Loading...
 

Rechters 16

2 Touw


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Rechters 16: Simson en Delila

De tekst

Dichter bij de tijd

(C. Leterme)

Op een dag ging Simson naar Gaza. Daar zag hij een prostituee en ging bij haar binnen.
Toen de inwoners van Gaza vernamen dat hij in de stad was,
loerden zij de hele nacht bij de stadspoort op hem en deden verder niets.
Ze dachten: We vermoorden hem wel morgen.'
Simson bleef slapen tot middernacht.
Toen stond hij op en pakte de twee deuren van de stadspoort,
rukte ze met grendel en al los, en droeg ze naar de top van de berg tegenover Hebron.

Wat later werd hij verliefd op een vrouw uit het Sorekdal die Delila heette.
De vorsten van de Filistijnen gingen naar haar toe en zeiden:
`Probeer er eens achter te komen wat het geheim is van zijn grote kracht.
Als wij hem kunnen overmeesteren om hem machteloos te maken,
dan krijgt u elfhonderd sikkel zilver van ieder van ons.'

Delila zei tegen Simson: `Toe, vertel me toch wat het geheim is van je grote kracht.
Waarmee zou men je moeten boeien om je machteloos te maken?'
Simson zei: `Als men mij bindt met zeven verse pezen, dan ben ik even zwak al ieder ander.'
De vorsten van de Filistijnen bezorgden Delila zeven verse pezen.
Daarmee bond zij hem vast, terwijl enkele mannen zich in de kamer verborgen hielden.
Toen riep zij tot Simson: `Daar zijn de Filistijnen!'
Hij rukte de touwen stuk en het geheim van zijn kracht bleef verborgen.

Delila tot Simson: `Je hebt me voor de gek gehouden. Je hebt me belogen!
Zeg me nu toch waarmee je geboeid zou moeten worden.'
Hij antwoordde: `Als men me stevig bindt met koorden, die nog niet eerder gebruikt werden,
dan ben ik net zo zwak als ieder ander.'
Delila nam nieuwe koorden en bond hem daarmee,
terwijl enkele mannen zich in de kamer verborgen hielden.
Toen riep zij: 'Simson! Daar zijn de Filistijnen!'
Hij rukte de koorden van zijn armen, alsof het draadjes waren.
Toen zei Delila: `Simson, je hield me weer voor de gek !
Je hebt me weer belogen! Zeg toch waarmee je geboeid zou moeten worden.'
Hij antwoordde: `Je moet de zeven vlechten van het weefgetouw halen.'

Delila zette wat later zijn vlechten vast aan een pin van de weefstoel en riep: `Simson! De Filistijnen!'
Hij werd wakker en rukte de pin los, met schering en al.
Toen zei Delila: `Je zegt wel dat je van mij houdt, maar in je hart geef je niets om mij.
Dit is nu al de derde keer dat je me niet vertelt wat het geheim van je grote kracht is.'
Dag in dag uit bleef ze hem lastig vallen.
Hij kon het niet meer uithouden en vertelde hij haar eerlijk:
`Mijn hoofdhaar is nog nooit afgeschoren,
omdat ik aan God gewijd ben, van de moederschoot af.
Als mijn haren worden afgeschoren verlies ik mijn kracht.`
Delila begreep dat hij het haar eerlijk verteld had.
Zij liet de vorsten van de Filistijnen roepen en zei:
`Nu moet jullie komen, want nu heeft hij het eerlijk verteld.'
Zij kwamen naar haar toe en hadden het geld bij zich.
Toen zij Simson op haar knieën had laten inslapen,
riep zij iemand binnen om de zeven vlechten van zijn hoofdhaar af te scheren.
Zo slaagde zij er in, hem machteloos te maken en was hij zijn kracht kwijt.
Zij riep: `Simson! Daar zijn de Filistijnen!'
Hij werd wakker en dacht: `Ik schud ze wel van mij af, net als de vorige keren.'
Maar hij wist niet dat Jahwe van hem geweken was.
De Filistijnen grepen hem, staken hem de ogen uit,
brachten hem naar Gaza
en legden hem met twee bronzen kettingen vast.

In de gevangenis moest hij de molen draaien.
Daar begon zijn hoofdhaar weer te groeien.
De vorsten van de Filistijnen kwamen bijeen om een offer te brengen aan hun god Dagon en om feest te vieren.
Ze zeiden: `Onze god heeft Simson, onze vijand, aan ons overgeleverd!'
De mensen gingen naar Simson kijken; zij loofden hun god en zeiden:
`De grote vijand die ons land verwoestte en velen van ons gedood heeft,
is door onze god aan ons overgeleverd.'
In een vrolijke bui zeiden ze: `Ga Simson halen om voor ons op te treden.'
Zij haalden Simson uit de gevangenis en hij trad voor hen op.
Toen zij hem daarna tussen de zuilen zetten, zei hij tegen de knecht die hem bij de hand hield:
`Laat mij los, ik houd mij wel vast aan de zuilen waarop de tempel rust.'
De tempel was vol mannen en vrouwen, en de vorsten van de Filistijnen.
Op het dak waren ongeveer drieduizend mensen die naar het optreden van Simson keken.
Toen riep Simson tot Jahwe: `Jahwe, mijn Heer, gedenk mij!
Geef mij nog een keer mijn kracht en laat mij mijn beide ogen op de Filistijnen wreken.'
Daarop tastte Simson naar de twee middelste zuilen waar de tempel op rustte.
Hij steunde met zijn rechterhand tegen de ene zuil en met zijn linkerhand tegen de andere.
Terwijl hij dacht: `Laat mij maar met de Filistijnen sterven,' duwde hij uit alle macht.
De tempel stortte in, op de vorsten en op alle mensen die daar waren.
Zo deed Simson bij zijn dood meer mensen sterven dan tijdens heel zijn leven.

Zijn verwanten, zijn hele familie, kwamen het lijk halen
en begroeven het in het graf van zijn vader Manoach tussen Sora en Estaol.
Simson was twintig jaar rechter geweest over Israël.



Stilstaan bij …

Elfhonderd sikkel zilver
Als men ervan uitgaat dat er minstensvijf stadsvorsten waren, dan kon Delila rekenen op ruim vijf kilo zilver, ongeveer een talent.


Nazireeër
(Nazir = afgescheiden)
Een Nazireeër was een gewijde, die zich tijdelijk of levenslang afzonderde voor de dienst aan JHWH.
. Hij mocht geen wijn noch sterke drank drinken, zelfs geen druiven eten
. Hij mocht zijn haren niet scheren.
. Hij moest elk contact met doden vermijden.


Knippen van het hoofdhaar
= verbreken van de gelofte van Nazireeër, waardoor hij zijn macht kwijtraakt.
De kracht van Simson ligt uiteindelijk niet in zijn haar, maar in JHWH's bijstand aan de godgewijde.


De molen draaien
= Meel malen
Dit was een typisch werk voor vrouwen en slaven, en dus een extra vernedering voor Simson.


Dagon / Dagan
Deze god was een Kanaänitische graangod. Hij werd beschouwd als de vader van de god Baäl. De Filistijnen namen zijn cultus over van hun Kanaänitische voorgan-gers.