Loading...
 

Paaswake A B C - evangelie

Vroeg In De Morgen

BIJ HET AANBREKEN
VAN DE EERSTE DAG
VAN DE WEEK ...


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Vrouwen bij het graf

Matteüs 28, 1-10, Marcus 16, 1-7, Lucas 24, 1-12

De tekst

Dichter bij de tijd

Op vrijdag sterft Jezus.
Hij wordt begraven in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen.
Zondagmorgen heel vroeg gaan de vrouwen naar het graf.
Ze hebben potten bij met kruiden die ze hebben klaargemaakt
om Jezus te zalven.
Wanneer ze bij het graf komen,
zien ze dat de steen weggerold is.
Ze gaan naar binnen. Maar het lichaam van Jezus is weg.
Ze weten niet wat ze ervan moeten denken.
Opeens staan er twee mannen voor hen in stralend witte kleren.
Ze schrikken en slaan hun ogen neer.
De mannen zeggen: ‘Waarom zoeken jullie de levende bij de doden?
Hij is niet hier, Hij is tot leven gewekt.
Vergeet niet wat Jezus u in Galilea nog heeft gezegd:
De Mensenzoon moet overgeleverd worden,
gekruisigd worden en op de derde dag weer opstaan.’
Dan herinneren ze zich zijn woorden.
Ze keren van het graf terug naar huis
en zeggen aan de elf en aan alle anderen: 'Christus is verrezen.'
'Onzin, Dat kan niet! Vrouwenpraat!' zeggen de apostelen
wanneer ze dat horen en ze geloven hen niet.
Toch snelt Petrus naar het graf.
Wanneer hij er een blik in werpt ziet hij alleen de linnen doeken.
Hij gaat terug naar huis, verbaasd over wat er gebeurd is.



Stilstaan bij ...

Vrouwen
Het valt op dat bij de geboorte van Jezus herders getuige waren en bij zijn verrijzenis vrouwen. Van beide groepen aanvaardde het gerecht de getuigenis niet.


De eerste dag
Voor de joden eindigt de week met de sabbat. De eerste dag van de week is dan onze zondag.


Kruiden
Bij de kruiden die de vrouwen klaarmaakten werd mirre toegevoegd. Mirre komt van een struik die groeit in het zuiden van het Arabisch schiereiland Yemen, Oman) en in Somalië. Het is een soort sap dat stolt in grote tranen en rood wordt als het droog wordt. Mirre werkt tegen ontstekingen, is niet ontvlambaar en geneest littekens.


De derde dag
De joden geloofden dat de ziel drie dagen bij het lichaam bleef en slechts dan definitief afscheid nam.


Galilea
Deze landstreek van Palestina had, toen Jezus leefde, een negatieve bijklank: daar woont het volk dat de wet niet kent.


Twee mannen
Deze twee mannen herinneren aan Mozes en Elia, die samen het Oude Testament vertegenwoordigen.
Bij de joden is een getuigenis pas rechtsgeldig als er twee mannen aanwezig zijn.



Spreken met beelden

De zon is op
Dit is meer dan een tijdsaanduiding.
De duisternis van de oude wereld maakt plaats voor het licht van de nieuwe schepping.
Jezus wordt naar voren geschoven als het nieuwe morgenlicht.


Galilea
= gebied van de heidenen.
Jezus’ boodschap is niet alleen voor joden, maar ook voor heidenen bestemd.


Wit
In de bijbel (ook op iconen) is wit de kleur die naar God verwijst, zodat de boodschap van de man in het wit een boodschap van God is. Wit verwijst naar licht.



Bij de tekst

Betekenis

De evangelisten willen zeggen dat Jezus een levende werkelijkheid onder de mensen blijft. Als teken daarvan hebben ze het over het lege graf.

De kern wordt gevormd door wat de twee mannen / man in het wit / engel te zeggen hebben: 'Hij is niet hier, Hij is tot leven gewekt.' (Dit is doorgaans het geval met een Bijbeltekst waarin een engel aan het woord is.)

Voor wie in Jezus gelooft
... breekt er licht door in je duisternis
... wordt de steen die alle hoop vernietigt, weggerold



Vermoedelijke context waarin deze tekst ontstond

Men denkt dat dit verhaal beïnvloed is door het gebruik van de eerste christenen te Jeruzalem om op paasmorgen het graf van Jezus te bezoeken als pelgrims. De evangelisten Matteüs en Marcus zouden dan zinnen overgenomen hebben die de pelgrims te horen kregen bij het bezoek aan dat graf.
Matteüs: 'Komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft.'
Marcus: 'Kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd had.'



Merk op

.
Over Jezus' verrijzenis wordt niet gesproken als over het opstaan uit een graf, maar wel over de 'opstanding uit de doden'.

.
Vrouwen blijken aan de bron te staan van de verrijzeniservaring. Dit staat in sterk contrast met de plaats van de vrouw in de kerk. Hoewel de Kerk grotendeels steunt op de belangeloze en vrijwillige inzet van vele vrouwen, wordt hun bijdrage nauwelijks officieel erkend.





Bijbel en kunst

A. HUGHES

De vrouwen bij het graf
De Engelse kunstschilder Arthur Hughes (1893-96) leunde aan bij de prerafaëlieten, een beweging van kunstenaars die teruggreep naar de eenvoud bij kunstenaars die leefden vóór Rafaël.

Hughes

William Morris Gallery, Walthamstow

Op dit werk zijn twee vrouwen, twee wachters (die op de grond liggen) en één engel te zien (De schilder heeft zich dus niet laten inspireren door de tekst van Lucas, die het over twee engelen heeft – C-jaar). In zijn manier van schilderen maakt de kunstenaar duidelijk dat een engel niet behoort tot de wereld van de mensen: hij is zelfs geen mens met vleugels op de rug.

Het geschilderde gebeuren vindt buiten plaats voor de ingang van het graf (vgl Matteüs – A-jaar).
Eén van de vrouwen draagt een kruikje met welriekende olie. Meestal wordt Maria-Magdalena zo voorgesteld.
Ongeveer in het midden van het werk staat een boom vol bloesems (teken van nieuw leven).
Links boven is een duif te zien in een stralenkrans.
Let ook op het spel tussen licht en donker.



