5de paaszondag A - evangelie

Johannes 14, 1-12: 'Ik ben de weg'

De tekst

’Bijbel in gewone taal’

(Deze Bijbeltekst komt uit de Bijbel in Gewone Taal, © Nederlands Bijbelgenootschap 2014, p. 1702)

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Wees niet bang. Vertrouw op God, en vertrouw op mij. In het huis van mijn Vader is plaats voor veel mensen. Daar mag je op vertrouwen. Want ik heb gezegd dat ik wegga om voor jullie een plaats klaar te maken.
En als ik voor jullie een plaats klaargemaakt heb, kom ik terug. Dan neem ik jullie mee, en dan zullen jullie bij mij zijn. En jullie weten langs welke weg ik zal gaan.’ Toen zei Tomas: ‘Maar Heer, we weten niet eens waar u naartoe gaat! Hoe kunnen we dan weten langs welke weg u gaat?’
Jezus zei: ‘Ik ben de weg. Bij mij is de waarheid, en bij mij is het leven. Je kunt alleen bij de Vader komen als je in mij gelooft. Als jullie mij kennen, zullen jullie ook mijn Vader kennen. Ja, jullie kennen hem al, want jullie hebben hem gezien.’

Filippus zei: ‘Heer, laat ons de Vader zien! Dat is voor ons voldoende.’ Jezus zei tegen hem: ‘Filippus, ik ben al zo lang bij jullie. Ken je mij nog steeds niet? Jij zegt: ‘Laat ons de Vader zien.’ Maar als je mij gezien hebt, dan heb je ook de Vader gezien. Want de Vader is in mij, en ik hoor bij hem. Dat geloof je toch wel? De dingen die ik tegen jullie zeg, komen niet van mijzelf. Alles wat ik zeg en doe, komt van mijn Vader.
Geloof me, de Vader is in mij, en ik hoor bij hem. Dat kun je zien aan alle wonderen die de Vader mij laat doen.



Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

‘Op een dag zei Jezus tegen zijn leerlingen:
‘Jullie moeten niet zo ongerust zijn.
Geloof in Mij, zoals jullie geloven in God.
In het huis van mijn Vader zijn er veel kamers.
Ik zou dat anders niet zeggen.
Ja, Ik ga weg om voor jullie een plaats klaar te maken,
en dan kom Ik terug, en neem Ik jullie bij Me op.
Dan zullen jullie wonen, waar Ik woon.
Jullie weten waar ik naartoe ga
En jullie kennen de weg daar naartoe.’

‘Maar Heer,’ zei Tomas, ‘we weten niet waar Je naartoe gaat.
Hoe kunnen we die weg dan kennen?’
Jezus antwoordde: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Alleen door Mij kun je bij de Vader komen.
Als jullie Mij hebben leren kennen,
zullen jullie ook mijn Vader leren kennen.
Sterker, nu al kennen jullie Hem en heb je Hem gezien.’

Toen zei Filippus: ‘Heer, laat ons de Vader zien,
dan zijn we tevreden!’
Daarop zei Jezus: ‘Ik ben al zo lang bij jullie, Filippus,
en je kent Me nog niet?
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.
Hoe kun je dan nog vragen: Laat ons de Vader zien?
Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is?
De woorden die Ik tot jullie spreek,
spreek Ik niet uit Mezelf.
Dat zijn woorden van de Vader, die in Me woont.
Geloof Me toch: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.
Of geloof het anders om wat Ik doe.
Echt waar, Ik verzeker jullie:
wie in Mij gelooft, zal doen wat Ik doe.
Ja, hij zal nog grotere dingen doen, want Ik ga naar de Vader.’



Stilstaan bij …

Leerling
(= iemand die les krijgt)
In het evangelie van Johannes zijn de leerlingen van Jezus eerder vrienden, die mogen delen in zijn verbondenheid met God. Bij die leerlingen horen ook vrouwen.
Johannes schrijft niet over een aparte groep ‘apostelen’. In zijn ogen is alleen Jezus een ‘apostel’, iemand die gezonden is.

Vader
Typische manier waarmee Jezus God aanspreekt.
Door God zijn vader te noemen, wordt duidelijk dat Jezus de zoon van God is. Wanneer zijn volgelingen God een Vader mogen noemen, zijn zij zijn zonen of dochters, dus kinderen van God. Een verwantschap die een hele taak met zich meedraagt.

Tomas
(Aramees = tweeling)
Eén van de twaalf apostelen van Jezus. Johannes noemt hem ook Didymus (Grieks = tweeling). Hij is het van wie verteld wordt dat hij twijfelde aan de verrijzenis van Christus.
Volgens de legende trok hij naar de Zuidwestkust van India (bij Madras), waar christenen zich nu nog ‘Tomas-christenen’ noemen.

