Loading...
 

LEGE STOEL


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Wat?

Spelender- en belevenderwijs verkennen van een bijbelverhaal, zodat men een nieuwe kijk krijgt op de mensen, situaties, spanningsvelden uit het verhaal en op het eigen leven.


Deze techniek werkt verruimend, wanneer men in een bijbelverhaal stoot op 'onverwachte' beslissingen, gedragingen van personen, groepen ...
Bijvoorbeeld:

. Jezus heeft zonet de kooplieden uit de tempel gejaagd.
- Wat zou je hem nu willen vragen?

. Mozes heeft zojuist het gouden kalf vernield dat door de joden in de woestijn als afgod werd opgericht.
- Wat zou je hem nu willen vragen?

. David heeft daarnet Uria het bevel gegeven voor een levensgevaarlijke militaire raid. Hij wil hem eigenlijk uit de weg ruimen om Uria's vrouw Betsabe te kunnen huwen.
- Wat zou je hem nu willen vragen?

. De rijke jongeman heeft Jezus' uitnodiging om al zijn bezit weg te geven zojuist ontvangen.
- Wat zou je hem nu willen vragen?



Doelen

Meer inzicht krijgen in het eigen leven
Een identificatie-ervaring mogelijk maken.
Eigen ervaringen en interpretaties vergelijken met die van anderen.


Meer voeling krijgen met het bijbels gedachtegoed en/of het eigen geloofsleven
Zich kunnen inleven in een Bijbelfiguur.
Bijbelse teksten leren kennen, verstaan, uitdiepen.
Het eigen leven te toetsen aan Bijbelse ervaring.





Verloop

Vooraf
Enkele dagen / de dag voordien, werd het Bijbelverhaal verteld / voorgelezen waarop deze methode wordt toegepast. (De 'lege stoel' wordt gespeeld vanuit de herinnering)
Plaats in een kring evenveel stoelen als er deelnemers zijn + één lege stoel.


Belangrijk
Het Bijbelverhaal waarrond men wil werken moet min of meer gekend zijn en er zich toe lenen.
Bijvoorbeeld:
Kunnen wel: parabels, verhalen over het optreden van Jezus;
Kunnen niet: tekst van de 10 geboden, de wonderverhalen, verschijningsverhalen.


Activiteit
Zeg: 'Stel je voor dat op de lege stoel in het midden X zit. Wat zou je hem, haar willen vragen, zeggen, voorleggen? Als er een aantal vragen, bedenkingen geuit zijn, vraag dan: 'Wie wil als X enkele van die vragen beantwoorden?


Actualisatie
Dit bestaat in het verwoorden van de gevoelens die de kinderen ervaren hebben tijdens 'de lege stoel'. (Dus NIET: beoordelen van de uitspraken van de kinderen!) Bv.
. Hoe was het voor jou, Koen, om Petrus te spelen? Kun je er iets van vertellen?
. Hoe is het voor jullie dit zo te zien, wie kan daar iets over vertellen?

Het is belangrijk daar voldoende tijd voor te voorzien en ervoor te zorgen dat er geen onderbreking is tussen het spel en de actualisatie.


Afsluiting
Lees om af te sluiten een klein of groter fragment van het gespeelde verhaal.





En wat als ...

... kinderen hun rol niet willen opgeven

Vooral jonge kinderen geven hun rol niet graag op, zeker niet wanneer die leuk was.
Daarom is het belangrijk rituelen te gebruiken om kinderen in en uit hun rol te halen.
Bv.: je laat ze door een hoepel stappen of springen en zegt: 'Nu ben je niet meer Karin, maar de vrouw die samen met haar man de toren van Babel bouwt.'
Je kunt ook de stoel 'ontrollen': de stoel wordt voor de kinderen letterlijk rondgedraaid en er wordt bij gezegd dat de persoon op de stoel nu weg is.




... kinderen heel open praten over hun ervaringen

Sommige kinderen kunnen honderduit praten over wat ze meemaken. Wanneer ze hierin al te persoonlijk worden, rem je ze best wat af: ze mogen achteraf geen spijt krijgen van hun gesprek.
In ieder geval wordt er geen discussie gevoerd op wat iemand inbrengt.





Voorbeelden

Begeleider:
Vorige week vertelde ik uit de bijbel. Waarover ging dat?
Met wie uit het verhaal zouden jullie eens willen praten?

Kom allemaal in de kring zitten.
Wie wil de stoel? (Willem wil de stoel)
Waar zet ik de stoel, Willem?
Wie zit er op de stoel?

Willem:
David

Begeleider (naast Willem):
Ga je iets zeggen aan David, of iets vragen?

Willem:
Ik wil hem iets vragen.

Begeleider:
Ga je gang.

Willem (komt voor de stoel staan):
David, toen jij daar zo voor Goliath stond, wat dacht je toen?

Begeleider:
Was het dat wat je wou vragen, Willem?

Willem:
Ja, en of hij misschien ook bang was?

Begeleider:
Geeft David ook antwoord op je vraag?
Luister eens goed. Hoor je hem iets zeggen?

Willem:
Ja, hij antwoordt.

Begeleider:
Dan mag jij als David antwoorden.

Willem (achter lege stoel, met hand op leuning):
Toen ik daar stond deed ik het bijna in mijn broek!

Begeleider:
Wie hoort David wat anders zeggen (Katrien hoort wat)

Katrien (achter stoel, hand op leuning):
Ik dacht: tegen de kleinsten kan hij het wel halen!

Begeleider:
Is er nog iemand die David iets hoort zeggen?

Michiel:
Ik dacht: waar zijn ze nu mijn vrienden?(...)

Begeleider (draait de stoel tweemaal rond):
Dit is nu weer een gewone stoel.

(...)

Begeleider:
We gaan terug in de kring zitten. Wie wil er nu wat vertellen van zichzelf?
Waar dachten jullie aan bij dit alles?
Waar zien jullie dat vandaag nog gebeuren?

Wij lezen een 'treffende' passage uit het bijbelverhaal opnieuw voor en blijven er even stil bij.

Naar: J. SCHEERS, H. DEBACKER, Bibliodrama met kinderen, Averbode, 1992; p. 18-19

En dan kan het gebeuren dat men na het hervertellen van het verhaal van Zacheüs,
Zacheüs uitnodigt. Hij neemt plaats op 'de lege stoel'.
Kinderen stellen vragen en beantwoorden zelf deze vragen 'als Zacheüs'.
Het aanvankelijk verkennen groeit geleidelijk aan naar echte interesse.
De vragen komen vlot na elkaar. De antwoorden verraden hun concentratie.
Eén van de kinderen vraagt aan Zacheüs:
'Wat is er thuis bij hem gebeurd toen hij met Jezus aan tafel zat? Waarom ben jij zo veranderd?'
De begeleider vraagt wie Zacheüs daarop hoort antwoorden.
Zeven kinderen komen na elkaar.
Wat ze zeggen, maakt duidelijk dat ze sterk aanvoelen dat dit een bekeringsverhaal is.