Loading...
 

Openbaring des Heren - evangelie

2 Ster
DE STER GING VOOR HEN UIT TOT ZE BLEEF STILSTAAN
BOVEN DE PLAATS WAAR HET KIND ZICH BEVOND

Inhoudstabel


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 2, 1-12: Het bezoek van de wijzen

De tekst

Stilstaan bij ...

Ster
Een bijzondere ster was vroeger een teken voor de komst van een belangrijk persoon.


Wijzen
Matteüs vond dat deze wijzen alle mensen vertegenwoordigen die geen jood waren.


Herodes
Was toen de koning van Palestina. Hij liet allerlei grote werken uitvoeren. In Jeruzalem liet hij straten en pleinen aanleggen. Hij liet ook een nieuwe tempel, een theater en een renbaan bouwen. Hij was een wrede koning die zijn eigen familie vermoordde als die hem in de weg stond.
Lees meer


Wierook
Geparfumeerde hars, die ter ere van God werd verbrand. Daarom verwijst dit geschenk naar de goddelijkheid van Jezus.


Mirre
Heerlijk geurende olie of zalf op basis van een hars (best te vergelijken met parfum). Mirre werd vroeger gebruikt bij de balseming van doden.
Daarom verwijst dit geschenk onrechtstreeks naar de menselijkheid van Jezus (nl. Hij is sterfelijk).



Tips bij het vertellen aan kinderen

De kinderen mogen zeker vernemen dat mensen op een verschillende manier reageren op de komst van Jezus:
. hoopvol, enthousiast uitkijkend zoals de wijzen
. afwijzend zoals Herodes
. onverschillig zoals de hogepriesters, die wel alles in de Bijbel kunnen vinden, maar er niet door bewogen worden.

Leg de nadruk op het feit dat Jezus er voor alle mensen is. Dit wordt ook duidelijk in de verschillende huidskleuren die de beeldjes van de wijzen gekregen hebben.



Vertellen over koning Herodes?

Het is niet omdat herders dichtbij en wijzen uit het oosten Jezus kwamen bezoeken, dat iedereen enthousiast was om de komst van Jezus, de nieuwe koning / redder. Koning Herodes en de schriftgeleerden in Jeruzalem vertegenwoordigen die minder enthousiaste groep.

Zo vind je in de verhalen rond de geboorte van Jezus de grote lijnen van zijn leven terug:
- Hij had grote aandacht voor wie door de maatschappij in de marginaliteit werd geduwd. (herders)
- Zijn boodschap voor bedoeld voor alle mensen - dus niet voor de joden alleen. (wijzen uit het oosten)
- Zijn aanwezigheid werd niet door iedereen op prijs gesteld. Herodes / Schriftgeleerden. De afwijzende houding tegenover wie Hij was, wat Hij zei en wat Hij deed ligt uiteindelijk aan de basis voor zijn dood op een kruis.

Het is goed dat kinderen al heel jong vernemen dat Jezus niet door iedereen met open armen ontvangen werd. Zo kunnen ze beter sommige reacties in hun omgeving plaatsen: ook vandaag is in hun omgeving niet iedereen even enthousiast over Jezus.



Praktische info

Bij het materiaal dat u op deze site vindt, hoort een map.
'Bijbel in 1000 seconden' bevat een verzameling van ongeveer 227 fiches die stilstaan bij lezingen in het kerkelijk jaar.

Die map is te verkrijgen via: info aan bijbelin1000seconden.be
of via het: Uitgeverij Halewijn, Halewijnlaan 92, 2050 Antwerpen
Telefoon: 03/210 08 14; Mail: halewijn.uitgaven aan kerknet.be

De fiche die hoort bij Matteüs 2, 1-12, bevat:
. De Bijbeltekst
. Informatie bij de tekst
. De Bijbeltekst die 'Dichter bij de tijd' herschreven werd
. Informatie over de betekenis van deze tekst
. Tips bij het vertellen van deze tekst aan kinderen




Bij de tekst

Merk op

Jezus
- die door een engel wordt aangekondigd
- die door profeten is voorspeld (oa. Jesaja)

wordt
- door Israël miskend (Herodes)
- door heidenen erkend (Wijzen uit het Oosten)



Het Oude Testament en de kerststal

Het bezoek van de wijzen aan Jezus wordt in de kerststal voorgesteld door drie koningen. Zelfs wanneer Matteüs nergens iets over hun aantal spreekt en het over wijzen heeft en dus niet over koningen. Ook kamelen maken vaak onderdeel van het gezelschap.

Wijzen


De inspiratiebron voor deze vormgeving?
Het Oude Testament!

De koningen van Tarsis, van de eilanden,
zij dragen geschenken aan;
de koning van Saba, de koning van Seba,
zij komen hun schatting betalen.
Zie, alle koningen bukken voor hem
en alle volken zijn hem tot knecht.
(Psalm 72, 10-11)

En volken komen naar uw licht,
koningen naar de glans van uw dageraad.
(…)
Een vloed van kamelen zal u bedekken,
dromedarissen van Midjan en Efa;
alle bewoners komen uit Seba,
met goud en wierook beladen;
zij verkondigen de lof van God.
(Jesaja 60, 3.6)

De woorden die in de teksten werden onderlijnd komen terug in het Nieuwe Testament of hebben kunstenaars geïnspireerd om dit gebeuren visueel weer te geven.



Volksdevotie

De traditie noemt de wijzen ‘koningen’, omdat in de psalmen (Ps. 72, 10-11) gezongen werd dat de koningen van Seba Hem schatting zullen betalen.
'De vorsten van Tarsis, het kustland, zij komen geschenken hem brengen,
de koningen van Sjeba en Saba zij dragen hun schatting hem aan: alle heersers brengen hem hulde.'


Men zei dat ze met drie waren omdat ze drie geschenken bij zich hadden. In deze geschenken zag men de volgende betekenis:
. goud verwijst naar de koninklijke waardigheid van Jezus
. wierook naar zijn godheid
. mirre naar zijn zijn menselijkheid


Ze kregen een zwarte, gele en blanke kleur en verschillende leeftijden (jong, middelbaar, oud) zodat ze de vertegenwoordigers konden zijn van de gehele mensheid (de drie toen bekende continenten: Europa, Azië en Afrika en de drie verschillende levensfasen) die in Jezus een Redder heeft gezien. In de 16e eeuw kregen ze de namen: Gaspar, Melchior en Baltasar. Gaspar en Balthazar gaan beurtelings door voor de zwarte koning. Maar doorgaans is:
Gaspar de jonge Afrikaanse koning die mirre schenkt
Balthazar, de Aziatische koning die wierook mee heeft
Melchior de oude Europese koning die goud geeft.


Hun kamelen komen van bij Jesaja 60, 6:
'Karavanen kamelen overdekken uw kand,
jonge dieren uit Midjan en Efa;
alle inwoners van Seba komen naar u toe,
met goud en wierook beladen,
en zingen de lof van Jahweh.'
In sommige voorstellingen komen ze met een kameel (Afrika), een olifant (Verre Oosten) en een paard (Europa). Zo vertegenwoordigden ze de destijds bekende werelddelen.


Wat de traditie rond dit verhaal van de wijzen heeft geweven, getuigt van een grote vertrouwdheid met het O.T. en een sterk inzicht in de betekenis van het verhaal van Matteüs.



Liturgie

Samen met 'Kerstmis' vormt 'de openbaring des Heren' een hoogtepunt in de kersttijd. Dit feest wordt in de kerk ook Epifanie (= openbaring - zichtbaar-wording van God) genoemd. Met dit feest vieren christenen Jezus een betekenis had voor de gehele wereld. Men zou kunnen spreken van Kerstmis in een ruimer perspectief, net zoals Pinksteren dat is voor het Paasfeest. De liturgie leert hiermee dat een geheim zich aanvankelijk in het verborgene bekend maakt, terwijl het met de tijd bestemd is voor alle mensen.


Merk op
De Westerse Kerken vieren vooral de geboorte van Jezus (25 december) en leggen zo het hoofdaccent op zijn menselijkheid.

De Oosterse Kerken vieren vooral Epifanie (6 januari). Ze vieren dan dat God zich in Jezus van Nazaret openbaar heeft gemaakt. Daarom wordt Hij ook Zoon van God genoemd. Zo leggen ze het hoofdaccent op de goddelijkheid van Jezus.



6 januari: Driekoningen

De tekst van Matteüs heeft een grote invloed op de invulling van het Driekoningenfeest dat op 6 januari gevierd wordt.
Lees meer





Vragen van kinderen

Wie waren de drie wijzen? - Hugo 11 jaar
(C. LETERME in Samuel 2004-2005, nr 3, p 2)

Niemand die dat weet...
Matteüs, de enige evangelist die over hen spreekt, zegt er zo goed als niets over. Hij zegt niet dat ze met drie waren en ook niets over hun huidskleur of die nu zwart, blank of geel was. En toch worden de drie zo afgebeeld...

Matteüs schrijft ook niets over hun namen, hoewel men ze al van in de 7e eeuw Melchior, Gaspar en Baltazar noemt.
Hij vertelt alleen dat ze uit het Oosten kwamen en dus eigenlijk geen joden waren. Daarmee wilde hij zeggen dat Jezus er was voor alle mensen, en niet alleen voor de joden.

Matteüs schrijft dat de wijzen de sterrenhemel bestudeerden. Heel wat volkeren in het Oosten waren er toen van overtuigd dat men belangrijke gebeurtenissen kon aflezen uit de stand van de sterren en planeten aan de hemel.

Zo kon een nieuwe ster de komst van een belangrijke persoon betekenen.
Een nieuwe koning?
Heel zeker, maar dan geen koning die legers op de been brengt, maar een koning zonder geweld die de liefde tot God en de medemens het belangrijkste vindt.





Bijbel en kunst

Evolutie in de voorstelling van de wijzen

. In zijn evangelie heeft Matteüs het over 'Wijzen uit het Oosten' die een ster zien.
In de 2e eeuw na Christus sprak men over drie wijzen, omdat ze drie geschenken bij zich hadden.

. In het begin van de 3de eeuw sprak men over die wijzen als koningen.
Dit gebeurde vanuit een interpretatie van Oud-Testamentische teksten:

'De koningen van Tarsis, van de eilanden, zij dragen geschenken aan;
de koning van Saba, de koning van Seba, zij komen hun schatting betalen.
Zie, alle koningen bukken voor hem en alle volken zijn hem tot knecht.'
Psalm 72, 10-11

'Sta op en schitter, want uw licht is gekomen, de glorie van de heer komt over u.
En zie, de duisternis bedekt de aarde, en donkerte de volken,
maar over u gaat de Heer lichtend op, zijn heerlijkheid verschijnt over u.
En volken komen naar uw licht, koningen naar de glans van uw dageraad.
Sla uw ogen op en kijk om u heen, allen verzamelen zich en komen naar u toe:
uw zonen komen uit de verte, uw dochters worden op de heup gedragen.
U zult het zien en stralen van vreugde, uw hart zal trillen en zwellen:
de schatten van de zee worden naar u toe gebracht, de rijkdom van de volken komt naar u toe.
Een vloed van kamelen zal u bedekken, dromedarissen van Midjan en Efa;
alle bewoners komen uit Seba,
met goud en wierook beladen; zij verkondigen de lof van de Heer.'
Jesaja 60, 1-6


Die teksten inspireerden kunstenaars ook om de koningen met kamelen te laten komen;
en de koningen geknield hun geschenken aan Jezus te geven, die op de schoot van zijn moeder zit als een jonge 'koning' op zijn troon.
Vergelijk deze twee oudste voorstellingen van het bezoek van de wijzen.

. Rond het jaar 500 krijgen de wijzen een naam: Melchior, Baltasar en Caspar.

. Rond 700, vertegenwoordigen ze de drie leeftijden (jong, volwassen, oud) en de drie grote delen van de toen bekende wereld (blank, geel, zwart).

Melchior, de oudste, is blank, geeft goud en komt uit Europa
Baltasar, de volwassene, is geel, komt uit Azië en geeft mirre
Caspar, de jongste, is zwart, komt uit Afrika, en geeft wierook aanbiedt.



GISLEBERTUS

Een engel verschijnt in een droom aan drie koningen
(Bron: Richard HARRIES, De geboorte van Jezus in de kunst, door Richard Harries, Kok – Kampen, 1996)

Gislebertus

Deze sculptuur is te vinden op een kapiteel van de kathedraal van Autun in Midden-Frankrijk. Zij werd gemaakt door Gislebertus, de bekendste beeldhouwer van zijn tijd en een van de weinigen die bij naam gekend is. Dit komt omdat hij op een van zijn werken schreef: Gislebertus hoc fecit (= Gislebertus maakte dit). Het werk in Autun voltooide hij tussen 1125 en 1135.
Gislebertus maakte vier taferelen uit het evangelie van Matteüs voor één van de kapitelen in Autun: de Drie Wijzen voor Herodes, de Aanbidding van de Wijzen, de Droom van de Wijzen en de Vlucht naar Egypte.
Hij nam de romaanse traditie over van de afbeelding van de drie koningen in één bed en onder één deken. Het geborduurde deken wordt samen met het gezicht, de nimbus, het gewaad en de vleugels van de engel opgenomen in een elegante, cirkelvormige beweging. Met één hand wijst de engel naar de ster die hen veilig naar huis zal begeleiden, met de andere raakt hij een van de koningen aan, die zijn ogen opent. Toch Matteüs schreef niet over een engel die in die droom aan de wijzen verschijnt en naar een ster wijst. Deze manier van voorstellen is geïnspireerd aan de dromen van Jozef die daarin een engel ziet (Matteüs 1, 20.19)



Hortus Deliciarum

De wijzen
De abdis Herrad von Landsberg, schreef tussen 1175 en 1195 de Hortus deliciarum ("Tuin der kostelijkheden"), een geïllustreerde encyclopedie. Hierin staan de volgende miniaturen over de wijzen uit het oosten.


Merk op
. De omgeving en de kleding van de wijzen en koning Herodes zijn romaans.
. De drie wijzen zijn blank. Ze hebben wel elk een andere leeftijd.
. De namen Gaspar en Melchior worden al gebruikt. De derde wijze wordt in de ‘hortus’ Patisar genoemd.


Ob 2b17d3 P1

De wijzen uit het oosten (in de miniatuur: Magi ex oriente) zijn bij Herodes in Jeruzalem. Hun handen zijn in hun mantels verborgen als teken van respect. Ze dragen kronen. Koning Herodes zit op een troon. Hij houdt een scepter vast. Met zijn rechterhand maakt hij de Wijzen duidelijk dat ze hun reis ogen verder zetten.


Ob 830f20 P2

De wijzen hebben Herodes verlaten. Gaspar, de jonge koning zonder baard, wijst de ster, die hen zal begeleiden naar Betlehem. Melchior is oude man met een witte baard. (Let eens extra op zijn broek) De derde koning, van middelbare leeftijd, heeft een rode baard.


Ob 9c8e1b P3

Maria zit op een troon. Ze heeft Christus op haar schoot. Beide hebben een aureool om hun hoofd. De Wijzen geven hun geschenken. De tekst onderaan zegt: "Op de schoot van zijn moeder zit Hij, die is licht, pracht, glorie van de Vader."
Achter Maria, staat Jozef op blote voeten. Hij kijkt wat er gebeurt en lijkt verbaasd. In de tekst van het evangelie volgens Matteüs wordt Jozef zelfs niet vernoemd.


Ob 821f18 P4

De drie wijzen slapen in hetzelfde bed. Een engel maakt hen wakker om hen te waarschuwen voor het gevaar dat ze lopen als ze teruggaan naar Herodes.


