Loading...
 

Missie

Missie


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Missie

De gehele maand oktober staat in het teken van de missie. De voorlaatste zondag van oktober is ‘missiezondag’, een dag met extra aandacht voor de missionarissen die over de hele wereld de blijde boodschap van Jezus willen brengen.




Gezonden worden

Christenen geloven dat God bestaat en dat er tussen God en mens een band (religie) is, die goed is nl. God droomt het goede voor de mens. Ze geloven dat God in Jezus zichtbaar is geworden. Dit lezen ze af van zijn manier van leven (woorden/verhalen; daden/optreden), die het gevolg is van zijn unieke relatie tot God en van zijn grenzeloze bekommernis voor de mensen.


Missie = gezonden worden
. met de boodschap dat God in zijn zoon Jezus van Nazaret met mensen meeleeft, in opstand komt tegen onrecht, bemoedigt en vertrouwen geeft.
. met het getuigenis van Jezus van Nazaret, die wil dat mensen ervaren dat ze gedragen worden door Gods liefde, doorheen de liefde van hun medemens, zodat ze niet langer omkomen door honger, onrecht, corruptie...


Missie is gezonden worden om de droom van God te helpen realiseren:
- aan God in zijn leven de plaats geven die Hem toekomt
- van elkaar houden als van zichzelf.
Daarom geeft men brood, licht, gezondheid, vreugde ... aan wie er geen heeft. (in actuele taal: zorgen voor economische rechtvaardigheid, uitbouw van geneeskunde, ontwikkeling van wetenschap...)
Zo kan het Rijk van God, dat een Rijk van Liefde is, werkelijkheid worden in het eigen leven en dat van de medemens.



Golven van missionering in de kerkgeschiedenis

Eerste eeuwen van onze tijdrekening
Het impuls van de apostelen (Paulus)


Vroege middeleeuwen
Ierse monniken missioneerden het Europese vasteland. (Alcuinus)


16e eeuw
Spaanse missionarissen 'kerstenden' de Indianen in het kielzog van de conquistadores. (Film: 'The mission')


19e eeuw / Eerste helft van de 20e eeuw
De grote golf van kolonisering had een sterke invloed op de missionering: overal ter wereld wilde men de mensen overtuigen in Christus te geloven en als christen te leven.

Kritische bedenkingen bij deze tijd:
. Missionering ging vaak hand in hand met de kolonisatie.
(Toch mag men dit niet overroepen: zo werkten pater Damiaan en vele andere missionarissen op plaatsen waar men geen economische belangen had.)

. Men kende maar één vorm van christen-zijn: de Europese manier, gedicteerd vanuit Rome.


Tweede helft van de 20e eeuw
. In de periode die voorafging aan het IIe Vaticaans concilie, maakten vele kolonies zich los van het moederland. De kerk die vaak de kant van de overheersers koos, moest naar nieuwe adem zoeken.

. Tijdens het concilie groeide een andere visie op missionering: iedere cultuur moet op haar eigen manier het evangelie kunnen lezen, beleven en zich eigen maken. ('In het huis van mijn Vader zijn vele woningen' - ‘Inculturatie’)

. Na het concilie legde men zozeer de nadruk op de ontwikkeling van de volkeren dat de kerk haar eigen religieuze opdracht leek te willen verdoezelen. Woorden als kerstening, evangelisering, missie... weken voor 'ontwikkelingssamenwerking'. (Van doopvont naar waterput)



Verschillende modellen voor missie (naar Frank Ponsi)

Missie is door de eeuwen heen fundamenteel hetzelfde gebleven: nl. de blijde boodschap van Jezus Christus verkondigen. De wijze waarop dit gebeurt is mens-, tijd- en cultuurgebonden:




Missie is verkondiging (traditioneel)

'Ga en onderwijs alle volkeren'

Christenen weten zich door Jezus Christus gezonden om aan iedereen de blijde boodschap te verkondigen, vooral in die landen, streken die heidens (= niet christelijk) zijn.



Missie is bevrijding (Zuid-Amerika)

Wat je aan de minsten der mijnen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan.