‘Ik ben’
Eén van de zeven ‘Ik ben’-uitspraken van Jezus. Elk van die uitspraken wil met een beeld de betekenis van de naam ‘Jezus’ (God redt) weergeven.

De weg, de waarheid en het leven
Hiermee wordt in het Oude Testament, vooral in de psalmen, de Tora (de wet / de richtingwijzer) getypeerd.

Weg
'De weg gaan' is een oeroud beeld voor het leven van de mens.
Tijdens de geschiedenis van het joodse volk ging het letterlijk 'op weg': Abraham ging op weg uit Ur in Chaldea, Mozes ging op weg uit Egypte, de joden gingen op weg uit Babylonië. Telkens eindigde die ‘weg’ in het Beloofde Land.
Sinds de profeten wordt 'op weg' het beeld van wat zich in het hart van de mens afspeelt. Vanuit een situatie van onvrede, gaat men op weg naar de realisatie van het rijk van God. Omdat Jezus die weg tot het einde ging, wordt Hij 'De Weg' genoemd en zijn volgelingen de 'mensen van de weg' (Handelingen. 9, 2).

Alleen door Mij kun je bij de Vader komen
Johannes benadrukte dat God alleen toegankelijk is door Jezus. Want een aantal christenen voor wie hij dit evangelie schreef wilde, omwille van de verdrukking die ze als christenen ondervonden, terugkeren naar het jodendom.

Filippus
(Grieks = paardenliefhebber)
De apostel Filippus was afkomstig uit Betsaïda in Galilea. Hij was waarschijnlijk vertrouwd met het Grieks, want hij was het die werd aangesproken door een aantal Grieken die Jezus wilden zien (Johannes 12, 20-21). Op iconen wordt Filippus daarom afgebeeld met een typisch Griekse haarsnit (gekrulde haren).

‘Wie mij ziet, ziet de Vader’
God, die verborgen is, laat zich zien in Jezus Christus. Hij toont ons God, de Vader, door wie Hij is, wat Hij doet, wat Hij zegt en de manier waarop Hij met mensen omgaat.





Bij de tekst

Context

Dit is het begin van de eerste afscheidsrede van Jezus zoals Johannes die optekende.
De kernwoorden van deze eerste rede zijn: geloof en hoop.
De tweede rede staat in de hoofdstukken 15 en 16, met als kernwoord: liefde.



Spreken met beelden

Weg
'Het gaan van een weg' is een oeroud beeld voor het leven van de mens. In het leven zijn er vele wegen: brede en smalle, snelle en trage, goed onderhouden of helemaal niet onderhouden ...
Er zijn ook kruispunten. Dan moet je in je leven een keuze maken. Sommigen kiezen om alleen verder te gaan, zonder met anderen rekening te houden, anderen laten zich leiden door wat hun vrienden zeggen. Nog anderen laten hun reisweg bepalen door hun idealen. Er zijn er die een doodlopende weg kiezen.

In het jodendom wordt het beeld van de weg vaak gebruikt. Je kunt zeggen dat de woorden 'weg' en 'gaan' sleutelwoorden zijn in de bijbel (Psalmen 25 en 139).
Bijvoorbeeld: Laat mij uw wegen kennen, Heer, de paden die Gij mij wijst.(Psalm 25, 4)

Tijdens de geschiedenis van het joodse volk is 'op weg' letterlijk te lezen.
Abraham gaat op weg uit Ur in Chaldea naar het beloofde Land
Mozes gaat op weg uit Egypte naar het Beloofde Land
De joden gaan op weg uit Babylonië naar het Beloofde Land

Vanaf de profeten wordt 'op weg' het beeld van wat zich in het hart van de mens afspeelt: vanuit een situatie van onvrede, op weg gaan naar de realisatie van het rijk van God.

In het Oude Testament komt het woord 'weg' vaak voor in de betekenis van 'levensgedrag naar Gods aanwijzingen'.
Jezus wilde zijn volgelingen met dit woord aangeven dat met Hem een nieuwe verhouding is tussen de mensen en God.

Sindsdien worden de oude Bijbelverhalen gelezen als beeld van de eigen levensweg (individueel en/of collectief). Vooral in Zuid-Amerika leest men het verhaal van de Uittocht uit Egypte als beeld van de eigen 'uittocht' uit de 'slavernij en de uitbuiting van hun situatie.

De mens wordt opgeroepen om te kiezen voor het leven en de weg te zoeken die leidt naar het rijk van God en zijn gerechtigheid (Matteüs 6, 33). Wie afdwaalt van die weg kiest voor de dood (Deuteronomium 30, 15-20).