Ob A50c46 P5

De engel neemt Melchior bij de hand. Hij toont de wijzen de weg terug naar hun land. Op de miniatuur staat: 'Per aliam viam resersi sunt ' (= Ze gingen langs een andere weg terug).



Nicolaas VAN VERDUN

Reliekschrijn van de drie koningen (1181 - 1230)

Schrijn

Dit rijkelijk bewerkte vergulden koperen reliekschrijn van de drie koningen staat in de dom van Keulen achter het vroegere hoofdaltaar. Voor de versiering ervan gebruikte Nicolaas van Verdun, een bekende edelsmid uit de middeleeuwen, meer dan 1000 edelstenen en parels en 300 antieke gemmen en cameeën. Hij deed dat in opdracht van Filips I van Heinsberg, de aartsbisschop van Keulen.

De relikwieën in het schrijn zouden de bot- en kledingresten zijn van de wijzen uit het Oosten. Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn, vond ze rond 325 tijdens een reis door Palestina. Toen men het schrijn op 20 juli 1864 opende, vond men er enkele munten in met de beeltenis van Filips I van Heinsberg (1130-1191) en een groot aantal beenderen. Onderzoek wees toen uit dat het om beenderen van drie mannen ging: een jongen van 12, een man van 25 en een man van ongeveer 50.
Rond 1980 onderzocht men de kledingresten. Het zou gaan om textiel van tussen de 2e en 3e eeuw na Christus.


Klik hier voor meer informatie en beeldmateriaal over dit schrijn.



J. BOSCH

Aanbidding van de Wijzen (rond 1510)

Bosch

(olie op hout, 138 op 72 cm)


De Nederlandse schilder van Duitse afkomst, Jeroen Bosch (1453 - 1516) deze triptiek in opdracht van Pieter Bronckhorst (geknield op het linkerpaneel) en zijn vrouw Agnes Bosshuysse (geknield op het rechterpaneel). Achter hen staan hun patroonheiligen: de heilige Petrus en de heilige Agnes.

Het middenpaneel stelt de aanbidding van de wijzen voor. Ze hebben een verschillende huidskleur, waarmee duidelijk gemaakt wordt dat alle mensen bij Jezus welkom zijn.
Bij de drie wijzen staat in de deuropening van de stal een raadselachtige figuur. Hij is halfnaakt, gewond aan het been en heeft een hoed van dode takken. Wellicht is het de verpersoonlijking van het kwaad, dat Jezus te wachten staat (kroon met takkenmotief; purper/rode mantel). Anderen zien in die persoon de antichrist.

De grote stad in de achtergrond is Jeruzalem.

In het linker paneel droogt Jozef luiers voor een vuurtje.


In 1568 nam de hertog van Alva dit werk af van de toenmalige eigenaars en schonk deze 'oorlogsbuit' aan Filips II. Die zond het in 1574 naar het Escorial. Sinds 1839 bevindt het zich in het Prado-museum te Madrid.




Beeldmeditatie
Bosch

Twee wijzen knielen voor de kleine Jezus.
- Wat zouden ze hiermee willen zeggen?

Let eens op de huidskleur van de wijze met de rode mantel en ook op zijn leeftijd. Vergelijk die met die van de andere wijzen.
- Wat zou de kunstenaar daarmee willen duidelijk maken?

- Zie je welke geschenken de wijzen meebrachten?

- Zie je Jozef ergens staan? Waarom zou dat zijn?
(informeer pas later dat Jozef op het linkse paneel te vinden is)



Luc BLOMME

Kopieer dit werk van Luc Blomme

Er worden alleen mensen afgebeeld (Jozef, Maria, Jezus, herders, koningen), geen geschenken en ook geen dieren (os, ezel, schapen)
De 'lichtgevende Jezus' is een visuele voorstelling van Jezus, het licht in de wereld.
De groene blaadjes aan de oude boom zijn verwijzen naar een tekst van Jesaja:
'Een tak ontspruit aan de stronk van Isaï, een twijg ontbloeit aan zijn wortels.' (Jesaja 11, 1)



ANONIEM

Ethiopisch kunstenaar

Drie Wijzen



ARCABAS

De aanbidding van de wijzen uit het Oosten (2001)

Arcabas

Veel elementen uit dit schilderij van Arcabas steunen op verhalen die men traditioneel vertelt,
en niet op de teksten zoals Matteüs en Lucas ze schreven.
Bijvoorbeeld: de aanwezigheid van Jozef, een schaap, een ezel, kamelen, de wijzen als koningen ...




Suggesties
Beeldmeditatie 1
(C. LETERME, Echt Tov 3, Rondom Kerstmis, uitgeverij Pelckmans 2013, p. 12-13)

Meest linkse tafereel
- Waar zou deze man vandaan komen?
- Hoe oud zou hij zijn?
- Wat draagt die man op zijn hoofd?
- Waarom zou dat zijn?
- Wat draagt hij in zijn linkerhand?
- Wat doet hij met zijn rechterhand?
- Wat draagt de jongen?


Midden links
- Welke houding nemen deze mannen aan?
- Wat dragen ze op hun hoofd?
- Wie van de twee is de oudste? Waarom denk je dat?
- Wat draagt de ene man in zijn hand?
- Wat ligt voor de knieën van de andere man?
Achter één van de mannen staat een jongen.
- Wie zou dat zijn?
In de verte zie je een karavaan.
- Vanwaar zou die komen?
- Naar wie kijken de twee mannen?


Midden rechts
- Wie is die vrouw?
- Wie is dat kind?
- Waarom heeft de vrouw geen schoenen aan?
- Waarom ligt er een schaap aan haar voeten?
- Wat zie je achter de vrouw? Waarom zou dat zijn?


Helemaal rechts
- Wie is die man?
- Hoe kijkt hij? Waarom zou dat zijn?
- Wat doet die ezel bij de man?
Vergelijk zijn kleren met die van de bezoekers linkse op het schilderij.




Beeldmeditatie 2
(C. LETERME, Echt Tov 3, Rondom Kerstmis, handleiding, uitgeverij Pelckmans 2013, p. 18-19)

- Wat zie je op dit schilderij? Wie zie je op dit schilderij?
- Welke dieren zie je op dit schilderij?
- Waarom zijn die dieren er?
(Ezel: hiermee kwamen Jozef en Maria naar Betlehem; schaap: dit herinnert aan het bezoek van de herders; kamelen: hiermee kwamen de wijzen naar Jezus.)
- Wat stelt dit schilderij voor?
- Lijken de wijzen op elkaar? Wat is hetzelfde? Wat is anders?
(huidskleur; leeftijd)
- Waarom zou de huidskleur van de wijzen verschillend zijn?
- Waarom zou hun leeftijd verschillend zijn?
(De wijzen vertegenwoordigen mensen van alle rassen en van alle leeftijden)

Boven Jezus is een grote witte straal.
- Wat zou de kunstenaar daarmee willen zeggen?
(God is te zien in alles wat Jezus doet en zegt)





Suggesties

Kleine kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Koning Herodes wil Jezus doden

(Naar: 'Zes kruiken wijn', Standaard Educatieve uitgeverij)

Heel ver van de stal waar Jezus geboren is, wonen drie wijze mensen.

Op een dag zien ze een grote schitterende ster.
Ze kijken in hun dikke boeken en lezen daarin:
'Als er een grote ster schittert,
wil dat zeggen dat er een belangrijk kind geboren is.'
De wijzen willen dat kind bezoeken.
Ze maken hun kamelen klaar, nemen mooie geschenken mee,
gaan op tocht en volgen de ster.

Ze komen in Jeruzalem aan.
Daar woont koning Herodes.
De wijzen zeggen tegen Herodes:
'Koning, wij hebben een grote ster gezien,
en in oude boeken hebben we gelezen
dat dit wil zeggen dat er een kind geboren is
dat later heel belangrijk zal zijn voor de mensen.
Weet jij waar we dat kind kunnen vinden?'

Koning Herodes wordt bang als hij dat hoort.
Hij denkt: 'Misschien wordt dit kind een koning en dan moet ik weg.'
Koning Herodes laat niemand zien dat hij bang is.
Hij zegt: 'Ik vind dat iedereen dat kind moet bezoeken.
Daarom wil ik weten waar het geboren is.'
En hij vraagt aan geleerde mensen die in boeken kunnen lezen:
'Waar is dat kind geboren dat heel belangrijk zal zijn voor de mensen?'
De geleerde mensen zeggen: 'Dat kind is in Betlehem geboren.'
Dan zegt koning Herodes tegen de wijzen:
'Zoek het kind, en als jullie het gevonden hebben,
kom me dan vertellen waar ik het kan vinden,
want ik wil het graag een geschenk geven.
Maar koning Herodes liegt.
Hij wil het kind helemaal geen geschenk geven.
Hij wil het doden.

De drie wijzen vertrekken naar Betlehem.
Ze volgen opnieuw de ster.
Zo vinden ze de plaats waar Jezus is.
Ze gaan naar binnen en zien de kleine Jezus bij Jozef en Maria.
De wijzen zijn blij. Ze leggen hun geschenken bij Jezus:
goud, wierook en een flesje heel duur parfum: mirre.

Als ze slapen dromen ze dat koning Herodes het kind Jezus wil doden.
Daarom vertrekken ze langs een andere weg naar hun land.


Je kunt de beelden van de koningen uit een hoek in het lokaal laten gaan naar 'Jeruzalem'. Daar komen ze aan in het paleis van koning Herodes (schoendooshuis zonder veel ramen en met een kleine deur waarop een groot slot is aangebracht. Eventueel zijn er ook 'torens' op dit paleis, en zijn er overal vlaggen)


Merk op
Het grote contrast tussen
. de koning die woont in een gesloten paleis en de wijzen die uit een ver land kwamen.
. de koning die het kind wil doden en de wijzen die het met koninklijke geschenken overladen.




Domino

Materiaal
Kopieer dit blad tweemaal op redelijk stevig papier. Knip de illustraties zo uit dat je 16 gelijke kaartjes bekomt.


Verloop
Kies uit de illustraties degene die jou kunnen helpen bij het vertellen van het verhaal van de wijzen. Plaats ze in de volgorde van het verhaal.
Vertel het verhaal met behulp van die illustraties.
Voeg nadien alle illustraties bijeen en leg ze omgekeerd op een tafel. Per twee en om beurt draaien de kinderen twee kaartjes om, zoals bij het spelen van een domino. Wie twee dezelfde kaartjes heeft omgedraaid, mag die kaartjes behouden. Wie het meest dezelfde kaartjes heeft gevonden, is gewonnen.





DOEN

Tekenen en kleuren

Materiaal
Drie Wijzen

Kopieer deze tekening, of inspireer je eraan voor een gelijkaardige tekening.


Verloop
Vertel het verhaal van de wijzen.
Nadien tekenen ze bij de tekening het huis waar Jezus en zijn moeder Maria verblijven.
Daarna kleuren de kinderen de hele tekening.





SPREKEN MET HET LICHAAM

Vertelpantomime

(Naar: De ster van Bethlehem, Hemel en Aarde, 2e jaargang, nr 2 (Kerst 2002), p. 20-21)

Opwarming
Oefen eerst de bewegingen van het verhaal in, zonder het verhaal te vertellen.
. Vertel dat de kinderen wijze mannen en vrouwen zijn.
- Hoe lopen die? Snel? Langzaam? Met het hoofd ophoog? Of naar beneden?
Nu loopt de wijze iets te zoeken. Laat maar zien.
Kijk eens naar de hemel. Daar is iets heel bijzonder.

. Vraag de kinderen om te spelen dat ze een ster zijn aan de hemel.
Die ster wijst de wijze mannen en vrouwen de weg.
- Hoe doe je dat?
Laat ook zien dat je straalt of licht geeft.

. De wijzen nemen een kostbaar cadeau mee.
Neem het eens. Voorzichtig, het kan breken.
Ze geven het cadeau aan een klein kindje.
Ga op je knieën zitten of op je hurken.
- Wat doe je met je cadeau? Zet je het neer? Geef je het aan iemand?

. Nu zijn jullie de vader en de moeder van het kindje. Er komt bezoek.
Doe de deur open. Het bezoek wil een cadeau geven aan je kindje.
Pak het cadeau maar aan.




Het verhaal
Personages
Eén kind is de ster, drie kinderen zijn wijzen, twee kinderen zijn Jozef en Maria.


Attributen
Geschenken: goud (doosje verpakt in goudpapier), wierook (staafjes wierook) en mirre (flesje parfum)
Kartonnen kokers die dienen als sterrenkijkers.
De kribbe is een kartonnen doos zonder deksel, waarin een pop ligt.


Tekst om langzaam voor te lezen
De wijzen in het Oosten kijken 's nachts naar de hemel.
Met hun sterrenkijkers turen ze naar boven.
'Zie je die bijzondere ster?' vraagt een van de wijzen? 'Wat straalt hij mooi!'
'Het lijkt wel of hij ons wenkt,' zegt een wijze,
'Hij laat weten dat er een belangrijk Kind geboren is.'
Laten we op reis gaan om Hem geschenken te brengen.'
De wijzen pakken hun geschenken. Ze gaan de ster achterna.
De ster gaat voor de wijzen uit.
Bij een huis in Betlehem blijft de ster staan.
Wat schittert die mooi.
Net alsof de ster zegt: ga hier maar eens kijken.
De wijzen gaan het huis binnen.
Ze zien een kind bij zijn moeder.
Ze knielen neer voor het kind.
Van de eerste wijze krijgt het kind goud.
Het schittert zo mooi als de ster.
Van de tweede wijze krijgt het kind mirre.
Dat ruikt lekker en bijzonder.
Van de derde koning krijgt het kind wierook.
De rook van de wierook stijgt op naar de hemel.
Maria, de moeder van Jezus, vraagt aan de wijzen:
'Hoe zijn jullie hier gekomen?'
'De ster heeft ons de weg gewezen', zeggen ze.
De ster maakt ook een buiging voor het kind.
Daarna gaan de wijzen vol verwondering terug naar hun eigen land.
En de ster straalt nog lang aan de hemel.





VERTELLEN

Het mooiste geschenk

Rita van Bilsen - Cornelis Wilkeshuis, uitgeverij Kosmos

In het paleis met de vijftien ronde torens woonde de goede koning Baltasar. Iedere avond klom hij naar de hoogste van al die torens en keek dan urenlang naar de sterren. Want je moet weten dat de koning een héél oud boek bezat. Daarin stond dat al die blinkende sterren de gouden letters waren van een brief, die op de donkere hemel was geschreven. Als je die brief las wist je precies wat er in de komende tijd zou gebeuren: of er oorlog of vrede zou komen, armoede of rijkdom, treurige of blijde dagen. En wie zou dat niet graag willen weten.

