Loading...
 

Heilige Drie-eenheid A - eerste lezing

2 Wolk Berg

DE HEER DAALDE NEER IN EEN WOLK


…page…

Exodus 34, 4-9: God komt bij Mozes 

De tekst

Dichter bij de tijd

De tekst tussen haakjes wordt niet voorgelezen tijdens de zondagsliturgie.

(Mozes hakte twee stenen platen uit een rots,
Ze leken op de vorige platen. )

De volgende morgen besteeg hij in alle vroegte de Sinaï,
zoals God hem gevraagd had.

(Hij nam de stenen platen.
Toen kwam God in een wolk naar beneden.
Hij ging bij Mozes staan en riep: ‘Ik ben Jahwe’.)

God ging Mozes voorbij en riep:
'Ik ben een God die barmhartig is, medelijdend en vol geduld.
Ik ben groot in liefde en trouw.

(Ik ben goed tot in de duizendste generatie.
Ik vergeef wat mensen verkeerd doen.
Maar wie schuldig is, straf Ik in zijn kinderen en kleinkinderen.')

Mozes viel op zijn knieën en boog diep neer.
Hij zei: `God, wees goed en ga met ons mee.
Dit volk is wel ongehoorzaam,
maar vergeef het zijn fouten en zonden.
Laat ons weer uw eigen volk zijn.'




Stilstaan bij …

Barmhartigheid
Dit is een vertaling van het Hebreeuwse woord ‘moederschoot’ in het meervoud. Dit ‘beeld’ drukt uit wat meeleven betekent: ‘Ik voel jouw pijn in mijn buik.’ Zo is God als een moeder die de pijn van haar kinderen aanvoelt in haar eigen lichaam.


Lankmoedigheid / geduld
Letterlijk staat er dat God ‘lange neusgaten’ heeft. Maar het Hebreeuwse woord voor ‘neus’ of ‘neusgaten’ kan ook woede betekenen. Een lange neus wordt dan het beeld voor ‘traag van woede’, iemand die zich niet vlug kwaad maakt, iemand die geduld heeft.





Bij de tekst

Wat voorafgaat

Mozes had al eerder stenen tafelen vanop de Sinaï. Maar die sloeg hij stuk op een gouden kalf dat de Israëlieten tijdens zijn afwezigheid zijn begonnen te vereren.



Spreken met beelden

Berg
In deze tekst wordt de berg als ontmoetingsplaats met God duidelijk. Mozes beklimt de berg zover hij kan; God daalt uit de hemel neer in een wolk naar de top van de berg.


Wolk
Een wolk functioneert in deze tekst als vervoermiddel van God.



Wie is God?

Nogal vlot wordt gezegd dat God in het Oude Testament een straffende God is, die weinig liefdevol is. Door dit sterk te benadrukken komt veel sterker de eigen visie van Jezus op God naar voren: God is liefde.

Maar zo zwart/wit is het niet.

. God noemt zich in deze tekst barmhartig en medelijdend, groot in liefde en trouw
. Hij bewijst goedheid tot in de duizendste generatie.
. Als er misdaden zijn, straft Hij ze maar tot in de vierde generatie.





Overweging

Agnes Lameire

'Trek met ons mee'

Mozes bidt: ‘Heer, beschouw ons als uw eigen bezit.’
Je eigen bezit: daar draag je zorg voor, dat omring je met aandacht, dat wil je niet kwijt.
Wie is die God tot wie Mozes bidt? Het is de God die uit de wolk neerdaalt, naast hem op de rots komt staan en tot tweemaal toe zijn eigen naam uitroept: JHWH, JHWH. Vier hoofdletters: het heilige tetragram dat vertaald wordt als HEER. God heeft zich laten kennen, Hij gaf zijn naam prijs en wat houdt die naam in? Hij is een God ‘barmhartig en medelijdend, groot in liefde en trouw.’

Hij is barmhartig. Het Hebreeuwse woord ‘barmhartig’ heeft dezelfde letters, dezelfde schrijfwijze als het woord baarmoeder, ‘rêchêm’. Hier ontmoeten we dus God als moeder. Een God die zijn volk barmhartig is zoals een moeder het kind in haar schoot. Een baarmoeder beschermt, omvat, laat groeien, geeft leven. Zo is de God van Mozes, zo is onze God. Hij omvat ons, Hij omringt ons, Hij wil dat we groeien en volop leven. Barmhartigheid is zijn waarmerk.
Aan zo’n God durft Mozes te vragen: ‘Trek met ons mee!’ Samen met het volk dat uit het slavenland Egypte is ontsnapt, staat hij aan het begin van de grote tocht, op weg naar het land dat, volgens de Bijbel, aan Abraham was beloofd, het beloofde land.

Vóór hem gaapt de woestijn. Woestijn is gebied van zon en zand, van hitte en koude, van honger en dorst, van eenzaamheid, van gevaar en dood. Maar de woestijn wordt de plaats waar Mozes en het volk dag na dag leren leven uit Gods hand. Met telkens manna voor één dag. Achteraf hebben profeten zich afgevraagd: ‘Was de woestijn misschien het beloofde land?’