Loading...
 

JEZUS

Jesus Face11

(Rembrandt)


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Wie was Hij?

Belangrijkste bronnen

De vier evangelies in het Nieuwe Testament zijn de belangrijkste bronnen van kennis over Jezus.
Voor wie op zoek is naar wie Jezus precies was, is dat ontgoochelend, want de evangelies werden geschreven door mensen die in Jezus geloofden en enthousiast over Hem waren en die daardoor niet altijd zo precies over Jezus schreven. Alles wat daarin staat is gekleurd door het geloof van de leerlingen dat Jezus verrezen is.



Niet-Bijbelse bronnen over Jezus

Naast de teksten in de bijbel, zijn er ook een aantal teksten van niet-christenen over Jezus. Dit aantal is gering, maar hoeft niet te verwonderen als men bedenkt dat geschiedschrijvers vroeger eerder bezig waren met wapenfeiten van keizers en koningen dan met een veroordeelde man uit een uithoek van het Romeinse Rijk.
Boeiend om eens te lezen wat mensen die geen christenen waren over Jezus zegden:


Mara Bar Serapion
Een Syriër Mara schreef (na het jaar 73 na Christus) vanuit de gevangenis aan zijn zoon:

'Wat hebben de Atheners erbij gewonnen door Socrates te doden?
Hongersnood en pest kwamen over hen als een oordeel over hun slechte daden.
Wat hadden de mensen van Samos eraan dat ze Pythagoras verbrandden?
In een ogenblik werd hun land met zand bedekt.
Wat hadden de Joden eraan dat ze hun wijze Koning ter dood brachten?
Heel kort daarna is hun koninkrijk vernietigd.
God heeft deze drie wijze mensen op rechtvaardige wijze gewroken:
de Atheners stierven van honger;
de bewoners van Samos werden door de zee overspoeld;
de Joden, beroofd en uit hun land verdreven, zijn overal verspreid.
Maar Socrates stierf niet definitief; hij leeft voort in de leer van Plato.
Pythagoras is niet voorgoed dood; hij leeft voort in het standbeeld van Hera.
Ook de wijze Koning is niet voorgoed dood; Hij leeft voort in de leer die Hij gegeven heeft.'



Talmoed
De Talmoed (= leer) is een verzameling uitspraken van rabbijnen over de wet. Ze is geschreven in de 5e-6e eeuw en bevat mondelinge tradities die teruggaan tot voor het jaar 70 na Christus.

'Jesu-ha-Notzri (ook wel genoemd Ben Stada, Ben Pantera, Bileam, 'een zeker iemand' en diverse scheldnamen) was het buitenechtelijk kind van Mirja, een kapster, en haar minnaar Pantera of Pandira. Mirjams echtgenoot was Pappas ben Jeduhah, ook wel Stada genoemd. In Egypte heeft Jezus magie gestudeerd; hij verleidde het volk door zijn tovenarij en dwaalleer, hij bespotte de wijzen, schond de sabbat en wierp zichzelf op als God.'
Voor het gerecht gebracht werd hij schuldig bevonden en hoewel gedurende veertig dagen een heraut rondging om te vragen of iemand iets te zijnen gunste wilde aanvoeren, meldde zich niemand aan. Daarna werd Jezus gestenigd en te Lydda gehangen. Hij was 33 jaren oud, toen Pinehas Listasa hem liet doden en zijn gericht bestond in 'ziedende modder', het hellevuur.'



Flavius Josephus
Flavius Josephus (37-100), een bekende joodse historicus, schreef aan het einde van de eerste eeuw (93-94) in zijn werk 'De Joodse Oudheden':

'Nu was er rond die tijd een wijs man, genaamd Jezus (als het tenminste gepast is om hem een man te noemen) Want hij deed wonderbare dingen en was een leraar van mensen die graag de waarheid aannemen. Vele joden en ook vele heidenen werden door hem aangetrokken. (Deze man was Christus).
En toen Pilatus hem, op aanraden van de belangrijkste leiders uit ons midden, had veroordeeld tot het kruis, lieten degenen die hem in het begin lief hadden gehad, hem niet in de steek.
(Want op de derde dag verscheen hij weer levend aan, zoals de profeten van God deze en talloze andere wonderlijke dingen over hem hadden voorzegd.) En de groep christenen, zo genoemd naar hem, bestaat tot op de dag van vandaag.'
De Joodse Oudheden XVIII, 63-64

De tekst tussen haakjes is niet helemaal betrouwbaar. Wellicht is die later door iemand anders toegevoegd bij het kopiëren. Men vindt dat die stukken wat al te lovend zijn voor iemand die geen christen is.



Tacitus
Publius Cornelius Tacitus (55-120) was een belangrijk Romeins historicus. In zijn werk 'Annales' schreef hij in 116 na Christus over de christenen die door keizer Nero verantwoordelijk gesteld werden voor de brand van Rome van 16 tot 28 juli in het jaar 64:

'Om het gerucht de kop in te drukken, beschuldigde Nero een groep mensen, verafschuwd wegens hun boosaardigheden, die de menigte als christenen aanduidde, en strafte hen op de meest wrede manier.
Christus, de grondlegger van de groepering, had de doodstraf gekregen tijdens de regering van Tiberius, en was veroordeeld door Pontius Pilatus, waardoor het verderfelijke bijgeloof voor even tot staan werd gebracht, waarna het echter opnieuw tot bloei kwam, niet alleen in Judea, waar die ziekte ontstaan was, maar ook in de hoofdstad zelf, waar alle verschrikkelijke en schandelijke dingen die in de wereld voorkomen, samenkomen en aanhangers vinden.' Annales, 15, 44



