Loading...
 

Pinksteren C: dagmis - evangelie


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

De Helper - Johannes 14, 15-16 . 23b-26

De tekst

Stilstaan bij enkele woorden

Vader
Typische manier waarmee Jezus God aanspreekt.
Door God zijn vader te noemen, wordt duidelijk dat Jezus de zoon van God is. Wanneer zijn volgelingen ook God als Vader mogen noemen, zijn zij dus ook zonen of dochters, dus kinderen van God. Een verwantschap die een hele taak met zich meedraagt.


Helper
Hiermee bedoelt Jezus de Geest, die zal helpen om de aanwezigheid van Jezus bij zijn leerlingen voort te zetten.
In het Grieks: 'paraklètos'. Dit woord komt uit de gerechtswereld en betekent: iemand die je helpt in een moeilijke situatie. Vgl.: advocaat.
Die ‘paracletos’ is iemand die je oppept zodat je ontdekt wat je te doen staat, die je attent maakt om te horen wat er gehoord moet worden, die je aanmaant te zeggen wat gezegd moet worden en doet doen wat er gedaan moet worden.



Dichter bij de tijd

Jezus zegt tot zijn vrienden:
‘Als jullie van Mij houden,
doen jullie wat Ik belangrijk vind.

Ik zal de Vader vragen
jullie een Helper te geven.
Iemand die altijd bij jullie zal zijn,

Wie van Mij houdt,
Zal naar mijn woorden luisteren.
Dan zal mijn Vader van hem houden
En mijn Vader en Ik zullen bij Hem gaan wonen.
Wie niet van Mij houdt,
Luistert niet naar mijn woorden.

Die woorden zijn uiteindelijk niet van Mij,
maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
Dat wilde Ik jullie zeggen,
terwijl Ik nog bij jullie ben.
De Heilige Geest die de Vader in Mijn naam zal zenden,
die zal jullie helpen en alles leren.
Die zal jullie alles laten begrijpen wat Ik jullie gezegd heb.



Bij de tekst

Dit is een tweede stuk uit de afscheidsrede van Jezus, die Johannes geplaatst heeft bij het Laatste Avondmaal.





Overwegingen

Marc Galant, monnik te Orval

Overweging (2013)

Wij hebben volop Pasen gevierd. Vijftig dagen lang! In de oudheid was 7 het getal van de volheid, en we hebben 7 maal 7 dagen gevierd: de volheid van de volheid, met om af te sluiten, nog een dag er bovenop, dat is dan 50. ‘Pinksteren’ betekent immers ‘de vijftigste dag’.
Vijftig dagen na op Pasen de bevrijding uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee te hebben gefeest, vierden de joden op Pinksteren het Verbond gesloten tussen God en zijn volk Israël, en de gave, op de Sinaï, van de Wet gegrift op de stenen tafelen.
Vijftig dagen na op Pasen de bevrijding van de mensheid te hebben gevierd in de doortocht door de dood van de verrezen Jezus, sluiten wij het paasfeest af met ons Pinksteren, de gave van de Heilige Geest die de wet van de liefde schrijft in ons hart.
Akkoord, de heilige Geest werd reeds gegeven bij de dood van Jezus. “Hij gaf de Geest door”, zegt Johannes (‘paredôken to pneuma’ Johannes 19,30), en hij werd ook reeds gegeven met de Verrijzenis, want op paasavond blaast Jezus over zijn leerlingen met de woorden: “Ontvangt de Heilige Geest” (Johannes 20, 22). Pinksteren toont ons hoe die gave van de Geest werkdadig wordt : zij barst uit haar voegen.

Hoe de gave van de Geest uitdrukken? De Geest is onzichtbaar. Wij zullen beeldspraak moeten gebruiken. Zoals onze woorden is ook onze beeldspraak te beperkt, te kort, te klein, om het mysterie van God of van de Geest uit te drukken. Ze kan enkel suggereren.

Zo horen we dat bij Jezus’ doopsel dat Johannes de Doper van Jezus zegt: ”Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en op Hem blijven” (Johannes 1, 32). Als een duif : op de manier van een duif. Een duif blijft, ze is nestvast. Verzend een duif en laat haar los, 600 km. verder: ze komt terug op haar nest. Wij begrijpen het beeld: de Heilige Geest komt over Jezus als op zijn vaste verblijfplaats: Hij is de Zoon Gods, de volheid van de Geest is in Hem. Jezus is geboren uit de H. Geest, bewoond door de H. Geest. In de kracht van de Heilige Geest heeft Jezus als mens Gods liefde onder ons kunnen waarmaken.

