Loading...
 

Kerstmis dageraadsmis

2 Jozef, Maria, Jezus

ZE VONDEN MARIA EN JOZEF
EN HET PASGEBOREN KIND
DAT IN EEN KRIBBE LAG


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Lucas 2, 15-20: Bezoek van de herders

De tekst

'Bijbel in gewone taal'

(deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014)

Daarna gingen de engelen terug naar de hemel.
De herders zeiden tegen elkaar: 'Kom, we gaan naar Betlehem.
Want God heeft ons verteld wat er gebeurd is. Laten we gaan kijken.'
Ze gingen meteen naar Betlehem.
Daar vonden ze Maria en Jozef, en in een voerbak lag het kind.
Toen de herders het kind zagen, vertelden ze wat de engel over hem gezegd had.
Iedereen die het hoorde, was verbaasd over het verhaal van de herders.
Maria probeerde te begrijpen wat het betekende.
Ze bleef nadenken over wat de herders gezegd hadden.
De herders gingen terug naar hun schapen.
Ze eerden God en dankten hem voor alles wat ze gezien en gehoord hadden.
Want alles was precies zoals de engel gezegd had.
Een week later werd het kind besneden.
Maria en Jozef noemden hem Jezus.
Dat was de naam die de engel genoemd had, nog voordat Maria zwanger was."



Dichter bij de tijd

(C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Lucas 2, 15-20)

Wanneer de engelen terug naar de hemel gaan,
zeggen de herders onder elkaar:
'Kom, we gaan naar Betlehem!
We willen met eigen ogen zien wat er gebeurd is.
En we willen ook horen wat God ons te zeggen heeft.'
Ze gaan er snel heen.
Ze vinden Maria, Jozef en het kind
dat in een voederbak voor de dieren ligt.
Wanneer ze het kind zien,
zeggen ze aan Maria en Jozef
wat ze over dit kind hebben gehoord.
Allen die het horen zijn verbaasd
over wat de herders zeggen.
Maria denkt: ‘Dit moet ik goed onthouden.’

Daarna keren de herders terug naar hun velden.
Zij verheerlijken God en loven Hem.
Alles wat zij gehoord en gezien hebben
kwam overeen met wat de engel hen had gezegd.




Stilstaan bij ...

Engel (= bode, boodschapper)
Telkens als God iets wil 'zeggen' aan de mensen, treedt er een engel op. Engelen vertegenwoordigen in de bijbel de werkelijkheid achter deze wereld, daar waar God ‘thuis’ is.


Herders
Herders pasten op geiten of schapen. Ze leidden hun kudde naar bronnen en weilanden. Ze bleven vaak de hele nacht buiten om hun kudde te bewaken.
In de ogen van de joden waren ze onrein, omdat ze de rituele voorschriften niet volgden. Ze behoorden tot de laagste klasse en hadden omzeggens geen rechten.

Herders zijn het prototype van de eenvoudige, arme, ongeletterde marginale mens. Herders komen voor in het geboorteverhaal van Jezus omdat Lucas daarmee wilde tonen dat de aandacht van Jezus vooral uitging naar mensen die afgeschreven waren door de maatschappij.


Heer
Gewoonlijk is ‘Heer ‘ een respectvolle manier om iemand aan te spreken.
Bij de Romeinen gebruikte men dat woord ook voor de keizer. Omdat die als een god vereerd werd, kreeg die titel stilaan ook een religieuze inhoud.
De joden gebruiken het woord ‘Heer’ wanneer ze over God spreken. Want uit eerbied voor God willen ze de eigen naam van God niet gebruiken.


Kribbe
Omdat een kribbe in een stal te vinden is, zei Franciscus van Assisi in 1223 dat Jezus in een stal geboren was. Maar ten tijde van Jezus bestonden heel wat bescheiden woningen uit een ruimte die zowel door mensen als dieren gebruikt werd.