Op een avond ontdekte Baltasar tussen de bekende sterren een nieuwe ster, die groter was en meer licht uitstraalde dan de andere. Zo'n prachtige ster had hij nog nooit gezien! Wat zou dit nieuwe teken aan de hemel kunnen beduiden?
- Wacht, misschien kon hij dat in het oude boek vinden!
Haastig verliet hij de toren en ging naar zijn kamer. Daar nam hij het boek, bladerde erin... en ja, opeens vond hij het: Er zal een ster aan de hemel verschijnen, groter en stralender dan een mens ooit heeft gezien. Dit is het teken dat er een Koning geboren is, die op aarde een Rijk van Vrede zal stichten.
'Als dat zo is, wil ik die nieuwe Koning gaan begroeten', besloot Baltasar. 'Want ik houd ook meer van vrede dan van oorlog. Maar ik weet hoe moeilijk het is, de vrede te bewaren. Misschien kan ik de jonge Koning daarbij helpen.' Toen zette hij zijn kroon op, sloeg een mantel om en droeg zijn dienaren op de kamelen te zadelen en alles in orde te brengen voor een lange reis.
'Mogen wij ook weten waar de reis naartoe zal gaan?' vroegen de mannen. 'Dat weet ik zelf nog niet' zei Baltasar.
'Maar kijk, wij volgen die ster.' En hij wees hun de nieuwe ster.
De kamelen waren spoedig gezadeld, waarna de koning en zijn gezelschap konden opstijgen. Sommige dieren sliepen echter nog half en hieven een ontevreden gebrul aan, toen de zware zakken met water en proviand over hun rug werden gehangen.
Door het lawaai was de jonge prins Irenus wakker geworden. Hij glipte het bed uit, liep naar het balkon en zag de kamelen. Op de voorste kameel zat zijn vader, de koning. Irenus rende de trappen af naar hem toe.'Waar ga je heen, vader?' vroeg hij buiten adem.
'Ik ga de pasgeboren Vredesvorst begroeten', vertelde Baltasar.
'En dan schenk ik hem deze gouden beker.' 'Mag ik ook mee, vader?'
'Nee mijn kind. Je moet gauw weer gaan slapen', was het antwoord.
Toen bliezen de kameeldrijvers op hun fluiten, de soldaten hieven een eentonig gezang aan en de karavaan vertrok. Irenus ging weer naar binnen. Hij kroop niet in bed maar kleedde zich vlug aan.
'Ik wil die pasgeboren Koning ook wel eens zien', dacht hij. 'Zo'n mooie beker heb ik niet... Maar ik geef hem mijn drie mooiste stukken speelgoed.'
Eerst nam hij de bal die hij pas van zijn vriendje had gekregen. Hij glom bijna even mooi als de gouden beker! Toen stak hij zijn lievelingsboek onder zijn riem. En toen riep hij Pluto, zijn witte hondje.
Met Pluto aan een lijn sloop hij nu het paleis uit. Niemand zag hem gelukkig!
Zelfs de poortwachter liet hem gaan, want die sliep. Oei, wat donker was het buiten! Maar de ster wees hem de weg.
Irenus en Pluto liepen de hele nacht door. Bij zonsopgang kwamen ze door een dorp. Tegen een boom stond een arm meisje zacht te schreien.
'Waarom huil je' vroeg Irenus.
'Niemand wil met me spelen', snikte ze. 'Ze lachen me uit om m'n gescheurde rok.'
'Neem deze bal dan maar, dan heb je ook een speelkameraadje', zei Irenus vriendelijk.
Zelf ging hij onder een boom wat rusten. Pas toen het avond was en de ster weer aan de hemel straalde konden Irenus en zijn hondje verder gaan. Hun weg liep langs een meer. Daar lag ook een nijlpaard met een vogel op zijn rug. Wat leek dat grappig! Maar Irenus lette gauw weer op de ster. Toen het weer dag was stonden ze voor een klein huis. In de deuropening leunde een grijsaard op zijn stok. Wat keek die bedroefd! 'Scheelt er wat aan?' , vroeg Irenus bezorgd.
'Ik ben oud en ziek', klaagde de man. 'Mijn benen doen pijn en willen niet goed meer vooruit. Daardoor zie ik nooit meer iets van de wereld... '
'O, maar dan weet ik wel raad op', zei Irenus. 'Ik geef u dit mooie boek vol prachtige platen van bloemen en dieren.
Die hebt u nu altijd om u heen!' Ze bekeken samen het boek. 'Kijk eens, er staan ook versjes in, ' riep de oude man verrast. 'die kunnen met me praten en dan ben ik nooit meer zo alleen.' De derde dag duurde wel èrg lang.
Irenus had blaren aan zijn voeten en Pluto hinkte. Gelukkig konden ze een poos in een bootje varen.
Maar Irenus verloor de ster niet uit het oog! De volgende morgen mochten ze in een boerderij wat uitrusten. Daar woonde ook een jongetje van Irenus' leeftijd, dat al maanden met een ziek been in bed lag. Hij werd wat jaloers toen hij de gezonde sterke benen van Irenus zag. Opeens wilde hij niet langer met hem praten en verborg zijn gezicht in het kussen. Maar nu haalde Irenus Pluto erbij. Het hondje sprong meteen op het bed van de zieke. Het besnuffelde hem en kietelde hem net zo lang, tot hij zich lachend omkeerde en hem streelde. Toen wist Irenus wat hij zou doen. Hij drukte Pluto's lijn in de hand van de zieke jongen, en verliet stilletjes de boerderij.
Buiten voelde hij tranen in zijn ogen komen. Hij had nu alles weggegeven, ook zijn beste vriendje.
Maar toen hij aan het arme meisje en de oude man dacht, en de zieke jongen hoorde lachen, veegde hij de tranen gauw weg. Zo vlug hij kon liep hij nu door, zonder op de weg te letten. Hij struikelde maar stond weer op, liep verder en struikelde opnieuw. Toen bleef hij liggen en viel in een diepe slaap. Irenus werd pas wakker toen het donker was. Maar hij voelde zich helemaal uitgerust en ging vrolijk verder. De dieren in het bos keken hem verwonderd na, maar hij lette alleen op de ster, die stil was blijven staan boven een huisje dichtbij. In het huisje zag hij een man en een vrouw. Ze bogen zich glimlachend over een kind dat in een eenvoudig wiegje lag: de pasgeboren Vredesvorst. Naast de vader van Irenus stonden nog twee koningen. De drie koningen legden hun geschenken aan de voeten van het kind: een kostbare vaas met mirre, een zilveren schaal met wierook en een gouden beker. Irenus maakte een buiging voor het Kind, en wendde zich toen tot de vrouw. Hij wilde haar vertellen dat hij met zijn bal een arm meisje, met zijn boek een oude man en met zijn hondje een zieke jongen had getroost, haar uitleggen waardoor hij nu niets meer had om weg te geven...
De vrouw begreep hem, nam zijn lege handen in de hare en kuste ze.





EXTRA

Driekoningen

Klik hier voor info en suggesties bij het feest van Driekoningen.





Grote kinderen

KENNISMAKEN MET DE BIJBELTEKST

Bezoek

Neem het Mariabeeldje uit de kerststal in de hand en vertel het vervolg van het Kerstverhaal vanuit het standpunt van Maria.

Op een dag hoorde ik veel drukte in de straat.
Jozef zag een stoet met kamelen, paarden
en mannen gekleed in mooie kleren.
Ze stopten bij ons huis en kwamen binnen.
Ze hadden in hun land de sterren bestudeerd.
Zo wisten ze wanneer het lente werd,
of wanneer de boeren mochten zaaien en planten.
Op een dag zagen ze aan de hemel een bijzondere ster.
Ze wisten uit oude boeken dat dit wilde zeggen
dat er een nieuwe koning zou geboren worden.
Daarom gingen ze op stap, op zoek naar die pasgeboren koning.
Ze zochten hun beste kamelen en namen van alles mee voor de lange reis.
Ze namen ook bijzondere geschenken mee: goud, wierook en mirre.
Dagen later kwamen ze bij Herodes, de koning van ons land.
Ze vroegen aan hem: 'Waar kunnen we de pasgeboren koning vinden?'
De wijzen hoorden dat we in Bethlehem woonden.
Wat later kwamen ze hier aan.
De eerste wijze schonk goud.
Hij zei dat dit kind een echte koning zou worden.
Een koning zoals koning David was geweest.
De tweede schonk Hem mirre,
een kostbaar parfum, dat wordt gebruikt om gestorven mensen
te zalven zodat ze lekker ruiken.
De derde schonk wierook.
Wierook wordt gebrand voor God.
‘Dit kind is de zoon van God,’ zei hij.
Jozef en ik hebben de woorden van die wijze mannen steeds onthouden.





ONDERZOEKEN

Tekstbevraging

Vooraleer de tekst voor te lezen …
Vraag aan de kinderen:
- Wie kent het verhaal van de wijzen?
Laat ze in trefwoorden elementen uit het verhaal opnoemen die je op een flap noteert.
Bijvoorbeeld: ster, stal, geschenken …

Lees daarna de tekst voor uit de Bijbel (Matteüs 2, 1-12)

Bespreek:
- Welke trefwoorden heb je ook in de tekst van Matteüs gehoord?
- Waarom zijn er die andere trefwoorden ons bijgebleven?

Daarna noteren de kinderen in groepjes van vier op een blad papier alle vragen die ze bij deze tekst hebben. Wanneer de meeste vragen genoteerd zijn, geven ze de vragen door naar een andere groep.
Die groep probeert een antwoord te vinden op de vragen die ze gekregen hebben, zelfs wanneer ze die vraag zelf eerder gesteld hadden.

Bespreek daarna in de grote groep de meest voorkomende en meest treffende vragen.
Sta daarna stil bij de vragen:
- Waarom vond Matteüs het nodig om dit verhaal neer te schrijven?
- Wat heeft hij er – volgens jullie – over Jezus mee willen zeggen?



Goud, wierook en mirre

(C. LETERME in Simon plus, 2010 nr 3)

Vooraf
- wierookstokjes, een gouden ring en een flesje parfum (elk afzonderlijk ingepakt in geschenkpapier).
- lucifers en een potje met zand (waarin het wierookstokje kan geplaatst worden).


Verloop
Bespreek: bezoek aan een pasgeboren kindje.
Meestal neemt men dan een geschenk mee.
Welke geschenken worden aan baby’s gegeven?
(knuffels, kleren, ... eventueel geld op een pamperrekening – in dit geval ingaan wat men dan met dit geld doet)

Vertel: het verhaal van de wijzen uit het Oosten.
Op het moment dat je vertelt over hun geschenken, haal je de drie ingepakte geschenken boven.
Laat één van de kinderen een pakje nemen en open doen.
Bespreek wat er in dat pakje zit:


GOUD
Vraag:
- Uit welk materiaal is die ring gemaakt?
- Wat weet je over goud?
- Wat is er nog gemaakt van goud?
- Hebben mensen veel dingen in goud? Waarom is dat?

Informeer:
Goud is een kostbaar product: het glanst en verkleurt niet.
Omdat goud duur is, kunnen alleen rijke mensen veel dingen in goud hebben.


WIEROOK
Vraag:
- Weet je wat dit is? Heeft iemand dat al eens gezien?
- Wanneer wordt dat gebruikt?
Steek een wierookstokje aan, blaas het uit, laat het nasmeulen en steek het licht schuin in het potje met zand.

Informeer:
Wierookstokjes worden veel gebruikt in oosterse landen. Daar worden ze verbrand ter ere van god.
Vroeger werd wierook door de joden gebruikt in de tempel.
In onze tijd gebruiken christenen wierook als er een bijzondere eucharistieviering is.
Gelovigen zien in het naar omhoog kringelen van de rook van de wierook het beeld van het gebed dat opstijgt naar God.


MIRRE (parfum)
Vraag:
- Weet je wat dit is?
- Wie gebruikt dat?
- Wanneer wordt dit gebruikt?

Informeer:
De wijzen hadden mirre mee, dit is iets wat heel lekker ruikt.
De mensen gebruikten mirre als ze naar een feest gingen. Ze gebruikten ook mirre als de mensen gestorven waren. Men pakte de overledenen in zoals een mummie. Tussen de stroken stof staken ze mirre, zodat de overledene goed rook. Of men balsemde de overledene met mirre.


Vertel dat de koningen aan Jezus deze geschenken gaven.
Licht nu ook wat toe:
- ze gaven goud, omdat Jezus voor hen een koning was
- ze gaven wierook, omdat Jezus voor hen God was
- ze gaven mirre, omdat Jezus mens was.

Vertel verder dat de koningen daarna terug naar huis gingen, maar daarvoor een andere weg namen, zodat ze niet langs Herodes moesten komen.





EVEN TESTEN

Het verhaal opnieuw vertellen

(naar: C. LETERME in Samuel Plus, uitgeverij Averbode 2005 nr 3)

Materiaal
boon, muziek (v.v. driekoningenlied)


Verloop
De kinderen zitten in een kring. Eén van hen krijgt een witte boon en de opdracht om te vertellen over de geboorte van Jezus. Als de muziek begint te spelen, geeft die de boon door in wijzerzin. Wanneer de muziek stopt, vertelt het kind dat de boon heeft, het verhaal verder.


Merk op
.
Zo kun je de verhalen rond de geboorte van Jezus opfrissen. Eventueel kun je zelf het verhaal verder vertellen over de wijzen.

.
De boon in deze activiteit herinnert aan het gebruik om met Driekoningen een taart te bakken met een boon erin.



Het verhaal van de wijzen

Materiaal
Werkblad: het verhaal van de wijzen


Verloop
De kinderen schrijven de nummers bij de tekst in de ster bij het plaatje dat erbij past.


TIP
In de correctiesleutel staan de teksten naast de tekeningen.
Knip zowel de tekeningen als de teksten apart uit. De kinderen zetten de tekst in de juiste volgorde samen met de tekeningen die erbij passen.
Daarna kleven ze tekeningen en tekst in de juiste volgorde.
De tekeningen worden thuis gekleurd of tijdens de activiteit als er nog tijd over is.



Kerstkubus

Vooraf
Maak een kubus, of pak een vierkant doosje in met inpakpapier. Knip deze tekeningen uit en kleef ze op de zes vlakken van die kubus.


Verloop
Nadat de kinderen de voorbije tijd alle verhalen rond het kerstgebeuren gehoord hebben, laat je ze de kubus rollen. Ze vertellen wat ze zien op de tekening die bovenaan de kubus te zien is.
Eerst zeggen ze wie de verschillende personages zijn.
Daarna vertellen ze wat met hen gebeurd is of gebeurt.



Wijzen-quiz

Matteüs schrijft dat Jezus geboren is in:
O Jeruzalem
O Betlehem
O Nazaret

Palestina was bij de geboorte van Jezus bezet door:
O de Romeinen
O de Duitsers
O De Egyptenaren

De ster aan de hemel wil zeggen:
O alles gebeurde tijdens de nacht
O Jezus is een heel belangrijke persoon
O er was toen een zonsverduistering

De wijzen kwamen
O uit het Noorden
O uit het Zuiden
O uit het Oosten

Koning Herodes was
O de meest geliefde koning van de joden
O de koning van Egypte
O de koning van Palestina

Koning Herodes wilde Jezus doden net zoals
O een profeet Simon wilde doden
O een farao Mozes wilde doden
O een hogepriester Abraham wilde doden

Jezus kreeg goud van de wijzen omdat
O Maria en Jozef arme mensen waren
O ze zelf heel rijk waren
O Jezus voor hen een koning was

Mirre is
O een parfum
O een soort speelgoed
O een vreemde fruitsoort

Mirre werd gebruikt
O bij het balsemen van een overledene
O om de doeken te parfumeren van een baby
O bij het drinken van thee

Jezus kreeg wierook van de wijzen
O omdat dit een typisch geboortegeschenk was
O omdat ze zelf graag wierook roken
O omdat ze in Jezus God zagen

Jozef en Maria vluchtten naar Egypte, net als:
O koning David
O Samuel
O Mozes


Correctiesleutel
Matteüs schrijft dat Jezus geboren is in Betlehem.
Palestina was bij de geboorte van Jezus bezet door de Romeinen
De ster aan de hemel wil zeggen: Jezus is een heel belangrijke persoon
De wijzen kwamen uit het Oosten.
Koning Herodes was de koning van Palestina.
Koning Herodes wilde Jezus doden net zoals een farao Mozes wilde doden.
Jezus kreeg goud van de wijzen omdat Jezus voor hen een koning was.
Mirre is een parfum.
Mirre werd gebruikt bij het balsemen van een overledene.
Jezus kreeg wierook van de wijzen omdat ze in Jezus God zagen.
Jozef en Maria vluchtten naar Egypte, net als Mozes.





