Loading...
 

Paaswake A - evangelie

Engel


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Matteüs 28, 1-10: De vrouwen bij het graf

Matteüs 28, 1-10 // Marcus 16, 1-7 // Lucas 24, 1-12 // Johannes 20, 1-9



De tekst

Dichter bij de tijd

De sabbat was voorbij.
De eerste dag van een nieuwe week begon.
Maria van Magdala en de andere Maria
gingen kijken naar het graf van Jezus.
Ineens begon de aarde erg te beven,
want een engel van de Heer kwam uit de hemel.
Hij rolde de steen voor het graf weg
en ging erop zitten.
De engel schitterde als de bliksem
en zijn kleren waren wit als sneeuw.
De soldaten bij het graf beefden van angst.
Ze werden lijkbleek.
De engel zei tegen de vrouwen:
‘Jullie moeten niet bang zijn.
Ik weet dat jullie Jezus zoeken
die gestorven is op een kruis.
Hij is niet hier.
Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft.
Kom, kijk naar de plaats waar Hij gelegen heeft.
Ga snel tegen zijn leerlingen zeggen:
“Hij is verrezen.
Kijk, Hij gaat naar Galilea.
Daar zullen jullie Hem zien.”
Dit wilde ik jullie zeggen.’

De vrouwen liepen snel van het graf weg.
Ze waren één en al angst en ook vol vreugde.
Ze liepen snel om dat aan zijn leerlingen te vertellen.
En kijk, Jezus kwam hun tegen.
‘Dag’, zei Hij.
Ze gingen naar Hem toe.
Ze grepen Hem bij de voeten vast
en vielen voor Hem op de knieën.
Toen zei Jezus: ‘Jullie moeten niet bang zijn.
Ga mijn broeders vertellen
dat ze naar Galilea moeten gaan.
Daar zullen ze Mij zien.’



Stilstaan bij een aantal woorden uit de tekst

Na de sabbat
Gezien de sabbat de zevende dag was, gaat het over de achtste dag. De achtste dag is een allusie op de dag van de Messias, waarover de profeten spreken.


De eerste dag
Voor de joden eindigt de week met de sabbat. De eerste dag van de week is dan onze zondag.


__Graf_
Burgers die eigen grond bezaten lieten vaak in de rotsen van hun veld of tuin een grafkamer inrichten, waar zij en hun familieleden na hun dood op een rustbed konden worden bijgezet. Na het bijzetten van een dode, werd de rotsopening door een zware steen afgesloten.
Normaal werden gekruisigden begraven in een massagraf voor misdadigers, tenzij hun lichaam opgevraagd werd door de rechter die het vonnis geveld had. Het lijk moest dan voor zonsondergang begraven worden.
In de middeleeuwen is men begonnen het graf van Jezus af te beelden als een stenen kist. Zo'n graf was meestal voor welgestelde mensen.


Wit
In de bijbel (ook op iconen) is wit de kleur die naar God verwijst, zodat de boodschap van de man in het wit een boodschap van God is. Wit verwijst naar licht.


Galilea
Deze landstreek van Palestina had, toen Jezus leefde, een negatieve bijklank: daar woont het volk dat de wet niet kent, dat is het gebied van de heidenen.
Jezus’ boodschap is niet alleen voor joden, maar ook voor heidenen bestemd.







Bij de tekst

Echt gebeurd?

Wat er precies is gebeurd nadat Jezus' lichaam in het graf werd gelegd, wordt nergens vermeld. Wel komen de verschillende evangelieverhalen hierin overeen dat de leerlingen van Jezus, die dachten dat met zijn dood alles afgelopen was, hem begonnen te zien.
Bovendien is dit een soort verhaal dat niet bedoeld is als het verslag van een gebeuren, maar dat met 'poëtische vrijheid' de betekenis van de verrijzenis van Jezus wil belichten.



Betekenis

De evangelisten willen zeggen dat Jezus een levende werkelijkheid onder de mensen blijft. Als teken daarvan hebben ze het over het lege graf.

De kern wordt gevormd door wat de engel te zeggen heeft: 'Hij is niet hier, Hij is verrezen.'

Voor wie in Jezus gelooft
... breekt er licht door in je duisternis
... wordt de steen die alle hoop vernietigt, weggerold



Vermoedelijke context waarin deze tekst ontstond

Men denkt dat dit verhaal beïnvloed is door het gebruik van de eerste christenen te Jeruzalem om op paasmorgen het graf van Jezus te bezoeken als pelgrims. De evangelisten Matteüs en Marcus zouden dan zinnen overgenomen hebben die de pelgrims te horen kregen bij het bezoek aan dat graf.
Matteüs: 'Komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft.'
Marcus: 'Kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd had.'