Verwonderd
Er zijn twee mogelijke houdingen die men kan aannemen tegenover de komst van Jezus:
- zich verwonderen, een eerder oppervlakkige houding
- erover nadenken, een houding waarbij men datgene wat men gehoord heeft, probeert te realiseren in zijn leven.





Bij de tekst

Solidair

Jezus trok zich niet alleen het lot van marginale mensen aan als volwassene. Ook als zuigeling had Hij al met marginale mensen te maken: Hij werd geboren in een onderkomen van eenvoudige mensen en zijn eerste bezoekers waren herders.



De velden

De plaats waar Ruth, de Moabitische overgrootmoeder van koning David, korenaren verzamelde en zo opgemerkt werd door Boaz waarmee ze later huwde, wordt nu door plaatselijke gidsen aangewezen als de plaats waar de herders hun kuddes bewaakten toen ze het nieuws kregen van de geboorte van Jezus.
In de buurt van die velden zijn grotten te zien, die vroeger bewoond werden of minstens als schuilplaats gebruikt werden. Hoewel er nog wat 'velden' te zien zijn, wordt dat binnen een aantal jaren wellicht niet meer mogelijk omdat er steeds meer huizen en woonblokken gebouwd worden.





Bijbel en kunst

Gerard VAN HONDTHORST

Aanbidding van de herders

Gerard

(Olie op doek, 164 op 190 cm ; Wallraf-Richartz Museum, Keulen)


De Nederlandse kunstschilder Gerard Van Hondthorst (Utrecht, 1590 - Utrecht, 1656), maakte dit werk in 1622.

In dit werk gaat de volle aandacht naar een kind dat in een voederbak ligt.
Franciscus van Assisi, die bijna 800 jaar geleden leefde in Italië, werd erg getroffen door het feit dat Jezus in een voederbak werd gelegd. Dit maakte voor hem duidelijk dat Jezus een arme was. Omdat een voederbak in Italië alleen in een stal voorkwam, vertelde hij daarom dat Jezus in een stal geboren werd.

Jezus noemde zichzelf het licht in de wereld. Daarom beelden veel kunstenaars de pasgeboren Jezus uit als een licht voor zijn omgeving.

Lucas schrijft in zijn evangelie niets over een ezel. Toch is de ezel meestal samen met een os in heel wat kerststallen te zien. Beide dieren komen uit het Oude Testament, het eerste deel van de Bijbel. Daarin schreef de profeet Jesaja dat een os en een ezel hun meester beter kennen dan dat Israël zijn God kent.




Beeldmeditatie
- Waar kijken de meeste personen naar?
(een kind dat in een bak met stro ligt)
- Eén herder kijkt niet naar het kind, toch is hij ermee begaan. Hoe merk je dat?
(wijst naar het kind)
- Waar komt het licht vandaan op dit schilderij?
- Wat wil de kunstenaar daarmee duidelijk maken?





Suggesties

Kleine kinderen

CREATIEF

Tekenen

Naar H. BERGHMANS, in Zonnekind Plus, 15 05-06

Laat de kinderen een vervolgverhaal tekenen.
Er is zeker werk voor negen kinderen:
1. Keizer Augustus zegt dat hij alle mensen wil tellen
2. Jozef en Maria gaan op weg naar Betlehem.
3. Jozef en Maria willen overnachten in een herberg.
4. Jozef en Maria gaan slapen in een plaats waar ook de dieren schuilen.
5. Herders waken bij hun schapen.
6. Een engel brengt hen goed nieuws.
7. De herders gaan op weg naar het kindje
8. Ze zeggen aan Jozef en Maria wat de engel verteld heeft.
9. Ze vertellen aan iedereen wat er gebeurd is



Licht bij de kerststal

Zorg voor glazen potjes. Beplak de buitenkant met rood en geel crêpepapier. De kinderen zetten er dan een theelichtje in en plaatsen het rond de kerststal.