REFLECTEREN

Over de geschenken

Goud, wierook, mirre ... vreemde geschenken voor een kindje.
. Mirre is het hars van de mirreboom. Omdat die hars lekker ruikt wordt er olie van gemaakt, die men gebruikt als parfum
. Goud is een kostbaar metaal. Als je veel goud hebt ben je rijk. Koningen hebben veel goud.
. Wierook is het hars van de wierookboom. Als het verbrand wordt, verspreidt het een aangename geur.

Stel... je bent een wijze. Je hebt een bijzondere ster gezien en je wil naar Betlehem
om er een belangrijk pasgeboren kind te zoeken en het hulde te brengen.
- Wat zou jij dan als geschenk meenemen?
De kinderen zeggen aan elkaar waarom ze precies dit geschenk willen meenemen.

Denk met de kinderen na wat een geschenk is, en wat daarvoor kan dienen.
- Moet een geschenk duur zijn?
- Als je geen geschenkje kunt kopen, wat zou je dan kunnen geven?
(Een kusje geven, een liedje zingen, het kindje zacht wiegen ...)

- Welk geschenk zouden jullie nu aan Jezus willen geven?
- Waarmee kunnen jullie Jezus een plezier doen? Vergelijk met hun eerdere antwoord.


Maak eventueel gebruik van dit werkblad.



Over de huidskleur

(C. Leterme, Zonneland Plus, 221-11)

Laat de kinderen de drie koningen beschrijven. (Neem eventueel de beeldjes van de drie koningen mee uit de kerststal)
De kinderen ontdekken de verschillende huidskleur en de verschillende leeftijden.
- Waarom zouden de mensen deze wijzen op die manier uitbeelden?
De kinderen denken hierover luidop na.
De verschillen in huidskleur en leeftijd tonen aan dat God er is voor alle mensen, tot welk volk men ook behoort of welke leeftijd men ook heeft.





ACTALISEREN

Welkom

De kinderen noemen in een kringgesprek de kinderen op bij wie Jezus welkom was.
Herinner hen aan het verhaal over de geboorte van Jezus (zoals Lucas het opschreef).
- Wie was toen blij met de geboorte van Jezus? (herders)
- Bij wie is Jezus dit keer welkom?
- Is Jezus bij de mensen vandaag ook welkom?
- Waarom is dat? Hoe kun je dat merken?

Bezorg de kinderen een kopie met een illustratie van het bezoek van de wijzen.
De kinderen tekenen zichzelf op de plaats waarvan ze vinden dat die het best bij hen past.
Eventueel tekenen ze het 'geschenk' dat ze aan Jezus willen geven.





ACTEREN

Het verhaal uitbeelden

(naar: C. LETERME in Samuel Plus, uitgeverij Averbode 2005 nr 3)

Vooraf
Zorg voor een cake / taart waarin drie bonen mee gebakken zijn.
(Twee recepten voor een driekoningentaart)
Eventueel: rechthoekige / vierkante lappen stof, een ster.


Verloop
De kinderen krijgen allemaal een stuk cake. Wie een boon heeft, mag 'wijze' zijn. Hierna spelen de kinderen het verhaal.
De andere rollen (Herodes, Schriftgeleerden, Jozef, Maria, ev. ook de dienaren van de koningen...) worden over de andere kinderen verdeeld. De stukken stof helpen om de verschillende rollen te typeren.



Het mooiste geschenk

(Naar: Een wereld van verschil, zingevingsmomenten voor 12-jarigen, netwerk voor pastoraal met jongeren, uitgeverij Averbode 2004, p. 34-35 - Bewerking van: R. VAN BILSEN, Het mooiste geschenk, Cornelis Wilkeshuis, uitgeverij Kosmos)


Rekwisieten
Koningskroon; boek; sleutel; 'gouden' beker; voetbal, boek over dieren en planten, knuffeldier; rugzakje; bank; grote zakdoek; parfumfles; doos met wierookstokjes, babypop.

Personages
Verrteller; koning; hoofdminister; prins; jongen; man; koning 2; koning 3; Maria; Jozef



Verteller
In een paleis met op elke hoek een ronde toren woonde een koning. Hij was een wijze sterrenkundige. Elke avond klom hij naar de hoogste toren om naar de sterren te kijken. In een groot boek, dat hij bewaarde in zijn boekenkamer, stond alles geschreven wat hij uit de sterren kon leren en in de sterren kon lezen.
Op een dag zag hij, tussen de vele sterren die hij kende, een nieuwe ster staan; een heel grote, die hij nog nooit eerder had gezien. Haastig liep hij de trap af naar zijn boekenkamer.

Koning (buiten adem)
Eens vlug in mijn boek kijken. Die ster heeft zeker en vast een betekenis (bladert in het boek) Hier heb ik het! (leest:) Er zal een ster aan de hemel verschijnen, groter en stralender dan een mens ooit heeft gezien. Dat is het teken dat er een koning geboren is, die vrede op aarde zal brengen (sluit het boek) Als dat zo is, dan ga ik die koning van vrede zoeken.

Verteller
Hij zette dus zijn kroon op, sloeg zijn mantel om en riep zijn hoofdminister.

Koning
Hoofdminister, maak vlug mijn kamelen klaar en mijn dienaren wakker.
Zorg voor eten en drinken. Wij gaan op reis. Nu direct.

Hoofdminister
Excuseer, mijnheer de koning, mag ik weten waar de reis naartoe gaat?

Koning
Dat weet ik zelf nog niet. Ik volg de nieuwe ster die ik gezien heb.

Verteller
Door de drukte en het vele lawaai, was prins Irenus, de zoon van de koning, wakker geworden. Hij liep naar zijn vader die net in de grote zaal klaar stond om te vertrekken.

Koning
Mijnheer de hoofdminister, zorg goed voor mijn kasteel, voor mijn vrouw, de koningin en voor prins Irenus, mijn zoon, terwijl ik weg ben. (geeft de sleutel)

Prins
Papa, koning, mag ik mee? Ik zal heel stil zijn onderweg.

Koning
Jij blijft bij mama! Ik weet niet hoelang het zal duren vooraleer ik de vredeskoning zal vinden.

Verteller
Toen klom de koning op zijn kameel en vertrok om samen met twee andere koningen, die zijn vrienden waren, op zoek te gaan naar de nieuwe pasgeboren vredeskoning.
Ze hadden alle drie een heel waardevol cadeau meegenomen: een gouden beker, een kostbaar flesje parfum en een kistje met wierook.

Prins
Ik wil ook naar de pasgeboren koning die vrede brengt.
Ik kan wel geen gouden beker geven, maar ik geef hem mijn voetbal, een boek over dieren en planten en mijn knuffeldier. (stopt alles in een rugzak en vertrekt)

Verteller
Prins Irenus sloop stilletjes het kasteel uit en ging de ster achterna.
Vroeg in de morgen ontmoette hij een jongen die stond te huilen.

Prins
Waarom ween je?

Jongen
Er is niemand die met mij wil spelen.

Prins
Misschien kan dit wel helpen. Kijk (haalt de bal te voorschijn uit zijn rugzak), hier is een bal. Daar kun je zelf al mee spelen. En misschien willen andere kinderen nu wel met jou meespelen.

Jongen
Oh, meneer de prins. Dank je wel!

Verteller
Prins Irenus trok verder, nog altijd de ster achterna.
Het duurde niet lang of hij ontmoette een oude man. Die zat stil op een bank en pinkte af en toe een traan weg, die hij met een grote zakdoek afveegde.

Prins
Wat is er meneer? Zoveel verdriet? (gaat ernaast zitten)

Man
Mijn vrouw is al een tijd gestorven en mijn kinderen zijn het huis uit.
En ik kan niet zoveel meer doen. De dagen duren heel lang.

Prins
Ik denk dat ik iets voor jou heb, meneer. Kijk eens!
Een boek over planten en dieren. Gewoon naar de prenten kijken en de tijd gaat zo voorbij.

Man
Oh, meneer de prins, dank je wel.

Verteller
Prins Irenus trok verder, nog altijd de ster achterna.
Het duurde niet lang of hij ontmoette twee vrouwen die met elkaar aan het praten waren over een meisje dat ziek te bed lag en vreselijk eenzaam was. Prins Irenus ging erbij staan en hoorde dat.

Prins
Kijk, hier is mijn knuffeldier. Willen jullie het geven aan dat meisje, dan is ze niet meer alleen.

Verteller
Toen is prins Irenus verder gegaan, achter de ster aan tot hij aan een huis kwam waarboven de ster was blijven staan. Daar stond zijn vader, samen met zijn twee vrienden.

Koning
Beste Koning, dit is mijn geschenk voor jou: een mooie gouden beker.

Koning 2
Kleine koning, ik ben de ster gevolgd tot hier. Dit is mijn cadeau: een flesje vol lekkere geuren.

Koning 3
Vredeskoning, ik heb ook uw ster gezien. Dit is mijn cadeau: een doos vol wierookstokjes

Verteller
Jozef en Maria, de ouders van de kleine koning, waren de geschenken nog aan het bekijken, toen prins Irenus aankwam bij de stal.

Prins (met de amen wijd open)
Mevrouw, ik had drie cadeautjes meegebracht, maar ik heb ze onderweg allemaal weggegeven.

Maria
Dat is niet erg jongen.
Je hebt je hart gegeven, en dat is het allerbelangrijkste.

Verteller
En prins Irenus mocht samen met zijn vader en de twee koningen naar het kindje kijken.





VERTELLEN

De vierde koning

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007, p. 10)

Al heel lang vertelt men in Betlehem
over een vierde koning.
Net als de drie anderen
wilde hij ook
de pasgeboren Koning bezoeken.
Maar onderweg
deden zoveel arme mensen een beroep op hem,
dat hij ook zijn geschenken voor de pasgeborene weggaf.
Uiteindelijk durfde hij niet meer
naar de pasgeboren Koning te gaan.

Maria zag hem
in de verte aankomen.
Toen ze hem zag twijfelen,
wenkte ze.
Hij kwam naar haar toe en zei:
‘Ik wilde het Kind bezoeken,
maar ik heb niets meer om Het te geven.’
En hij vertelde
wat hem onderweg was overkomen.

Toen zei Maria:
‘Weet je,
de geschenken die je aan de armen hebt gegeven,
heb je eigenlijk al aan Jezus gegeven.’

(Naar een bekende kerstlegende)




Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 6 januari 2016, p. 1)

Toen Matteüs zijn evangelie schreef, was hij nog heel erg onder de indruk van het feit dat joodse mensen mee aan de oorzaak lagen van de dood van Jezus, maar ook van het feit dat zoveel niet-joodse mensen aandacht hadden voor de boodschap van Jezus. Daarom kon hij het niet nalaten daar iets over te zeggen in zijn verhaal over de geboorte van Jezus. Zo vertelde hij dat wijzen uit het Oosten op zoek waren naar Jezus om Hem hun hulde te betuigen. Merkwaardig is dat, want het Oosten was de plaats waar de joden vroeger in ballingschap naartoe werden gestuurd. De plaats waar ‘de vijand’ woonde. Intussen bleef de eigen koning Herodes in zijn paleis in Jeruzalem zonder een voet te verzetten richting Betlehem.
Matteüs liet de wijzen geschenken meenemen. Toen en nu nog altijd zijn dat geen geschenken die men meeneemt als men een pasgeboren baby bezoekt. Daarom begon men al heel snel na te denken over wat Matteüs met die geschenken wilde zeggen. Zo zegt men nu dat het goud verwijst naar Jezus als koning, de wierook naar zijn goddelijkheid en de mirre, een duur parfum dat vroeger gebruikt werd bij het balsemen van de doden, naar zijn menselijkheid.

Maar daarmee eindigt het niet. Sinds Matteüs dacht men verder over die wijzen. Het werden er drie omdat er drie geschenken waren. Ze kregen verschillende leeftijden en ook verschillende huidskleuren. Want was Jezus er niet voor alle mensen? Welke leeftijd ze ook hebben en welke kleur hun huid ook heeft? En de wijzen werden koningen, zodat het contrast van hun houding met die van Herodes nog veel scherper werd.

En als er nu eens meer koningen waren? En als er nu eens één koning te laat bij Jezus kwam? … Zo entte men een nieuw verhaal op het oude van Matteüs. Het verhaal hierbij is daar een voorbeeld van. Die vierde koning had wellicht ook kostbare geschenken mee, maar hij handelde zoals Jezus zou gedaan hebben en gaf ze aan mensen die ze konden gebruiken. In de reactie van Maria horen we bekende woorden van Jezus: ‘Wat ge aan de minsten der mijnen gedaan hebt, hebt ge aan mij gedaan’.

Zo komt het dat een verhaal over een vierde koning een verhaal wordt over elk van ons. Met als grote vraag: ‘Wat doen we in ons leven met de woorden die Jezus gesproken heeft?’





DOEN

Koningen van nu

Drie Koningen

De kinderen bekijken een reproductie van een schilderij waarop de drie koningen afgebeeld staan. Meestal zijn ze afgebeeld als koningen uit de tijd van de schilder.
Nodig de kinderen uit om de koningen te tekenen / schilderen zoals ze er nu zouden uitzien als ze Jezus zouden bezoeken.



Knutselen: een glasraam maken

(Naar: E. GEETS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2005, nr 3)

Materiaal
. Gekleurd, doorzichtig papier
. Een vel doorzichtig, kleurloos plastic
. Schaar, lijmstift, dikke, zwarte viltstift


Verloop
Veel glaskunstenaars gaven doorheen de geschiedenis in hun werk vorm aan het verhaal van het bezoek van de Wijzen aan de pasgeboren Jezus
Nodig de kinderen uit om ook dit verhaal in een zelfgemaakt glasraam te vertellen.

1. Verknip het doorschijnend papier in verschillende geometrische vormen. (grote en kleine rechthoeken, vierkanten, driehoeken...)
2. Stel met de stukken een tafereel samen. Schik en herschik tot je tevreden bent.
3. Kleef elk stuk netjes op het vel plastic.
4. Draai het vel om. Lijn elk vlak af met de viltstift.

Geef je kunstwerk een plekje voor het raam.



De wijzen in 3D

Materiaal
Verschillende stukjes stof, wol; schaar; naald en draad en/of lijm.

Drie Wijzen


Verloop
Gebruik bovenstaande illustratie als basis voor een werk met stofjes. Van de tekening zal nadien alleen nog het hoofd en de handen zichtbaar zijn. Op de plaats waar de mantel getekend is, komt een uitgezocht stukje stof dat op het papier gelijmd wordt.


TIPS
Gebruik naald en draad om de stof te rimpelen of twee soorten stof aan elkaar vast te maken.


Print de illustratie zo ruim mogelijk af, zodat de kinderen voldoende ruimte hebben om de stof aan te brengen.





EXTRA

Driekoningen

Klik hier voor info en suggesties bij het feest van Driekoningen.





Jongeren

VERDIEPEN

Het verhaal opnieuw vertellen: Ik ben ...

(naar: C. LETERME in Samuel Plus, uitgeverij Averbode 2005 nr 3)

Voor maximaal twaalf taalvaardige jongeren met veel fantasie.

Vooraf
Maak kaartjes met de volgende woorden:
zwarte koning / Jezus / Maria / Jozef / blanke koning / gele koning / kameel / ster / huis / Herodes / hogepriester / Schriftgeleerde.
(Schrap een aantal kaartjes, als je met minder jongeren werkt)


Verloop
Leg de kaartjes omgekeerd in het midden van de kring. De eerste trekt een willekeurige kaartje.
Dit wordt de 'hoofdpersoon' van het verhaal. Van daaruit wordt het verhaal van de wijzen opnieuw verteld.
b.v. 'Ik ben een kameel .... en ik ben op weg door de woestijn...'
De volgende trekt een ander kaartje en vervolgt het verhaal van de eerste, terwijl die het nieuwe element, dat op het kaartje staat, aan het verhaal toevoegt.
b.v. '... De ster toont mij waar ik moet gaan...'
Zo gaat het verder tot alle kaartjes opgebruikt zijn.