Merk op

.
Het valt op dat bij de geboorte van Jezus herders getuige waren en bij zijn verrijzenis vrouwen. Van beide groepen aanvaardde het gerecht de getuigenis niet.

.
Vrouwen blijken aan de bron te staan van de verrijzeniservaring. Dit staat in sterk contrast met de plaats van de vrouw in de kerk. Hoewel de Kerk grotendeels steunt op de belangeloze en vrijwillige inzet van vele vrouwen, wordt hun bijdrage nauwelijks officieel erkend.



Het graf van Jezus

Na een lange ruzie werden zes christelijke Kerken (Grieks-orthodoxen, Rooms-katholieken, de Armeens-Apostolische Kerk, de Syrisch-orthodoxe Kerk van Antiochië, de Koptisch-orthodoxe Kerk en de Ethiopisch-orthodoxe Kerk) het in 2016 eindelijk eens over de renovatie van de Heilig Grafkerk in Jeruzalem.
Helena, de moeder van de Romeinse keizer Constantijn I de Grote, identificeerde het graf in 326 na Christus. Van dan af werd het een bedevaartsoord voor de christenen.
Haar zoon, keizer Constantijn, gaf in de vierde eeuw de opdracht er een kerk op te bouwen. Later werden daar meerdere kerken gebouwd, die verwoest werden door oorlog of brand. De huidige kerk werd in 1149 gebouwd.
Griekse experten zullen het graf dat in heel slechte staat is, en de kapel die daarboven gebouwd werd, onderzoeken en renoveren.

Jeruzalem Graf

‘We hebben de marmeren plaat weggenomen en werden meteen getroffen door de grote hoeveelheid puin die zich daar in de loop der tijden heeft opgehoopt’, zegt archeoloog Fredrik Hiebert. ‘Het duurt nog een hele tijd eer we die tussenlaag van puin onderzocht hebben. Daarna komen we op de eigenlijke rotslaag (de graftombe was uitgehouwen uit een rots van kalksteen) terecht waarop het lichaam van Christus werd gelegd na zijn kruisdood. Die rotslaag die het grafbed vormde, meet zo’n 1,50 meter bij 90 cm.’





Bijbel en kunst

A. HUGHES

De vrouwen bij het graf

Hughes

William Morris Gallery, Walthamstow


Arthur Hughes, een Engelse kunstschilder (1893-96) leunde aan bij de prerafaëlieten, een beweging van kunstenaars die teruggreep naar de eenvoud bij kunstenaars die leefden vóór Rafaël.

Op dit kunstwerk zijn twee vrouwen, twee wachters (die op de grond liggen) en één engel te zien. In zijn manier van schilderen maakt de kunstenaar duidelijk dat een engel niet behoort tot de wereld van de mensen: hij is zelfs geen mens met vleugels op de rug.

Het geschilderde gebeuren vindt buiten plaats voor de ingang van het graf. Eén van de vrouwen draagt een kruikje met welriekende olie. Meestal wordt Maria-Magdalena zo voorgesteld.
Ongeveer in het midden van het werk staat een bloesemende boom (teken van nieuw leven).
Links boven is een duif te zien in een stralenkrans.
Let ook op het spel tussen licht en donker.



HE QI

Hij is verrezen (2001)

Heqi

Dit kunstwerk is van He Qi, een Chinees kunstenaar die in Amerika verblijft.

Twee engelen in het wit spreken twee vrouwen aan. Rond het hoofd van de engelen is een aureool. Hiermee drukt de kunstenaar hun relatie met God uit. Ook de witte kleur van hun kleding doet dat.
De linkse engel heeft de handen gevouwen. De rechtse engel lijkt de vrouwen de weg te wijzen.

De vrouwen zelf zitten er wat onhandig bij. De ene vrouw heeft nog een kruikje vast, dat ze nu niet meer kan gebruiken. Wil de witte kleur van haar bloesje zeggen dat ze oren heeft naar wat de engelen zeggen? De andere vrouw staat nog in de duisternis. Een zachte gloed verraad haar aanwezigheid. Laat zij de boodschap van de engel haar leven nog meer kleuren?