Deze rij getuigenissen is niet indrukwekkend omdat:
. Jezus een onbelangrijk timmerman was uit het verre kleine onbelangrijke Nazaret.
. het christendom nog helemaal niets betekende
. het analfabetisme groot was
. het christendom overwegend voorkwam in lagere standen van de maatschappij en als dusdanig niet interessant voor geschiedschrijving. Historici hielden zich lange tijd vooral bezig met de grote wapenfeiten van keizers en koningen.
. Jezus voor de Romeinen maar een jood was, en voor de joden maar een ketter


Uit deze getuigenissen kunnen we opmaken dat:
. Jezus wonderen deed
. Hij veroordeeld en gedood werd tijdens de regering van Tiberius door Pontius Pilatus
. Hij in Palestina optrad



Jezus, de Christus

Toen Jezus leefde, keken de joden uit naar de komst van een Messias, een christus. Die zou als een echte koning redding en voorspoed brengen. De reden waarom die verwachting zo sterk leefde bij de joden had te maken met de overheersing van de Romeinen en het koningshuis van Herodes, dat samenwerkte met de Romeinen.
In de Bijbel wordt over die Messias, die Christus geschreven als: een Redder, een zoon van David...
De joden dachten dan ook dat Jezus de Romeinen zou verjagen.
(Messias, Christus, Koning, Gezalfde. In de Bijbel zijn deze vier woorden synoniemen van elkaar)



Namen voor Jezus

Deze namen gaf Jezus aan zichzelf:
Mensenzoon
Levend brood
Licht in de wereld
Herder


Deze namen gaven anderen in het N.T.:
Jezus (Engel aan Maria)
Emmanuël (Engel aan Jozef)
Profeet (Samaritaanse vrouw)
Zoon van David (Bartimeüs, Kanaänitische vrouw)
Rabbi
Timmerman
Zoon van Maria

Zoon van God
Messias
Dienstknecht
Heer
Verlosser
Heiland

Zoon van Adam
Vredesvorst



Jezus in de islam

Moslims spreken over Jezus als een goed en wijs man. In de Koran heet Hij Isa, zijn moeder heet Marjam. Moslims noemen Jezus een profeet, maar geloven niet dat Hij gekruisigd is en gedood. Allah heeft Hem bij zich gehaald, zegt de Koran (Soera 4, 158).





Vragen van kinderen

Heeft Jezus echt bestaan? - Tobias, 12 jaar

(C. LETERME in Samuel, uitgeverij Averbode, 2000, nr 3, p. 2)

Als je de vele wondere verhalen leest die over Jezus geschreven werden, begin je je dit zeker wel eens af te vragen.
Je zou kunnen zeggen: het Nieuwe Testament toont toch voldoende aan dat Jezus geleefd heeft.
Ja, maar die teksten werden geschreven door gelovigen, door mensen die al bij voorbaat aannemen dat Jezus bestaan heeft.
Misschien bestaan er wel andere teksten over Jezus. Dat is niet zo vanzelfsprekend. 2000 jaar is een lange tijd. En heel wat materiaal van toen is verloren gegaan. Bovendien was Palestina maar een verre provincie in het grote Romeinse Rijk.
Toch heeft men zes stukjes tekst kunnen vinden, die niet door christenen werden geschreven. Hierbij valt op dat niemand van die Joodse of Romeinse schrijvers twijfelt aan het bestaan van Jezus. Maar veel informatie geven ze niet. Uiteindelijk was Jezus maar een eenvoudig timmerman uit het onbekende Nazaret.



Heeft Jezus ook geweend en gelachen?

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2003, nr 5, p. 12)

Denk jij dat Jezus ooit gelachen heeft? Waarschijnlijk vind je dat een rare vraag. Ieder mens lacht toch wel eens, dus Jezus natuurlijk ook!
Nochtans, heel lang geleden hebben geleerden ruzie gemaakt over die kwestie. Er staat immers nergens in het evangelie dat Jezus lacht. Sommigen vonden dat Jezus nooit gelachen kan hebben, Hij was immers God... Wij zullen die kwestie maar laten rusten.
Maar dat Jezus geweend heeft, staat in ieder geval wèl in het evangelie! Lazarus, en zijn zussen Marta en Maria, waren goede vrienden van Jezus. Lazarus werd ziek en stierf, en dit werd aan Jezus gemeld. Jezus ging er naartoe, en toen Hij bij het graf van Lazarus kwam, 'begon Hij te wenen', schrijft Johannes in zijn evangelie. Jezus wordt dus geraakt door de dood van zijn vriend. Hij heeft verdriet. De dood is de grootste vijand van de mens... Dat heeft ook Jezus zo gevoeld. Maar dat verdriet heeft Hem toch niet wanhopig gemaakt. Hij spreekt Marta en Maria moed in. Jezus vertrouwt op God die de mensen liefheeft en sterker is dan de dood. Daarom kan de dood nooit het laatste woord hebben, weet Jezus. Wie in God gelooft, leeft - ook al is hij gestorven. Jezus nodigt Marta en Maria , en ook ons, uit om te geloven dat God ons niet in de dood achterlaat.



Had Jezus broers en zussen? - Daan, 11 jaar

(C. DELHEZ / C. LETERME in Samuel, uitgeverij Averbode, 2004, nr 9, p. 2)

Neen, zeggen de meeste christenen al heel lang. Toch kun je in het evangelie lezen over de broers en zussen van Jezus. Het was in die tijd de gewoonte om niet alleen de echte broers en zussen maar ook neven en nichten zo te noemen. Dat is nu nog steeds het geval in Afrika. Daarom weten de mensen het evangelie vertalen en bestuderen eigenlijk niet zeker of Jezus broers en zussen had. Maar het zou dus best kunnen.
Eigenlijk was dit voor Jezus helemaal niet zo belangrijk. Marcus schrijft dat er op een dag mensen aan Jezus zeiden: 'Je moeder, je broers en zussen zijn daar. Ze zoeken jou.' Jezus antwoordde: 'Wie zijn mijn moeder, mijn broers en mijn zussen? Wie de wil doet van mijn vader, dat is pas een moeder, een broer of een zus voor mij.' (Marcus 3, 31-35)
Als God onze Vader is, dan zijn we allemaal broers en zussen van elkaar, dan zijn we samen één grote familie. Dan is er geen grens meer tussen de mensen, ook niet tussen mensen van een verschillende nationaliteit of godsdienst. Zo gezien heeft Jezus dus ongelooflijk veel broers en zussen.