Stilstaan bij de tekst

Materiaal
Een kopie van de Bijbeltekst voor elk groepje jongeren
(Indien het om een kleine groep gaat: een kopie voor elke jongere)
Groot blad papier (bv. Ommezijde van inpakpapier of een A3 blad)
Stiften


Verloop
Vraag aan de jongeren om op een groot stuk papier alle woorden op te schrijven die volgens hen belangrijk zijn in het verhaal van de wijzen.
Lees dan de tekst over de wijzen voor zoals dat in de eucharistieviering wordt voorgelezen.

Daarna noteren de jongeren alle vragen die ze n.a.v. deze tekst hebben op de bladzijde met de tekst.
Na een vijftal minuten worden de vragenlijsten doorgegeven aan een andere groep.
De jongeren van die groep proberen deze vragen te beantwoorden.
(Hierbij is het belangrijk dat elke jongere voor zichzelf eerst de kans krijgt om zijn eigen antwoord te formuleren.)

Daarna worden de meest voorkomende en treffende vragen in de grote groep besproken.
Laat de jongeren ook stilstaan bij de vragen:
- Waarom vond Matteüs het nodig om dit verhaal te schrijven?
- Wat heeft hij er, volgens jou, over Jezus mee willen zeggen?



De babyborrel

Het verhaal van de wijzen is een gelegenheid om eens stil te staan bij wie er aanwezig was bij de geboorte van Jezus. Ga hierbij uit van wie / wat in een traditionele kerststal te zien is.
- Waarom zouden die aanwezig zijn op de ‘babyborrel’ van Jezus?


Maria en Jozef
Hun aanwezigheid als de ouders van Jezus lijkt vanzelfsprekend.
Merk op dat op een bepaald moment in de geschiedenis Jozef niet de vader, maar de voedstervader van Jezus genoemd wordt. Waardoor de volle aandacht kan gelegd worden op de goddelijke afkomst van Jezus. Daarom wordt Jozef op de meeste kunstwerken nogal in de achtergrond geplaatst.


Herders
Alleen Lucas vermeldt hun aanwezigheid. Zo toont hij dat al van bij de geboorte de aandacht van Jezus gaat naar mensen die in de marge van de maatschappij leven.


Wijzen
Alleen Matteüs schrijft over hen. Hij toont ermee dat Jezus er al van bij het begin was voor alle mensen, ook voor wie geen jood was. In de loop der eeuwen dachten christenen hier verder over na. Zo komt het dat de wijzen nu elk een andere leeftijd en een andere huidskleur hebben. Want Jezus is er voor iedereen: hoe jong of hoe oud men ook is, en van welk deel van de wereld men ook afkomstig is.


Engel / ster
Gezien een engel in de Bijbel een woordvoerder is van God, maakt een engel de relatie met God duidelijk. Ook de ster heeft in dit verhaal deze betekenis.


Os en ezel
Geen enkele evangelist vermeldt hun aanwezigheid. Toch was het voor de christenen uit de eerste eeuwen snel duidelijk waarom ze in de stal waren: in het Oude Testament staat immers dat de dieren hun meester kennen.





REFLECTEREN

Over Herodes

Geven we Herodes een plaats in de kerststal?
- Welke plaats krijgt hij in het kersttafereel?
- Hoe dichtbij of veraf van de kribbe?
- Midden tussen de andere bezoekers of ergens aan de rand van het geheel?

- Welke rol krijgt hij op die plaats:
- Belangstellend, achterdochtig, nieuwsgierig of met kwade zin?

- Hoe ziet hij eruit: welke kleren heeft hij aan en hoe is zijn gelaatsuitdrukking?
- In welke houding beeld je hem af: rechtop, geknield, kijkend om een hoekje heen?

Voor de uitvoering van het beeld kun je gebruik maken van een bekende techniek:
een beeld op basis van een fles, een beeld van klei, een aangeklede draadfiguur enz...



Over wijsheid

Matteüs zegt niets over koningen, maar over wijzen.
- Weet je wat het betekent dat iemand wijs is?
(Iemand die wijs is, denkt na over wat er in en rond hem gebeurt. Het is iemand die zoekt naar de betekenis van wat hij en de anderen meemaken.)
- Weet je ook wat 'eigenwijs' is?
(Iemand die eigenwijs is, houdt alleen rekening met zichzelf. In zijn manier van denken is er geen plaats noch voor de anderen, noch voor God)
- Wie is er 'eigenwijs' in het verhaal dat zojuist werd voorgelezen?
- Kun je ook zeggen waarom?



Zijn als de wijzen

- Wanneer heb ik als wijze een bestaande situatie losgelaten om zelf op zoek te gaan naar de zin van mijn leven?
- Wanneer heb ik net als Herodes en zijn Schriftgeleerden, voorrang gegeven aan mijn eigen zelfzekerheid?
- Wanneer heb ik, net als de wijzen in een kind God gezien?
(kind = letterlijk + figuurlijk: het kleine, eenvoudige ...)



De reis van de wijzen

(T.S. Eliot - vertaling M. Nijhoff)

Het was een koude tocht,
en de slechtste tijd van het jaar
voor een reis, voor zulk een verre reis.

De wegen modderig, het weer guur,
de winter op zijn strengst.
De kamelen, die hun knieën ontvelden, hun hoeven bezeerden,
werden onhandelbaar en legden zich neer in de smeltende sneeuw.

Menigmaal dachten we met spijt terug
aan onze zomerpaleizen op bloeiende berghellingen,
aan meisjes, in zijde gehuld, die gekoelde wijn ronddienden.

Onze kameeldrijvers vloekten, kankerden,
weigerden dienst, riepen om brandewijn en vrouwen.

Eindelijk, toen het licht werd, daalden we neer in een luw dal,
vochtig, onder de sneeuwlijn, geurend naar groeizaamheid;
een beek snelde voort, een watermolen karnde het duister,
er waren drie bomen onder een bewolkte lucht,
en een oud wit paard galoppeerde door een weiland.

Wij kwamen bij een herberg met wijngaardranken boven de stoep.
Zes handwerkslieden dobbelden bij de open deur om zilverlingen
en zes voetknechten schopten lege wijnzakken over de vloer.

Maar niemand kon ons inlichtingen verschaffen, en zo gingen we verder,
en bereikten des avonds, geen uur te vroeg,
de plaats van bestemming; het was (dat mag ik wel zeggen) de moeite waard.

Dit alles is lang geleden, ik heb het onthouden
en zou het over willen doen, maar ik stel,
dit vooropgesteld,
één vraag: was het doel dat ons dreef
geboorte of dood? Wij waren getuigen van een geboorte, zeker,
daar is geen twijfel aan. Maar als ik vroeger geboorte of dood zag,
dacht ik dat ze tegenstellingen waren. Deze geboorte echter
was een onverbiddelijk einde voor ons, een dood, onze dood.

Wij keerden terug naar ons land, onze koninkrijken,
maar voelden ons niet meer thuis in de oude orde
tussen vreemde mensen die hun goden omklemmen.

Ik zal blij zijn als ik andermaal sterf.




Een goed gedicht heeft donkere plekken. Ze willen slechts geleidelijk opklaren.
De beste verklaring is het licht van ogen die herhaaldelijk lezen.
Die kunnen wat klaarder zien wanneer men ze wat bijlicht ...

Het was een koude tocht,
en de slechtste tijd van het jaar
voor een reis, voor zulk een verre reis.

De wegen modderig, het weer guur,
de winter op zijn strengst.
De kamelen, die hun knieën ontvelden, hun hoeven bezeerden,
werden onhandelbaar en legden zich neer in de smeltende sneeuw.

Dit gaat over de moeizame reis van de wijzen.

Menigmaal dachten we met spijt terug
aan onze zomerpaleizen op bloeiende berghellingen,
aan meisjes, in zijde gehuld, die gekoelde wijn ronddienden.

Blijkbaar zijn 'wij' die wijzen.
Welke comfortabele situatie laten wij los?

Onze kameeldrijvers vloekten, kankerden,
weigerden dienst, riepen om brandewijn en vrouwen.
Onze kampvuren wilden niet branden, onderdak was moeilijk te vinden,
de steden waren vijandig, de dorpen stug,
de gehuchten smerig en verschrikkelijk duur:
het was een ellendige tocht.

Niet alleen de omstandigheden, maar ook de interpersoonlijke relaties zijn moeilijk.

Tenslotte reisden wij de gehele nacht door,
sliepen zo nu en dan langs de wegkant
en hoorden gedurig in onze oren zingende stemmen, zeggend:
jullie onderneming is waanzin.

Welke onderneming?

Eindelijk, toen het licht werd, daalden we neer in een luw dal,
vochtig, onder de sneeuwlijn, geurend naar groeizaamheid;
een beek snelde voort, een watermolen karnde het duister,

Tekens van nieuw leven.

er waren drie bomen onder een bewolkte lucht,
en een oud wit paard galoppeerde door een weiland.

Wij kwamen bij een herberg met wijngaardranken boven de stoep.
Zes handwerkslieden dobbelden bij de open deur om zilverlingen
en zes voetknechten schopten lege wijnzakken over de vloer.

Herinneringen aan het Nieuwe Testament.
Drie bomen - de drie kruisen
Wit paard - komt voor in het boek van de openbaring
Wijngaardranken - wijn
Dobbelen / zilverlingen - dood van Jezus
Deur - 'ik ben de deur van de schaapstal'
Wijnzakken - bruiloft te Kana
Lege zakken - Jezus is gestorven

Maar niemand kon ons inlichtingen verschaffen, en zo gingen we verder,
en bereikten des avonds, geen uur te vroeg,
de plaats van bestemming; het was (dat mag ik wel zeggen) de moeite waard.

Over welke plaats gaat het?
. De plaats waar de wijzen het pasgeboren kind vonden?
. De plaats waar wij de gestorven, verrezen Jezus ontmoetten?

Dit alles is lang geleden, ik heb het onthouden
en zou het over willen doen, maar ik stel,
dit vooropgesteld,
één vraag: was het doel dat ons dreef
geboorte of dood? Wij waren getuigen van een geboorte, zeker,
daar is geen twijfel aan. Maar als ik vroeger geboorte of dood zag,
dacht ik dat ze tegenstellingen waren. Deze geboorte echter
was een onverbiddelijk einde voor ons, een dood, onze dood.

Wij keerden terug naar ons land, onze koninkrijken,
maar voelden ons niet meer thuis in de oude orde
tussen vreemde mensen die hun goden omklemmen.

Ik zal blij zijn als ik andermaal sterf.

De schrijver gaat vlot over van 'wij' naar 'ik'.
Wil hij ermee zeggen dat een mens nooit alleen is op zijn tocht naar zingeving?
Wat bedoelt de schrijven met: geboorte? dood?





ACTUALISEREN

Het verhaal over de geboorte van Jezus volgens ...

(Naar C. LETERME, Echt tov 5, Rondom Kerstmis, Uitgeverij Pelckmans, 2013, p 16-17)

Materiaal
Bijbel, dobbelsteen, schrijfgerei.


Verloop
Schrijf het verhaal rond de geboorte van Jezus opnieuw.
Beantwoord daarvoor eerst de volgende vragen. Gooi een dobbelsteen. Het aantal ogen dat je gooit geeft het antwoord aan:


WIE BEZOEKT JEZUS? (in plaats van herder of wijze)
1. vluchteling
2. dakloze
3. rijke zakenman
4. bakker
5. werkloze
6. basketbalspeler

- Is die persoon voor jou als een herder of als een wijze?
- Waarom denk je dat? Lees opnieuw wat Lucas (herders) of Matteüs (wijzen) daarover schreven.


WAAR WORDT JEZUS GEBOREN? (in plaats van de plaats waar een kribbe staat of een huis)
1. garage
2. vlieghaven
3. opvangtehuis
4. station
5. hotel
6. kerk

Beschrijf goed de plaats die de dobbelsteen je aangeeft.
- Waarom zou Jezus op die plaats kunnen geboren zijn?


HOE VINDT DE BEZOEKER ZIJN WEG? (in plaats van een engel of de ster)
1. gps
2. trein
3. wegwijzer
4. taxi
5. wegenkaart
6. routeplanner

- Wat kun je met deze nieuwe mogelijkheid duidelijk maken?


WELK GESCHENK WORDT GEGEVEN? (in plaats van goud, wierook of mirre)
1. ring
2. boek
3. eten
4. geld
5. kleren
6. game

- Wat kan dit geschenk zeggen over de bezoeker. Of zegt het iets over Jezus?


Herschrijf daarna het verhaal over de geboorte van Jezus zoals je het vindt bij Matteüs of bij Lucas. Verwerk er de woorden in die je met de dobbelstenen hebt verkregen en de betekenis die je eraan wilt geven.



De gps van de wijzen

Matteüs schreef dat de ster de wijzen de weg wees naar de plaats waar Jezus te vinden was. En dat was niet bij Herodes.

Stel de gps van Matteüs 2000 jaar later opnieuw in.
- Waar is Jezus te vinden?
- Waar is Jezus niet te vinden?

Het komt erop neer dat jongeren zoeken
naar situaties waarin Jezus te vinden is: waar mensen doen wat in de lijn van zijn spreken en handelen is
en welke wegen ze beter niet inslaan: situaties waar de Geest van Jezus niet te vinden is.



Cartoon

'Mijn gps werkt niet!'






VERTELLEN

Een vierde koning

W. Bruyninckx

Het is een oud verhaal...
dat er ook een vierde koning was op weg gegaan,
maar dat hij het bewuste rendez-vous
op die zesde januari miste
omdat er telkens onderweg
op hem beroep gedaan werd.
Hij arriveerde in Jeruzalem
juist toen Jezus gekruisigd werd.
Te laat dus,
maar nog net op tijd om bij het cruciale moment
het hart van de verlossing te horen kloppen.
Hij had zijn tijd verloren, dacht hij,
totdat hij hoorde
dat ook Jezus heel veel tijd verloren had voor mensen.
Zo dikwijls zegden zijn vrienden
tijd te maken voor zijn carrière,
om zijn koninkrijk te stichten,
de staatsgreep te wagen,
de gunst van het volk te benutten
om zijn macht te vestigen,
maar hijzelf ging eindeloos door
met tijd te maken voor zieken en kinderen,
voor de mensen gewoonweg. (...)



Geluk

(naar een verhaal van Godfried Bomans)

Lang geleden leefde er een zeer rijk man.
Elke dag keek hij tevreden naar alles wat hij bezat.
Op een avond zag hij aan de hemel een bijzonder grote ster.
Hij riep een wijze man bij zich.
- Ik heb bedacht: niet alles is van mij, zei de rijke.
De wijze man keek verbaasd, want zo ver hij kon zien was alles van de rijke man.
- Kijk naar de ster hierboven.
- Dat is geen ster, zei de wijze man, maar een komeet. En kometen brengen geluk.
- Goed. En nu is mijn vraag: wat is geluk?'
- ...
- Je weet het niet, zei de rijke man. En jij noemt je een wijze man!
Aan geluk niets mag ontbreken.
De sterren staan onbeweeglijk boven mijn hoofd en ze zijn van mij.
Maar een komeet beweegt. Morgen is hij van iemand anders.
Wel, geluk is volmaakt. Als er iets aan ontbreekt, dan is het geen geluk.
Ik ben dus niet gelukkig.
- ...
- Haal andere wijze mannen, zei de rijke man, want ik wil weten wat geluk is.