HE QI

Hij is verrezen
Heqi
Dit kunstwerk is van He Qi, een Chinees kunstenaar die in Amerika verblijft.

Twee engelen in het wit spreken twee vrouwen aan. Rond het hoofd van de engelen is een aureool. Hiermee drukt de kunstenaar hun relatie met God uit. Ook de witte kleur van hun kleding doet dat.
De linkse engel heeft de handen gevouwen. De rechtse engel lijkt de vrouwen de weg te wijzen.

De vrouwen zelf zitten er wat onhandig bij. De ene vrouw heeft nog een kruikje vast, dat ze nu niet meer kan gebruiken.
- Wil de witte kleur van haar bloesje zeggen dat ze oren heeft naar wat de engelen zeggen?
De andere vrouw staat nog in de duisternis. Een zachte gloed verraadt haar aanwezigheid.
- Laat zij de boodschap van de engel haar leven nog meer kleuren?



Leo MERCKX

De getuigen
Merckx



Suggestie

Lees het evangelie dat bij dit kunstwerk hoort: Marcus 16, 1-8.
Bekijk dan het kunstwerk.

Stel je in gedachten de weg voor die de vrouwen bewandelen: van Jeruzalem naar het graf, van het graf terug naar Jeruzalem.
Waar op deze weg zou je die vrouwen tegenkomen:
- in het heengaan?
- in het teruggaan?
- dichtbij het graf?
- dichtbij Jeruzalem?
Zoek een motivatie voor je antwoord in dit schilderij.

Als de vrouwen iets zouden zeggen, wat zouden ze zeggen?
Als de vrouwen zouden zwijgen, waarom zouden ze dat doen?





Suggesties

Grote kinderen

KENNISMAKEN MET DE TEKST UIT DE BIJBEL

Vertellen met illustraties

Materiaal
Illustraties bij de tekst uit de bijbel

Vertel het verhaal met behulp van de illustraties.

Op vrijdag sterft Jezus.
Hij wordt begraven in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen.

(Toon de illustratie van het graf (figuur 5)
- Sta erbij stil dat zo'n graf gesloten werd door er een grote ronde steen voor te rollen.
Gebruik daarvoor de illustratie met de grote ronde steen (figuur 1).)

Zondagmorgen heel vroeg gaan de vrouwen naar het graf.
Ze hebben potten bij met kruiden die ze hebben klaargemaakt.
Die kruiden zullen ze gebruiken om het lichaam van Jezus mee te zalven.
Wanneer ze bij het graf komen,
zien ze dat de steen weggerold is.

(Toon de illustratie van het graf (figuur 5)
Rol de illustratie met de grote ronde steen (figuur 1) weg, zodat de opening van het graf vrijkomt.)

Ze gaan naar binnen, maar het lichaam van Jezus is er niet.
Ze weten niet wat ze ervan moeten denken.

(Toon de illustratie van de vrouwen (figuur 2)
- Hoe kijken de vrouwen? Waarom is dat zo?
- Wat hebben ze in hun handen?)

Opeens staan er twee mannen voor hen in stralend witte kleren.
Daar schrikken ze van.
De mannen zeggen: ‘Waarom zoeken jullie de levende bij de doden?
Hij is niet hier, Hij leeft.
Vergeet niet wat Jezus u nog heeft gezegd:
De Mensenzoon moet gekruisigd worden
en op de derde dag weer opstaan.’

(Toon de illustratie van de mannen in het wit (figuur 3)
- Wat zeggen ze met hun handen?)

Dan herinneren de vrouwen zich de woorden van Jezus.
Ze keren van het graf terug naar huis.

(Toon de illustratie van de vrouwen (figuur 4)
- Hoe kijken de vrouwen nu? Waarom is dat zo?
- Waarom lopen ze?)

Ze vertellen aan de elf apostelen en aan alle anderen: 'Christus is verrezen.'
'Onzin! Dat kan niet! Typisch vrouwenpraat!'' zeggen de apostelen
Ze geloven hen niet.
Toch snelt Petrus naar het graf,
en wanneer hij er een blik in werpt ziet hij alleen de linnen doeken.
Hij gaat terug naar huis, verbaasd over wat hij gezien heeft.





EVEN TESTEN

Plaats in de juiste volgorde

De vrouwen vertellen aan de apostelen wat hen overkomen is.
Heel vroeg in de morgen gingen de vrouwen naar het graf.
Twee mannen in het wit spreken de vrouwen aan.
Petrus loopt naar het graf om te zien of de vrouwen gelijk hebben.
De steen voor het graf was weggerold.


Correctiesleutel
Heel vroeg in de morgen gingen de vrouwen naar het graf.
De steen voor het graf was weggerold.
Twee mannen in het wit spreken de vrouwen aan.
De vrouwen vertellen aan de apostelen wat hen overkomen is.
Petrus loopt naar het graf om te zien of de vrouwen gelijk hebben.



Duid het goede antwoord aan

De vrouwen kwamen naar het graf om rituelen uit te voeren die ze niet konden doen na de dood van Jezus. Waarom was dat?
O omdat de apostelen gevlucht waren.
O omdat de apostelen teveel verdriet hadden
O omdat de sabbat begon en de joden op sabbat niet mogen werken. (XXX)
O omdat de soldaten verboden om dicht bij de gekruisigden te komen.


Toen ze bij het graf kwamen vroegen de vrouwen zich af:
O Is het wel zeker dat Jezus hier begraven ligt?
O Waren wij niet wat vroeger moeten komen?
O Hebben wij genoeg kruiden bij om Jezus te zalven?
O Wie zal de grote steen voor het graf wegduwen? (XXX)


Hebben de vrouwen wel alles goed onthouden wat de engel gezegd heeft (bij Lucas: wat de twee engelen gezegd hebben)? Was dat:
O Wees niet bang! Wij zullen u geen pijn doen!
O Jullie zoeken Jezus. Hij is verrezen, Hij is hier niet. (XXX)
O Ga naar Betlehem om te zeggen dat u ons gezien hebt.
O Hier is de plaats waar Jezus voor de laatste keer gegeten heeft.


Belangrijk
Voor het goed kunnen beantwoorden van de bovenstaande vragen vertrekt men van de tekst bij Marcus.