Had Jezus ook vriendinnen? - Ruben, 12 jaar

(C. LETERME in Samuel, uitgeverij Averbode 2005 nr. 8, p. 2)

Vreemd genoeg zijn 'vriend' en 'vriendinnen' woorden die je niet vindt in de bijbel. Eeuwen geleden was de relatie tussen mannen en vrouwen ook wel heel anders dan ze nu is. Toch was het heel ongewoon dat er naast de apostelen ook een groep vrouwen was die Jezus overal vergezelde. Ze gebruikten hun geld om de groep te onderhouden. Jezus benaderde ze als volwaardige mensen. Wat toen helemaal niet vanzelfsprekend was.
Heel regelmatig zijn er romanschrijvers die zich inbeelden dat Jezus verliefd was op Maria Magdalena. Zo verscheen er onlangs een boek waarin je kunt lezen dat Maria Magdalena de vrouw van Jezus was.
Maar geen enkele oude tekst laat vermoeden dat deze veronderstelling juist is. Alle teksten over Jezus leggen zo'n nadruk op zijn houding tegenover armen, zieken, zondaars, en op wat Hij zei, dat er helemaal geen plaats meer was om dieper in te gaan op zijn persoonlijke leven. Alleen het Rijk van God was de moeite om bij stil te staan. Al de rest was in het licht daarvan heel onbelangrijk.



Wanneer begonnen mensen verhalen te vertellen over Jezus? - Emma, 12 jaar

(Samuel 2000, nr 9, p. 2)

Als mensen door iemand geraakt worden, dan willen ze dat niet voor zichzelf houden. Ze beginnen dan aan anderen verhalen te vertellen: hoe lief iemand wel is, hoe behulpzaam – of ook: hoeveel pijn die persoon hen heeft gedaan.
Met Jezus zal het niet anders geweest zijn. Heel wat mensen waren getroffen door de manier waarop Hij sprak en met mensen omging. Al heel vlug hebben ze over Hem verhalen verteld. Verhalen vol waardering en bewondering. Verhalen die hier en daar aangedikt werden, zodat ze er zeker van waren dat anderen net zo over Jezus zouden denken.
Na Jezus’ dood en verrijzenis (rond 30 na J. Chr.) begon men die verhalen neer te schrijven om ze niet te vergeten.
Zowat 70 jaar na J.C. verzamelde Marcus die verhalen. Wat later deden Matteüs, Lucas en Johannes dat ook en vulden hun teksten aan met woorden van Jezus.
Zo’n ‘bundel’, die vertelt wie Jezus is en wat Hij gezegd en gedaan heeft, noemt men ‘evangelie’. Als je de vier bekende evangelies met elkaar vergelijkt, zie je hoe elke evangelist op zijn eigen manier over Jezus schreef.



Waarom zeggen we dat we leven 'na Christus'?

In de eerste eeuwen van onze tijdrekening telde men in onze streken de jaren vanaf de stichting van de stad Rome (= ab urbe condita). Maar toen er alsmaar meer mensen christen werden, dacht de monnik Dionysius de kleine in de 6e eeuw van onze tijdrekening: 'Jezus is voor ons heel belangrijk. Met Hem is een nieuwe tijd begonnen. Ik vind dat we de jaren moeten beginnen tellen vanaf zijn geboorte en niet meer vanaf de stichting van de stad Rome.'
Met alle mogelijkheden waarover die monnik kon beschikken is hij aan het rekenen gegaan en heeft hij opgezocht wanneer Jezus wel zou kunnen geboren zijn. Sindsdien noemt met elk jaar het ... jaar na Christus. Intussen hebben andere geleerden die berekening overgedaan. Daarbij kwamen ze tot het besluit dat Dionysius zich 4 tot mogelijk zelfs 7 jaren vergist heeft. Zo komt het dat men nu zegt dat Jezus in het jaar 4 of 6 voor Christus geboren is.

Op dit ogenblik gebruiken mensen ook de aanduiding 'in het ... jaar van onze tijdrekening'. Dit is een meer neutrale manier om een jaar weer te geven.





Spreken over Jezus bij kinderen

Wat zeker aan bod moet komen:
. Jezus is Iemand die leefde vanuit een uitzonderlijke relatie tot God.
. 'Liefde' was voor Hem het sleutelwoord voor geluk.


De manier waarop over Jezus gesproken wordt
Sober vertellen, zonder te historiseren, te romantiseren,...


Probleem
Er blijft de spanning tussen de historische kijk op Jezus, en de gelovige kijk.
Ook moet men proberen de verwarring te vermijden tussen: God (Schepper) en Jezus.





Jezus in de kunst

Symbolen

Tot de vierde eeuw na Christus gebruikten de christenen alleen symbolen om Jezus af te beelden:

Vis 5 Broden

Vis (catacombe van Sint Callixtus, Rome)



Goede Herder

Herder (catacombe van Sint Priscilla , Rome)



Chiro

chiro (catacombe van Sint Sebastiaan, Rome)


Pas in de vierde eeuw na Christus duikt het teken van het kruis op als verwijzing naar Hem. Voordien werd het nog teveel gezien als een marteltuig.