Voor de neerdaling van de heilige Geest op Pinksteren wordt er een ander beeld gebruikt. Over de apostelen daalt de Heilige Geest niet neer als een duif, maar “ze zagen iets dat op tongen van vuur leek : het verdeelde zich en daalde op ieder van hen neer” (Hand 2,3). De Geest komt over de leerlingen als een oplaaiende vlam : ze hebben niet de volheid van de Geest, ze delen in de gave van de Heilige Geest. De Geest is gegeven aan de Kerkgemeenschap en allen ontvangen Hem in deelzaamheid, ieder volgens zijn eigen gaven (1 Korintiërs 12,11), en de hoogste gave is die van de liefde (1 Korintiërs 12, 31 - 13, 13).

En van wie delen de apostelen de heilige Geest ?
Om te zeggen dat het leven, het grote mysterie van het leven, van God komt, gebruikt de bijbel als beeldspraak dat God de mens bij zijn schepping de levensadem inblaast (Gen 2,7). In het evangelie vandaag blaast Jezus zijn leerlingen de Geest in van God zelf, zijn Geest van Liefde. De Griekse tekst zegt letterlijk: “Jezus blaast in zijn leerlingen”(“en-efusèsen”): Jezus “in-fuseert” de Geest. Hij geeft hen de Geest van liefde om te kunnen beminnen zoals hij zelf heeft bemind : hij toont zijn leerlingen zijn verwonde handen en zijn doorstoken zijde. “Zoals de vader mij gezonden heeft; zo zend ik u”, zegt hij. Hij zendt met een liefde die kan leiden tot een doorstoken hart.

Zijn wij in staat van op eigen kracht te gaan tot een doorstoken hart? Jezus antwoordt op die vraag door ons zijn Geest te geven. Het is overigens wel voor een sterke missie dat de leerlingen de Geest nodig hebben: “Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven”. De zonde is communicatiestoornis met God. Door de zonde sluiten wij ons uit de vriendschap met God, blokkeren wij de uitwisseling met God. De Geest, die de communicatie is tussen de Vader en de Zoon, herstelt ons in die vriendschap, herstelt de communicatie met God.

Daarom heeft Jezus geen mooier geschenk voor zijn apostelen dan de gave van de Geest. Voor het eerst na zijn aanhouding, toen ze op de vlucht geslagen zijn, ziet Hij ze nu verenigd terug, en Hij geeft hun de Geest die vergeving schenkt. De Geest is communicatiekracht. Met de Geest krijgen zij de zending die vergeving op hun beurt door te geven aan alle mensen: ”zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u”.

Zo zijn ook wij gezonden om vrede- en vreugdedragers te zijn in deze wereld, zaaiers van omgang met God. Vragen wij in deze Eucharistie licht en sterkte tot deze zending.



Overweging (2016)

Door zijn dood, is Jezus met zijn lichaam opgenomen in de onzichtbaarheid van de Vader, boven de tijd. Ook de Geest die hij aan zijn leerlingen geeft, staat buiten de tijd. Zo kan de Geest zich doorheen alle tijd herhaaldelijk en op verscheidene wijzen manifesteren.
Op paasavond geeft Jezus de Geest aan zijn leerlingen (Johannes 20, 22), nogmaals op Pinksteren wordt de Geest gegeven, nu echter aan allen “samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en zijn broeders” (Handelingen 1, 14). Dezelfde gave van de Geest blijft de geschiedenis van de  Kerk doorflitsen. De  Handelingen van de Apostelen vertellen hoe de Geest de opkomende Kerk in beweging zet (Handelingen 2, 4), en rechtstreeks de heidenen aanvat (Handelingen 10, 44). Hij stuurt op zending: Philippus (Handelingen 8, 26, 29v), alsook Petrus (Handelingen 10, 20), Paulus en Barnabas (Handelingen 13,2-4). Hij begeleidt de werking van de apostelen (Handelingen 16, 6v). En op Patmos wordt Johannes door de Geest gegrepen (Openbaring 1,10; 4,2). De tijd van de Kerk is de tijd van de Geest. En zo is de gave van de Geest boven de tijd uit, altijd actueel ...