Jezus noemde zich 'De Weg' (Joh. 14,6) en zijn volgelingen werden de 'mensen van de weg' genoemd (Handelingen 9, 2).





Bijbel en kunst

J. CLARKE

The way of life (Ely cathedral)

Jonathan Clarke

In de kathedraal van Ely (Oost Engeland in het graafschap Cambridgeshire) is op een muur 'The Way of Life' van Jonathan Clarke te zien. Die t is van gegoten aluminium. Net als de 'reis' van het geloof, is de weg onregelmatig en onvoorspelbaar. En net zoals een reis lastig kan zijn of vrolijk, varieert de textuur en de kleur van de oppervlakte.
Het werk kwam tot stand in samenwerking met de 'Theology Through The Arts' van 'the Divinity Faculty', van de universiteit van Cambridge.



Suggestie
Maak op de grond een installatie van een lange weg, die leidt naar een kruis.
Bekleed die weg met verschillende materialen. Zoek de materialen hiervoor uit in functie van hun betekenis. Bijvoorbeeld: watten (zacht, gemakkelijk); steentjes (scherp, pijnlijk); bladeren; bloemen; krijtjes; dopjes van melkflessen / waterflessen / bierflesjes; stof; wol ...
Bedoeling is dat men ontdekt dat de weg naar Jezus niet alleen soms moeilijk te gaan is, maar ook fijne momenten kent.



Belangrijk
Besteed bij deze activiteit aandacht aan het verwoorden van wat men met de materialen wil zeggen.





Suggesties

Kleine kinderen

INLEVEN

'Ik ben de weg'

Materiaal
Kopieer deze tekening voor elk kind.


Verloop
Vertel over de tekening. Duid Jezus aan en enkele van zijn apostelen.
Laat ze zichzelf op de tekening tekenen. Nadien kleuren ze het geheel.





BELEVEN

De weg naar Jezus

Materiaal
Teken dit doolhof over op een groot blad of op een bord.


Verloop
Laat de kinderen om beurt de 'weg zoeken naar Jezus'. Telkens ze in een 'doodlopend steegje' terecht komen, verwoorden ze op hoe het komt dat de weg naar Jezus moeilijk te vinden is.
Wanneer ze 'aangekomen' zijn, verwoorden ze wat hen in hun leven dichter bij Jezus laat komen.


Belangrijk
Maak vooraf duidelijk dat 'de weg' zoeken naar Jezus een manier is om met een beeld te zeggen dat iemand zoekt hoe die met Jezus in contact kan komen.





Grote kinderen

ONDERZOEKEN

De weg die Jezus gaat

Materiaal
Kaart van Palestina ten tijde van Jezus, te vinden op een oranje fiche in de map van 'Bijbel in 1000 seconden' of een kopie van deze kaart (Engelstalig!).
Duid met vlaggetjes of pijltjes de volgende plaatsen aan: Kana, Kafarnaüm, Jericho, Sichar.
Bijbelteksten


Verloop
Kennismaking met de teksten
Geef per groepje elk één van de volgende teksten.
- Kana (Johannes 2, 1-10): Jezus zorgt voor wijn
- Kafarnaüm (Marcus 2, 1-12): Jezus en de verlamde man
- Sichar (Johannes 4, 1-15): Jezus en de vrouw bij de waterput
- Jericho (Lucas 19, 1-0): Zacheüs, een tollenaar die men niet aanvaardde

De kinderen zoeken op wat Jezus deed op die plaats en spreken onder elkaar af hoe ze die tekst kenbaar zullen maken aan de anderen van de groep (voorlezen; vertellen, uitbeelden ...)

Teken op de kaart (eventueel op een plastiek boven de kaart) een weg die loopt van Kana, Kafarnaum, Sichar, Jericho naar Jeruzalem.
Laat de kinderen voorlezen, vertellen of uitbeelden wat er telkens onderweg gebeurt.


Verdieping van de teksten
Zoek nadien met de kinderen hoe ze zelf in hun leven ook zo onderweg kunnen zijn.
Bijvoorbeeld: naar aanleiding van:
- Kana: Hoe kan ik vreugde brengen rondom mij?
- Kafarnaüm: Hoe kan ik mensen terug 'op de been brengen'?
- Sichar: Hoe kan ik iets voor een ander betekenen?
- Jericho: Hoe ga ik om met vooroordelen?


Belangrijk
Zorg ervoor om niet in clichés te vallen. Dit kun je opvangen door de kinderen zo concreet mogelijke voorbeelden te laten geven.

