Loading...
 

Verrijzenisverhalen

Bloesem


...page... Wiki page pagination has not been enabled.

Verrijzenis

Niet-christelijke voorlopers

Het oudste verhaal over de dood en de opstanding van een god, is te vinden in de literatuur van de oude Sumeriërs in Mesopotamië:

Tammoez (= ware zoon van de diepe wateren), is gehuwd met de godin Inanna of Isjtar, de 'moedergodin', die moeder Aarde voorstelt. Als Tammoez sterft, is Inanna diep bedroefd en volgt ze haar man naar de onderwereld, het rijk van Eresjkigal, dekoningin van de doden. Tijdens haar afwezigheid verliest de aarde haar vruchtbaarheid, willen de gewassen niet meer groeien en paren de dieren niet langer. Al het leven wordt bedreigd! Dan zendt Ea, de god van het water en de wijsheid, een bode uit de hemel naar de onderwereld om Inanna terug te halen. De bode besprenkelt haar en Tammoez met levenswater. Dit stelt hen in staat om zes maanden van het jaar naar het licht van de zon terug te keren. Daarna keert Tammoez elk jaar voor zes maanden naar het dodenrijk terug, volgt Inanna hem, en beweegt haar smart Ea hen weer te redden.


In Fenicië en Syrië werd Tammoez Adon en Inanna Astarte;
in Griekenland werden ze Adonis en Afrodite;
in Klein-Azië Attis en Cybele, Rhea of Dinymene;
in Egypte Osiris en Isis.
De oorspronkelijke mythe onderging dus op haar reis naar andere landen vele wijzigingen, maar het hoofdthema van de dood in de herfst en de opstanding in de lente bleef.



De verrijzenis van Jezus

Christenen geloven dat Jezus verrezen is. Maar geen enkele schrijver in het N.T. beschrijft deze verrijzenis als een rechtstreekse getuige. De oudst bewaarde tekst over dood en verrijzenis van Jezus is een brief die Paulus schreef aan de christenen van Korinte en gedateerd wordt rond het jaar 55, dus zowat 20-25 jaar na de gebeurtenissen en minstens 20 jaar eerder dan de evangelies.
Paulus schrijft: 'In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen, nl. dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij is opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften, en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf. ' (1 Korintiërs 15, 35-5)


Op de vraag of Jezus nu echt verrezen is, kan men geen afdoend antwoord geven. Zijn verrijzenis is niet historisch vast te stellen. Wel het feit dat zich na de dood van Jezus binnen de kring van zijn leerlingen een plotse verandering voltrok. Van ontmoediging en angst, kwamen ze ertoe om de boodschap van Jezus verder aan heel de wereld te verkondigen. De leerlingen beweerden dat hun veranderde houding te maken had met de verrijzenis van Jezus. Zijn dood zagen ze niet langer als een punt, maar als een komma, een tussenfase naar een nieuw en ander leven.
Dat ze Jezus niet onmiddellijk herkennen, toont aan dat Jezus leefde, maar anders dan voorheen.





Verrijzenisverhalen in de evangelies

Er zijn in het Nieuwe Testament twee manieren om over verrijzenis te spreken:
. de verhalen over de ontdekking van het lege graaf
. de verhalen over de verschijning van de verrezen Jezus.



Overzicht van de teksten

MARCUS

Marcus 16, 1-8

- de aanwezigheid van een sprekende engel
- de vrees bij diegenen die de verschijning meemaken.
Deze elementen geven aan dat in deze tekst de betekenis van de gebeurtenis belangrijker is, dan wat zich toen precies heeft afgespeeld.



MATTEÜS

Matteüs 28, 1-5

De joden vertelden dat de christenen de verrijzenis hadden uitgevonden en het lijk van Jezus hadden gestolen. Matteüs wil met zijn uitweiding op de tekst van Marcus bewijzen dat deze visie vals is. Zijn verhaal werd lange tijd gelezen als het bewijs voor de verrijzenis van Jezus Christus: heidense soldaten zagen dat het graf leeg was! Maar als in een tekst een engel spreekt, dan is zijn boodschap de kern waarrond het verhaal opgebouwd is. De engel bij Matteüs zegt: 'Twijfelende christenen, gij komt altijd maar terug op Jezus' kruis, gij zoekt de gekruisigde, weet toch dat hij niet in een graf te vinden is: Hij is verrezen.'