VERTELLEN

Kleine Daniël

(Bron onbekend)

Het is nacht. Kleine Daniël zit samen met de andere herders in het veld van Betlehem.
Ze zijn arme mannen, die zorgen voor de schapen van rijke mensen.
Ze letten erop dat de rovers geen schapen stelen.
En dat wolven of andere roofdieren die een schaap aanvallen, weggejaagd worden.
Dag en nacht, in weer en wind, blijven ze bij de kudde.
Daniël helpt voor de eerste keer 's nacht mee. Het is het al flink koud.
Daarom kruipt hij dicht bij het vuur dat de herders aangestoken hebben.
'Er waren vandaag heel veel mensen in Betlehem', vertelt hij,
'alle herbergen zijn vol. Een man en een vrouw, die een kindje verwachtten,
zochten naar een plaats om te overnachten.
Omdat ze maar niets konden vinden, toonde ik ze de plaats
waar we met onze dieren schuilen als het koud is en regent.
De man, die Jozef heette, vertelde dat ze naar Betlehem moesten komen
omdat alle mensen in Palestina moesten geteld worden
in de stad waar ze vandaan waren.
Maar waarom moeten de mensen nu eigenlijk geteld worden?'
'De keizer van Rome wil weten hoeveel mensen belastingen kunnen betalen',
zegt een van de herders. 'Misschien willen ze ook weten
hoeveel jongens zoals jij soldaat kunnen worden in zijn leger.'
'Hoelang blijft die keizer nog de baas in ons land?' vraagt Daniël.
Ruben, de oudste herder van de groep zegt:
'Liefst niet lang meer.
Onze profeten hebben lang geleden gezegd dat er eens een koning van vrede zal komen.
Een koning die goed zal zijn voor arme mensen.'
Daniël wordt moe. Hij kijkt naar de vele sterren en voelt zich kleiner dan hij al is.
Ineens is er een schitterend licht in de hemel!
Daniël en de andere herders kijken bevreesd op.
Hij hoort een stem die zegt: 'Wees niet bang! Ik heb goed nieuws voor jullie.
Er is een kindje geboren in Betlehem. Het zal jullie Redder zijn.
Jullie kunnen Hem vinden in een schuilplaats voor de dieren.
Het ligt in een kribbe in doeken gewikkeld.'
Dan komt er nog meer licht. De kleine Daniël hoort een lied.
Engelen zingen: 'Eer zij God en vrede op aarde voor alle mensen!'
Daarna wordt het weer stil en donker.
Daniël hoort dat de andere herders allemaal dezelfde boodschap hoorden.
'Laten we naar Betlehem gaan om het kind te zoeken', zeggen ze.
'Ik denk dat ik weet waar we het kindje kunnen vinden!' zegt Daniël.
Een paar herders moeten bij de schapen blijven, maar de kleine Daniël mag meegaan.
Hij wijst de anderen de weg naar de schuilplaats die hij in de namiddag heeft getoond
aan de man en de vrouw die in Betlehem nergens plaats vonden om te overnachten.
Daar vinden de herders het kind. Het ligt in een kribbe.
Daniel kijkt samen met de herders teder naar het kind.
Ze vertellen aan Maria en Jozef wat de engel heeft gezegd.
Dan gaan de herders terug naar hun schapen.
Onderweg vertellen ze aan iedereen wat er gebeurd is: Jezus is geboren!

Herders / Engel



Het geschenk van de herdersjongen

(Naar een verhaal uit Noorwegen)

In de nacht dat Jezus geboren werd,
liep een arme herdersjongen over de heuvels bij Betlehem
om één van zijn schapen te zoeken.
Zo kwam het dat hij niet bij de andere herders was, waarover de Bijbel vertelt.
Hij zocht zijn schaap achter iedere struik, tot hij ten slotte boven op de berg stond.
Van daar kon hij goed over de velden zien.
Terwijl hij daar stond, werd de nacht zo licht als de dag.
Ongelooflijk veel engelen verschenen en zongen ter ere van God.
Een engel ging naar de jongen toe.
- Maak je geen zorgen meer om het schaap, zei de engel,
op dit uur is de goede Herder geboren.
Ga snel naar Bethlehem, waar de Verlosser van de wereld in de kribbe ligt.
- De Verlosser van de wereld..., zei de jongen,
die kan ik toch niet bezoeken zonder een geschenk!
- Hier, zei de engel, neem deze fluit en speel er een lied mee voor het kind.
Daarna verdween de engel.