Te Kana in Galilea is er een trouwfeest. De moeder van Jezus is daar. Ook Jezus en zijn leerlingen zijn op het feest uitgenodigd. Wanneer de wijn opraakt, zegt Maria tegen Jezus: 'Ze hebben geen wijn meer.' Jezus zegt: 'Vrouw, is dat soms uw zaak? Mijn uur is nog niet gekomen.' Zijn moeder zegt tegen de bedienden: 'Doet maar wat Hij u zeggen zal.' Nu staan daar zes grote kruiken, elk van wel honderd liter. Jezus zegt tegen de bedienden: 'Doet die kruiken vol water.' Ze vullen ze tot aan de rand. Dan zegt Hij: 'Schep er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester.' Dat doen ze. De tafelmeester proeft het water dat in wijn veranderd is. Hij weet niet waar die wijn vandaan komt. Maar de bedienden die het water geschept hebben, weten het wél. Zodra hij geproefd heeft, roept hij de bruidegom en zegt: 'Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men wat gedronken heeft, de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.'
Naar Johannes 2, 1-10

Jezus gaat naar Galilea. Daarvoor gaat Hij door Samaria. (Meestal deden de joden dat niet. Ze wilden niets met de Samaritanen te maken hebben.) Zo komt Jezus bij de Samaritaanse stad Sichar. Hij is moe van de reis en gaat bij een bron zitten. Het is middag. De zon staat hoog aan de hemel. Een Samaritaanse vrouw komt water putten. Jezus vraagt: 'Geef Mij wat te drinken.' Maar de vrouw zegt: 'Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?' (De Joden wilden namelijk niets met Samaritanen te maken hebben.) Jezus zegt: 'Als u wist wie met u spreekt, dan had u aan Mij water gevraagd en Ik had u levend water gegeven.' 'Maar Heer,' zegt de vrouw, 'Hoe kunt U zoiets zeggen? U hebt niet eens een emmer en de put is heel diep. Waar wilt U dan dat levende water vandaan halen?' Jezus antwoordt: 'Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal nooit of nooit nog dorst hebben.' 'Heer,' zegt de vrouw, 'geef mij van dat water, dan zal ik nooit meer dorst hebben en dan moet ik hier niet telkens komen om water te putten.'
Naar Johannes 4, 1-15

Jezus komt in Jericho. Daar woont een man die Zacheüs heet. Hij is oppertollenaar en hij is rijk. Hij wil wel eens zien wat Jezus voor iemand is, maar het lukt hem niet omdat er zoveel mensen zijn, en hij klein is. Daarom rent hij vooruit en klimt in een boom om Jezus te kunnen zien. Wanneer Jezus bij die plek komt, kijkt Hij omhoog en zegt: 'Zacheüs, kom vlug naar beneden; vandaag moet Ik in uw huis verblijven.' Hij komt vlug naar beneden en ontvangt Hem met vreugde. Iedereen die het ziet spreekt er schande van. 'Hij neemt zijn intrek bij een zondaar', zeggen ze. Zacheüs zegt tot Jezus: 'Heer, hier is de helft van mijn geld. Het is voor de arme mensen. En aan alle mensen die ik te veel heb laten betalen, geef ik hun geld terug.' Jezus zegt: 'Dat is goed, ook jij bent een vriend van God.'
Naar Lucas 19, 1-10

Wanneer Jezus enkele dagen later weer in Kafarnaüm is, hoort men dat Hij thuis is. Er komen zoveel mensen naar Hem toe dat ze zelfs niet meer bij de deur kunnen komen. Vier mannen komen een verlamde bij Hem brengen, Ze kunnen niet bij Jezus geraken. Daarom halen ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd. En wanneer ze een opening gemaakt hebben, laten ze het bed waar de verlamde op ligt, zakken. Bij het zien van hun vertrouwen zegt Jezus tegen de verlamde: 'Vriend, uw zonden worden u vergeven.' Nu zitten daar een paar Schriftgeleerden die zeggen: 'Hoe kan die man zoiets zeggen? Wie anders dan God kan zonden vergeven?' Jezus doorziet hun bezwaren. Hij vraagt: 'Waarom hebt u eigenlijk bezwaren? Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde te zeggen: 'Uw zonden worden vergeven', of te zeggen: 'Sta op en pak uw bed en loop?' Dan zegt Hij, tegen de verlamde: 'Sta op, pak uw bed en ga naar huis.' En de man staat op, neemt zijn bed en gaat weg voor het oog van iedereen, zodat ze God verheerlijken. 'Zoiets hebben we nog nooit gezien', zeggen ze.
Naar Marcus 2, 1-12






SPREKEN MET BEELDEN

’Ik ben de weg’

Toon allerlei foto's/illustraties van wegen.
Wat roepen ze op?