Christenen weten zich vanuit de bijbel geroepen om de mensen te bevrijden van al wat hen belemmert in hun menszijn (b.v. uitbuiting). Zij zien in Jezus diegene die de mens bevrijd heeft van ziekte, verworpenheid... en trekken dit door in hun relatie met armen, zieken...



Missie is levensdynamiek (Frankrijk)

Ik ben gekomen opdat ze het leven zouden hebben.

Christenen die hun geloof bewust beleven willen dat niet voor zichzelf houden, maar geven het door aan de mensen rondom hen.



Missie is verrijking (Azië, India)

Gist in het deeg; Zout van de aarde

Christus is alle godsdiensten van de wereld komen voltooien. Het doel van de missieactiviteit is de uitzuivering van elke authentieke godsdienst.



Missie is uitwisseling (Oud-missionarissen)

Van éénrichtingsverkeer naar wederkerigheid en solidariteit.
Missie is de wederzijdse bijstand tussen de lokale kerken over de hele wereld. Men spreekt niet meer van kerk en missie alsof het twee verschillende werelden zijn: de Westerse kerk als de oude traditionele christenheid en de missies die er als een aanhangsel bij zweven. Hoewel alle kerken op dezelfde voet staan, geven ze over de hele wereld andere accenten aan hun christelijk geloof, omdat het geënt is op de eigen cultuur van elk volk (= inculturatie). Wanneer je hiermee kunt kennismaken, betekent dit een verrijking voor je eigen geloof.


Bijvoorbeeld
Afrika: grote creativiteit op liturgisch gebied
Azië: groot belang aan gebed, meditatie
Latijns-Amerika: basisgemeenschap als bron van kerkvernieuwing; eerbied voor de waarde van een volkse godsdienstbeleving
Missie wordt op deze achtergrond: het uitwisselen van de manier waarop men zijn geloof beleeft, zodat men zich aan elkaar kan verrijken.



Missio

Missio is een internationale kerkorganisatie die in 130 landen bestaat.
De mensen van Missio, zetten zich in voor vriendschap met mensen van verschillende
culturen en godsdiensten. In oktober - de missiemaand - hebben ze extra aandacht voor de kerkgemeenschappen in de hele wereld.



Missie in catechese en godsdienstlessen

Vroeger:
‘Missie’, dat waren de verre landen waar mensen in armoede leven.
Deze mensen kunnen we steunen door iets af te staan van onze overvloed.
Jarenlang stonden deze ideeën centraal in het spreken over missie.


Onder invloed van het 2e Vaticaans concilie (halfweg XXe eeuw) worden nu andere accenten gelegd:
- Missie is iets wat eigen is aan de kerk en ook ter plaatse gebeurt: het betreft de verkondiging van Jezus voor ieder mens.
- Lessen over missie willen een band leggen tussen de leefwereld van de kinderen hier en die van kinderen elders
- en ze willen kinderen tot engagement aanzetten, hoe beperkt ook.
B.v. andere houding bij contacten met vreemdelingen.


Daarom wil men in catechese en lessen rond missie aandacht besteden aan:
. elkaar leren kennen (informatie)
Wie zijn die christenen in de andere landen?

. de verbondenheid met elkaar uitdrukken
nl. de verbondenheid als kinderen van eenzelfde Vader.

. waardering opbrengen voor de eigenheid van ieders cultuur
Christenen uit Vlaanderen kunnen heel wat leren van de enthousiaste wijze waarop christenen elders hun geloof beleven.

. voor elkaar opkomen (solidariteit, broederlijkheid)
Als blijk van evangelische bewogenheid delen wij christenen hun materiële rijkdom met wie in elementaire nood verkeert.


