mens onvermijdelijk geconfronteerd met Christus. Tegenover Hem staan wij met de verantwoordelijkheid van onze vrije keus.
Het is verbazingwekkend: de God aan wie de onmetelijkheid van het universum toebehoort, klopt als een liefdesbedelaar bij mij aan. Hij verwacht van mij dit kleine stukje dat van mij alleen is, en waar Hij geen recht op wil hebben: mijn liefde. Ik heb het van Hem in eigendom gekregen. Het is alles wat ik Hem kan geven.