Suggesties

Grote kinderen

EVEN TESTEN

Plaats in de juiste volgorde

. De vrouwen gaan naar de apostelen om te zeggen dat Jezus verrezen is.
. Heel vroeg in de morgen gingen de vrouwen naar het graf kijken.
. Jezus vraagt dat de apostelen naar Galilea gaan.
. Een man in het wit spreekt de vrouwen aan.
. Een engel rolde de steen voor het graf weg.


Correctiesleutel
Heel vroeg in de morgen gingen de vrouwen naar het graf kijken.
Een engel rolde de steen voor het graf weg.
Een man in het wit spreekt de vrouwen aan.
De vrouwen gaan naar de apostelen om te zeggen dat Jezus verrezen is.
Jezus vraagt dat de apostelen naar Galilea gaan.



Duid het goede antwoord aan

Wanneer gingen de vrouwen naar het graf?
O 's Avonds op de eerste dag van de maand
O Op de middag van de eerste dag van de week
O Tegen de avond van de dag waarop Jezus begraven werd
O 's Morgens op de eerste dag van de week (XXX)


Waarom kwamen de vrouwen naar het graf?
O omdat de apostelen zelf niet konden komen
O omdat de apostelen teveel verdriet hadden
O omdat ze het graf wilden zien (XXX)
O omdat de soldaten verboden om Jezus te zien toen Hij gekruisigd was


De vrouwen zagen een engel. Zijn kleed was
O rood als bloed
O zwart als roet
O wit als sneeuw (XXX)
O geel als de zon


Wat zei de engel tegen de vrouwen?
O Wees niet bang! Ik zal jullie geen pijn doen!
O Jullie zoeken Jezus. Hij is verrezen, Hij is hier niet. (XXX)
O Ga naar Betlehem om te zeggen dat u ons gezien hebt.
O Hier is de plaats waar Jezus voor de laatste keer gegeten heeft.





Jongeren

BELEVEN

'De steen was weggerold'

(Geïnspireerd door de bijdrage van pastoor Peter Kastekkere in Kerk en Leven, Federatie Rotselaar, 31 maart 2010, p. 1)

Vertel dat waar mensen begraven worden, het de gewoonte is om er mettertijd een grafsteen op te plaatsen (letterlijk). Maar ook bij leven kan het zijn dat mensen een steen op hun hart dragen (figuurlijk).
Sta met de jongeren stil bij welke 'stenen' op het hart van mensen kunnen liggen. Bijvoorbeeld:

De steen van moedeloosheid
Mensen die zeggen: alles is om zeep! Er is oorlog, geweld, werkloosheid, afbraak van het milieu...
En het wordt er allemaal maar niet beter op!

De steen van verdriet
Mensen hebben een dierbaar iemand verloren en kunnen hun verdriet niet verwerken.
Een relatie stokt...; Men krijgt heel slecht nieuws te verwerken ivm gezondheid...

De steen van 'laat mij gerust'
Ik word toch niet begrepen; ik word niet gewaardeerd, ik word verkeerd begrepen...


Noteer de verschillende 'stenen' die de jongeren aanbrengen.
(Indien de jongeren niet erg taalvaardig zijn kun je ze zelf een aantal soorten 'stenen' opsommen. Zij staan er dan bij stil op welke manier deze stenen iemand 'dood' maken.)

Lees dan het begin van het evangelie op Pasen:
Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena, vroeg in de morgen, bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold.
Laat de jongeren vertellen wat er verder gebeurde. Indien het verhaal niet bekend is, lees het dan zelf verder voor. (Zie: map: 'Bijbel in 1000 seconden')

Blik daarna terug op de verschillende 'stenen' en laat de jongeren zoeken hoe ze die 'stenen' kunnen wegrollen en voor elkaar en anderen nieuw leven mogelijk maken. Wie gelooft in Jezus vindt hiervoor kracht en inspiratie bij zijn verrijzenis.