Nu waren er die dag drie wijzen in de stad aangekomen.
- Ik wil helemaal gelukkig zijn, zei de rijke man.
Hoe kan ik het geluk vinden? vroeg hij hun.
- Door er niet naar te zoeken, antwoordde een wijze.
- Wat is dan geluk? vroeg hij.
- Geluk, is een extra bij iets anders.
- Hoe kan ik gelukkig worden? vroeg de rijke man aan de tweede wijze.
- Door niets te verwachten, antwoordde die.
- Wie vindt het geluk? vroeg de rijke man aan de derde wijze.
- Die het niet nodig heeft, antwoordde de wijze.
- Wat ben ik, als al mijn wensen vervuld zijn?
- Iemand die alles heeft.
- Is dat gelukkig zijn?
- Nee. Het is gewoon: alles hebben.
De rijke man dacht na over alles wat hij gehoord had.

Toen ging hij naar buiten. Daar zaten de drie wijzen.
- Ik zou graag nog wat bij u willen zijn, zei de rijke man.
- Eet dan met ons mee, antwoordden ze.
Boven hun hoofd schitterden duizenden sterren. Zij bewogen niet.
- Ik ben nu bijna gelukkig, zei de rijke man, want dadelijk gaat die ster weer bewegen.
De wijzen zwegen, alsof ze op iets wachtten.
- Ik begrijp u, zei de rijke man, ik zal jullie elk wat geven.
- Wij hebben niets nodig, antwoordden de wijzen.
- Ik weet het, zei de rijke man, maar mijn geschenk is speciaal voor jullie.
En hij riep zijn bediende die de geschenken bracht.
- Omdat je die geschenken gegeven hebt, zei de oudste wijze, mag je met ons mee.
- Mee? riep de rijke man. Zijn gezicht betrok. Jullie blijven toch hier!
- Dat kan niet. Wij willen onder die ster zijn. Wij rusten omdat hij nu stil staat.
Maar zodra de ster beweegt, gaan we weer verder. Reis met ons mee.
- Achter een ster aanlopen? riep de rijke man, en mijn huis en bezittingen verlaten? Nooit!
- Denk na, zei de wijze, want je wens is bijna vervuld.
Maar de rijke man ging naar binnen.

Voor hij ging slapen, keek hij nog even door het raam. De ster was weg.
- Wat heb je die wijzen gegeven? vroeg hij aan zijn bediende.
- Wat goud, een doos met wierook en een parfum dat mirre heet.





ZINGEN

Rap

(bewerking van een tekst van Ann Marie Van Meerbeek)

De jongeren zoeken eerst een beat. Ze maken hiervoor gebruik van rapmachines die te vinden zijn op youtube (of: drie beats op CD)

Het thema is: een beat schrijven bij het verhaal over de wijzen. Ze gaan daarvoor aan de slag met een vijftal belangrijke woorden uit de tekst van Matteüs: Jezus, ster, wijzen, ...
Daarna zoeken ze woorden die min of meer rijmen op de woorden die ze gekozen hebben.
Bv. ster, ver, der,
wijzen, reizen,
Jezus, mus, kus,
Het kunnen ook stafrijmen zijn: woorden die met dezelfde letter beginnen.
Dan bedenken ze een ritmische tekst waarin die woorden voorkomen.

Een rap bevat oorspronkelijk drie strofes van zestien zinnen en een refrein van vier zinnen. Een zin bestaat uit vier maten van vier tellen.
Ze maken eerst een refrein en proberen dan 2 strofen te creëren.
Wie nog tijd over heeft, kan voor de vier strofen gaan!


De rap moet “flowen”, wat wil zeggen dat die precies moet passen op de beat. Als de “flow” niet klopt, moet de tekst bijgeschaafd worden. Rap hoeft niet te rijmen, maar rijm geeft wel extra steun aan de flow.





MEDITEREN

Gedicht

(P.M. Broeckx)

Vanuit het oosten, van heinde en ver,
kwamen wijzen, op kamelen gezeten.
Zij zochten aan de hemel naar een koninklijk teken.
Zij zagen een ster die stralend verwees
naar een stal in Betlehems velden.
Zij vonden een moeder, en een kind in doeken gewikkeld.
Zij knielden en baden hun stille gebeden.
Op hun handen lagen mirre, wierook een goud.
De vrees voor Herodes en onheilsprofeten
vloeide weg uit hun geest, werd uit hun harten gebannen.
God wees hun de weg toen zij kwamen,
met Hem gingen ze terug langs heel andere wegen.

Wie het kind van Betlehem heeft gezocht en gevonden,
is nooit meer dezelfde,
vindt een nieuwe weg en keert veranderd naar huis.





EXTRA

Driekoningen

Klik hier voor info en suggesties bij het feest van Driekoningen.





Overwegingen

Koninginnen?

(Bron onbekend)

Hoe zou het gegaan zijn als er in plaats van drie koningen drie koninginnen waren geweest?

  • Dan hadden ze naar de weg gevraagd.
  • Dan waren ze op tijd gekomen.
  • Dan hadden ze bij de bevalling geholpen.
  • Dan hadden ze de stal schoongemaakt.
  • Dan hadden ze nuttige cadeaus meegebracht en ook iets te eten.



Maar wat zouden ze achteraf tegen elkaar gezegd hebben, meteen na hun vertrek?

  • Heb je die sandalen gezien die Maria bij haar tuniek draagt?
  • Jozef is werkloos, en hun ezel loopt ook op de laatste benen.
  • Hoe houden ze het in godsnaam uit met al die beesten in huis?
  • Maagd, laat me niet lachen! Ik ken Maria nog uit onze studententijd.
  • Die kleine lijkt helemaal niet op Jozef ...




Hubert Sergeant

Interpretaties in verschillende tijden ...

Hoe waardevol en betekenisvol zijn de geschenken van de wijzen:
. het goud zegt ons dat Hij koning is,
. de wierook dat Hij God is
. de mirre dat Hij mens is en dus sterven zal.

Een andere interpretatie lijkt mij even zinvol:
de wijzen leggen hun geschenken aan de voeten van het Kind, keerden zich af van Herodes en namen (veranderd) een andere weg naar huis.
- ze legden goud neer: geld maakt macht.
- wierook legden zij neer: steeds maar bewierookt willen worden maakt hovaardig!
- mirre legden zij neer: ze willen ophouden met doden te maken!

En wie zijn wij?
- aanbidders van geld en macht?
- gesteld op bewieroking?
- geneigd anderen een hak te zetten?



Paul Kevers

De wijzen uit het Oosten

(P. KEVERS in Samuel plus, uitgeverij Averbode 2005, nr 3)

Het verhaal over de wijzen uit het Oosten is een verhaal vol contrasten.
Aan de ene kant hebben we de heidense wijzen, aan de andere kant de joodse koning Herodes met zijn hogepriesters en Schriftgeleerden.

De wijzen komen met alleen een ster als gids. Zij vragen: 'Waar is de pasgeboren koning der joden?' en gaan op zoek. Als zij het kind met zijn moeder gevonden hebben, worden ze vervuld van grote vreugde en knielen ze neer om het te huldigen.
De hooggeplaatsen van Jeruzalem weten echter het antwoord op de vraag. Zij kennen heel de Schrift. Maar het brengt hen niet tot inzicht. Zij willen hun gevestigde posities behouden en komen liever niet in beweging. Het bericht over een nieuwe koning maakt hen ongerust. Tussen de regels kunnen we al vermoeden dat Herodes moordplannen heeft.

Matteüs was zelf een jood. Hij was erg getroffen door het feit dat de leiders van zijn eigen volk Jezus niet aanvaardden. Anderzijds zag hij dat vele niet-joden wél in Jezus geloofden. Daar maakt hij al een toespeling op in dit verhaal, in het begin van zijn evangelie. Jezus ondervindt tegenstand bij zijn eigen volk. Die dreiging, die uiteindelijk tot Jezus' dood zal leiden, is al voelbaar in de verhalen over de kleine Jezus.

'De wijzen keren langs een andere weg naar hun land terug.' Dat doen ze om Herodes te ontwijken en zijn plannen te dwarsbomen. Maar die slotzin van het verhaal heeft ook een diepere betekenis. De ontmoeting met Jezus heeft de wijzen innerlijk veranderd. Voortaan zal hun leven anders zijn.



Frans Mistiaen sj

Op zoek naar de plaats waar de liefde ons verwacht en nodig heeft!

Wij zijn allen mensen die op zoek zijn naar het geluk.
Wij hebben het dus eigenlijk niet zo moeilijk om ons aan te sluiten
bij die “zoekers in de nacht”, die van heel ver kwamen.
Die Wijzen uit het Oosten, dat zijn eigenlijk de koplopers van
een hele lange stoet mensen, die allemaal in het diepst van hun hart
op zoek zijn naar het ware geluk... op zoek naar God, dus.
Maar in het verhaal van vandaag hoorden wij
dat sommigen Hem vinden, anderen echter helemaal niet,
en vooral, dat dit afhangt van de manier waarop wij zoeken,
van de ingesteldheid van ons hart.

De Wijzen keken in het Oosten naar de sterren.
Het komt er eerst en vooral op aan dat ook wij “sterren zien”,
dwz. dat wij, ook als het donker is, de kleine tekens durven herkennen
die zeggen dat er wel nog degelijk goedheid in onze wereld bestaat.
Wij merken die sterren van goedheid niet altijd op.
Want soms kijken wij teveel naar omlaag, naar onszelf.
Die Wijzen keken breed, ver en naar omhoog.
Zij nodigen ons uit onze ogen en ons hart wijduit open te zetten
om, met bewondering en dankbaarheid, de tintelingen van
Gods goedheid op te merken die in onze duistere aarde fonkelen.
Als wij ons daarin dagelijks oefenen,
dan zullen ook wij gereed zijn om Gods bijzondere ster te zien,
diegene die ons de weg wijst naar de plaats
waar de Liefde vandaag op onze aarde voor ons wordt geboren.

Het komt er vervolgens op aan die ster dan te “volgen”.
Wij worden dus uitgenodigd weg te trekken
uit het land van onze eigen verworvenheden en zekerheden,
om te durven op tocht gaan naar een nieuwe, ongekende horizon.
Maar ach, wij, wij blijven dikwijls
zo onwrikbaar vasthouden aan onze eigen ideeën.
Voor wij het weten, geraken wij verstard,
geïmmobiliseerd in onze kleine gewoonten.
Dan groeien wij niet meer aan onze binnenkant.
Wij blijven ter plaatse trappelen.
Wel sturen wij soms anderen op pad
om het werk te doen in onze plaats.
Maar zelf komen wij zo moeilijk in beweging.
Wij worden dan ook innerlijk niet meer bewogen
en wij voelen geen bezieling meer.
De Wijzen uit het Oosten leren ons
dat wij ons beter niet opsluiten binnen de grenzen
van onze eigen opvattingen en principes,
maar dat wij - hoe oud wij ook zijn -
het best met bewogenheid blijven “zoeken naar nieuw leven”.
Wel mogen wij dan niet verschrikt zijn als dat nieuwe leven
ons op een totaal onverwachte en ongewone manier verschijnt:
zoals een komeet aan een donkere hemel
of zoals de geboorte van een Koningskind tussen eenvoudige mensen.

Het komt er vooral op aan te zoeken “op de goede manier”.
Want soms zoeken wij eerder zoals Herodes en zijn Schriftgeleerden:
bang en verontrust.
Veel te bang voor allerlei kleinmenselijk opzicht
en veel te verontrust over onze eigen macht.
Wij beweren wel dat wij erop uit zijn
hulde te brengen aan de Heer,
maar in feite proberen wij dikwijls vooral onszelf groot te maken
en ons eigen prestige te beveiligen.
Zo zoeken wij met een bekrompen hart.
En op die manier vinden wij het Kind en het echte geluk niet.
Bang en verontrust,
zo kunnen wij nochtans maanden, soms jaren, bezig zijn.

Maar gelukkig zijn er ook die andere periodes in ons leven,
waarop wij namelijk aanvoelen te moeten zoeken
op een heel andere manier, eerder zoals de Wijzen uit het Oosten.
Het zijn de genadevolle ogenblikken
waarop wij, ondanks onze duistere nacht,
toch met bewondering en dankbaarheid
durven kijken naar onze wereld
en ons laten leiden door één of ander stralend teken van hoop.
Het zijn de momenten waarop wij voelen, hoe oud wij ook zijn,
dat wij zelf in beweging moeten komen,
dat wij moeten durven wegtrekken uit het land van onze zekerheden
en op ontdekking moeten gaan,
zonder vooroordelen, zonder schrik voor het onbekende nieuwe.
Het zijn de dagen waarop wij weer beginnen te zoeken
met een ontvankelijk en nederig hart.
En dan - na een lange en soms moeizame tocht,
en ondanks de bekrompenheid van de kleine of de grote tirannen
die ons tegenwerken in ons leven -
dan vinden wij opnieuw de weg
naar de eenvoud en de bescheidenheid.
En die leidt ons naar het Kind
dat ons het ware geluk en de diepe vrede kan schenken.
Dan laten wij onze zelfgenoegzaamheid achter
en durven weer in aanbidding neerknielen voor de Liefde,
die wij voor onze ogen zien in het kleine.
Dan durven wij onze handen openen
om te geven... het beste van onszelf, gul en overvloedig.

Mensen, waar moeten wij dus het geluk gaan zoeken?
Niet in Jeruzalem,
in de versterkte stad van onze verharde standpunten,
waar wij onszelf zo belangrijk achten.
De ster en de Wijzen wenken ons vandaag om verder te trekken,
voorbij Jeruzalem, naar Bethlehem,
naar het huis van bescheidenheid, waar de Liefde ons verwacht.
Allen hebben wij in ons leven een Jeruzalem,
een domein waar vooral onze hoogmoed overheerst,
waar wij denken dat wij ons sterk moeten tonen,
maar waar ons hart eigenlijk verstard is geraakt.
Maar allemaal hebben wij in ons leven ook ergens een Bethlehem:
ons gezin, onze verantwoordelijkheid
of het engagement dat wij op ons hebben genomen.
Het is de plaats waar wij onszelf heel concreet liefdevol kunnen geven
aan diegenen die op ons rekenen.
Daar moeten wij naartoe!

Alle mensen uit alle volkeren zijn op zoek naar het geluk.
Welnu, voor ieder is het échte geluk uiteindelijk te vinden
in het eigen, persoonlijke Bethlehem,
dat is die kleine plek in ons leven
waar de Liefde ons vandaag verwacht...
en nodig heeft.



Johan Bonny, bisschop van Antwerpen

Onze identiteit en het evangelie

(Homilie op 7 januari 2018 - Gepubliceerd in Kerknet maandag 8 januari 2018 - 13:56)

Het bezoek van de drie wijzen aan de pasgeboren Jezus is een merkwaardig verhaal. Historici weten niet goed wat ervan te denken. Horen deze drie oosterlingen wel thuis in het Evangelie? Hebben zij zich niet van verhaal vergist? Ze brengen in het kerstverhaal van alles binnen - kleren, geschenken, gebaren - wat niet past bij de geboorte van een kind of bij de eenvoud van Maria en Jozef. Hun aanwezigheid contrasteert met de bescheidenheid en de verborgenheid waarin Jezus ter wereld komt. Ze contrasteert ook met de Joodse achtergrond en stamboom van Jezus. De drie bezoekers bieden het kind geen Joodse geschenken aan, zoals een tekst van de Thora, een zevenarmige kandelaar of een gebedsriem. Nee, ze hebben exotische geschenken mee, geschenken uit hun eigen cultuur: goud, wierook en mirre. Wat kan Jezus als Joodse jongen daarmee aanvangen? Kortom: de drie wijzen lopen door het kerstverhaal als vreemde buitenlanders. Of is dat misschien juist de bedoeling?
De lezer van het Evangelie is van meet af aan gewaarschuwd: Jezus is niet geboren voor één volk alleen, zelfs niet voor het Joodse volk alleen. Hij is geboren en bestemd voor alle volken.
Zijn zending is niet beperkt tot de identiteit van slechts één volk. Het Joodse volk mag Hem wel ontvangen, maar zal Hem ook moeten loslaten.