Belangrijk
. Missie is niet hetzelfde als ontwikkelingshulp
. Een missiegebied is niet hetzelfde als een derde-wereldland





Suggesties

Grote kinderen

INFORMEREN

Getuigenis: Pater Martin

De paters Salesianen hebben in Asuncion, de hoofdstad van Paraguay, een centrum opgericht voor de straatkinderen. Het wordt in het Guarani 'DON BOSCO ROGA' genoemd. Men schat dat meer dan15.000 kinderen leeft van wat hen helpt om te overleven. Ze bevolken vooral de buitenwijken en de omliggende dorpen. Velen werken om hun familie financieel te helpen. Die kinderen zijn nergens thuis, slenteren op de marktpleinen, de openbare plaatsen en de kruis-punten. Dikwijls lopen ze gevaar. Pater Martin Rodriguez, een Salesiaan, trekt zich hun lot aan.


Pater Martin, hoe kwam je er toe om met de straatkinderen een familie te vormen en voor hen een huis te bouwen?
Dat is een idee, die stap voor stap gegroeid is. Het is een initiatief van de paters Salesianen. Toen we hun harde leven ontdekten, zetten we ons in om bij hen te werken en er ons levenswerk van te maken.

Met welke kinderen houd jij je vooral bezig?
Met die kinderen, die geen ander thuis hebben dan de straat. Kinderen die, om een of andere reden, hun huis ontvlucht zijn. Kinderen die sliepen op de grasperken van openbare pleinen, onder een trap, onder dagbladen of op een stuk karton.

Goed, deze straatkinderen hebben nu een huis. Is uw taak daarmee gedaan?
Zeker niet. Pas nu begint onze echte taak. Wij geven hun voedsel en een dak boven hun hoofd. We proberen hen ook de warmte en de genegenheid van een gezin te geven en hen te laten delen in de rijkdom van het geloof. We hebben een heel programma gemaakt:
Tijdens de 1ste fase komen de kinderen alleen bij ons om te slapen. Ze worden verzorgd, krijgen geneeskundige hulp en de mogelijkheid om met andere kinderen te spelen. Ze komen en gaan en wij proberen veel begrip voor hen op te brengen.
Als ze verlangen in Don Bosco Roga te blijven, begint de 2de fase, waarin we ze proberen te motiveren. In hun kamer hebben ze een bed en een kast, waarvoor ze verantwoordelijk zijn en die ze net moeten houden. Ze leren karweitjes opknappen, krijgen enkele lessen en doen mee aan gezamenlijke activiteiten. 's Morgens zetten ze hun werk voort op de straat: schoenen poetsen, dagbladen venten...
In de 3de fase - maar de meesten komen niet zover - begint de vorming. We bieden hen de mogelijkheid een beroep aan te leren in onze werkplaatsen. Deze zijn nog niet zo goed ingericht, maar ze kunnen er het beroep van metser, electricien of timmerman leren.
In de 4de fase leert de jongen verantwoordelijkheid te dragen en zich zelfstandig in de maatschappij in te leven. Hij krijgt een koffertje met werktuigen, een echte kleine werkplaats op zichzelf. Als het nodig is, mag hij altijd rekenen op hulp en bijstand van 'Don Bosco Roga'.
Daarna komt de 5de fase, die niemand tot nog toe heeft bereikt. Ze bestaat erin volledig en zelfstandig zijn verantwoordelijkheid op te nemen en een christelijk gezin te stichten.

Pater Martin, ik weet dat dit project gestart is met zeer weinig middelen, dat jijzelf met enkele jongens geslapen hebt in een lokaal dat je huurde.
Dat is zo. We zijn begonnen zoals Don Bosco, met de genegenheid van deze kinderen te winnen. Dat was zeer moeilijk omdat de kinderen niet begrepen waarom we dit deden. Laat in de nacht gingen we ze opzoeken waar ze sliepen. Toen we met een kleine groep waren, stelden enkele oud-leerlingen van een van onze scholen lokalen ter beschikking voor één maand. We bleven er 5 maanden, bij gebrek aan een andere plaats. De kinderen waren te talrijk geworden. Tot onze grote vreugde hebben jonge medewerkers ons hulp geboden We werken nog steeds goed samen.

Een vraagje: was het werkelijk nodig dat je bij hen op straat ging slapen?
Neen, dit was niet strikt noodzakelijk, maar het was belangrijk en nuttig, vooral in het begin. Als ze naar 'Don Bosco Roga' komen, moeten de kinderen zich vergezeld en bemind weten, zelfs als ze slapen. Zou Don Bosco niet hetzelfde gedaan hebben?