VERTELLEN

Een spreker uit Moskou

(Bron onbekend)

Ergens in de Sovjet-Unie organiseerde de atheïstische beweging een gespreksavond. Iedereen die verwacht werd te komen was aanwezig.
Er was een spreker uit Moskou gekomen. Die begon over Christus te spreken, over de mythe van Christus, om precies te zijn.
De spreker kon goed vertellen. Iedereen hing aan zijn lippen. Hij schilderde de tijd waarin het geloof in Christus geboren zou zijn. Hij vertelde van een wereld in nood, van volkeren die onderdrukt werden met geweld en slaven die in opstand kwamen tegen hun lot en die werden neergeslagen.
Het was doodstil in die zaal. Iedereen luisterde gespannen. Het was of hij niet vertelde van een wereld van 2000 jaar geleden, maar van hun eigen wereld en van hun eigen leven. Een wereld vol honger naar gerechtigheid, naar bevrijding en verlossing. Hij vertelde daar zo levendig over, dat zij het voor zich zagen en tegelijk was het of hij sprak over hun tijd.
Tegen die achtergrond begon hij over Christus te spreken, over zijn leven, zijn woorden, zijn werken, zijn lijden en sterven. Hij ontleedde die leer en wees erop hoe die een antwoord was op de nood, waarvan hij had gesproken. Maar... dat antwoord van Christus was onuitvoerbaar: je leven geven voor je naaste, je vijanden liefhebben en weldoen aan die je haten. Niet langer vragen: wat zullen we eten en wat zullen we drinken, want die eeuwige vrees van ons dat we tekort zullen komen is de wortel van alle kwaad.
Dat woord was waar, zei de spreker. Maar het was onmogelijk voor de mens om daartoe uit zichzelf te komen.
Terwijl hij dat alles vernietigde in een betoog zo knap dat niemand er een speld tussen kon krijgen, werden er oude dromen in die mensen wakker.
Het was dwaasheid, zei de spreker, om die leer te willen kleineren. Dat zou nooit lukken, dat was een verouderde tactiek waarvan de complete mislukking al gebleken was. Want die leer van Christus was de mooiste droom die de mensheid ooit bezeten had. Maar... ze was niet te realiseren. Daarom werd Christus tweeduizend jaar geleden in Jeruzalem aan het kruis geslagen. Van die Christus die morsdood was hadden de mensen geen redding te verwachten. De idealen die hij gepredikt had vielen wel te realiseren, maar alleen door een systeem dat rekening hield met de menselijke natuur en die de mens dwong tot datgene waartoe hij uit zichzelf nooit komen zou.
Het werd doodstil in de zaal. Die man had voor hen allemaal Christus laten leven, zoals hij voor de meeste nooit geleefd had en daarna had hij hem laten sterven en hen overtuigd van zijn dood.
De voorzitter van de vergadering vroeg of er iemand wat te zeggen had of een vraag wilde stellen, maar er viel niets meer te zeggen of te vragen. De mensen voelden zich vernietigd en verslagen. Ze wilden liefst weggaan en alleen zijn.

Achter in de zaal was iemand opgestaan. Hij kwam langzaam naar voren. Toen hij op het podium stond herkenden ze hem. Het was de voormalige bisschop van die stad, die jarenlang gevangen was geweest, maar wegens zijn hoge oude ouderdom was vrijgelaten. Hij woonde als een vergeten onschadelijke burger aan de rand van de stad. De meeste wisten niet eens dat hij nog leefde. Ze dachten: 'Man, zwijg toch, zwijg! Wat valt er nog te zeggen?' Maar hij keek hen aan met zijn oude ogen en toen zei hij met zijn versleten stem: Christus is opgestaan!
En zij keken hem aan en wachtten wat hij nog meer zou zeggen, maar hij zei niets meer, dat was het hele antwoord.
En toen, toen ging er een rilling door die zaal en opeens stonden ze allemaal op en antwoordden als met één geweldige stem: Hij is waarlijk opgestaan. En ze begonnen de Paashymne te zingen: 'Christus is opgestaan uit de doden...' En ze huilden, maar zongen het verder: Aan wie in de graven waren, bracht hij het leven...





Overwegingen

Paul Kevers

Jezus is verrezen! Maar hoe weten we dat? Zijn daar bewijzen voor?

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2004 nr 7, p. 12)
In de vier evangelies lees je dat enkele vrouwen een paar dagen na Jezus' dood naar zijn graf zijn gegaan. In het graf hebben ze het lichaam van Jezus niet gevonden.

Is dat dan een 'bewijs' dat Jezus verrezen is?
Nee, natuurlijk niet. Trouwens, het eerste wat de vrouwen denken, is dat iemand het lijk is komen weghalen. Dat staat letterlijk zo in het evangelie van Johannes. Maar dan treden twee engelen naar voren: 'Je moet de levende niet zoeken bij de doden. Denk liever terug aan wat Jezus zelf heeft gezegd en gedaan.' Dat gaan de vrouwen vertellen aan de andere leerlingen...