Matteüs plaatst de ontmoeting met de verrezen Christus in Galilea, omdat in zijn evangelie Galilea de plaats is, waar Jezus de kern van zijn boodschap, de bergrede, uitsprak.



LUCAS

Lucas 24, 1-12; Lucas 24, 13-35

Opvallend is dat Lucas spreekt over leven i.p.v. verrijzenis.
v. 5 : wat zoekt ge de levende bij de doden?
v. 23: de engelen hadden verklaard dat hij weer leefde.

Merkwaardig is ook dat bij Lucas alle paasgebeurtenissen zich afspelen in Jeruzalem of in de nabijheid ervan. Dit hangt samen met zijn visie:
Jeruzalem is voor hem dé stad van Jezus' lijden en opstanding,
Het is het centrum van waaruit, na het ontvangen van de Geest, de verkondiging begint
Het is de plaats waar God het geluk/heil aan zijn volk voltrekt.



Eenzelfde beweging

Hoewel de teksten over de verrijzenis in het Nieuwe Testament onderling verschillen, toch kennen ze dezelfde grote lijn:
. angstig, twijfelende mensen bij een leeg graf. (verdriet, ontgoocheling, ongeloof, moedeloosheid)
. mensen gaan weg van dat graf (teken van dood)
. als ze op weg gaan zien ze Jezus, die wel niet direct herkend wordt, zowel in symboolgeladen handelingen (breken van het brood) als in gewone handelingen (barbecue houden; vissen...).



Betekenis

Menselijkerwijze is Jezus mislukt, maar in de verrijzenis wordt dat door God ontkend. De verrijzenis leert dat men zich - ondanks alles - niet mag neerleggen bij een moeilijke situatie, maar dat men verwachtingen moet blijven koesteren, moed moet blijven hebben. Men ervaart de kracht van Jezus' verrijzenis, wanneer men in 'opstand' komt tegen al wat dood maakt (ontgoocheling, verbittering, eenzaamheid...) en gemotiveerd is om nieuwe kansen te creëren voor alle mensen, de zwaksten eerst.

Dit geloof in de verrijzenis van Jezus kleurt ook het eigen geloof wat het leven na de dood betreft: wat met Jezus gebeurd is, zal ook met jou gebeuren.



Typisch Bijbelse woordenschat i.v.m. verrijzenis (geloofstaal)

Met de teksten over de verrijzenis wilden de schrijvers vooral getuigen van hun geloof dat Jezus door God tot leven werd gewekt. Zij kwamen tot die overtuiging, omdat zij de kracht van de levende Jezus na zijn dood bleven ervaren. Dit wilden ze uitdragen naar anderen. Omdat zo'n ervaringen moeilijk weer te geven zijn, grepen ze naar woorden, uitdrukkingen of beelden uit het O.T. of uit het dagelijks leven, en gaven er een tweede betekenis aan.


DUISTERNIS
Als Johannes schrijft over 'duisternis', bedoelt hij altijd een situatie waarbij Jezus afwezig is. Wanneer Jezus aanwezig is, is er licht, wanneer hij dood is, is het donker, heerst er duisternis.


DOOD
Onder dood verstaat men gewoonlijk: lichamelijk of klinisch dood zijn.
De bijbel geeft daarnaast ook nog de volgende betekenissen aan dood:
- iemand die krachteloos is
- iemand die het woord van God niet beluistert en er ook niet naar handelt
- iemand die geen communicatie heeft met God noch met de medemens.


OPSTANDING
Hiermee wordt iets anders bedoeld dan: 'Ik ben vanmorgen opgestaan.' 'Opstaan' wordt vooral gebruikt in de verhalen over de verrijzenis van Jezus. In het Oude Testament kreeg dit woord ook nog de volgende betekenissen:

. 'Opstaan' staat vaak vóór een ander werkwoord. B.v. 'Hij stond op en ging.' In zo'n zin brengt het woord 'opstaan' een nieuw begin tot uiting. In dit geval die van het gaan.