Voorstellingen

De oudste iconen van Christus (6e eeuw) zijn geïnspireerd op Egyptische portretten.
Icoon 6e Eeuw


In de Oosterse Kerken worden die iconen nu nog steeds op dezelfde manier gemaakt. Vergelijk met deze icoon van de iconograaf Ouspensky (20e eeuw)
Ouspensky



In de Westerse Kerken evolueerden de voorstellingen van Jezus die aanvankelijk erg op die van de iconen leken, naar heel menselijke voorstellingen van Hem, zoals dit werk van Rembrandt.
Rembrandt



Luk VAN SOOM, Oh superman

Superman

Uit een gipsen wolk staat een bronzen Jezus op in de gekende pose van Superman,
met de bijhorende rode cape om de schouders.
(Foto: met dank aan de kunstenaar)

De kunstenaar aan het woord:
"Ik heb besloten Jezus van dat eeuwige kruis af te halen en hem een ander imago te geven: dat van Jezus de superfiguur."

‘Ik zou niets liever willen dan dat Jezus weer de voorvechter wordt van de kleine mensen. Een superheld, die het opneemt voor wie het zelf niet meer kan. Zoals het een echte Superman betaamt.’


Luk Van Soom overhandigde paus Franciscus op 14 oktober 2015 een exemplaar van dit beeldje.





Suggesties

EVEN TESTEN

Het ABC van Jezus

(Geïnspireerd door: 'Het ABC van Jezus in Hemel en aarde, Pasen 2003, p. 4 - 5)

A men
Als Jezus in zijn eigen taal 'Ja, ja' of 'Zeker weten' zei, dan klonk dat zo: 'Amen, amen.' Dat is Aramees, de taal die Jezus thuis sprak. Misschien kon Hij ook Grieks, de taal die in de handel en de cultuur van die tijd gebruikt werd - zoals het Engels in deze tijd. Bidden of heilige boeken lezen deed Hij in het Hebreeuws, de taal die in de tijd van Jezus vooral in de synagoge gebruikt werd.
(andere mogelijkheden: apostelen, armen)


B etlehem
Betlehem was een klein stadje in de buurt van Jeruzalem. Het was de plaats waar koning David van afkomstig was. In de Bijbel staat dat Jezus er geboren is. Dit was een manier om te zeggen dat Jezus was zoals David: een koning, maar dan op zijn manier.
(andere mogelijkheden: berg, bergrede, blind, boot, bekoring)


C hristus
We zeggen soms Jezus Christus. Christus is niet de familienaam van Jezus. Het is een Grieks woord dat 'Gezalfde' betekent. In het Hebreeuws is 'Christus': 'Messias'. Profeten, koningen, heilige plaatsen en voorwerpen werden in de tijd van de Bijbel gezalfd met olie. 'Christus' is dus een soort titel.


D avid
Bartimeüs noemde Jezus de 'Zoon van David'. Dat was een manier van Bartimeüs om te zeggen dat hij in Jezus de Messias zag, diegene die hem zou redden.
(andere mogelijkheden: doopsel, duivel)


E ten
''Op het menu van Jezus stonden vaak: granen, peulvruchten (bonen), vis en groente, gekookt of met olie klaargemaakt. Jezus at brood, platte kaas (kwark), fruit (gedroogd en vers) fruit en dronk water, (geiten)melk en wijn. Vlees was er alleen voor de rijken of op feestdagen voor gewone mensen. Ze aten met een lepel en met hun handen. Vorken bestonden toen nog niet.
(andere mogelijkheden: Emmanuel, engel)


F arizeeën
Farizeeën behoorden tot een religieuze beweging van leken, de joodse wet zo trouw mogelijk wilden onderhouden. Ze vroegen Jezus vaak om uitleg. Soms vonden ze dat Jezus te ver ging of te vrij was en zich niet aan de regels hield en dan kon het er in zo'n discussie hard aan toe gaan. (bv. Lucas 11, 37-54)


G olgota
Golgota was XXX een buiten Jeruzalem, waar Jezus is gekruisigd. Mensen deie de Romeinse keizer beledigden of die protesteerden tegen de manier waarop de Romeinen het land bestuurden, konden de doodstraf krijgen. Het was een wrede straf. De veroordeelde werd eerst veel geslagen, moest zelf zijn kruis dragen en als hij aan het kruis hing, ging hij langzaam dood van pijn en verstikking.
(andere mogelijkheden: genezen, Geest)


H uis
Toen Jezus leefde hadden de huizen dikke muren en platte daken. De ruimte boven het dak was een soort openlucht-kamer. Als het erg warm was, gingen de mensen er ook slapen. Een muurtje om het dak heen zorgde ervoor dat niemand naar beneden viel.
(andere mogelijkheden: herder, herberg)


I. N.R.I.
Het woord INRI dat men soms bovenaan een kruis ziet, is een letterwoord. Elke letter staat voor een ander woord. Omdat het evangelie in het Grieks werd geschreven, verwijzen de letters 'INRI' naar Griekse woorden waarvan de vertaling is: ‘Jezus (I) van Nazaret (N), koning (R) van de Joden (I)’. Pilatus liet zo'n opschrift op het kruis van Jezus aanbrengen zodat iedereen kon zien waarom hij Jezus had laten doden.


J udea
Toen Jezus leefde was Palestina een provincie van het Roomse keizerrijk. In die provincie waren drie delen: Galilea, in het noorden, waar Jezus bij Maria en Jozef leefde, en waar de meeste van zijn leerlingen vandaan waren. Judea, in het zuiden, waar de stad Jeruzalem lag met de mooie tempel. Daar tussenin lag Samaria. Heel veel joden konden het niet vinden met de Samaritanen, de bewoners van Samaria.
(andere mogelijkheden: Jeruzalem, Jaïrus)


K leding
De mensen droegen een tuniek en daarboven een stuk stuk dat ze als mantel om hen heen sloegen. ze liepen op blote voeten of op sandalen. Ze hadden niet zoveel kleren als wij nu hebben.
Moeders en hun dochters maakten kleren voor het hele gezin. Die waren meestal van schapenwol of van linnen. Ze sponnen eerst de draden van de wol of het vlas, en weefden er daarna stoffen mee.
(andere mogelijkheden: koning)