Het evangelie werpt vandaag een licht op gave van de Geest, die Jezus in persoon aan zijn apostelen schenkt.
Hij had hen beloofd de Geest te sturen om hen te leiden naar de volle waarheid (Johannes 16, 7-15). Door deze zending ook, zou hij zijn apostelen niet verweesd achterlaten (Johannes 14, 18v). Nu de apostelen, bevreesd voor de Joodse autoriteiten, verweesd achter gesloten deuren zitten (v.19) komt Jezus zelf om hen de Geest te geven.

Om deze gave van de Geest uit te drukken, maakt Johannes gebruik van hetzelfde woord dat zijn Griekse Bijbel gebruikt bij de schepping van de mens: "Jahweh God vormde de mens, met stof genomen uit de aarde, Hij blies in (Grieks: enephusèsen) zijn neusgaten de adem van het leven, en de mens werd een levend wezen" (Genesis 2, 7, Griekse Septuaginta-vertaling). Jezus gaat over tot een nieuwe schepping: "Na deze woorden blies Hij in hen (enephusèsen). ‘Ontvang de heilige Geest’, zei Hij" (Johannes 20,22).
De Schepper "heeft in de mens de adem ingeblazen die leven geeft", herhaalt het boek der Wijsheid (15, 11) Dat betekent dat de mens maar bestaat, afhankelijk van Gods adem. Nu gaat het echter om een nieuwe schepping: de verheerlijkte Jezus blaast de Geest in, en doet de mens herboren worden (cf. Johannes 3, 3-8), door hem te laten delen in Gods gemeenschap. De Zoon "die het leven heeft in zichzelf", beschikt over dit leven voor de zijnen (cf. Johannes 5, 21. 26) ; zijn adem is die van het eeuwige leven. Als Jezus zijn doorstoken zijde toont, (Johannes 20, 27) verwijst Hij daarmee naar de stromen van het levend water die eruit gevloeid zijn, symbool van de Geest die aan de gelovigen gegeven wordt (Johannes 10, 34, vgl. Johannes 7, 39).

In de onmiddellijke context, slaat de gave van de Geest in de eerste plaats op de zending die leerlingen krijgen. De zending en de gave van de Heilige Geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het gaat hier niet om een speciale gave aan de apostelen, en nog minder om een wijdingsritus dan wel om het mededelen aan alle gelovigen van het leven van de verheerlijkte Christus, zoals Johannes het bevestigt: "Hieraan weten we dat we in Hem blijven en Hij in ons: Hij heeft ons van zijn Geest gegeven" (1 Johannes 4, 13, cf. 3, 24). In een trek voegt Jezus daaraan toe: "Aan wie u de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, als wie je ze behoudt, zijn zij behouden."
Dit woord verrast in eerste instantie, omdat de 'vergeving der zonden' niet eerder vernoemd is in het vierde evangelie. In Lucas verklaart Jezus dat bekering "tot vergeving van zonden" gepreekt wordt (Lucas 24, 47). Johannes is meer expliciet, zonder nochtans te bepalen hoe die zondevergeving moet uitgeoefend worden.

Het perspectief van Johannes verschilt echter aanzienlijk van dit van Lucas. Lucas verbindt de gave van de Geest aan Jezus’ zetelen aan de rechterhand van God (Handelingen 2, 33). Voor Johannes kan de gave van de Geest op paasavond  alleen verklaard worden in de verlenging van Jezus’ passie, als Hij, verrezen, de wonde in zijn zijde aan zijn leerlingen laat zien. In de laatste adem van Jezus aan het kruis ("Hij gaf de Geest", Johannes 19, 30), en in het water en het bloed dat uit zijn zijde vloeide na zijn dood (Johannes 19, 30.34), onderscheidt Johannes een 'teken' de menselijkheid van Christus. Zijn bloedig offer, zijn gekruisigd lichaam, zijn voor hem als de bron van heil, waaruit de Kerk geboren wordt om te groeien in de genade van de Geest. Jezus’ verschijning op paasavond herneemt alleen maar deze werkelijkheid en stelt ze in een nieuw licht. Over de dood heen is ze de andere zijde van deze zelfde waarheid: de waarheid van "het Uur" van Jezus (Johannes 12, 23 ; 13,1; 17.1).