. 'Opstaan' gaat gepaard met kracht, dynamiek: men doorbreekt radicaal een oude bestaande situatie. B.v. 1 Kon. 19: De profeet Elia ziet het niet meer zitten en legt zijn taak als profeet neer. Wanneer deze situatie doorbroken wordt, lees je: 'Toen stond hij op... en ging.'

. In de teksten waar God het onderwerp is van het werkwoord 'opstaan', duidt dit woord het begin van een strijd aan en is het verwant met het woord 'opstand'. B.v. Psalm 68, 2.


'Opstaan' en 'opstanding' zijn meer dan een lichamelijk opstaan uit de dood: het is het radicaal doorbreken van een oude situatie om een nieuw begin te maken.


VERRIJZENIS
'Ons volk zal verrijzen, wij zullen terugkeren naar Jeruzalem!'
'Verrijzen' was een woord uit het joodse verzet. Ballingen, gevangenen en uitgestotenen gebruikten het om aan te geven dat ze zich niet wilden neerleggen bij onderdrukking.
In dit Nederlandse woord 'verrijzen' herken je het woord ‘rijzen’ (het deeg rijst - er komt 'leven' in).


NAAR DE SCHRIFTEN
Typisch voor de taal van de schriften is dat ze tegelijk de feiten en hun betekenis voor het geloof in Christus weergeeft. Wie deze twee van elkaar wil scheiden, doet geweld aan het Bijbels taalgebruik.


ENGEL
Indien in een tekst een engel optreedt, dan is de boodschap van die engel, de kern waarrond die tekst gebouwd is. Zelfs de feiten in de tekst zijn ondergeschikt aan de boodschap van die engel. De aanwezigheid van (een) engel(en) was voor de schrijvers een manier om te zeggen dat 'verrijzenis' een geloofservaring is.


ZIEN
De leerlingen van Jezus, die dachten dat met zijn dood alles afgelopen was, gingen 'zien'. Dit was een ander 'zien' (= inzien) dan voor Jezus' dood: ze begrepen meer, ze zagen in.


LEVEN
Volgens de Schrift is dit een 'vol-menselijk' bestaan, een bestaan dat de moeite waard is om geleefd te worden, een bestaan waarbij én met God én met de medemens rekening gehouden wordt.



Hoe lees je het best verrijzenisverhalen?

Deze verhalen behoren tot het evangelie. Dit wil zeggen dat het geloofsgetuigenissen zijn die een centraal geloofsgegeven, dat gebaseerd is op een historisch feit, beeldrijk omkleden.
Ze zijn dus niet bedoeld als het rapport van een gebeuren, maar als een soort verhaal dat met ‘poëtische vrijheid’ de betekenis van de verrijzenis van Jezus wil belichten.

De schrijvers probeerden het ongelooflijke dat de leerlingen van Jezus meemaakten zo goed mogelijk weer te geven. De leerlingen die de dood van Jezus als een totale mislukking beleefden, hebben te midden van die ontgoocheling ervaren, dat Jezus niet dood was, maar door God tot nieuw leven opgewekt. Dit geloof groeide uit tot een overtuiging die ze wilden delen met anderen. Daarvoor grepen ze naar beelden en teksten die ze kenden uit het Oude Testament. Vooral de verhalen over de Messias hebben hun verhalen sterk beïnvloed. De mensen tot wie zij zich richtten, aanvaardden toen gemakkelijker dan nu dat de werkelijkheid ruimer is dan alleen maar wat objectief waarneembaar is.

Dit wil zeggen dat men deze teksten niet mag zien als een verslag.
Wie de teksten zo leest raakt in de problemen, want: welke tekst is nu de juiste?
- Hoeveel vrouwen,gaan er naar het graf? Eén, twee, drie of een groepje?
- Wat doen ze daar precies? Kijken of zalven?
- Wie verschijnt aan de vrouwen? Een man, een engel of twee engelen?
- Waarin bestaat de boodschap van de engel? Wat zegt hij?
- Waar verschijnt Jezus? In het noorden of in het zuiden? In Galilea of Jeruzalem?
- Aan wie verschijnt Jezus? Aan individuen, leerlingen, een select gezelschap van vrienden of aan velen?
- Verschijnt Jezus 's morgens of 's avonds? Binnen of buiten?