Die fluit had zeven tonen.
Wanneer de jongen haar aan zijn lippen zette, speelde ze als vanzelf.
Dankbaar en blij liep hij de berg af.
Maar toen hij over een beekje wilde springen, struikelde hij.
De fluit viel uit zijn hand. Toen hij die terug gevonden had, was er één toon verloren gegaan.
Nog zes tonen kon de fluit spelen.

De jongen liep zo snel mogelijk door. Ineens zag hij vlak voor zich een grote wolf.
- Maak dat je wegkomt, riep de herdersjongen. En hij gooide de fluit naar de wolf.
Toen hij de fluit weer vond, kon die nog maar vijf tonen laten horen.

De herdersjongen was terug bij de kudde.
Alle schapen lagen daar rustig, behalve één schaap dat blatend rondliep.
De jongen rende er achter aan. Omdat het schaap hem ontweek gooide hij de fluit.
Nadien had die weer een toon verloren.

Waar waren de andere herders toch?
Ze waren vast plezier aan het maken terwijl hij als jongste weer de wacht moest houden.
Boos schopte hij tegen een kruik met water. De fluit viel uit zijn hand.
Toen hij haar weer opraapte had zij nog maar drie tonen meer.

Daarop ging hij verder naar Bethlehem.
In de stadspoort werd hij plotseling omringd door een groep straatjongens
die hem zijn fluit wilden afnemen.
Er vielen klappen over en weer.
De fluit had hij kunnen behouden, maar weer was er een toon verloren gegaan.

Eindelijk stond hij voor de stal.
Hij wilde langs de huisdeur lopen, toen een hond op hem af schoot.
Hij verweerde zich met de fluit ...

Zo stond hij bij de staldeur.
Hij durfde niet naar binnen te gaan,
want hij schaamde zich dat er zo weinig van zijn geschenk overgebleven was.

Maar de moeder van de verlosser wenkte hem binnen.
Heel stil kwam hij uit zijn hoekje en speelde op de fluit de laatst overgebleven toon.
Wat klonk die prachtig.
Iedereen in de stal luisterde: het Kind, Maria en Jozef, de os en de ezel.
Het Kerstkind strekte zijn hand uit en raakte de fluit aan.
En zie: de fluit was weer heel.
Haar zeven tonen klonken weer zo mooi en heerlijk
dat de herdersjongen er de mooiste liederen mee kon spelen.





VIEREN

Plaatsen van de kerststal

Haal uit een doos alle figuren uit de kerststal er één voor één uit. Vraag aan de kinderen waarom die in de stal staan en waar ze moeten staan.
Lees nadien uit de Bijbel het geboorteverhaal volgens Lucas (Lucas 2, 1-20) zoals de 'grote mensen' de tekst zullen beluisteren tijdens de eucharistieviering.
(Deze tekst wordt dus niet aangepast!)

Vertel zelf wat je in deze tekst zo treffend en fijn vindt.
Geef de kinderen nadien de kans om dit ook te doen


God,
Gij zijt gastvrij,
bij U is iedereen welkom:
mensen met fouten en gebreken,
zieke en gezonde mensen,
arme en rijke mensen,
mensen die zwerven en zij die in een huis wonen,
zwarte en blanke mensen.
Voor niemand sluit Gij de deur.
Wij danken U daarvoor en vragen
dat wij ook zo gastvrij mogen zijn.
Amen





Grote kinderen

EVEN TESTEN

Een heel andere Messias dan verwacht

(Naar: G. ROUSSEAU in Samuel, uitgeverij Averbode, 2002 nr3, p. 11

Meer dan tweeduizend jaar geleden wachtten de joden op de komst van de Messias, die God hen zou sturen. Messias betekent: de gezalfde, de koning. De mensen verwachtten een machtige koning die hen zou bevrijden van de Romeinen. Maar God liet zich op een heel andere, bijzondere manier aan de mensen zien. Hij werd mens onder de mensen dankzij Jezus.