Een laatste vraag: verschaft dit moeilijke werk je vreugde en tevredenheid?
Ja, heel veel! Naast het feit dat ik onder ons de aanwezigheid van Don Bosco voel, vervult de vriendschap van deze kinderen mij met enthousiasme. Ik ben blij om hun goede wil en hun gehechtheid aan Roga. Ik voel dat ik deel uitmaak van de grote familie van kinderen van wie God houdt.





VERTELLEN

De man met het dode oog

Over de missionering in onze streken (uit: ZL 10-94)

Gunda was bijna klaar met het koken van de pap, toen ze in de verte opgewonden stemmen hoorde. Die van haar broer Wenwulf herkende ze boven de andere uit. Als de landwerkers van het veld terugkwamen, waren ze meestal veel stiller, te moe om te praten. En nu was het bovendien de tijd van de oogst. Dan was iedereen verplicht om tot 's avonds laat te werken voor heer Adelwald. Die liet zijn horigen namelijk meer akkers bewerken dan strikt nodig was. Als er veel geoogst werd, dan ging een deel naar koning Clovis. Gunda wiste met haar linkerhand het zweet van haar voorhoofd. Het was drukkend warm. Nog een reden waarom de boeren doodop moesten zijn. Gunda was nu echt nieuwsgierig waarom iedereen zo druk aan het praten was.

De landwerkers waren nu bij de hutten. Gunda's moeder kwam onmiddellijk kijken of haar dochter het avondeten klaar had.
- Flink gewerkt, hommeltje, we kunnen meteen iets eten. Al heb ik meer dorst dan honger met die hitte.
- Mama, wat is er gebeurd, iedereen is zo opgewonden?
- Wel, meisje, net voor we het veld verlieten, kwam onze heer langs, met een groep mannen. Enne... één van hen was de Man met het Dode Oog.
- Wat! riep Gunda.
Ze was sprakeloos. Iedereen in het dorp had van de Man met het Dode Oog gehoord. Hij zwierf al een paar jaar in deze streek rond. Maar weinigen hadden hem gezien.
- Naar het schijnt, ging moeder verder, zou hij ons morgen onder de Grote Eik toespreken. Onze heer wil dat iedereen gaat luisteren. We werken morgen maar een halve dag!
- Wat zou hij ons te vertellen hebben?
Gunda viel van de ene verbazing in de andere.
- Wel, het zal wel te maken hebben met de nieuwe god, die met Wodan strijdt om het bezit van de hemel.
Gunda bedacht plots dat de Grote Eik, die eenzaam en krachtig temidden van de akkers stond, aan Wodan gewijd was. Wat moest dat worden?
- Zou de Man met het Dode Oog niet doodgebliksemd worden?
Moeders stem klonk laag:
- Dàt is nu juist wat Wodan al geprobeerd heeft. Maar de nieuwe god was sterker en de man verloor slechts een oog.
Gunda huiverde.

Terwijl ze aten, pakten zwarte wolken samen boven het dorp. Alle dorpelingen kwamen buiten.
- Daar heb je het al, dat is de woede van Wodan, jammerde iemand.
- Hij komt de Man met het Dode Oog halen, meende een ander.
En toen scheurde de hemel plots donderend uiteen. Iedereen vluchtte zijn huis binnen. Het onweer duurde uren. Het leek of er nooit méér bliksems en donderslagen waren geweest dan nu. Het gebulder van Wodan was zo kolossaal dat je je alleen verstaanbaar kon maken door luid te schreeuwen. Maar niemand zei veel. In alle hutten zaten de mensen dicht bijeen rond het vuur. Er werden kruiden in het vuur gegooid om Wodan te smeken zijn bliksems niet op de hutten te gooien.