Jongeren

BELEVEN

'De steen was weggerold'

(Geïnspireerd door de bijdrage van pastoor Peter Kastekkere in Kerk en Leven, Federatie Rotselaar, 31 maart 2010, p. 1)

Vertel dat waar mensen begraven worden, het de gewoonte is om er mettertijd een grafsteen op te plaatsen (letterlijk). Maar ook bij leven kan het zijn dat mensen een steen op hun hart dragen (figuurlijk).
Sta met de jongeren stil bij welke 'stenen' op het hart van mensen kunnen liggen. Bijvoorbeeld:

De steen van moedeloosheid
Mensen die zeggen: alles is om zeep! Er is oorlog, geweld, werkloosheid, afbraak van het milieu...
En het wordt er allemaal maar niet beter op!

De steen van verdriet
Mensen hebben een dierbaar iemand verloren en kunnen hun verdriet niet verwerken.
Een relatie stokt...; Men krijgt heel slecht nieuws te verwerken ivm gezondheid...

De steen van 'laat mij gerust'
Ik word toch niet begrepen; ik word niet gewaardeerd, ik word verkeerd begrepen...


Noteer de verschillende 'stenen' die de jongeren aanbrengen.
(Indien de jongeren niet erg taalvaardig zijn kun je ze zelf een aantal soorten 'stenen' opsommen. Zij staan er dan bij stil op welke manier deze stenen iemand 'dood' maken.)

Lees dan het begin van het evangelie op Pasen:
Op de eerste dag van de week kwam Maria Magdalena, vroeg in de morgen, bij het graf en zag dat de steen van het graf was weggerold.
Laat de jongeren vertellen wat er verder gebeurde. Indien het verhaal niet bekend is, lees het dan zelf verder voor. (Zie: map: 'Bijbel in 1000 seconden')

Blik daarna terug op de verschillende 'stenen' en laat de jongeren zoeken hoe ze die 'stenen' kunnen wegrollen en voor elkaar en anderen nieuw leven mogelijk maken. Wie gelooft in Jezus vindt hiervoor kracht en inspiratie bij zijn verrijzenis.





VERTELLEN

Een spreker uit Moskou

(Bron onbekend)

Ergens in de Sovjet-Unie organiseerde de atheïstische beweging een gespreksavond. Iedereen die verwacht werd te komen was aanwezig.
Er was een spreker uit Moskou gekomen. Die begon over Christus te spreken, over de mythe van Christus, om precies te zijn.
De spreker kon goed vertellen. Iedereen hing aan zijn lippen. Hij schilderde de tijd waarin het geloof in Christus geboren zou zijn. Hij vertelde van een wereld in nood, van volkeren die onderdrukt werden met geweld en slaven die in opstand kwamen tegen hun lot en die werden neergeslagen.
Het was doodstil in die zaal. Iedereen luisterde gespannen. Het was of hij niet vertelde van een wereld van 2000 jaar geleden, maar van hun eigen wereld en van hun eigen leven. Een wereld vol honger naar gerechtigheid, naar bevrijding en verlossing. Hij vertelde daar zo levendig over, dat zij het voor zich zagen en tegelijk was het of hij sprak over hun tijd.
Tegen die achtergrond begon hij over Christus te spreken, over zijn leven, zijn woorden, zijn werken, zijn lijden en sterven. Hij ontleedde die leer en wees erop hoe die een antwoord was op de nood, waarvan hij had gesproken. Maar... dat antwoord van Christus was onuitvoerbaar: je leven geven voor je naaste, je vijanden liefhebben en weldoen aan die je haten. Niet langer vragen: wat zullen we eten en wat zullen we drinken, want die eeuwige vrees van ons dat we tekort zullen komen is de wortel van alle kwaad.
Dat woord was waar, zei de spreker. Maar het was onmogelijk voor de mens om daartoe uit zichzelf te komen.
Terwijl hij dat alles vernietigde in een betoog zo knap dat niemand er een speld tussen kon krijgen, werden er oude dromen in die mensen wakker.
Het was dwaasheid, zei de spreker, om die leer te willen kleineren. Dat zou nooit lukken, dat was een verouderde tactiek waarvan de complete mislukking al gebleken was. Want die leer van Christus was de mooiste droom die de mensheid ooit bezeten had. Maar... ze was niet te realiseren. Daarom werd Christus tweeduizend jaar geleden in Jeruzalem aan het kruis geslagen. Van die Christus die morsdood was hadden de mensen geen redding te verwachten. De idealen die hij gepredikt had vielen wel te realiseren, maar alleen door een systeem dat rekening hield met de menselijke natuur en die de mens dwong tot datgene waartoe hij uit zichzelf nooit komen zou.
Het werd doodstil in de zaal. Die man had voor hen allemaal Christus laten leven, zoals hij voor de meeste nooit geleefd had en daarna had hij hem laten sterven en hen overtuigd van zijn dood.
De voorzitter van de vergadering vroeg of er iemand wat te zeggen had of een vraag wilde stellen, maar er viel niets meer te zeggen of te vragen. De mensen voelden zich vernietigd en verslagen. Ze wilden liefst weggaan en alleen zijn.

Achter in de zaal was iemand opgestaan. Hij kwam langzaam naar voren. Toen hij op het podium stond herkenden ze hem. Het was de voormalige bisschop van die stad, die jarenlang gevangen was geweest, maar wegens zijn hoge oude ouderdom was vrijgelaten. Hij woonde als een vergeten onschadelijke burger aan de rand van de stad. De meeste wisten niet eens dat hij nog leefde. Ze dachten: 'Man, zwijg toch, zwijg! Wat valt er nog te zeggen?' Maar hij keek hen aan met zijn oude ogen en toen zei hij met zijn versleten stem: Christus is opgestaan!
En zij keken hem aan en wachtten wat hij nog meer zou zeggen, maar hij zei niets meer, dat was het hele antwoord.
En toen, toen ging er een rilling door die zaal en opeens stonden ze allemaal op en antwoordden als met één geweldige stem: Hij is waarlijk opgestaan. En ze begonnen de Paashymne te zingen: 'Christus is opgestaan uit de doden...' En ze huilden, maar zongen het verder: Aan wie in de graven waren, bracht hij het leven...