L eerlingen
Jezus had vele mensen die naar Hem toekwamen om Hem te beluisteren. Sommigen van hen trokken met Hem mee.
In die grote groep leerlingen waren er een twaalftal die Hij apostelen noemde. Het waren volgens Marcus: Petrus, Jacobus, Johannes, Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, nog een Jacobus, Taddeüs, Simon en Judas (Marcus 3, 13-19)
(andere mogelijkheden: licht, leven)


M aria en Jozef
Maria en Jozef waren de ouders van Jezus. Het gezin, vader, moeder en kinderen, was in die tijd heel belangrijk. Als mensen bedienden of slaven hadden, hoorden die ook bij het gezin. De vrouwen voedden de kinderen op en werkten thuis. De mannen oefenden een beroep uit om voor het inkomen te zorgen. Jozef was een timmerman. Ook Jezus was timmerman.
(andere mogelijkheden: melaats, meer)


N azaret
Nazaret was een klein boerendorp met een paar honderd inwoners. Nazaret bestaat nog steeds, maar nu is het een redelijk grote stad. In het centrum kun je nog grotten zien waarin de mensen vroeger woonden.


O nze Vader
Eerste woorden van het meest bekende gebed van de christenen, dat Jezus zélf aan zijn leerlingen heeft geleerd, toen ze Hem daarnaar vroegen(Matteus 6, 9-13). Het gebed bestaat uit zes wensen. Na de aanroeping (Onze Vader) richten de eerste drie wensen zich rechtstreeks tot God de Vader (‘Uw naam’, ‘Uw Rijk’, ‘Uw wil’). De laatste drie gaan over de mens (‘ons dagelijks brood’, ‘onze schuld’ en ‘verlos ons’).
(andere mogelijkheden: opstaan)


P arabel
Jezus vertelde graag parabels. Dat zijn en soort verhalen..
Dat had Hij geleerd van zijn leraren in de synagoge. Als joden godsdienstles geven, vertellen ze liever een verhaal dan dat ze iets precies gaan uitleggen.
(andere mogelijkheden: Pinksteren)


Q uirinius
Quirinius is de naam van ..., die regeerde toen Jezus geboren werd. Je komt wel meer Romeinse namen tegen in de teksten over Jezus, want de Romeinen waren toen de baas over bijna heel de wereld die toen bekend was. Pontius Pilatus is ook een Romeinse naam. Hij was het die Jezus liet kruisigen.


Rijk der hemelen
Met gelijkenissen of parabels maakt Jezus duidelijk dat dit Rijk geen land is, maar een toestand van liefde, gerechtigheid, vrede... in het hart van de mensen als naar het woord van God leven.
Dit Rijk heeft te maken met een levensstijl waarbij men ruimte geeft aan het woord van God. Dit Rijk heeft niets te maken met het materiële noch met succes, of met werelds machtsvertoon. Op dit punt botste Jezus op onbegrip en verzet bij zijn leerlingen en bij de mensen. Want die dachten dat bij de komst van het Rijk van God de Romeinse bezetter verdreven zou worden.


S ynagoge
In een synagoge kun je bidden luisteren naar het voorlezen uit heilige boeken, en ook godsdienstlessen volgen. De evangelisten schrijven dat Jezus kwam in de synagoge van Nazaret en ook in die van Kafarnaum.
(andere mogelijkheden: sabbat, ster, storm, sjalom)


T estament
Het Nieuwe Testament is het deel van de Bijbel waarin teksten staan over Jezus en de volgelingen van Jezus. Het Oude Testament is het deel van de Bijbel dat ook voor de joden een heilig boek is. Jezus kende alleen het Oude Testament. Hij noemde dat toen: de wet en de profeten.
(andere mogelijkheden: tempel, testament, Tabita)


U ur
In de tijd dat Jezus leefde was een uur het twaalfde deel van de dag, de periode waarop het licht is. Dit betekent dat een ‘uur’ toen tijdens de zomer langer was dan tijdens de winter.
Het zesde uur was de middag, het moment van de dag waarop de zon het hoogst aan de hemel staat.
Het negende uur was drie uur in de namiddag.


V eertig
Nadat Jezus gedoopt werd door Johannes ging Hij veertig dagen de woestijn in om na te denken over wat Hij met zijn leven zou doen. Het getal veertig komt ion de Bijbel vaak voor. Telkens gaat het over een tijd die nodig is om over iets na te denken en zich op iets voor te bereiden.
(andere mogelijkheden: verrijzenis, vrede, Vader, vergeven, vrienden)


W ater
In een droog en warm land als Palestina was water heel belangrijk. De mensen toen hadden niet alleen water nodig voor op het land, maar ook om zich njet te houden en voor hun godsdienst.
(andere mogelijkheden: wonderen, wijzen, weg, waarheid, woestijn)


Z ieken
Er waren geen ziekenhuizen en geen dokters zoals wij ze nu kennen. Zieken konden niet werken, dus geen geld verdienen en moesten al gauw gaan bedelen. Melaatsen en geesteszieken werden zelfs uitgesloten.
(andere mogelijkheden: Zoon van God, zien)



Suggesties bij dit ABC

Schuifraadsel

Bezorg de kinderen een woord dat te maken heeft met Jezus. (Goede Herder, Messias ...
Met dit woord maken de kinderen een schuifraadsel.
Hierbij maken ze gebruik van het bovenstaande ABC.
Heel belangrijk is het dat ze zelf een omschrijving voor elk van de woorden geven, gebaseerd op de informatie uit het ABC.



Invultekst

De kinderen schrijven een korte tekst over Jezus. Ze gebruiken hierbij een aantal woorden uit het 'ABC van Jezus'. In de tekst zelf worden die woorden door '...' en een cijfer vervangen. De kinderen schrijven zelf een omschrijving bij het woord dat bij het cijfer past en maken daarvoor gebruik van 'Het ABC van Jezus'.



