Loading...
 

Rachel sterft

2 Israël Mei 2012 416
Foto © Chantal Leterme (Israël 2012)


…page…

Genesis 35, 16-20: Rachel sterft

De tekst

Dichter bij de tijd

(Bewerking: C. Leterme)

Na een hele tijd gewoond te hebben in Paddan-Aram,
keerde Jacob, heel zijn familie en hun personeel
samen met al zijn bezittingen, terug naar zijn geboorteland.
Niet ver van Betlehem, kreeg zijn vrouw Rachel een kindje.
De bevalling was moeilijk.
Tijdens die zware bevalling zei de vroedvrouw tegen haar:
`Rustig, je hebt weer een zoon gekregen.'

Maar Rachel voelde zich verzwakken.
Ze wist dat ze ging sterven.
Ze noemde haar zoontje Benoni.
maar Jacob noemde hem Benjamin.

Toen Rachel gestorven was,
werd zij begraven langs de weg naar Betlehem.
Jakob plaatste een steen op haar graf.
Die gedenksteen staat er vandaag nog altijd.



Stilstaan bij …

Betel
Betel (huidig Beitin) lag 16 km ten noorden van Jeruzalem, op de weg naar Sichem. De Bijbel vertelt dat Jacob bij de oud- Kanaänitische stad Luz droomde van een ladder die tot de hemel reikte en waar engelen op en af gingen. God sprak hem aan en beloofde hem land en veel nakomelingen Nadien richtte Jacob daar een steen op en gaf die plaats de naam Betel (= huis van God)

Efrata
Efrata is de naam voor de streek rond Betlehem. Soms wordt die naam ook voor Betlehem zelf gebruikt.
Bijvoorbeeld: bij de profeet Micha: Micha 5, 1.
Volgens Jeremia (31, 15) lag Efrata bij Rama, ten noorden van Jeruzalem.

Rachel
Rachel was de jongste dochter van Laban, de broer van Rebekka (vrouw van Isaak). Rachel was de lievelingsvrouw van Jacob. Lange jaren was ze kinderloos. Ze kreeg uiteindelijk twee zonen: Jozef en Benjamin. Zij stierf bij de geboorte van Benjamin, haar jongste zoon.
Rachel is de enige 'stammoeder' die niet in Hebron, in de grot van Makpela, begraven is, maar aan de oude weg van Jeruzalem naar Hebron. Haar graf is een traditionele bedevaartsplaats voor vrouwen die een kind verlangen of een moeilijke geboorte vrezen.

Benoni
(= zoon van het lijden)
Rachel verwijst met deze naam naar de moeilijke bevalling van haar zoon.

Benjamin
= zoon van de rechterhand (= gelukskind)
Jacob vreest ervoor dat de naam Benoni lijden en ongeluk met zich zal meebrengen. In de betekenis van de naam zag men een opdracht voor het kind.
Benjamin ligt aan de basis van de stam 'Benjamin'. Bij het gebied dat aan de stam toebehoorde, was ook Jeruzalem, waartoe ook Saül en Paulus (Filippenzen 3, 5) behoorden.

12 Stammen Van Israël

Jakob
Derde aartsvader in Israël. Hij was de zoon van Isaak en Rebekka, de kleinzoon van Sara.
De twaalf stammen van Jakob, die ook Israël genoemd wordt, worden naar zijn twaalf zonen genoemd. Behalve Levi, de stamvader van de levieten, die dienst deden in de tempel en Jozef, van wie de twee zonen (Efraïm en Manasse) elk zelf een stamvader werden.





Bij de tekst

Naamgeving

Nu geven ouders kun kinderen namen die ze graag horen, die goed klinken, modern zijn, apart … In de tijd die de Bijbel beschrijft was dat anders. In de naam die ouders aan hun kinderen gaven zat een opdracht, een programma. (= ‘Nomen est omen’) De naam zegt wat ze met hun leven moeten doen.
Als het kindje van Maria de naam Jezus krijgt, dan krijgt dat kind met die naam als opdracht mee op te treden zoals God die redt.



Ken je taal

Als men in het Nederlands zegt dat iemand 'de benjamin' is, dan bedoelt men daarmee dat hij de jongste van de groep is. Want Benjamin was de jongste zoon van Jacob.

Omdat Jacob heel erg veel van Rachel hield, zag hij deze zoon heel erg graag. Daarom wordt 'benjamin' ook gebruikt als men het heeft over een vertroeteld kind.





Begraven langs de weg naar Betlehem

RachelTombtwo

Graftombe van Rachel


Rachel is de enige van de 'stammoeders' die niet in Hebron, in de grot van Makpela, begraven is. Haar graf ligt aan de oude weg van Jeruzalem naar Hebron. Het is een traditionele bedevaartsplaats geworden voor vrouwen die een kind verlangen of een moeilijke geboorte vrezen.
Haar grafmonument is nu helemaal ingekapseld in een bunker om beschermd te zijn tegen mogelijke aanvallen van terroristen.