In de volgende zinnen ontbreekt telkens een woord.
Kun je het vinden?

. Ze dachten dat de Messias met een heel leger de Romeinen zou bestrijden.
Maar de Messias bracht een boodschap van ......................... .
. Ze dachten dat God een machtige heerser was,
maar Hij kwam op aarde als een ........................ .
. Ze dachten dat God de voorkeur gaf aan rijke en machtige mensen.
Maar de eersten die de Messias te zien kregen waren eenvoudige ..................................... .

(Vul in met: herders, kind of vrede)



TIP
Maak deze oefening moeilijker door een grotere keuzemogelijkheid aan te bieden. Bijvoorbeeld: eerlijkheid, herders, reizigers, kind, vrede



Plaats in de juiste volgorde

In de wei niet ver van de stal bewaken herders hun schapen.
De herders zijn arm.
Om geld te verdienen zorgen ze voor de schapen van de boeren.
Omdat ze anders leven dan de mensen in de stad, zijn ze niet graag gezien.

Het is nacht. Buiten is het donker.
Opeens zien de herders een groot licht.
Een engel zegt: God heeft goed nieuws voor alle mensen:
Jezus is geboren.

Een herder zegt: 'Dat is goed nieuws!
Kom, laten we Jezus bezoeken!'
De herders haasten zich naar de stal.
Daar vinden ze Maria, Jozef en de pasgeboren Jezus.

De herders zijn blij.
Ze zingen een lied voor de kleine Jezus.
Als ze naar de stad gaan,
vertellen ze aan iedereen dat Jezus is geboren.






VERDIEPEN

'Kerst'gesprek

Materiaal
Kaartjes: met cijfers 1 t/m 6 en met "kerstwoorden"


Verloop
Spreid de kaartjes voor je uit.
Wat de kinderen niet belangrijk vinden, draaien ze om. Wat belangrijk is wordt besproken en volgens belang gesorteerd. Maak hiervoor gebruik van de kaartjes waar een cijfer op staat. (Hoe jonger de kinderen, hoe minder kaartjes met een getal op)


Belangrijk
Deze activiteit lijkt op een spel. Maar dit 'spel' is de kapstok waar het gesprek aan wordt opgehangen. Het verwoorden van ideeën, gevoelens en het motiveren van een voorstel ... is belangrijker dan het eindresultaat. De vraag WAAROM? is in zo'n gesprek dan ook heel belangrijk.

Heb ook aandacht voor de dubbele invulling van een aantal woorden.
Bv. 'Kerstversiering' kan als oppervlakkig afgedaan worden. Maar het kan ook een sfeerschepper zijn die het mogelijk of gemakkelijker maakt om andere waarden bewust te beleven.





CREATIEF

De kerststal in de XXIe eeuw

(Naar E. GEETS in Samuel 2006, nr3, p. 13)

Materiaal
Wegwerpmateriaal (kranten, karton, schoenendoos, versleten stoffen ...)
Materiaal om te hechten (nietjesmachine, touw, ijzerdraad, lijm...)
Tijdschriften, karton, schaar, lijmstift


Verloop
Bedenk een schuilplaats en werk die uit met wegwerpmateriaal. Bijvoorbeeld:
- een hut in een krottenwijk
- een tent met stokken, lappen, karton
- een kraakpand
- een garagebox
- een krotwoning
- een plek onder een brug

Zoek in tijdschriften naar foto's van mensen uit de derde of de vierde wereld, van asielzoekers, vluchtelingen ... Eén van de foto's stelt een moeder voor met haar kind.
Knip de foto's uit en plak ze op karton. Zorg ervoor dat er voldoende lijmstift op de randen van de foto's komt. Voorzie een steunvoetje in karton en knip dan de figuur opnieuw uit.
(Gebruik eventueel een bolletje klei of plasticine om de foto rechtop te doen staan.)