Ken je uitdrukkingen waarin het woord 'weg' voorkomt?
. een hindernis uit de weg ruimen
. van de rechte weg afraken
. alle wegen leiden naar Rome
. iemand uit de weg gaan
. iemand op weg helpen
. de weg naar iemands hart vinden
. zich een weg banen

Als Jezus nu zegt 'Ik ben de weg' - wat bedoelt Hij daarmee?





VERTELLEN

De wachtende brahmaan

(C. LETERME, Een parel voor elke dag, Averbode 2007, p. 24)

Ergens in India woonde Latsoe, een godvruchtig man.
Op een dag bad hij in de tempel:
‘God, ik kom dagelijks langs bij U.
Wil U ook eens op bezoek komen bij mij?’

Hij vroeg dit telkens opnieuw, tot God zei:
‘Vandaag kom ik je bezoeken.’
Toen Latsoe dit hoorde, liep hij naar huis,
maakte er alles netjes en wachtte tot God kwam.

Even later hoorde hij voetstappen.
Een bleek en mager jongetje vroeg:
‘Geef me alsjeblief een koekje.’
‘Ga weg,’ zei Latsoe, ‘die koekjes zijn voor God.’

Op de middag kwam er een andere jongen aankloppen.
Met bevende hand wees hij naar de taart.
‘Weg,’ zei Latsoe, ‘die taart is voor God.’
Weer zat Latsoe te wachten.

Toen hij ’s avonds de poort wou sluiten,
klopte een oude bedelares aan.
Latsoe duwde haar naar buiten,
deed de deur op slot en ging naar bed.

De volgende dag ging hij naar de tempel.
‘God, waar was U? U zou toch komen!’
God antwoordde: ‘Ik ben drie keer gekomen,
maar iedere keer heb je me weggejaagd!’



Overweging bij het verhaal
(C. LETERME in Kerk en leven, Federatie Rotselaar, 6 mei 2020, p. 1)

Bestaat God?
Waar is Hij te vinden?
Vragen van alle tijden.
Vragen die in alle godsdiensten en religies voorkomen.
Vragen ook van de leerlingen die Jezus volgden.

Mensen vonden en vinden sporen van God …
… in de kracht van de natuur:
in de storm, in de bliksem, in de wind,
in de warmte gevende zon,
in het licht, in het leven zelf …

… in de loop van de geschiedenis:
in de redding uit slavernij,
in het kennen van vrede,
in de aandacht voor mensen met handicaps,
in het realiseren van welzijn …

… maar vooral in mensen zelf:
in het gelaat van een kind,
in de blik van een moeder,
in de ogen van een zieke,
in het gezicht van een arme …

Maar telkens opnieuw blijken die sporen niet zo duidelijk.
En net als Latsoe in het verhaal hierbij,
vormen mensen zich een beeld van God
dat niet overeenkomt met God zelf,
want uiteindelijk heeft niemand ooit God gezien.

Op een dag zei Jezus:
‘Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij’
En op een andere dag:
‘Wat jullie aan de minste der mijnen hebben gedaan,
hebben jullie aan Mij gedaan.’





EXTRA

Spreken over God

Klik hier voor extra suggesties.





Jongeren

VERDIEPEN

De levensweg

In het leven zijn er vele wegen:
brede, smalle, snelle, trage, goed onderhouden, helemaal niet onderhouden...
Er zijn ook kruispunten. Dan moet je in je leven een keuze maken.
Sommigen kiezen om verder te gaan, zonder met anderen rekening te houden,
anderen laten zich leiden door wat hun vrienden zeggen.
Nog anderen laten hun reisweg bepalen door hun idealen.
Er zijn er die een doodlopende weg kiezen.
Er bestaan veel soorten wegen.
'De weg' wordt in veel culturen gezien als een beeld voor het leven van de mens.

Zoek voor jezelf op welk soort weg jij je nu in je leven bevindt.
- Probeer ook te zeggen waarom dat zo is.
- Weet je ook waarheen die weg leidt?
- Waar situeer je Jezus op die weg?
- Bij de start? de aankomst?
- Langs de weg? naast de weg?
Probeer ook dat onder woorden te brengen.

Jezus zegt dat Hij de weg is.
- Hoe kan Hij dat zijn voor jou?



Jezus, de GPS op onze levensweg?

Sta met de jongeren stil bij wat een GPS is. (Global positioning system)
- Wat doet een GPS?
- Wat zegt een GPS?
(Sla rechts af, sla links af, keer om...)
- Is Jezus met een GPS te vergelijken?
- Wat zegt Jezus dat we moeten doen?
- Wat is voor Hem een foute weg?
Laat de jongeren hun vondsten neerschrijven in een gedicht,
waarvan het ritme bepaald wordt door wat men op een GPS te horen krijgt.