Overwegingen

Paul Kevers

Jezus is verrezen! Maar hoe weten we dat? Zijn daar bewijzen voor?

(P. KEVERS in Samuel, uitgeverij Averbode, 2004 nr 7, p. 12)

In de vier evangelies lees je dat enkele vrouwen een paar dagen na Jezus' dood naar zijn graf zijn gegaan. In het graf hebben ze het lichaam van Jezus niet gevonden.

Is dat dan een 'bewijs' dat Jezus verrezen is?
Nee, natuurlijk niet. Trouwens, het eerste wat de vrouwen denken, is dat iemand het lijk is komen weghalen. Dat staat letterlijk zo in het evangelie van Johannes. Maar dan treden twee engelen naar voren: 'Je moet de levende niet zoeken bij de doden. Denk liever terug aan wat Jezus zelf heeft gezegd en gedaan.' Dat gaan de vrouwen vertellen aan de andere leerlingen...

''Welke betekenis heeft dit verhaal dan voor ons vandaag?
De dood betekende voor Jezus niet het einde. Jezus leeft, op een onvoorstelbaar nieuwe manier, bij God. Daarom vragen de mannen in het wit: 'Waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Je moet niet blijven treuren bij het graf van Jezus.' Bovendien vragen ze: 'Blijf denken aan al wat Jezus gezegd en gedaan heeft. Een 'sluitend' bewijs van Jezus' verrijzenis is er niet. Maar je zult misschien toch wel ervaren dat Jezus leeft, dat Hij je aanspreekt en kracht geeft om te leven zoals Hij het ons heeft voorgedaan.'



Frans Mistiaen sj

De verrezen heer Jezus leeft in ons!

De vrouwen konden het blijkbaar niet nalaten
toch weer naar het graf te gaan... om bij de dode te zijn.
Het is toch wel vreemd hoe ook wij soms de neiging hebben
naar de dood toe te trekken,
in onze herinneringen steeds terug te keren
naar die dode punten in ons leven,
waarvan wij eigenlijk wel weten dat ze toch geen toekomst hebben:
een letsel opgelopen in onze jeugd,
een blijvende pijn omwille van de afwezigheid van een dierbare,
een mislukking in relatie of werk,
ergens een domein waar wij zijn vastlopen,
of het machtsmisbruik en de eigenliefde van onze Kerk,
die te lang doof bleef voor de slachtoffers van seksueel geweld.
Op die ontgoochelingen keren wij in gedachten regelmatig terug
en wij blijven er maar over piekeren.
Maar dat kunnen dan eeltige plekken worden op ons hart
die geen leven of liefde meer doorlaten of doorgeven.
Onze zwakheden lokken ons regelmatig
naar herinneringen waar wij eigenlijk vastlopen en innerlijk dood gaan.
Het is toch wel vreemd dat mensen zo naar de dood worden gezogen.
Zo moeilijk te begrijpen!
 
Met Pasen is juist de andere beweging op gang gekomen.
Onze God zet ons op de andere weg.
Wij hebben het vanavond weer gehoord en gevierd.
Hij stuurt ons altijd maar opnieuw de andere kant op,
weg van de dood, voorbij de dood, naar het leven.
 
God doet dat met behulp van één of andere ‘engel’
die een troostwoord brengt in Zijn Naam.
Hebben wij niet allen reeds zo'n engel ontmoet in ons leven?
dwz. één of andere heel gewone mens,
maar die, door een eenvoudig gebaar van goedheid,
wat warmte bracht in de kilte van onze nacht.
Een vriend of vriendin
wiens woord van troost of teken van tederheid
een stuk dood uit ons hart wist weg te rollen,
zoals die stralende engel die de grafsteen wegrolde
en erop ging zitten, ten teken van overwinning op de dood.
 
Eigenlijk brengt zo iemand aan ons op zijn of haar manier
steeds opnieuw de verrijzenisboodschap van godswege:
"Wees niet bevreesd!
De levende Jezus is niet hier.
Ga naar Galilea, daar zult gij Hem zien en het echte leven vinden!
Zoek het toch niet bij de dood.
Blijf toch niet stilstaan bij die dode mislukkingen in je leven,
bij die eeltige plekken van je hart,
waar je geen liefde meer doorlaat.
Ook voor jou is er een nieuwe liefde mogelijk,
een belangeloze liefde, en die is sterker dan de dood.
Zoek de plaatsen op waar die liefde mogelijk is.
Daar is het echte leven!"
 
Wij worden dus weggestuurd van het graf,
weg van alles wat de dood  brengt... naar Galilea,
voor ons wil dat zeggen, naar de plaats waar voor ons
een nieuwe liefde, echt leven kan geboren worden.
Wij durven slechts aarzelend geloven dat zoiets nog mogelijk is,
zoals de vrouwen: "Zij gingen weg met grote vreugde en met vrees".
 
Er is nog een persoonlijke ontmoeting met de verrezen Jezus Zelf nodig.
Voor de vrouwen gebeurde die onderweg.
Voor ons gebeurt die in de stilte
van een gebedsmoment of van een Eucharistie,
of op een halte langs onze drukke levensweg,
waar wij de levende Heer Jezus ontmoeten.
Daar noemt Jezus Zijn leerlingen "Mijn broeders".
"Ga aan Mijn broeders zeggen dat zij Mij in Galilea zullen zien!"
Jezus’ vrienden, die bijna allen waren weggevlucht
op het moment van het verraad,
- zoals wij waarschijnlijk trouwens ook zouden hebben gedaan  -
worden door de Heer opnieuw "Mijn broeders" genoemd,
als om te zeggen:
"In Galilea zult gij Mij terugzien
omdat gij daar broers en zussen wordt van Mij en van elkaar.
Ik zal levend onder u zijn waar gij samenkomt in Mijn Liefde."
 
Dat is onze opdracht van vanavond:
door kleine woorden en gebaren
boodschappers worden van de hoop, tegen alle doodservaringen in,
dat er voor elke mens nieuw leven mogelijk is
en dat de verrezen Liefde ons uitnodigt
broers en zussen te worden van elkaar,
rond Hem, de Heer van het echte Leven, de Verrezene in ons midden.



