Loading...
 

Verhaal van de week

Speurtocht naar het mosterdzaadje

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, uitgeverij Averbode, 2007, p. 321)

Er was eens een vrouw, van wie de enige zoon stierf.
Vol verdriet ging ze naar een heilige man en vroeg:
‘Wat heb je om mijn zoon weer levend te maken?’
In plaats van haar weg te sturen of met haar te praten
zei hij: ‘Breng me een mosterdzaadje
uit een huis dat nooit verdriet heeft gekend.
Dat zullen we gebruiken om het verdriet uit uw leven te verdrijven.’

De vrouw ging meteen op zoek naar dat mosterdzaadje.
Ze kwam bij een groot huis, klopte aan en zei:
‘Ik zoek een huis dat nooit verdriet heeft gekend.
Ben ik hier aan het goede adres?’
Ze zeiden: ‘Zeker niet.’
En ze begonnen alle tragische gebeurtenissen op te sommen
die hen de laatste tijd overkomen waren.
De vrouw dacht bij zichzelf: ‘Wie kan er beter
deze arme, ongelukkige mensen helpen dan ik,
die zelf ongelukkig ben?’
En ze bleef een poos om hen te troosten.

Daarna ging ze verder op zoek
naar een huis dat nooit verdriet had gekend.
Maar overal waar ze kwam, in krotten en paleizen,
kreeg ze verhalen te horen over droefheid en ongeluk.

Uiteindelijk ging ze er zo in op
om mensen met verdriet te steunen
dat ze haar speurtocht naar het mosterdzaadje vergat.

(Naar een boeddhistisch verhaal)




Overweging bij het verhaal

Een mosterdzaadje is echt wel heel klein: zo klein als het topje van een fijne naald. Veel kleiner dus dan de zaadjes waarvan men mosterd maakt. Mosterdzaadjes kun je haast niet zien. Maar als ze op geschikte grond vallen kunnen ze in Israël uitgroeien tot een stevige struik waar vogels in kunnen nesten.

Een vrouw met een immens verdriet moest op zoek naar zo'n zaadje om haar verdriet kwijt te raken. Bovendien moest ze het vinden in een huis dat nog nooit verdriet had gekend. Men had haar net zo goed kunnen vragen een speld te zoeken in een hooiberg. Maar haar verdriet was zo groot en zo verpletterend, dat ze erdoor verblind werd en er niet bij stilstond dat die opdracht zo goed als niet uit te voeren was. Zo'n prutszaadje! En een huis zonder verdriet! Vol goede moed begon ze aan haar tocht.

Dat mosterdzaadje heeft ze nooit gevonden. Niet omdat het zo klein was, maar omdat ze nergens een huis vond zonder verdriet. Ook in de huizen waar ze dat helemaal niet verwachtte, vond ze mensen met verdriet. Ze had ook zeker niet gedacht dat de oorzaak van verdriet zo verschillend kon zijn en dat mensen op zoveel vlakken diep ongelukkig konden zijn.

De vrouw zag dat vele verdriet bij de mensen waar ze kwam. Maar wat bewonderenswaardig is, is dat ze niet bij de pakken is gaan zitten. Ze vond van zichzelf dat ze voldoende ervaring had wat betreft verdriet, dat ze mensen met verdriet begon te troosten en bij te staan. Ze ging daar zo in op dat haar eigen verdriet op de achtergrond begon te komen. En heel langzaam werd ze opnieuw de blijde opgewekte vrouw die ze voordien was en werd ze de stevige struik waar mensen met verdriet troost in konden vinden.

Chantal Leterme