Geregeld hoor je vandaag vragen om een fellere bescherming en verdediging van onze eigen identiteit. We zullen het in 2018 nog heel vaak horen. Reden genoeg om nu al zorgvuldig over deze vraag na te denken. We voelen ons bedreigd in onze identiteit: in onze taal en cultuur, in onze waarden en normen, in onze gewoonten en rituelen, in onze onuitgesproken overtuigingen en verwachtingen. Bedreigd door wie? Door de globalisering van economie en industrie, door de opmars van het Engels als internationale voertaal, door een groeiend aantal medeburgers van buitenlandse oorsprong, door de aanwezigheid van andere godsdiensten en levensbeschouwingen, door de regelgeving van Europa en andere internationale instellingen,... Het is een wijd verspreide vraag: ‘wat zal er van ons nog overblijven?’ Maar wie zijn die ‘ons’? Welk ‘ons’ voelt zich bedreigd? Dat is de vraag. En ook: voor welk ‘ons’ willen wij opkomen?

Deze vraag houdt het christendom al bezig sinds het begin. Het bezoek van de drie wijzen uit het kerstverhaal is daarvan een illustratie. Hoezo? De drie wijzen komen volgens het verhaal uit het Oosten, uit de richting dus van het oude Babylonië en Perzië. Ze komen niet uit een regio zonder cultuur of identiteit. Wel integendeel. Babylonië en Perzië behoorden al eeuwenlang tot de sterkste politieke en culturele spelers uit de regio. De drie wijzen hadden zich kunnen opsluiten in hun regionale fierheid en thuis blijven. Maar neen: ze trekken naar een landstreek waar zij als trotse oosterlingen al eeuwen op neerkijken, namelijk naar het Joodse binnenland. Ondanks hun overwicht hebben zij de moed of de bescheidenheid om zich in een andere cultuur te wagen, op zoek naar de waarheid.

Wat kenmerkt wijze mensen? Ze weten dat hun identiteit niet samenvalt met de laatste waarheid.
En wij dan? Wij gaan er vlotjes van uit dat het christendom van ‘ons’ is en dat het deel uitmaakt van ‘onze’ identiteit. Dat is niet helemaal onjuist. Maar hoezeer behoren Jezus en het Evangelie wel tot ‘onze’ identiteit? Steeds meer voelen oprechte christenen zich bij ons als vreemdelingen onder hun eigen volksgenoten. Hoeveel moed of bescheidenheid vraagt het vandaag niet om je te bekennen tot Jezus van Nazareth, tot de kerkgemeenschap of tot de zondagse eucharistie? Op Jezus en zijn leerlingen wordt vandaag vooral neergekeken. Dat neerkijken is bijna een stuk van ‘onze’ identiteit geworden. Wie vandaag eerlijk tot Jezus wil naderen, moet ‘onze’ identiteit durven te bevragen, meer dan haar te verheerlijken of te verdedigen.

‘Onze’ identiteit en het Evangelie zijn geen identieke uitdrukkingen. Ze zouden wel eens verder uit elkaar kunnen liggen dan wij denken. De drie wijzen konden daarvan meespreken.
Wat hebben de drie wijzen van hun ontmoeting met Maria, Jozef en het Kind van Bethlehem meegenomen naar Babylonië? Hebben zij later nog gevraagd wat er van Jezus geworden was? Hebben zij flarden van zijn woorden en wonderwerken opgevangen? Hebben zij gehoord van zijn dood en verrijzenis? Hebben zij ooit leerlingen of volgelingen van Jezus ontmoet? We weten het niet. Wat we wel weten is dit: dat heel vlug na de dood en de verrijzenis van Jezus, christelijke gemeenschappen zijn ontstaan buiten het Joodse binnenland, in gebieden met andere talen en culturen. Al snel ontstond een Syrisch of Aramees christendom, een Koptisch christendom, een Grieks christendom, een Latijns christendom. Al deze gebieden hadden een eigen identiteit: een eigen historische, culturele en religieuze identiteit. Wat heeft het jonge christendom adem en ruimte gegeven? Juist de kruisbestuiving tussen het Evangelie en zoveel verschillende identiteiten. Die geschiedenis is niet voorbij. Dat velen zich vandaag bedreigd voelen in hun christelijke identiteit is begrijpelijk. Alleen heeft het geen zin om rond onze christelijke identiteit een fortengordel te bouwen. De Eerste Wereldoorlog heeft afdoende bewezen hoe nutteloos een fortengordel rond Antwerpen wel kan zijn.

Monocultuur kan onze omgang met Jezus en het Evangelie slechts verzwakken en verarmen. Met openheid, uitwisseling en dialoog hebben wij als christenen veel meer te winnen dan te verliezen. En die kans hebben wij, juist hier bij ons. Christenen en gelovigen met een andere achtergrond zijn in groot getal onder ons aanwezig. Wat een kans! Zij kunnen leren van ons en wij van hen. Zoals in de eerste tijd van het christendom.
Goede vrienden, het bezoek van de drie wijzen gaat over vandaag. Anders heeft het geen zin dat verhaal nog te lezen.
Waartoe is de Kerk en waartoe zijn wij geroepen? Om te doen zoals Maria: om Jezus te koesteren als ‘ons’ geliefde kind en om Hem te laten zien aan al wie Hem bezoeken wil.
Misschien werd Jezus daarom niet geboren in de herberg, maar in een stal, want - zo zegt een Vlaams kerstlied - ‘daar sloten noch vensters noch deuren’!



Marc Gallant, monnik van Orval

Overweging 1

Voor de wijzen uit het oosten begint alles met hun geloof in de sterren. Geloven in iets is het eerste niveau van het geloof. Gelovig of ongelovig, ieder mens bevindt zich in die geloofssituatie. Als u deze middag lekker uw soep naar binnen lepelt, dan gelooft u stellig dat er niemand, in een onbewaakt ogenblik, of in een moment van zinsverbijstering, vergif gedaan heeft in uw soep. Gelukkig maar. Wie dat niet meer kan geloven moet dringend naar een psychiatrische instelling. Zelfs wetenschap bedrijven steunt heel en al op het geloof in andermans experimenten. Anders je moet alles vanaf het nulpunt herbeginnen. Geloof je dat het water kookt aan 100°C? Test het zelf maar eens uit met een elektronische thermometer die sneller reageert dan een kwikthermometer, en je al begrijpen dat wetenschap zeer relatief is en enkel maar de dingen vaststelt volgens onze meet- en controlemogelijkheden. Iedereen gelooft, want leven is geloven. Je kunt niet zaaien zonder te geloven dat het zaad ooit iets wordt. De Wijzen uit het oosten geloofden in de betekenis van de sterren. Ze konden er uren naar kijken. Daarom konden zij ook alles achterlaten om op weg te gaan, de aanwijzing van hun ster achterna.

Maar als hun ster verdwijnt, dan moeten zij overschakelen naar een tweede en hoger niveau van het geloof. Er komt een ogenblik dat wij moeten overschakelen van de onpersoonlijke waarden, als muziek, wetenschap, sterrenkunde, enz., naar het niveau van de persoonlijke relaties. Men kan slechts een relatie beleven in de mate dat men gelooft in de personen met wie men omgaat. Is de liefde niet de hoogste persoonlijke relatie ? Er is dan ook geen liefde zonder geloof. Iemand liefhebben is hem of haar zeggen : “Ik geloof in je, ik heb alles voor je over!”.
Als de ster verdwenen is, dan moeten de Wijzen, zo zij hun zoektocht willen doorzetten, persoonlijk contact opnemen, hun weg vragen en overschakelen van de sterrenkunde naar het persoonlijk contact met andere mensen, en dat zijn, in hun geval, vreemden, totaal onbekenden. Ieder persoon betekent een risico : het is een vrij wezen en dus onvoorzienbaar in zijn reacties. Je hebt er geen greep op. Hij kan je op een doolpad sturen als je hem de weg vraagt. De wijzen moesten al die mensen geloven die hen doorstuurden van de ene instantie naar de andere. De hoop op een ontmoeting met die nieuwe koning der Joden moest hen steeds de nodige bezieling geven om telkens opnieuw te vragen, en door te zetten.

Er is een derde niveau in het geloof. Als niemand nog de wijs weet, worden de wijzen verwezen naar het Woord Gods dat geschreven staat bij de profeet. Geloven in Gods Woord is niet evident, soms is het zeer verrassend, vooral als het je doorverwijst naar een onbeduidend dorp. Het evangelie verwittigt ons echter: de tocht naar de godsontmoeting die we willen ondernemen kan ons soms, zoals de Wijzen uit het oosten, te Jeruzalem doen belanden, in een wespennest van onverschilligheid, valsdoenerij en vijandigheid. In deze situatie kan alleen ons geloof ons, niettegenstaande alles, het positieve onderscheiden dat ons toelaat onze tocht verder te zetten. Inderdaad : de Wijzen komen tot hun doel, dank zij hetgeen onverschillige hogepriesters en een vijandige Herodes hen als inlichtingen aanbrengen. Zij vinden èn de ster die de weg wijst, èn het kind.



Overweging 2

Er is iets dat mij treft in dat evangelie: wij zijn zelf zo een beetje in de situatie van die Wijzen uit het oosten. Kijk eens: zij hebben de ster gezien van de pasgeboren koning der Joden, maar zonder nog de ster te zien, moeten zij zich op weg begeven. Het is niet anders voor ons in het geloof: je krijgt een licht, het wijst je ergens naartoe, en daarna zie je niets meer. Je moet niet alleen verder zonder dat licht, je moet zelf ook nog verder op zoek gaan. Dat doen die Wijzen ook. Zij zien geen ster meer, maar ze weten dat het de ster was van het koningskind der Joden. Daarom gaan ze naar de hoofdstad van het land der Joden om er navraag te doen over dat koningskind. Ze gaan op zoek.

Als wij op zoek gaan in het geloof, dan wacht er ons soms een ontgoocheling. Niemand schijnt ons te kunnen helpen. Voor de Wijzen was het de ontgoocheling in Jeruzalem te botsen op de grootste onwetendheid omtrent de geboorte van een koningskind. Hebben zij zich dan vergist? Heeft hun ster hen soms bedrogen? Het gebeurt meer dan eens dat ons alle zekerheid ontvalt als wij ons op weg begeven in het geloof. Men zegt ons : “Ben je niet een beetje gek? Een koningskind? Droom en illusie! Waarin jij nog gelooft!”

Om te weten wat en hoe, moeten wij dan misschien eens naar de bron gaan, moeten wij eens in de Bijbel kijken. Uiteindelijk moet er ook voor de Wijzen in de Bijbel gekeken worden. Dan eerst gaat de ster voor hen uit tot boven de plaats waar zich het Kind bevindt. Merk wel op: het is niet de ster die de weg toont, maar de Bijbel die hen een ster geeft om de weg te wijzen.
Herodes, de hogepriesters en de Schriftgeleerden vernemen zoals de Wijzen wat er in de Bijbel staat, maar voor hen is er geen ster, omdat zij zich niet op weg begeven. In het geloof krijgen wij alleen maar licht als wij ons op weg begeven. God doet alles: Hij geeft het licht, op voorwaarde dat wij, van onze kant, zelf ook alles doen wat wij kunnen en ons op weg begeven. In het geloof komt er maar een weg onder mijn voeten als ik er stappen zet.

Terwijl de schriftgeleerden nog lachen in hun vuistje omdat ze die betweters van vreemdelingen naar dat afgelegen gat van Betlehem hebben kunnen sturen, vinden de Wijzen het Kind, omdat zij het zoeken met liefde en met geloof. Hun geloof wordt uitgedrukt in de geschenken die zij aanbieden: het goud om de koning der Joden te huldigen, de wierook als teken dat zij zijn godheid erkennen en de mirre, die normaal gebruikt wordt voor de begrafenis, om te erkennen dat Jezus werkelijk mens is en sterven zal. Matteüs signeert aldus de actualiteit van zijn evangelie voor zijn tijd, want de eerste ketterij die in het christendom opkomt, die van de doceten, zal beweren dat Jezus een hemels wezen is, maar niet echt een mens en dat hij maar gedaan heeft alsof hij stierf aan het kruis (we vinden daar nog een echo van in de Koran). Ons geloof huldigt Jezus èn met wierook èn met mirre : Jezus is echt God èn echt mens.

De ster bleef stil staan boven de plaats waar het Kind zich bevond. Volgens de joodse legende is elke ster een gaatje in de hemelkoepel waardoor wij iets van het oneindige licht van Jahweh kunnen zien. Het is een venstertje op God. Daarom blijft de ster stilstaan boven het Kind: er is een rechtstreekse relatie tussen dat Kind en God. In het Johannesevangelie wordt die relatie uitgedrukt met de formule dat “Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon” (1, 51). Jezus is de ontmoetingsplaats met God. Jezus is de ster, het lichtvenster op Jahweh. In Hem zijn wij in relatie met God. Jezus is God zichtbaar geworden onder ons. In Hem openbaart zich voor ons Gods gelaat. Daarom vieren wij vandaag niet het feest van drie koningen, maar wel het feest van de Openbaring: Jezus geopenbaard als Koning der naties en Zoon van God.

De Wijzen gaan op zoek naar Jezus met het goud, de wierook en de mirre van het geloof, zij raadplegen de Bijbel en zij vinden Jezus. Herodes ook zoekt naar Jezus, hij ook weet van de bijbel af, maar hij vindt niets. Zonder de liefde en het geloof zal je het kerststalletje leeg vinden, misschien met nog wat mythen en folklore, en je kan je ergeren, net als Herodes.

De Wijzen zijn echter nog niet aan het einde van hun wederwaardigheden. Zij hebben zich geen moeite getroost om op zoek te gaan naar een koningskind ergens in een paleis. Op het einde van hun tocht wacht er hen een laatste verrassing. Zij vinden geen paleis, geen koningskind, maar een «mensenzoon» zoals wij: God die zich kenbaar maakt, klein en arm. Het is niet alleen om Herodes te verschalken dat zij een andere terugweg moeten nemen. Niet meer een weg om hoogstaande relaties aan te knopen, maar een weg naar de armen en de kleinen in wie God zich openbaart.
Daar lag de beslissende ervaring van de Wijzen. Het zal ook de onze zijn, als wij leven in geloof.



Overweging 3

Openbaring betekent: bekendmaking, manifestatie, verschijning. Iets of iemand, reeds onzichtbaar tegenwoordig, wordt zichtbaar, wordt van onbekend kenbaar gemaakt. Zijn wezen toont zich zoals het is, openbaart zijn eigenheid, deelt zijn wezen mee en laat ons er binnen.

God openbaart zich, maar opdat wij onze ogen aan Hem niet zouden verbranden, gaat God onopgemerkt voorbij, en openbaart Hij zich in de kleinheid van een mens. Opdat de mens de ervaring van God zou kunnen opdoen, waagt God zich aan de ervaring van het menszijn. Maar als God het initiatief neemt om heel de weg af te leggen om tot de mens te komen, dan moet de mens zelf ook heel de weg gaan tot God. Dat is zowat het evangelie dat we vandaag te horen krijgen.