''Welke betekenis heeft dit verhaal dan voor ons vandaag?
De dood betekende voor Jezus niet het einde. Jezus leeft, op een onvoorstelbaar nieuwe manier, bij God. Daarom vragen de mannen in het wit: 'Waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Je moet niet blijven treuren bij het graf van Jezus.' Bovendien vragen ze: 'Blijf denken aan al wat Jezus gezegd en gedaan heeft. Een 'sluitend' bewijs van Jezus' verrijzenis is er niet. Maar je zult misschien toch wel ervaren dat Jezus leeft, dat Hij je aanspreekt en kracht geeft om te leven zoals Hij het ons heeft voorgedaan.'



Frans Mistiaen sj

De verrezen heer Jezus leeft in ons!

De vrouwen konden het blijkbaar niet nalaten
toch weer naar het graf te gaan... om bij de dode te zijn.
Het is toch wel vreemd hoe ook wij soms de neiging hebben
naar de dood toe te trekken,
in onze herinneringen steeds terug te keren
naar die dode punten in ons leven,
waarvan wij eigenlijk wel weten dat ze toch geen toekomst hebben:
een letsel opgelopen in onze jeugd,
een blijvende pijn omwille van de afwezigheid van een dierbare,
een mislukking in relatie of werk,
ergens een domein waar wij zijn vastlopen,
of het machtsmisbruik en de eigenliefde van onze Kerk,
die te lang doof bleef voor de slachtoffers van seksueel geweld.
Op die ontgoochelingen keren wij in gedachten regelmatig terug
en wij blijven er maar over piekeren.
Maar dat kunnen dan eeltige plekken worden op ons hart
die geen leven of liefde meer doorlaten of doorgeven.
Onze zwakheden lokken ons regelmatig
naar herinneringen waar wij eigenlijk vastlopen en innerlijk dood gaan.
Het is toch wel vreemd dat mensen zo naar de dood worden gezogen.
Zo moeilijk te begrijpen!

Met Pasen is juist de andere beweging op gang gekomen.
Onze God zet ons op de andere weg.
Wij hebben het vanavond weer gehoord en gevierd.
Hij stuurt ons altijd maar opnieuw de andere kant op,
weg van de dood, voorbij de dood, naar het leven.

God doet dat met behulp van één of andere ‘engel’
die een troostwoord brengt in Zijn Naam.
Hebben wij niet allen reeds zo'n engel ontmoet in ons leven?
dwz. één of andere heel gewone mens,
maar die, door een eenvoudig gebaar van goedheid,
wat warmte bracht in de kilte van onze nacht.
Een vriend of vriendin
wiens woord van troost of teken van tederheid
een stuk dood uit ons hart wist weg te rollen,
zoals die stralende engel die de grafsteen wegrolde
en erop ging zitten, ten teken van overwinning op de dood.

Eigenlijk brengt zo iemand aan ons op zijn of haar manier
steeds opnieuw de verrijzenisboodschap van godswege:
"Wees niet bevreesd!
De levende Jezus is niet hier.
Ga naar Galilea, daar zult gij Hem zien en het echte leven vinden!
Zoek het toch niet bij de dood.
Blijf toch niet stilstaan bij die dode mislukkingen in je leven,
bij die eeltige plekken van je hart,
waar je geen liefde meer doorlaat.
Ook voor jou is er een nieuwe liefde mogelijk,
een belangeloze liefde, en die is sterker dan de dood.
Zoek de plaatsen op waar die liefde mogelijk is.
Daar is het echte leven!"

Wij worden dus weggestuurd van het graf,
weg van alles wat de dood brengt... naar Galilea,
voor ons wil dat zeggen, naar de plaats waar voor ons
een nieuwe liefde, echt leven kan geboren worden.
Wij durven slechts aarzelend geloven dat zoiets nog mogelijk is,
zoals de vrouwen: "Zij gingen weg met grote vreugde en met vrees".

Er is nog een persoonlijke ontmoeting met de verrezen Jezus Zelf nodig.
Voor de vrouwen gebeurde die onderweg.
Voor ons gebeurt die in de stilte
van een gebedsmoment of van een Eucharistie,
of op een halte langs onze drukke levensweg,
waar wij de levende Heer Jezus ontmoeten.
Daar noemt Jezus Zijn leerlingen "Mijn broeders".
"Ga aan Mijn broeders zeggen dat zij Mij in Galilea zullen zien!"
Jezus’ vrienden, die bijna allen waren weggevlucht
op het moment van het verraad,
- zoals wij waarschijnlijk trouwens ook zouden hebben gedaan -
worden door de Heer opnieuw "Mijn broeders" genoemd,
als om te zeggen:
"In Galilea zult gij Mij terugzien
omdat gij daar broers en zussen wordt van Mij en van elkaar.
Ik zal levend onder u zijn waar gij samenkomt in Mijn Liefde."