Wat doet Jezus?

Schrap wat niet past.

Ik luister graag/soms naar mensen.
Ik geef moed /geld aan armen.
Ik deel/bak brood.
Ik geef troost/straf.
Ik wil misschien/zeker dat jullie van elkaar houden.
Ik bid nooit/vaak tot God.





SPREKEN MET BEELDEN

'Beelden' van Jezus

Breng met de kinderen een bezoek aan de plaatselijke parochiekerk.
Laat de kinderen zoeken naar de verschillende afbeeldingen van Jezus.
Bij zo'n bezoek kun je ook wijzen op symbolische afbeeldingen van Jezus.
Vinden de kinderen ze?
Weten ze ook waarom die voorwerpen aan Jezus doen denken?

LamHerinnert aan Johannes 1, 29: 'Zie het lam Gods, dat de zonde van de wereld wegneemt.' In de bijbel werden lammeren vaak als zoenoffer aan Jahwe opgedragen. Een hele tijd werd op die manier over Jezus gesproken.
KruisHerinnert aan de kruisdood van Jezus.
HostieHerinnert aan de woorden van het Laatste avondmaal: 'Dit is mijn lichaam.'
VisHet Griekse woord vis bestaat uit de beginletters van de Griekse woorden voor: Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. De tekening van een vis werd door de eerste christenen gebruikt als een geheim herkenningsteken.



Belangrijk
Sta alleen stil bij die symbolen die in de kerk te vinden zijn die jij bezoekt.

Daarna maken de kinderen een tekening van de voorstelling van Jezus of het symbool dat hen het meest getroffen heeft. In een kort stukje tekst schrijven ze waarom dat zo is.

Hou daar nadien een tentoonstelling van in de ruimte waar je bijeenkomt.
Laat de kinderen elkaar n.a.v. deze voorstelling goed bevragen:
- Waarom koos je voor deze afbeelding / dit symbool?
- Waarom heb je die kleur gebruikt? Wat wil je ermee zeggen?
Stimuleer de kinderen in hun antwoord om verder te gaan dan de technische opmerkingen over kleur en vorm. Laat ze ook zoeken naar innerlijke redenen waarom ze iets op een bepaalde manier uitbeelden.
Geef bij het beantwoorden van deze vragen eerst de kans aan de kinderen die kijken, en pas daarna aan de 'tekenaar'.


TIPS
. Neem digitale foto's van de ontdekkingen van de kinderen. Ze maken het nadien gemakkelijker om rond die afbeeldingen te werken.

. Laat de kinderen hun afbeelding maken op een vierkant stuk stof (b.v. van een oud laken). Bespreek nadien alle lappen (zie hierboven) en groepeer ze, zodat je er één groot doek van kunt maken.
- Welke lap komt in het midden, waarom?
- Welke lappen zetten we ernaast? Waarom?
Stik daarna de verschillende lappen aaneen zoals de kinderen dit voorstelden.
Noteer in een hoek van het werk de datum waarop het gemaakt werd.
Hang dit kunstwerk van de kinderen in de ruimte waar je bijeenkomt.



Mijn 'beeld' van Jezus

- Welk beeld heb jij van Jezus van Nazaret?
- Hoe stel jij Hem voor?
Je hebt reeds veel over Hem gehoord. De evangelisten hebben jou zijn manier van denken, spreken en handelen leren kennen. Je weet eigenlijk veel meer over Hem dan je vermoedt. Even testen? Geef Jezus een gezicht door de woorden of zinnen te omcirkelen die bij Hem passen.


Grappenmaker, denker, doorzetter, durver, verteller, egoïst, trekt zich niets aan van wat men over Hem denkt, staat graag aan de kant van belangrijke personen, heeft het op bepaalde groepen in de maatschappij gemunt, twijfelaar, zachtaardig, ernstig, voelt sterk mee met anderen, vindt geld en bezit belangrijk, vindt stilte en gebed belangrijk, zwerver, sluit anderen uit, streeft roem na, neemt het op voor zwakken, volgt nauwgezet de wetten, wil voor iedereen goed doen, meeloper, is vlug tevreden, beïnvloedbaar, gelovige, zoekt naar macht, leraar.

Deze woorden staan ook op dit blad.


- Welke woorden die ontbreken wil je nog aanvullen om nog een beter beeld van Jezus te krijgen?



Hoe zag Jezus eruit?

Niemand weet hoe Jezus er precies uitzag. Daarom bestaan er zoveel verschillende afbeeldingen van Hem.
Maak hierbij gebruik van deze bladzijde.
- Hoe zag Jezus er volgens jou uit? Waarom is dat?
- Denken de anderen daar ook zo over?





VERDIEPEN

Wie is Jezus?

Vraag aan de kinderen:
- Wie is Jezus eigenlijk?
- Wat voor iemand is Hij?
- Wat heeft Jezus in jouw leven te zeggen?
(De kinderen zoeken daarna naar één woord dat hun antwoord samenvat. Bv. liefde, eerlijkheid, vriendschap, vrede...)
Daarna zoekt elk van de kinderen voor zichzelf hoe Jezus de volgende week hun leven kan inspireren.



Jezus Christus in mijn leven

- Hoe voel ik mij tegenover Hem?
- Op welke manier heeft Hij invloed in mijn leven?
- Welke vragen zou ik Hem willen stellen?
- Welke opmerkingen zou ik Hem willen maken?
- Waarvoor zou ik Hem willen gelukwensen?



Gezocht!

Materiaal
Maak zelf een affiche (genre opsporingsbericht) met daarop de tekst:
‘ Bericht aan de bevolking. De man met de naam Jezus, verdwenen met Pasen in het jaar 33, is nog steeds vermist. Persoonsbeschrijving: lange haren, baard, zuiders type. Ieder die deze persoon op een of andere manier tegenkwam, wordt gevraagd te telefoneren naar…’
Inspireer je hiervoor aan de volgende affiche:
Jesus Wanted


Verloop
- Laat de kinderen op deze affiche reageren.
- Ken je die man?
- Wat weet je van hem?
- Hoe sta je er tegenover?
- Ga je hem aangeven als je hem vindt?
De kinderen schrijven in groepen van twee of vier een kort stukje tekst aan een krant of aan de politie. Daarin schrijven ze hun reactie op de affiche neer.