Schik de foto's in de schuilplaats rond de foto van de moeder met haar kind.


TIPS
. Eventueel maken de kinderen een collage met de foto's.

. Indien je het zoeken naar een foto van een moeder met haar kind te omslachtig vindt, kun je vooraf een voorstelling van Maria, Jozef en Jezus kopiëren en door de kinderen laten verwerken alsof het een foto was. Misschien spreekt het bevreemdende van zo'n kerststal zo nog duidelijker.




VERTELLEN

Vreemdelingen buiten!

(C. Leterme in Samuel Plus, uitgeverij Averbode, november 2002, nr 3)

Materiaal
. zwart tekenpapier
. kleurkrijt, pastels, wasco's ...
. verhaal

Vreemdelingen buiten
C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 359

Op een keer, het was enkele dagen voor Kerstmis,
schilderden drie mannen op een muur:
'Vreemdelingen buiten!'
Wat later kon je in de kleine stad horen:
'Kom. Nu is het genoeg.
Wij doen wat op de muur staat. Wij zijn weg!'
Eerst kwamen de pakjes cacao naar buiten,
dan de chocolade en de pralines in hun kerstverpakking.
Zij wilden naar Ghana en West-Afrika.
De koffie volgde.
De ananas en de bananen kropen uit hun kisten.
Ook de druiven uit Zuid-Afrika.
De peperkoek en de koekjes twijfelden.
Want zij zijn gemaakt van meel uit België,
maar kregen hun pittige smaak van kaneel uit India.
Japanse computerspelletjes trokken in lange rijen naar het Oosten.
In de lucht zag men kalkoenen terug naar Engeland vliegen,
en tapijten die naar Teheran wilden.
De stookolie en de benzine vormden beken
en vloeiden naar Saudi-Arabië en Koeweit.
Auto's vielen uit elkaar:
wat uit aluminium gemaakt was, trok naar Rusland,
het koper trok naar Zimbabwe, het ijzer naar Brazilië,
de rubberen onderdelen naar Congo.

Na drie dagen herinnerde er niets meer nog aan vreemdelingen.
Omdat het bijna Kerstmis was, zongen de mensen
Stille Nacht, maar dan heel stil
omdat het eigenlijk een Oostenrijks liedje is.
Maar één stel was gebleven:
Maria, Jozef en hun zoontje, Jezus.
'Wij blijven,' zei Maria, 'want als wij ook nog weggaan,
wie zal er dan nog de weg naar de menselijkheid kunnen wijzen?'



Verloop
Lees het verhaal voor tot de voorlaatste zin. Eindig met Maria die zegt: 'Wij blijven'
Leg het volgende voor aan de kinderen: Maria, Jozef en Jezus zijn uit een ander land (eventueel op de kaart situeren). Ze zouden net als de pralines, de kalkoenen... naar hun land terug kunnen gaan. Toch doen ze het niet.
Waarom zeggen Maria, Jozef en Jezus: 'We blijven!'

Laat de kinderen vrij hun mening geven. Stimuleer ze om hun antwoorden goed te motiveren en te argumenteren (vgl. Filosoferen met kinderen)
Nadien maken ze een soort fries: op een strook zwart papier teken je (bv. met kleurkrijt, wasco...) in het midden een stal met Jozef, Jezus en Maria (teken de personages best niet te dicht bijeen - fixeer de tekeningen met haarlak).
Bezorg de kinderen elk een blanco tekstballon. Laat ze na het gesprek hierop schrijven wat naar hun aanvoelen de belangrijkste reden was voor Jozef of Maria of Jezus (naar keuze) om hier te blijven. Kleef dan de verschillende tekstballonnen in de buurt van de persoon die die uitspraak doet.