Vele wegen

Wegwijzers

Materiaal
Werkblad
Tekst ‘Dichter bij de tijd (zie hoger)


Verloop
Lees het evangelie van deze zondag. Tekst ‘Dichter bij de tijd (zie hoger)
Sta daarna stil bij het woord van Jezus: 'Ik ben de weg'.
Bezorg elk groepje jongeren een uitprint van het werkblad.
Ze bespreken dat aan de hand van de opgaven op dat blad.

Nadien verwoorden de jongeren voor de hele groep wat ze besproken hebben.



Welke 'weg' zal ik volgen...

Wegwijzers

Zoek acht wegen die een mens in zijn leven kan volgen.
Probeer elk van die wegen in één woord weer te geven.
Noteer dat woord op elk van de wegwijzers.
Bespreek waarom het volgen van die weg goed of minder goed is.

Er is nog een wegwijzer over.
In het evangelie kun je lezen dat Jezus van zichzelf zegt dat Hij de weg is.
- Wat heeft Jezus volgens jou gedaan of gezegd dat zo de moeite was,
dat je Hem ook 'de weg' zou kunnen noemen?
Noteer het woord 'Jezus' op de negende wegwijzer.





BIDDEN

Kijk naar ons om

Jezus, we zeggen wel: 'Jij bent de weg'
maar dikwijls gaan we andere wegen
dan de weg die Jij ons bent voorgegaan.
Daarom vragen we: kijk naar ons om.

Jezus, we zeggen wel: 'Jij bent de waarheid'
maar dikwijls hebben we geen aandacht
voor wat Jij ons te zeggen hebt.
Daarom vragen we: kijk naar ons om.

Jezus, we zeggen wel: 'Jij bent het leven'
maar in plaats van te leven zoals Jij dat deed,
kiezen we andere wegen.
Daarom vragen we: kijk naar ons om.





EXTRA

Spreken over God

Klik hier voor extra suggesties.





Overwegingen

Jan Arnouts o.p.

Laat ons God zien

Is Jezus het beeld van God, Jezus is ook het beeld van dè mens. Wie Jezus ziet, ziet ook de echte, de ware mens. Jezus is ook Gods eeuwig en definitief woord aangaande de mens. M.a.w. in Jezus is ook zichtbaar geworden hoe God de mens gaarne ziet. Vandaar dat Jezus ook met recht en reden kon zeggen: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.' Dit was niet zomaar een mededeling, maar terzelfder tijd een uitnodiging. Ik ben de weg, zelfs de enige weg; probeer ook eens langs mij tot de waarheid, tot het leven te komen. Het is een uitnodiging om in Jezus' voetstappen te treden, om hetzelfde leven te leven dat Hij heeft geleefd; om dezelfde weg te gaan, die de Heer is gegaan: de weg van de liefde, de trouw, de nabijheid. Niet ten onrechte werden de eerste volgelingen van Jezus de 'mensen van de weg' genoemd. Jezus drukte dit als volgt uit: 'Wie mij gelooft, zal ook zelf de werken doen die ik doe', en als dusdanig zullen ook wij God tonen aan de mensen, en aan deze wereld. Ons concrete leven moet God zichtbaar maken. Ook wij zouden moeten kunnen zeggen: wie mij ziet, ziet God; of toch een stukje van God. Zo zou het althans moeten zijn. Waar onheil wordt geheeld, waar liefde is daar is God, daar wordt God zichtbaar. Waar het brood met elkaar wordt gedeeld, daar wordt God zichtbaar.
Op de meeste plaatsen wordt in deze periode tussen Pasen en Pinksteren het vormsel toegediend en heeft de eerste communie plaats. Er is aan die kinderen en kindertjes zeker veel gesproken over God. Hun reactie is misschien wel: zwijg over God, maar laat hem ons maar eens zien. Dezelfde reactie als die van Filippus. Als wij hen God niet laten zien, dan blijven ze ongetwijfeld niet geloven. Vroeger zeker, maar nu misschien ook wordt er veel over God gesproken, maar wordt hij te weinig ervaren. De vraag van vele mensen is niet: spreek ons over God, maar wel: laat ons God eens zien, eens ervaren. En dan zouden wij een toch een beetje moeten kunnen verwijzen naar onszelf: wie mij ziet, ziet God. In mijn leven wordt God zichtbaar.