Het onweer trok langzaam voorbij. Alle hutten stonden er nog. Maar niemand had de volgende dag veel zin om de dag te beginnen. Het leek of heer Adelwald met zijn sympathie voor de Man met het Dode Oog een verkeerde keuze gemaakt had. De meeste dorpelingen waren er trouwens rotsvast van overtuigd dat de Man met het Dode Oog niet meer leefde. De hemel was vast op hem gevallen, of hij was door een bliksempijl geveld. En toen een soldaat hen kwam aanmanen om naar de Grote Eik te gaan, dacht iedereen dat heer Adelwald een groot offer ging brengen om Wodan vergiffenis te vragen.

Tot ze bij de eik kwamen...
Tot hun verbijstering was die in twee gespleten en helemaal zwartgeblakerd! En voor de dode boom stond een man met één oog. Niemand durfde iets te zeggen. De man gebaarde hen te gaan zitten. In de stilte die toen volgde, hoorde Gunda voor het eerst de stem van de heilige: "Broeders en zusters, ik kom u spreken over de blijde boodschap die God ons gegeven heeft.



Mensen en mensen

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode 2007, p. 72)

Een Franse jongen was op reis door Afrika.
In Senegal hoorde hij mensen een lied zingen
in hun eigen taal.
De jongen dacht:
‘Wat klinkt dat raar.’
En hij vroeg aan de zangers:
‘Hoe komt het toch dat wij zo anders zijn
dan jullie, zwarte mensen?’
Niemand antwoordde.

Toen vroeg een oude man:
‘Weet je wat wij doen
als we honger hebben?’
Dat vond de jongen een vreemde vraag.
Hij zweeg.
‘Eten’, antwoordde de man zelf.
‘Weet je wat wij doen
als we iets te zeggen hebben?’
‘Praten’, zei de jongen.
‘Juist, ja’, prees de man.
‘En als er iets belangrijks gebeurt?’
Weer zweeg de jongen.
‘Feesten, dansen, zingen’, was het antwoord.
De oude man glimlachte.
‘Hoe denk jij dat wij ons het liefste voelen?’
‘Gelukkig’, probeerde de jongen.
‘Inderdaad’, prees de man.
‘Wij proberen gelukkig te zijn.’
‘Maar meneer… dat willen wij ook.’

Het bleef even stil.
Iedereen keek naar de oude man.
Die glimlachte en knikte.





BIDDEN / REFLECTEREN

Goede Vader in de hemel,
wij zijn blij dat wij uw kinderen zijn.
Wij houden van U,
maar U houdt nog veel meer van ons.
U bemint alle kinderen van de wereld,
ook hen die U nog niet kennen.

Wij willen van hen houden,
zij zijn uw kinderen
en onze broers en zussen.




Als God onze Vader is,
dan zijn wij broer en zus.
Dan zijn wij familie van elkaar,
al is de wereld nog zo groot.
Wij delen met elkaar ons brood,
want wij zijn familie van elkaar.

Ik heb een zus in Azië,
een broertje in Brazilië.
Ik heb een zus in Amsterdam,
en ook één in Afghanistan.




Als je goed nieuws hebt,
wil je dat tegen iedereen vertellen.
Je blijft niet in een hoekje zitten
en wachten tot de mensen je vragen
waar je zit aan te denken.
Je moet het gewoon hardop vertellen.

Christenen hebben goed nieuws te vertellen:
Jezus houdt van iedereen.
Iedereen die in Jezus gelooft, zal heel gelukkig zijn
want zo worden ze opgenomen in de grote familie van God.

Jezus zei tegen zijn vrienden
die als eersten in Hem geloofden:
Ga naar iedereen toe
en vertel ze over Mij,
zodat ze Mij kunnen volgen.





Overweging

Missionaris ben je ...

(Samuel 1999, nr 1, p. 15)

Missionaris ben je als
je oren geïnteresseerd luisteren naar wie anders is en denkt.

Missionaris ben je als
je ogen het goede ontdekken in de anderen en in de wereld.

Missionaris ben je als
je handen open staan om te geven en te ontvangen.

Missionaris ben je als
je hart lijkt op dat van Jezus, die goed nieuws is voor kleinen en armen.

Missionaris ben je als
je bidt en weet dat je niet alles in handen hebt,
maar dat een God van liefde met mensen begaan is.