Wie is Jezus volgens jou?

. een mens als een ander
. een mens als geen ander
. een wonderdoener
. een bevrijder
. een verteller
. een vriend
. iemand die solidair was met wie uitgestoten werd
. iemand die nauw verbonden was met God de Vader
. Zoon van God
. iemand die mijn leven beïnvloedt
. iemand die het beste in mij oproept

De volgende woorden geven het beste weer wat ik van Jezus denk: ............................................
Ik koos voor dit woord / deze woorden omdat: .........................................................

De volgende woorden komen het minst overeen met wat ik van Jezus denk: .................................
Ik koos voor dit woord / deze woorden omdat: ....................................................................






BELEVEN

Op reis met Jezus (denkbeeldige reis)

(Geïnspireerd door: Hemel en aarde, Pasen 2003, p. 18-19)

Vooraf
Zorg voor een overdekte ruimte die ruim genoeg is om veel te stappen. Of stippel bij voorkeur een wandelroute uit op een plein / speelplaats.
Voorzie elf stopplaatsen, die voldoende ver van elkaar liggen:


1 - Nazaret
(Materiaal: wandelstokken, stukken stof die als 'mantel' en / of als tent kunnen gebruikt worden)
We gaan op reis en zwaaien familie en buren uit. We open met onze wandelstok door de heuvels.


2 - Rustplaats
We overnachten in de open lucht. Brrr het wordt koud. We maken snel een tent en gebruiken onze mantels als deken. 's Morgens staan we op en lopen we verder.


3 - Kafarnaüm
(Materiaal: dadels)
Hoera, we zijn in het stadje Kafarnaüm. Het ligt mooi aan de oevers van een groot meer. We begroeten vrienden die daar wonen. We kunnen logeren bij Petrus die daar woont. We kunnen daar ook eten. Petrus heeft voor ons een bord met dadels klaargezet. We zetten onze spullen bij hem thuis. Na een week gaan we weer verder.


4 - Meer van Galilea
We varen op het meer. Het begint te stormen. De boot gaat heen en weer. Houd je goed vast, anders val je overboord.
Gelukkig houdt de storm op. We varen naar de overkant en stappen uit. Dan gaan we verder. We willen naar Jeruzalem.


5 - Berg Tabor
We zien in de verte de berg Tabor. Die willen we beklimmen. Eerst gaat het gemakkelijk. Maar de weg op de berg gaat steeds hoger. We worden er moe van. We willen wat uitrusten. Het hoogste punt van de berg lijkt niet zo ver meer. Eindelijk geraken we er. Vanop de berg hebben we een mooi uitzicht. We zien nog eens een meer van Galilea, waar we geweest zijn. Maar nu willen we naar Jeruzalem.


7 - Jordaan
Voor ons ligt de Jordaan, een rivier. We willen die oversteken, maar er is geen brug. We zullen door het water moeten lopen. De rivier wordt steeds dieper. De rivier wordt steeds dieper. Het water komt ons tot aan de nek. We zijn blij als we aan de overkant zijn. We gaan in de zon zitten om te drogen.
Nu moeten we de woestijn door.


8 - Woestijn
We sjokken door de woestijn. Het is hier erg warm. Het is hier ook gevaarlijk. We moeten oppassen voor rovers, die zich achter grote stenen kunnen verstoppen. We moeten ook oppassen voor schorpioenen.
We maken een kampvuurtje tegen de wilde dieren. Wie gaat er op wacht staan? Hoor je iets? Dat geritsel... Is dat een slang?


9 - Jericho
Daar is de mooie stad Jericho: veel groene palmen midden in de woestijn. Als we er aankomen zien we een tolhuisje. We moeten geld betalen voor de weg die we gebruikt hebben.
We zijn moe. We gaan op bezoek bij vrienden en familie. We wassen ons en blijven eten en logeren. Dan gaan we weer verder naar Jeruzalem.


10 - Onderweg
We zijn op de grote weg, dicht bij Jeruzalem. Op de heuvels zien we de stad Jeruzalem liggen. We blijven staan om haar goed te bekijken. Het is er druk. Overal lopen en rijden ezels en karren. Daar komt een groep soldaten van de keizer. Iedereen springt opzij.


11 - Jeruzalem
We zitten bij de ingang van de grote markt in Jeruzalem. Wat zullen we vandaag allemaal bekijken?



Verloop
De kinderen zitten in een kring. In het midden liggen de spullen voor de reis.
Stel voor:
We gaan samen met Jezus op reis door zijn land. Het is daar overdag erg warm, maar 's nachts kan het er behoorlijk koud zijn. Er zijn bergen en woestijnen. We reizen te voet. Soms moeten we een hele tijd stappen eer we aan een volgend dorpje zijn. We eten wat er in de natuur te vinden is of we vragen eten aan andere mensen. Onderweg moeten we oppassen voor wilde dieren: slangen, leeuwen. We kunnen ook rovers tegenkomen en soldaten van de keizer. Daarover overnachten we het liefst bij mensen thuis of in een herberg (karavanserai). Als dat niet lukt, zoeken we een schuilplaats. Bijvoorbeeld een grot.





DOEN

Typisch Jezus

Er is niet uit de tijd van Jezus overgebleven dat beschrijft hoe Jezus eruit zag, of wat zijn karakter was.
Vele artiesten, gelovigen of niet, schilderden, beeldhouwden of beschreven Jezus zoals zij Hem aanvoelden.