Marga Haas

'Daden van de Vader, die in Mij blijft'

(M. Haas, Parelduiken in de Bijbel, 21 september 2023)

‘De Vader die in Mij blijft, doet zijn werk door Mij’, zegt Jezus tegen zijn leerlingen. Johannes beschrijft in zijn evangelie fantastische dingen die Jezus heeft gedaan: water in wijn veranderen, een blinde weer laten zien, een dode uit zijn graf laten opstaan – hij is een echte wonderdoener. Maar als je Jezus zó beziet, moet je je ogen nog eens goed uitwrijven. ‘De Vader die in Mij blijft, doet zijn werk door Mij.’ Niet Ik doe al die dingen, zegt Jezus, maar God.

Hier opent zich een wereld aan mogelijkheden – ook voor ons. ‘De Vader doet zijn werk door mij.’ Jezus is geen wonderdoener, maar een instrument waarmee wonderen door God gedaan worden. Een medium voor God om in onze door tijd en ruimte beperkte wereld zijn kracht te laten werken. Jezus is ‘maar’ een instrument. Niet Híj doet al die dingen, maar Hij laat ze door zich heen gebeuren.

Jezus zit het handelen van God dóór hem heen niet in de weg. Hij geeft zich over, maakt zich helemaal leeg en laat dan alles wat van God komt door hem heen stromen deze wereld in. Dát is het echte wonder. Hij is leeg en geeft zich over.





Frans Mistiaen s.j.

Ons einddoel is de Vader. Jezus is de weg.

Wij ervaren allen wel dat wij in het leven onderweg zijn.
Maar velen weten eigenlijk niet goed waarheen de tocht gaat.
Nu is het eigenlijk toch wel belangrijk
enig idee te hebben over ons einddoel.
Want dat bepaalt voor een groot deel
welke middelen wij onderweg gebruiken,
welke prioriteiten wij dagelijks kiezen
en wat wij proberen te vermijden.

Velen menen dat de dood het eindpunt is.
Het is dan ook begrijpelijk dat mensen,
die ervan overtuigd zijn
dat zij in de dood totaal vernietigd worden,
eigenlijk heel hun leven nogal verontrust blijven
en in een soort angst verkeren.
Al hun initiatieven worden immers gefnuikt
door hun innerlijke wanhoop.
"Wat heeft het voor zin zich voor iets of iemand in te zetten,
als wij toch verdwijnen in het niets?"

Gelovigen zien de dood niet als een eindpunt,
wel als een doorgang naar verder.
Het christendom biedt ons, als geen andere godsdienst,
een duidelijk beeld van ons einddoel.
Jezus leerde ons namelijk dat Hij en wij
een beminnende Vader hebben die ons opwacht.
Christenen zien het leven dan ook
als een thuiskomen bij de liefdevolle Vader.
Die overtuiging leert ons
wat onze belangrijkste opdracht is voor onderweg:
ons laten leiden door Jezus’ Liefde die ons voortdrijft
Dat zal dus betekenen: belangeloos liefhebben zoals Hij.
De dood wordt daarbij niet verdoezeld.
De dood is echter geen eindpunt, maar een doortocht.
Niet de dood, maar de definitieve ontmoeting met de Vader
is het einddoel. Dat is ons geloof.

"Heer, toon ons nu toch eens de Vader!"
Die vraag van Filippus verwoordt een verlangen
dat soms ook in ons hart leeft.
Want eigenlijk zouden wij nu reeds God wel eens willen zien.
Wij zouden graag hebben dat de hemel even open ging,
al was het maar één ogenblik,
zodat wij kunnen zien dat God er werkelijk is, in al Zijn glorie.
Dat zou ons overtuigen, denken wij.

Wat is ons geloof soms nog kinderlijk.
Onze God is geen God die wil bewijzen dat Hij bestaat
door ons Zijn machtige majesteit te tonen,
geen God die ons wil verbluffen,
op de knieën dwingen of tot aanbidding neerduwen.
Onze God is de Vader van Jezus,
dwz. de Liefde die ons van binnenuit uitnodigt,
niet dwingt, maar blijft uitnodigen tot wederliefde.

Om het juiste beeld van God te ontdekken
moeten wij dus niet op de uitkijk gaan staan
om een glinstering van Zijn machtige majesteit te zien,
maar gaan wij best telkens opnieuw kijken naar Jezus.
"Wie Mij ziet, ziet de Vader, Filippus!"
Het is door lang naar Jezus te kijken,
door Zijn manier van leven te overwegen,
door het evangelie te lezen en te herlezen
om te doorgronden welke Zijn prioriteiten zijn
en waar Zijn hart naar uit gaat,
dat wij stilaan zullen ontdekken
hoe ons einddoel God er eigenlijk uit ziet:
belangeloze Liefde,
zoals een vader en een moeder doen voor hun kinderen.
Zulke Liefde - zichzelf-gevende Liefde -
zoals Jezus het ons voordeed,
dat is onze Weg naar het echte Leven.