Liefde, sterker dan elke dood (C-jaar)

De vrouwen hadden het blijkbaar niet kunnen laten
toch weer naar dat graf te gaan kijken.
Als gebaar van goed bedoelde piëteit,
wilden zij Jezus' lichaam gaan balsemen, de dode bewaren dus.
In hun droefheid gingen al hun gedachten uit naar de dood.

Het is toch wel vreemd hoe mensen soms geneigd zijn
naar de dood toe te trekken.
Teveel jongeren in onze tijd worden naar de dood gezogen.
Maar ook wij worden gelokt naar wat dood is in ons.
Wij keren in gedachten dikwijls
terug naar de dode punten van ons leven,
nl. dié gebeurtenissen waarvan wij eigenlijk wel weten
dat ze toch geen toekomst hebben:
ergens een domein waar wij zijn vastlopen,
een ervaring van verdriet, onmacht of ontgoocheling,
een letsel opgelopen in de jeugd,
een blijvende pijn omwille van de afwezigheid van een dierbare,
een mislukking in gezin of werk.
Over die dode punten van ons leven blijven wij maar piekeren.
Maar dat zijn juist de eeltige plekken op ons hart
die geen leven, geen liefde meer doorlaten of doorgeven.
Het is toch wel vreemd dat de dood ons soms zo sterk lokt.

Die vrouwen die de drang voelden om weer naar het graf te gaan,
vonden dat de steen van het graf was weggerold.
Er ligt inderdaad een zware steen op de wereld.
De steen van zovele oorlogen en onrechtvaardigheden
drukt zwaar op onze mensengemeenschap.
En er ligt ook een zware steen op ons eigen hart.
De steen van onze onmacht en van onze eigen zwakheid
verlamt vele van onze goede initiatieven en goede bedoelingen.
En elke mens weet dat hij uiteindelijk bedreigd wordt door de dood.
"Wie kan ook die steen voor ons wegrollen?”

Het antwoord krijgen wij in deze Paasnacht:
alleen de liefde heeft zoveel kracht.
Alleen de levende Liefde heeft de kracht
om de zware steen weg te rollen
en al dat dode in ons te overwinnen.
Maar dat is dan wel een liefde zoals Jezus die ons heeft voorgeleefd nl.:
een liefde die zichzelf geeft,
die anderen laat voorgaan en bereid is zichzelf achteruit te stellen,
een belangeloos-dienende liefde dus.
Alleen zo'n liefde zonder eigenbelang is bij machte
al onze doodservaringen te overwinnen
en ons opnieuw op de weg te zetten van het echte leven
te midden de mensengemeenschap.
En die liefde leeft!
De boodschap van de twee engelen van God in stralend kleed
was duidelijk: "Waarom zoekt gij Jezus onder de doden.
Hier is hij niet! Hij is verrezen!
Gij weet toch dat het in Galilea te doen is.
Dáár is Hij levend, verrezen!"
God zendt ons altijd maar opnieuw weg van het graf en de dood.
Hij vraagt ons juist de andere richting te kiezen.
Hij zendt ons naar ons Galilea, naar de plaats
waar de mensen van nu wonen,
opdat wij daar vandaag Jezus’ belangeloos-dienende liefde
levend zouden ervaren, ontmoeten, tonen, doorgeven.

Geloven wij dat echt? Wij aarzelen, wij twijfelen misschien nog,
juist zoals Petrus, verbaasd nadenkend over hetgeen er gebeurd was.
Maar dat is de kern van ons groeiend verrijzenisgeloof:
“De belangeloos-dienende Liefde van Jezus tussen de levenden
is sterker dan elke beperking, elke kwetsuur, elke dood in ons!”

Hebben wij allemaal eigenlijk al
geen verrijzeniservaringen meegemaakt?
Zien ook wij die verrijzenis niet rondom ons al gebeuren?
Het edelmoedig engagement van enkele jongeren,
die een deel van hun vakantie vrijhouden
om enkele gehandicapte kinderen wat vreugde te bezorgen.
Dat is belangeloos-dienende liefde die sterker is dan de dood!
Een vrouw die ervoor kiest met respectvolle tederheid
haar partner te helpen om diens onmacht te overwinnen.
Dat is belangeloos-dienende liefde die sterker is dan de dood!
Een man die ervoor kiest dat moeilijke woordje "sorry!, excuus!"
uit te spreken als eerste stap om een ruzie bij te leggen.
Dat is belangeloos-dienende liefde die sterker is dan de dood!
Verrijzenis is dagelijks reeds aan het gebeuren
overal waar wij kiezen voor de belangeloos-dienende liefde,
die nieuw leven brengt.
Wij worden door God gestuurd, weg van de dood,
naar Galilea, naar de plaats van het volle leven.
Daar, in het volle leven, zullen wij Hem tastbaar ervaren.
Voortaan leeft Jezus namelijk in ons,
overal waar wij Zijn liefde concreet maken,
overal waar wij uitgestotenen werkelijk thuis brengen
in de kring van onze gemeenschap,
overal waar wij ons daadwerkelijk verzetten
tegen de duistere krachten van liefdeloosheid in deze wereld,
overal waar wij een echt woord van hoop spreken,
tot wie hopeloos lijkt.

Mensen, verkondig het dus overal:
Kies voor het leven, ondanks de lokkende dood!
Kies voor de liefde, ondanks de dreigende zelfzucht!
Kies voor de belangeloos-dienende liefde vanuit naar Jezus’ kracht,
die sterker is dan elke dood, in en rondom ons!
Moge Zijn verrezen Liefde in uw hart
tot nieuw leven komen.
De belangeloos-dienende liefde van Jezus
is vandaag werkelijk verrezen!



Marc Galant, monnik te Orval

A-jaar

Overweging (2014)

De dood en de verrijzenis van Jezus zijn de twee facetten van Gods voorbijkomen onder ons in Jezus. Door het aanvaarden van de dood is Jezus nedergedaald tot het diepste van onze menselijke conditie. Door de verrijzenis heeft God Jezus in zijn menszijn, opgenomen tot zich. Matteüs onderlijnt die beweging van doorstroming en eenheid tussen de dood en de verrijzenis van Jezus.