Elk evangelie begint met een openbaring. De evangelist legt daarmee vanaf het begin een watermerk in zijn verhaal over de mens Jezus: als je zijn verhaal tegen het licht houdt, dan zie je er de verrezen Jezus doorheen het hele evangelie meespelen.
Voor Lucas maakt Christus zich aan de wereld kenbaar met de openbaring aan de herders bij zijn geboorte.
Marcus begint zijn evangelie met het doopsel van Christus. Jezus wordt er kenbaar gemaakt als de Welbeminde Zoon in wie God zijn welbehagen heeft gesteld.
In het Johannesevangelie heeft de openbaring van Christus plaats op de bruiloft te Kana. Door zijn wonder 'openbaarde Jezus zijn glorie, en zijn leerlingen geloofden in hem'.
In het evangelie dat we hoorden, ten slotte, verhaalt Matteüs de openbaring van Christus aan de niet-joden.
De oude liturgie bundelde deze vier openbaringen: de openbaring aan de herders, die aan de Wijzen uit het oosten, zijn doopsel en de bruiloft te Kana zijn als de verschillende kleuren van het enig witte goddelijke licht als het valt door het prisma van Jezus’ menszijn.

Matteüs richt zijn evangelie tot Joden die christen geworden zijn. Vanaf het begin wijst hij erop dat Jezus niet gekomen is voor alleen Israël. Noch koning Herodes, noch de prominenten van Israël, brachten Jezus hulde bij zijn geboorte. De heidense wijzen zijn wel gekomen. Zij zijn als de vertegenwoordigers van de ganse mensheid die op zoek gaat naar een Heiland. Een licht in de nacht, een ster, wekt in elk mens het diepe gevoel dat er een richting mogelijk is, dat er een dimensie te ontdekken valt, een diepgang waar zijn aspiraties hun vervulling zouden kunnen vinden.
Mensen van alle tijden komen in Jezus ter bestemming in hun zoektocht naar een absolute zin. Daarom kan ieder van ons zich herkennen in de zoektocht van de Wijzen. Wij gingen op zoek naar Christus, omdat er op een bepaald moment in ons leven een licht ontsprongen is. Wie ons vraagt: 'Wat zoekt ge in de nacht? Waar gaat ge naartoe?', beantwoorden wij met de Wijzen: 'Wij hebben zijn ster gezien, en wij komen hem aanbidden'.
Misschien hebben we dat licht maanden, jaren geleden ontvangen, en hebben we sindsdien gestapt zonder het nog te zien. Maar binnen in ons is de klaarte van het geloof levend gebleven, en dat volstaat om het gelaat van Christus te blijven zoeken. Het is ook waar dat zowel Herodessen als priesters ons op weg gezet hebben naar Betlehem. Iets toch is duidelijk geworden: we zullen nooit de weg terug vinden als er niet in de bijbel gekeken wordt. Een eenvoudige blik in de Schriften volstaat om de ster te herontdekken die ons recht naar het doel brengt.

Wat ons het meest heeft getekend, is toch wel de grote vreugde die ons vervulde telkens Christus ons dichterbij kwam. In zijn nabijheid blijft de vreugdester altijd pinkelen. De vreugde is het merkteken van hen die de Heer hebben ontmoet en geprobeerd hebben Hem te schenken wat voor hen het kostbaarste was.
Toch toont Jezus zich onder een erg nederige gedaante. Voor de Wijzen was hij maar een kindje in de armen van zijn moeder. Christus heeft niet de gewoonte zich te tonen in een grote Cadillac. Graag maakt hij zich kenbaar in het contact met geringen, mensen van weinig tel. Of nog bij momenten van ontlediging, in povere situaties. Daarom is Hij zo gevaarlijk. Wees op je hoede!
Je zal van bij Hem weggaan met lege koffers. Je zal Hem alles achterlaten wat je dierbaar was. Je zal zelfs niet meer kunnen terugkeren langs die weg die je nam. Hij zal je er een andere aanwijzen. Een weg die je als bij wonder bij jezelf zal brengen, naar het diepste van jezelf. Dan eerst zul je beseffen dat je, zelfs als je alles gegeven hebt, dan in feite toch alles hebt ontvangen, omdat je bemind bent, uitermate, door Hem die de Liefde zelf is.

Et je zult verder trekken in de nacht van het geloof, op zoek naar een nieuwe ontmoeting. Heel de wereld zal jouw weg geworden zijn. Want voortaan draag je in jezelf Hem die het licht is voor alle mensen.



Overweging 4

Openbaring: Gods vlees geworden Woord openbaart zich in onze menselijke werkelijkheid. Maar, zegt het evangelie ons vandaag, God geeft zijn Woord niet goedkoop. Je graait het zomaar niet uit een mandje. Je ontvangt het in de densiteit van je bestaan. Het kan je overvallen, maar dan zal je zelf nog op weg moeten gaan om het te vinden. Dat is de ervaring geweest van de Wijzen uit het oosten.
Voor hen is alles begonnen toen zij een ster gezien hadden. Die ster heeft voor hen een weg doen oplichten. In één wenk was alles klaar geworden. Het geloof was als evident. De implicaties ervan herleidden zich tot een grote eenvoud. Het volstond van op weg te gaan.
Voor ons is dat ook niet anders. God spreekt ons door het leven, maar de densiteit ervan belet ons soms er onmiddellijk de zin van te zien. Zoals de Wijzen turen ook wij in de nacht van de zinzoekers, want het is juist als we op weg gaan dat de ster verdwijnt.

Die ster is wel verdwenen en toch blijft ze ons bij. Ze zegt ons dat God Liefde is. Dat Hij ons wil als vrije wezens, in staat ongedwongen zijn liefde te beantwoorden, en er de prijs voor te betalen. Dat Hij op oneindige wijze met ons wil zijn, en ons leven wil delen. De echte liefde verdraagt immers geen ongelijkheid. Zij overbrugt ze.
Die ervaring is als een dynamisme dat ons op weg zet naar God en ons leven een nieuwe richting geeft. Onze levende krachten bundelen zich, daadkrachtig. Een verinnerlijking van hart en geest brengt ons tot een grotere eenheid van leven. Wij kunnen op weg gaan, en een veelvoud van dingen achterwege laten die echt niet noodzakelijk zijn om te leven …

En zo laten de Wijzen alles achter om te bieden op het volgen van de ster. Hun project investeert gans hun leven. Een dergelijke reactie zien wij ook bij Paulus nadat het licht hem op de weg naar Damascus omstraalde. Om zijn zending op te volgen ontdoet hij zich van alle andere zorg.
Dat Herodes berekent dat de Wijzen twee jaar gedaan hebben over hun zoektocht, wijst op het keihard vertrouwen dat hen op weg deed blijven. De ster was intussen verdwenen. Dat is voor ons ook zo : na de oorspronkelijke lichtinval moeten we teren op ons vertrouwen in geloof. Niets anders kan ons ontdoen van de angst het verkeerde pad te zijn gegaan.

Het is nu een beetje alsof we van de zichtbare naar de onzichtbare wereld zijn overgestapt om er onze kracht te halen. We moeten doorheen de woestijn van het geloof. De verblindende ervaring van Gods aanwezigheid heeft zich herleid tot een ongrijpbaar gevoel van tegenwoordigheid, een nabijheid van God in de ziel waar je geen greep op hebt. Alleen de liefde laat toe op weg te blijven.

Er komt echter een moment waarop we ons zoeken kenbaar zullen moeten maken. Dat kan nogal ophef maken: voor de Wijzen is het heel Jeruzalem die zij opschrikken, Herodes op kop. Gans hun tocht schijnt nu faliekant af te lopen, als er niemand, zelfs te Jeruzalem, iets schijnt te weten over dat koningskind dat ze zoeken. God vinden bestaat er echter in, Hem zonder ophouden te zoeken. In dit zoeken beginnen we op de eerste plaats begrijpen dat God onbegrijpbaar is. We kunnen niet grijpen naar God, noch Hem begrijpen: Hij geeft zichzelf vrijwillig, gratis, wanneer Hij het wil. God vinden, Hem kennen is nooit een bezit. Integendeel, Hem kennen ontrukt ons aan onszelf. Onze liefde tot God ontrukt ons ons hart om het in Hem te werpen.

In deze duistere kennis wordt de ster teruggegeven aan de Wijzen. Duistere kennis, want ze wordt hen aangereikt, op last van een koning die Jezus wil doden, door hogepriesters en Schriftgeleerden die van hem niets zullen willen weten. De kennis van God is een roos omringd door doornen. Nogmaals, wij kunnen ze niet nemen, wij moeten ze ontvangen als een geschenk, als een ster die we niet op zak kunnen steken. En die ons altijd vooraf gaat.

Er zijn ook momenten waarop de ster stil blijft staan opdat wij van dichterbij Gods liefde kunnen aanschouwen die ons in Jezus is geopenbaard. Een openbaring! Zoals voor de Wijzen toont Christus zich ons dan als een hulpeloos kind dat alles van ons wenst te ontvangen. En niet alleen de wierook van onze aanbidding, maar ook het goud dat zijn broeders en zusters in hun armoede nodig hebben, en de mirre, deze etherische olie met haar kalmerende werking op het lichaam en de ziel van zijn lijdende ledematen.

Precies daarom ook zullen de Wijzen langs een andere weg terug moeten naar hun gewone leven om daar in de realiteit van elke dag met Jezus te leven. Een nieuwe weg opent zich voor hen: de weg van de actieve liefde die aan de anderen geeft echt zichzelf te zijn, bemind door God omdat zij het zijn. Het perspectief heeft een ander uitzicht gekregen: in plaats van tastend de Heer te zoeken, komt het er nu op aan Hem te onthalen die naar ons toe komt.
Daar zullen we Jezus vinden ontdaan van onze dromen, Jezus die zich openbaart in onze broeders en zusters.



Overweging (2016)

Matteüs richt zich tot een gemeenschap van bekeerde Joden aan wie hij openheid wil meegeven voor het universele aspect van Jezus’ boodschap. Zo begint en eindigt hij zijn evangelie met een universalistische wenk. Bij aanvang wijst hij erop dat niet-joodse wijzen als eersten hulde komen brengen aan de Messias. Tevens beëindigt hij zijn evangelie met de universele zending die Jezus aan zijn Kerk toevertrouwt: “Ga, en maak alle volkeren tot leerling” (Matteüs 28, 19).
De verhalen die hij brengt interesseren Matteüs niet als dusdanig. Voor hem telt de betekenis die hij met de verhalen in het licht wil stellen. Zo wordt het feit van de wonderbare ontvangenis van Jezus toegelicht door de dialoog van Jozef met de engel (Mt 1, 18-24). Nu geeft hij de ware betekenis aan van Jezus’ geboorte door de ontmoeting te vertellen van heidense wijzen met Herodes, de officiële koning van de Joden. Hun tegenstrijdige houding tegenover het kind Jezus komt zo aan het licht.

Dat verhaal laat overigens in onze geest een dubbele indruk na.
Enerzijds een indruk van onwerkelijkheid en legende. Onze soms erg zoeterige kerstsfeer riskeert die indruk nog te versterken. Neem daarbij nog het gestileerde karakter van het verhaal dat overigens in de trant ligt van Matteüs, die gewoontegetrouw overbodige details laat vallen.
Voeg daar nog aan toe de mysterieuze figuur van die wijzen en hun vreemde dialoog met Herodes, zonder nog de ster te vergeten en de droom die de wijzen verwittigt (v. 12). We hebben hier klaarblijkelijk een document dat voor kerkelijk onderricht werd bijgewerkt.

Maar van de andere kant heeft dat verhaal niets dat op historisch gebied verdacht overkomt in het kader van het Palestijnse milieu. Denken we aan de legendarische wreedheid van Herodes, die uit argwaan zijn vrouw en zonen liet vermoorden (1). Matteüs haalt die wreedheid op om ons te herinneren aan de moord op de Joodse jongetjes die de Farao eertijds beging (Exodus 1.2), en zo de parallel suggereert tussen Mozes en Jezus. Er zijn weliswaar engelen in het spel, maar de tijd is voorbij dat de historicus bij het minste wonderdetail een gehele verhaal in diskrediet brengt.
De Oudheid was happig op astrologie. Het was normaal te beweren dat een ster de geboorte van grote persoonlijkheden, zoals Alexander de Grote of Caesar, aangekondigd had, en de rabbijnen signaleerden dergelijke fenomenen bij de geboorte van Abraham, Isaak en Mozes (2). In Matteüs’ tijd werd er in de synagogen op het vers “Uit Jacob zal een ster opgaan, uit Israël staat een leider op” (Numeri 24,17) als commentaar gegeven : “Een koning moet opstaan uit het huis van Jacob, een bevrijder en een leider uit het huis van Israël” (3). In deze middens viel Matteüs’ verhaal zeker niet uit de toon: het is in de tijdsgeest en past de gangbare denkwijze toe op Jezus.

Van groter belang voor ons, is het theologische of catechetische speerpunt van dit verhaal met zijn rijke symbolische inhoud. Het schetst vooraf het beeld van de geschiedenis van een Messias, “koning der Joden”, die vreemd genoeg meer aanhang zal vinden bij de heidenen dan bij de Joden, hoewel deze hem nochtans verwachtten. En zo weerspiegelt dit verhaal het “mysterie” van de misstap der Joden waarover Paulus het heeft in zijn brief aan de Romeinen: “Als hun misstap de wereld verrijkt heeft en hun falen voor de heidenen rijkdom betekent, wat mogen wij dan niet verwachten, als zij hun tekort zullen aanvullen !” (Romeinen 11, 12 vv.).

Onder symbolisch oogpunt ook heeft het verhaal een sterke densiteit, en schetst het een theologie van de openbaring. Er zijn immers twee complementaire elementen die toelaten de plaats te weten te komen waar de Messias zich bevindt : de ster en de Schrift.
Er is de ster die instaat voor de tekenen van de tijd, de omstandigheden of eenvoudigweg het toeval van het leven. Zij leidt naar het gebeuren van de Messias, maar heel alleen kan ze haar doel niet bereiken.
Ze moet immers bewaarheid worden door de Schrift. De wijzen gaan niet rechtstreeks naar Bethlehem, ze lopen langs Jeruzalem om. Het woord van de Heer komt uit Jeruzalem (vgl. Jesaja 2,3). Er is de bemiddeling nodig van Israël, niettegenstaande zijn ongeloof, dat altijd toch maar gedeeltelijk is (cf. Romeinen 11, 25).
Het is enkel in de samenstand van de ster, die aan de heidenen is verschenen, met het Woord, bewaard door Israël, dat het mogelijk is de Messias te herkennen. De ster leidt naar de Schrift, en de Schrift maakt de ster weer actief: samen leiden ze naar de plaats waar de Emmanuel, “God met ons”, zich bevindt. Op dat ogenblik kan de ster stil blijven staan, het woord wordt evenement, en wij zijn vervuld van grote vreugde (cf. Matteüs 2, 10).

Zo leren wij dat we altijd naar God moeten luisteren met onze twee oren : een oor dat naar hem luistert in de Bijbel, en een oor dat naar hem luistert in de levensomstandigheden, zelfs al schijnen ze soms onbeduidend of vreemd.
_
(1) Herodes liet zijn echtgenote Mariamne ombrengen (29 v. J.-C.) alsook zijn schoonmoeder Alexandra (de dochter van Hyrcan II, 28 v. J.-C.). Vervolgens nog drie van zijn zonen die hij verdacht hem te willen uitschakelen.
(2) vgl. Strack und Billerbeck, Kommentar zum Neuen Testament aus Talmud und Midrash, T. 1, p. 77-78.
(3) Ibid. p. 76