Dat is onze opdracht van vanavond:
door kleine woorden en gebaren
boodschappers worden van de hoop, tegen alle doodservaringen in,
dat er voor elke mens nieuw leven mogelijk is
en dat de verrezen Liefde ons uitnodigt
broers en zussen te worden van elkaar,
rond Hem, de Heer van het echte Leven, de Verrezene in ons midden.



Marc Gallant, trappist (Orval)

God overwint de dood (2014)

De dood en de verrijzenis van Jezus zijn de twee facetten van Gods voorbijkomen onder ons in Jezus. Door het aanvaarden van de dood is Jezus nedergedaald tot het diepste van onze menselijke conditie. Door de verrijzenis heeft God Jezus in zijn menszijn, opgenomen tot zich. Matteüs onderlijnt die beweging van doorstroming en eenheid tussen de dood en de verrijzenis van Jezus.

Dezelfde vrouwen die naar het graf komen, en getuigen worden van de verrezen Jezus, waren tegenwoordig bij het kruis (Matteüs 27, 56) en bij de graflegging (Matteüs 27, 61). Matteüs vermeldt een aardbeving bij de verrijzenis (Matteüs 28, 2) zoals bij de dood van Jezus (Matteüs 27, 51). In de apocalyptische taal is aardbeving het gangbaar teken van een goddelijke tussenkomst die de gewone loop van zaken overhoop haalt. Voor zijn gemeenschap van Joodse origine, vermeldt Matteüs daarbij nog de tegenwoordigheid van Joodse wachters (Matteüs 28, 4). Zij moeten een dode bewaken, maar worden getuigen van zijn verrijzenis. Zo spant de ‘dood-verrijzenis’ van Jezus zich tussen twee polen: de wachters die het teken zijn van het ongeloof van de Joden, en de vrouwen, het teken van het geloof van het nieuwe godsvolk.

Hadden de apostelen een verrijzenisverhaal moeten uitvinden, dan zouden zij er, in hun culturele context, zeker geen “vrouwenhistorie” van gemaakt hebben. Wanneer Paulus de inhoud van de verrijzenis moet uitleggen aan de sceptische Korintiërs, dan vermijdt hij zorgvuldig de verschijningen aan de vrouwen te vermelden om alleen te refereren naar de apostelen: “Hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is Hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. Pas op het laatst is Hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was“ (1 Korintiërs 15, 5-8). De verschijning aan de vrouwen bij het graf, die op verschillende manieren verhaald wordt, is echter in de eerste christen gemeenschap geattesteerd als een feit. De apostelen zijn gevlucht of hebben verloochend. De vrouwen zijn trouw gebleven tot aan het kruis. Hun komt het toe de Blijde Boodschap van de verrijzenis te verkondigen aan de apostelen.

Niet de ontdekking van het lege graf is het beslissende element in het evangelieverhaal van vandaag. Het getuigenis van de engel en de zending die Hij de vrouwen toevertrouwt staan er centraal. Deze moeten onverwijld de goede boodschap van de verrijzenis aan de leerlingen brengen (Matteüs 28, 6-7). Deze zending veroorzaakt overigens bij hen eerst toch veel angst bij de grote vreugde van de blijde boodschap (Matteüs 28, 8). Welk onthaal staat hun met die ongehoorde zending te wachten? Wat ze te melden hebben is een boodschap die beroep doet op geloof. Enkel wie gelooft kan de ware betekenis vatten van het lege graf. Dat geloof herhaalt de eerste christen gemeenschap overal met de woorden van de engel: “Jezus, de gekruisigde, is verrezen” (Matteüs 28, 5-6). De vrouwen, en wij na hen, worden niet gesterkt in dat geloof door het lege graf, maar door de persoonlijke ontmoeting met Christus. Matteüs heeft die ontmoeting van de verrezen Jezus met de vrouwen die van het lege graf komen opgetekend (Matteüs 28, 9-10). Bij deze ontmoeting raakten de vrouwen Jezus aan, en Hij sprak hun toe. Ons geloof is direct contact met Christus, zijn woord wordt hoorbaar als we geloven.