Dezelfde vrouwen die naar het graf komen, en getuigen worden van de verrezen Jezus, waren tegenwoordig bij het kruis (Matteüs 27,56) en bij de graflegging (Matteüs 27,61). Matteüs vermeldt een aardbeving bij de verrijzenis (Matteüs 28,2) zoals bij de dood van Jezus (Matteüs 27,51). In de apocalyptische taal is aardbeving het gangbaar teken van een goddelijke tussenkomst die de gewone loop van zaken overhoop haalt. Voor zijn gemeenschap van Joodse origine, vermeldt Matteüs daarbij nog de tegenwoordigheid van Joodse wachters (Matteüs 28,4). Zij moeten een dode bewaken, maar worden getuigen van zijn verrijzenis. Zo spant de ‘dood-verrijzenis’ van Jezus zich tussen twee polen: de wachters die het teken zijn van het ongeloof van de Joden, en de vrouwen, het teken van het geloof van het nieuwe godsvolk.

Hadden de apostelen een verrijzenisverhaal moeten uitvinden, dan zouden zij er, in hun culturele context, zeker geen “vrouwenhistorie” van gemaakt hebben. Wanneer Paulus de inhoud van de verrijzenis moet uitleggen aan de sceptische Korintiërs, dan vermijdt hij zorgvuldig de verschijningen aan de vrouwen te vermelden om alleen te refereren naar de apostelen: “hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was“ (1 Korintiërs 15, 5-8). De verschijning aan de vrouwen bij het graf, die op verschillende manieren verhaald wordt, is echter in de eerste christen gemeenschap geattesteerd als een feit. De apostelen zijn gevlucht of hebben verloochend. De vrouwen zijn trouw gebleven tot aan het kruis. Hun komt het toe de Blijde Boodschap van de verrijzenis te verkondigen aan de apostelen.

Niet de ontdekking van het lege graf is het beslissende element in het evangelieverhaal van vandaag. Het getuigenis van de engel en de zending die hij de vrouwen toevertrouwt staan er centraal. Deze moeten onverwijld de goede boodschap van de verrijzenis aan de leerlingen brengen (Matteüs 28,6-7). Deze zending veroorzaakt overigens bij haar eerst toch veel angst bij de grote vreugde van de blijde boodschap (Matteüs 28,8). Welk onthaal staat hun met die ongehoorde zending te wachten? Wat ze te melden hebben is een boodschap die beroep doet op het geloof. Enkel wie gelooft kan de ware betekenis vatten van het lege graf. Dat geloof herhaalt de eerste christen gemeenschap overal met de woorden van de engel: “Jezus, de gekruisigde, is verrezen” (Matteüs 28,5-6). De vrouwen, en wij na hen, worden niet gesterkt in dat geloof door het lege graf, maar door de persoonlijke ontmoeting met Christus. Matteüs heeft die ontmoeting van de verrezen Jezus met de vrouwen die van het lege graf komen opgetekend (Matteüs 28,9-10). Bij deze ontmoeting raken de vrouwen Jezus aan, en Hij spreekt hun toe. Ons geloof is direct contact met Christus, zijn woord wordt hoorbaar als we geloven.

Met de verrijzenis verkondigt de eerste christen generatie de overwinning van God op de dood. De verschillende verhalen nemen de verdwijning van Jezus’ lichaam als evident. Zonder dit verdwijnen was de verrijzenis ondenkbaar in de Bijbelse mentaliteit van toen. De betekenis ervan is duidelijk: het is verkeerd de gekruisigde te zoeken in een graf. Hij is niet daar, hij is verrezen: hij behoort niet tot de wereld van de dood.
Om de verrijzenis van de lichamen aan de Korintiërs uit te leggen komt Paulus niet met het feit van het lege graf. De verrijzenis is niet het terug opnemen van het vorige lichaam. De verrijzenis is een omvorming. Door mijn lichaam ben ik dit welbepaald persoonlijk wezen en niet iemand anders. Bij mijn dood word ik niet opgelost in het ‘grote Al’ of het ‘grote Niets’: ik blijf mijzelf, met mijn lichaam. Ik blijf met mijn lichaam dat persoonlijk wezen dat God, in zijn liefde, heeft gewild dat ik zou zijn. God zal me niet laten vallen in het niets: Hij bemint mij voorgoed. Maar mijn lichaam zal omvormd worden. Van aards, stoffelijk en sterfelijk, zal het hemels worden, geestelijk en onsterfelijk (1 Korintiërs 15,35-53). In die zin is onze dood onze verrijzenis.

De stilte van God op het kruis betekent niet dat Hij de gekruisigde in de steek laat, of medeplichtig is met de beulen. God was met Jezus. Door zijn dood verrijst Jezus in Gods armen. De verrijzenis bewijst dat God werkelijk met de gekruisigde was, niet door op te treden tegen zijn beulen, maar door hem, en de mensheid in hem, de uiteindelijke overwinning op de dood te verzekeren. De liefde van God toont zich het hoogst in zijn macht het kwaad te kunnen vernietigen zonder hen die het kwaad aanrichten te verdelgen. Jezus’ verrijzenis betekent dat God hem met zijn lichaam opneemt als zijn welbeminde Zoon. In de verrezen Jezus wordt het menszijn in het leven van God binnengebracht. Wij worden er verwacht op onze beurt.

De vrouwen hadden geweend bij het kruis. Zoals wij hebben zij zich afgevraagd hoe God het lijden van een onschuldige kan toelaten. Van een onschuldige dan nog, die geleefd heeft om te verkondigen dat God Liefde is. Voor haar, zoals voor ons, komt de verrijzenis een nieuw licht werpen op de dood van Jezus. Jezus is gestorven in vertrouwen op de Vader, en de Vader heeft hem onthaald met zijn menszijn in zijn onmetelijk leven. De dood van Jezus is een “dood-verrijzenis” geweest. Hij is niet gestorven in de leegte van het niets, maar in de volle communie met God. De Vader heeft hem niet gered van de dood, maar in de dood.
Het is in onze dood dat wij tot verrijzenis komen. Jezus heeft er ons de weg toe geopend. Uit onszelf hebben wij geen toegang tot God. De mensheid van Jezus die in de godheid is opgenomen opent er de toegang voor de hele mensheid. Verrezen, brengt Jezus ons binnen bij God.