Ook eens proberen?
Lees de verschillende stukjes uit de bijbel hieronder en probeer enkel karaktertrekken van Jezus (handelingen, woorden) te vinden.

“Jezus omarmde de kinderen en zegende hen, terwijl Hij hun de handen oplegde.”
Marcus 10, 16

“Maria Magdalena keerde zich om en zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. Jezus vroeg: ‘Waarom huilt u zo? Zoekt u iemand?’
In de mening dat het de tuinman was zei ze: ‘Heer, als u hem soms hebt weggenomen, zeg me dan waar U hem gelegd hebt; dan kan ik Hem laten halen.’ Jezus zei: ‘Maria!’ Ze keerde zich nu naar hem toe en zei: ‘Rabboeni!’ ( Dat is Hebreeuws voor leraar.)”
Johannes 20, 14-16

“Nu kwam Hij in Kafarnaüm, een stad in Galilea. Daar gaf Hij op de sabbat onderricht. Ze waren enthousiast over zijn onderricht, want zijn woorden hadden gezag.”
Lucas 4, 31

“Toen Jezus zag hoe ze weende en hoe ook de Joden die haar vergezelden weenden, ergerde Hij zich. ‘Waar hebt u Lazarus neergelegd?' vroeg Hij. ‘Komt u maar mee, Heer,’ zeiden ze. Jezus begon te huilen.”
Johannes 11, 33-36a
(Lazarus, een goede vriend van Jezus, was de broer van Marta en Maria.)

“Jezus kwam op het tempelplein en Hij joeg alle kooplieden en marktgangers daar weg, en de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers gooide Hij om en Hij zei hun: ‘Mijn huis zal een huis van gebed heten, maar jullie maken er een rovershol van.’”
Matteüs 21, 12-13

“Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun. Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem.”
Lucas 24, 30-31a.


- Welke karaktertrek van Jezus zou jij in de verf willen zetten?
- Hoe zou je Hem het beste weergeven?
- Zoek hoe je jouw portret het best kunt maken (tekening, collage, beschrijvende tekst, kort verhaal, gedicht…)

Je voorbereiding op het portret is klaar.
Nu aan de slag!





Jezus in ‘bijbelin1000seconden.be’

Zijn leven

De boodschap aan Maria
De geboorte van Jezus volgens Lucas, volgens Matteüs
Bezoek van de herders
De opdracht van Jezus in de tempel
Bezoek van de wijzen
De vlucht naar Egypte
De twaalfjarige Jezus in de tempel

Johannes doopt Jezus
De bekoring van Jezus
Jezus in de synagoge van Nazaret I
Jezus in de synagoge van Nazaret II
Roeping van enkele vissers
Jezus in de synagoge van Kafarnaum
De belijdenis van Petrus

De intocht van Jezus in Jeruzalem
Weg met de handelaars in de tempel!
De laatste dagen van Jezus
Jezus wast voeten
Het laatste avondmaal
Lijden en dood van Jezus
De andere koning
Jezus aan het kruis
Jezus sterft

De leerlingen uit Emmaüs



Zijn ontmoetingen

Jezus en de rijke jongeling
Jezus en de arme weduwe
Jezus en de kinderen
Jezus bij Marta en Maria
Jezus en Zacheüs
Jezus en Nicodemus
Jezus en een vrouw uit Samaria
Jezus en de overspelige vrouw



Zijn woorden

De zaligsprekingen
De bergrede I
De bergrede II
De bergrede III
Jezus over vasten
Bruiloftsgasten vasten niet
Aren plukken op een sabbat
Broederliefde
Geef aan de keizer wat hem toekomt
Over de Farizeeën
Geen profeet in eigen stad
Een herder voor zijn schapen
Schijnheiligheid
Wie is de grootste?
Jezus over man en vrouw
Wijze woorden van Jezus
Jezus leert bidden
Maak je geen zorgen
Verdeeldheid en geen vrede
Vraag over de opstanding / verrijzenis


'Ik ben de deur'
Jezus, de goede herder
Ik ken mijn schapen
Als een graankorrel niet sterft
De weg, de waarheid en het leven
De Helper
De ware wijnstok
Verbondenheid
De afscheidsrede van Jezus

Het eerste gebod
Een nieuw gebod I
Een nieuw gebod II
De gulden rede

De ware volgeling
Jezus volgen
Jezus navolgen
Jezus spreekt tot de leerlingen
Lessen voor de leerlingen

Wees waakzaam
Wees waakzaam
Wees waakzaam



Zijn verhalen (parabels, gelijkenissen)

Het huis op de rots
Zout en licht
De lamp en de maat
Het verloren schaap; Het verloren muntstuk
De vijgenboom zonder vruchten
De nauwe deur

De zaaier
Over zaadjes
Het mosterdzaadje
Over zaadjes

De barmhartige Samaritaan
De onbarmhartige dienaar
De werkers van het elfde uur
Een vader en zijn twee zonen
De boze wijnbouwers
De talenten
Het laatste oordeel
Aan tafel bij een Farizeeër
De onrechtvaardige rentmeester
Lazarus en de rijke
De rechter en de weduwe
De farizeeër en de tollenaar
Over een hebzuchtige boer

De onwillige genodigden
De tien bruidsmeisjes
De verloren zoon
Gelijkenissen bij een maaltijd



Zijn wondere daden

Jezus geneest een melaatse
Jezus geneest een verlamde man
De man met een vergroeide hand
Jezus en de honderdman
Jezus en de dove man die moeilijk sprak
Jezus en Bartimeüs
Jezus en de blindgeborene
Genezing van tien melaatsen

Jezus en een Kananese vrouw
De schoonmoeder van Petrus
Jezus en een kromgebogen vrouw

Jezus en de zoon van de weduwe van Naïm
Het dochtertje van Jaïrus en de vrouw die twaalf jaren ziek was
Jezus en Lazarus

Jezus geeft veel mensen te eten
Bruiloft te Kana

Jezus stilt de storm