Kunnen wij dan nú reeds niet iets merken
van die Vader die Liefde is?
Zeker, maar niet in bewijzen,
alleen in tekens van liefdevolle aanwezigheid.
De plaats waar de verrezen Jezus
nu zichtbaar en tastbaar wordt beleefd
is de kleine kring van gelovige broeders en zusters,
de groeiende kerkgemeenschap,
die meer en meer gaan leven vanuit Zijn Geest.
Wijzelf zijn die kleine kring gelovigen
die telkens nieuwe bezieling vinden rond de tafel van de Heer.
Wijzelf zijn dus voor onze wereld van vandaag
het zichtbare beeld van de liefdevolle God.
Onze eensgezindheid, onze mededeelzaamheid en naastenliefde,
onze solidariteit en aandacht voor de uitgestotenen,
dat zijn de tastbare tekens van de Liefde
in onze wereld van vandaag.
De Vader heeft geen andere handen dan onze handen,
geen ander hart dan ons hart
om de wereld vandaag te tonen dat Hij belangeloze Liefde is.





Marc Gallant, trappist (Orval)

Toon ons de Vader (2017)

Is het u ook opgevallen? Zojuist in het evangelie is eenzelfde woordje twaalf maal teruggekomen : het woordje “Vader”. Jezus wil ons iets vertellen over zijn Vader, over God. Wat weten we over God?
Op die vraag wil Jezus ons antwoorden. Hij had een sterk, een intiem contact met zijn Vader. Soms bracht Hij heel de nacht door in gebed (Marcus 1, 35; 6, 46; Matteüs 14, 23; Lucas 5, 16; 6, 12). Christen zijn is op onze beurt die ervaring van Jezus beleven, dat contact met onze Vader.

Het eerste wat Jezus vandaag zegt over zijn Vader is bemoedigend: “In het huis van mijn Vader is er ruimte voor velen”. Inderdaad, door de menswording van zijn Zoon stelt de Vader zijn huis open voor heel het mensdom. Door zijn verrijzenis komt Jezus met zijn mensheid het huis van de Vader binnen.

De concrete vraag die Thomas stelt (v. 5) is dus pertinent: als God dan toch toegankelijk is, langs welke weg kunnen wij tot Hem komen? Jezus’ antwoord is klaar en duidelijk: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij”. Op eigen krachten kunnen we niet doordringen in het licht waar God woont. Wij kunnen geen oneindige brug slaan die reikt van onze eindigheid tot aan Gods oneindigheid. Het contact met God is alleen mogelijk als God zelf een oneindige stap zet van Hem naar ons toe. God moet zich kenbaar maken. Zijn mensgeworden Zoon is de brug van Hem naar ons. Niemand komt tot de Vader tenzij langs die brug. Er is geen andere weg.

Als Filippus aandringt en vraagt: “Heer, toon ons de Vader, dat is ons genoeg” (v. 8), kan Jezus gewoonweg antwoorden: “Filippus! Wie mij ziet, ziet de Vader”. In Jezus is de Vader voor ons zichtbaar geworden, met zijn liefde die naar alle mensen uitgaat, met zijn voorkeur voor de armen, de kleinen, de noodlijdenden. Als Jezus predikt, als Jezus mensen helpt, dan kan Hij zeggen: “De Vader die in Mij verblijft, Hij is het die zijn werk verricht” (v. 10). Jezus is het Woord van de Vader. In Jezus drukt de Vader zich uit. En wat zien wij? Wij zien iemand die ons liefdevol in de ogen kijkt. Voor Jezus’ blik gebruiken de evangelisten het werkwoord “emblepein” - ”kijken in”. Jezus had die speciale blik van iemand die in de ogen leest. “Hij wist wat in de mens is”, zegt Johannes (2, 25). In Jezus drukt de Vader zich uit met de warme vertrouwvolle blik die ons zegt: ”Ik ken je. Je mag er zijn, je mag jezelf zijn, ik ben er voor jou, ik verwacht je bij mij”. In Jezus drukt de Vader zich uit als de liefde die niet wijkt, die gaat tot het geven van de laatste druppel van zijn bloed. Hij drukt zich uit als Liefde die zich totaal weerloos in onze handen geeft, en zich vandaag nog steeds geeft in de communie.

Wil je weten wie de Vader is, kijk dan naar Jezus: Jezus vertaalt in mensentaal het ondoordringbaar, ontoegankelijk licht van de Vader. Van de liefde van de Vader is Jezus de weg, de ware trouw en het leven ons medegedeeld. Hij laat ons niet in de steek. “Ik ben bij u voor altijd, tot aan het einde van de tijden” (Matteüs 28, 20), zegt Hij ons. “Laat uw hart niet verontrust worden” (v. 1).