C-jaar

Waarom zoekt ge de Levende onder de doden? (2013)

De engelen zijn verwonderd.
“Waarom zoekt ge de Levende onder de doden?”, vragen zij.
Wel, het is eenvoudig: de vrouwen die naar het graf komen zoeken geen levende, zij zoeken een lijk te balsemen. Ze zijn wanhopig, neergeslagen door een onvoorziene dood. Nog een week geleden hadden zij nog Jezus’ triomfantelijke intocht meegemaakt te Jeruzalem. Met zijn gruwelijke dood is echter alle hoop vergaan. Wie wanhoopt zoekt altijd “een lijk” te balsemen, liefdevol. Wie wanhoopt zit vast in een mislukking of in een pijn uit het verleden. Een mooie droom is voor hem dood, en hij probeert met “balsemen” zo mogelijk niet alles te verliezen. Wie probeert er niet de mooie momenten van het verleden te bestendigen?
De engelen, die de verrijzenis verkondigen, sturen echter de vrouwen voorwaarts. Jezus leeft. Ze benoemen hem als ‘de’ Levende, als iemand die niet anders kan dan leven. Wij zoeken Jezus dikwijls onder de doden. Dat is niet moeilijk: het staat historisch vast dat Jezus de kruisdood gestorven is. We schikken hem dan onder de dingen uit het verleden die geen impact op ons leven hebben. Maar hij is levend. Met hem is er toekomst. De verrijzenis ontdoet ons van wanhoop tegenover de onbestendigheid van het bestaan. En dat verandert gans ons leven. Onze levensvreugde is dan niet meer een even kortademige als hopeloze vlucht voor de dood, maar dankzegging tot God die leven schenkt. God, die ons uit liefde het bestaan geschonken heeft, vertrapt zijn liefde niet: Hij zal ons niet laten vallen in het niets. Hij laat onze levensvreugde openbloeien door ons te laten delen in zijn eigen leven. Hij zal ons leven doen verrijzen. Dat laat ons toe, nu reeds, de positieve kant van de dingen te zien, waar de verrijzenis reeds aan het werk is, en waar de verrezen Christus ons ontmoet.

“Waarom de levende zoeken onder de doden?” Eigenlijk zijn de engelen erover verwonderd dat wij niet inzien dat de liefde sterker is dan de dood. Zeker, de liefde is sterker dan de dood, maar op voorwaarde van ook sterker te zijn dan het leven.

Met een liefde sterker dan het leven, kan men zijn leven geven voor wie men bemint. “Niemand heeft grotere liefde dan wie zijn leven geeft voor zijn vrienden” (Johannes 15,13). Zò sprak Jezus. Zò leefde hij. Zò was zijn liefde. Zijn liefde was sterker dan het leven.
Zijn liefde heeft zich uitgedrukt in een leven ons steeds gegeven.
Zijn Passie en kruisdood tekenen zijn liefde sterker dan het leven.
Zijn Verrijzenis tekent zijn liefde sterker dan de dood.

Jezus stelt de samenhang van zijn leven uit liefde in het licht als hij zegt: “De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef om het weer terug te nemen”(Johannes 10,17). Daarmee vertaalt Jezus in zijn menselijkheid, wat hij als Zoon van de Vader beleeft in het mysterie van de Drieëenheid. In God is de uitwisseling van liefde steeds alles geven, en steeds alles krijgen: niets meer voor zichzelf overhouden. De beweging van totale gave van zichzelf veronderstelt, om zich te kunnen realiseren, de even totale tegenbeweging die in staat is alles te onthalen.

Zo is de hartslag van Gods liefde die Jezus in ons mensenbestaan is komen beleven. Niemand anders dan Hij kon dit. Wij, die enkel mens zijn, die enkel schepsel zijn, kunnen ons niet totaal geven, omdat we niet in onszelf onze bestaansgrond hebben. Alleen Jezus had daar de mogelijkheid toe, omdat in God geven en ontvangen één zijn, omdat zijn liefde evenzeer leven geven is als leven ontvangen.

De engelen zijn dus terecht verwonderd: als bij iemand de liefde sterker is dan het leven, dan moet je die levende niet onder de doden gaan zoeken, want zijn liefde is ook sterker dan de dood. Waar moet je dan zoeken? De engelen stellen ons de goede manier voor om hem te zoeken: “Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was”. We zullen de levende Jezus vinden in de woorden die hij ons heeft meegegeven: dat hij met ons blijft, dat hij zijn leven geeft als gebroken brood. Als hij met ons blijft kan de dood niet meer kunnen spotten met onze liefde: wij die ons onmogelijk totaal zelf kunnen geven, kunnen voortaan leven en sterven met hem die de Levende is.

En juist daarom vieren wij deze nacht en zijn we vervuld van vreugde. Christus is door de dood heengestapt en zo geeft Hij ons de mogelijkheid hand in hand met Hem op te gaan in zijn liefdesterke overwinning op de dood.



Overweging (2016)

Om ons Jezus’ verrijzenis te laten ontdekken, laat Lucas ons de vrouwen vergezellen, die Jezus vanuit Galilea gevolgd hebben, en die gezien hebben hoe hij door Jozef van Arimatea begraven werd (Lucas 8, 1-3; 23, 55).
De apostelen waren gevlucht en zijn ondergedoken (Marcus 16, 8 - Johannes 20, 19). Die vrouwen, getuigen van Jezus’ onderwijs en dood, zijn leerlingen van wie de trouw sterker is dan de dood. Zij zullen dan ook de getuigen zijn van zijn opstanding. Lucas zal hun namen slechts vermelden bij het einde van het verhaal, als een discrete handtekening bij hun getuigenis.
Vrouwen-leerlingen, vrouwen-getuigen, dat is iets totaal nieuw in die oude wereld, waar er voor de vrouwen geen sociale rol weggelegd was: een pagina van de mensengeschiedenis wordt gedraaid!