Met de verrijzenis verkondigt de eerste christen generatie de overwinning van God op de dood. De verschillende verhalen nemen de verdwijning van Jezus’ lichaam als evident. Zonder dit verdwijnen was de verrijzenis ondenkbaar in de Bijbelse mentaliteit van toen. De betekenis ervan is duidelijk: het is verkeerd de gekruisigde te zoeken in een graf. Hij is niet daar, hij is verrezen: Hij behoort niet tot de wereld van de dood.
Om de verrijzenis van de lichamen aan de Korintiërs uit te leggen komt Paulus niet met het feit van het lege graf. De verrijzenis is niet het terug opnemen van het vorige lichaam. De verrijzenis is een omvorming. Door mijn lichaam ben ik dit welbepaald persoonlijk wezen en niet iemand anders. Bij mijn dood word ik niet opgelost in het ‘grote Al’ of het ‘grote Niets’: ik blijf mijzelf, met mijn lichaam. Ik blijf met mijn lichaam dat persoonlijk wezen dat God, in zijn liefde, heeft gewild dat ik zou zijn. God zal me niet laten vallen in het niets: Hij bemint mij voorgoed. Maar mijn lichaam zal omgevormd worden. Van aards, stoffelijk en sterfelijk, zal het hemels worden, geestelijk en onsterfelijk (1 Korintiërs 15, 35-53). In die zin is onze dood onze verrijzenis.

De stilte van God op het kruis betekent niet dat Hij de gekruisigde in de steek laat, of medeplichtig is met de beulen. God was met Jezus. Door zijn dood verrijst Jezus in Gods armen. De verrijzenis bewijst dat God werkelijk met de gekruisigde was, niet door op te treden tegen zijn beulen, maar door Hem, en de mensheid in Hem, de uiteindelijke overwinning op de dood te verzekeren. De liefde van God toont zich het hoogst in zijn macht het kwaad te kunnen vernietigen zonder hen die het kwaad aanrichten te verdelgen. Jezus’ verrijzenis betekent dat God Hem met zijn lichaam opneemt als zijn welbeminde Zoon. In de verrezen Jezus wordt het menszijn in het leven van God binnengebracht. Wij worden er verwacht op onze beurt.

De vrouwen hadden geweend bij het kruis. Zoals wij hebben zij zich afgevraagd hoe God het lijden van een onschuldige kan toelaten. Van een onschuldige dan nog, die geleefd heeft om te verkondigen dat God Liefde is. Voor hen, zoals voor ons, komt de verrijzenis een nieuw licht werpen op de dood van Jezus. Jezus is gestorven in vertrouwen op de Vader, en de Vader heeft Hem onthaald met zijn menszijn in zijn onmetelijk leven. De dood van Jezus is een “dood-verrijzenis” geweest. Hij is niet gestorven in de leegte van het niets, maar in de volle communie met God. De Vader heeft hem niet gered van de dood, maar in de dood.
Het is in onze dood dat wij tot verrijzenis komen. Jezus heeft er ons de weg toe geopend. Uit onszelf hebben wij geen toegang tot God. De mensheid van Jezus die in de godheid is opgenomen opent er de toegang voor de hele mensheid. Verrezen, brengt Jezus ons binnen bij God.



Op weg gaan (2017)

“Als Christus niet is opgestaan, dan is ons geloof ijdel”, zegt Paulus (1 Korintiërs 15, 14). Als Jezus niet verrezen is, dan is hij voorgoed dood. In Hem ons vertrouwen stellen is dan ook zinloos. Maar de vraag stuit terug. Als Christus verrezen is, wat verandert dat in mijn leven? Als het niets verandert aan mijn leven, dan is Jezus’ opstanding toch voor mij van geen belang. Wat was de reactie van de eerste personen die de opstanding hebben ervaren?

De eerste christenen van Jeruzalem gingen op bedevaart naar een leeg graf dat ze als dat van de Heer beschouwden, en ze hebben de namen onthouden van de vrouwen die het lege graf hebben ontdekt. Voor deze vrouwen veranderde de opstanding van Jezus heel hun leven. Ze moesten een radicale rechtsomkeer maken. Ze kwamen een geliefde vriend bewenen die wreed ter dood werd gebracht, maar de engel zei: "Snel, gaat zijn leerlingen zeggen: “Hij is verrezen” (Matteüs 28, 7). De engel drong er bij de vrouwen aan om snel te handelen: en zie, ze liepen, “vol vreugde” (v.8). Ze liepen en ze waren vol vreugde zoals de magiërs die de ster terugvinden (Matteüs 2, 10), of zoals wie die de schat ontdekt (Matteüs 13, 44). En ze liepen: ze stonden te popelen om de vreugde die hen vervulde mee te delen. De opstanding van Jezus is de zekerheid van de overwinning op de dood, de verzekering van hun eigen opstanding. Ze liepen, ze konden niet wachten om hun vreugde uit te dragen. Dat we bij onze dood niet in het niets zullen vallen, is een goed nieuws dat we niet voor ons kunnen houden: we moeten het kwijt overal rondom ons!