Vertel het verhaal in grote lijnen opnieuw, maar vul het aan met een gesprek tussen Maria, Jozef en Jezus, waarin je de verschillende argumenten verwerkt die de kinderen hebben aangehaald. (In dat geval is het niet nodig de laatste zin uit het verhaal te vermelden: de antwoorden van de kinderen zullen rijk genoeg zijn.)




De herder

Uit: C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007.

Ze werden wakker in hun doos op zolder:
een engel, een ster met een staart
en een herder met een lantaarn.
De herder was er erg aan toe:
vorig jaar was hij gevallen,
zodat de neuzen van zijn schoenen
gebroken waren.
Dat deed hem veel verdriet:
'Je kunt toch niet met kapotte schoenen
bij een kerststal staan!' vond hij.

Hun doos werd opengemaakt.
'O! Wat een prachtige ster!
Ik zet hem op de hoogste tak.'
'En die engel ...
die hangen we
in het midden van de boom.
Dan kan iedereen hem goed zien.'
'En de herder...
Ja, zijn mantel en zijn muts zijn versleten.
En zijn schoenen zijn nog stuk van vorig jaar.'
'We kunnen ook zeggen
dat zijn schoenen versleten zijn,
omdat hij van heel ver gekomen is.
Kijk, hij heeft licht meegebracht.
Ik vind dat we hem
de ereplaats moeten geven,
omdat hij met het licht
zo'n lange tocht heeft gemaakt.'

De herder werd vlak bij de kribbe gezet.
Uit zijn lantaarn viel een straaltje licht.
Precies op het kind dat erin lag.





ACTEREN

De herder

(Gebaseerd op: De herder - C. LETERME in Een parel voor elke dag, Averbode, 2007. Uitgewerkt door Severine Verhulst)

Rekwisieten
. Drie kartonnen dozen, waar een kind in kan. Op elk van de dozen staat geschreven wat er in zit:
Doos 1: een engel; doos 2: een ster; doos drie: een herder
. Drie kerst figuren: engel, ster, herder (kapotte schoenen; lantaarn in de hand). Deze figuren worden in de doos gestoken die erbij past.
. kleine kerstboom met kerststal eronder.


Personages
Drie stemmen: engel, ster, herder
Twee personen: kind, mama
Iemand die de dozen dicht doet na het eerste gesprek.

(Vooraan staan drie dozen. In elke doos zit iemand. De dozen hoeven niet dicht)
Doos 1 (Engel)
(Wordt wakker en gaapt)
Ik heb heel goed geslapen!

Doos 2 (Ster)
Ik was ook wakker aan het worden.

Doos 3 (Herder)
Sstt... ik wil... ik ben nu ook wakker!
Ik zie er niet uit. Ik ben er erg aan toe.
Weet je nog, vorig jaar ben ik gevallen.
Mijn schoenen zijn helemaal versleten.
En toch hebben ze me zo in die doos gestoken,
en op zolder gezet.

Doos 1 (Engel)
Dan kun je dit jaar niet naast de kerststal staan.

(de dozen worden dichtgedaan)
(Mama en kind komen op)

Kind
Mama, wanneer worden de dozen van zolder gehaald?

Mama
Dat kunnen we nu wel doen. Kom.

Kind
(Gaat naar doos 2 en doet die open. Hij neemt er een ster uit)
O! Wat een prachtige ster!
Die krijgt een plaatsje op de hoogste tak van de kerstboom.

Mama
(gaat naar doos 1, doet die open, en haalt er een 'engel' uit.)
En die engel ...
die hangen we in het midden van de boom.
Dan kan iedereen hem goed zien.