We vergezellen deze vrouwen.
En kijk: de steen die het graf afsloot is weggerold! Verrast gaan we het graf binnen en kijken. Onze verbazing gaat gepaard met een tweede vaststelling: “Ze vinden het lichaam van de Heer Jezus niet”, dat ze nochtans in het graf hadden zien leggen (Lucas 23, 55).
Met de vrouwen vragen wij ons af waarom het lichaam verdwenen is. De verklaring wordt ons gegeven door mannen in stralend witte kleding, symbool van hun hemelse afkomst.
De vrouwen slaan nu hun ogen neer, zoals Abraham toen God hem benaderde (vgl. Genesis 17, 3). Marcus vermeldt een engel alleen. Voor Lucas gaan wie door Jezus gezonden zijn twee aan twee, om het getuigenis van hun boodschap te garanderen (vgl. Lucas 10, 1). Dezelfde gezanten zullen opnieuw opdagen bij de Hemelvaart om er nog eens de verklaring van te geven (Handelingen 1,10).

Die gezanten bevragen. Waarom met gebogen hoofd Jezus zoeken onder de doden? Heeft hij niet gezegd: “als de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid, sta dan op, hoofd omhoog, want uw verlossing is nabij?” (vgl. Lucas 21, 28). Christus is niet overwonnen. De aarde die de doden bewaart heeft Hem niet kunnen vasthouden (Handelingen 2, 24-28, 13, 34-37). Nu Hij ten hemel werd opgenomen, moet men niet meer blijven staren naar de hemel, in de passieve verwachting van zijn wederkomst; hier op aarde moet er gewerkt worden aan het koninkrijk van God, en tot het uiteinde der aarde getuigd worden van zijn opstanding (Handelingen 1,8-11).

En dat is de grote, de "Goede Boodschap”: Jezus is opgestaan. Lucas formuleert dit in zowel Paulinische als Griekse concepten: aan de gangbare beelden van ‘ontwaken’ of ‘opstaan’ (Grieks: egeirô), voegt hij de meer theologische notie toe van ‘leven’ (Romeinen 6,9-10; Handelingen 25,19). Het is ook dit begrip van leven dat Lucas op de lippen van de Emmaüsgangers zet om de boodschap van de engelen samen te vatten (Lucas 24, 23). De Levende is God zelf (Numeri 14, 21.28 ; Deuteronomium 32, 40). Hij alleen is de bron van het leven; Hij is er de meester van (Genesis 2,7; 1S 2,6). Daarom kunnen we hier het woord ‘levend’ in al zijn kracht vertalen: "Waarom zoekt u de Levende onder de doden?”. We vinden in de Paulinische en Johanneïsche theologie dat Christus zich identificeert met het leven (Johannes 1, 4; 11, 25; 14, 6), dat Hij de bron is van het leven (Johannes 10, 10 ; Romeinen 5, 10 ; 1 Korintiërs 15, 45 ; Johannes 3, 36 ; 1 Johannes 5, 11). De Grieken definieerden ‘goddelijkheid’ als ‘onsterfelijkheid’: daartegenover zagen ze de mensen als “stervelingen”. Lucas neemt die tegenstelling over om het woord "Levende" de inhoud te geven van het geloof van de Kerk in de goddelijkheid van Jezus, bevestigd door zijn opstanding.

Waarom dan Jezus zoeken onder de doden? Dit verwijt dat de vrouwen te horen krijgen herinnert aan wat Jezus zijn moeder had gezegd toen ze hem in de tempel had teruggevonden: "Waarom zoekt ge Mij ...?" (Lucas 2,49). Wie Jezus kent, weet waar Hij te zoeken is: Hij moet in het huis van de Vader zijn. De vrouwen zoeken Hem waar Hij onmogelijk kan zijn. En, voegen de hemelse boodschappers daaraan toe, terwijl ze de vrouwen op dezelfde voet stellen van de leerlingen, moesten ze echt geloofd hebben in de woorden van de profeten en in die van Jezus zelf, zouden zij niet ontsteld geworden zijn door zijn dood of de ontdekking van het lege graf (Lucas 24, 6-8).

Meestal onderlijnt Lucas graag de gevoelens van zijn personages, hun vreugde of vooral hun angst (Lucas 1, 12.14.65, 2,9 enz.). Als hij het hier niet doet voor deze vrouwen, dan is het om beter het belangrijkste feit te benadrukken: ze hebben geloofd. Niet in een oppervlakkige, onbezonnen beweging, maar met een geloof stevig gebaseerd op de vaststelling van de afwezigheid van Jezus’ lichaam, op het woord van de hemelse boodschappers, op het getuigenis van de Schrift, en op dat van Jezus zelf.

Teruggekomen van het graf, verhalen de vrouwen dit alles aan de leerlingen. Hun getuigenis is stevig: niet alleen is hun geloof gestaafd door de feiten, maar zij zijn het die de begrafenis hebben bijgewoond, en die gezien hebben hoe het lichaam in het graf werd geplaatst (Lucas 23, 55). Als hun getuigenis niet in staat is de ontmoedigde leerlingen te overtuigen, dan is Petrus toch genoeg onder de indruk om er zich zelf van te willen vergewissen. Het Johannesevangelie preciseert dat Johannes Petrus vergezelde en dat hij geloofde. Lucas vermeldt de aanwezigheid van Johannes niet. Hij houdt zich diskreet. Het is zijn doel de belangrijke rol van Petrus te onderlijnen, en niet om in te gaan op zijn zwakke punten. Noch het lege graf, noch het getuigenis van de vrouwen, hebben bij Petrus enig geloof verwekt. Maar nadat Jezus hem zal verschijnen, zal Petrus “terugkomen en zijn broeders versterken”, zoals Jezus hem had gevraagd (Lucas 22, 32). In de ogen van Lucas is Petrus de getuige bij uitstek van de opstanding. Hij werd als eerste begunstigd met een persoonlijke verschijning, zoals vermeld staat in de traditie door Paulus geattesteerd (1 Korintiërs 15,5). In de naam van de Twaalf zal Petrus vanaf Pinksteren onverschrokken Jezus’ verrijzenis verkondigen (Handelingen 2,14-36; 3,12-26 ; 4,8-12).

Zo is hij voor ons het voorbeeld van de gelovige die, “gegrepen door Christus” (Filipenzen 3,10), zijn broeders en zusters bevestigt in het geloof.