Maar let op, neem een stap terug. Het lege graf is geen “bewijs” van de opstanding. Matteüs wijst erop door te herinneren aan de kwaadaardige thesis dat het lijk gestolen zou geweest zijn (Matteüs 28, 11-15). Laten we meteen een misverstand over de opstanding opruimen. Jezus’ verrijzenis betekent Gods overwinning op de krachten van de dood, en niet de reanimatie van een lichaam, zoals de reanimatie van Lazarus (Johannes 11, 43-44). De evangelist symboliseert deze beslissende overwinning over de dood, door de afdaling van de engel die de steen van het graf wegrolt, en hem immobiliseert door erop te gaan zitten (v. 2): de dood kan zijn prooi niet meer bewaren, hij is definitief overwonnen! Maar dit symbool stelt niet de opstanding van Jezus voor, een feit dat ontsnapt aan alle waarneembare voorstelling.

Aan de Korintiërs die zich afvroegen wat de verrijzenis is, heeft Paulus het duidelijk uitgelegd. De opstanding is een transformatie. Bij zijn dood, gaat de mens over van zichtbare aardse wereld naar de onzichtbare wereld van God, “van psychisch wordt hij spiritueel” (1 Korintiërs 15, 35-48). Daarom zegt Johannes dat Jezus’ dood zijn verrijzenis is: geheven op het kruis is hij verheven ten hemel (Wanneer ik van de aarde verheven ben, zal ik allen tot mij trekken. Johannes 12, 32). Daarom moeten de vrouwen vertrouwen schenken aan wat de engel zegt, want Jezus, die zien ze niet. Het is pas wanneer zij de toevertrouwde zending volbrengen, en dat zij snellen om het goede nieuws aan de leerlingen te melden, dat Jezus zich laat zien om te preciseren dat de ontmoeting in Galilea plaats zal vinden (v. 10). Afgewezen door Jeruzalem, zal de christelijke zending zich resoluut wenden tot de heidenen. Het was in het “Galilea der volkeren” (Matteüs 4, 15) dat de leerlingen de oproep van het Koninkrijk hadden gehoord, en het is daar dat ze opnieuw zullen aanknopen met de nieuwe aanwezigheid van Jezus. “Daar, zullen ze Mij zien” (v. 10).

In dit zeer sober tafereel geeft Matteüs een bekende traditie weer die Johannes op zijn manier heeft ontwikkeld (20, 11-18). De scène in de buurt van het graf is als het antwoord van Jezus op het geloof van de vrouwen. Ze hebben tegenover Hem de houding van de ware leerlingen: zij naderen, zij werpen zich ter aarde (v. 9). Zij “nemen zijn voeten vast”, niet om Hem te weerhouden, maar om vast te stellen dat hij echt levend is. Jezus bevestigt hun zending met de woorden: “verkondigt aan mijn broeders …” Matteüs denkt hier aan de vergiffenis geschonken aan de leerlingen die de vlucht genomen hebben, en die Jezus toch “mijn broeders” noemt. Dat ze op weg gaan naar Galilea, waar ze ooit geroepen werden, en de broederlijke band van het vertrouwen en het geloof zal er zich herstellen.

Merk op dat de vrouwen hier de tussenpersonen zijn van Jezus met de leerlingen. Zij hebben niet gevlucht. Zij stonden bij Jezus’ kruis. Zij nemen het risico om naar het graf te komen. Jezus heeft hen tot apostelen van de apostelen ingesteld ...
De geschiedenis is ondankbaar: zij zullen hun statuut verliezen wanneer de Romeinse keizer het christendom tot staatsgodsdienst verklaart, en er de hiërarchie van organiseert volgens Romeinse normen waar vrouwen geen plaats hebben …
Maar de vrouwen gaan op weg: de verrijzenis zal verkondigd worden!
En nog steeds verkondigen zij!