Verrijzenisverhalen vertellen aan kinderen

Vertrouwd raken met tweede taal

. Opvoeders die alleen het objectief waarneembare aanvaarden als werkelijkheid, ondervinden problemen als ze deze verhalen aan kinderen vertellen. Want die hebben de neiging alles in verband met verrijzenis als een soort toverij te zien.

. Vermijd het verhaal van de verrijzenis in geuren en kleuren te vertellen. Trouwens, waar moet men hiervoor inspiratie halen? Geen van de evangelisten zegt wat er toen precies is gebeurd, wel dat er iets is gebeurd.

. Doordat kinderen Bijbelverhalen vaak als geschiedenis horen vertellen, zijn ze geneigd deze verhalen letterlijk te nemen. Vertel hun daarom beter eerst verhalen waardoor ze gaan zien wat dood en leven betekenen in de taal van de Bijbel, vooraleer over de dood en opstanding van Jezus te spreken. Op deze achtergrond krijgen de woorden 'Christus is opgestaan' en 'Jezus leeft' betekenis voor hen.

Bijvoorbeeld:

  • Ze konden hun tranen niet meer bedwingen. Geen wonder! Want afscheid nemen is een beetje doodgaan.
  • Het was een afschuwelijk ongeluk. Na de aanrijding bleef de fietser meer dood dan levend liggen.
  • Vroeger was het daar heel gezellig, maar nu is het er maar een dode boel.
  • Hij heeft overal werk gezocht, maar het is hem nergens gelukt. Hij zegt nu: 'Ik zit op een dood spoor.'
  • Die buurman heeft ons gemeen behandeld. We willen niet meer met hem praten. Hij is voor ons dood.
  • Iedereen is weggegaan. Ik zit moederziel alleen. Er heerst een doodse stilte in huis.
  • Het begon met het roken van een stickie. Nu heeft hij behoefte aan meer en steeds zwaardere drugs. Zijn vrienden zijn bang dat hij op een doodlopende weg terecht is gekomen.
  • Vroeger liep zij overal warm voor, maar nu vindt ze niets leuk meer. Het laat haar allemaal koud. Ze lijkt wel levend dood.
  • Zo iets had hij nog nooit meegemaakt! Hij was ten dode toe bedroefd.




Relatie met het leven van Jezus

De teksten over de verrijzenis staan niet geïsoleerd. In de evangelies zijn ze verbonden met alles wat er aan vooraf gaat en erop volgt. Ze vormen het sluitstuk van Jezus' optreden dat leek te mislukken. Maar God heeft Hem uit de dood opgewekt en daarmee zijn optreden bevestigd. Zo kondigen deze teksten nieuw licht en leven aan, wanneer men Jezus volgt op zijn weg. Dit betekent dat spreken over Pasen niet kan losstaan van het spreken over het leven van Jezus. Want de verrezen Christus geeft de opdracht met dezelfde bevrijdende boodschap de wereld in te gaan.





Verrijzenisverhalen in 'bijbelin1000seconden'

MATTEÜS
Matteüs 28, 1-10: De vrouwen bij het graf
Matteüs 28, 16-20: Opdracht in Galilea


MARCUS
Marcus 16, 1-7: De vrouwen bij het graf


LUCAS
Lucas 24, 1-12: De vrouwen bij het graf
Lucas 24, 13-35: De leerlingen uit Emmaüs
Lucas 24, 35-48: Jezus verschijnt
Lucas 24, 46-53: Het afscheid van Jezus


JOHANNES
Johannes 20, 1-9: De leerlingen bij het lege graf
Johannes 20, 11-18: Maria Van Magdala ontmoet Jezus
Johannes 20, 19-31: Verschijning aan de leerlingen
Johannes 21, 1-9: Bij het meer van Tiberias
Johannes 21, 15-19: De belijdenis van Petrus