Kind
(gaat naar doos 3, doet die open, en haalt er een 'herder' uit.)
En de herder...
Zijn mantel en zijn muts zijn versleten.
En zijn schoenen zijn nog stuk van vorig jaar.
Weet je nog dat hij toen gevallen is?

Mama
We kunnen ook zeggen dat zijn schoenen versleten zijn,
omdat hij van heel ver gekomen is.

Kind
Kijk, hij heeft licht meegebracht.
Ik vind dat we hem de ereplaats moeten geven,
omdat hij met het licht zo'n lange tocht heeft gemaakt.
(Mama en het kind nemen de drie figuurtjes mee naar de kerstboom.
De ster wordt in het hoogste punt van de boom gehangen.
De engel krijgt een plaats boven de kerststal
en de herder wordt naast Jozef geplaatst.)





Jongeren

ONDERZOEKEN

Over de geboorte van Jezus

(Naar: C. LETERME in Samuel plus, uitgeverij Averbode, 2011 nr 3)

Men kan op twee manieren spreken over de geboorte van Jezus.

Wie de teksten letterlijk leest staat stil bij:
- Waar is Jezus precies geboren?
(Betlehem)

- Waarom spreekt Lucas over de Romeinse keizer Augustus?
(Palestina was bezet door de Romeinen)

- Waar woonden Jozef en Maria?
(Nazaret)

- Wie is David?
(de belangrijkste koning van de joden)

- Wat weet ik over herders?
(zij stonden aan de rand van de maatschappij)



Je kunt die tekst ook lezen als een tekst die Lucas die tachtig jaar na de feiten schreef! De hele tijd daartussen werd dit verhaal bij het vertellen telkens opnieuw aangepast, vanuit wat men wist van Jezus, vanuit wat Hem typeert:

- Hij wordt in armoede geboren: Hij slaapt in een voederbak voor dieren.
(Hij heeft aandacht voor de verschillende vormen van armoede bij de mensen)

- Zijn eerste bezoekers zijn herders, mensen zonder betekenis in die tijd.
(Hij heeft aandacht voor mensen die anderen voorbijlopen)

- Zijn geboorte wordt aangekondigd door een engel van God.
(Hij heeft een heel unieke relatie tot God)

- Hij wordt geboren in Betlehem, als verre zoon van de grote koning David.
(Zijn volgelingen zien in Hem de Messias)





Overweging

Paul Kevers

Herders bezoeken Jezus

(P. KEVERS in Samuel plus, uitgeverij Averbode, 2006)

Waarom spelen herders zo'n belangrijke rol in het kerstverhaal van Lucas? Daar zijn twee redenen voor.
1.
Lucas stelt ons Jezus voor als de Messias, de zoon van David. Daarom wordt Jezus geboren in Betlehem, de stad van David. Voor hij koning werd, was David een herdersjongen. Hij hoedde de kudde van zijn vader Isaï. Ook Mozes is een tijd lang herder geweest, alvorens hij leider werd van het volk Israël. Het is alsof deze leidersfiguren eerst als schaapherder 'de stiel moesten leren', voor zij 'herder van mensen' konden worden! Door herders de eerste getuigen te laten zijn van de geboorte van Jezus, roept Lucas een messiaanse sfeer op. De Messias wordt in een herdersmilieu geboren.


2.
Maar aan de andere kant hadden herders niet altijd een goede reputatie. Zij leefden aan de rand van de samenleving. Zij verbleven in open lucht, bij de dieren, en daarom werden zij als 'onrein' beschouwd. In het kerstverhaal van Lucas roepen de herders niet alleen een messiaanse sfeer op, zij vertegenwoordigen ook de armen en de uitgestotenen. Zij zijn de eersten die het goede nieuws van Jezus' geboorte vernemen. Zo maakt Lucas duidelijk wat voor een Messias Jezus zal zijn. Jezus zal geen machtige koning, maar een herder zijn, in de eerste plaats voor kleine en eenvoudige mensen.